Categorie archief: tentoonstellingen

Vermeer en Muziek – De Kunst van Liefde en Troost

In 2013 was in de National Gallery in Londen een mooie kleine tentoon-
stelling te zien: “Vermeer & Music – The Art of Love and Leisure” met
Vermeer-schilderijen van op muziek geïnspireerde taferelen, waaronder de
zelden uitgeleende Gitaarspeelster uit Kenwood House bij Londen.

“Music finds her way
into the secret places
of the soul”
Plato

Mooie jonge musicerende vrouwen waren een geliefd onderwerp voor Vermeer.
Hun muziekinstrumenten zijn vaak kunstwerken op zichzelf, met name de
Rückers-clavecimbels uit Antwerpen.
Muziek is voor Vermeer een uiting van liefde in de geest van Shakespeare:
“If music be the food of love, play on”. Voor Vermeer is muziek ook een
intieme ervaring, die het best genoten wordt in eenzaamheid of in gezel-
schap van een geliefde of klein gezelschap met een verfijnde smaak.
Alle muziekinstrumenten zijn door Vermeer met grote zorg en precisie
afgebeeld met alle details en sierelementen.

Deze barok gitaar is een moderne replica naar een origineel van de
franse gitaarbouwer René Voboam uit 1641, rijkelijk versierd met ivoor,
ebbenhout en parelmoer. Het klankgat bevat een ornament-rozet van
meerdere lagen kunstig uitgesneden papier. René Voboam was de
stichter van een gerenommeerde dynastie van franse gitaarbouwers.

De gitaarspeelster heeft haar blik gericht naar opzij; zij speelt voor
een voor de beschouwer niet zichtbare man in dezelfde kamer. De vijf-
snarige gitaar was vooral een solo-instrument. De gitaar was in het
zeventiende eeuwse Holland van Vermeer nog een vrij zeldzaam, nieuw
muziekinstrument, in die tijd nog lang niet zo gemeengoed als vandaag
de dag.

De vorm van de luit is weinig veranderd sinds haar opkomst als snaar-
instrument. Veel instrumenten zijn vervaardigd door Venetiaanse luit-
bouwers, tussen 1630 en 1650. Ook de hier afgebeelde luit is een moderne
replica. Vermeer heeft in zijn Luitspeelster in New York gekozen voor het
moment dat ze de luit aan het stemmen is. Al haar aandacht is gericht
op het vinden van de zuivere toon. Voor de tafel ligt een viola da gamba,
een stille liefdes-hint naar een afwezige man, met wie ze op de juiste
toonhoogte verlangt te komen in de liefde. Bij Vermeer is muziek altijd
een metafoor voor de liefde. “Amor docet Musicam” – de liefde is de
leermeester van de muziek.

De mandoline is terug te vinden in De Liefdesbrief van Vermeer in het
Rijksmuseum in Amsterdam; het enige schilderij, waarin Vermeer een brief-
scene combineert met een muziek-scene. Tijdens het spelen op haar mando-
line ontvangt de dame van haar dienstbode een liefdesbrief. Ze lijkt te
vragen van wie de liefdesbrief afkomstig is. Vermeer blijft altijd raad-
selachtig in zijn scenes, vatbaar voor meerdere interpretaties in plaats
van een éénduidige betekenis. Hij roept liever vragen op, dan antwoorden
te geven. Ongrijpbaar als een geheim, vandaar zijn bijnaam “de Sfinx van
Delft”.

Op meerdere schilderijen van Vermeer komt de viola da gamba voor; het
meest prominent op de voorgrond van de Zittende Clavecimbelspeelster in
Londen. De viola da gamba wordt veelal bespeeld door een heer. Het clave-
cimbel is het domein van de dame. Als symbool voor de afwezige man ligt
de viola da gamba in veel Vermeer-schilderijen onbespeeld op de grond of
in een hoek. De afwezigheid van de mannelijke minnaar is onzichtbaar,
maar voelbaar voor de juiste verstaander. De Koppelaarster van Baburen
op de achtergrond is een hint dat de dame aan het clavecimbel naar méér
verlangt dan een louter muzikaal duet met de afwezige bespeler van de
viola da gamba……..

In de Staande Clavecimbelspeelster in Londen is een clavecimbel te zien
met een landschapschildering op het sierdeksel. De kast en het onderstel
zijn gemarmerd. Met name in de Staande Clavecimbelspeelster valt de
strakke geometrische compositie op, bijna een Mondriaan avant la lettre.
In de klassieke muziek is de componist een zelfstandige schrijver van
muziekstukken op papier in notenschrift, los van de uitvoerende musicus.
In de schilderkunst is die tweedeling er niet: componist en uitvoerende
zijn één in het schilderij zelf. Vermeer komt als “beeldend componist”
in zijn composities dicht bij de componist in de muziek: kleuren als
toonakkoorden, zuiverheid van toonladders en grondtoon waarin een werk
gezet is, vlakverdeling als muziekstructuur, strak ritme, abstracte
verdeling van “licht-noten”. Wat geluid is in de muziek, is bij Ver-
meer het licht zelf en de vloei van het licht is de melodie. Onder de
grote meesters in de schilderkunst scoort Vermeer als een van de aller-
grootsten op het gebied van de compositie. In dat opzicht is hij de Bach
of Mozart van de schilderkunst en benadert hij soms de abstracte schoon-
heid en universele taal en zeggenskracht van de muziek zelf. Zelf vind
ik Vermeer conceptueel ook heel goed passen bij de Goldberg Variaties
van Bach of de Nocturnes van Chopin.

Het (gestolen) Concert in Boston is het enige Vermeer-tafereel, waarin
daadwerkelijk door meerdere mensen gezamenlijk gemusiceerd wordt. Het
prachtig uitgelichte jonge meisje zit aan het klavier aan de korte zijde
van een clavecimbel in de vorm van een vleugel, waarvan het sierdeksel
verluchtigd is met een arcadische landschapschildering. De man bespeelt
een luit en de staande vrouw slaat zacht de maat en lijkt te zingen vanaf
een stuk bladmuziek of liedboekje in haar hand. Boven haar hangt het
schilderij De Koppelaarster van Van Baburen, wat de scene een erotische
lading geeft. “ If music be food of love……”

Op De Muziekles van Vermeer in de Royal Collection in Londen is een cla-
vecimbel te zien van de beroemde clavecimbelbouwer Hans Rückers uit Ant-
werpen. Het latijnse opschrift op het sierdeksel luidt: “Musica Letitiae
Comes Medicina Dolorum” – “Muziek is de metgezel van de vreugde en het
medicijn tegen de smarten”.
Bovenstaand clavecimbel is een door mijzelf gebouwde replica naar een
Rückers-clavecimbel, bedoeld voor tableau vivant-fotoshoots, niet als
muziekinstrument.
De gangbare interpretatie van de scene is dat de wat oudere man naast
het clavecimbel haar muziekleraar is, vandaar de titel: De Muziekles.
Maar Vermeer geeft de scene een dubbelzinnige onderhuidse spanning mee,
door in het spiegelbeeld te onthullen dat de jonge vrouw naar hem kijkt
en dat zijn hand dicht bij de hare ligt op de rand van het clavecimbel.
“There’s something happening here; what it is ain’t exactly clear”.
Vermeer laat altijd iets ongewis te raden over als het over de liefde
gaat.

De clavecimbels die gebouwd werden door Rückers in Antwerpen waren in
heel Europa bekend, niet alleen vanwege hun mooie klank, maar ook vanwege
hun prachtige versieringen en decoraties. Kenmerkend voor Rückers is het
gestileerde siermotief van de dolfijntjes. In Museum Vleeshuis in Ant-
werpen is een fraaie collectie zeventiende eeuwse clavecimbels te zien.
Constantijn Huygens kocht in 1648 zo’n clavecimbel voor de aanzienlijke
som van 300 gulden. Mogelijk heeft Vermeer het kostbare instrument met
eigen ogen bewonderd in Hofwijck bij Voorburg in het huis van de be-
roemde dichter-componist-geleerde. “Oogentroost” is een beroemd gedicht
van Constantijn Huygens en vat in één woord de kern van de schilder-
kunst van Vermeer samen: “Ogentroost”.

Liefdesliederen waren de publieksfavorieten in de muziek van de Gouden
Eeuw: eenvoudig, aanstekelijk en enorm populair. Er ontstond met name in
Amsterdam een levendige handel in liederenboekjes met liefdesliedjes,
vergelijkbaar met de popmuziek uit de jaren ’60 en ’70 in de vorige eeuw.
Zoals in het liefdesliederenboekje “Den nieuwen verbeterden Lust-hof”
van Michiel Vlacq.

Het kleine paneeltje Meisje met Fluit in Washington (niet in deze ten-
toonstelling) heeft zeker de looks van een echte Vermeer, maar de fluit
is niet overtuigend weergegeven, mogelijk overschilderd door een latere
schilder. In de tentoonstelling speelt een jonge vrouw dwarsfluit voor
de Music Lesson van Vermeer in een film over de expositie Vermeer &
Music in de National Gallery in Londen.

Naar aanleiding van deze tentoonstelling zijn muziek-cd’s uitgegeven met
barok-muziek uit de tijd van Vermeer, uitgevoerd met historische muziek-
instrumenten als luit en clavecimbel.

Beelden van de tentoonstelling Vermeer & Music met daartussen een foto
in mijn eigen “Vermeer”-atelier met kostuummodel Merel van den Nieuwenhof
voor de door mijzelf gebouwde “dummy”- replica van een Rückers-
clavecimbel.

De official trailer van de film “Exhibition on Screen – Vermeer &
Music” is hier te zien op YouTube:

Deze YouTube-video van Ton Koopman laat horen hoe het clavecimbel
klinkt in een Menuet van Johann Sebastian Bach. De muziek van Bach
heeft dezelfde onverstoorbare tijdloze schoonheid als de schilderijen
van Vermeer. Bach werd pas tien jaar na de dood van Vermeer geboren,
in 1685. Maar zijn muziek zou heel goed en passend klinken in de
heldere, geometrische interieurs van Vermeer, met haar bijna
wiskundige structuur, ordening en maatvoering. Koopman is een
gepassioneerd pleitbezorger van het spelen op historische muziek-
instrumenten uit de tijd van Bach zelf, zoals het clavecimbel.
Bach zoals Bach het zelf heeft bedoeld.

In deze YouTube video met Ton Koopman op clavecimbel en Jordi
Savall op viola da gamba is de combinatie van deze twee instru-
menten uit Vermeer’s Muziekles te beluisteren, ook in muziek van
Bach:

“Grand Tour”- Rondreis langs alle Vermeer-musea

Een virtuele rondreis van alle musea in Europa en de Verenigde Staten,
die een of meerdere Vermeer-schilderijen in hun collectie hebben. In
z’n eentje heeft Vermeer een kunstschat bij elkaar geschilderd, die
deel uitmaakt van het culturele werelderfgoed. Een blijvende bron van
troost en schoonheid in deze onzekere tijden.

“There is an aristocracy of the sensitive.
They represent the true human tradition
of permanent victory over cruelty and chaos”
E.M. Forster

De Grand Tour was een rondreis langs de kunstschatten in Europa (met
name Italië) en was in de 18e tot in het begin van de 20e eeuw voor
mannelijke adolescenten uit de Europese upper class een bijna verplicht
onderdeel van hun vorming. Het leren kennen en waarderen van de (met
name klassieke) kunsten werd beschouwd als een onderdeel van de gegoe-
de opvoeding.

Mijn favoriete Vermeer-musea zijn de kleinere musea met topcollecties
in voormalige landhuizen of residenties als Het Mauritshuis in Den Haag
en Kenwood House in Londen. Vermeer-schilderijen zijn bedoeld voor pri-
vate woonhuizen van welgestelde burgers. In rijke, maar intieme inte-
rieurs, waar de menselijke maat prevaleert, komt hun uitstraling van
innerlijke aristocratie het best tot haar recht. In zalen met kale muren
in de grote musea ogen ze vaak wat verweesd, buiten hun natuurlijke
habitat.

In Europa bevinden zich 22 Vermeer-schilderijen in collecties van top-
musea in overwegend Noord-Europese steden. Grote schilderijenmusea in
Italië en Spanje hebben niet één Vermeer.

In het Haagse Mauritshuis bevinden zich twee wereldberoemde Vermeers:
Het Meisje met de Parel en Het Gezicht op Delft, twee ikonen van de wes-
terse schilderkunst. De blik in de ogen van het Meisje met de Parel is
voor menig Vermeer-liefhebber liefde op het eerste gezicht. Met het
Gezicht op Delft begon de herontdekking van Vermeer door de fransman
Théophile Thoré- Bürger. Het heeft de frisheid en levensechtheid, alsof
men door een raam naar buiten kijkt. De derde Vermeer in de collectie
is een vroeg mythologisch werk: Diana en haar Gezellinnen in een
Italiaanse stijl.

Vermeer is in het Rijksmuseum in Amsterdam vertegenwoordigd met vier
absolute meesterwerken: De Melkmeid, De Brieflezende Vrouw in Blauw,
Het Straatje, en De Liefdesbrief. Op de website van het Rijksmuseum
zijn de vier schilderijen van Vermeer in hoge resolutie te bewonderen.

In het Musée du Louvre in Parijs zijn Vermeer’s publiekslieveling De
Kantkloster en De Astronoom (uit de Collectie Rothschild) voorbeelden
van licht en concentratie.

The National Gallery in Londen herbergt de nationale collectie van West-
Europese schilderkunst, waaronder twee late Vermeers: De Staande Clave-
cimbelspeelster en De Zittende Clavecimbelspeelster. De twee schilde-
rijen lijken bedoeld als pendanten.

In de Royal Collection of the Queen in Buckingham Palace in Londen be-
vindt zich De Muziekles van Vermeer, een schilderij dat zich bij uitstek
leent voor een perspectief reconstructie van de studio, waarin Vermeer
zijn interieurschilderijen ensceneerde. Zoals die van Prof. Philip
Steadman in zijn publicatie “Vermeer’s Camera” en in de film “Tim’s
Vermeer” van Tim Jenison.

In Kenwood House, een prachtig neoklassiek landhuis in een groene
engelse landschapstuin ten noorden van Londen, is Vermeer’s late en
uitstekend bewaard gebleven Gitaarspeelster te zien; de enige Vermeer
die nog op zijn oorspronkelijke houten spanraam zit. In dit soort
omgeving komt de klasse van Vermeer het best tot zijn recht.

In de collectie van de National Gallery of Scotland, in het centrum van
Edinburgh, bevindt zich Vermeer’s Christus bij Martha en Maria, een
vroeg religieus werk.

In Dublin is in the National Gallery of Ireland de schitterende
Briefschrijvende Dame met haar Dienstbode te zien, een laat meesterwerk
van Vermeer. Afkomstig uit de Beit-collection in Russborough House in
Blessington, waar het tot twee keer toe gestolen werd door de IRA en
gelukkig beide keren weer in goede staat teruggevonden.

De Gemäldegalerie in de Staatliche Museen in Berlijn herbergt twee
schilderijen van Vermeer: Het Parelsnoer en Het Glas Wijn. Het Parel-
snoer van Vermeer bevond zich in 1866 in de privé-collectie van Théo-
phile Thoré-Bürger, de “herontdekker” van Vermeer.

In Dresden bevinden zich Vermeer’s Brieflezende Vrouw aan het Raam en
De Koppelaarster in de Gemäldegalerie der Alten Meister in de Staatliche
Kunstsammlungen in het prachtige oude Zwinger-paleis. De Briefleserin
is momenteel in een ingrijpende restauratie, waarbij een door Vermeer
bedoeld – en naar verluidt later door anderen overschilderd – Cupido-
schilderij blootgelegd wordt.

Het Herzog Anton Ulrich Museum in Braunschweig is een van de oudste
Europese musea en bewaart een minder bekend maar fraai topstuk van Ver-
meer: Meisje met Glas Wijn. De blauwe kleurschakeringen in de witte
partijen zijn voor de Vermeerliefhebber van een adembenemend delicate
schoonheid.

Het Städel Museum in Frankfurt-am-Main heeft één Vermeer in de collec-
tie: “De Geograaf”, waarschijnlijk een pendant van De Astronoom in het
Louvre in Parijs. In de blik van de geleerde lijkt een“eureka-moment”
op te lichten. Een moment van “verlichting”. Een nieuw inzicht. De
Geograaf van Vermeer doet mij denken aan een uitspraak van de Ameri-
kaanse lichtkunstenaar James Turrell: “Light is not so much something
that reveals, as it is itself the revelation”

Alleen al om het absolute meesterwerk van Vermeer – De Schilderkunst –
te zien in het Kunsthistorisches Museum, loont het zich de moeite om
naar Wenen af te reizen. Vermeer heeft het altijd in eigen bezit gehou-
den en beschouwde het zelf als zijn meesterwerk.
Het is afkomstig uit de collectie Czernin en hing tijdens WO II boven
het bureau van Adolf Hitler, een schilderij met een bewogen geschie-
denis dus. Nazaten van de familie Czernin zijn verwikkeld in een
teruggaveclaim-proces.

Aan de Oostkust van de Verenigde Staten liggen drie steden met Vermeer-
musea: Washington, New York en Boston, samen goed voor 12 Vermeers
+1 (gestolen).

Het Metropolitan Museum of Art in New York heeft het hoogste aantal
Vermeers in de wereld, namelijk vijf: De Luitspeelster, Studie van
een Jonge Vrouw, Vrouw met Waterkan, Slapende Meid aan een Tafel en
de Allegorie op het Geloof. Het museum speelt een hoofdrol in de
speelfilm All The Vermeers in New York van Jon Jost uit 1990. De
Vrouw met Waterkan is wel de mooiste Vermeer van The Met. Curator
Walter Liedtke, een vooraanstaand Vermeer-kenner met veel Vermeer-
publicaties op zijn naam, kwam in 2015 op tragische wijze om het
leven bij een treinongeluk. Het Metropolitan Museum vormt samen met het
aangrenzende Central Park een weldadig rustpunt in de bruisende City
That Never Sleeps. Vermeer in New York heeft iets van het Stille Oog
temidden van een razende orkaan.

Aan Fifth Avenue in New York ligt de voormalige residentie van de Ameri-
kaanse industrieel Henry Clay Frick, die een van de kleine top-musea in
de wereld huisvest, met een schilderijencollectie van uitzonderlijke
kwaliteit. De Frick Collection heeft drie Vermeers in haar bezit:
De Soldaat en het Lachende Meisje, Dame en Dienstbode en Onderbreking
van de Muziekles. Wie deze Vermeers wil zien, moet afreizen naar New
York, want Frick leent nooit schilderijen uit voor tijdelijke tentoon-
stellingen elders.

De National Gallery in Washington beheert de schilderijencollectie van
Andrew W. Mellon en bevat vier Vermeers: Dame met Weegschaal, Brief-
schrijvende Dame in Geel, Meisje met Rode Hoed, Meisje met Fluit.
Curator van West-europese schilderkunst is Arthur K Wheelock, drij-
vende kracht achter veel grote Vermeer-exposities. Het museum heeft
een mooie website met hoge resolutie opnamen van de Vermeers, met
aanvullende informatie over herkomstgeschiedenis, tentoonstellings-
geschiedenis, uitgebreide bibliografie en gegevens van materiaal-
technisch onderzoek.


In de Dutch Room in het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston
hangt op de plek, waar ooit Vermeer’s prachtige Concert te bewon-
deren was, slechts een lege schilderijlijst. Een stille getuige van
een brute kunstroof uit 1990. Ook na 30 jaar is er geen spoor van
het schilderij teruggevonden en moet gevreesd worden dat het schil-
derij als verloren moet worden beschouwd.
Het is de enige Vermeer, die ik nooit met eigen ogen heb kunnen
zien. Arthur Brand, een kunstdetective met een grote reputatie in
het boven water krijgen van gestolen kunst, heeft van deze zaak
zijn topprioriteit gemaakt. Vooralsnog helaas zonder resultaat.


Vermeer komt het best tot zijn recht in een omgeving van aristo-
cratische allure, zoals in het grachtenpand van vader en zoon
Jan Six aan de Amstel in Amsterdam, directe nazaten van voorvader
Jan Six, wiens door niemand minder dan Rembrandt zelf geschil-
derde portret in de salon hangt bij het raam, in daglicht.
De private collectie Six omvatte ooit ook Het Melkmeisje en
Het Straatje van Johannes Vermeer, die op deze plek veel mooier
tot hun recht zouden komen, dan op hun huidige plek in de grote
Eregalerij van het Rijksmuseum.

Van de film “Mijn Rembrandt” van Oeke Hoogendijk, waarin ook vader
en zoon Jan Six een rol spelen, is de trailer te zien op YouTube:

De Grote Vermeer Tentoonstelling in het Haagse Mauritshuis in 1996

Van 1 maart t/m 2 juni 1996 was in het Haagse Mauritshuis de grootste
Vermeer-tentoonstelling ooit te zien met maar liefst 23 van de 35 Ver-
meers samengebracht. Het zeventiende eeuwse stadspaleis Het Mauritshuis
was als een juwelendoos, waarin de edelstenen van Vermeer konden fon-
kelen in schoonheid. Vermeer en het Mauritshuis vormen samen een vol-
maakte zeventiende-eeuwse stijleenheid. Een unieke tentoonstelling,
waarvan hieronder een reconstructie.

“There’s a train
that’s heading straight
to heaven’s gate
to heaven’s gate”
Johnny Cash

In samenwerking met de National Gallery of Art in Washington was
in 1996 de grote Vermeer-tentoonstelling te zien in het Mauritshuis in
Den Haag. In geen enkel ander museum komen de schilderijen van Vermeer
zo goed tot hun recht als in het Haagse Mauritshuis aan de Hofvijver,
voornaam en aristocratisch en toch warm, intiem en naar de menselijke
maat. Vermeer schilderde zijn beste werken voor één welgestelde
mecenas: Pieter van Ruyven, als een besloten schilderijen-paradijs
in een rijk patriciërshuis in Delft. Ik ben erg gecharmeerd van in-
tieme kabinetten-musea als het Mauritshuis.

Zo zijn de Vermeer-schilderijen bedoeld: om te hangen in het daglicht
bij een raam in een salon in een statig woonhuis, waarbij het licht
van de zelfde richting komt als het licht in het schilderij zelf. In
het koele daglicht komen de blauwen van Vermeer’s Melkmeisje mooi tot
hun recht.

Ik hou van de klassieke eenvoud van de zaalbeelden in het Mauritshuis.
Vermeer heeft de toeters en bellen van snelle schreeuwerige vormgeving
en publiciteit niet nodig. De tijdloze schoonheid van Vermeer
“verkoopt” zichzelf.

Het TV-programma Kunstmest met presentatrice Mieke van der Weij had
destijds een aardig item, waarin zij samen met Vermeer-liefhebber Han
Carpay, in het dagelijkse leven gewoon werkzaam bij de bloemenveiling
in Aalsmeer, de grote Vermeer-tentoonstelling in het Mauritshuis be-
zoekt. Hier bij de Vrouw met Waterkan uit New York.

Frits Duparc, toenmalig directeur van het Mauritshuis, kijkt naar de
prachtige Lady Writing a Letter with her Maid uit Dublin, voor veel be-
zoekers een verrassend hoogtepunt in de tentoonstelling. Het straalt een
innerlijke adeldom en aristocratie uit. Samen met Arthur Wheelock,
curator van de National Gallery of Art in Washington, was Frits Duparc
de drijvende kracht achter de grote Vermeer-tentoonstelling in
Washington en Den Haag in 1995-1996.

Een reconstructie van de zaalindeling in vijf zalen in het Mauritshuis:
Zaal 1: Martha en Maria, Diana, Sint Praxedis
Zaal 2: Blauwe Brief, Braunschweig Wijnglas, Melkmeisje, Muziekles,
Straatje, Gezicht op Delft
Zaal 3: Waterkan, Weegschaal, Meisje met Rode Hoed, Meisje met Fluit,
Briefschrijfster in Geel, Meisje met Parel, Parelsnoer
Zaal 4: Dublin Vermeer, Liefdesbrief, Geograaf, Kantkloster
Zaal 5: Staande Clavecimbelspeelster, Zittende Clavecimbelspeelster,
Allegorie op het Geloof
NB: Sommige schilderijen wisselden gedurende de tentoonstellings-
periode van plek.

Schilderijlijsten.
Alle drie-en-twintig schilderijen zijn hieronder afgebeeld inclusief
hun originele lijst. Eenvoudige strakke ebbenhouten baklijsten doen het
vaak goed bij Vermeer; de aandacht gaat dan meer uit naar het schilde-
rij zelf dan bij vergulde barokke ornamentlijsten. De schilderijen in
de onderstaande afbeeldingen zijn niet op relatieve grootte/schaal
afgebeeld, omdat de Vermeer-formaten nogal uiteenlopen van heel klein
naar heel groot. Het Meisje met Fluit is een postzegel naast de
wandvullende Martha en Maria uit Edinburgh.

Zaal 1: Christus bij Martha en Maria, Diana en haar Gezellinnen, Sint
Praxedis.
Zaal 1 laat de Vroege Vermeer zien met het grote formaat van de Martha
en Maria uit Edinburgh als imposante entree. De Diana is vaste collectie
van het Mauritshuis in de Vermeer-zaal. De echtheid van de Sint Praxedis
wordt nog steeds door veel Vermeer-kenners in twijfel getrokken.

Zaal 2: Het Melkmeisje, Het Glas Wijn, Brieflezende Vrouw in Blauw,
De Muziekles, Het Straatje, Gezicht op Delft
Zaal 2 zou de Hollandse zaal kunnen heten. Het Melkmeisje, Het Straatje
en Het Gezicht op Delft zijn uitgegroeid tot oer-hollandse ikonen. Het
Braunschweig Glas Wijn en de Muziekles uit de Royal Collection in Lon-
den gaan heel erg over het perspectief en het construeren van een
overtuigende ruimtewerking door middel van perspectief. In de Muziek-
les is het perspectief overtuigender geslaagd dan in het Braunschweig
stuk. Met name toenmalig restaurator van het Mauritshuis Joergen Wadum
heeft Vermeers methode van “pin and strings” om zijn perspectief te
construeren overtuigend aangetoond. De franse schrijver Marcel Proust
beschouwde Vermeers Gezicht op Delft als het “mooiste schilderij ter
wereld”.

Zaal 3: Vrouw met Waterkan, Vrouw met Weegschaal, Meisje met Fluit,
Meisje met Rode Hoed, Het Parelsnoer, Meisje met de Parel, Briefschrijf-
ster in Geel
Zaal 3 is de “Zaal van de Meisjes”, het hart van de tentoonstelling.
Vermeer is de schilder van “een jonge vrouw, mooi in het licht gezet
bij het raam”.
De Vrouw met Waterkan uit New York en de Dame met Weegschaal uit
Washington zijn misschien wel de mooiste Vermeers in de Verenigde
Staten. Het Parelsnoer uit Berlijn en Briefschrijvende Dame in Geel
uit Washington tonen allebei het bekende satijnen gele jakje afgezet
met hermelijnbont.
De kleine paneeltjes Meisje met Rode Hoed en Meisje met Fluit uit
Washington ogen sterk als “Camera Obscura-schilderijen”, net als de
Kantkloster uit Parijs. Zaal 3 zou je ook de “camera obscura-zaal”
kunnen noemen. De kleine schilderijtjes hebben het formaat en uit-
straling van het lichtbeeld in het matglas van een primitieve camera
obscura, met die kenmerkende optische beeldeigenschappen, die sterk
aan de vroege fotografie met 19e eeuwse platen-camera’s doen denken.
Een soort geschilderde Daguerrotypieën.
Het Meisje met de Rode Hoed werd gekozen als leadbeeld voor het
tentoonstellingsaffiche. De authenticiteit van het Meisje met Rode
Hoed is ook niet onomstreden. Het Meisje met Fluit droeg het bij-
schrift “omgeving van Vermeer”. Persoonlijk beschouw ik de Rode
Hoed als een echte Vermeer, omdat het een topwerk is. Beide paneel-
tjes kwamen al in 1822 aan het licht, lang voor “herontdekking” van
Vermeer door Bürger-Thoré en de latere wereldroem van Vermeer; dus
voor vervalsers was de toen nog anonieme Vermeer voor 1822 niet
interessant om lucratief te zijn. Voor een navolger van Vermeer is
de trefzekere meesterhand in de Rode Hoed eenvoudigweg té goed;
in het Meisje met de Fluit zijn wel zwakkere passages (latere
overschilderingen?) aan te wijzen, al zit er wel de uitstraling
en het licht van Vermeer in.

Het wereldberoemde Meisje met de Parel was in deze tentoonstelling
afwijkend ingelijst in een zwarte ebbenhouten lijst in plaats van de
vergulde barokke ornamentlijst, waarin het schilderij doorgaans in de
vaste opstelling in de Vermeer-zaal in het Mauritshuis te zien is.

Zaal 4: Briefschrijvende Dame met Dienstbode, De Liefdesbrief, De
Geograaf, De Kantkloster
Zaal 4 is vol stille concentratie, een wezenskenmerk van Vermeer.
De Briefschrijvende Dame met Dienstbode uit Dublin behoort tot Vermeers
topwerken, van aristocratische allure, voor mij destijds een revelatie.
De Liefdesbrief uit het Rijks toont een voor Vermeer zeldzaam
“doorkijkje”. Vermeer was een vrouwenschilder bij uitstek. De
Geograaf uit Frankfurt is een uitzondering: het schilderij toont
een geleerde man, alleen in zijn studeerkamer. Het schilderij is een
pendant van de Astronoom uit Parijs (niet in deze tentoonstelling).
De kleine Kantkloster uit Parijs is een wonder van concentratie.
Renoir beschouwde de “Dentellière” uit het Louvre als het mooiste
schilderij ter wereld…..

Zaal 5: Staande Clavecimbelspeelster, Zittende Clavecimbelspeelster,
Allegorie op het Geloof
Zaal 5 toont De Late Vermeer. Van de twee clavecimbel-werken uit Londen
springt de heldere geometrische orde van de Staande Clavecimbel-
speelster in het oog, als een “17e eeuwse Mondriaan”. De Allegorie op
het Geloof uit New York werd door een criticus van de tentoonstelling
omschreven als “een draak van een schilderij”……
Vermeer lijkt zichzelf niet te zijn in dit schilderij, een wegens
geldgebrek aanvaarde opdracht van de Jezuïetenkerk misschien ? Deze
katholieke schuilkerk stond niet ver van het woonhuis van Vermeer aan
de Oude Langendijk in de “Papenhoek”van het overwegend protestantse
Delft. Het overdreven pathetische gebaar van de vrouw is “very unlike
Vermeer”. Toch komt het Jezuïetische motto “Contemplatie in Activiteit”
– meditatie in wat je doet – dicht bij het wezen van Vermeer.

De “grote afwezige” tijdens de 1996-Vermeer-tentoonstelling in het
Mauritshuis was De Schilderkunst uit Wenen, dat Vermeer zelf als zijn
meesterwerk beschouwde. Het schilderij was destijds te fragiel en
kwetsbaar om veilig te kunnen reizen. Na een restauratie kwam de
Weense Vermeer in 2005 alsnog als “solo-tentoonstelling” naar het
Mauritshuis in Den Haag.

De grote Vermeer-tentoonstelling in 1996 trok in drie maanden tijd
350.000 bezoekers. Nadeel van een blockbuster-tentoonstelling als deze,
met veel internationale media-aandacht, is de massale drukte op zaal.
Een paradoxaal gegeven is dat de Vermeer-schilderijen zijn bedoeld voor
een besloten privé-verzameling van een mecenas, en het best tot hun
recht komen als ze één-op-één in alle rust en tijd bekeken kunnen
worden, maar zich tegenwoordig in de overweldigende belangstelling en
ongekende populariteit van een wereldwijd publiek mogen verheugen.
Drie-en-twintig Vermeers in één tentoonstelling is echter wel een
once-in-a-lifetime- experience voor een Vermeer-liefhebber.
Ik heb de tentoonstelling vijf keer bezocht. Met name het half uur
voor sluitingstijd in de bijna lege zalen was een heel speciale
ervaring. Maar eerlijk gezegd zie ik in deze tijden van toenemend
ontsporend massa-toerisme liever één Vermeer tegelijk, zoals de
Gitaarspeelster van Vermeer in Kenwood House bij Londen op een
rustige dag, alleen of samen met een geliefde.
Een Vermeer moet je langzaam op je in kunnen laten inwerken.
Vermeer gaat over langdurig en aandachtig kijken in stille meditatie.
Buiten de wervelende maalstroom van het snelle en jachtige moderne
leven, waarin beelden even snel voorbijgaan als ze gekomen zijn.
Vermeer gaat over de dingen die niet voorbijgaan en die hebben tijd
en aandacht nodig om te rijpen en gekoesterd te worden.
Vermeer gaat uiteindelijk over “schoonheid en troost….”.

“Alleen schoonheid
kan de wereld redden”
Fjodor Dostojevski

De Duchess of Cambridge Kate Middleton op koninklijk bezoek in het
Mauritshuis voor Vermeers Meisje met de Parel.

Op YouTube zijn deze video’s te zien van de grote Vermeer tentoon-
stelling in Washington in de National Gallery of Art in december 1995.
Hier hangen de Vermeer-schilderijen naar mijn gevoel wat verweesd
op kale, lege museumwanden, aangelicht door kunstlicht…… Mijn voor-
keur gaat uit naar het sfeervolle Mauritshuis, waarin het levendige,
natuurlijke daglicht mee kan doen. Maar misschien ben ik hierin te
veel een “Vermeer-romanticus” en te weinig een museumprofessional,
waar het Vermeer betreft. “Het verhaal van Johannes Vermeer zal wel
voor altijd het mysterie van Delft blijven, maar godzijdank kunnen
we kijken…..”

Vermeerliefhebbers vind je in alle rangen en standen. Han Carpay,
destijds medewerker bij de bloemenveiling in Aalsmeer, mag samen
met de charmante presentatrice Mieke van der Weij van het TV-
programma Kunstmest rondlopen in de nog lege zalen van de grote
Vermeertentoonstelling in het Mauritshuis in 1996. De video geeft
een mooie indruk van de lege zalen, zonder mensenmassa’s.
Natuurlijk blijkt Han geen kenner, maar zijn liefde voor Vermeer
is authentiek:

Vermeer en Nicolaes Maes – “Girl Asleep at a Table”

Gezien op donderdag 12 december 2019: expositie Nicolaes Maes in
het Mauritshuis in Den Haag. Slapende vrouwen komen regelmatig voor
in de schilderijen van Nicolaes Maes en die invloed is terug te
vinden in het vroege schilderij “Girl Asleep at a Table” van
Johannes Vermeer in New York.

“Life is a deep sleep,
of which love is the dream”
Alfred de Musset

Nicolaes Maes (1634-1693) was een van de origineelste leerlingen
van Rembrandt. Met name met zijn aan het begin van zijn carrière
geschilderde genrestukken had hij een duidelijk aanwijsbare
invloed op Johannes Vermeer en Pieter De Hooch. Onder andere met
het Doorkijkje, waarin De Hooch zich zou specialiseren. En zijn
slapende figuren die Vermeer inspireerden tot zijn Girl Asleep at
a Table in het Metropolitan Museum of Art in New York uit 1657,
een vroege Vermeer dus.

Nicolaes Maes is vooral bekend van zijn slapende oude vrouwen en
luistervinkjes. Bijvoorbeeld in The Idle Servant in de National
Gallery in Londen. Bij Vermeer lijkt de vrouw een als dame geklede
dienstmeid te zijn, die dronken in slaap gevallen is. Maar Vermeer
houdt zich altijd ver van het belerende wijsvingertje van het morele
oordeel. Zijn scenes zijn altijd voor meerdere interpretaties
vatbaar en blijven dus spannender. Bij Maes ligt de boodschap er
voor moderne ogen er wel erg dik bovenop, als een scene uit een
moraliserende klucht.

Op de lijst van de Dissius-veiling uit 1696 staat de Girl Asleep
at a Table van Vermeer nog omschreven als “Een dronke slapende Meyd
aen een Tafel”. Het schilderij ademt de sfeer van “A Woman Left
Lonely” van Janis Joplin. In de oorspronkelijke titel van het
schilderij is de vrouw dus niet alleen in slaap gevallen, maar ook
dronken…… Het schilderij roept tussen de doorgaans lichte en blije
schilderijen in Vermeers oeuvre een meer droevige en melancholische
stemming op.

In de Slapende Oude Vrouw uit het Museum voor Schone Kunsten in
Brussel van Nicolaes Maes is nog duidelijk de invloed van zijn
leermeester Rembrandt zichtbaar. Maar Maes gaat wel zijn eigen weg
in zijn thematiek en composities, in het genre van het interieurstuk.

Wegdommelende en slapende oude vrouwen en mannen komen geregeld voor
in de schilderijen van Nicolaes Maes. Opvallend vaak boven een boek
of een glas wijn….

Voor figuren op genrestukken uit de 17de eeuw geldt: wie in slaap valt,
is de klos. Ook bij Jan Steen, bijvoorbeeld, worden wegdommelende
vrouwen steevast bestolen of bespot. Vaak bevatten zulke schilderijen
een les. Slapen staat gelijk aan luiheid en die luiheid lokt narigheid
uit. Ook bij Maes komen figuren die in slaap gevallen zijn er nogal eens
slecht van af. Op zijn beroemdste schilderij, Het gebed zonder end,
besteelt een katje een biddende oude vrouw, en op Slapende man en zakken-
rolster wordt een voornaam heertje gerold door een dame, die daarnet
nog het glas met hem hief. Ook hier zien we een les, alleen nu niet over
luiheid, maar over onmatigheid (dronkenschap).

Het schilderij The Account Keeper, 1656 van Nicolaes Maes uit het Saint
Louis Art Museum is geschilderd in een ander licht, dan we van Maes
als leerling van Rembrandt gewend zijn. Het heeft elementen die aan
Vermeer doen denken: het koele daglicht dat deze interieurscene
verlicht is ongewoon voor Maes, maar typisch voor Vermeer. De
gedetailleerde landkaart op de achterwand weerspiegelt ook Vermeers
voorliefde voor cartografie. De pose van de oude in slaap gedommelde
boekhoudster doet ook denken aan de mooie jonge vrouw in het vroege
Girl Asleep at a Table van Vermeer in het Metropolitan in New York.
Maes was als leerling van Rembrandt vertrouwd met het warme licht
van Rembrandt, maar ook Maes zoekt hier naar een ander, helderder
licht, het koele daglicht, waarin Vermeer de absolute grootmeester
zou worden.

Een andere link met Vermeer is het trompe l’oeil gordijn voor een van
Maes’ Luistervink-schilderijen, dat doet denken aan eenzelfde kunst-
greep van Vermeer in zijn Briefleserin in Dresden.

De luistervinkjes van Maes zijn zeer geliefd; voorstellingen waarin is
te zien hoe de vrouw des huizes haar dienstmeid betrapt met een vrijer.
Schalks en samenzweerderig kijkt mevrouw ons aan, met haar vinger op
de lippen trekt ze de aandacht van de kijker én maant tot stilte. Uit
het Dordrechts Museum, de Guildhall Art Gallery en het Wellington
Museum (beide Londen) komen prachtige luistervinken.
Op Maes’ schilderijen is iedereen iedereen voortdurend aan het beloeren.
De reeks Luistervink-werken lijken verschillende scènes uit één klucht.
Het thema van het voyeurisme in de Luistervink-schilderijen van Maes
is op een subtielere manier ook terug te vinden bij Vermeer. Bij
Vermeer is echter meestal de beschouwer zelf de voyeur. .

Het typerende Maes-rood zit ook in dit Naaistertje uit de Guildhall
Art Gallery in Londen. Kenmerkend is het Rood in de schilderijen van
Maes, zijn lievelings-kleurakkoord is rood-zwart-wit.
Ultramarijnblauw en citroengeel waren de koningskleuren voor Vermeer.

Vermeer kiest in zijn Dentellière in het Louvre in Parijs voor een
veel effectievere afsnijding van de compositie en kadrering om de
concentratie van het speldenwerk van de jonge vrouw zichtbaar en
voelbaar te maken.

“We are such stuff
as dreams are made on
and our little life
is rounded with a sleep”
William Shakespeare

In deze YouTube-video een rondleiding langs de vijf Vermeers in het
Metropolitan Museum of Art in New York door de voormalige conservator
Walter Liedtke, beginnend met Vermeers “Girl Asleep at a Table”.

De melancholie van “A Woman Left Lonely” van Janis Joplin is te
horen op YouTube:

Vermeer en Richard Learoyd – “De Magie van de Camera Obscura”

Gezien in Fotomuseum Den Haag op donderdag 12 december 2019:
“Richard Learoyd – De Magie van de Camera Obscura”. Een mooi
voorbeeld van “Slow Photography”: fotograferen met een
camera obscura. Ook Vermeer maakte als schilder gebruik van
een camera obscura.

“Life is a miracle
unfolding
in slow motion”

De Britse beeldend kunstenaar Richard learoyd (1966) foto-
grafeert met een camera obscura, die hij zelf heeft gebouwd.
Deze enorme camera, waarmee hij de afgelopen twintig jaar
foto’s heeft gemaakt, werkt volgens een eeuwenoude optische
techniek en produceert levensgrote fotografische werken in
een oplage van één.

In een tijd waarin foto’s lukraak en in overvloed worden
genomen, hebben Learoyds unieke beelden een haast betoverende
aantrekkingskracht als een vorm van “slow photography”.
De personen op zijn buitengewoon heldere portretten lijken te
leven in een verstilde wereld en stralen een dromerige schoon-
heid en kalmte uit, als een zacht oplichtend stilleven.

Richard Learoyd heeft zijn enorme camera obscura zelf gebouwd.
In zijn studio in Londen is de camera obscura een kamer in een
kamer. Door het formaat van het papier dat hij hierin kan be-
lichten zijn de foto’s vaak levensgroot of zelfs meer dan
levensgroot.

Het maakproces is enorm tijdrovend, zowel wat betreft de opname
als de voorbereiding. Het is daarom niet verwonderlijk dat hij
slechts een tiental foto’s per jaar maakt. Vermeer’s productie
lag niet hoger dan één à twee schilderijen per jaar.


Door het gebruik van een 750 mm lens in de opening van zijn
camera obscura vergroot hij het beeld zover dat het voorbij
gaat aan wat het menselijk oog kan zien. Het resultaat zijn
foto’s met een hoge mate van intensiteit, geringe scherpte-
diepte en zonder enige korrel. Omdat het een rechtstreekse
lichtafdruk is, zonder kwaliteitsverlies door tussenstappen,
blijft de schoonheid van het licht betoverend aanwezig.


In vele opzichten toont Learoyd zich schatplichtig aan de
schilderkunst. Niet alleen vanwege de unieke originelen en
het formaat van het werk, of de trage werkwijze maar ook
vanwege de onderwerpskeuze – niet voor niets richt hij zich
op de traditionele genres van de schilderkunst: landschap,
portret en stilleven. Hij “schildert” in zijn foto’s door de
manier waarop hij met licht omgaat, aandacht voor stofuitdruk-
king heeft en in zijn beelden de verstilling opzoekt.

Richard Learoyds zelfgebouwde camera obscura is een verfijnde
versie van het oorspronkelijke logge instrument. In zijn
variant van het oude apparaat is de magie behouden gebleven:
zowel het maken als het bekijken van zijn foto’s vereist een
trage, aandachtige blik en een contemplatieve houding die in
contrast staat met de vluchtige manier waarop we de wereld
normaliter observeren en fotograferen.


In opperste concentratie zoekt Learoyd naar de juiste composi-
tie. Daarna hangt hij een vel lichtgevoelig papier (Ilfochrome)
aan de achterwand van zijn camera. Zo creëert hij een direct
positieve afdruk – door deze arbeidsintensieve methode kan
Learoyd foto’s maken die unieke licht- en kleureigenschappen
hebben. Niets in Richard Learoyds foto’s is aan het toeval
overgelaten. Het lichtbeeld van de camera obscura heeft een
geheel eigen betoverende magie, die ook terug te zien is in de
schilderijen van Vermeer.

Met de camera obscura-foto’s van Richard Learoyd in het Foto-
museum in Den Haag nog op mijn netvlies ben ik in het Maurits-
huis naar Vermeer’s Meisje met de Parel gaan kijken en daar valt
mij meteen een treffende optische gelijkenis op met de foto’s
van Richard Learoyd: “she is made of light”. Tussen de twee Ter
Borg-schilderijen oogt het meisje van Vermeer als een stralend
lichtbeeld.


Met name het gezicht van Vermeers meisje met die delicate rozige
incarnaat-tonen, kleurovergangen en subtiel vervagende contouren
oogt heel fotografisch. Dezelfde zachte vloei en ‘smeltende’
floers van het licht, zoals je die in een camera obscura ziet.
Een door een lens weergegeven lichtbeeld in een donkere kamer
heeft een heel eigen sfeer en beeldeigenschappen. Vermeer wist
in zijn schilderijen de betoverende magie en eigen schoonheid
van de camera obscura meesterlijk te vertalen in verf.

Op YouTube is deze video te zien:
“Richard Learoyd takes us inside his giant home made camera”: