Vermeer en Twee Portretten van een Jonge Vrouw – Beauty in the Blur

Vergelijking van Meisje met de Parel, Mauritshuis Den Haag en
de Studie van een Jonge Vrouw, Metropolitan Museum of Art,
New York, twee vrouwenportretten van Johannes Vermeer van Delft.

“Beauty lies
in the eyes
of the beholder”
Plato

Van Johannes Vermeer zijn twee portret-schilderijen van een
jonge vrouw bekend: het alom geliefde Meisje met de Parel
in het Mauritshuis in Den Haag en de minder bekende Studie
van een Jonge Vrouw in het Metropolitan Museum of Art in
New York.

Het Meisje in het Mauritshuis geldt als een “tronie”, veeleer
geschilderd om een bepaald ideaalbeeld uit te drukken.

De Jonge Vrouw in New York oogt meer als een naar het leven
geschilderd portret van een jonge vrouw, niet geïdealiseerd,
maar zoals ze is. Ideaal versus Werkelijkheid.

Haar gezicht heeft met zijn soft focus-blur iets fotografisch,
alsof Vermeer een “portretfoto” heeft willen schilderen van
een jonge vrouw in zijn naaste omgeving, misschien een van zijn
dochters, naar een lichtbeeld gezien in zijn Camera Obscura.
Ze is geen publiekslieveling zoals het Meisje met de Parel.
De stand van de ogen is niet geheel geslaagd en een Engelse
criticus omschreef haar zelfs als een “gnome-like figure”.
Toch ontroert het schilderij me en heb ik er een zwak voor,
als ik het in het echt zie. Het is met veel aandacht,
zachtheid, liefde en tederheid gezien en geschilderd. Als
van een anderssoortige schoonheid.

Ook Gerhard Richter laat in zijn photo paintings zijn voor-
liefde blijken voor die zachte “Schmelz” in zijn schilderijen
zoals in “Betty” uit 1988 of het Vermeer-achtige “Lesende”
uit 1994.

Deze fotoserie van mijn geliefde is gemaakt met een zelf-
gebouwde Camera Obscura. Het zachte diffuse lichtbeeld in
het matglas is vastgelegd met een moderne digitale spiegel-
reflexcamera. Mijn zelfbouwcamera is in wezen een
primitieve en langzame grootbeeldcamera, waar de 19e
eeuwse fotografen mee werkten.

Hedendaagse fotocamera’s leveren doorgaans spatscherpe
beelden. Ik hou juist van zachte lenzen met shallow depth
of field, waardoor het licht een mooie vloei krijgt en zo
het beeld een dromerige sfeer meegeeft. De wonderschone
magie van de “optische dieptescherpte”-foto. Als een vroege
daguerrotypie. Camera Obscura beelden hebben ook iets
schilderachtigs. Vormen lossen op in een bijna abstract
patroon van kleurvlakken. Die wazige floers en zacht in
elkaar versmolten vloei van licht en kleur in de Camera
Obscura doet mij altijd meteen aan Vermeer denken. Elke
Vermeer heeft een mooie delicate spanning tussen blur
en focus, tussen vaag en scherp.

Langzame large format camera’s lenen zich meer voor
klassieke, verstilde, meditatieve beelden, zoals de Camera
Obscura van Vermeer, met een zorgvuldig afgewogen compositie.
Hedendaagse digitale compact of smartphone camera’s geven
een sneller resultaat, meer geschikt voor spontane snapshot-
fotografie. Een large format camera bezielt een fotograaf
om met meer aandacht en concentratie te kijken naar zijn
onderwerp en het licht zelf. Ter vergelijking is de scherpe
foto gemaakt met een snelle moderne digitale compact camera.

Op YouTube is een private tour te zien langs de vijf
Vermeers in het Metropolitan Museum of Art in New York,
gepresenteerd door de voormalige conservator Walter Liedtke,
waaronder de Study of a Young Woman (vanaf 3:15):

En eveneens in een YouTube video met regisseur Jon Jost
van de film “All The Vermeers in New York” uit 1991
(vanaf 3:41):

Vermeer van Delft en Leonardo da Vinci – Sfumato

Overweging over het sfumato in de schilderkunst van Leonardo da
Vinci en Vermeer van Delft naar aanleiding van een bezoek aan de
tentoonstelling met originele tekeningen van Leonardo da Vinci
in het Teylers Museum in Haarlem op woensdag 12 december 2018.

“Love is a smoke
made with the
fume of sighs”
William Shakespeare

Vermeer’s Meisje met de Parel is vaak vergeleken met Leonardo da
Vinci als de “Mona Lisa van het Noorden”.

In de ogen van het Meisje ligt niets minder dan de blik van de liefde,
om de lippen van de Mona Lisa de zachte glimlach van een ongrijpbaar
mysterie. Het zijn tijdloze iconen van de schilderkunst.

Wat Leonardo da Vinci en Johannes Vermeer van Delft gemeen hebben is
dat ze ieder in hun eigen sfumato schilderen: sfumato is een schilder-
techniek waarmee schilders met dunne transparante olieverflagen con-
touren wazig maken en laten vervloeien, waardoor een zacht omfloerste,
dromerige atmosfeer van licht ontstaat. Vermeer (1632) schilderde
bijna twee eeuwen later dan Leonardo (1452). Voor Hollandse schilders
in de Gouden Eeuw gold Italië als het beloofde land van de schilder-
kunst en stond Leonardo ook toen al op eenzame hoogte in het pantheon
der grote meesters van weleer.

De Brieflezende Vrouw in Blauw van Vermeer uit het Rijksmuseum vind
ik een mooi voorbeeld van een schilderij in sfumato: de contouren
zijn verzacht en de overgangen van licht naar donker zijn soms nau-
welijks waarneembaar, alsof de vrouw omhuld is in een soort van rook
of mist.

Het blauwe haarlint bij haar gezicht verdwijnt bijna in de subtiele
huidtinten. In dit schilderij is me altijd de lichte partij op de
landkaart boven haar hoofd opgevallen; het is alsof een rivier
in haar hoofd stroomt als de woorden uit de brief die ze leest of
alsof er een vlam of rook uit haar hoofd omhoogkringelt. Alsof haar
gevoelens opstijgen in een hoge vlucht.

In dat geval zou het een letterlijke verwijzing naar rook kunnen zijn
en misschien wel naar Leonardo’s “sfumato” ( “fumo” is Italiaans voor
rook, “sfumare“ betekent letterlijk “verroken”, vervagen). De Duitser
Max Doerner noemt in zijn standaardwerk over schildertechniek dit
effect “Schmelz”, in elkaar versmolten doorschijnende verflagen.

Vermeer zou Leonardo’s boek Trattato della Pittura heel goed gekend
kunnen hebben, daar hij een naam had als kenner van de Italiaanse
schilderkunst. Daarin stelt Leonardo in dit verband: “Licht en
schaduw zouden zich zonder lijnen of grenzen moeten mengen, net
als rook”. In dat geval zou de Brieflezende Vrouw in Blauw als
Vermeer’s eigen ode aan Leonardo’s “Sfumato” gezien kunnen worden.

In de fotografie is “soft focus” het equivalent van “sfumato”.
Interessant in dit verband is dat Leonardo zich ook al bezig hield
met optische effecten van lenzen en experimenteerde met de camera
obscura, en zo mogelijk net als Vermeer geboeid raakte door de
delicate zachte overgangen en het atmosferische licht van soft
focus beelden. Zoals in dit glamourous Hollywood-portret van
filmster Marlene Diettrich.

De beroemde glimlach van Mona Lisa is hét schoolvoorbeeld van de
sfumato-techniek.

Op YouTube is de song “Smoke Gets In Your Eyes” te horen van Blue
Haze uit 1972:
“When a lovely flame dies
smoke gets in your eyes”:

Op YouTube is het liedje “Als de Rook om je Hoofd is Verdwenen”
van Boudewijn de Groot te horen:

Vermeer en de Utrechtse Caravaggisten

Gezien op zaterdag 12 januari 2019 in het Centraal Museum in Utrecht de
tentoonstelling “Utrecht, Caravaggio and Europe” over Caravaggio en de
Utrechtse Caravaggisten.

“Every moment
of light and dark
is a miracle”
Walt Whitman

De Italiaanse schilder Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610)
geldt als een van de invloedrijkste schilders aller tijden en als
“uitvinder” van het clair-obscur.

Ook Vermeer liet zich in zijn vroegst bekende werk “ Christus in het
Huis van Martha en Maria” uit Edinburgh inspireren door de Italiaanse
schilder Caravaggio. Het licht van Caravaggio kenmerkt zich door sterke
en dramatische licht-donker contrasten (clair-obscur) en diepe scha-
duwen. Vermeer was op zoek naar een ander licht, en maakte zich al
snel los van de invloed van Caravaggio, zoals Fabritius, mogelijk de
leermeester van Vermeer, zich ook onttrok aan de invloed van diens
leermeester Rembrandt. Vermeer wilde het licht ook laten stralen tot
diep in zijn schaduwen.

De invloed van Caravaggio op de jonge Vermeer kwam waarschijnlijk
tot hem via de Utrechtse Caravaggisten: Gerard van Honthorst,
Hendrick Ter Brugghen en met name Dirck van Baburen. Schilders, die
zich in Italië hadden gelaafd aan de schilderijen van Caravaggio.
Vermeer is net als Rembrandt en Frans Hals nooit in Italië
geweest.

Zijn schoonmoeder Maria Thins had een Baburen-schilderij “De
Koppelaarster” in haar privécollectie, dat Vermeer twee keer heeft
weergegeven in “ Het Concert” uit Boston en de “Zittende Clavecimbel-
speelster” uit Londen.
Het originele schilderij van Baburen is bewaard gebleven en bevindt
zich in het Museum of Fine Arts in Boston.

Baburen schildert in grote vereenvoudigde vlakken in heldere
krachtige composities, een kwaliteit die Vermeer in diens werk zeer
gewaardeerd moet hebben. Overbodige details verdwijnen in de kunst
van het weglaten.

Gerard van Honthorst schilderde net als Vermeer ook een Koppelaar-
ster, uit de eigen collectie van het Centraal Museum in Utrecht.
Een schilderij met sterke licht-donker contrasten en het licht
volgt het verlangen van de jonge man.

Bij Hendrick Ter Brugghen is vooral de Fluitspeler uit Kassel
thematisch gelinkt aan Vermeer. Vermeer schilderde ook een Meisje
met Fluit uit Washington, al is die toeschrijving niet unaniem.
De meeste stukken met fluitspelers beelden het fluitspelen af;
bij Vermeer ligt de fluit losjes onbespeeld in haar hand en is
haar aandacht gericht op de beschouwer. Vermeer beeldt vaak juist
het moment van stilte uit, vlak vóór of ná een activiteit.

Mijn favoriete schilderij van Hendrick Ter Brugghen in de tentoon-
stelling is de “Saint Sebastian Tended by Saint Irene” uit het
Allen Memorial Art Museum in Oberlin, Ohio.

De franse schilder Georges de la Tour (1593-1652) is voor mij de
“Vermeer” onder de navolgers van Caravaggio. Zijn verstilde
nachtelijke kaarslichtscenes komen nog het dichtst bij de stilte
van de heldere daglicht-scenes van Vermeer. Beroemd zijn de
“Madeleines” van De la Tour uit het Louvre en het Metropolitan.
Mogelijk geïnspireerd op de “Saint Jerome in Meditation” van
Caravaggio.

Een andere interessante overeenkomst tussen Vermeer en Caravaggio
is dat beiden in verband worden gebracht met een mogelijk gebruik
van de Camera Obscura. Bij Caravaggio zijn soms in de verflaag met
de achterkant van een penseel ingekraste contourlijnen in de verflaag
zichtbaar, om de positie van een figuur in de lichtprojectie van de
camera obscura snel vast te leggen als houvast voor het uitwerken.
Dat zijn precies de fysieke kenmerken die je bij het schilderen van
geprojecteerde lichtbeelden met behulp van een camera obscura zou
kunnen verwachten. Naar verluidt schilderde Caravaggio zijn figuren
in zijn atelier aangelicht door fel zonlicht door een opening in het
plafond.

In deze YouTube-video een fragment uit “Secret Knowledge” van David
Hockney waarin hij experimenteert met opstellingen waarin
Caravaggio met een Camera Obscura gewerkt zou kunnen hebben,
(vanaf 5:35, Italiaanse ondertitels):

Zonlicht geeft precies dat harde licht-donker contrast
en donkere schaduwen die het licht van Caravaggio kenmerken.
Zonlicht was in die tijd de krachtigste lichtbron en het meest
ideaal als lichtbron voor een Camera Obscura.

De verbeeldingskracht van Rembrandt heeft het Clair-obscur van
Caravaggio naar een nog hoger level getild. Beiden schilderden een
versie van “Abraham offert Isaac” (Hermitage Petersburg-Uffizi
Florence),
Bij Caravaggio is de scene een soort tableau vivant met levende
kostuummodellen, die hij naar de waarneming schilderde; bij
Rembrandt is de scene meer vanuit de verbeeldingskracht gecreëerd.
Alleen al de keuze van het formaat versterkt het drama, maar ook
de orkestratie van het licht. Het hoofdlicht ligt op de kwetsbare
keel van de onschuldige jongen en hoe de vader het gezicht van
zijn zoon met zijn hand bedekt maakt het beeld veel dramatischer
en gelaagder. Maar Rembrandt stond met zijn Clair-Obscur wel op
de schouders van Caravaggio.

Op YouTube is een trailer van de “Utrecht Caravaggio en Europa”
tentoonstelling te zien van het Centraal Museum:

In 2017 was in de National Gallery in Londen ook een
tentoonstelling “Beyond Caravaggio”.
Hier de trailer op YouTube:

Vermeer en Thijs Wolzak – Interieurs als Spiegels van de Ziel

Gezien op 16 november 2018 in Design Museum ‘s Hertogenbosch: foto-
tentoonstelling “Binnenkijken” van fotograaf Thijs Wolzak.

“An Interior is the
natural projection
of the soul”
Coco Chanel

De interieur lichtbeelden van Wolzak doen mij ergens ook denken aan de
interieur-lichtschilderijen van Johannes Vermeer. Lichtbeelden van mensen
in hun interieur als spiegels van hun ziel.

Fotograaf Thijs Wolzak maakte voor de rubriek “Binnenkijken” in NRC
Handelsblad in zes jaar tijd ruim 250 foto’s van wat hij Human Interior
noemt: de instinctieve behoefte van de mens om zijn identiteit in zijn
interieur bevestigd te zien.

Zes jaar lang ging hij elke week op visite bij mensen met een bijzonder
huis. Hij bekeek nauwkeurig de interieurs, luisterde naar de verhalen van
de mensen, en bedacht hoe hij dat allemaal in één beeld kon vangen.
Vervolgens deed hij er alles aan om in één beeld de perfecte weergave
te maken van het huis en de mensen.
Het moest een volledige weergave zijn van de ontmoeting, van het totaal-
overzicht tot aan het kleinste detail. Niet eerder werd in Nederland
zo’n consequent uitgewerkt beeld gegeven van de veelkleurigheid van de
wonende mens.

In het Design Museum in ’s Hertogenbosch vulde hij een zaal met 24
enorme foto’s op lichtgevende displays, die kriskras in de ruimte staan.
De foto’s zijn zo groot dat het lijkt of je zo de interieurs in kunt
stappen. Ze werken ook als een soort wanden, zodat er een doolhof
ontstaat. Ertussen zijn zitjes gemaakt: eilandjes van bankstellen, sofa’s,
keukenstoelen, tafeltjes etc. Allemaal gebruikte spullen, zodat het een
beetje is alsof je in iemands huis bent. Je kunt vanuit je stoel een
foto bekijken en via een soort iPod luisteren naar verhalen van de
bewoners. Het idee is dat de museumzaal een prettige verblijfsruimte
wordt waar je niet meer weg wilt. De tentoonstelling duurt van
13 oktober tot 17 februari.

Tegelijk met deze tentoonstelling is een boek uitgegeven: “Human Interior”
met 50 interieurs van Thijs Wolzak, een essay van filosoof Coen Simon en
een column van schrijver Arnon Grunberg.

Het is interessant om de foto van Thijs Wolzak met het interieur van
Wilbert Cornelissen te vergelijken met De Schilderkunst of de Muziekles
van Vermeer. Beiden hebben de kenmerkende dambord tegelvloer. Thijs Wolzak
moest zich als fotograaf aanpassen aan een bestaand interieur, Vermeer
kon zijn interieur naar eigen wens construeren op het doek. In zijn lichtplan
zet Vermeer de hoofdfiguur – het Meisje in Blauw – in het hoofdlicht en ook
de hele compositie draait om haar als stralend middelpunt. Bij Vermeer is het
interieur altijd ondergeschikt en in dienst van de figuur en de uitgebeelde
handeling. Rekwisieten zijn zorgvuldig en spaarzaam uitgekozen om tot een
helder sprekend beeld te komen. En de lichtbron is altijd het heldere
daglicht van een raam dat de kamer verlicht.

De figuren van Wolzak springen in hun eigen interieur minder in het oog.
Ze worden niet speciaal uitgelicht. Het zijn vaak overvolle interieurs met
een veelheid aan spullen en details. Wat bij Vermeer altijd opvalt is de
intense concentratie en beperking van details om tot een sterke focus te
komen. Wolzak probeert als fotograaf de mensen en hun interieur met zijn
camera in één beeld te vangen, naar ik aanneem zonder Photoshop. Vermeer is
een fotografisch schilder, die alles letterlijk naar zijn schilderende hand
kan zetten in zijn artistieke streven naar een volmaakte, verstilde,
tijdloze klassieke harmonie. Het interieur als spiegel van de ziel.

In de tentoonstelling is een mooie tekst over “Het Raam” te lezen:
“De ramen zijn in de eerste plaats de ogen van het huis. Voor invallend
licht fungeert het huis als een doos met gaten. Van binnen wordt de doos
lichter, maar van buiten zien we alleen duistere gaten.
Dat verklaart de zwarte gaten die we zien als een huis in de zon staat.
We kunnen onbespied naar buiten staren totdat de zon ondergaat en het huis
een kijkdoos wordt. Al is het glas van de ramen een van de laatste
onderdelen, die bij de bouw van een huis worden aangebracht, dit magische
spul dat wind, kou en regen tegenhoudt en licht doorlaat, bepaalt de
stemming van een huis.
We zijn gewend licht, kleur, weerspiegelingen en schaduwen als toevallige
randverschijnselen te zien, maar in werkelijkheid zouden we niets
waarnemen zonder deze spookachtige fenomenen”.
Het zou een tekst over het (raam)licht van Vermeer kunnen zijn……..

Foto’s exposeren met lichtgevende displays wordt een trend in de fotografie.
Zo kan wat mij betreft de duurste digitale print als Cibachrome niet tippen
aan een HD-beeldscherm van topkwaliteit.
Het valt te vergelijken met ektachrome dia’s in het analoge fotografie
tijdperk. Foto’s als lichtbeelden.

Ook laat schilderkunst zich prachtig verbeelden in lichtbeelden. Elk jaar
is er op de enorme witte wanden van een voormalige bauxietmijn bij Les Baux
in Zuid Frankrijk een lichtprojectievoorstelling “Carrières des Lumières”
(voorheen: “Cathédrale d’Images”) gewijd aan een groot kunstenaar.
In 2018 is dat Picasso en de Spaanse meesters.

Op YouTube is deze video te zien over de expositie “Binnenkijken” van
Thijs Wolzak in het Design Museum in Den Bosch: