Categorie archief: tentoonstellingen

De “Vermeer-zaal” in het Mauritshuis in Den Haag – Een Schatkamer

Als Vermeer-liefhebber is het Mauritshuis in Den Haag voor mij het mooiste
museum ter wereld; in het bijzonder de Vermeerzaal, waarin het Meisje met
de Parel en Het Gezicht op Delft te bewonderen zijn. Vermeer is de beste
ambassadeur in het buitenland, die Nederland zich wensen kan. De Hollandse
schilderkunst behoort met meesters als Vermeer, Rembrandt, Van Gogh en
Mondriaan tot de absolute wereldtop. Als er iets is, waarop wij Nederlan-
ders trots op kunnen zijn, zijn het onze schilders.

“Depuis que j’ai vu
au musée de La Haye
la Vue de Delft de Vermeer,
j’ai su que j’avais vu
le plus beau tableau du monde”
Marcel Proust

Het Haagse Mauritshuis ligt als een juwelendoos in de gouden gloed van de
avondzon aan het spiegelende water van de Hofvijver, met vlak daarnaast
het Torentje, met de werkkamer van de minister-president van Nederland.
Wat mij betreft is het Mauritshuis het ultieme Vermeermuseum. Nergens ko-
men de schilderijen van Vermeer mooier tot hun recht dan hier. Voor iede-
re Vermeerliefhebber is de grote Vermeertentoonstelling in 1996 in het
Mauritshuis met maar liefst 23 Vermeer-schilderijen, ruim tweederde van
zijn hele oeuvre, een absoluut hoogtepunt, een “once in a lifetime”-er-
varing.

De grote trekpleister in het Mauritshuis is natuurlijk Vermeer’s Meisje
met de Parel uit 1665. Ze is bijna het logo van het museum geworden, een
universeel icoon. De roman “Girl With a Pearl Earring” van de Brits/Ameri-
kaanse schrijfster Tracy Chevalier en de gelijknamige film uit 2003 met
Scarlett Johansson hebben de wereldwijde iconische status van dit schil-
derij alleen nog maar vergroot. Wat Leonardo’s Mona Lisa is voor het
Louvre in Parijs, is het Meisje met de Parel van Vermeer voor het Mau-
ritshuis in Den Haag.

Boven de deur, waardoor de bezoeker de Vermeerzaal betreedt, hangt het
schilderij Trompe l’oeil met Venusbuste uit 1665 van Caesar van Everdin-
gen. Vermeer had in zijn eigen kunstverzameling een (overigens niet be-
waard gebleven) Cupido-schilderij van Caesar van Everdingen, een liefdes-
god, die hij in enkele van zijn interieurschilderijen afgebeeld heeft.

Vermeer’s Meisje met de Parel wordt in de Vermeerzaal geflankeerd door
twee fraaie schilderijen van Gerard Ter Borch: Een moeder die het haar
van haar kind kamt, ook wel bekend als ‘De luizenjacht’, uit 1652–53 en
De Briefschrijfster uit 1655. Net als Vermeer weet Ter Borch in deze
schilderijen heel goed de verstilde concentratie en zelfvergeten toewij-
ding van deze vrouwen te vangen.

Als vage tijdelijke schimmen bewegen bezoekers zich in de bovenstaande
video-still in de Vermeerzaal temidden van de schoonheid van tijdloze
meesterwerken van de Hollandse schilderkunst, van meesters als Vermeer,
Ter Borch, Van Mieris, Metsu, Saenredam, De Witte en Van Everdingen.
Precies tegenover elkaar in de midden-zichtlijn van de zaal hangen Ver-
meer’s Meisje met de Parel en het Gezicht op Delft.

Aan de lange zijde van de Vermeer-zaal hangen vijf werken van Vermeer’s
tijdgenoten, waaronder drie schilderijen van de Leidse fijnschilder Frans
van Mieris: de Bordeelscene uit 1658-59, het Oestermaal uit 1661 en Hond-
jes Plagen uit 1660. De rode met wit bont afgezette jakjes zien we ook
terug in schilderijen van Vermeer, in het gele jakje met hermelijnbont,
zo typisch voor Vermeer.

Tussen de drie werken van Van Mieris hangen “De Onwelkome Boodschap” uit
1653 van Gerard Ter Borch en “Een Jonge Vrouw die Muziek schrijft” uit
1664 van Gabriel Metsu. Ter Borch is een fenomenaal figuur-schilder, maar
voor mij is het Metsu die in zijn beste werk het dichtst bij Vermeer komt.
Van Mieris is een echte fijnschilder, in de Leidse fijnschildertraditie
van Gerard Dou, waarbij de minitieuze weergave van elk detail voorop
staat. Vermeer heeft het vermogen om de dingen juist “groot te zien” en
streeft vooral een overtuigende impressionistische lichtweergave na. Zijn
lichtende, kleurrijke doeken overstralen de wat donkere schilderijen van
zijn tijdgenoten.

Boven de deur, waardoor de bezoeker de Vermeerzaal verlaat, hangt een
kerkinterieur-schilderij: Interieur van een Gefantaseerde Katholieke Kerk
uit 1668 van Emanuel de Witte, een Delftse stads- en tijdgenoot van
Vermeer.

Het licht in Vermeer’s Gezicht op Delft is zo overtuigend en levensecht,
dat het lijkt alsof je door een openstaand raam in de zaal naar buiten
kijkt. Het is als het leven zelf: licht, kleurrijk en doorzichtig.
Een meeslepend meesterwerk, alleen al vanwege die prachtige Hollandse
wolkenlucht.

Vermeer’s Gezicht op Delft uit 1660 wordt geflankeerd door twee schilde-
rijen van de Haarlemse “kerkenschilder” Pieter Jansz. Saenredam: De Maria-
plaats met de Mariakerk in Utrecht uit 1659 en Interieur van de Cunera-
kerk in Rhenen uit 1655. Saenredam’s kleurgebruik is ingetogen, maar
zijn werk is licht van toon, net als bij Vermeer. Die tere tonaliteit
laat zijn voorstellingen als het ware in de ruimte zweven, bijna onstof-
felijk, losgezongen van de wetten van de zwaartekracht.

Tussen de twee grote ramen van de Vermeer-zaal hangt de derde Vermeer:
“Diana en haar Gezellinnen”, ook wel Diana en haar Nimfen genoemd, een
“atypische” vroege Vermeer uit 1653-54.
Vermeer lijkt zich in dit schilderij vooral door Italiaans/Venetiaanse
voorbeelden te hebben laten inspireren. Vermeer onderscheidt zich van de
donkere en in gedempte kleuren geschilderde werken van zijn Hollandse
tijdgenoten door zijn heldere licht en sprekende kleuren. Vermeer bracht
Italiaans licht en kleur in de Hollandse schilderkunst. In de Vermeerzaal
is goed te zien hoe Vermeers doeken tussen zijn tijdgenoten meteen in
het oog springen, naar voren komen en er bovenuit stralen als kleurrijke
lichtbeelden. Als een soort “Italië in Holland”.

Catherine Middleton, de Duchess of Cambridge en echtgenote van prins Wil-
liam, de troonopvolger van het Engelse koningshuis, voor Vermeer’s Meisje
met de Parel in de Vermeerzaal van het Mauritshuis. Aristocratische al-
lure in een aristocratische omgeving. Vermeer’s werk straalt een unieke,
eigen, natuurlijke vorm van innerlijke aristocratie uit. Om de prachtige
woorden van Earl Charles Spencer te parafraseren in zijn beroemde toe-
spraak waarin hij zijn in 1997 op tragische wijze om het leven gekomen
zus Lady Diana herdacht: “Vermeer was someone with a natural nobility,
who was classless and proved that he needed no royal title to continue
to generate his particular brand of magic”.

Terwijl de Corona-pandemie de wereld teistert, zijn het onzekere en moei-
lijke tijden. Het Mauritshuis biedt nu de mogelijkheid om gedurende
tien minuten “Alleen met Vermeer” te zijn. Alsof je in je eentje in een
“Vermeer-bioscoop” zit. Licht, liefde en stilte in een tijd van toene-
mende dreiging, chaos en verwarring. In tijden van duisternis is er het
licht van Vermeer om hoop, troost en inspiratie uit te putten. Het ge-
voel mee te geven van “Alles komt goed”.

Op YouTube is deze video te zien: Vermeer – Gezicht op Delft – Een
introductie:

Op YouTube mag de Haagse zanger Harrie Jekkers in het Mauritshuis een
schilderij uitkiezen om er zelf een lied over te maken. “Godskolere,
wat is dat mooi !” in zijn kenmerkende Haagse tongval is zijn reactie
bij het zien van het Gezicht op Delft:

Ook op YouTube deze video met een andere benadering, die van Marcel
Proust, de beroemde Franse romanschrijver:

George Steiner over “Le Philosophe Lisant” van Chardin en de Stilte van Vermeer

De onlangs op 90-jarige leeftijd overleden Brits-Joodse literatuurweten-
schapper en cultuurfilosoof George Steiner geeft een indringende beschou-
wing over het schilderij “Le Philosophe Lisant” van Chardin in de VPRO-
serie Van de Schoonheid en de Troost van Wim Kayzer uit 2000, geheel
in de geest van Vermeer.

“Concentration
is the natural piety
of the soul”
Malebranche

Le Philosophe Lisant , Jean Simeon Chardin , 1734, Musée du Louvre,
Paris.
Jean Simeon Chardin (1699-1779) wordt wel de achttiende eeuwse franse
Vermeer genoemd. Chardin wordt vaker vergeleken met Johannes Vermeer om
de manier waarop ze beiden op een poëtische manier de intimiteit van het
dagelijkse leven in een binnenkamer hebben weergegeven in hun schilde-
rijen. Vermeer schilderde vooral interieurstukken met figuren, Chardin
maakte naast zijn figuurstukken ook veel stillevens.

George Steiner spreekt in het interview over Chardin:
“De sfeer van stilte. Chardin kan stilte schilderen. Niet veel schilders
kunnen dat. Vermeer kan het nog beter. Hij schildert er een muziekinstru-
ment bij, wat de stilte nog meer benadrukt. Chardin maakt door het licht
de stilte tastbaar. Zoals op dit glorieuze schilderij. Het hangt in het
Louvre. Als ik in Parijs ben, kijk ik altijd even of hij de bladzijde
heeft omgeslagen. Hij neemt zijn tijd”.

Le Philosophe Lisant van Chardin naast de Geograaf van Johannes Vermeer
in Frankfurt. Bij Vermeer speelt het licht een nog grotere rol, bijna als
een zelfstandig personage.
“Chardin heeft de concentratie prachtig gevangen. Dat is wederom wat de
meesters ons leren: Malebranche heeft ooit gezegd dat concentratie de
natuurlijke vroomheid van de ziel is. Dat probeer ik als leraar mijn
studenten in te prenten. Je hoeft niet gelovig te zijn om vroom te zijn.
Je bent ook vroom als je je op iets moeilijks en fascinerends concen-
treert en probeert om het in je op te nemen. We beschouwen zoveel dingen
als vanzelfsprekend, maar de kracht van de verbeelding die van de pagina
afstraalt, blijft me diep verbazen.”

Vermeer heeft merkwaardigerwijs nooit een figuur afgebeeld, die een boek
leest. Rembrandt vele malen. Het lezen van een boek zou heel vanzelfspre-
kend in Vermeer’s beeldidioom passen. De vrouwen van Vermeer lezen en
schrijven hun liefdesbrieven. De kamergeleerden bij Vermeer bestuderen
een hemelglobe of zijn met landkaarten en een passer bezig. Voor Vermeer
staat de liefde boven de wetenschap.
Ja, er komen wel degelijk boeken voor in Vermeer’s schilderijen, met name
in zijn late periode. Het lezen van een boek is voor hem echter nooit een
op zichzelf staand onderwerp voor een schilderij. Wellicht achtte hij een
boek in artistiek opzicht en als stillevenvoorwerp niet interessant ge-
noeg als centraal beeldelement en verkoos hij liever een kostbare fraaie
hemelglobe, zoals hier in De Astronoom uit het Louvre. Als kunstverzame-
laar had hij een geoefend oog en voorkeur voor mooie en zeldzame dingen.
We weten dat Vermeer zich wel als kunstenaar in zijn beeldconcepten di-
rect liet inspireren door emblemata-boeken, zoals Ripa’s Iconologia en
Otto Vaenius’ Amorum Emblemata.

Bij Rembrandt is het lezen van een boek een regelmatig terugkerend mo-
tief. Zoals in dit schilderij: Oude Vrouw Lezend. Of de beroemde Lezende
Oude Vrouw van zijn leerling Gerrit Dou, de Leidse fijnschilder.
De bijbellezende vrouwen van Rembrandt doen mij altijd aan mijn eigen
moeder denken…..

“Alles wat ik in mijn werk probeer te doen, en wat ik als leraar en als
mens heb proberen door te geven, vind je terug in het schilderij ‘Le phi-
losophe lisant’ van Chardin. Alles in dat schilderij heeft te maken met
het wonder en het mysterie van het lezen” , aldus George Steiner. Le Phi-
losophe Lisant van Chardin lijkt met name geïnspireerd door Rembrandt.
Het is zelfs zeer de vraag of Chardin in de eerste helft van de acht-
tiende eeuw überhaupt ooit originele werken van Vermeer met eigen ogen
gezien heeft, hoewel de artistieke verwantschap onmiskenbaar is.


Malebranche: “Concentration is the natural piety of the soul “ – Concen-
tratie, aandacht is de natuurlijke vroomheid van de ziel.
Dit prachtige citaat van de franse filosoof Malebranche, aangehaald door
George Steiner in zijn bespreking van het schilderij Le Philosophe Li-
sant van Chardin, raakt voor mij de kern van de schoonheid van Vermeer:
“In quiet light and concentration”. Concentratie als een natuurlijke
zone, waarin de ziel onopzettelijk en ongezien in een zuivere toestand
van aandacht zichzelf kan zijn. De wereld van Vermeer is voorbij alle
woorden. Alles draait om kijken. Alles is licht. “Vermeer is licht”.

Bij de Dentellière van Vermeer moet ik altijd denken aan mijn allereerste
vriendin Ellie…….

“Anagnorisis – the shock of recognition, the comet light, the flash……
it happens, a moment, an epiphany……. when the light shines through life”,
om Steiner nog eens aan te halen. Voor veel Vermeer-liefhebbers is Ver-
meer liefde op het eerste gezicht en een liefde voor het leven.


Bij Vermeer is er altijd sprake van een handeling in meditatieve stilte,
van actie binnen contemplatie. Stilte en concentratie, die in een straal
van licht bijna tastbaar worden.
Hij wisselt staande en zittende figuren af. Staan is een actieve houding,
zitten een meer contemplatieve houding. Vermeer’s figuren zijn verstild,
maar altijd verdiept in een actieve bezigheid. Wakker, alert. Ze stralen
een positieve, helder aandachtige, sprankelend verstilde energie uit.
Heel erg Zen. Een alledaagse handeling wordt tot een bijna religieus
ritueel. Vermeer’s kunst lijkt een geschilderde definitie van een ul-
tiem levensideaal: het leven is licht, kleurrijk en doorzichtig.

Vermeer’s kleine Dentellière in het Louvre in Parijs is een wonder van
licht en concentratie.
In veel figuurstukken van Vermeer kruisen twee grote diagonalen elkaar
in het beeldvlak; de diagonaal van het licht en die van de concentratie.
Een eenvoudig maar heel mooi en effectief compositieschema. Andere klas-
sieke voorbeelden zijn De Melkmeid en de Dame met Weegschaal. De licht-
diagonaal volgt de lichtstraal, die vanuit het hoge raam schuin naar
beneden de kamer instroomt. De concentratiediagonaal volgt de blikrich-
ting vanuit de vrouw, van haar ogen via haar handen naar het stilleven.
Deze twee diagonalen vormen de ruggegraat van een typische Vermeer.

Een paar losse citaten van George Steiner in een artikel in The Guardian
naar aanleiding van de tentoonstelling Vermeer and the Delft School in de
National Gallery in Londen in 2001:
“Stratford, Eisenach, Delft: the provincial, the small communities from
which spring the titans – a Shakespeare, a Bach, a Vermeer”.
Mijn persoonlijke “helden” zijn allen kunstschilders, die in de betrek-
kelijke luwte van een kleine provinciestad hun meesterwerken schilderden:
Vermeer in Delft, Cézanne in Aix, Georges de la Tour in Luneville, Edward
Hopper in Cape Cod, Morandi in Bologna.

“The production in Delft of illuminated manuscripts dating back to the
fourteenth century can be felt to anticipate Vermeer’s concentration on
‘the holiness of the minute particular'”.
“Time Sanctified” is de mooie titel van een publicatie van Roger Wieck
over middeleeuwse getijdenboeken; woorden, die ook van toepassing zijn
op Vermeer: een straaltje melk, dat voor altijd blijft stromen in een
eeuwig geheiligd ogenblik – Time Sanctified.

“Yet time and again, one returns to Vermeer with a distinct sense of
the incomparable. Paintings such as The Milkmaid of 1657, his masterpiece
The Art of Painting of the mid-1660s or the Girl With a Pearl Earring
have been written about prodigally by historians of art, by critics, by
men and women spellbound. They continue to defy paraphrase of any kind,
even in Proust. They suggest privacies, domesticities of the human soul
seemingly inaccessible to others”.

“There is an aura of concentrated peace, a gathering of light, which are
perhaps matchless”.
George Steiner heeft ook een waarschuwend woord voor de artistieke
crisis in de hedendaagse doorgedraaide kunstwereld, waar geld en hebzucht
het lijken te winnen van echte kwaliteit en creativiteit:
“But there is sadness as well, and an intimation of irreparable loss.
What would Vermeer make of the brutal trash, of the self-advertising cli-
chés which currently pass for art? Just what has made impossible for us
the creation, the communication of the weight, of the radiance of things
and of their human custodians so abundant in Vermeer?
Whom are we fooling but ourselves?”

Misschien ligt een begin van een antwoord op deze vraag besloten in de
woorden van de grote duitse schrijver Johann Wolfgang von Goethe:

“Der Humor ist eins der Elemente
des Genies,
aber sobald er vorwaltet,
nur ein Surrogat desselben;
er begleitet die abnehmende Kunst,
zerstört, vernichtet sie zuletzt”

“De humor is een der elementen
van genialiteit;
maar zodra hij alles overheerst, slechts
een surrogaat ervan;
hij vergezelt de afnemende kunst,
vernielt ze, vernietigt ze ten slotte”

Of zoals Israel Zohar het verwoordt:
“Sadly the concept of the ideal has disappeared from modern life”.


In mijn eigen woorden: deze tijd heeft meer “Vermeer” nodig, maar is niet
meer in staat “Vermeer” voort te brengen; of zoals Paul Simon zingt: “we
believe we’re gliding down the highway, when in fact we’re slip-sliding away”.
Internet-humor is leuk voor een keer, maar oppervlakkigheid gaat snel
vervelen. “Banality” van Jeff Koons is een handig kunstmarketing-product
van een geldgedreven decadente kunstmarkt, waarin artistieke kwaliteit en
integriteit er steeds minder toe doen. Bepaald geen kunst waar toekom-
stige generaties naar zullen opzien……. George Steiner slaat de spijker
op z’n kop: “Whom are we fooling but ourselves ?”

Deze video is te zien op YouTube met George Steiner over het schilderij
“Le Philosophe Lisant” van Chardin uit de VPRO-serie Van de Schoonheid
en de Troost van Wim Kayzer uit 2000:

Vermeer en Muziek – De Kunst van Liefde en Troost

In 2013 was in de National Gallery in Londen een mooie kleine tentoon-
stelling te zien: “Vermeer & Music – The Art of Love and Leisure” met
Vermeer-schilderijen van op muziek geïnspireerde taferelen, waaronder de
zelden uitgeleende Gitaarspeelster uit Kenwood House bij Londen.

“Music finds her way
into the secret places
of the soul”
Plato

Mooie jonge musicerende vrouwen waren een geliefd onderwerp voor Vermeer.
Hun muziekinstrumenten zijn vaak kunstwerken op zichzelf, met name de
Rückers-clavecimbels uit Antwerpen.
Muziek is voor Vermeer een uiting van liefde in de geest van Shakespeare:
“If music be the food of love, play on”. Voor Vermeer is muziek ook een
intieme ervaring, die het best genoten wordt in eenzaamheid of in gezel-
schap van een geliefde of klein gezelschap met een verfijnde smaak.
Alle muziekinstrumenten zijn door Vermeer met grote zorg en precisie
afgebeeld met alle details en sierelementen.

Deze barok gitaar is een moderne replica naar een origineel van de
franse gitaarbouwer René Voboam uit 1641, rijkelijk versierd met ivoor,
ebbenhout en parelmoer. Het klankgat bevat een ornament-rozet van
meerdere lagen kunstig uitgesneden papier. René Voboam was de
stichter van een gerenommeerde dynastie van franse gitaarbouwers.

De gitaarspeelster heeft haar blik gericht naar opzij; zij speelt voor
een voor de beschouwer niet zichtbare man in dezelfde kamer. De vijf-
snarige gitaar was vooral een solo-instrument. De gitaar was in het
zeventiende eeuwse Holland van Vermeer nog een vrij zeldzaam, nieuw
muziekinstrument, in die tijd nog lang niet zo gemeengoed als vandaag
de dag.

De vorm van de luit is weinig veranderd sinds haar opkomst als snaar-
instrument. Veel instrumenten zijn vervaardigd door Venetiaanse luit-
bouwers, tussen 1630 en 1650. Ook de hier afgebeelde luit is een moderne
replica. Vermeer heeft in zijn Luitspeelster in New York gekozen voor het
moment dat ze de luit aan het stemmen is. Al haar aandacht is gericht
op het vinden van de zuivere toon. Voor de tafel ligt een viola da gamba,
een stille liefdes-hint naar een afwezige man, met wie ze op de juiste
toonhoogte verlangt te komen in de liefde. Bij Vermeer is muziek altijd
een metafoor voor de liefde. “Amor docet Musicam” – de liefde is de
leermeester van de muziek.

De mandoline is terug te vinden in De Liefdesbrief van Vermeer in het
Rijksmuseum in Amsterdam; het enige schilderij, waarin Vermeer een brief-
scene combineert met een muziek-scene. Tijdens het spelen op haar mando-
line ontvangt de dame van haar dienstbode een liefdesbrief. Ze lijkt te
vragen van wie de liefdesbrief afkomstig is. Vermeer blijft altijd raad-
selachtig in zijn scenes, vatbaar voor meerdere interpretaties in plaats
van een éénduidige betekenis. Hij roept liever vragen op, dan antwoorden
te geven. Ongrijpbaar als een geheim, vandaar zijn bijnaam “de Sfinx van
Delft”.

Op meerdere schilderijen van Vermeer komt de viola da gamba voor; het
meest prominent op de voorgrond van de Zittende Clavecimbelspeelster in
Londen. De viola da gamba wordt veelal bespeeld door een heer. Het clave-
cimbel is het domein van de dame. Als symbool voor de afwezige man ligt
de viola da gamba in veel Vermeer-schilderijen onbespeeld op de grond of
in een hoek. De afwezigheid van de mannelijke minnaar is onzichtbaar,
maar voelbaar voor de juiste verstaander. De Koppelaarster van Baburen
op de achtergrond is een hint dat de dame aan het clavecimbel naar méér
verlangt dan een louter muzikaal duet met de afwezige bespeler van de
viola da gamba……..

In de Staande Clavecimbelspeelster in Londen is een clavecimbel te zien
met een landschapschildering op het sierdeksel. De kast en het onderstel
zijn gemarmerd. Met name in de Staande Clavecimbelspeelster valt de
strakke geometrische compositie op, bijna een Mondriaan avant la lettre.
In de klassieke muziek is de componist een zelfstandige schrijver van
muziekstukken op papier in notenschrift, los van de uitvoerende musicus.
In de schilderkunst is die tweedeling er niet: componist en uitvoerende
zijn één in het schilderij zelf. Vermeer komt als “beeldend componist”
in zijn composities dicht bij de componist in de muziek: kleuren als
toonakkoorden, zuiverheid van toonladders en grondtoon waarin een werk
gezet is, vlakverdeling als muziekstructuur, strak ritme, abstracte
verdeling van “licht-noten”. Wat geluid is in de muziek, is bij Ver-
meer het licht zelf en de vloei van het licht is de melodie. Onder de
grote meesters in de schilderkunst scoort Vermeer als een van de aller-
grootsten op het gebied van de compositie. In dat opzicht is hij de Bach
of Mozart van de schilderkunst en benadert hij soms de abstracte schoon-
heid en universele taal en zeggenskracht van de muziek zelf. Zelf vind
ik Vermeer conceptueel ook heel goed passen bij de Goldberg Variaties
van Bach of de Nocturnes van Chopin.

Het (gestolen) Concert in Boston is het enige Vermeer-tafereel, waarin
daadwerkelijk door meerdere mensen gezamenlijk gemusiceerd wordt. Het
prachtig uitgelichte jonge meisje zit aan het klavier aan de korte zijde
van een clavecimbel in de vorm van een vleugel, waarvan het sierdeksel
verluchtigd is met een arcadische landschapschildering. De man bespeelt
een luit en de staande vrouw slaat zacht de maat en lijkt te zingen vanaf
een stuk bladmuziek of liedboekje in haar hand. Boven haar hangt het
schilderij De Koppelaarster van Van Baburen, wat de scene een erotische
lading geeft. “ If music be food of love……”

Op De Muziekles van Vermeer in de Royal Collection in Londen is een cla-
vecimbel te zien van de beroemde clavecimbelbouwer Hans Rückers uit Ant-
werpen. Het latijnse opschrift op het sierdeksel luidt: “Musica Letitiae
Comes Medicina Dolorum” – “Muziek is de metgezel van de vreugde en het
medicijn tegen de smarten”.
Bovenstaand clavecimbel is een door mijzelf gebouwde replica naar een
Rückers-clavecimbel, bedoeld voor tableau vivant-fotoshoots, niet als
muziekinstrument.
De gangbare interpretatie van de scene is dat de wat oudere man naast
het clavecimbel haar muziekleraar is, vandaar de titel: De Muziekles.
Maar Vermeer geeft de scene een dubbelzinnige onderhuidse spanning mee,
door in het spiegelbeeld te onthullen dat de jonge vrouw naar hem kijkt
en dat zijn hand dicht bij de hare ligt op de rand van het clavecimbel.
“There’s something happening here; what it is ain’t exactly clear”.
Vermeer laat altijd iets ongewis te raden over als het over de liefde
gaat.

De clavecimbels die gebouwd werden door Rückers in Antwerpen waren in
heel Europa bekend, niet alleen vanwege hun mooie klank, maar ook vanwege
hun prachtige versieringen en decoraties. Kenmerkend voor Rückers is het
gestileerde siermotief van de dolfijntjes. In Museum Vleeshuis in Ant-
werpen is een fraaie collectie zeventiende eeuwse clavecimbels te zien.
Constantijn Huygens kocht in 1648 zo’n clavecimbel voor de aanzienlijke
som van 300 gulden. Mogelijk heeft Vermeer het kostbare instrument met
eigen ogen bewonderd in Hofwijck bij Voorburg in het huis van de be-
roemde dichter-componist-geleerde. “Oogentroost” is een beroemd gedicht
van Constantijn Huygens en vat in één woord de kern van de schilder-
kunst van Vermeer samen: “Ogentroost”.

Liefdesliederen waren de publieksfavorieten in de muziek van de Gouden
Eeuw: eenvoudig, aanstekelijk en enorm populair. Er ontstond met name in
Amsterdam een levendige handel in liederenboekjes met liefdesliedjes,
vergelijkbaar met de popmuziek uit de jaren ’60 en ’70 in de vorige eeuw.
Zoals in het liefdesliederenboekje “Den nieuwen verbeterden Lust-hof”
van Michiel Vlacq.

Het kleine paneeltje Meisje met Fluit in Washington (niet in deze ten-
toonstelling) heeft zeker de looks van een echte Vermeer, maar de fluit
is niet overtuigend weergegeven, mogelijk overschilderd door een latere
schilder. In de tentoonstelling speelt een jonge vrouw dwarsfluit voor
de Music Lesson van Vermeer in een film over de expositie Vermeer &
Music in de National Gallery in Londen.

Naar aanleiding van deze tentoonstelling zijn muziek-cd’s uitgegeven met
barok-muziek uit de tijd van Vermeer, uitgevoerd met historische muziek-
instrumenten als luit en clavecimbel.

Beelden van de tentoonstelling Vermeer & Music met daartussen een foto
in mijn eigen “Vermeer”-atelier met kostuummodel Merel van den Nieuwenhof
voor de door mijzelf gebouwde “dummy”- replica van een Rückers-
clavecimbel.

De official trailer van de film “Exhibition on Screen – Vermeer &
Music” is hier te zien op YouTube:

Deze YouTube-video van Ton Koopman laat horen hoe het clavecimbel
klinkt in een Menuet van Johann Sebastian Bach. De muziek van Bach
heeft dezelfde onverstoorbare tijdloze schoonheid als de schilderijen
van Vermeer. Bach werd pas tien jaar na de dood van Vermeer geboren,
in 1685. Maar zijn muziek zou heel goed en passend klinken in de
heldere, geometrische interieurs van Vermeer, met haar bijna
wiskundige structuur, ordening en maatvoering. Koopman is een
gepassioneerd pleitbezorger van het spelen op historische muziek-
instrumenten uit de tijd van Bach zelf, zoals het clavecimbel.
Bach zoals Bach het zelf heeft bedoeld.

In deze YouTube video met Ton Koopman op clavecimbel en Jordi
Savall op viola da gamba is de combinatie van deze twee instru-
menten uit Vermeer’s Muziekles te beluisteren, ook in muziek van
Bach:

“Grand Tour”- Rondreis langs alle Vermeer-musea

Een virtuele rondreis van alle musea in Europa en de Verenigde Staten,
die een of meerdere Vermeer-schilderijen in hun collectie hebben. In
z’n eentje heeft Vermeer een kunstschat bij elkaar geschilderd, die
deel uitmaakt van het culturele werelderfgoed. Een blijvende bron van
troost en schoonheid in deze onzekere tijden.

“There is an aristocracy of the sensitive.
They represent the true human tradition
of permanent victory over cruelty and chaos”
E.M. Forster

De Grand Tour was een rondreis langs de kunstschatten in Europa (met
name Italië) en was in de 18e tot in het begin van de 20e eeuw voor
mannelijke adolescenten uit de Europese upper class een bijna verplicht
onderdeel van hun vorming. Het leren kennen en waarderen van de (met
name klassieke) kunsten werd beschouwd als een onderdeel van de gegoe-
de opvoeding.

Mijn favoriete Vermeer-musea zijn de kleinere musea met topcollecties
in voormalige landhuizen of residenties als Het Mauritshuis in Den Haag
en Kenwood House in Londen. Vermeer-schilderijen zijn bedoeld voor pri-
vate woonhuizen van welgestelde burgers. In rijke, maar intieme inte-
rieurs, waar de menselijke maat prevaleert, komt hun uitstraling van
innerlijke aristocratie het best tot haar recht. In zalen met kale muren
in de grote musea ogen ze vaak wat verweesd, buiten hun natuurlijke
habitat.

In Europa bevinden zich 22 Vermeer-schilderijen in collecties van top-
musea in overwegend Noord-Europese steden. Grote schilderijenmusea in
Italië en Spanje hebben niet één Vermeer.

In het Haagse Mauritshuis bevinden zich twee wereldberoemde Vermeers:
Het Meisje met de Parel en Het Gezicht op Delft, twee ikonen van de wes-
terse schilderkunst. De blik in de ogen van het Meisje met de Parel is
voor menig Vermeer-liefhebber liefde op het eerste gezicht. Met het
Gezicht op Delft begon de herontdekking van Vermeer door de fransman
Théophile Thoré- Bürger. Het heeft de frisheid en levensechtheid, alsof
men door een raam naar buiten kijkt. De derde Vermeer in de collectie
is een vroeg mythologisch werk: Diana en haar Gezellinnen in een
Italiaanse stijl.

Vermeer is in het Rijksmuseum in Amsterdam vertegenwoordigd met vier
absolute meesterwerken: De Melkmeid, De Brieflezende Vrouw in Blauw,
Het Straatje, en De Liefdesbrief. Op de website van het Rijksmuseum
zijn de vier schilderijen van Vermeer in hoge resolutie te bewonderen.

In het Musée du Louvre in Parijs zijn Vermeer’s publiekslieveling De
Kantkloster en De Astronoom (uit de Collectie Rothschild) voorbeelden
van licht en concentratie.

The National Gallery in Londen herbergt de nationale collectie van West-
Europese schilderkunst, waaronder twee late Vermeers: De Staande Clave-
cimbelspeelster en De Zittende Clavecimbelspeelster. De twee schilde-
rijen lijken bedoeld als pendanten.

In de Royal Collection of the Queen in Buckingham Palace in Londen be-
vindt zich De Muziekles van Vermeer, een schilderij dat zich bij uitstek
leent voor een perspectief reconstructie van de studio, waarin Vermeer
zijn interieurschilderijen ensceneerde. Zoals die van Prof. Philip
Steadman in zijn publicatie “Vermeer’s Camera” en in de film “Tim’s
Vermeer” van Tim Jenison.

In Kenwood House, een prachtig neoklassiek landhuis in een groene
engelse landschapstuin ten noorden van Londen, is Vermeer’s late en
uitstekend bewaard gebleven Gitaarspeelster te zien; de enige Vermeer
die nog op zijn oorspronkelijke houten spanraam zit. In dit soort
omgeving komt de klasse van Vermeer het best tot zijn recht.

In de collectie van de National Gallery of Scotland, in het centrum van
Edinburgh, bevindt zich Vermeer’s Christus bij Martha en Maria, een
vroeg religieus werk.

In Dublin is in the National Gallery of Ireland de schitterende
Briefschrijvende Dame met haar Dienstbode te zien, een laat meesterwerk
van Vermeer. Afkomstig uit de Beit-collection in Russborough House in
Blessington, waar het tot twee keer toe gestolen werd door de IRA en
gelukkig beide keren weer in goede staat teruggevonden.

De Gemäldegalerie in de Staatliche Museen in Berlijn herbergt twee
schilderijen van Vermeer: Het Parelsnoer en Het Glas Wijn. Het Parel-
snoer van Vermeer bevond zich in 1866 in de privé-collectie van Théo-
phile Thoré-Bürger, de “herontdekker” van Vermeer.

In Dresden bevinden zich Vermeer’s Brieflezende Vrouw aan het Raam en
De Koppelaarster in de Gemäldegalerie der Alten Meister in de Staatliche
Kunstsammlungen in het prachtige oude Zwinger-paleis. De Briefleserin
is momenteel in een ingrijpende restauratie, waarbij een door Vermeer
bedoeld – en naar verluidt later door anderen overschilderd – Cupido-
schilderij blootgelegd wordt.

Het Herzog Anton Ulrich Museum in Braunschweig is een van de oudste
Europese musea en bewaart een minder bekend maar fraai topstuk van Ver-
meer: Meisje met Glas Wijn. De blauwe kleurschakeringen in de witte
partijen zijn voor de Vermeerliefhebber van een adembenemend delicate
schoonheid.

Het Städel Museum in Frankfurt-am-Main heeft één Vermeer in de collec-
tie: “De Geograaf”, waarschijnlijk een pendant van De Astronoom in het
Louvre in Parijs. In de blik van de geleerde lijkt een“eureka-moment”
op te lichten. Een moment van “verlichting”. Een nieuw inzicht. De
Geograaf van Vermeer doet mij denken aan een uitspraak van de Ameri-
kaanse lichtkunstenaar James Turrell: “Light is not so much something
that reveals, as it is itself the revelation”

Alleen al om het absolute meesterwerk van Vermeer – De Schilderkunst –
te zien in het Kunsthistorisches Museum, loont het zich de moeite om
naar Wenen af te reizen. Vermeer heeft het altijd in eigen bezit gehou-
den en beschouwde het zelf als zijn meesterwerk.
Het is afkomstig uit de collectie Czernin en hing tijdens WO II boven
het bureau van Adolf Hitler, een schilderij met een bewogen geschie-
denis dus. Nazaten van de familie Czernin zijn verwikkeld in een
teruggaveclaim-proces.

Aan de Oostkust van de Verenigde Staten liggen drie steden met Vermeer-
musea: Washington, New York en Boston, samen goed voor 12 Vermeers
+1 (gestolen).

Het Metropolitan Museum of Art in New York heeft het hoogste aantal
Vermeers in de wereld, namelijk vijf: De Luitspeelster, Studie van
een Jonge Vrouw, Vrouw met Waterkan, Slapende Meid aan een Tafel en
de Allegorie op het Geloof. Het museum speelt een hoofdrol in de
speelfilm All The Vermeers in New York van Jon Jost uit 1990. De
Vrouw met Waterkan is wel de mooiste Vermeer van The Met. Curator
Walter Liedtke, een vooraanstaand Vermeer-kenner met veel Vermeer-
publicaties op zijn naam, kwam in 2015 op tragische wijze om het
leven bij een treinongeluk. Het Metropolitan Museum vormt samen met het
aangrenzende Central Park een weldadig rustpunt in de bruisende City
That Never Sleeps. Vermeer in New York heeft iets van het Stille Oog
temidden van een razende orkaan.

Aan Fifth Avenue in New York ligt de voormalige residentie van de Ameri-
kaanse industrieel Henry Clay Frick, die een van de kleine top-musea in
de wereld huisvest, met een schilderijencollectie van uitzonderlijke
kwaliteit. De Frick Collection heeft drie Vermeers in haar bezit:
De Soldaat en het Lachende Meisje, Dame en Dienstbode en Onderbreking
van de Muziekles. Wie deze Vermeers wil zien, moet afreizen naar New
York, want Frick leent nooit schilderijen uit voor tijdelijke tentoon-
stellingen elders.

De National Gallery in Washington beheert de schilderijencollectie van
Andrew W. Mellon en bevat vier Vermeers: Dame met Weegschaal, Brief-
schrijvende Dame in Geel, Meisje met Rode Hoed, Meisje met Fluit.
Curator van West-europese schilderkunst is Arthur K Wheelock, drij-
vende kracht achter veel grote Vermeer-exposities. Het museum heeft
een mooie website met hoge resolutie opnamen van de Vermeers, met
aanvullende informatie over herkomstgeschiedenis, tentoonstellings-
geschiedenis, uitgebreide bibliografie en gegevens van materiaal-
technisch onderzoek.


In de Dutch Room in het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston
hangt op de plek, waar ooit Vermeer’s prachtige Concert te bewon-
deren was, slechts een lege schilderijlijst. Een stille getuige van
een brute kunstroof uit 1990. Ook na 30 jaar is er geen spoor van
het schilderij teruggevonden en moet gevreesd worden dat het schil-
derij als verloren moet worden beschouwd.
Het is de enige Vermeer, die ik nooit met eigen ogen heb kunnen
zien. Arthur Brand, een kunstdetective met een grote reputatie in
het boven water krijgen van gestolen kunst, heeft van deze zaak
zijn topprioriteit gemaakt. Vooralsnog helaas zonder resultaat.


Vermeer komt het best tot zijn recht in een omgeving van aristo-
cratische allure, zoals in het grachtenpand van vader en zoon
Jan Six aan de Amstel in Amsterdam, directe nazaten van voorvader
Jan Six, wiens door niemand minder dan Rembrandt zelf geschil-
derde portret in de salon hangt bij het raam, in daglicht.
De private collectie Six omvatte ooit ook Het Melkmeisje en
Het Straatje van Johannes Vermeer, die op deze plek veel mooier
tot hun recht zouden komen, dan op hun huidige plek in de grote
Eregalerij van het Rijksmuseum.

Van de film “Mijn Rembrandt” van Oeke Hoogendijk, waarin ook vader
en zoon Jan Six een rol spelen, is de trailer te zien op YouTube:

De Grote Vermeer Tentoonstelling in het Haagse Mauritshuis in 1996

Van 1 maart t/m 2 juni 1996 was in het Haagse Mauritshuis de grootste
Vermeer-tentoonstelling ooit te zien met maar liefst 23 van de 35 Ver-
meers samengebracht. Het zeventiende eeuwse stadspaleis Het Mauritshuis
was als een juwelendoos, waarin de edelstenen van Vermeer konden fon-
kelen in schoonheid. Vermeer en het Mauritshuis vormen samen een vol-
maakte zeventiende-eeuwse stijleenheid. Een unieke tentoonstelling,
waarvan hieronder een reconstructie.

“There’s a train
that’s heading straight
to heaven’s gate
to heaven’s gate”
Johnny Cash

In samenwerking met de National Gallery of Art in Washington was
in 1996 de grote Vermeer-tentoonstelling te zien in het Mauritshuis in
Den Haag. In geen enkel ander museum komen de schilderijen van Vermeer
zo goed tot hun recht als in het Haagse Mauritshuis aan de Hofvijver,
voornaam en aristocratisch en toch warm, intiem en naar de menselijke
maat. Vermeer schilderde zijn beste werken voor één welgestelde
mecenas: Pieter van Ruyven, als een besloten schilderijen-paradijs
in een rijk patriciërshuis in Delft. Ik ben erg gecharmeerd van in-
tieme kabinetten-musea als het Mauritshuis.

Zo zijn de Vermeer-schilderijen bedoeld: om te hangen in het daglicht
bij een raam in een salon in een statig woonhuis, waarbij het licht
van de zelfde richting komt als het licht in het schilderij zelf. In
het koele daglicht komen de blauwen van Vermeer’s Melkmeisje mooi tot
hun recht.

Ik hou van de klassieke eenvoud van de zaalbeelden in het Mauritshuis.
Vermeer heeft de toeters en bellen van snelle schreeuwerige vormgeving
en publiciteit niet nodig. De tijdloze schoonheid van Vermeer
“verkoopt” zichzelf.

Het TV-programma Kunstmest met presentatrice Mieke van der Weij had
destijds een aardig item, waarin zij samen met Vermeer-liefhebber Han
Carpay, in het dagelijkse leven gewoon werkzaam bij de bloemenveiling
in Aalsmeer, de grote Vermeer-tentoonstelling in het Mauritshuis be-
zoekt. Hier bij de Vrouw met Waterkan uit New York.

Frits Duparc, toenmalig directeur van het Mauritshuis, kijkt naar de
prachtige Lady Writing a Letter with her Maid uit Dublin, voor veel be-
zoekers een verrassend hoogtepunt in de tentoonstelling. Het straalt een
innerlijke adeldom en aristocratie uit. Samen met Arthur Wheelock,
curator van de National Gallery of Art in Washington, was Frits Duparc
de drijvende kracht achter de grote Vermeer-tentoonstelling in
Washington en Den Haag in 1995-1996.

Een reconstructie van de zaalindeling in vijf zalen in het Mauritshuis:
Zaal 1: Martha en Maria, Diana, Sint Praxedis
Zaal 2: Blauwe Brief, Braunschweig Wijnglas, Melkmeisje, Muziekles,
Straatje, Gezicht op Delft
Zaal 3: Waterkan, Weegschaal, Meisje met Rode Hoed, Meisje met Fluit,
Briefschrijfster in Geel, Meisje met Parel, Parelsnoer
Zaal 4: Dublin Vermeer, Liefdesbrief, Geograaf, Kantkloster
Zaal 5: Staande Clavecimbelspeelster, Zittende Clavecimbelspeelster,
Allegorie op het Geloof
NB: Sommige schilderijen wisselden gedurende de tentoonstellings-
periode van plek.

Schilderijlijsten.
Alle drie-en-twintig schilderijen zijn hieronder afgebeeld inclusief
hun originele lijst. Eenvoudige strakke ebbenhouten baklijsten doen het
vaak goed bij Vermeer; de aandacht gaat dan meer uit naar het schilde-
rij zelf dan bij vergulde barokke ornamentlijsten. De schilderijen in
de onderstaande afbeeldingen zijn niet op relatieve grootte/schaal
afgebeeld, omdat de Vermeer-formaten nogal uiteenlopen van heel klein
naar heel groot. Het Meisje met Fluit is een postzegel naast de
wandvullende Martha en Maria uit Edinburgh.

Zaal 1: Christus bij Martha en Maria, Diana en haar Gezellinnen, Sint
Praxedis.
Zaal 1 laat de Vroege Vermeer zien met het grote formaat van de Martha
en Maria uit Edinburgh als imposante entree. De Diana is vaste collectie
van het Mauritshuis in de Vermeer-zaal. De echtheid van de Sint Praxedis
wordt nog steeds door veel Vermeer-kenners in twijfel getrokken.

Zaal 2: Het Melkmeisje, Het Glas Wijn, Brieflezende Vrouw in Blauw,
De Muziekles, Het Straatje, Gezicht op Delft
Zaal 2 zou de Hollandse zaal kunnen heten. Het Melkmeisje, Het Straatje
en Het Gezicht op Delft zijn uitgegroeid tot oer-hollandse ikonen. Het
Braunschweig Glas Wijn en de Muziekles uit de Royal Collection in Lon-
den gaan heel erg over het perspectief en het construeren van een
overtuigende ruimtewerking door middel van perspectief. In de Muziek-
les is het perspectief overtuigender geslaagd dan in het Braunschweig
stuk. Met name toenmalig restaurator van het Mauritshuis Joergen Wadum
heeft Vermeers methode van “pin and strings” om zijn perspectief te
construeren overtuigend aangetoond. De franse schrijver Marcel Proust
beschouwde Vermeers Gezicht op Delft als het “mooiste schilderij ter
wereld”.

Zaal 3: Vrouw met Waterkan, Vrouw met Weegschaal, Meisje met Fluit,
Meisje met Rode Hoed, Het Parelsnoer, Meisje met de Parel, Briefschrijf-
ster in Geel
Zaal 3 is de “Zaal van de Meisjes”, het hart van de tentoonstelling.
Vermeer is de schilder van “een jonge vrouw, mooi in het licht gezet
bij het raam”.
De Vrouw met Waterkan uit New York en de Dame met Weegschaal uit
Washington zijn misschien wel de mooiste Vermeers in de Verenigde
Staten. Het Parelsnoer uit Berlijn en Briefschrijvende Dame in Geel
uit Washington tonen allebei het bekende satijnen gele jakje afgezet
met hermelijnbont.
De kleine paneeltjes Meisje met Rode Hoed en Meisje met Fluit uit
Washington ogen sterk als “Camera Obscura-schilderijen”, net als de
Kantkloster uit Parijs. Zaal 3 zou je ook de “camera obscura-zaal”
kunnen noemen. De kleine schilderijtjes hebben het formaat en uit-
straling van het lichtbeeld in het matglas van een primitieve camera
obscura, met die kenmerkende optische beeldeigenschappen, die sterk
aan de vroege fotografie met 19e eeuwse platen-camera’s doen denken.
Een soort geschilderde Daguerrotypieën.
Het Meisje met de Rode Hoed werd gekozen als leadbeeld voor het
tentoonstellingsaffiche. De authenticiteit van het Meisje met Rode
Hoed is ook niet onomstreden. Het Meisje met Fluit droeg het bij-
schrift “omgeving van Vermeer”. Persoonlijk beschouw ik de Rode
Hoed als een echte Vermeer, omdat het een topwerk is. Beide paneel-
tjes kwamen al in 1822 aan het licht, lang voor “herontdekking” van
Vermeer door Bürger-Thoré en de latere wereldroem van Vermeer; dus
voor vervalsers was de toen nog anonieme Vermeer voor 1822 niet
interessant om lucratief te zijn. Voor een navolger van Vermeer is
de trefzekere meesterhand in de Rode Hoed eenvoudigweg té goed;
in het Meisje met de Fluit zijn wel zwakkere passages (latere
overschilderingen?) aan te wijzen, al zit er wel de uitstraling
en het licht van Vermeer in.

Het wereldberoemde Meisje met de Parel was in deze tentoonstelling
afwijkend ingelijst in een zwarte ebbenhouten lijst in plaats van de
vergulde barokke ornamentlijst, waarin het schilderij doorgaans in de
vaste opstelling in de Vermeer-zaal in het Mauritshuis te zien is.

Zaal 4: Briefschrijvende Dame met Dienstbode, De Liefdesbrief, De
Geograaf, De Kantkloster
Zaal 4 is vol stille concentratie, een wezenskenmerk van Vermeer.
De Briefschrijvende Dame met Dienstbode uit Dublin behoort tot Vermeers
topwerken, van aristocratische allure, voor mij destijds een revelatie.
De Liefdesbrief uit het Rijks toont een voor Vermeer zeldzaam
“doorkijkje”. Vermeer was een vrouwenschilder bij uitstek. De
Geograaf uit Frankfurt is een uitzondering: het schilderij toont
een geleerde man, alleen in zijn studeerkamer. Het schilderij is een
pendant van de Astronoom uit Parijs (niet in deze tentoonstelling).
De kleine Kantkloster uit Parijs is een wonder van concentratie.
Renoir beschouwde de “Dentellière” uit het Louvre als het mooiste
schilderij ter wereld…..

Zaal 5: Staande Clavecimbelspeelster, Zittende Clavecimbelspeelster,
Allegorie op het Geloof
Zaal 5 toont De Late Vermeer. Van de twee clavecimbel-werken uit Londen
springt de heldere geometrische orde van de Staande Clavecimbel-
speelster in het oog, als een “17e eeuwse Mondriaan”. De Allegorie op
het Geloof uit New York werd door een criticus van de tentoonstelling
omschreven als “een draak van een schilderij”……
Vermeer lijkt zichzelf niet te zijn in dit schilderij, een wegens
geldgebrek aanvaarde opdracht van de Jezuïetenkerk misschien ? Deze
katholieke schuilkerk stond niet ver van het woonhuis van Vermeer aan
de Oude Langendijk in de “Papenhoek”van het overwegend protestantse
Delft. Het overdreven pathetische gebaar van de vrouw is “very unlike
Vermeer”. Toch komt het Jezuïetische motto “Contemplatie in Activiteit”
– meditatie in wat je doet – dicht bij het wezen van Vermeer.

De “grote afwezige” tijdens de 1996-Vermeer-tentoonstelling in het
Mauritshuis was De Schilderkunst uit Wenen, dat Vermeer zelf als zijn
meesterwerk beschouwde. Het schilderij was destijds te fragiel en
kwetsbaar om veilig te kunnen reizen. Na een restauratie kwam de
Weense Vermeer in 2005 alsnog als “solo-tentoonstelling” naar het
Mauritshuis in Den Haag.

De grote Vermeer-tentoonstelling in 1996 trok in drie maanden tijd
350.000 bezoekers. Nadeel van een blockbuster-tentoonstelling als deze,
met veel internationale media-aandacht, is de massale drukte op zaal.
Een paradoxaal gegeven is dat de Vermeer-schilderijen zijn bedoeld voor
een besloten privé-verzameling van een mecenas, en het best tot hun
recht komen als ze één-op-één in alle rust en tijd bekeken kunnen
worden, maar zich tegenwoordig in de overweldigende belangstelling en
ongekende populariteit van een wereldwijd publiek mogen verheugen.
Drie-en-twintig Vermeers in één tentoonstelling is echter wel een
once-in-a-lifetime- experience voor een Vermeer-liefhebber.
Ik heb de tentoonstelling vijf keer bezocht. Met name het half uur
voor sluitingstijd in de bijna lege zalen was een heel speciale
ervaring. Maar eerlijk gezegd zie ik in deze tijden van toenemend
ontsporend massa-toerisme liever één Vermeer tegelijk, zoals de
Gitaarspeelster van Vermeer in Kenwood House bij Londen op een
rustige dag, alleen of samen met een geliefde.
Een Vermeer moet je langzaam op je in kunnen laten inwerken.
Vermeer gaat over langdurig en aandachtig kijken in stille meditatie.
Buiten de wervelende maalstroom van het snelle en jachtige moderne
leven, waarin beelden even snel voorbijgaan als ze gekomen zijn.
Vermeer gaat over de dingen die niet voorbijgaan en die hebben tijd
en aandacht nodig om te rijpen en gekoesterd te worden.
Vermeer gaat uiteindelijk over “schoonheid en troost….”.

“Alleen schoonheid
kan de wereld redden”
Fjodor Dostojevski

De Duchess of Cambridge Kate Middleton op koninklijk bezoek in het
Mauritshuis voor Vermeers Meisje met de Parel.

Op YouTube zijn deze video’s te zien van de grote Vermeer tentoon-
stelling in Washington in de National Gallery of Art in december 1995.
Hier hangen de Vermeer-schilderijen naar mijn gevoel wat verweesd
op kale, lege museumwanden, aangelicht door kunstlicht…… Mijn voor-
keur gaat uit naar het sfeervolle Mauritshuis, waarin het levendige,
natuurlijke daglicht mee kan doen. Maar misschien ben ik hierin te
veel een “Vermeer-romanticus” en te weinig een museumprofessional,
waar het Vermeer betreft. “Het verhaal van Johannes Vermeer zal wel
voor altijd het mysterie van Delft blijven, maar godzijdank kunnen
we kijken…..”

Vermeerliefhebbers vind je in alle rangen en standen. Han Carpay,
destijds medewerker bij de bloemenveiling in Aalsmeer, mag samen
met de charmante presentatrice Mieke van der Weij van het TV-
programma Kunstmest rondlopen in de nog lege zalen van de grote
Vermeertentoonstelling in het Mauritshuis in 1996. De video geeft
een mooie indruk van de lege zalen, zonder mensenmassa’s.
Natuurlijk blijkt Han geen kenner, maar zijn liefde voor Vermeer
is authentiek: