Categorie archief: fotografie

“Het Beslooten of Kamerlicht”- Het Doorkijkvenster van Johannes Vermeer en het Raamlicht van Henk Helmantel

Vermeer’s helder verlichte interieurscènes ogen alsof ze gezien zijn door
een doorkijkraam in een binnenmuur vanuit een donkere kamer. Het licht in
Vermeer’s schilderijen is zo levensecht, dat hij het in werkelijkheid zo
voor zich gezien moet hebben. In de stillevenschilderijen van Henk Helman-
tel herken je ook het prachtige en levensechte licht, zoals dat ook werke-
lijk in zijn atelier met de hoge ramen in het Groningse Westeremden te
zien is. Licht “verzin” je niet, dat moet je in het echt voor je zien.
“Verzonnen licht” overtuigt niet.

“Without looking
through the window,
you can’t see
Heaven’s Way”
Lao Tze

De schilderijen van Vermeer ogen als gezien door een raam.
Het raam speelt een essentiële rol in de schilderijen van Vermeer:
dat is de bron van het “beslooten of kamerlicht”. Uiteindelijk draait al-
les bij Vermeer om het licht.
Een groot deel van zijn interieurs zouden precies zo gezien kunnen zijn
door een raam in een binnenmuur, die Vermeer’s schemerige schilderatelier
scheidde van de helder verlichte kamer van zijn vrouw Catharina of zijn
schoonmoeder Maria Thins.

De onlangs gerestaureerde Briefleserin in Dresden is het eerste schilderij
in Vermeer’s oeuvre in zijn kenmerkende klassieke stijl: een jonge vrouw
in het licht bij het raam. Hierboven is het doek in uitgelijste toestand
te zien. De brede bruine stroken langs de randen lijken samen een trompe
l’oeil raamkozijn te vormen. Bij mij dringt de vraag zich op of Vermeer
de Briefleserin voor het eerst door een binnenraam vanuit zijn atelier
zag, als doorkijkvenster naar een andere binnenkamer. Daarin had hij dan
vooraf de scene als een tableau vivant gearrangeerd en gecomponeerd.
De lichtweergave in een Vermeer-schilderij is zo overtuigend, dat je als
beschouwer het gevoel krijgt, dat hij het tafereel “in het echt” voor
zich gezien moet hebben.

Ook Het Straatje in het Rijksmuseum wekt de indruk van een werkelijk be-
staand uitzicht door een buitenraam vanuit een opkamer – ongeveer een à
twee meter boven de begane grond – op de tegenoverliggende huizen aan een
smalle gracht in Delft.
Professor Frans Grijzenhout heeft op overtuigende wijze aangetoond dat de
twee huizen in Vermeer’s Straatje op Vlamingstraat 40-42 in Delft moeten
hebben gestaan. Het huis rechts werd bewoond door een tante van Vermeer:
Ariaentgen Claes.

Een raam in een binnenmuur lijkt misschien wat vergezocht, maar in interi-
eurschilderijen van Vermeer’s stads- en tijdgenoot Pieter de Hooch zijn ze
wel degelijk duidelijk afgebeeld. Naast een deur, maar soms ook los op
zichzelf. Zoals in dit schilderij: “Vrouw en Kind in de Slaapkamer” van
Pieter de Hooch, (1658-60) in de National Gallery of Art, Washington.

Of in het schilderij “Interior With a Young Couple” van Pieter de Hooch,
(1662-65) in het Metropolitan Museum of Art, New York.

Details uit het schilderij “Moedertaak” (1658-60) van Pieter de Hooch in
het Rijksmuseum Amsterdam.
Opvallend is het gordijntje voor het zijraam, dat ook te zien is op de
Briefleserin in Dresden.

De stillevenschilderijen van de Groningse schilder Henk Helmantel – zelf
een verklaard Vermeer-liefhebber – hebben ook zo’n overtuigende licht-
weergave. Ik heb hem ooit opgezocht in Westeremden en werd meteen getrof-
fen door de schoonheid van het licht vanuit de twee grote ramen in zijn
schilderatelier. Een zorgvuldig gearrangeerd stilleven in de hoek van zijn
atelier, zag er in dat mooie raamlicht precies zo uit als een “Helmantel-
schilderij”. Hij hoefde het “alleen nog maar te schilderen” in de juiste
compositie en vervolgens de juiste weergave van het licht, zoals hij dat
hij voor zich zag, overtuigend te vertalen in verf. Licht “verzin” je
niet, dat moet je in het echt voor je zien. “Verzonnen licht” overtuigt
niet.
Ik ben ervan overtuigd dat Vermeer zijn interieurs net zo arrangeerde en
componeerde als Helmantel zijn stillevens. De kerkinterieurs van Helmantel
zijn overigens meestal gebaseerd op schetsen, en daardoor overtuigt het
licht in die schilderijen in mijn ogen iets minder dan in zijn stillevens.
Vermeer is op zijn beurt ook nog een vrouwenschilder, en daar ligt dan
weer niet het talent van Helmantel. Maar in licht en compositie zijn Hel-
mantel en Vermeer beslist artistieke zielsverwanten. Ze hebben die “serene
blik” gemeen.’ Persoonlijk ben ik ook een groot fan van de schilderijen
van Jan Mankes (1889-1920). Diens werk is wat gevoeliger, dromeriger,
kwetsbaarder, subtieler, poëtischer. In Museum MORE in Gorssel was in
2018 de tentoonstelling De Serene Blik te zien met schilderijen van vier
stillevenschilders: Jan Mankes, Henk Helmantel, Dick Ket en Floris Ver-
ster.

Zoals Helmantel appels schildert, zo schildert Vermeer een briefschrijven-
de dame: als een “stilleven” in helder Hollands daglicht in een binnenka-
mer.
Helmantel begon al in de zeventiger jaren met het schilderen van stille-
vens in de stijl van grote zeventiende eeuwse meesters als Heda en Claesz,
in een tijd waarin dat toch echt absoluut “not done” was en elke zichzelf
respecterende kunstenaar op een kunstacademie vooral “modern”, “experimen-
teel”, “eigenzinnig” en “vernieuwend” moest zijn. Zijn weg “buiten de ge-
baande paden” moest zoeken. Frases die vandaag de dag op zichzelf ook weer
tot nietszeggend cliché verworden zijn. Kunstenaars die het wiel opnieuw
proberen uit te vinden. Oude wijn in nieuwe zakken.
Renoir zei het al ooit: er bestaat geen oude of nieuwe kunst, alleen goede
en slechte kunst.
Helmantel verkiest kwaliteit boven originaliteit en nieuwe ideeën. Kwali-
teit komt vroeg of laat altijd bovendrijven. Vermeer ontleende zijn onder-
werpen ook aan andere tijdgenoten, daarin was hij bepaald niet origineel.
Net als bij Helmantel is het ook bij Vermeer de uitzonderlijke schilder-
kunstige kwaliteit in compositie en weergave van het licht, die hem onder-
scheidt van zijn tijdgenoten in hetzelfde genre.

Vermeer en Helmantel schilderen hetzelfde licht: Hollands Licht. Het “be-
slooten of kamerlicht”, zoals Samuel van Hoogstraten het noemt in zijn
boek “Inleyding tot de hooge schoole der Schilderkonst: anders de zicht-
baere werelt” uit 1669. Helder daglicht dat door een raam naar binnen valt
in een besloten kamer. Er is een opvallende gelijkenis in licht en sfeer
tussen deze prent van Van Hoogstraten en deze foto van Henk Helmantel in
zijn atelier.
Het licht in Vermeer’s schilderijen is zo overtuigend afgebeeld, dat hij
het in werkelijkheid voor zich gezien moet hebben. Een set up van twee
binnenkamers gescheiden door een binnenmuur met een doorkijkraam zou een
ideale situatie hiervoor kunnen zijn. Hieronder een aantal pogingen tot
een reconstructie van het Vermeer-atelier door diverse auteurs, met aan-
passingen van mijn hand wat betreft het door mij toegevoegde doorkijkraam
in de binnenmuur.

Tekening van Alan Kuiper van het huis van Vermeer’s schoonmoeder Maria
Thins aan de Oude Langendijk in Delft. Op de eerste etage achter de drie
ramen aan de voorzijde van het huis zouden zich het atelier van Vermeer
en de kamer van Maria Thins bevonden hebben (hier weergegeven in rood).
Op deze plek ontstonden bijna alle beroemde meesterwerken uit Vermeer’s
rijpe periode. Dit huis van Vermeer zelf is helaas al lang geleden af-
gebroken. Op deze plek staat nu de Maria van Jesse kerk, gebouwd tegen
het einde van de negentiende eeuw.

Vrije bewerking van een perspectieftekening van Philip Steadman van het
atelier van Vermeer en de kamer van Maria Thins met de binnenmuur met
doorkijkraam. De “doorkijk” zou ook een deur met zijraam geweest kunnen
zijn, zoals op de hierboven afgebeelde interieurs van Pieter de Hooch.

Een twee kamer-opzet met een doorkijkraam in de binnenmuur zou voor Ver-
meer een ideale werksituatie geweest kunnen zijn. Met name de interieurs
met één figuur in de hoek bij het raam als Het Melkmeisje of De Astronoom,
zouden zich heel goed als een tableau vivant laten arrangeren in de helder
verlichte “Konstkamer” van Maria Thins achter de binnenmuur met het raam.
Met gordijnen en raamluiken kon hij de lichtinval heel precies regelen en
voor zich zien, zelfs een schemerlicht-tafereel als de Dame met Weeg-
schaal.
De scene die hij vanuit zijn atelier door het binnenraam in het echt voor
zich zag, moet er ook net als een stilleven bij Helmantel, uitgezien
hebben als een “Vermeer-schilderij”. Met dat bijzondere licht.

Vrij naar tekening van “viewpoints” van zes Vermeerschilderijen, naar Phi-
lip Steadman. Ze liggen allemaal vrij dicht bij elkaar, wat op een “vaste
opstelling” lijkt te wijzen.
Het is echter wel de vraag of de voorgevel van het huis van Vermeer aan de
Oude Langendijk wel breed genoeg was voor twee kamers naast elkaar. Drie
ramen aan de voorzijde biedt ruimte voor een grotere en een kleinere kamer.
Het huis was waarschijnlijk niet breed genoeg voor een voorgevel met vier
ramen en dus twee grote kamers naast elkaar.

Uiteraard moet Vermeer ook een vast oogpunt hebben gehad in deze opstel-
ling in de vorm van een stabiel vastgezet kijkgaatje, zoals hier getoond
wordt in het Vermeer Centrum in Delft.

De Liefdesbrief van Vermeer uit 1669-70 in het Rijksmuseum laat zien dat
Vermeer bewust gebruik maakte van het aan De Hooch ontleende “Doorkijkje”:
het in helder daglicht stralende interieur gezien vanuit een verduisterde
kamer. Ook “De Pantoffels” van Samuel van Hoogstraten in het Louvre uit
1654-62 is een mooi voorbeeld. Of “Dame en Heer met Papagaai” van Pieter
de Hooch uit 1668 in het Wallraf-Richardz Museum in Keulen. Dat het con-
cept van een helder verlichte kamer gezien vanuit een donkere kamer ge-
meengoed was onder de interieurschilders van de zeventiende eeuw, is een
vaststaand en aanwijsbaar feit.
Vermeer wilde zijn schilderijen niet componeren aan de hand van schetsen,
zoals de meeste van zijn tijdgenoten, hij wilde ze zijn scenes in werke-
lijkheid echt voor zich zien als een zorgvuldig door hemzelf gearrangeerd
en uitgelicht tableau vivant. Een tijdrovende werkwijze, maar juist daar-
door is zijn lichtweergave zo overtuigend en kon hij uitgroeien tot de
Meester van het Licht. Deze werkwijze zou dan ook verklaren waarom er
niet één schets of tekening van Vermeer bewaard is gebleven.

Op deze video met de nog jonge Helmantel in zijn atelier in het Groningse
Westeremden is mooi te zien hoe mooi het licht in zijn atelier is en hoe
hij zorgvuldig zijn stillevens arrangeert. Hoewel Helmantel lang als
“ouderwets” is weggezet, heb ik zelf altijd al in hem een artistieke
geestverwant van Vermeer gezien met dat mooie licht, zijn aandacht, con-
centratie en zijn feilloos gevoel voor harmonie en compositie.

Mara van Laaren – “Monologue Intérieur” – Poëzie van het Perspectief in het Licht van Vermeer

Gezien op donderdag 14 oktober 2021: “Monologue Intérieur”, schilderijen-
expositie van Mara van Laaren in Museum Henriette Polak te Zutphen. Mara
van Laaren (1977) maakt verstilde beelden van historische binnenruimtes,
waarbij het spel van perspectief, licht en kleurgebruik haar schilderijen
een mysterieuze en poëtische uitstraling meegeeft. Haar werk roept voor
mij, door de ogen van een Vermeer-liefhebber, onderstaande persoonlijke
associaties en feest van herkenning op met de interieur-schilderijen van
Johannes Vermeer van Delft.

“Je fus voijr un celebre
peijntre nommé Vermer…….
la partie la plus extraordinaijre
et la plus curieuse consiste
dans la perspective”.
Pieter Teding van Berckhout

(over bezoek aan atelier van Vermeer in juni 1669)

Mara van Laaren (Amsterdam, 1977) maakt schilderijen van imposante, histo-
rische interieurs. In haar werk zoekt ze – net als Vermeer – de stilte en
het licht. Haar schilderijen getuigen van een diepgaande studie van het
perspectief. Elk schilderij begint met een nauwgezette perspectiefteke-
ning. Van jongs af aan droomde Van Laaren al van gebouwen. Het was het be-
gin van een niet aflatende ontdekkingstocht naar het aanvoelen en vastleg-
gen van de Genius Loci – de geest van een plaats. Het spel van perspec-
tief, kleurgebruik en lichtinval geven haar schilderijen soms een mystie-
ke, mysterieuze uitstraling.

“Oude Kerk Spiegelzaal II”, 2018, 100×77 cm.
“Oude Kerk Spiegelzaal I “, 2018, 70×51 cm.
“Oude Kerk Spiegelzaal III”, 2018, 142×107 cm

Wat ze zelf zegt over haar interieur-schilderijen:
“Een gebouw moet aan iets in mijzelf raken, om het te willen schilderen.
Ik maak een minutieuze studie van de ruimte, bekijk de constructie, de
zichtlijnen, de lichtinval op verschillende momenten van de dag. Je ziet
als het ware de tijd er door heen gaan. Het is een intiem proces, waarin
ik toenadering zoek in de hoop dat het gebouw zich prijsgeeft. Dan komen
er echo’s vrij van het karakter en de geschiedenis en die zie je terug in
het uiteindelijke schilderij.”
Ook bij Vermeer voel je dat hij een sterke, intieme relatie had met die
ene hoek van de kamer in dat mooie licht bij het raam, die steeds terug-
keert in zijn schilderijen. Als Vermeer-liefhebber herken ik eenzelfde
intensiteit van ervaring in het schilderij “Oude Kerk Spiegelkamer II”
van Mara van Laaren.

Interieuropnamen van de Spiegelzaal van de Oude Kerk in Amsterdam en
schilderij van Mara van Laaren, “Oude Kerk Spiegelzaal II”, 2018

Voor haar interieurschilderijen baseert Mara van Laaren zich op mooie his-
torische locaties in Amsterdam zoals de Spiegelzaal van de Oude Kerk, het
Groote Museum van Artis, het Witsenhuis, het Amsterdams Stadsarchief, de
Bibliotheek van het Rijksmuseum, de tuin van Museum van Loon.
De Spiegelzaal van de Oude Kerk in Amsterdam was in de zeventiende eeuw
de voorloper van de huidige burgerlijke stand op het stadhuis, waar men
melding maakte van trouwen, geboorte en overlijden. In deze kamer heeft
Rembrandt zijn ondertrouwakte met Saskia Uylenburgh ondertekend….. Momen-
teel is de Spiegelkamer in restauratie, de schilderingen van het behang
in de zaal vertonen sporen van zonlicht en slijtage, terwijl het doek
begint uit te buiken.

Drie interieurschilderijen van Mara van Laaren in de tentoonstelling trok-
ken in het bijzonder mijn aandacht als Vermeerliefhebber:
Bovenstaande “Oude Kerk Spiegelkamer II” uit 2018, “Goudleerbehang” uit
2019 en “Black” uit 2021.
Wat mij als Vermeerliefhebber aanspreekt in de interieurschilderijen van
Mara van Laaren zijn vooral haar composities die doen denken aan die
steeds terugkerende hoek van een kamer bij het raam waar het invallende
daglicht zo mooi is en waar Vermeer zijn meesterwerken schilderde.

Net als bij Vermeer hebben haar lege, verstilde interieurs een ziel en
zijn ze vervuld van subtiele gevoelens en gedachten. Het interieur als een
mystieke inwoning, als metafoor voor een woonvertrek van de ziel.

In de Gouden Eeuw van Vermeer waren vooral kerkschilders als Pieter Saen-
redam, Emanuel De Witte en Gerard Houckgeest specialisten van het per-
spectief. Het perspectief als stijlmiddel om een sacrale ruimte te (re)-
construeren op doek. Ook in de wereldse interieurs van Vermeer klinkt een
echo door van de sacrale ruimte die de zeventiende eeuwse kerkschilders
door middel van perspectief en licht zichtbaar wilden maken. En die echo
van mystiek klinkt wat mij betreft ook door in de interieurschilderijen
van Mara van Laaren.
In het Vermeer-onderzoek hebben vooral Swillens (1950) en Philip Steadman
(2001) in hun Vermeer-studies aandacht besteed aan de constructie van het
perspectief bij Vermeer. Joergen Wadum toonde aan dat in een aantal Ver-
meerschilderijen een spijkergaatje te zien is in het centraal verdwijnpunt
van het perspectief. Met een krijtdraadje aan dat spijkertje laten zich
eenvoudig en nauwkeurig alle vluchtlijnen van het perspectief vanuit het
centraal verdwijnpunt trekken. Het standaardwerk over perspectiefgebruik
voor kunstenaars in de zeventiende eeuw is van Hans Vredeman de Vries uit
1583.

Eigen digitale variaties op Johannes Vermeer, “Lady Writing a Letter with
Her Maid”, 1670, National Gallery of Ireland, Dublin.
Mara van laaren “Oude Kerk Spiegelzaal II”, 2018.
Beide hebben eenzelfde eenvoudige “kijkdoos”-compositie: de achterwand van
de kamer in het schilderij is precies evenwijdig met het beeldvlak van het
schilderij, alsof de beschouwer recht in een kijkdoos, een met licht ge-
vulde kubus, kijkt. De tegelvloer en glas-in-lood strips van het raam ver-
sterken de perspectivische diepte-illusie in het schilderij. Bij Vermeer
geen ingewikkelde Escher-achtige perspectivische avonturen met rare stand-
punten, in wezen is zijn perspectief eenvoudig en recht toe, recht aan;
gericht op een sfeer van harmonie, rust en stilte en de magie van het
licht doet de rest. De briefschrijvende dame is door Vermeer precies op de
juiste plek in het licht gezet, om haar te laten oplichten als een juweel.
Het schilderij “Oude Kerk Spiegelzaal II” komt tot leven door het contrast
tussen de strakke geometrie van raam. lambrizering en tegelvloer en het
speelse bloemenbehang.
Hierboven zijn enkele door mijzelf digitaal “leeg geschilderde” variaties
op de Vermeer uit Dublin van mijn hand te zien. Ook zonder de Briefschrij-
vende Dame en haar Dienstbode, de tafel en de stoel behoudt het interieur
haar statige monumentaliteit. Het raamlicht in zeventiende eeuwse inte-
rieurs is voor mij het mooiste licht dat ik ken. Het licht van Vermeer.
Vandaar dat met name de schilderijen-serie van de Spiegelkamer door Mara
van Laaren mij zo aanspreekt.

Johannes Vermeer, “Brieflesendes Mädchen am Offenen Fenster”, 1658, Gemäl-
degalerie Alte Meister, Dresden (gerestaureerde versie). Ook hier eenzelf-
de “kijkdoos”-compositie met toevoeging van een repoussoir van het groene
gordijn en de tafel met stilleven op de voorgrond. De klassieke compositie
met voorplan, middenplan en achterplan.

Mara van Laaren, “Goudleerbehang”, 2019, 102×80 cm.
Het schilderij “Goudleerbehang” wordt gedomineerd door het stralende war-
me zonlicht van een raam op het zuiden. Het goudleerbehang versterkt nog
de warme, rijke, gouden gloed van zonlicht in het schilderij.
“Oude Kerk Spiegelzaal II” heeft meer het gelijkmatige, heldere, koele
licht van een raam op het noorden.

Naturel daglicht is levend licht en door het invallende licht van buiten
verandert het licht in een interieur voortdurend en daarmee ook de sfeer
in een kamer. Vermeer had een hoge gevoeligheid voor de stemmingswisse-
lingen van daglicht en zocht steeds het juiste licht voor de scene die
hij wilde uitbeelden. In de Dame met Weegschaal in Washington domineert
een warme schemergloed het avondlicht, terwijl de Vrouw met Waterkan in
New York juist in de koele blauwen van ochtendlicht is weergegeven. Het
kloppende, stralende hart van elke Vermeer is de vrouw. Zelfs als je
haar digitaal uit de afbeelding zou “wegschilderen”, blijft haar aanwe-
zigheid voelbaar. Zelfs “lege Vermeers” hebben iets raadselachtigs.

Mara van Laaren, “Black”, 2021. Het schilderij “Black” is van een beschei-
dener formaat (58×45 cm), dat dichter bij het Vermeer-formaat komt. Grote
formaten komen je al tegemoet, kleinere formaten nodigen juist uit om
dichterbij te komen. Vermeer-schilderijen hebben zo’n kleiner formaat, dat
de ervaring van intimiteit versterkt. De heldere witte ruitvormen in de
tegelvloer vormen een levendig contrast met de overheersende zwarte tonen
in dit schilderij. In de detailopname is goed te zien dat ze de perspec-
tieflijnen bewust zichtbaar laat blijven, door ze in de verf uit te kras-
sen. Door het toefje schoonheid van de witte, lichte ruitvormen is het
geen somber schilderij geworden, net als bij het horen van het bluesy
“Cars Hiss By My Window” van Jim Morrison/The Doors of een Nocturne van
Chopin. Een mooie studie van licht tegenover het zwart van de nacht.

Voor meer informatie over het werk van Mara van Laaren verwijs ik graag
naar haar persoonlijke website: www.maravanlaaren.nl
Haar werk is ook te zien op de website van Galerie Mokum in Amsterdam.

Perspectieftekeningen en schilderijen van zaal IV, Groote Museum Artis,
Amsterdam, 2015.
Mara van Laaren werkt vaak in series met eenzelfde historische locatie als
onderwerp. “Pirouetter sur une idée”, zoals de Franse dichter Mallarmé
dat ooit treffend verwoordde.
Haar interieurs zijn gebaseerd op een technische perspectieftekening,
waarbij ze haar gevoel uitschakelt. Pas als kleur en lichtinval hun in-
trede doen in het schilderproces, laat ze haar gevoel meespreken. Een der-
gelijke balans tussen techniek en gevoel zie je ook bij Vermeer.
Haar belangstelling voor de perspectief-tekening kreeg ze mee vanuit haar
studie Bouwkunde aan de TU in Delft. In haar techniek zie ik een duide-
lijke artistieke “DNA-verwantschap” met het Delft van Vermeer: de belang-
stelling van Delftse kunstenaars voor perspectief, licht en optica.
Mara van Laaren woont en werkt in Amsterdam. De onderwerpen voor haar
schilderijen vindt ze in de interieurs van oude gebouwen in Amsterdam.
Gedurende haar studie was ze gedurende een half jaar werkzaam in de afge-
zonderde ruimte van het Groote Museum van Artis. Als voormalig student
Bouwkunde aan de T.U. in Delft, heeft van Laaren de gewoonte om eerst
alle maten van de ruimte precies op te meten. Deze maten gebruikt ze om
de ruimte in kaart te brengen en om schetsen te maken, die ze later ge-
bruikt voor haar perspectieftekening. Deze gebruikt ze als uitgangspunt
voor een serie schilderijen met hetzelfde onderwerp. De perspectiefteke-
ning blijft grotendeels zichtbaar in het uiteindelijke schilderij. Haar
schilderijen van veelal grootse en monumentale historische interieurs
zijn zorgvuldig uitgebalanceerd met haar tonale schilderstijl in dunne
verflagen. In dit delicate evenwicht zoekt ze de stilte in haar schilde-
rijen. De indrukwekkende precisie van het perspectief in combinatie met
de lichtinval verlenen haar werk een mysterieuze uitstraling.

Vermeer herhaalde ook vaak eenzelfde thema in subtiele variaties. Van Ver-
meer is geen enkele schets of tekening bewaard gebleven. De vraag is of ze
er wel ooit geweest zijn. Of er ooit een perspectief-tekening van de Mu-
ziekles in Londen bestaan heeft, bijvoorbeeld. Met name een perspectief-
studie om de tegelvloeren te construeren met twee zijwaartse verdwijnpun-
ten op de horizonlijn, zoals bovenstaande hedendaagse perspectieftekening
van de Muziekles laat zien. De Music Lesson in Londen is misschien wel die
ene Vermeer, waarin het perspectief bijna bij uitstek het onderwerp van
het schilderij zelf is. Het schilderij heeft een bijna geometrisch design.
Wordt Vermeer vandaag de dag vooral geroemd als de meester van het licht,
met veel aandacht voor zijn gebruik van de Camera Obscura en zijn optische
effecten, tijdgenoten als Pieter Teding van Berckhout zagen hem eerder als
de meester van het perspectief. De perspectieflijnentekening van de Mu-
ziekles oogt bijna als een spinnenweb, een strak patroon van draden. Het
verdwijnpunt van het perspectief komt in de Muziekles uit in de linkerel-
leboog van de dame aan het virginaal. Wat probeert de kunstenaar Vermeer
te vangen in dit web van ijle perspectiefdraden ? De blik van de beschou-
wer ? Onze aandacht ? De schoonheid van de vrouw ? Het licht ? De ruimte ?
Of misschien wel de tijd zelf ? Vondels “Eeuwigh gaat voor Oogenblick”:
een vluchtig moment gevangen in het web van de eeuwigheid ? Misschien wel
al deze dingen tegelijk….

Mara van Laaren begint met een perspectieftekening, waarbij ze haar gevoel
uitschakelt, pas tijdens het proces waarin ze de ruimte vult met licht
geeft ze haar gevoel alle ruimte. Licht als expressie van gevoel. Tech-
niek en gevoel in balans. Dat zie je ook bij Vermeer. Bovenstaande door
mijzelf “leeggeschilderde” pendanten van de Staande en Zittende Klavecim-
belspeelster in Londen zijn interieurs gevuld met avondschemerlicht en
helder daglicht, Dat licht komt nog meer naar voren als de interieurs di-
gitaal gestript worden van de figuren en meubelstukken. Vermeer-schilde-
rijen zijn “Light-filled Cubes”, zoals de Engelse historicus Simon Schama
het treffend verwoordde.

Vermeer-interieurs lenen zich heel goed om zich leeg te laten schilderen,
ook in de leegte blijven ze hun serene schoonheid behouden. Het is de
serene blik van Vermeer, die het hem doet.
De Amerikaanse schilder George Deem (1932-2008) heeft zich toegelegd op
het schilderen van “Lege Vermeers”. Zoals in bovenstaand voorbeeld naar
De Muziekles van Vermeer.

De expositie “Monologue Intérieur” in Museum Henriette Polak in Zutphen
bestaat uit 25 werken, in een zaal zonder opdringerige vormgeving, zodat
de schilderijen voor zichzelf kunnen spreken. Het museum is gelegen te-
genover de prachtige middeleeuwse Walburgiskerk, waar Saenredam ook een
prachtig perspectief-schilderij van had kunnen maken.

Op YouTube is een video te zien waarin Mara van Laaren zelf spreekt over
haar werk en de tentoonstelling “Monologue Intérieur”:

Haar afstudeerfilmpje van de Wackers Academie draait om haar studie van
het Groote Museum Artis en heeft ze ook op YouTube geplaatst:

“Portrait de la Jeune Fille en Feu” – Een Film als een Vermeer-schilderij

Gezien op zaterdag 31 juli 2021 bij de VPRO: film Portrait de la Jeune
Fille en Feu, Franse kostuumfilm van regisseuse Céline Sciamma uit 2019.
Sommige tableaus in deze film zijn duidelijk geïnspireerd op de klassieke
schilderkunst. Vermeer, Liotard en Caspar David Friedrich dringen zich aan
mij op. Net als in de schilderijen van Vermeer biedt de film de kijker een
blik in de intieme wereld van een mooie jonge vrouw. Het is een intense,
mooie film over kijken en bekeken worden. Het scenario baseert zich losjes
op het beroemde verhaal van Orpheus en Eurydice.

Héloïse: “Voilà des années
que je rêve de faire ça”
Marianne: “Mourir?”
Héloïse: “Courir”.

Op een afgelegen eiland bij Bretagne aan het einde van de achttiende eeuw,
krijgt kunstenares Marianne de opdracht van een gravin om het huwelijks-
portret van haar jonge dochter Héloïse te schilderen. De eigengereide Hé-
loïse staat niet te springen om het huwelijk, dus maakt Marianne het por-
tret aanvankelijk zonder haar medeweten. Tijdens lange wandelingen aan de
wilde Bretonse kust observeert ze haar model uitvoerig. ’s Nachts werkt
Marianne in het geheim aan het schilderij. In Héloïses laatste dagen van
vrijheid, groeit de aantrekkingskracht tussen de twee vrouwen, totdat uit-
eindelijk de liefde ontvlamt. Prachtig intense en intieme film over blik-
ken. Van de jonge vrouwen naar elkaar, van de regisseur naar haar acteurs,
en van het publiek naar de vrouwen op het scherm.

De film Portrait de la Jeune Fille en Feu uit 2019 is een film, die in we-
zen gaat over de blik en de schilderkunst. Dan is Vermeer dus nooit ver
weg. De wederzijdse blikken van schilderes Marianne en haar model Héloïse
draaien gedurende de hele film om elkaar heen. In de wereld die regisseuse
Céline Sciamma ons voortovert, betekent kijken het hebben van macht en be-
keken worden het gevoel begeerd te worden. De plek waar deze twee blikken
elkaar ontmoeten heet liefde.
Alle hoofdpersonages in de film zijn vrouwen. Héloïse, de uitgehuwelijkte
dochter van de Gravin, schilderes Marianne, die de opdracht krijgt haar
portret te schilderen, en het dienstmeisje Sophie.

Ik hou van Franse films, waarin alles draait om een jong meisje of mooie
jonge vrouw: La Dentellière, La Tourneuse de Pages, Portrait de la Jeune
Fille en Feu, La Belle Noiseuse, Chocolat, Le Fabuleux Destin d’Amélie
Poulain, actrices als Isabelle Huppert en Juliette Binoche in hun jonge
jaren. Ook in de wereld van Vermeer draait alles om een mooi jong meisje
of jonge dame. Om met Proust te spreken: À l’Ombre des Jeunes Filles en
Fleurs, het tweede deel uit À la Recherche du Temps Perdu, waarin de ik-
figuur in een hotel in Normandië een grote liefde opvat voor een jong
meisje.

Omdat Héloïse aanvankelijk niet bereid is om te poseren moet Marianne aan-
vankelijk zelf fungeren als model door de mooie groene zijden japon zelf
aan te trekken en zichzelf te bekijken in een spiegel.
Gaandeweg geeft Héloïse haar verzet op en ontstaat er een sterke weder-
zijdse aantrekking tussen de schilderes en haar model en worden kunstenaar
en model als twee vrouwen verliefd op elkaar.

De ultieme speelfilm over de schilder en zijn model is het ruim drie en
een halfuur durende La Belle Noiseuse (1991), waarin een oude schilder
(Michel Piccoli) een opleving krijgt als hij een jong model (Emmanuelle
Béart, in haar eerste grote rol) voor zijn schildersezel krijgt. Uren-
lang mag de kijker over de schouder van de oude kunstenaar Fernhofer
meekijken en het scheppingsproces met elke penseelstreek meemaken. Een
unieke film en nog steeds een meesterwerk.

De schilderijen en schetsen in de film zijn gemaakt door kunstenares Hélè-
ne Delmaire, waaronder dit portret van Héloïse. Veel ruimte is er in de
film voor prachtige tableaus van de schilderes Marianne en haar model
Héloïse. Een mooie jonge vrouw in kleurrijke kostuum mooi in het licht ge-
zet in een rijk interieur, dat is ook het basisgegeven van de interieur-
schilderijen van Vermeer en van onvolprezen Engelse kostuumdrama’s als
Sense & Sensibility met actrice Kate Winslet (door critici ook wel “Cor-
set Kate” genoemd, door haar vele rollen in kostuumfilms). Het meest beke-
ken schilderij in een speelfilm is ongetwijfeld het olieverfschilderij dat
Jack (Leonardo DiCaprio) maakte van zijn naakte, maar onbereikbare liefde
Rose (Kate Winslet) aan boord van de Titanic. Wie kent niet de zin: “Paint
me like one of your French girls, Jack”………

Deze mooie filmstill van Héloise eenzaam uitkijkend op de woeste rotskust
en branding van de zee in Bretagne doet denken aan het beroemde schilderij
van de Duitse romantische schilder Caspar David Friedrich : “Der Wanderer
über dem Nebelmeer” uit 1818.
Verlangen naar de vrijheid van kunstenares Marianne of het onaantrekkelij-
ke vooruitzicht van haar gedwongen/gearrangeerde huwelijk, dat is het in-
nerlijk conflict van Héloïse.

Filmstill van schilderes Marianne voor een schilderij van Orpheus en Eury-
dice in een museumzaal.
De drie vrouwen – Héloïse, Marianne, and Sophie – lezen het beroemde ver-
haal van Orpheus en Eurydice: Orpheus daalde af in de onderwereld om Ha-
des, de heerser over de doden, te smeken zijn gestorven geliefde aan hem
terug te geven. Diep ontroerd door de wonderschone zang van Orpheus be-
sloot Hades haar weer levend met hem te verenigen, echter op één dwingen-
de voorwaarde: het was Orpheus streng verboden naar zijn geliefde om te
kijken, vóórdat ze samen de bovenwereld van de levenden hadden bereikt.
De drie vrouwen spreken over het centrale onoplosbare raadsel van de le-
gende, (en van de film zelf!): waarom keek Orpheus tóch om ? Was het een
onbedwingbare impuls, iets dat sterker was dan hijzelf ? Of vroeg Eurydice
zelf aan Orpheus naar haar om te kijken, zoals Héloïse suggereert. Mari-
anne geeft een andere , meer interessante verklaring: Orpheus maakte de
keuze van de Dichter in plaats van die van de Minnaar, liever zijn liefde
te laten kristalliseren in één dramatisch moment dan zijn liefde in zijn
verdere leven langzaam te laten opgaan in een monotone, alledaagse stroom
van dagen, weken en jaren.

Detail uit schilderij Orpheus en Eurydice van de Preraphaelitische schil-
der George Frederic Watts, 1880-90.

“Niet ver meer waren zij nog verwijderd
Van de uiterste rand van de aarde
Daar, bezorgd dat ze het niet redt
En uit verlangen haar te zien,
Kijkt hij liefdevol achterom,
En direct glijdt zij terug;
Ook al strekt hij zijn armen uit
En worstelt hij om te pakken
En vastgegrepen te worden,
De ongelukkige pakt niets dan ijle lucht vast.
Al sterft zij nu voor de tweede keer,
Zij maakt haar man geen enkel verwijt
– waarover zou ze zich ook anders beklagen
Dan dat ze bemind wordt ? –
Maar spreekt een laatste “Vaarwel”,
Dat hij nog maar amper kan horen
En valt dan weer terug in dezelfde diepte “
Ovidius, Metamorfosen – Orpheus en Eurydice.

“His longing eyes, impatient, backward cast / To catch a lover’s look, but
look’d his last; / For, instant dying, she again descends, / While he to
empty air his arm extends.” The legend of Orpheus and Eurydice recounts
how Orpheus, the fabled poet and philosopher, violated Hades’ conditions
for his dead lover Eurydice’s release from the underworld by turning to
cast her a forbidden glance, and in doing so condemning her to the Under-
world forever.
This tale has occupied artists – from Ovid to Monteverdi to Jerry Garcia –
across millennia. In Portrait of a Lady on Fire, director Céline Sciamma
presents the story anew. This is a film about looking, and about the desi-
re which innervates the compulsion to look, to keep looking, and, someti-
mes, to look away.
Bron: Eurydice looks back: a review of ‘Portrait of a Lady on Fire’ –
Nicola Morrow, www.star-revue.com

Het laten kristalliseren van zijn liefde in één beslissend, volmaakt mo-
ment vormt ook de kern van de beeldpoëzie van Vermeer. Vermeer maakte on-
miskenbaar de keuze van de dichter, niet die van de minnaar. Het Meisje
met de Parel is het voor altijd gekristalliseerde beeld van het gelaat
van Eurydice, dat hij net als Orpheus heel zijn verdere leven in zich
zou blijven dragen. De dichter Vermeer verkoos het buitengewone beeld
van De Blik boven het gewone leven. Daarom is het Meisje met de Parel
ook geen gewoon portret, maar een gedicht, een metafoor: “ze is als een
parel”.

Deze filmstill met de lezende, in het blauw geklede, schilderes Marianne
doet denken aan Vermeer’s Brieflezende Vrouw in Blauw in het Rijksmuseum
Amsterdam uit 1663. Een duidelijk beeldcitaat.
Soms geeft Portrait de la Jeune Fille en Feu je het gevoel alsof je de
hele film lang naar een schilderij van Vermeer zit te kijken, zo mooi is
de film. De film gaat ook van kil naar warm, van koele afstandelijkheid
naar warme genegenheid tot vurige liefde. Bij Vermeer blijft het vuur
van de liefde ingehouden maar net voelbaar. Dat geeft Vermeer die unieke
verstilde suspense.

De gravin en opdrachtgeefster voor het portretschilderij, waar de film om
draait, is de moeder van Héloïse, Hier moeder en dochter bij hun afscheid
in het statige en aristocratische Bretonse landhuis.
De film lijkt soms een serie van zorgvuldig gecomponeerde en geënsceneerde
tableaux vivants, verstilde en langzame shots, als een gefilmd schilderij.

Net als in de Muziekles van Vermeer in Londen lijkt de vrouw in de film
gevangen in het interieur van haar landhuis in het strak geometrische web
van perspectieflijnen van de ramen en panelen lambrizeringen. Het idee van
de Gouden Kooi dringt zich op: gevangen in haar eigen rijkdom.
En de zee als metafoor voor haar verlangen naar vrijheid.

“Look,
if you look at me,
who do I look at ?”

Portrait de la Jeune Fille en Feu is een prachtig intense en intieme film
over blikken. Van de jonge vrouwen naar elkaar, van de regisseur naar haar
acteurs, en van het publiek naar de vrouwen op het scherm. Ook in de
schilderijen van Vermeer speelt de blik en uitwisseling van blikken altijd
een grote rol in de mise en scène. De blik van de kunstenares en de blik
van de minnares. Het traditionele thema van de Kunstenaar en zijn Model,
hier in de vorm van een in de achttiende eeuw onmogelijke liefde tussen
twee vrouwen.

Sommige stills in de film ogen als een schilderij, waarin licht en sfeer
in zachte contouren in mijn ogen veel suggestiever werken dan de haar-
scherp uitgelichte tableaus. Zoals een schilder het graag ziet. Het
licht laten schilderen. Meer overlaten aan de eigen verbeelding van de
kijker.

De beeldschone blonde Héloïse is een prachtig model. Ook als kijker van
de film valt het je niet moeilijk om verliefd op haar te worden. Iedere
klassieke schilder of fotograaf wenst zich zo’n model.
De lesbische liefde tussen twee vrouwen als kunstenaar en model komt over
als een feministisch manifest, mannen zijn nadrukkelijk afwezig in de
film. Regisseuse Sciamma spiegelt in haar film een bevrijd verlangen in
de ogen van vrouwen. Vanity Fair schreef: “The world looks different when
seen through a woman’s eyes”………

Deze uitwisseling van blikken tussen dienstmeisje Sophie en schilderes
Marianne in de film doet denken aan Vermeer’s Mistress and Maid in de
Frick Collection in New York. Opvallend is dat alle vrouwen in de film
ondanks het standsverschil elkaar als gelijken blijven zien.

Het dienstmeisje Sophie in de film zou zo weggelopen kunnen zijn uit
een pasteltekening van Jean-Étienne Liotard, zoals in dit pastel-por-
tret van Marianne Lavergne, nicht van de kunstenaar, ook wel bekend als
La Liseuse, uit 1746, in de collectie van het Rijksmuseum.

Op YouTube is deze scene uit de film Portrait de la Jeune Fille en Feu
te zien waarin tijdens het poseren het vuur van de liefde de overhand
krijgt tussen kunstenaar en model:

Ook op YouTube: de beroemde aria “Che Faró Senza Euridice” uit de opera
Orfeo ed Euridice van Gluck, vertolkt door Luciano Pavarotti:

Paul McCartney en De Gitaarspeelster van Vermeer

Onder de vele bewonderaars van Vermeer bevinden zich ook beroemdheden als
Sir Paul McCartney van The Beatles. De Guitar Player van Vermeer in Ken-
wood House bij Londen is zijn lievelingsschilderij en ook een bron van
troost. De muziek van The Beatles uit Liverpool uit de jaren zestig blijft
ook vandaag de dag onverminderd aanstekelijk en geliefd. Ook Vermeer hield
van muziek; een substantieel deel van zijn oeuvre heeft muziek als onder-
werp.

“Muziek
is de kortste weg
naar het hart”
Maarten ‘t Hart

“Sir Paul McCartney spellbound by painting of girl playing the guitar:
Oil you need is love”.

In 2007 bracht de legendarische Beatle Paul McCartney regelmatig een be-
zoek aan de Kenwood House art gallery ten noorden van Londen om enige tijd
gebiologeerd te kijken naar de Gitaarspeelster van Johannes Vermeer uit
1670-72. Deze Vermeer blijkt zijn favoriete schilderij te zijn. Een woord-
voerder van het museum verklaarde in 2007:

“Paul is obsessed with the painting, which features a teenage girl strum-
ming a guitar. He uses the gallery as a haven to forget his bitter di-
vorce. He often spends more than 40 minutes staring at The Guitar Player.
He has viewed The Guitar Player at least ten times recently. And one at-
tendant said Paul – famed for playing his distinctive Hoffner bass left-
handed – “seemed hypnotised” by it. Paul has approached English Heritage,
the owners of the painting, about buying the estimated £50 million art-
work, but they have told him, it will never be sold at any price….. The
former Beatle has had a long-term association with art, taking up pain-
ting as a hobby in the early 1980s”.

Waar Johannes Vermeer de meester is van het licht, is Paul McCartney de
meester van de melodie.
Schijnbaar moeiteloos schudde hij de ene na de andere mooie, tijdloze me-
lodie uit zijn mouw. De melodie van “Yesterday” of “Let It Be” van The
Beatles en het licht in “The Guitar Player” van Vermeer. Wat de melodie
is in de muziek, is het licht in de schilderkunst.
Net als de muziek van The Beatles, zijn de schilderijen van Vermeer
“Forever Young” en een tijdloze bron van schoonheid, voor allen die be-
hoefte hebben aan troost. Troost in de vorm van mooie muziek of een
prachtig schilderij.

Kenwood House dateert uit de Zeventiende Eeuw en werd tussen 1764 en 1779
voor William Murray, 1. Earl of Mansfield in de klassicistische stijl
gerestaureerd en uitgebreid door de architect Robert Adam. Vooral het in-
terieur van de bibliotheek geldt als een hoogtepunt in Adams scheppings-
kunst. In 1925 kocht Lord Iveagh, een erfgenaam van de Engelse bierbrou-
wersfamilie Guinness, het landgoed met het bijbehorende park en schonk
het bezit twee jaar later bij zijn dood (1927) aan de Engelse Staat. De
schilderijenverzameling behoorde eveneens tot de schenking. Drie bijzon-
dere werken behoren tot de collectie: De Gitaarspeelster van Vermeer,
het Zelfportret met Twee Cirkels van Rembrandt en het Portret van Pie-
ter van den Broecke van Hals.


De Kenwood-Vermeer op zaal. De Gitaarspeelster is een van de mooiste
voorbeelden van Vermeer’s Late Stijl. De kristallijne scherpte van het
beeld en de gloeiende kleuren geven het schilderij een lichtende, leven-
dige uitstraling. Het is de enige Vermeer, die nog op het originele span-
raam zit. Het lachende gitaarspelende meisje kijkt naar opzij, naar een
onzichtbare, maar voelbaar aanwezige man. Ze draagt het vertrouwde gele
met hermelijn afgezette jakje. De assymetrische, afgesneden compositie
geeft drama aan het tafereel.

De sixties: The Beatles, The Rolling Stones, Bob Dylan, de Kennedy’s, The
First Man on the Moon, Parijs 1968, Woodstock. De sixties van de Twintig-
ste Eeuw. Is mijn lievelingsdecennium.
Maar ik hou ook van de sixties van de 17e Eeuw, de Gouden Eeuw van de Hol-
landse schilderkunst: het decennium waarin Vermeer het merendeel van zijn
meesterwerken schilderde.
Het “sixties-gevoel” is méér dan het gratuite “vroeger was alles beter”-
sentiment. Er bestaat wel degelijk zoiets als een “Gouden Eeuw” of een
“Gouden Decennium”; een boven elke tijdelijke modegril of smaak verheven
absolute bloeiperiode.
Zoals de Atheense staatsman Perikles in 431 v.Chr. in een beroemde graf-
rede de Atheners voorhield op de Pnyx-heuvel die uitzag op de zojuist vol-
tooide Parthenon-tempel op de Akropolis:
“Toekomstige generaties zullen naar ons opzien, gelijk deze tijd dat nu
doet”
Hedendaagse schilders en beeldend kunstenaars kijken nog altijd vol bewon-
dering naar Vermeer en Rembrandt. Net zoals hedendaagse popmuzikanten en
songwriters nog altijd lyrisch zijn over The Beatles of Bob Dylan. Muziek
en schilderkunst die haar eigen tijd verre overstijgt.

In 2013 was in the National Gallery in Londen een mooie, kleine tentoon-
stelling “Vermeer and Music; The Art of Love and Leisure”, met als lead-
beeld de Guitar Player, die bij hoge uitzondering door Kenwood House werd
uitgeleend, vanwege een noodzakelijk geworden restauratie van het land-
huis zelf.


“It is true that Sir Paul McCartney sat silently before this painting at
Kenwood House, staring. Not just once, but many days. Penny for your
thoughts, Paul (?). He has great admiration for this painting of a young
woman and a young guitar. He is willing to pay a King’s ransom for it,
if only… if only it were for sale!”

De grote liefde van Paul McCartney was zijn in 1998 overleden vrouw Linda
Eastman, fotografe en telg van de beroemde Eastman familie van Kodak. Zijn
liefde voor de “fotografische” schilderkunst van Vermeer zou heel wel door
haar ingegeven kunnen zijn. Misschien zocht hij in De Gitaarspeelster van
Vermeer ook wel troost in zijn herinnering aan haar.

Deze barok gitaar is een moderne replica naar een origineel van de franse
gitaarbouwer René Voboam uit 1641, rijkelijk versierd met ivoor, ebbenhout
en parelmoer. Het klankgat bevat een ornament-rozet van meerdere lagen
kunstig uitgesneden papier. René Voboam was de stichter van een gerenom-
meerde dynastie van franse gitaarbouwers.

De gitaarspeelster heeft haar blik gericht naar opzij; zij speelt voor een
voor de beschouwer niet zichtbare man in dezelfde kamer. De vijfsnarige
gitaar was vooral een solo-instrument. De gitaar was in het zeventiende
eeuwse Holland van Vermeer nog een vrij zeldzaam, nieuw muziekinstrument,
in die tijd nog lang niet zo gemeengoed als vandaag de dag.


De basgitaar van Sir Paul McCartney is een Höfner 500/1 Violin Bass Gui-
tar. Paul kocht hem in de lente van 1961 in een muziekwinkel in Hamburg,
Duitsland en deze Höfner werd voor het laatst door Paul bespeeld tijdens
de opnamen voor de laatste Beatles-elpee Let It Be. Sindsdien is de Höf-
ner spoorloos, waarschijnlijk gestolen……

Ook de albumcovers van Beatles-elpees zijn iconisch. Mijn favoriet is
de artistieke collage-covervan de elpee Revolver uit 1966. De album co-
ver is ontworpen door Klaus Voormann en combineert een op Aubrey Beards-
ley geïnspireerde lijntekening met foto-collage. Sommige critici beschou-
wen Revolver zelfs als het beste Beatles-album, boven het grensverleg-
gende Sgt Pepper. Maar eigenlijk is elk van de in totaal twaalf Beatles-
albums nog steeds spraakmakend en van hoge kwaliteit.

Zoals er schilders zijn, die schilderijen van Vermeer kopiëren, zo zijn
er ook talloze coverbandjes van The Beatles, zoals hier de jeugdige drie-
koppige band The Beatlex, bij de opening van de tentoonstelling van
schoenenontwerper Jan Jansen in Museum Het Valkhof in 2009. Compleet met
de Höfner basgitaar van Paul en de Rickenbacker-gitaar van George Har-
rison. Een steengoede Beatles-coverband zijn The Analogues, maar deze
wat oudere heren hebben helaas niet die frisse, jeugdige uitstraling van
de jonge Beatles. De magie van de jonge Beatles blijft aanstekelijk voor
alle generaties.
De muziek van The Beatles is de ideale soundtrack van je eerste teenager-
liefde. Die blijft speciaal en onherhaalbaar.

Muziek als troost: While My Guitar Gently Weeps van The Beatles op You-
Tube, een song overigens van George Harrison, hier met een prachtige he-
dendaagse video met graphics en lichtkunst-projecties:

“When I find myself
in times of trouble,
Mother Mary comes to me
speaking words of wisdom:
Let It Be”

Kennelijk ging van De Gitaarspeelster van Vermeer voor Paul McCartney
dezelfde troostende werking uit als van zijn eigen Beatles-song “Let
It Be” uit 1969, hier te horen op YouTube:

“Camera Obscura Art” – Vermeer en de Magie van de Verduisterde Kamer als Pinhole Camera Obscura

De camera obscura in haar meest eenvoudige vorm – een geheel verduisterde
kamer met één kleine lichtopening – weet wetenschappers en kunstenaars al
2000 jaar te boeien en is de oervorm van de fotografie. Ze projecteert
lichtbeelden van een ongeëvenaarde magie en schoonheid. Geïnspireerd door
camera obscura-fotografen als Abellardo Morell en Richard Learoyd en ui-
teraard door Vermeer, heb ik mijn eigen atelier tijdelijk omgebouwd tot
een room size pinhole camera obscura en de lichtprojectie vervolgens gefo-
tografeerd met een digitale camera.

“It is impossible to express the beauty
of the camera obscura image in words.
The art of painting is dead,
for this is life itself”
Constantijn Huygens


Het lichtbeeld in een “room sized pinhole camera obscura” blijft een magi-
sche visuele ervaring.
Als de ogen eenmaal gewend zijn aan het donker van de verduisterde kamer,
verschijnen de zonverlichte huizen aan de overzijde van mijn straat groot
geprojecteerd en ondersteboven als een lichtbeeld op de witte muren van
mijn eigen “Vermeer-atelier” in Nijmegen. De zachte floers of Schmelz van
een camera obscura-lichtbeeld doet mij altijd meteen aan Vermeer denken.
Vermeer was een “camera obscura-schilder”, die zich in zijn schilderstijl
op zijn minst heeft laten inspireren door de licht-magie van de camera ob-
scura. De camera obscura brengt je weer terug bij het licht zelf, de oer-
bron van alle fotografie. Alles draait om het licht. Alles is licht en
licht is alles.

Lang is aangenomen dat Het Straatje van Vermeer in het Rijksmuseum gewoon
het uitzicht is, dat Vermeer zag vanuit het raam van zijn atelier aan de
achterzijde van Huis Mechelen op de tegenoverliggende huizen aan de Vol-
dersgracht in Delft. Gezien vanuit een bel etage of opkamer, zo’n twee
meter boven straatnivo. Volgens professor Frans Grijzenhout zou Vermeer
zijn Straatje echter in de nabijgelegen Vlamingstraat hebben geschilderd.
Het Straatje en Het Gezicht op Delft zouden waargenomen kunnen zijn in
een “room sized camera obscura”, door een lichtopening of lens in een
geheel verduisterd raam.

Het toeval wil dat mijn atelier in Nijmegen ook gelegen is op een bel eta-
ge in een herenhuis boven een souterrain dat half boven het straatniveau
uitkomt. Mijn uitzicht op de tegenoverliggende herenhuizen (bouwjaar
1903) komt ongeveer overeen met het blikpunt van Vermeer in Het Straatje
in Delft.

Alleen al de “upside-down”-projectie van de camera obscura laat je op een
nieuwe en verfrissende manier tegen de vertrouwde alledaagse omgeving aan
kijken.

Bij het fotograferen van deze room size pinhole camera obscura lichtbeel-
den, heb ik gewerkt met een lichtopening-grootte van 15 mm diameter in
mijn atelier met verder geheel met behulp van verduisterstof en duct tape
verduisterde ramen. Een lichtopening diameter van 35 mm geeft meer licht-
sterkte, een van 15 mm meer beeldscherpte. De majestueuze op een grote
muur geprojecteerde lichtbeelden blijven indrukwekkend om te zien. In de
camera obscura komen wetenschap en kunst samen in het kijken naar licht.
Deze scene werd gefotografeerd met een Nikon-camera, met een 18 mm groot-
hoeklens, ISO 640, F=7,1, met een sluitertijd van 100 seconden, met een
15 mm pinhole/lichtopening. De gevels van de huizen werden tijdens de op-
name aangelicht door het felle zonlicht van een lentemiddag. Ook werd
een grote omkeerspiegel gebruikt om de lichtprojectie naar wens te rich-
ten op de witte muur. Zonlicht geeft de mooiste lichtbeelden in een ca-
mera obscura.

In de zeventiende eeuw waren meerdere gravures in omloop, waarop het prin-
cipe van de verduisterde kamer als pinhole camera obscura wordt uitge-
beeld.

Gravure van een “draagbare” camera obscura in Athanasius Kircher’s Ars
Magna Lucis Et Umbrae (1645)

Impressie/werkfoto’s van de room size camera obscura in mijn eigen ate-
lier, met de geheel verduisterde ramen en het lichtgat met een diameter
van 15 mm. De gevels van de herenhuizen uit 1900 met hun karakteristieke,
bijna geometrisch abstracte patroon van witte horizontalen en verticalen
van banden en lijstwerk geven een impressionistisch, schilderachtig, le-
vendig effect, groot geprojecteerd op de witte muur. Zonlicht geeft de
helderste beelden, maar met een digitale camera met lange belichtings-
tijden kun je ook bewolkte buitenscenes goed vastleggen in de verduis-
terde kamer met een kleine lichtopening.

Optische effecten en beeldvervormingen. Lichtlovertjes op glimlichten van
een auto in zonlicht. Vermeer maakte die lichtstippen bewust tot onder-
deel van zijn schilderstijl en schilderde ze ook op plekken waar ze in
werkelijkheid niet te zien waren om zijn schilderijen te laten fonkelen.
In spiegelende autoruiten lossen de gevels van Nijmeegse huizen op in
vervormde abstracte lichtvlekken.
Vermeer ontleende zijn neiging tot abstractie ook aan de eigenschap van
een lens om in een lichtbeeldprojectie bij een bepaalde mate van onscherp-
te de vertrouwde dingen op te laten lossen in een abstract patroon van
lichtvlekken op een plat vlak.

Close up opnamen van het lichtprojectiebeeld van Nijmeegse huizen in zon-
licht, schuin van opzij gezien. Als de ogen gewend zijn aan het donker,
verschijnen de huizen aan de overzijde van de straat groot geprojecteerd
als een lichtbeeld ondersteboven op de witte muren van de kamer.
Kenmerken van het “live” kijken naar camera obscura lichtbeelden:
– lichtlovertjes, schijfjes van hooglichten.
– abstracte lichtvlek-patronen.
– de lichtprojectie doet erg schilderachtig aan, oogt als een licht-
schilderij en nodigt uit om te schilderen.
– zachte contouren, floers, vloei of Schmelz over het hele lichtbeeld.
– kleur en licht tot in de schaduwen.
– verhoogde opmerkzaamheid voor kleine bewegingen: een fietser of wan-
delaar, die voorbij komt, een auto die voorbijrijdt, een deur die open en
dicht gaat, het bewegen van boomtakken in de wind, mensen op de trap van
hun huis genietend van de lentezon, etc.
– afgesloten zijn van andere indrukken geeft een verhoogde intensiteit
van aandacht en concentratie. Een gevoel van intimiteit, een soort van
“tunnelvisie”.
– afwezigheid van geluid geeft een indringende ervaring van rust,
stilte en meditatie.
– het leven wordt langzaam, verstild tot een vertraagde puls.
“Slow Art”. Een trage blik.
– het oog wordt extreem gevoelig voor licht met al haar subtiele
toonwaarden, delicate kleuren en sfeer.
– “alles is licht”-ervaring.

Eigen Room Size Camera Obscura Photography-opnamen met een Vermeer-touch:
Een lichtprojectie van Nijmeegse huizen in zonlicht. Met Vermeer-elemen-
ten als de zwart-wit tegelvloer, spaanse stoelen met leeuwenkopjes, een
replica van het Cupido-schilderij van Van Everdingen en eigen Vermeer-
pastiches op canvasfotoprint.

Abellardo Morell – Camera Obscura Photography in Venetië. De Amerikaans-
Cubaanse fotograaf Abellardo Morell is vooral bekend van zijn pinhole
kamer-fotografie van stadsgezichten van iconische gebouwen in Venetië,
Florence, Rome en New York.

Het principe is van een kinderlijke eenvoud: je neemt een kamer met een
mooi zonovergoten uitzicht, je verduistert het raam volledig met een
kleine uitgespaarde ronde pinhole/lichtopening als lichtbron, waardoor
het tafereel van buiten ondersteboven kamerbreed op alle muren van de
binnenkamer wordt geprojecteerd. De projectie kan vervolgens met een
digitale camera met groothoeklens en lange belichtingstijd op digitaal
beeld worden vastgelegd.

Richard Learoyd – Camera Obscura portretfotografie. De Britse fotograaf
Richard Learoyd fotografeert zijn modellen met een zelfgebouwde camera
obscura ter grootte van een kleine kamer met een reusachtige 750 mm
lens en legt de lichtbeelden vast op groot formaat polaroid-fotopapier.
Learoyds slow photography vraagt om een trage blik. Alleen dan raak je
doordrongen van de extreem hoge intensiteit, geringe scherptediepte en
totale afwezigheid van korrel. De camera obscura is en blijft de oer-
vorm van de fotografie, die ook in deze tijd van de snelle digitale
fotografie haar geheel eigen betovering en magie blijft behouden.

Deze video over een Pinhole Camera Obscura time lapse film project in
Parijs is te zien op YouTube: