Categorie archief: tentoonstellingen

Vermeer en Nicolaes Maes – “Girl Asleep at a Table”

Gezien op donderdag 12 december 2019: expositie Nicolaes Maes in
het Mauritshuis in Den Haag. Slapende vrouwen komen regelmatig voor
in de schilderijen van Nicolaes Maes en die invloed is terug te
vinden in het vroege schilderij “Girl Asleep at a Table” van
Johannes Vermeer in New York.

“Life is a deep sleep,
of which love is the dream”
Alfred de Musset

Nicolaes Maes (1634-1693) was een van de origineelste leerlingen
van Rembrandt. Met name met zijn aan het begin van zijn carrière
geschilderde genrestukken had hij een duidelijk aanwijsbare
invloed op Johannes Vermeer en Pieter De Hooch. Onder andere met
het Doorkijkje, waarin De Hooch zich zou specialiseren. En zijn
slapende figuren die Vermeer inspireerden tot zijn Girl Asleep at
a Table in het Metropolitan Museum of Art in New York uit 1657,
een vroege Vermeer dus.

Nicolaes Maes is vooral bekend van zijn slapende oude vrouwen en
luistervinkjes. Bijvoorbeeld in The Idle Servant in de National
Gallery in Londen. Bij Vermeer lijkt de vrouw een als dame geklede
dienstmeid te zijn, die dronken in slaap gevallen is. Maar Vermeer
houdt zich altijd ver van het belerende wijsvingertje van het morele
oordeel. Zijn scenes zijn altijd voor meerdere interpretaties
vatbaar en blijven dus spannender. Bij Maes ligt de boodschap er
voor moderne ogen er wel erg dik bovenop, als een scene uit een
moraliserende klucht.

Op de lijst van de Dissius-veiling uit 1696 staat de Girl Asleep
at a Table van Vermeer nog omschreven als “Een dronke slapende Meyd
aen een Tafel”. Het schilderij ademt de sfeer van “A Woman Left
Lonely” van Janis Joplin. In de oorspronkelijke titel van het
schilderij is de vrouw dus niet alleen in slaap gevallen, maar ook
dronken…… Het schilderij roept tussen de doorgaans lichte en blije
schilderijen in Vermeers oeuvre een meer droevige en melancholische
stemming op.

In de Slapende Oude Vrouw uit het Museum voor Schone Kunsten in
Brussel van Nicolaes Maes is nog duidelijk de invloed van zijn
leermeester Rembrandt zichtbaar. Maar Maes gaat wel zijn eigen weg
in zijn thematiek en composities, in het genre van het interieurstuk.

Wegdommelende en slapende oude vrouwen en mannen komen geregeld voor
in de schilderijen van Nicolaes Maes. Opvallend vaak boven een boek
of een glas wijn….

Voor figuren op genrestukken uit de 17de eeuw geldt: wie in slaap valt,
is de klos. Ook bij Jan Steen, bijvoorbeeld, worden wegdommelende
vrouwen steevast bestolen of bespot. Vaak bevatten zulke schilderijen
een les. Slapen staat gelijk aan luiheid en die luiheid lokt narigheid
uit. Ook bij Maes komen figuren die in slaap gevallen zijn er nogal eens
slecht van af. Op zijn beroemdste schilderij, Het gebed zonder end,
besteelt een katje een biddende oude vrouw, en op Slapende man en zakken-
rolster wordt een voornaam heertje gerold door een dame, die daarnet
nog het glas met hem hief. Ook hier zien we een les, alleen nu niet over
luiheid, maar over onmatigheid (dronkenschap).

Het schilderij The Account Keeper, 1656 van Nicolaes Maes uit het Saint
Louis Art Museum is geschilderd in een ander licht, dan we van Maes
als leerling van Rembrandt gewend zijn. Het heeft elementen die aan
Vermeer doen denken: het koele daglicht dat deze interieurscene
verlicht is ongewoon voor Maes, maar typisch voor Vermeer. De
gedetailleerde landkaart op de achterwand weerspiegelt ook Vermeers
voorliefde voor cartografie. De pose van de oude in slaap gedommelde
boekhoudster doet ook denken aan de mooie jonge vrouw in het vroege
Girl Asleep at a Table van Vermeer in het Metropolitan in New York.
Maes was als leerling van Rembrandt vertrouwd met het warme licht
van Rembrandt, maar ook Maes zoekt hier naar een ander, helderder
licht, het koele daglicht, waarin Vermeer de absolute grootmeester
zou worden.

Een andere link met Vermeer is het trompe l’oeil gordijn voor een van
Maes’ Luistervink-schilderijen, dat doet denken aan eenzelfde kunst-
greep van Vermeer in zijn Briefleserin in Dresden.

De luistervinkjes van Maes zijn zeer geliefd; voorstellingen waarin is
te zien hoe de vrouw des huizes haar dienstmeid betrapt met een vrijer.
Schalks en samenzweerderig kijkt mevrouw ons aan, met haar vinger op
de lippen trekt ze de aandacht van de kijker én maant tot stilte. Uit
het Dordrechts Museum, de Guildhall Art Gallery en het Wellington
Museum (beide Londen) komen prachtige luistervinken.
Op Maes’ schilderijen is iedereen iedereen voortdurend aan het beloeren.
De reeks Luistervink-werken lijken verschillende scènes uit één klucht.
Het thema van het voyeurisme in de Luistervink-schilderijen van Maes
is op een subtielere manier ook terug te vinden bij Vermeer. Bij
Vermeer is echter meestal de beschouwer zelf de voyeur. .

Het typerende Maes-rood zit ook in dit Naaistertje uit de Guildhall
Art Gallery in Londen. Kenmerkend is het Rood in de schilderijen van
Maes, zijn lievelings-kleurakkoord is rood-zwart-wit.
Ultramarijnblauw en citroengeel waren de koningskleuren voor Vermeer.

Vermeer kiest in zijn Dentellière in het Louvre in Parijs voor een
veel effectievere afsnijding van de compositie en kadrering om de
concentratie van het speldenwerk van de jonge vrouw zichtbaar en
voelbaar te maken.

“We are such stuff
as dreams are made on
and our little life
is rounded with a sleep”
William Shakespeare

In deze YouTube-video een rondleiding langs de vijf Vermeers in het
Metropolitan Museum of Art in New York door de voormalige conservator
Walter Liedtke, beginnend met Vermeers “Girl Asleep at a Table”.

De melancholie van “A Woman Left Lonely” van Janis Joplin is te
horen op YouTube:

Vermeer en Richard Learoyd – “De Magie van de Camera Obscura”

Gezien in Fotomuseum Den Haag op donderdag 12 december 2019:
“Richard Learoyd – De Magie van de Camera Obscura”. Een mooi
voorbeeld van “Slow Photography”: fotograferen met een
camera obscura. Ook Vermeer maakte als schilder gebruik van
een camera obscura.

“Life is a miracle
unfolding
in slow motion”

De Britse beeldend kunstenaar Richard learoyd (1966) foto-
grafeert met een camera obscura, die hij zelf heeft gebouwd.
Deze enorme camera, waarmee hij de afgelopen twintig jaar
foto’s heeft gemaakt, werkt volgens een eeuwenoude optische
techniek en produceert levensgrote fotografische werken in
een oplage van één.

In een tijd waarin foto’s lukraak en in overvloed worden
genomen, hebben Learoyds unieke beelden een haast betoverende
aantrekkingskracht als een vorm van “slow photography”.
De personen op zijn buitengewoon heldere portretten lijken te
leven in een verstilde wereld en stralen een dromerige schoon-
heid en kalmte uit, als een zacht oplichtend stilleven.

Richard Learoyd heeft zijn enorme camera obscura zelf gebouwd.
In zijn studio in Londen is de camera obscura een kamer in een
kamer. Door het formaat van het papier dat hij hierin kan be-
lichten zijn de foto’s vaak levensgroot of zelfs meer dan
levensgroot.

Het maakproces is enorm tijdrovend, zowel wat betreft de opname
als de voorbereiding. Het is daarom niet verwonderlijk dat hij
slechts een tiental foto’s per jaar maakt. Vermeer’s productie
lag niet hoger dan één à twee schilderijen per jaar.


Door het gebruik van een 750 mm lens in de opening van zijn
camera obscura vergroot hij het beeld zover dat het voorbij
gaat aan wat het menselijk oog kan zien. Het resultaat zijn
foto’s met een hoge mate van intensiteit, geringe scherpte-
diepte en zonder enige korrel. Omdat het een rechtstreekse
lichtafdruk is, zonder kwaliteitsverlies door tussenstappen,
blijft de schoonheid van het licht betoverend aanwezig.


In vele opzichten toont Learoyd zich schatplichtig aan de
schilderkunst. Niet alleen vanwege de unieke originelen en
het formaat van het werk, of de trage werkwijze maar ook
vanwege de onderwerpskeuze – niet voor niets richt hij zich
op de traditionele genres van de schilderkunst: landschap,
portret en stilleven. Hij “schildert” in zijn foto’s door de
manier waarop hij met licht omgaat, aandacht voor stofuitdruk-
king heeft en in zijn beelden de verstilling opzoekt.

Richard Learoyds zelfgebouwde camera obscura is een verfijnde
versie van het oorspronkelijke logge instrument. In zijn
variant van het oude apparaat is de magie behouden gebleven:
zowel het maken als het bekijken van zijn foto’s vereist een
trage, aandachtige blik en een contemplatieve houding die in
contrast staat met de vluchtige manier waarop we de wereld
normaliter observeren en fotograferen.


In opperste concentratie zoekt Learoyd naar de juiste composi-
tie. Daarna hangt hij een vel lichtgevoelig papier (Ilfochrome)
aan de achterwand van zijn camera. Zo creëert hij een direct
positieve afdruk – door deze arbeidsintensieve methode kan
Learoyd foto’s maken die unieke licht- en kleureigenschappen
hebben. Niets in Richard Learoyds foto’s is aan het toeval
overgelaten. Het lichtbeeld van de camera obscura heeft een
geheel eigen betoverende magie, die ook terug te zien is in de
schilderijen van Vermeer.

Met de camera obscura-foto’s van Richard Learoyd in het Foto-
museum in Den Haag nog op mijn netvlies ben ik in het Maurits-
huis naar Vermeer’s Meisje met de Parel gaan kijken en daar valt
mij meteen een treffende optische gelijkenis op met de foto’s
van Richard Learoyd: “she is made of light”. Tussen de twee Ter
Borg-schilderijen oogt het meisje van Vermeer als een stralend
lichtbeeld.


Met name het gezicht van Vermeers meisje met die delicate rozige
incarnaat-tonen, kleurovergangen en subtiel vervagende contouren
oogt heel fotografisch. Dezelfde zachte vloei en ‘smeltende’
floers van het licht, zoals je die in een camera obscura ziet.
Een door een lens weergegeven lichtbeeld in een donkere kamer
heeft een heel eigen sfeer en beeldeigenschappen. Vermeer wist
in zijn schilderijen de betoverende magie en eigen schoonheid
van de camera obscura meesterlijk te vertalen in verf.

Op YouTube is deze video te zien:
“Richard Learoyd takes us inside his giant home made camera”:

De Hooch en Vermeer – Uit de Schaduw van de Grote Tovenaar

Gezien in Museum Het Prinsenhof in Delft op woensdag 23 oktober: tentoon-
stelling “Pieter de Hooch – Uit de Schaduw van Vermeer”, met 29 schilderijen
van Pieter de Hooch, waaronder zijn mooiste binnenhofjes en interieurs uit
zijn Delftse periode (1652-1660). Na Johannes Vermeer wordt Pieter de Hooch
internationaal beschouwd als de beroemdste Delftse meester van de Gouden
Eeuw. Als stads- en tijdgenoten hebben ze elkaar sterk beïnvloed en
geïnspireerd.

“If I have seen further
than others,
it is by standing
on the shoulders of giants”
Isaac Newton

Topstuk in deze expositie is het bekende Courtyard of a House in Delft (1658)
van Pieter De Hooch uit de National Gallery in Londen. Het is een helder,
lumineus doek in koel, zilverachtig licht, net als het Straatje van Johannes
Vermeer in het Rijksmuseum.

Beide schilderijen hebben een voor De Hooch typerend “Doorkijkje”. Het
verschil in schildertrant tussen Vermeer en De Hooch laat zich goed aflezen
aan de weergave van bakstenen muren. De Hooch schildert steen voor steen
keurig en precies na, waar Vermeer meer een losse impressie van een bakstenen
muur schildert. De Hooch oogt als een ingeschilderde lijntekening, Vermeer
schildert van begin af aan in vormen, kleur en licht, als een pure schilder.
Daarom overtuigt zijn licht meer; hij hoeft niet los te komen van de lijn.
Het licht denkt niet in lijnen, het vloeit, het stroomt over alles heen.
Alles is licht.

Bovenal overtreft Vermeer De Hooch in zijn onnavolgbare weergave van het
licht. “Vermeer is light”, schreef de historicus Simon Schama al.
Dat is mooi te zien in de twee duidelijk verwante Goudweegster-versies
van De Hooch en Vermeer. Vermeer zet de ruimte van de kamer in een schemer-
achtig licht, en laat de vrouw in een straal van licht naar voren komen.
Bij De Hooch zijn de kamer en de vrouw gelijkmatig verlicht, waardoor de
scene een heel andere sfeer en uitstraling krijgt dan bij Vermeer.

Vermeer geeft de scene ook een diepere, spirituele betekenis door het
toevoegen van het Laatste Oordeel-schilderij rechtsboven aan de muur en
het feit dat de weegschaal leeg is; het gaat om het wegen van de ziel.

Ook het kostuum van het Melkmeisje van Vermeer komt terug bij De Hooch:
witte hoofddoek en kraag, geel jakje, blauwe schort en rode rok. Dit
dienstmeid-kostuum is terug te vinden in de schilderij A Dutch Courtyard
uit Washington en Maid with Bucket and Broom in Courtyard uit Karlsruhe.

De vrouwen van De Hooch zijn wat houterig en stijf en ogen meer gespan-
nen in hun houdingen. Ook zijn vrouwengezichten zijn minder geslaagd.
De gezichten van Vermeer’s vrouwen zijn meer geïdealiseerd en hun hou-
dingen veel eleganter, naturel, losjes en ontspannen. Natuurlijke focus
en concentratie.

Een typerend element in de interieurs van De Hooch is het “Doorkijkje”,
bij Vermeer zien we dat terug in het Slapend Meisje in het Metropolitan
Museum in New York. Via een openstaande deur wordt de beschouwer een blik
gegund in een andere ruimte/kamer. Een perspectivisch effect dus. Een
soortgelijk Doorkijkje zien we in het schilderij Vrouw met Kind in een
Kelderkamer van Pieter De Hooch in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Met name in het construeren van het perspectief heeft Vermeer duidelijk
de kunst afgekeken van Pieter De Hooch, zoals in Vermeer’s Music Lesson
in de Royal Collection.
Ook in de schilderijen van De Hooch zijn spijkergaatjes gevonden, net
als bij Vermeer, waarvanuit hij met krijtdraden de perspectief-hulplijnen
trok in zijn compositie. De zwart-wit tegelvloeren en glas-in-lood strips
van de ramen lenen zich bij uitstek voor het construeren van perspectief-
hulplijnen en geven ruimtelijke dieptewerking aan het afgebeelde interieur.
De kunst van het perspectief is misschien wel de belangrijkste link
tussen Vermeer en De Hooch. Al legt Vermeer juist wel meer de nadruk op
de personen en De Hooch meer op de perspectivische ruimte.

Opvallend is dat De Hooch in zijn Courtyard of a House in Delft uit Londen
twee verschillende perspectief-verdwijnpunten heeft toegepast. Het
schilderij lijkt een samenvoeging van twee verschillende locaties.

Het tegelvloer-perspectief van de Vrouw met Kind in een Kelderkamer van
De Hooch in Amsterdam denken aan Het Glas Wijn van Vermeer in Berlijn.
En dat van De Hooch’s prachtige Card Players in a Sunlit Room aan
Vermeer’s Music Lesson, beiden in de Royal Collection in London.

Hierboven twee veronderstelde zelfportretten van Vermeer en De Hooch.
De Hooch werkte in Delft van 1652 tot 1660, tijdens de vroege periode
van Vermeer.
Daarna vertrok De Hooch naar Amsterdam. Er zijn geen bewijs-documenten
dat Vermeer en De Hooch elkaar kenden, maar via het Delftse St. Lucas-
gilde kan het bijna niet anders dat ze elkaar ontmoet hebben. De weder-
zijdse invloed is duidelijk aanwijsbaar. Beiden tonen een fascinatie
voor perspectief en lichtval, waarbij de nadruk bij de Hooch ligt op
perspectief en de ruimte en bij Vermeer op lichtval en de vrouw.

Vermeer had één mecenas als vaste opdrachtgever, Pieter van Ruyven,
een welgestelde burger in Delft. In zijn nalatenschap bevonden zich
maar liefst 21 Vermeer-schilderijen, waaronder bijna alle topstukken.
Ook Pieter de Hooch had een beschermheer in de persoon van Justus de
la Grange, maar dan tijdens zijn vroegere, kwalitatief mindere werk,
herbergscènes, ook wel “kortegaartjes” genoemd. Zijn beste werk, de
interieurs en binnenhofjes uit zijn Delftse periode, schilderde de Hooch
voor de open, vrije, meer competitieve markt. Vermeer als schilder
gedijde daarentegen juist beter in de intieme en afgeschermde omgeving
van het mecenaat van Van Ruijven.

Er is een tijd geweest waarin Vermeer zelf in de schaduw van De Hooch
verkeerde en Vermeer’s eigenhandige werken zelfs aan Pieter de Hooch werden
toegeschreven, waaronder zijn meesterwerk “De Schilderkunst” in Wenen.
Lange tijd prijkte op de stoelkruk van de kunstenaar de later toegevoegde
(valse) signatuur van De Hooch……

Voor kunsthistoricus Jan Nieuwenhuizen was Pieter de Hooch “De schilder
van het Klein Geluk”. Een rake typering. Als geen ander konden de Hollandse
Meesters de kleine dingen van het leven optillen naar de hoogte van eeuwige
schoonheid.

Op YouTube is deze video over de expositie van Pieter De Hooch in Het
Prinsenhof in Delft te zien:

“Girls with Pearls”- Fotografie “naar Vermeer” van Carolien Sikkenk

Gezien op woensdag 23 oktober 2019 in het Vermeer Centrum Delft:
foto-expositie van fotografe Carolien Sikkenk met interieurscènes
geïnspireerd op Vermeer.

“Do not seek to follow
in the footsteps
of the master.
Seek what he sought”
Matsuo Basho

In het kader van het jaar van de Gouden Eeuw heeft fotografe Carolien
Sikkenk op historische locaties in Delft enkele iconische Vermeer-
figuren in hedendaagse kleding opnieuw geënsceneerd en gefotografeerd.
Het resultaat is te zien in de kleine tentoonstelling “Girls with Pearls”
in het Vermeer-Centrum in Delft.

Voor mij is het meest geslaagde fotowerk in de serie Girls with Pearls
de dame in geel die op haar digitale tablet kijkt in het licht bij het
raam, geïnspireerd op Vermeer’s Briefleserin in Dresden.
Fotografe Carolien Sikkenk heeft de hele scene in een blauw-geel kleur-
akkoord omgezet, de lievelingskleuren van Vermeer, die mooi uitkomen
tegen de neutraal-grijze muur. Ook de weerspiegeling van haar gezicht
in het raam is mooi afgekeken van Vermeer.

De Engelse fotograaf Tom Hunter heeft zich al eerder door het hetzelfde
schilderij laten inspireren voor zijn fotowerk “Woman Reading a
Possession Order” uit 1997 uit de serie “Persons Unknown”. Het model
was een van zijn krakersvrienden uit de Londense wijk Hackney, die een
huisuitzettingsbevel leest….. Zijn insteek was de verheffing van
maatschappelijke randfiguren in het edele licht van Vermeer.

Dit werk van Carolien Sikkenk is gebaseerd op Het Parelsnoer van Vermeer
in de Gemäldegalerie, Staatliche Museen in Berlijn. Geel is de dominante
kleur in deze scene, en toevallig ook een mode-kleur in 2019.

Op YouTube is de volgende video te zien over de expositie “Girls with
Pearls” van fotografe Carolien Sikkenk:

Maartje Roos – Geënsceneerde Fotografie naar Gerard Ter Borch

Gezien op woensdag 18 september 2019 in Kunstruimte Het Langhuis
in Zwolle: fotokunstwerk “Ter Borch Untitled”, hedendaagse
geënsceneerde fotografie van fotografe Maartje Roos, geïnspireerd
op de interieurschilderijen van Gerard Ter Borch, een tijdgenoot
van Johannes Vermeer.

“I don’t take pictures,
I create images”
Maartje Roos

“Terug naar de Toekomst”: steeds meer hedendaagse kunstenaars gaan
een dialoog aan met de meesters uit het verleden. In een steeds sneller
veranderende tijd ontstaat vanzelf een behoefte aan vaste waarden en
ijkpunten. Aan diepgang en kwaliteit. Aan liefdesbrieven in plaats van
vluchtige appjes en mailtjes.

In het fotokunstwerk “Ter Borch Untitled” met een brieflezende vrouw
laat fotografe Maartje Roos zich inspireren door de schilderijen van
de 17e eeuwse meester Gerard Ter Borch.

Zij ging hiervoor op zoek naar mooie locaties in Zwolle waarin ze
terug zou kunnen gaan naar de 17e eeuw. Het Vrouwenhuis speelt een
belangrijke rol als locatie maar ook de Sassenpoort en het Stadhuis
zijn op verschillende manieren ingezet. De Zwolse Jeroen van Doornik
(nachtburgemeester) en Maritte Leystra vervullen samen met de kleine
Welsh Springer Tessa, de daadwerkelijke rollen in het fotokunstwerk.

Ze gebruikt het medium fotografie om haar verhaal in één beeld te
kunnen vertellen. Ze schildert met fotografie. Net zoals een kunst-
schilder bij het schilderen zich aan de waarneming kan houden maar
ook de mogelijkheid heeft om naar eigen inzicht belangrijke elementen
voor de betekenis of compositie van het schilderij toe te voegen of
weg te laten.

Zo’n fotokunstbeeld begint met een schets in haar hoofd. Die gedachte
zet ze om in beeld. Ze fotografeert haar beelden niet in één keer,
maar voegt haar beelden via digitale beeldbewerking samen met in
diverse fotoshoots verzameld beeldmateriaal. Daarbij doet ze alles
zelf: locatie, modellen, kleding, belichten, fotograferen en bewerken.
Dit zijn work-in-progress foto’s op locatie tijdens het uitlichten van
de scene en de visagie/styling van het kostuummodel.

Andere werken van Maartje zijn “Wonder of Woman Living room” en
“Margaretha Geertruida Zelle/Leeuwarden Lonkt”, dat een knipoog naar
danseressen van Degas lijkt te zijn. Interieurscenes met jonge vrouwen
mooi in het licht gezet bij een raam.

Maartje Roos gebruikt de genrestukken van Gerard Ter Borch als
inspiratiebron. Op deze genrestukken zijn mensen in hun dagelijkse
omgeving te zien, die in onderlinge, soms in een mysterieuze of
amoureuze verhouding tot elkaar staan.

Ter Borch observeert stemmingen en relaties. “Met een brief, een glas
wijn, een starende blik, wellicht de symboliek van de gebruikte
kleuren hint Ter Borch naar persoonlijke situaties en karaktertrekken,
maar het hele verhaal wordt nooit verteld. Alsof hij wil zeggen:
Zo is het leven, het laat vragen open, relaties komen en gaan.”
(Arthur Wheelock, conservator National Gallery of Art in Washington).
De fijne glanzende (satijnen) stofuitdrukking van de jurken van de
dames in zijn werk verschafte hem blijvende roem. Vaak fungeerde
Gesina, zijn halfzusje, als model. Zoals in de “Galante Conversatie”,
ook wel bekend als “De Vaderlijke Vermaning”, Rijksmuseum Amsterdam.

Vermeer en Ter Borch. Ter Borch is briljant in het schilderen van
figuren, maar niet zo sterk in het overtuigend in de ruimte van het
interieur zetten van zijn figuren. Daarin streeft Vermeer
in mijn ogen Ter Borch voorbij. Zoals in de Staande Clavecimbel-
speelster in Londen.

Voor mij persoonlijk inspireert de fotokunst van Maartje Roos mij in
mijn eigen streven om fotokunstwerken te maken geïnspireerd op de
schilderijen van Johannes Vermeer; om mijn eigen “Vermeers” te creëren.
Zoals dit fotowerk van mijn eigen hand uit 2012;
locatie Landhuis Oud Amelisweerd, model: Merel van den Nieuwenhof.

Voor meer informatie en ander werk van fotografe Maartje Roos verwijs
ik graag naar haar website:
www.roosphotography.nl

Op YouTube is deze video te zien waarin Maartje Roos haar werkwijze
uitlegt: