Alle berichten van Thijn

Vermeer – Pointillisme en Pixels in de Schilderkunst

Vermeer hanteert in zijn schilderijen soms een pointillistische
schildertechniek van verfstipjes in de hooglichten, die het licht
tot sprankelen brengen. Er is een verwantschap met het impressionis-
tische pointillisme van Georges Seurat en de moderne “digitale”
pixel-schildertechniek van Chuck Close.

“Some say they see
poetry in my paintings.
I only see science”
Georges Seurat

De pointillistische techniek, die zo kenmerkend is voor schilderijen
van Vermeer, is een aanwijzing dat hij waarschijnlijk gebruik maakte
van een camera obscura als hulpmiddel om zijn beelden te componeren.
Diffuse hooglichten als in de broden in het stilleven van Het Melk-
meisje kunnen verschijnen in een deels onscherp gesteld beeld op het
matglas van een camera obscura.


Soortgelijke pointillé-verfstippen in de hooglichten zijn ook te zien
op de in het morgenlicht glinsterende haringboten in het spiegelende
water bij de Rotterdamse Poort en het gebladerte van de bomen in het
Gezicht op Delft. Met name Het Gezicht op Delft doet heel impressio-
nistisch aan, door het uitbundige gebruik van lichtstippen/
pointillé‘s, kenmerkend voor de periode rond 1660 van Vermeer, de
vroege meesterwerken, waartoe ook Het Melkmeisje behoort.


In zijn latere werken als de Staande Clavecimbelspeelster uit Londen
en de Dentellière uit het Louvre in Parijs, ontstaan in de periode
rond 1670, maakt Vermeer veel spaarzamer en delicater gebruik van
pointillé’s en laat hij kant, linten en garendraden fonkelen als
oplichtende edelstenen nat-in-nat ingebed in gladde email-achtige
verflagen.


Een hedendaagse variant van pointillé’s zijn digitale pixels. Wat
opvalt als Vermeer-beelden “verpixeld” worden, is dat zijn krachtige
composities moeiteloos overeind blijven. Vermeer was niet alleen
een meester van het licht, maar ook een grootmeester in de beeld-
compositie.

De Franse impressionist Georges Seurat (1859-1891) ontwikkelde een
op de wetenschappelijke kleurenleer gebaseerde schildermethode om
nieuwe kleuren te creëren door onvermengde verfstippen zo naast
elkaar te plaatsen dat de kleuren van een afstand bezien door het
oog van de beschouwer zelf “gemengd” worden, in plaats van eerst
op traditionele wijze door de schilder met verf gemengd te worden
op het palet.
Deze kunststroming zou de geschiedenis ingaan als het Pointillisme.
Bekende pointillisten zijn Georges Seurat, Paul Signac, Theo van
Rijsselberghe.

Une Dimanche d’été à la Grande Jatte is een van de meesterwerken
van het pointillisme van Georges Seurat. De intuitieve lichtstippen
van Vermeer om in verf sprankelend licht te suggereren worden bij
Seurat de basis van een geheel eigen schilderstijl/methode. Een be-
kende uitspraak van Seurat is: “Some say they see poetry in my
paintings. I only see science”. Voor de zeventiende-eeuwer Vermeer
waren kunst en wetenschap ook meer één discipline dan in deze tijd.
Optica (camera obscura) en schilderkunst lagen voor Vermeer in el-
kaars verlengde, net als voor Seurat een wetenschappelijke kleuren-
leer aan zijn kunst ten grondslag lag. Vermeer’s interieurs zijn een
soort “Wunderkammers” van een kunstenaar/onderzoeker op zoek naar
schoonheid. Ontstaan in zijn “licht-laboratorium”, gedreven door
nieuwsgierigheid en verwondering.

In de huidige tijd bouwt de Amerikaanse fotorealistische schilder
Chuck Close uit New York zijn portretten op met geschilderde pixels.
In zijn werk komen polaroid-fotografie, digitale pixelbeelden en
schilderkunst samen. Elke pixel is hier een klein abstract schil-
derijtje op zichzelf.

Natura Artis Magistra. Zoals zo vaak is de natuur de leermeesteres
van de kunst. Zoals zonlicht door beukenbladeren schijnt en een
eindeloze variatie van groene licht- en kleurvlekjes tevoorschijn
tovert, is pointillisme een van de zichtbare natuur zelf afgeleide
visie en schilderstijl.

Of zoals jonge sterren fonkelen in een open sterrenhoop in een
nevel als NGC 602 in de Kleine Magelhaese Wolk aan de zuidelijke
sterrenhemel of zonlicht dat lichtvonken doet dansen op de golven
van het water in de zee op een zomerse dag.

Op YouTube is deze video over het pointillisme van Georges Seurat
te zien aan de hand van zijn meesterwerk Dimanche d’été à la
Grande Jatte:

Johannes Vermeer – De Signaturen

De “definitieve” signatuur van Vermeer in zijn rijpe werk is een
juweel op zich. Het monogram van de I, de V en de M inéén is als een
logo voor de schilderkunst van Vermeer.

“Everything you do
is a signature of yourself.
So sign it with style”

25 van de 35 algemeen geaccepteerde Vermeers dragen een signatuur.
Vier in het verleden vermelde signaturen zijn heden ten dage niet
meer zichtbaar. Drie schilderijen droegen ooit de signatuur van andere
kunstenaars, alvorens correct aan Vermeer toegeschreven te worden.
Slechts drie signaturen worden vergezeld van een datering.

Ook in zijn signatuur zien we Vermeers zoektocht naar klassieke vol-
maaktheid, die zo kenmerkend is voor zijn oeuvre. Het zoeken naar de
ultieme signatuur, als een vormgever op zoek naar de ideale vorm.
Als een soort logo bijna.

De ultieme signatuur van Vermeer oogt als een monogram in strakke
Romeinse drukwerkletters met daarachter meer vloeiende, cursief
geschilderde handschriftletters. Dit vind ik zijn mooiste signatuur.

Op de website Essential Vermeer van Jonathan Janson is deze fac-
simile te vinden van alle signaturen op 25 Vermeer-schilderijen.

De signatuur krijgt bijna iets van een zegel, een stempel, een car-
touche in drukwerkletters, met name de kapitalen M, V en I van het
monogram in een Romeins/latijns lettertype, dat doet denken aan het
huidige klassieke Times New Roman-lettertype.
Het lijkt aannemelijk dat het gebruik van het Romeinse lettertype in
het monogram iets zegt over het streven van de kunstenaar Vermeer om
zijn kunst te verbinden met de waarden van de kunst uit de Klassieke
Oudheid. De cursieve e’s en r’s van Vermeers signaturen zijn ontleend
aan een unieke schrijftrant ontwikkeld in de Renaissance, bekend als
“cursiva humanistica”.

In 1509, Luca Pacioli published Divina Proportione (“Divine Propor-
tions”) in which he discussed mathematical proportions and their
applications to geometry, perspective, architecture and the Roman
letter alphabet. Pacioli’s alphabet, based on the work of Leonardo
da Vinci, met a widespread demand for those who wanted to know how
to construct “perfect” Roman letters.
While there is no evidence that Vermeer knew any of these texts we
might imagine that Pacioli’s description of his own volume was well
suited to the Dutch artist’s temperament: “A work necessary for all
the clear-sighted and inquiring human minds, in which everyone who
loves to study philosophy, perspective, painting, sculpture, archi-
tecture, music and other mathematical disciplines will find a very
delicate, subtle and admirable teaching and will delight in diverse
questions touching on a very secret science.”
Bron: Essential Vermeer website


De spreuk op het lid van het clavecimbel op de Muziekles uit de
Royal Collection in Londen laat zien dat Vermeer bekend was met het
Romeinse lettertype en Latijnse teksten.
Musica Letitiae Comes Medicina Dolorum: Muziek is de Metgezel van
de Vreugde en het Medicijn voor het Lijden.

In vergelijking met andere Hollandse genre schilders variëren de
signaturen van Vermeer aanzienlijk in positie, relatieve grootte
en vormgeving. Gezien zo’n ongebruikelijke variatie moet het vast-
leggen van zijn naam op zijn werk voor Vermeer een bijzondere
betekenis hebben gehad.

Vermeer streefde meer naar een monogram in drukletters, alsof die
gestempeld/gedrukt was, dan naar een zwierige met losse hand ge-
schilderde signatuur. Net zoals hij zijn schilderijen eruit wilde
laten zien als licht-afdrukken van het licht zelf. De boekdrukkunst
bestond al lang in de 17e eeuw , de fotografie als langs chemische
weg verkregen lichtafdruk zou pas 200 jaar later uitgevonden worden
in de 19e eeuw.

Letterkeuze in monogram: het was voor de hand liggend geweest om te
kiezen voor de hoofdletter V van Vermeer in zijn monogram. Maar wel-
licht vond Vermeer de V een te wankele en “onrustige” letter, omdat
die maar op één punt rust. De M in de naam Vermeer is veel rustiger
en stabieler en past in een rechthoekige vierkant, en weerspiegelt
zo het favoriete formaat van zijn schilderijen.
Het monogram bevat in wezen drie letters: I, M en V. De V zit
ingebed in de M: Ioannis Ver-Meer.

Vermeer besteedde veel aandacht aan zijn signatuur. Aandacht maakt
alles mooier. Zijn signatuur heeft de zeggenskracht van een state-
ment: de combinatie van “imitatie van machine” (drukletters) en
“vrije hand” (schrijfletters). Ook zijn schilderkunst is een combi-
natie van “imitatie van machine” (camera obscura) en “vrije hand”
(losse penseelvoering). Deze signatuur is van De Liefdesbrief,
Rijksmuseum Amsterdam.

Alleen op het kleine paneel Meisje met Rode Hoed uit Washington
heeft hij met een zuiver monogram gesigneerd op het wandtapijt
in de achtergrond.

De handtekening van Vermeer op documenten verschilt duidelijk van
zijn kunstenaar-signatuur op zijn schilderijen. Het verschil doet
denken aan het verschil tussen handschrift en drukwerk.
Deze handtekening van Vermeer is afkomstig uit een notariële akte
voor een schuld van 250 gulden die Vermeer’s vader in 1648 had
laten opstellen samen met een zeekapitein Johan van Santen.
De signatuur is van De Liefdesbrief uit het Rijksmuseum Amsterdam.

De Vermeer-signatuur op de Gitaarspeelster in Kenwood House, Londen
ligt verborgen in de schaduw bij het raamgordijn.

“Stempel”-vormige signaturen bestaan al sinds de oudheid. In het
oud-Egyptische hiëroglyfen-schrift werd de naam van de farao ge-
schreven in een cartouche, zoals de koningsnaam van Ramses II op
de muren van zijn tempel in Abu Simbel.

Oud-chinese inktschilderingen werden voorzien van rode stempel-
merken, zoals dit exemplaar in het Metropolitan Museum of Art
in New York.

De Weense kunstenaar Egon Schiele (1890-1918) signeerde zijn werk
met een handgeschilderde stempel-achtige signatuur, geïnspireerd
door Japanse signatuur-stempels.

Jonathan Janson onderscheidt vier type Vermeer-signaturen, Type c
geldt als de klassieke Vermeer-signatuur en is te vinden op De
Liefdesbrief en de Gitaarspeelster. Type d staat op de landkaart
in De Schilderkunst in Wenen. Type a op het Slapend Meisje in New
York en Het Straatje in Amsterdam. Type b op Martha en Maria in
Edinburgh en De Koppelaarster in Dresden.

Op de meeste afbeeldingen in dit blogstukje is de Vermeer-
signatuur weergegeven in lichtgeel, om de “leesbaarheid” te
vergroten in het schilderij.

Op Het Glas Wijn in Braunschweig is de kleine signatuur terug te
vinden in het glas-in-lood raam.

Op De Geograaf in Frankfurt staat een dubbele signatuur, op de
kastdeur en op de achtergrond-muur, met datering in Romeinse
letter-cijfers (1669). Het schilderij is een van de enige drie
Vermeers met een datering bij de signatuur, naast De Astronoom
uit het Louvre in Parijs en De Koppelaarster in Dresden.

Op YouTube is deze video te zien met signaturen van hedendaagse
celebrities:

“Connect Vermeer” website – Vermeer en zijn Tijdgenoten

De website connectvermeer.org is een interactieve website die de
bezoeker het netwerk laat ontdekken tussen Johannes Vermeer en zijn
tijdgenoten, zoals Pieter De Hooch, Gerard Ter Borch en Gabriël Metsu.
Een verhaal over rivaliteit en inspiratie.

“Whatever makes a distinction
produces rivalry”
Samuel Johnson

 

De website www.connectvermeer.org is in 2017 ontwikkeld door drie
grote Vermeer-musea: de National Gallery of Art in Washington, het
Louvre in Parijs en de National Gallery of Art in Dublin. Op deze
interactieve website kan de bezoeker zelf de verschillen en overeen-
komsten ontdekken tussen Johannes Vermeer en zestien tijdgenoten.

Als planeten draaien de Hollandse genreschilders om de lichtgevende
ster in het middelpunt in een denkbeelding zonnestelsel: Johannes
Vermeer. “Vermeer is Licht” schreef de Engelse historicus Simon
Schama al.
Dit zijn de zestien Hollandse genreschilders van interieurstukken uit
de kringen rond Vermeer: Pieter De Hooch, Gabriël Metsu, Gerard Ter
Borch, Frans van Mieris, Nicolaes Maes, Jan Steen, Gerard Dou,
Godfried Schalcken, Cornelis de Man, Michiel van Musscher, Jacob
Ochtervelt, Ludolf de Jongh, Eglon van der Neer, Cornelis Bega,
Quiringh van Brekelenkam en Caspar Netscher.

De website gaat uit van de overtuiging dat Vermeer niet die geniale
eenling was, die in volkomen afzondering zijn meesterwerken schiep,
maar dat hij in verbinding stond met een netwerk van Hollandse
genreschilders die uitblonken in huiselijke scenes van het alledaagse
leven van de gegoede burgerij en inspiratie putten uit elkaars werk.
De site maakt aanschouwelijk hoe Vermeer de inventies, ideeën, onder-
werpen van zijn tijdgenoten in feite gewoon overnam, maar die
vervolgens wel naar een hoger plan tilde en vervolmaakte tot een
absoluut hoogtepunt in de schilderkunst. Kortom: in het “wat” was
Vermeer niet bijster origineel, maar in het “hoe” blonk hij ver boven
alle anderen uit.

De Hollandse genreschilderkunst kende haar hoogste bloei tussen
1650 en 1675, precies de periode waarin Vermeer zijn meesterwerken
schiep. Vermeer stond aan de top van de pyramide van de vele kunst-
schilders die in de Hollandse steden tijdens de Gouden Eeuw werkzaam
waren. Vandaag de dag geldt Vermeer als de meester van die genre-
schilderkunst. De genreschilderkunst was een Hollandse uitvinding.
De Republiek der Zeven Verenigde Provinciën had zich “verlaten”
verklaard van de Spaanse koning en de politieke macht kwam bij de
burgerij te liggen. Dat nieuwe zelfbewustzijn wordt weerspiegeld in
de Hollandse genreschilderkunst, waarbij het dagelijks leven van de
gegoede burgerij zelf het favoriete thema voor kunstschilders werd.

Vermeer keek heel goed naar het werk van de anderen en wat hij goed
en interessant vond in hun werk, nam hij over. Om er vervolgens met
zijn eigen “fotografische camera obscura”- schilderstijl zijn eigen
draai aan te geven.
Door de onderlinge concurrentie, rivaliteit én inspiratie stuwden de
genreschilders elkaar op naar een steeds hoger niveau. Juist door de
hoge kwaliteit van hun werk, staande op hun schouders als het ware,
kon Vermeer die absolute top in de Hollandse genreschilderkunst
bereiken.

Achter de website ligt de aanname dat competitie en rivaliteit de
motor is achter alle groei, vooruitgang en kwaliteit. En dat dat ook
zou gelden voor Vermeer. Voor mij is dat slechts de helft van het
verhaal.
De beeld-ideeën van scenes uit het dagelijks leven van de gegoede
burgerij waren inderdaad al door anderen in wisselwerking en onder-
linge rivaliteit en competitie ontwikkeld en verfijnd. En Vermeer
maakte zelf ook deel uit van die kring van rivaliserende genre-
schilders.

Toch is Vermeer “anders” dan de anderen. Alsof hij put uit een
andere bron. De anderen waren allemaal meesterschilders. Maar
Vermeer was meer dan een schilder, hij was ook een “fotograaf”
avant la lettre. Hij maakte gebruik van een camera obscura bij het
ontwerpen en vervaardigen van zijn schilderijen en dat maakt het
grote verschil met zijn tijdgenoten. Dat was zijn “Think Different”
à la Steve Jobs van Apple. Zijn meesterzet, zijn “gedachten-sprong”.
Meerdere schilders gebruikten de camera obscura als hulpmiddel, ook
dat was op zichzelf niet nieuw.
Het vernieuwende van Vermeer was dat hij als schilder zijn hele
stijl en beeldtaal baseerde op de camera obscura, Met name in de
weergave van het licht. Daardoor zien zijn schilderijen er totaal
anders uit dan die van zijn tijdgenoten.

Juist door op deze website de schilderijen van Vermeer te verge-
lijken met die van zijn tijdgenoten wordt inzichtelijk hoe bijzonder
en uniek Vermeers schilderkunst is. Wat een Vermeer een “Vermeer”
maakt. Wat de verschillen en overeenkomsten zijn met zijn tijd-
genoten. Welke picturale kwaliteiten Vermeer-schilderijen zo tover-
achtig mooi maken.

Wat meteen opvalt in een museumzaal met een Vermeer tussen zijn
tijdgenoten is het licht, de heldere kleuren en de fotografische
“look” van Vermeer. Maar van dat alles bovenal het stralende licht……..
De Vermeers ogen als lichtgevende beelden. En Vermeer had als geen
ander oog voor abstractie. Het zijn de abstracte picturale kwali-
teiten van zijn beelden, die ze die magische zuiverheid en harmonie
meegeven.

Caspar Netscher en Johannes Vermeer – De Kantkloster
Verschil in kadrering; close-up in plaats van totaal-shot, wat
de intensiteit van concentratie versterkt. En het koele daglicht.

Pieter De Hooch en Johannes Vermeer – Goudweegster/Dame met Weeg-
schaal. Verschil in weergave en stemming van het licht. De Vermeer
heeft ook diepere lagen van betekenis en spiritualiteit.

Cornelis de Man en Johannes Vermeer – Geleerde/De Geograaf
Verschil in weergave en regie van het licht. En Vermeer drukt
ook hier meer een Idee uit. De concentratie van het denken en
waarnemen van de geleerde dat tot een nieuw inzicht leidt.
De Rede van de Verlichting.

Gerrit Dou en Johannes Vermeer – Clavecimbelspeelster
Alles blijft “groot gezien” bij Vermeer, Dou verliest zich in
overbodige details als fijnschilder. Naast de kalme rust en orde
van Vermeer ogen al zijn tijdgenoten rommelig en onrustig. Vermeer
heeft een kenmerkende heldere en krachtige vlakverdeling.

Gerard Ter Borch en Johannes Vermeer – Briefschrijvende Dame
Ter Borch is een fantastische figuurschilder maar
Vermeer zet zijn figuren overtuigender in de ruimte.
En bij Vermeer is er steeds die raadselachtige stilte……

Gabriel Metsu en Johannes Vermeer –
Briefschrijvende Jongeman en Clavecimbelspeelster
Gabriel Metsu komt van alle genreschilders in zijn beste momenten
het dichtst bij Vermeer. Hier valt de overeenkomst in het
compositieschema en geometrische `mondrianeske`ordening op.

Michiel van Musscher en Johannes Vermeer – De Schilder in zijn
Atelier Ook hier oogt de van Musscher rommelig en onrustig naast
de Vermeer. En ook hier overtuigt Vermeer veel meer in zijn weergave
van het licht, de ruimtelijke illusie en de monumentale compositie.

Op een bepaalde manier lijken Vermeer schilderijen losgezongen te
zijn van zijn tijdgenoten, als bloemen, die uit zichzelf zijn gaan
bloeien. Ja, de invloed van anderen is zichtbaar, maar de kunst-
historicus Friedländer verwoordde het treffend: “Vermeer is de
nachtegaal onder de mussen”. De schoonheid van Vermeer is van een
geheel andere, klassieke, tijdloze orde als die van zijn tijdge-
noten. Vermeer ontstijgt zijn eigen tijd, waar de anderen kinderen
van hun tijd gebleven zijn. Ieder op zijn eigen wijze meesterlijk,
maar toch meer gedateerd.

“A flower does not think
of competing to
the flower next to it.
It just blooms”

Vermeer en Nicolaes Maes – “Girl Asleep at a Table”

Gezien op donderdag 12 december 2019: expositie Nicolaes Maes in
het Mauritshuis in Den Haag. Slapende vrouwen komen regelmatig voor
in de schilderijen van Nicolaes Maes en die invloed is terug te
vinden in het vroege schilderij “Girl Asleep at a Table” van
Johannes Vermeer in New York.

“Life is a deep sleep,
of which love is the dream”
Alfred de Musset

Nicolaes Maes (1634-1693) was een van de origineelste leerlingen
van Rembrandt. Met name met zijn aan het begin van zijn carrière
geschilderde genrestukken had hij een duidelijk aanwijsbare
invloed op Johannes Vermeer en Pieter De Hooch. Onder andere met
het Doorkijkje, waarin De Hooch zich zou specialiseren. En zijn
slapende figuren die Vermeer inspireerden tot zijn Girl Asleep at
a Table in het Metropolitan Museum of Art in New York uit 1657,
een vroege Vermeer dus.

Nicolaes Maes is vooral bekend van zijn slapende oude vrouwen en
luistervinkjes. Bijvoorbeeld in The Idle Servant in de National
Gallery in Londen. Bij Vermeer lijkt de vrouw een als dame geklede
dienstmeid te zijn, die dronken in slaap gevallen is. Maar Vermeer
houdt zich altijd ver van het belerende wijsvingertje van het morele
oordeel. Zijn scenes zijn altijd voor meerdere interpretaties
vatbaar en blijven dus spannender. Bij Maes ligt de boodschap er
voor moderne ogen er wel erg dik bovenop, als een scene uit een
moraliserende klucht.

Op de lijst van de Dissius-veiling uit 1696 staat de Girl Asleep
at a Table van Vermeer nog omschreven als “Een dronke slapende Meyd
aen een Tafel”. Het schilderij ademt de sfeer van “A Woman Left
Lonely” van Janis Joplin. In de oorspronkelijke titel van het
schilderij is de vrouw dus niet alleen in slaap gevallen, maar ook
dronken…… Het schilderij roept tussen de doorgaans lichte en blije
schilderijen in Vermeers oeuvre een meer droevige en melancholische
stemming op.

In de Slapende Oude Vrouw uit het Museum voor Schone Kunsten in
Brussel van Nicolaes Maes is nog duidelijk de invloed van zijn
leermeester Rembrandt zichtbaar. Maar Maes gaat wel zijn eigen weg
in zijn thematiek en composities, in het genre van het interieurstuk.

Wegdommelende en slapende oude vrouwen en mannen komen geregeld voor
in de schilderijen van Nicolaes Maes. Opvallend vaak boven een boek
of een glas wijn….

Voor figuren op genrestukken uit de 17de eeuw geldt: wie in slaap valt,
is de klos. Ook bij Jan Steen, bijvoorbeeld, worden wegdommelende
vrouwen steevast bestolen of bespot. Vaak bevatten zulke schilderijen
een les. Slapen staat gelijk aan luiheid en die luiheid lokt narigheid
uit. Ook bij Maes komen figuren die in slaap gevallen zijn er nogal eens
slecht van af. Op zijn beroemdste schilderij, Het gebed zonder end,
besteelt een katje een biddende oude vrouw, en op Slapende man en zakken-
rolster wordt een voornaam heertje gerold door een dame, die daarnet
nog het glas met hem hief. Ook hier zien we een les, alleen nu niet over
luiheid, maar over onmatigheid (dronkenschap).

Het schilderij The Account Keeper, 1656 van Nicolaes Maes uit het Saint
Louis Art Museum is geschilderd in een ander licht, dan we van Maes
als leerling van Rembrandt gewend zijn. Het heeft elementen die aan
Vermeer doen denken: het koele daglicht dat deze interieurscene
verlicht is ongewoon voor Maes, maar typisch voor Vermeer. De
gedetailleerde landkaart op de achterwand weerspiegelt ook Vermeers
voorliefde voor cartografie. De pose van de oude in slaap gedommelde
boekhoudster doet ook denken aan de mooie jonge vrouw in het vroege
Girl Asleep at a Table van Vermeer in het Metropolitan in New York.
Maes was als leerling van Rembrandt vertrouwd met het warme licht
van Rembrandt, maar ook Maes zoekt hier naar een ander, helderder
licht, het koele daglicht, waarin Vermeer de absolute grootmeester
zou worden.

Een andere link met Vermeer is het trompe l’oeil gordijn voor een van
Maes’ Luistervink-schilderijen, dat doet denken aan eenzelfde kunst-
greep van Vermeer in zijn Briefleserin in Dresden.

De luistervinkjes van Maes zijn zeer geliefd; voorstellingen waarin is
te zien hoe de vrouw des huizes haar dienstmeid betrapt met een vrijer.
Schalks en samenzweerderig kijkt mevrouw ons aan, met haar vinger op
de lippen trekt ze de aandacht van de kijker én maant tot stilte. Uit
het Dordrechts Museum, de Guildhall Art Gallery en het Wellington
Museum (beide Londen) komen prachtige luistervinken.
Op Maes’ schilderijen is iedereen iedereen voortdurend aan het beloeren.
De reeks Luistervink-werken lijken verschillende scènes uit één klucht.
Het thema van het voyeurisme in de Luistervink-schilderijen van Maes
is op een subtielere manier ook terug te vinden bij Vermeer. Bij
Vermeer is echter meestal de beschouwer zelf de voyeur. .

Het typerende Maes-rood zit ook in dit Naaistertje uit de Guildhall
Art Gallery in Londen. Kenmerkend is het Rood in de schilderijen van
Maes, zijn lievelings-kleurakkoord is rood-zwart-wit.
Ultramarijnblauw en citroengeel waren de koningskleuren voor Vermeer.

Vermeer kiest in zijn Dentellière in het Louvre in Parijs voor een
veel effectievere afsnijding van de compositie en kadrering om de
concentratie van het speldenwerk van de jonge vrouw zichtbaar en
voelbaar te maken.

“We are such stuff
as dreams are made on
and our little life
is rounded with a sleep”
William Shakespeare

In deze YouTube-video een rondleiding langs de vijf Vermeers in het
Metropolitan Museum of Art in New York door de voormalige conservator
Walter Liedtke, beginnend met Vermeers “Girl Asleep at a Table”.

De melancholie van “A Woman Left Lonely” van Janis Joplin is te
horen op YouTube: