Dagelijks archief: 11 september 2017

Lezing Gregor Weber – “Schilderijen in de schilderijen van Vermeer”

Bezocht op donderdag 7 september 2017: een lezing van
Gregor Weber van het Rijksmuseum over de “Schilderijen
in de schilderijen van Vermeer” in het Vermeer-Centrum
in Delft.

“Good artists copy
Great artists steal”
Pablo Picasso

Het Vermeer Centrum in Delft organiseert in het kader van haar
tienjarig jubileum een reeks van thema-lezingen rond Vermeer.
De vierde lezing werd op 7 september 2017 verzorgd door Gregor
Weber, hoofd beeldende kunst bij het Rijksmuseum in Amsterdam,
met als thema “De schilderijen in de schilderijen van Vermeer”.
Klik op deze link voor meer info over de andere lezingen:
https://www.vermeerdelft.nl/nl/lezingen/

Naast landkaarten laat Vermeer in de achtergrond van een inte-
rieur vaak een of meerdere schilderijen zien. Deze “schilde-
rijen in het schilderij” geven het afgebeelde tafereel in het
schilderij een diepere betekenislaag.
Sommigen van deze “geciteerde” schilderijen zijn bewaard gebleven.
Een aantal zijn van gerenommeerde meesters als Jordaens, Van
Baburen en Van Everdingen, maar met name de landschapschilderijen
lijken van de hand te zijn van minder bekende locale Delftse
collega-schilders als Pieter van Groenewegen en Pieter van Asch.


Het mooiste schilderij in een Vermeer is misschien wel De Koppe-
laarster van Dirck van Baburen, dat zich in de collectie van
Vermeer’s schoonmoeder Maria Thins bevond. Van Baburen behoort
tot de Utrechtse Caravaggisten. Dit schilderij wordt in twee
schilderijen van Vermeer afgebeeld: “Het Concert” uit Boston en
de Zittende Clavecimbelspeelster in Londen. Het origineel bevindt
zich nu in het Museum of Fine Arts in Boston. Mogelijk was dit
schilderij de inspiratiebron voor een vroege Vermeer: de “Kop-
pelaarster” uit 1656, nu in de Gemäldegalerie in Dresden.


Op Vermeer’s Allegorie op het Geloof in New York is een Krui-
siging van Jacob Jordaens te zien, een leerling van Rubens, ook
genoemd in de nalatenschap van Vermeer. Het origineel bevindt
zich nu in de Fondatie Terninck in Antwerpen. Volgens Weber
is dat echter een enorm groot doek, dat Vermeer onmogelijk in
huis kan hebben gehad. Er zijn nog twee kleinere Kruisigingen
van Jordaens bekend, waaronder een in het Wallraf-Richartz
museum in Keulen. Maar het schilderij in de Vermeer kan
natuurlijk ook geschilderd zijn naar een kleinere kopie van
het Antwerpse origineel.


In de Dame met Weegschaal is een schilderij van het Laatste
Oordeel weergegeven, dat het tafereel een diepere “betekenis-
sprong” meegeeft. Het wegen van de ziel tegenover aardse
schatten. Het origineel van dit Laatste Oordeel is niet bewaard
gebleven. Volgens Weber zijn er meerdere mogelijke makers van dit
schilderij: Jacob de Backer, Frans Francken of Barend van Orley.
Zelf moet ik ook denken aan het schitterende Laatste Oordeel van
Lucas van Leyden in de Leidse Lakenhal.

In de Gitaarspeelster uit Kenwood bij Londen is een landschaps-
schilderij te zien, dat gelijkenis vertoont met een Landschap
van Pieter van Asch, een Delftse landschapsschilder. Met name
de gelijkenis met het afhangende gebladerte in het afgebeelde
schilderij van Van Asch is treffend. Ik heb de afbeelding van
het schilderij vervaagd en de kleuren aangepast om het soft
focus effect in het Vermeer-schilderij te benaderen.

Een mooie vondst van Gregor Weber zelf ism kunsthandel Hoog-
steder in Den Haag is een landschapschilderij van de Delftse
tijdgenoot van Vermeer – Pieter van Groenewegen. In een publi-
catie heeft hij in mijn ogen heel aannemelijk kunnen maken,
dat Vermeer dit landschapsschilderij tweemaal heeft verwerkt
in zijn Staande Clavecimbelspeelster in de National Gallery
in Londen. Het origineel zou dan dus ook bewaard zijn gebleven.

Het Cupido-schilderij in de Staande Clavecimbelspeelster van
Vermeer wordt toegeschreven aan Caesar van Everdingen. Het ori-
gineel bestaat niet meer. De Cupido-figuur houdt een kaart
omhoog met het cijfer 1: een aansporing om trouw te blijven
aan één grote liefde.

Ook het schilderij “De Vinding van Mozes” komt tweemaal voor
in een Vermeer, zij het in totaal verschillende formaten: klein
in de Astronoom in het Louvre in Parijs, monumentaal groot in
de Dublin Vermeer. Vermeer past zijn citaat-schilderijen
aan naar de compositie en visie, die hem voor ogen stond. Het
“Mozes”-schilderij wordt door sommige kenners toegeschreven aan
Peter Lely. De betekenis ervan voor het afgebeelde tafereel
blijft in dit geval wat onduidelijk. Het beeldt de vinding
van de vondeling Mozes uit door de dochter van de Farao. Het is
waarschijnlijk ook een familie-stuk geweest. Het origineel is
helaas niet bewaard gebleven.

In het Vermeer-centrum is een interessante video te zien over de
restauratie van Vermeer’s Briefleester in Blauw in 2010 door
restaurator Ige Verslype van het Rijksmuseum. Dankzij conservator
Pieter Roelofs kon ik destijds een privébezoek brengen in het
restauratie-atelier met het originele schilderij, waarvan het
vernis was afgenomen. En heb ik uitgebreid met Ige Verslype
kunnen spreken over de restauratie. In het Bulletin van het
Rijksmuseum heeft ze een verslag gepubliceerd van de restauratie
van deze Vermeer.

Tijdens mijn “Vermeer-bezoek” aan Delft had ik ook een aangenaam
gesprek met Herman Weyers, directeur van het Vermeer Centrum en
“spin in het web” van het Vermeer-gebeuren in Delft. Hij stelde
me heel attent op de hoogte van het feit dat Tim Jenison –
bekend van de film “Tim’s Vermeer” – bezig is met een project op
de plek waar Vermeer zijn beroemde Gezicht op Delft schilderde.
Ik heb een paar uur met Tim kunnen spreken over zijn project,
waarover ik – op zijn verzoek – hier geen nadere mededelingen zal
doen.

Het blijft mij fascineren dat er zoiets bestaat als de “Vermeer-
paradox”: dat Amerikanen, Engelsen, Fransen, Japanners de hele
wereld over reizen om de originele schilderijen van Vermeer te
gaan zien, terwijl de meester zelf zijn hele leven geleefd en
gewerkt heeft op één plek: rond de Grote Markt in Delft.
“Stabilitas Loci” heet zoiets. En hoe Vermeer als een ooit
vergeten “local hero” in de laatste decennia heeft kunnen
uitgroeien tot een internationale superster.
Vermeer doet mij een beetje denken aan Seydou Keita, de Afri-
kaanse “dorpsfotograaf” in Bamako in Mali, die al zijn foto’s
maakte in hetzelfde piepkleine podium-studiootje, van gewone
lokale mensen op hun zondags uitgedost. Vermeer schilderde zijn
interieur-schilderijen ook voornamelijk in éénzelfde hoek van
een kamer in Delft, vanuit één vaste opstelling.

Er zijn twee soorten Vermeer-liefhebbers: Vermeer-insiders en
Vermeer-outsiders: Vermeer-insiders zijn kunsthistorici/
conservatoren, verbonden aan een groot museum met Vermeers in
hun collectie. Zoals Gregor Weber van het Rijksmuseum en Arthur
Wheelock uit Washington, bv. Zij vertegenwoordigen een enorme
kennis en expertise. Zelf heb ik daarnaast ook een zwak voor
Vermeer-outsiders, waarvan Tim Jenison er een is. Die Vermeer
vanuit een totaal eigen, frisse, verrassende achtergrond bena-
deren; vanuit een geheel ander vakgebied en invalshoek.
Ook Vermeer-outsiders als fotograaf Joel Meyerowitz of kunste-
naar Chuck Close hoor ik graag over Vermeer spreken.

In mijn bezoek aan Delft heb ik op één dag zowel een Vermeer-
insider ontmoet (Gregor Weber) als een Vermeer-outsider (Tim
Jenison), en met beiden vond ik ons gesprek inhoudelijk zeer
inspirerend.

Deze twee studentes uit Argentinië ontmoette ik ooit in het
Vermeer Centrum in Delft en ze waren graag bereid even te
poseren in de “Vermeer-hoek”, ingericht naar de Dublin Vermeer.