Categorie archief: tentoonstellingen

“Verhipt Klassiek”: Straatje van Vermeer op Vintage Stoel

Gezien tijdens atelierbezoek bij kunstenares Anselien School op
zaterdag 30 maart 2019: de “Vermeer-stoel” volgens haar “verhipt
klassiek” procedé: vintage stoelen “verhippen” door ze opnieuw
te bekleden met borduursels naar meesterwerken van oa. Vermeer of
Leonardo.

“Mixing one’s wines
may be a mistake,
but old and new
wisdom mix
admirably”
Bertolt Brecht

Van de oer-hollandse schilderijen Het Straatje en Het Melkmeisje
van Vermeer zijn talloze huisvlijt-borduursels gemaakt. Tijdens
het Kunstcafé in Museum Het Valkhof in Nijmegen op 15 februari
2019 liet de Nijmeegse kunstenares Anselien School haar “ Vermeer-
stoel” zien: een vintage stoel opnieuw bekleed met borduursels
naar Het Straatje van Vermeer.

Kortom: verhipt klassiek. Weer een andere vorm van “Vermeer
Revisited”.

De rugleuning is bekleed met de voorzijde van een Straatje van
Vermeer-borduursel; de zitting met de achterzijde van zo’n
borduursel, waardoor de afbeelding omgekeerd/gespiegeld is.


Een dergelijke stoel zou heel goed passen in een interieur,
waarin hedendaags en klassiek op een spannende manier gecom-
bineerd worden.


Welke Vermeerschilderijen de hoogste populariteit genieten,
laat zich goed aflezen aan de meest voorkomende Vermeer-
huisvlijtborduursels: met name Het Melkmeisje, Het Straatje,
De Kantkloster, het Meisje met de Parel en de Dresden
Briefleester zijn het meest geliefd. Dat zijn precies de
Vermeers met de meest alledaagse en voor het grote publiek
meest herkenbare taferelen.

Eerder schreef ik al een blogstukje over de omgekeerde borduur-
sels tentoonstelling “Embroidery Show” van Rob Scholte in
Museum De Fundatie in Zwolle in 2016:
http://www.thijnvandeven.nl/?m=201608

De achterkant van de borduursels is in hedendaagse ogen eigen-
lijk spannender dan de voorzijde: het laat meer een eigen
handschrift en temperament van de maker zien, het beeld oogt
ook losser en impressionistischer en de vormen worden meer
geabstraheerd.
Zoals dit borduursel naar een schilderij van Pieter De Hoogh.

Het borduursteken-patroon vertoont een typische gelijkenis met
een digitaal pixel-patroon. Het omzetten van een beeld in
kruissteken levert een vergelijkbaar “pixel-patroon” op in
dit detail naar Vermeer’s Dentellière uit het Louvre in Parijs.

In de eigen woorden van Anselien School: “School Meets Scholte”.

“Gefascineerd was ik door de omgekeerde borduursels die Rob
Scholte ons liet zien in de zomer van 2016.
Juist in die achterkant meende ik de mens achter het borduur-
werk te kunnen zien.
Het werk zelf krijgt ook meer diepte. Kijk maar.
De stoel vond ik bij Ari aan de Overtoom in Amsterdam”.


Voor meer informatie/contact verwijs ik graag naar de website
“verhiptklassiek” van Anselien School:
https://verhiptklassiek.nl/

Van Anselien School is deze video te zien op YouTube:

Vermeer van Delft en Leonardo da Vinci – Sfumato

Overweging over het sfumato in de schilderkunst van Leonardo da
Vinci en Vermeer van Delft naar aanleiding van een bezoek aan de
tentoonstelling met originele tekeningen van Leonardo da Vinci
in het Teylers Museum in Haarlem op woensdag 12 december 2018.

“Love is a smoke
made with the
fume of sighs”
William Shakespeare

Vermeer’s Meisje met de Parel is vaak vergeleken met Leonardo da
Vinci als de “Mona Lisa van het Noorden”.

In de ogen van het Meisje ligt niets minder dan de blik van de liefde,
om de lippen van de Mona Lisa de zachte glimlach van een ongrijpbaar
mysterie. Het zijn tijdloze iconen van de schilderkunst.

Wat Leonardo da Vinci en Johannes Vermeer van Delft gemeen hebben is
dat ze ieder in hun eigen sfumato schilderen: sfumato is een schilder-
techniek waarmee schilders met dunne transparante olieverflagen con-
touren wazig maken en laten vervloeien, waardoor een zacht omfloerste,
dromerige atmosfeer van licht ontstaat. Vermeer (1632) schilderde
bijna twee eeuwen later dan Leonardo (1452). Voor Hollandse schilders
in de Gouden Eeuw gold Italië als het beloofde land van de schilder-
kunst en stond Leonardo ook toen al op eenzame hoogte in het pantheon
der grote meesters van weleer.

De Brieflezende Vrouw in Blauw van Vermeer uit het Rijksmuseum vind
ik een mooi voorbeeld van een schilderij in sfumato: de contouren
zijn verzacht en de overgangen van licht naar donker zijn soms nau-
welijks waarneembaar, alsof de vrouw omhuld is in een soort van rook
of mist.

Het blauwe haarlint bij haar gezicht verdwijnt bijna in de subtiele
huidtinten. In dit schilderij is me altijd de lichte partij op de
landkaart boven haar hoofd opgevallen; het is alsof een rivier
in haar hoofd stroomt als de woorden uit de brief die ze leest of
alsof er een vlam of rook uit haar hoofd omhoogkringelt. Alsof haar
gevoelens opstijgen in een hoge vlucht.

In dat geval zou het een letterlijke verwijzing naar rook kunnen zijn
en misschien wel naar Leonardo’s “sfumato” ( “fumo” is Italiaans voor
rook, “sfumare“ betekent letterlijk “verroken”, vervagen). De Duitser
Max Doerner noemt in zijn standaardwerk over schildertechniek dit
effect “Schmelz”, in elkaar versmolten doorschijnende verflagen.

Vermeer zou Leonardo’s boek Trattato della Pittura heel goed gekend
kunnen hebben, daar hij een naam had als kenner van de Italiaanse
schilderkunst. Daarin stelt Leonardo in dit verband: “Licht en
schaduw zouden zich zonder lijnen of grenzen moeten mengen, net
als rook”. In dat geval zou de Brieflezende Vrouw in Blauw als
Vermeer’s eigen ode aan Leonardo’s “Sfumato” gezien kunnen worden.

In de fotografie is “soft focus” het equivalent van “sfumato”.
Interessant in dit verband is dat Leonardo zich ook al bezig hield
met optische effecten van lenzen en experimenteerde met de camera
obscura, en zo mogelijk net als Vermeer geboeid raakte door de
delicate zachte overgangen en het atmosferische licht van soft
focus beelden. Zoals in dit glamourous Hollywood-portret van
filmster Marlene Diettrich.

De beroemde glimlach van Mona Lisa is hét schoolvoorbeeld van de
sfumato-techniek.

Op YouTube is de song “Smoke Gets In Your Eyes” te horen van Blue
Haze uit 1972:
“When a lovely flame dies
smoke gets in your eyes”:

Op YouTube is het liedje “Als de Rook om je Hoofd is Verdwenen”
van Boudewijn de Groot te horen:

Vermeer en de Utrechtse Caravaggisten

Gezien op zaterdag 12 januari 2019 in het Centraal Museum in Utrecht de
tentoonstelling “Utrecht, Caravaggio and Europe” over Caravaggio en de
Utrechtse Caravaggisten.

“Every moment
of light and dark
is a miracle”
Walt Whitman

De Italiaanse schilder Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610)
geldt als een van de invloedrijkste schilders aller tijden en als
“uitvinder” van het clair-obscur.

Ook Vermeer liet zich in zijn vroegst bekende werk “ Christus in het
Huis van Martha en Maria” uit Edinburgh inspireren door de Italiaanse
schilder Caravaggio. Het licht van Caravaggio kenmerkt zich door sterke
en dramatische licht-donker contrasten (clair-obscur) en diepe scha-
duwen. Vermeer was op zoek naar een ander licht, en maakte zich al
snel los van de invloed van Caravaggio, zoals Fabritius, mogelijk de
leermeester van Vermeer, zich ook onttrok aan de invloed van diens
leermeester Rembrandt. Vermeer wilde het licht ook laten stralen tot
diep in zijn schaduwen.

De invloed van Caravaggio op de jonge Vermeer kwam waarschijnlijk
tot hem via de Utrechtse Caravaggisten: Gerard van Honthorst,
Hendrick Ter Brugghen en met name Dirck van Baburen. Schilders, die
zich in Italië hadden gelaafd aan de schilderijen van Caravaggio.
Vermeer is net als Rembrandt en Frans Hals nooit in Italië
geweest.

Zijn schoonmoeder Maria Thins had een Baburen-schilderij “De
Koppelaarster” in haar privécollectie, dat Vermeer twee keer heeft
weergegeven in “ Het Concert” uit Boston en de “Zittende Clavecimbel-
speelster” uit Londen.
Het originele schilderij van Baburen is bewaard gebleven en bevindt
zich in het Museum of Fine Arts in Boston.

Baburen schildert in grote vereenvoudigde vlakken in heldere
krachtige composities, een kwaliteit die Vermeer in diens werk zeer
gewaardeerd moet hebben. Overbodige details verdwijnen in de kunst
van het weglaten.

Gerard van Honthorst schilderde net als Vermeer ook een Koppelaar-
ster, uit de eigen collectie van het Centraal Museum in Utrecht.
Een schilderij met sterke licht-donker contrasten en het licht
volgt het verlangen van de jonge man.

Bij Hendrick Ter Brugghen is vooral de Fluitspeler uit Kassel
thematisch gelinkt aan Vermeer. Vermeer schilderde ook een Meisje
met Fluit uit Washington, al is die toeschrijving niet unaniem.
De meeste stukken met fluitspelers beelden het fluitspelen af;
bij Vermeer ligt de fluit losjes onbespeeld in haar hand en is
haar aandacht gericht op de beschouwer. Vermeer beeldt vaak juist
het moment van stilte uit, vlak vóór of ná een activiteit.

Mijn favoriete schilderij van Hendrick Ter Brugghen in de tentoon-
stelling is de “Saint Sebastian Tended by Saint Irene” uit het
Allen Memorial Art Museum in Oberlin, Ohio.

De franse schilder Georges de la Tour (1593-1652) is voor mij de
“Vermeer” onder de navolgers van Caravaggio. Zijn verstilde
nachtelijke kaarslichtscenes komen nog het dichtst bij de stilte
van de heldere daglicht-scenes van Vermeer. Beroemd zijn de
“Madeleines” van De la Tour uit het Louvre en het Metropolitan.
Mogelijk geïnspireerd op de “Saint Jerome in Meditation” van
Caravaggio.

Een andere interessante overeenkomst tussen Vermeer en Caravaggio
is dat beiden in verband worden gebracht met een mogelijk gebruik
van de Camera Obscura. Bij Caravaggio zijn soms in de verflaag met
de achterkant van een penseel ingekraste contourlijnen in de verflaag
zichtbaar, om de positie van een figuur in de lichtprojectie van de
camera obscura snel vast te leggen als houvast voor het uitwerken.
Dat zijn precies de fysieke kenmerken die je bij het schilderen van
geprojecteerde lichtbeelden met behulp van een camera obscura zou
kunnen verwachten. Naar verluidt schilderde Caravaggio zijn figuren
in zijn atelier aangelicht door fel zonlicht door een opening in het
plafond.

In deze YouTube-video een fragment uit “Secret Knowledge” van David
Hockney waarin hij experimenteert met opstellingen waarin
Caravaggio met een Camera Obscura gewerkt zou kunnen hebben,
(vanaf 5:35, Italiaanse ondertitels):

Zonlicht geeft precies dat harde licht-donker contrast
en donkere schaduwen die het licht van Caravaggio kenmerken.
Zonlicht was in die tijd de krachtigste lichtbron en het meest
ideaal als lichtbron voor een Camera Obscura.

De verbeeldingskracht van Rembrandt heeft het Clair-obscur van
Caravaggio naar een nog hoger level getild. Beiden schilderden een
versie van “Abraham offert Isaac” (Hermitage Petersburg-Uffizi
Florence),
Bij Caravaggio is de scene een soort tableau vivant met levende
kostuummodellen, die hij naar de waarneming schilderde; bij
Rembrandt is de scene meer vanuit de verbeeldingskracht gecreëerd.
Alleen al de keuze van het formaat versterkt het drama, maar ook
de orkestratie van het licht. Het hoofdlicht ligt op de kwetsbare
keel van de onschuldige jongen en hoe de vader het gezicht van
zijn zoon met zijn hand bedekt maakt het beeld veel dramatischer
en gelaagder. Maar Rembrandt stond met zijn Clair-Obscur wel op
de schouders van Caravaggio.

Op YouTube is een trailer van de “Utrecht Caravaggio en Europa”
tentoonstelling te zien van het Centraal Museum:

In 2017 was in de National Gallery in Londen ook een
tentoonstelling “Beyond Caravaggio”.
Hier de trailer op YouTube:

Vermeer en Thijs Wolzak – Interieurs als Spiegels van de Ziel

Gezien op 16 november 2018 in Design Museum ‘s Hertogenbosch: foto-
tentoonstelling “Binnenkijken” van fotograaf Thijs Wolzak.

“An Interior is the
natural projection
of the soul”
Coco Chanel

De interieur lichtbeelden van Wolzak doen mij ergens ook denken aan de
interieur-lichtschilderijen van Johannes Vermeer. Lichtbeelden van mensen
in hun interieur als spiegels van hun ziel.

Fotograaf Thijs Wolzak maakte voor de rubriek “Binnenkijken” in NRC
Handelsblad in zes jaar tijd ruim 250 foto’s van wat hij Human Interior
noemt: de instinctieve behoefte van de mens om zijn identiteit in zijn
interieur bevestigd te zien.

Zes jaar lang ging hij elke week op visite bij mensen met een bijzonder
huis. Hij bekeek nauwkeurig de interieurs, luisterde naar de verhalen van
de mensen, en bedacht hoe hij dat allemaal in één beeld kon vangen.
Vervolgens deed hij er alles aan om in één beeld de perfecte weergave
te maken van het huis en de mensen.
Het moest een volledige weergave zijn van de ontmoeting, van het totaal-
overzicht tot aan het kleinste detail. Niet eerder werd in Nederland
zo’n consequent uitgewerkt beeld gegeven van de veelkleurigheid van de
wonende mens.

In het Design Museum in ’s Hertogenbosch vulde hij een zaal met 24
enorme foto’s op lichtgevende displays, die kriskras in de ruimte staan.
De foto’s zijn zo groot dat het lijkt of je zo de interieurs in kunt
stappen. Ze werken ook als een soort wanden, zodat er een doolhof
ontstaat. Ertussen zijn zitjes gemaakt: eilandjes van bankstellen, sofa’s,
keukenstoelen, tafeltjes etc. Allemaal gebruikte spullen, zodat het een
beetje is alsof je in iemands huis bent. Je kunt vanuit je stoel een
foto bekijken en via een soort iPod luisteren naar verhalen van de
bewoners. Het idee is dat de museumzaal een prettige verblijfsruimte
wordt waar je niet meer weg wilt. De tentoonstelling duurt van
13 oktober tot 17 februari.

Tegelijk met deze tentoonstelling is een boek uitgegeven: “Human Interior”
met 50 interieurs van Thijs Wolzak, een essay van filosoof Coen Simon en
een column van schrijver Arnon Grunberg.

Het is interessant om de foto van Thijs Wolzak met het interieur van
Wilbert Cornelissen te vergelijken met De Schilderkunst of de Muziekles
van Vermeer. Beiden hebben de kenmerkende dambord tegelvloer. Thijs Wolzak
moest zich als fotograaf aanpassen aan een bestaand interieur, Vermeer
kon zijn interieur naar eigen wens construeren op het doek. In zijn lichtplan
zet Vermeer de hoofdfiguur – het Meisje in Blauw – in het hoofdlicht en ook
de hele compositie draait om haar als stralend middelpunt. Bij Vermeer is het
interieur altijd ondergeschikt en in dienst van de figuur en de uitgebeelde
handeling. Rekwisieten zijn zorgvuldig en spaarzaam uitgekozen om tot een
helder sprekend beeld te komen. En de lichtbron is altijd het heldere
daglicht van een raam dat de kamer verlicht.

De figuren van Wolzak springen in hun eigen interieur minder in het oog.
Ze worden niet speciaal uitgelicht. Het zijn vaak overvolle interieurs met
een veelheid aan spullen en details. Wat bij Vermeer altijd opvalt is de
intense concentratie en beperking van details om tot een sterke focus te
komen. Wolzak probeert als fotograaf de mensen en hun interieur met zijn
camera in één beeld te vangen, naar ik aanneem zonder Photoshop. Vermeer is
een fotografisch schilder, die alles letterlijk naar zijn schilderende hand
kan zetten in zijn artistieke streven naar een volmaakte, verstilde,
tijdloze klassieke harmonie. Het interieur als spiegel van de ziel.

In de tentoonstelling is een mooie tekst over “Het Raam” te lezen:
“De ramen zijn in de eerste plaats de ogen van het huis. Voor invallend
licht fungeert het huis als een doos met gaten. Van binnen wordt de doos
lichter, maar van buiten zien we alleen duistere gaten.
Dat verklaart de zwarte gaten die we zien als een huis in de zon staat.
We kunnen onbespied naar buiten staren totdat de zon ondergaat en het huis
een kijkdoos wordt. Al is het glas van de ramen een van de laatste
onderdelen, die bij de bouw van een huis worden aangebracht, dit magische
spul dat wind, kou en regen tegenhoudt en licht doorlaat, bepaalt de
stemming van een huis.
We zijn gewend licht, kleur, weerspiegelingen en schaduwen als toevallige
randverschijnselen te zien, maar in werkelijkheid zouden we niets
waarnemen zonder deze spookachtige fenomenen”.
Het zou een tekst over het (raam)licht van Vermeer kunnen zijn……..

Foto’s exposeren met lichtgevende displays wordt een trend in de fotografie.
Zo kan wat mij betreft de duurste digitale print als Cibachrome niet tippen
aan een HD-beeldscherm van topkwaliteit.
Het valt te vergelijken met ektachrome dia’s in het analoge fotografie
tijdperk. Foto’s als lichtbeelden.

Ook laat schilderkunst zich prachtig verbeelden in lichtbeelden. Elk jaar
is er op de enorme witte wanden van een voormalige bauxietmijn bij Les Baux
in Zuid Frankrijk een lichtprojectievoorstelling “Carrières des Lumières”
(voorheen: “Cathédrale d’Images”) gewijd aan een groot kunstenaar.
In 2018 is dat Picasso en de Spaanse meesters.

Op YouTube is deze video te zien over de expositie “Binnenkijken” van
Thijs Wolzak in het Design Museum in Den Bosch:

Maria van Gelre – Aankleedscene in het Licht van Vermeer

Fotoshoot tijdens filmopnamen in de Burgerzaal in Zutphen op zaterdag
29 september van “Maria van Gelre in vol ornaat”, aankleding door het
kostuumatelier van Het Woud der Verwachting van kostuummodel Roseanne
Trijsburg als Maria van Gelre in het kader van de tentoonstelling “Ik,
Maria van Gelre” in Museum Het Valkhof in Nijmegen (13 oktober 2018
t/m 6 januari 2019). Fotografie: Thijn van de Ven.

“What is important
in a dress
is the woman
who is wearing it”
Yves Saint Laurent

In Museum Het Valkhof in Nijmegen is momenteel de tentoonstelling
“Ik, Maria van Gelre” te zien, met als hoogtepunt een 15e eeuws gebe-
denboek, verluchtigd met kleurrijke en verfijnde miniaturen.
De re-enactmentgroep Het Woud der Verwachting, die met verve en oog
voor kwaliteit de middeleeuwen rond 1400 verbeeldt, heeft een natuur-
getrouwe replica gemaakt van het historische kostuum van Maria van
Gelre, zoals dat te zien is op een miniatuur in haar gebedenboek.
Zie ook de website van Het Woud der Verwachting:
http://www.hetwoudderverwachting.nl/

Van de aankleding van dit kostuum werden op 29 september in de middel-
eeuwse Burgerzaal in Zutphen film- en foto-opnamen gemaakt door de re-
enactmentgroep Het Woud der Verwachting. Het mooie natuurlijke dag-
licht dat door de hoge glas-in-lood ramen naar binnen valt, de wit-
gepleisterde muren, de kleurige historische kostuums met een jonge
vrouw als kostuummodel (Roseanne Trijsburg) is voor een fotograaf met
een voorliefde voor Vermeer visueel een lust voor het oog.

De aankleding door de hofdames/costumières werd zo historisch verant-
woord als mogelijk uitgevoerd. Van het witte linnen onderkleed, licht-
blauwe onderjurk met losse rode mouwdelen tot de blauw-witte zijden
pronkjapon en de bewerkelijke hoofdtooi.
Make-up,zoals we dat nu kennen, was in de middeleeuwen niet aan de
orde.

Het licht van Vermeer is het licht van alle tijden…….

De film van Maria van Gelre in vol ornaat door het Woud der Verwach-
ting is inmiddels te zien op YouTube:

Een mooi en smaakvol voorbeeld in dit genre is ook de film
“Strip Show 1850” van Paul en Menno de Nooijer voor het Zeeuws Museum
op YouTube: