Dagelijks archief: 18 mei 2020

Fonkelende Juwelendozen in het Licht van Vermeer

Juwelen, met name parels, komen veel voor op Vermeer-schilderijen.
Zijn schilderijen zijn ook op zichzelf te beschouwen als “juwelen”.
Het is geen toeval dat Vermeer’s beroemdste schilderij draait om een
parel. Hij plaatst de vrouw in zijn schilderijen in het licht als een
juweel. Het kloppende hart in elke Vermeer is de vrouw.

“Het mooiste sieraad
van de vrouw
is de liefde”
Yves Saint-Laurent

De schilderijen van Vermeer zijn vaak vergeleken met “juwelen-dozen”.
Juwelen komen veel voor op Vermeer-schilderijen. Met name parels in oor-
hangers en halssieraden. De metafoor dringt zich op: de schilderijen van
Vermeer zijn juwelen op zichzelf. Geschilderd met kostbare pigmenten van
gemalen halfedelstenen als lapis lazuli, waar het prachtige ultramarijn-
blauw in Vermeer’s schilderijen uit afkomstig is. In de Briefschrijvende
Dame in Geel uit 1665 in Washington is een juwelendoos te zien, die vaker
in Vermeer’s doeken terugkeert.
Het bezonken rood van de juwelendoos harmonieert fraai met haar helder-
gele jakje en het turquoise-blauwe tafelkleed. In zijn vroege stippel-
techniek strooit Vermeer nog kwistig met zijn pointillé-lichtstipjes.
De huizen en boten in zijn beroemde Gezicht op Delft zijn er rijkelijk
mee bestrooid. Maar de metafoor is dezelfde als die in het Meisje met de
Parel: “mijn eigen stad Delft laten schitteren als een juweel”.
De juwelen van het Melkmeisje zijn haar broden, en het straaltje witte
melk als licht dat ze eroverheen uitgiet. De juwelen van Het Meisje met
de Parel zijn haar ogen.

Vermeer’s gebruik van lichtstippeltjes wordt gaandeweg in de loop van zijn
oeuvre steeds spaarzamer en wint daardoor aan poëtische zeggenskracht.
Bij zijn vrouwen gebruikt de dichter in de schilder Vermeer steeds dezelf-
de metafoor: “ze is als een juweel”. Ook de Dentellière in het Louvre is
een klein juwelendoosje. Naast het licht en het perspectief zijn de ju-
weelachtige lichtstipjes de accenten waarmee Vermeer aangeeft waar de fo-
cus, de concentratie op ligt, met name in zijn rijpere werk. De paar hoog-
lichten van het fonkelende zilveren inktstel, haar parel oorhangers en de
broche op haar borst laten ook de Briefschrijvende Dame in Dublin schit-
teren en oplichten als een edelsteen. Vermeer gebruikt de lichtvonken als
een dichter; hij laat ze rijmen als een beeldrijm. In het meisje met de
Parel: de twee lichtstippen die de parel vormen rijmen met de twee glim-
lichten in haar open glanzende ogen: “ze is als een parel”.
In het Meisje met Rode Hoed volstaan een turquoise hooglicht in haar oog
en een rozekleurig glimlicht op haar vochtige lippen om haar een subtiel
sensuele uitstraling te geven. Vermeer beschouwde zijn schilderijen als
juwelen-dozen. Soms letterlijk; zijn Dame met Weegschaal in Washington
wordt in de beroemde Dissius-veilingcatalogus uit 1692 omschreven als
“in een kasje”. Bij de late Clavecimbelspeelsters in Londen verliest de
juweel-metafoor iets van zijn poëtische bezieling en wordt het meer
“bling-bling”- uiterlijk vertoon.

Het Parelsnoer in Berlijn is de enige Vermeer, die het juweel als hoofd-
onderwerp van het schilderij heeft: de vrouw doet het parelsnoer om haar
hals en bewondert zichzelf in de spiegel. Sommige kenners zien er een
verwijzing in naar de Vanitas – de wereldse ijdelheid. Het Parelsnoer
bevond zich na het overlijden van Vermeer blijkens de inboedelbeschrij-
ving in de slaapkamer van zijn vrouw Catharina Bolnes, wat aangeeft dat
dit schilderij ook voor haar een bijzondere betekenis moet hebben gehad.
Het gele jakje met hermelijn wordt in dezelfde lijst vermeld als eigendom
van de vrouw van Vermeer, waardoor het aannemelijk lijkt dat het model
in Het Parelsnoer Catharina zelf is, die, zoals uit alles blijkt, zijn
grote liefde was. Het lijkt erop dat Vermeer zowel in de liefde als in
de kunst het ultieme geluk heeft mogen ervaren. Hoevelen kunnen hem dat
nazeggen ?

Detailuitsnedes van vier juwelendozen van Vermeer, zoals die te zien zijn
Briefschrijvende dame in Geel, Vrouw met Waterkan, Dame met Weegschaal en
de Dame met Dienstbode (Frick-Collection). Opvallend is dat elk van de
drie laatjes van het juwelenkistje een apart slotje heeft.

Eigen fotowerken met een replica van de juwelendoos, zoals die te zien is
op Vermeer’s Briefschrijvende Dame in Geel in de National Gallery in Was-
hington. Hoewel het stilleven zorgvuldig is uitgelicht, komt er nog veel
beeldbewerking in Photoshop bij kijken om kleuren, toonwaarden en contou-
ren zo op elkaar af te stemmen, tot er een Vermeer-achtig effect ontstaat.

Zeventiende eeuws Indo-Portugees juwelendoosje, ingelegd met ivoor.
Dit kistje heeft vergelijkbare laatjes als in de juwelendoos in de Ver-
meerschilderijen. Het juwelenkistje op Vermeer’s schilderijen doet ook
wat oosters aan en doet denken aan Japanse lakwerk-kistjes. Met de schepen
van de VOC werden behalve specerijen en porselein mogelijk ook dit soort
sierkistjes uit Zuid-Oost-Azië geïmporteerd.

Dezelfde juwelendoos van de Briefschrijvende dame in Geel in Washington
komt ook voor in de Dame met Dienstbode in de Frick Collection in New
York. In donker silhouet is deze juwelendoos ook “op de rug” te zien in de
Brieflezende Vrouw in Blauw in het Rijksmuseum. Op vijf van de vijfender-
tig Vermeers is een juwelendoos afgebeeld. Op Het Parelsnoer in Berlijn
ontbreekt een juwelendoos, waar je die misschien juist wel zou verwachten.
Wellicht omdat Vermeer de juwelendoos in deze compositie te veel van het
zelfde achtte, als een beeld-tautologie. De juwelendoos vormt op zichzelf
een sub-thema in het oeuvre van vermeer, vooral gelinkt aan zijn liefdes-
brief-thema.

Vier vrouwen van Vermeer in een geel jakje en steeds met parel oorhangers.
Het haar is steeds met zorg opgestoken en versierd met linten, haarbanden
en vlechten. Het parelcollier om haar hals met het gele lint is ook een
regelmatig terugkerend sieraad. Vermeer hield van een mooie jonge vrouw
in het licht met flonkerende juwelen. Verstilde schoonheid. “Tais-toi et
sois belle”, maar dan bedoeld als eerbetoon aan de schoonheid van de
vrouw.

“Silence is the language of God,
all else is poor translation”
Rumi

De weegschaal is tot een stil evenwicht gekomen. Overvloedig stromen de
parels uit de juwelendoos op de tafel. Ze staan voor aardse rijkdom, over-
vloed en weelde. Maar de vrouw weegt geen goud of parels, maar haar eigen
ziel tegen de achtergrond van het Laatste Oordeel. Misschien haalde Simon
Schama hier de inspiratie vandaan voor de titel van zijn briljante studie
over de Gouden eeuw in Holland: “Embarrassment of Riches”. De Koopman en
de Dominee. De kunst van Vermeer wordt ook wel omschreven als een vorm
van “spiritueel materialisme”. Ja, Vermeer schildert veel juwelen, maar
zijn bezielde materialisme is meer dan alleen maar lege bling-bling. Van
alle Vermeers overtuigt dit schilderij het meest als hij een religieuze
toon aanslaat. Vermeer zocht in zijn licht het “Verum, Pulchrum et Bonum”-
Het Ware, het Schone en het Goede. Naast het licht valt steeds weer die
bijna tastbaar aanwezige stilte in zijn schilderijen op. Die stilte is
vervuld van een ongrijpbaar maar voelbaar mysterie. Of zoals Rumi het
mooi verwoordt: “Stilte is de taal van God”. Stilte als het ultieme
juweel van Vermeer. Alle woorden daaraan gewijd zijn niet meer dan een
povere vertaling.

Vermeer gebruikt de lichtvonken in zijn juwelen niet alleen als een schil-
der, maar ook als een dichter; hij laat ze rijmen als een beeldrijm. In
het Meisje met de Parel laat hij de twee lichtstippen, die de parel vor-
men, rijmen met de twee glimlichten in haar open glanzende ogen en geeft
hiermee de metafoor: “ze is als een parel”. Bestaat er zoiets als liefde
op het eerste gezicht ? Het antwoord ligt besloten in haar blik…….
“C’est par l’amour que l’on répond à de telles oeuvres d’amour; amour des
choses dans leur paisible individualité, connaissance de l’infini par
moyen du fini”- Marcel Brion.

De paar hooglichten van het fonkelende zilveren inktstel rechts, haar pa-
rel oorhangers en de broche op haar borst laten de Briefschrijvende Dame
in Dublin schitteren en oplichten als een juweel; ook al zit ze bijna te-
gen de rand van het schilderij aan; zij trekt alle aandacht naar zich toe.

De kleine Dentellière in het Louvre is een juweel op zichzelf. In de dra-
den vóór het naaikussen en het boek op de tafel lijken de sprankelende
lichtstippen te dansen. De lichtvonken in Vermeer’s schilderijen doen
denken aan een groepje sterren, waarin het oog de neiging heeft patronen
te willen zien, in de nachtelijke sterrenhemel in de vorm van sterren-
beelden. Met name de cluster van jonge, blauwe sterren in hun “geboorte-
nevel”, zoals NGC 602, ook wel bekend als de Jewel Box, ogen als fonke-
lende juwelen. Vermeer gebruikt zijn lichtstippen gericht en gedoseerd,
om zijn lichtschilderijen te laten schitteren als edelstenen.

Het stralende ultramarijnblauw in Vermeer’s schilderijen is afkomstig van
vermalen en gezuiverd pigment uit de halfedelsteen Lapis lazuli – Blauwe
Steen – die gewonnen werd in mijnen in het hedendaagse Afghanistan. De
insluitsels van wit calciet en het goudkleurige pyriet in de blauwe steen
geven haar soms het uiterlijk van een versteende sterrenhemel. Zuiver en
natuurlijk ultramarijnblauw-pigment was een uiterst zeldzaam en kostbaar
pigment, duurder dan goud, dat uit verre landen over zee werd geïmpor-
teerd, vandaar de naam. Vermeer schilderde zijn beroemde blauwen dus als
het ware met “edelstenen-pigment”.

Frans van Mieris, Jonge Vrouw aan haar Kaptafel (met geopende lijst),
1667, Gemäldegalerie Alte Meister, Staatliche Kunstsammlungen, Dresden.
In het midden van de achttiende eeuw werden vele 17e eeuwse fijnschilde-
rijen beschermd door scharnierende glazen panelen, die sterk lijken op
helder doorzichtige ramen. De kleine scharnierende ramen met kleine
sloten en sleuteltjes werden bevestigd aan een van de “staanders” van
de schilderijlijst. Ze vervingen de eerder in het 17e eeuwse Holland
gebruikelijke houten scharnierende luiken ter bescherming van een schil-
derij. De glazen raampanelen nodigen ook uit tot onderzoekend kijken,
alsof men van de overkant van de straat door een raam naar binnen kan
kijken in een huiselijk interieur.

Van Vermeer’s Dame met Weegschaal is een dergelijke constructie be-
schreven als “in een kasje”, in de beroemde Dissius-veilingcatalogus
in 1696. Het daar vermelde “kasje” zal van hout zijn geweest met een
scharnierend dicht paneel, niet om doorheen te kijken, maar louter ter
bescherming van het schilderij.

Deze fotomontage laat zien hoe een Vermeerschilderij heel goed tot zijn
recht komt in zo’n “kasje”. Het past helemaal in zijn beelden-vocabu-
laire: Het raam en het juwelenkistje zijn vaak terugkerende beeldelemen-
ten in zijn composities. Het meisje aan het clavecimbel is zo in het
licht gezet, dat zij oplicht als een flonkerende edelsteen. Het “kasje”
versterkt de illusie alsof we van buiten door een raam naar binnen kij-
ken in een juweelachtig Vermeer-interieur.

Jan Steen, Vrouw bij haar Ochtendtoilet”, 1663, Royal Collection, Londen.
Ook hier is een juwelendoos met parels afgebeeld. Maar zonder de overtui-
gende naturalistische weergave van het licht bij Vermeer. De parels glin-
steren en fonkelen niet. De subtiele erotische toespelingen bij Vermeer
laten bij Jan Steen weinig te raden meer over; haar ontblote benen en
borst spreken voor zichzelf. Bij Steen geen “Embarrassment of Riches”,
integendeel, voor hem geldt het aloude devies van de koopman: “Greed is
good”. Steen was een vrolijke levensgenieter, maar zonder de poëtische
sereniteit en gevoelige diepgang van Vermeer. Vermeer’s Vrouw met Water-
kan in het Metropolitan in New York toont, net als bij Steen, hetzelfde
onderwerp – een vrouw bij haar ochtendtoilet – en laat ook een geopende
juwelendoos zien op de tafel, maar het verschil met zijn tegenpool Jan
Steen behoeft verder geen betoog of kennersoog.

Op YouTube zijn de Nocturnes van Chopin te beluisteren in de prachtige
uitvoering op piano van Brigitte Engerer. Noten als lichtvonken in de
nachtelijke schemering, als de oplichtende parels in Vermeer’s Dame met
Weegschaal: