Maandelijks archief: juli 2016

Perspectief-studie Vermeer – Jorgen Wadum

“Vermeer in Perspectief”, Jorgen Wadum in Vermeer-catalogus 1996.

“Je gaat het pas zien
als je het door hebt”
Johan Cruijff

Vermeer gebruikte de “Speld en Krijtsnoer” methode bij de constructie
van het centraalperspectief in zijn schilderijen. De Oude Egyptenaren
gebruikten al krijtsnoeren bij de opzet van de muurschilderingen
in de graven van de farao’s in de Vallei der Koningen.

In de 17e eeuw was het werk van Hans Vredeman de Vries het standaardwerk
aangaande het perspectief. Zijn prent “Laboratorium van de Alchemist” roept
voor mij associaties op met Vermeer’s atelier als laboratorium. Kunst en
Wetenschap waren in de 17e eeuw nog geen strikt gescheiden disciplines.

Met name Jorgen Wadum, de voormalige schilderijen-restaurator
van het Mauritshuis-museum in Den Haag, heeft zich bezig gehouden met
de methode waarmee Vermeer het centraalperspectief in zijn schil-
derijen construeerde.

De Deen K.G. Hulten (1949) had al eerder in een artikel ‘Zu Vermeers Atelierbild’
in het Konsthistorisk Tidskrift de interessante vondst gemeld, dat in het
schilderij “De Schilderconst” in Wenen precies op de plek van het verdwijnpunt
van de perspectieflijnen een speldegaatje in de verflaag en het linnen zit. Onder
de knop van de onderste roe van de landkaart.


Later heeft Jorgen Wadum in meerdere Vermeers zo’n speldegaatje gevonden,
waaronder het Melkmeisje, de Dublin-Vermeer, De Muziekles en de Staande
Clavecimbelspeelster in Londen en de Allegorie op het Geloof in New York.
Bij de “Lady Writing a Letter With her Maid” uit Dublin zit het gaatje zelfs
in het oog van de Briefschrijvende Dame !


Wadum heeft in een aanschouwelijke reconstructie laten zien hoe Vermeer zijn
perspectieflijnen trok met behulp van een krijtsnoer bevestigd aan een speld
in het Verdwijnpunt. Door het krijtsnoer op de juiste positie strak te trekken
en tegen het canvas terug te laten schieten, verkreeg hij op zijn doek in krijt
de perspectivische hulplijnen, die hij nodig had voor de glas in lood ramen en
de zwart-wit tegelvloeren. Deze krijtlijnen kon hij vervolgens met pen of
penseel overschilderen. Het speldegaatje is vrijwel het enige fysieke bewijs
van Vermeer’s werkwijze.



De tegelvloeren construeerde Vermeer met twee Vluchtpunten aan weerszijden
van het doek op de horizonlijn.

Vermeer’s gebruik van het centraalperspectief mag in hedendaagse ogen geen
“rocket science” zijn, in al zijn eenvoud blijkt het een uiterst effectief
hulpmiddel om de illusie van ruimte te creëren. Zonder het lijnenspel van de
vloertegels en glas-in-lood strips van de raamvensters heeft het schilderij
veel minder diepte en ruimtewerking en wordt het “platter”.

In de tegelvloeren van de vroege “Wijnglas-Vermeers” uit Braunschweig en
Berlijn is goed te zien, dat Vermeer hier het weergeven van het perspectief
nog niet helemaal onder de knie heeft. Met name aan de rechterzijde is de
tegelvloer “perspectivisch broddelwerk”.
Later zou Pieter Teding van Berkhout, een bezoeker aan Vermeer’s atelier,
het latere werk van Vermeer juist aanprijzen vanwege “het buitengewone en
wonderlijke perspectief”……

Meesterwerken zien er soms bedrieglijk eenvoudig en vanzelfsprekend uit,
omdat de meester steeds de juiste keuzes heeft gemaakt, die de werking
van het geheel versterken en de eenvoud in de ingewikkelde veelvoud zichtbaar
laat worden, als in een wiskundige formule. Perspectief als “doorzichtkunde”
in meerdere betekenissen.


Op YouTube is een mooie film te zien van Jaap Drupsteen, waarin hedendaagse
muziek, de architectuur van Jan Vredeman de Vries (uit de 17e eeuw), speciale
televisietechnieken en decors en kostuums tot één (sprookjesachtig) geheel
zijn verweven. Met muziek van het Willem Breuker Kollektief:

https://www.youtube.com/watch?v=7QHkmORnctI

Vermeer’s Camera Obscura en de Grot van Plato

Boek “Vermeer and Plato- Painting the Ideal” van Robert D. Huerta

“De zichtbare wereld is te vergelijken
met een gevangenis waarin wij wonen,
en het licht van het vuur,
dat daarbinnen schijnt,
met het zonlicht”
Plato

In de schilderijen van Vermeer herken ik een streven naar een
Platonisch Ideaal. Vermeer schildert niet louter de zichtbare
werkelijkheid zoals zij is, maar tevens een ideaalbeeld;
gezien vanuit het ideaal van het Goede, het Schone en het Ware.
De Ideeënleer van Plato laat zich heel goed rijmen met de visie
van Vermeer.

Een voorbeeld: Vermeer schildert in het “Meisje met de Parel” geen
gelijkend portret, maar een “tronie”,een klassiek ideaalbeeld, een archetype;
Frans van Mieris schildert puur naar de waarneming: een realistisch
portret van zijn eigen vrouw Cunera van der Cock, precies zoals ze is.

Ik zie ook een overeenkomst tussen het beeld van de Grot van Plato,
de Camera Obscura van Vermeer, en de grotschilderingen in Lascaux.

Het is heel goed mogelijk dat de prehistorische grotbewoners van Lascaux
het effect van de Camera Obscura al opgemerkt hebben en mogelijk ook al
gebruikt hebben bij hun grotschilderingen.

 

De gevangenen staren naar bewegende schaduwen op de wand van de
donkere Grot van Plato, zoals Vermeer in zijn Camera Obscura (Verduisterde
Kamer) keek naar het geprojecteerde lichtbeeld vanuit de Kamer van het Licht.
Beiden bevinden zich dus in een donkere ruimte met een uitgang/ingang naar
het Licht. Het “vuur” in de Grot van Plato is het equivalent van het
zon-daglicht in de Kamer van het Licht van Vermeer.

 

 

“Het laatste object
dat hij zal kunnen zien
is de zon”
Plato

Het wereldbeeld van Plato zag de wereld opgebouwd van Lagere tot Hogere
Sferen. Zo is ook de kunst van Vermeer Platonisch in zijn voortdurende
streven naar een steeds hogere graad van verfijning en volmaaktheid. Vermeers
werk beweegt zich van realisme/naturalisme naar abstractie/classicisme. Deze
Platonische benadering heeft de krachtigste en meest verheffende werking
bij een nederig en eenvoudig onderwerp als een “Meyd die Melk Uytgiet”,
een vroeg meesterwerk.

In zijn latere werk streeft Vermeer steeds meer naar een hogere abstractie,
naar de klassieke ideale vorm. Het is precies dit Platonische streven dat zijn
schilderkunst verheft boven zijn vooral op de waarneming berustende realisme
van zijn tijdgenoten als Pieter de Hoogh en Gerard Ter Borgh. Vermeer is dieper
doorgedrongen in Plato’s Wereld van de Ideeën, die eeuwig en tijdloos is.
Vermeer verbindt de Idee van Plato met de waarneming van de
werkelijkheid dmv licht. In elke Vermeer zit iets van de eeuwige
onzichtbare Ideeën van Plato, die achter de zichtbare tijdelijke en voorbij
gaande werkelijkheid liggen. In de ogen van Vermeer openbaren deze zich door
middel van het licht.

In feite is ook de benadering van de Engelse fotograaf Tom Hunter, om zijn
krakersvrienden uit de achterstandswijk Hackney in Londen in zijn foto’s
een “Vermeer”-uitstraling mee te geven, in wezen een Platonische benadering:
verheffing van “ordinary people” naar een hoger ideaalbeeld van schoonheid
en waardigheid. In “Woman Reading a Possession Order” is hij hierin bijzonder
goed geslaagd.


Een tussenfase naar de Wereld van de Ideeën is de Mathematica, die bij
Vermeer tot uiting komt in zijn perspectivische constructie van de ruimte
en de geometrische werking van zijn kenmerkende zwart-witte tegelvloeren,
zoals in het schema aangegeven is. “De Muziekles” is hiervan een mooi
voorbeeld.

Op Youtube staat een mooie video met scenes uit de Hopper-film “Shirley,
Visions of Reality” van Gustav Deutsch met een song van Melody Gardot –
Worrisome Heart. In deze film komt ook een scene voor waarin een vrouw
de scene van de Grot van Plato leest.

De beroemde passage van de Grot van Plato in zijn “Politeia” kun je
lezen via deze link:
passage Grot van Plato in “Politeia”

Vermeer – De Vroege Film en Kostuumtheater

“We choose to go to the moon
in this decade
and do the other things,
not because they are easy,
but because they are hard”
John F. Kennedy

Je kunt een schilderij als “Mistress and Maid” van Vermeer in de Frick
Collection in New York beschouwen als een vorm van verstild kostuumtheater,
gezien met een nieuw “oog”: de lens-camera (Camera Obscura).


Ook de met de hand ingekleurde stencil color film uit de prille begindagen
van de cinema heeft voor de liefhebbers nog steeds de opwinding van het
ontdekken van een nieuwe wereld door een nieuw medium: het bewegende
lichtbeeld waarin kostuumtheater “tot leven komt”. Net als de vroege
fotografie, zit de vroege film nog dicht tegen de schilderkunst aan.


Een mooi voorbeeld van deze stencil color films is “Le Voyage dans la
Lune” van Georges Méliès uit 1902; de verbeelding van een toekomstdroom.
Slechts 67 jaar later verwezenlijkte Neil Armstrong deze droom met zijn
“small step for a man, a giant leap for mankind”.


Wat mij ook aanspreekt, is dat filmmaker Georges Méliès, net als Vermeer,
bij het creëren van zijn beelden alles tegelijk was: regisseur, cameraman,
schilder, acteur, decorontwerper, lichtman, kostuumontwerper,
scenarioschrijver, visagist, lokatie-manager, art-director, production-
designer, etc. In alles is zijn “handschrift” zichtbaar.

In de familie-film “Hugo” brengt Martin Scorsese een ode aan Georges
Méliès. In de film is de verwondering en opwinding voelbaar als van een kind,
dat voor het eerst een nieuwe wereld ontdekt.

Bekijk op YouTube dit fragment met de film ”Le Voyage dans la Lune” (1902)
van Georges Méliès:

https://www.youtube.com/watch?v=-YCa59YAXbI