Maandelijks archief: oktober 2020

De Fotografie in de Schilderkunst – Het Amerikaanse Fotorealisme van Richard Estes

Gezien op TV op zaterdag 10 oktober 2020 bij AVRO Close Up: “Het New York
van kunstschilder Richard Estes”. Een van de Amerikaanse Fotorealisten,
die doorbraken in de jaren ’60; vooral bekend van zijn schilderijen met
weerspiegelingen in het glas van winkeletalages, cafetaria’s en kantoorge-
bouwen. Een moderne combinatie van fotografie en schilderkunst. Waar Ver-
meer zijn Gezicht op Delft schilderde met een Camera Obscura, schildert
Richard Estes straatscènes in New York aan de hand van zelfgemaakte
foto’s.

“I stop thinking,
swim in silence,
and the truth comes to me.’
Albert Einstein

De verstilde New Yorkse straatgezichten van kunstenaar Richard Estes
(1932 – ) tonen een hyperrealistische werkelijkheid, met een licht dat
kristalhelder weerspiegelt in het glas van winkeletalages, cafés en kan-
toorgebouwen. Eind jaren 60 brak Richard Estes met de destijds dominante
beweging van het abstract expressionisme in de schilderkunst en speelde
hij een sleutelrol bij de herwaardering voor realistische schilderkunst.
Net als Vermeer ontwikkelden de fotorealisten een schilderstijl, geba-
seerd op de unieke uiterlijke beeldeigenschappen van de fotocamera en de
fotografie: schilderijen, die eruit zien als “veredelde foto’s”.
“Richard Estes (born May 14, 1932 in Kewanee, Illinois) is an American ar-
tist, best known for his photorealist paintings. The paintings generally
consist of reflective, clean, and inanimate city and geometric landscapes.
He is regarded as one of the founders of the international photo-realist
movement of the late 1960s, with such painters as Chuck Close, Ralph Go-
ings and Don Eddy”.
Author Graham Thompson writes “One demonstration of the way photography
became assimilated into the art world is the success of photorealist
painting in the late 1960s and early 1970s. It is also called super-
realism or hyperrealism and painters like Richard Estes, Audrey Flack,
and Chuck Close often worked from photographic stills to create pain-
tings that appeared to be photographs.”

Dit soort geschilderde stadsgezichten zijn het stijlkenmerk geworden van
de Amerikaanse fotorealist Richard Estes: spiegelende glasruiten van win-
kels en gebouwen in het moderne New York. Fotorealisme wordt wel eens ba-
dinerend weggezet als “nageschilderde foto’s”, meestal door zelfverklaar-
de kunstenaars die zich niet gehinderd voelen door een totaal gebrek aan
techniek en kunnen. Het “eigen briljante, geniale, originele idee” is
heilig, de uitvoering voor hen bijzaak. Alsof kunst geen zaak meer zou
zijn van “kunnen” of “kunde”. Met een “geniaal idee” heb je nog geen
goed schilderij. Het Amerikaanse Fotorealisme is ook een herwaardering
van het ambacht en het realisme in de traditie van de Hollandse Meesters
in de Gouden Eeuw: “Mimesis”, schilderkunst als bedrieglijk echte na-
bootsing van de werkelijkheid. Het was ook een breuk van Amerikaanse
kunstenaars met het onderwerp- en voorstellingsloze, non-figuratieve
Abstract Expressionisme van kunstenaars als Rothko, Newman en Pollock.

De wereld van de neon reclames en de Coca Cola consumptiecultuur, waarvan
Times Square in New York het “tempelplein” is. Voor de tempel van “the
neon-god they made”, zoals Simon & Garfunkel die bezingen in the “Sound
of Silence”. Wel een feest voor de zintuigen voor een fotorealistisch
kunstschilder als Richard Estes. De ultieme verheerlijking van materia-
lisme, consumptie en de zinnenprikkelende verleidingskunst van de recla-
mewereld. Wat je er ook van vindt, kleurrijk is het wel, als voor een
kind in een snoepwinkel.

De lege stadsgezichten van Richard Estes zonder mensen keren nu weer terug
in tijden van de Corona-pandemie. In de begintijd van Estes was er een
verplichte zondagsrust en waren de straten van New York op zondag leeg en
verlaten, zelfs op Times Square. De telefooncel is op zichzelf ook alweer
een museumstuk uit een vervlogen tijdperk geworden in deze tijd, waarin
iedereen een eigen smartphone heeft. De wereld blijft in verandering en
daaraan ontleent de realistische schilderkunst haar bestaansrecht: omdat
de wereld zich steeds blijft vernieuwen, levert een traditioneel medium
als de schilderkunst toch steeds weer verrassend nieuwe beelden en kunst-
werken op. Zoals de Impressionisten in het Parijs van eind 19e eeuw en de
Photorealisten in het New York in de jaren ’60 en ’70.

Naast zijn olieverfschilderijen ging Richard Estes zich ook toeleggen op
zeefdrukken van zijn “spiegel-scenes”, zoals de bekende “Grant’s”-
zeefdruk.
Aanvankelijk had Estes een baan als commerciëel illustrator (net als Ed-
ward Hopper overigens), maar werd hij na verloop van tijd ontslagen. Na
een periode van leven van een uitkering ging hij, in weerwil van de heer-
sende mode van abstracte kunst, zijn eigen werk maken in fotorealis-
tische stijl. Na een tijd lang vergeefs leuren met zijn schilderijen
kreeg hij begin 1968 een tentoonstelling bij de Allan Stone Gallery aan
de East 86th Street in Manhattan en wist hij al zijn werken in één keer
te verkopen. Het was de eerste tentoonstelling van een schilder van een
groep Amerikaanse kunstenaars, die vervolgens snel bekendheid zouden
verwerven als de Photorealists. The rest is history, heet het dan.

Net als Vermeer leeft Estes zich graag uit in geometrisch/perspectivische
effecten als in dit schilderij van de Brooklyn Bridge in New York. Op de
achtergrond zijn nog de Twin Towers te zien, als symbolen van het opti-
misme van de jaren ’60 en ’70. De aanslagen van 11 september 2001 lijken
een voorbode van een minder zonnig tijdperk, met de dreigende gevolgen
van de huidige wereldwijde Corona-pandemie als voorlopig dieptepunt.
Maar er is niets nieuws onder de zon: ook het Delft van Vermeer had te
maken met een grote ramp: de Delftse Donderslag in 1654. Op Vermeers
latere Gezicht op Delft uit 1661 is daarvan niets meer te zien. Kunst is
wat de menselijke ziel verheft boven de barbarij. De troost van de
schoonheid.

Een geheel eigen specialisme van Richard Estes is het simultaan afbeelden
van binnen- en buitenruimte: een straattafereel en het interieur van een
stadsbus. De analoge fotocamera kon die sterke lichtcontrasten niet in
één opname vangen. Estes combineerde in zijn schilderijen binnen- en bui-
tenopname tot één volmaakt uitgelicht beeld. Een goede digitale camera
kan dat technische trucje tegenwoordig voor een deel zelf doen via de
opnamemodus van Dynamic Range. Persoonlijk vind ik de technische beeld-
fouten van een fotocamera als overstraling, onscherpte, chromatische
abberratie en vertekend perspectief een eigen charme en schoonheid heb-
ben, waar Vermeer juist zijn voordeel mee deed bij zijn gebruik van de
camera obscura als hulpmiddel in zijn schilderkunst.

Net als Vermeer past Estes graag het éénpuntsperspectief toe, waardoor je
als het ware in het schilderij gezogen wordt; in dit zonovergoten voor-
bijglijdende tafereel gezien van binnen uit het openbaar vervoer. Het per-
spectief van de bewegende camera als in een road movie. Het is een bele-
venis op zich om de straten, spiegelende gevels en neonreclames van New
York aan je voorbij te zien trekken als in een film, terwijl je door het
raam kijkt vanuit het interieur van een stadsbus.

Een dagscene en een nachtscene in de specialiteit van Richard Estes: de
binnen-buiten scene in één beeld. Een jonge vrouw of meisje dat op haar
smartphone kijkt bij het raam van een stadsbus of trein is misschien het
hedendaagse equivalent van een brieflezende vrouw aan het venster van
Vermeer.

Estes vermeed vaak het afbeelden van de iconische gebouwen in New York en
het afbeelden van mensen; in dit binnen-buiten schilderij laat hij echter
wel een buspassagier zien en het beroemde Chrysler-building met zijn
prachtige Art Deco-spits, voor mij de mooiste skyscraper van New York.
Net als Edward Hopper houdt Estes van de leegte en eenzaamheid van Ameri-
kaanse steden; de melancholische stemming van “the happy sadness of mag-
nificent desolation”, waar veel fotografen erg van houden. Net zoals je
energie kunt krijgen van een goed Blues-nummer. Bij Vermeer staat steeds
een vrouw, de menselijke figuur, centraal, zij vormt het hart van de
intieme, verstilde wereld in zijn schilderijen. Vermeer is een humanist.

Weerspiegelingen.

Richard Estes leefde zich graag uit in het weergeven van weerspiegelingen
van skyscrapers van New York in de glanzende ruiten en lak van stilstaande
auto’s op parkeerplaatsen. Kunst is spiegeling. Spiegelingen laten de wer-
kelijkheid oplossen in abstracte vormen en geven verrassende visuele ef-
fecten.
Net als bij Vermeer komt in het fotorealisme de abstractie via de achter-
deur toch weer naar binnen. Het fotorealisme was een reactie op het domi-
nante abstract expressionisme van Rothko, Newman en Pollock. Estes ver-
woordt het zelf prachtig in een metafoor van muziek en een mooie melodie.
Ook Vermeers realistische schilderijen laten een zuivere, abstracte
schoonheid zien. Realisme met een mooie abstracte melodie. Abstractie tilt
realisme naar een hoger nivo en prikkelt de verbeelding.

Richard Estes aan het werk in zijn atelier: in plaats van de schilderstok,
waar Vermeer zijn hand op liet rusten tijdens het schilderen, werkt Estes
aan een bijzondere zelfgebouwde ezel-stellage met verschuifbare latten,
die zijn schilderhand op elke plek in het schilderij maximale controle en
houvast geven. Het is niet ondenkbaar dat Vermeer ook een dergelijke stel-
lage had, om bijvoorbeeld kaarsrechte perspectieflijnen te kunnen trekken.
Ook Vermeer streefde steeds meer naar controle van zijn schilderhand. Es-
tes heeft ook een private stichting Acadia opgericht, die workshops geeft
aan gevorderde fotorealistische kunstschilders. Hij heeft kritiek op he-
dendaagse galeriehouders, die zich louter focussen op jonge talenten.
Eindexamen-exposities van kunstacademiestudenten laten maar al te vaak
een matig tot bedroevende kwaliteit van uitvoering zien. Het is een ge-
geven feit, dat een realistische kunstschilder zeker tien tot twaalf jaar
nodig heeft om echt héél goed te worden. Een overtuigend fotorealistisch
schilderij staat of valt met het vermogen van de kunstenaar om de juiste
toonwaarden.en subtiele, delicate overgangen weer te geven. Een “absoluut”
oog en een zeer vaste hand zijn onontbeerlijk.

“The Painter and his Camera”. Waar Vermeer als schilder waarschijnlijk ge-
bruik maakte van een Camera Obscura, maakte Estes aan het begin van zijn
carrière foto’s van stadsgezichten met een analoge Linhof groot formaat
camera op statief. Later ging hij gebruik maken van handzamere digitale
camera’s om gemiddeld zo’n 150 foto’s te maken als uitgangspunt voor één
schilderij. Een digitale compactcamera leent zich vooral voor spontane en
snelle snapshots; een groot formaat camera dwingt een fotograaf om langer
en beter naar zijn onderwerp te kijken, zijn kader en compositie te bepa-
len en is daarmee een langzamer en meditatiever medium voor een fotograaf.
Leent zich beter voor ultrascherpe, detailrijke en verstilde fotobeelden.
Door het op de juiste wijze aan elkaar stitchen van meerdere kleinbeeld
digitale opnamen kan overigens ook een heel bruikbare bronfoto met hoge
detailscherpte en resolutie worden verkregen voor een fotorealistisch
schilderij.

“In 1989 Louis K. Meisel published his first book “Photorealism” on The
American Photorealists. It contains very contemporary and skilled works
in oil, and shows works of painters combining traditional oil technique
with nowadays and common subjects. Among them Richard Estes with his ar-
chitectural paintings, Don Eddy, Ralph Goings and Chuck Close”. De fotorealisten uit New York doen denken aan de Hollandse genreschilders
uit de zeventiende eeuw, met ieder hun eigen specialisme en genre met een
hedendaags Amerikaans onderwerp. Hieronder een aantal van de fotorealisten
uit de entourage van Richard Estes en de Louis K. Meisel Gallery in New
York.

Don Eddy is vooral bekend om zijn fotorealistische schilderijen van motor-
bikes en auto’s als Volkswagens met weerspiegelingen op glanzende ver-
chroomde onderdelen als wieldoppen, bumpers en koplampen. Ook hij is uit
de stal van fotorealistische schilders rond de galerie van Louis K.Meisel
in New York. Tegenwoordig maakt hij meer metafysisch georiënteerde schil-
derijen in een heel andere stijl.

Ook Ralph Goings is uit de stal van de fotorealisten van de Meisel Gal-
lery. Beroemd zijn zijn stillevens van Heinz ketchup flessen en zoutvaat-
jes uit de Diners in New York op groot formaat. American Fast Food als
kunst. Ook de Nederlandse fotorealistische kunstschilder Tjalf Sparnaay
heeft zich gespecialiseerd op Fast Food-schilderijen op groot formaat:
spiegeleieren, slakommen, ketchupflessen, etc.

De beroemdste Amerikaanse fotorealist is wellicht Chuck Close uit New York
met zijn metershoge portretten in airbrush-techniek, zoals dit vroege “Big
Self Portrait” uit 1968. Chuck Close is een verklaard bewonderaar van de
“camera-schilderkunst” van Vermeer. Hij werkt veel met groot formaat Pola-
roidcamera’s als basis voor zijn portretten. Ook “Frank” en “Philip” zijn
bekende portretwerken. “Philip” is een portret van de jonge minimal music
componist Philip Glass uit New York. In zijn latere werken laat Close het
zuivere fotorealisme uit zijn begintijd meer los en experimenteert hij met
een verdergaande abstrahering van zijn schilderijen. Hij zoekt de grenzen
op van de abstractie versus de leesbaarheid en herkenbaarheid van zijn
beelden.

De bekendste Nederlandse fotorealist is Tjalf Sparnaay (1954 – ): zijn
genre/specialisme is “Fast Food”, Een gebakken ei, een glazen kom met sa-
lade, een hamburger, maar ook ansichtkaarten van Vermeerschilderijen in
cellofaan als knipoog naar de meester. In het volgende statement betuigt
hij zijn bewondering voor de fotorealisten uit New York en Vermeer: “My favorite artists are Johannes Vermeer, Rembrandt and the American
Photorealists from Louis K. Meisel’s first book Photorealism. When I saw
those very contemporary but skilled works in oil it was the click and
justifies combining my traditional oil technique with nowadays and common
subjects. Richard Estes because of his architectural wideness, Ralph Go-
ings because of his more intimate interiors and still lives and Charles
Bell of his spectacular blow-ups from little, colorful, daily things
children like. And of course, Tom Blackwell and Don Eddy made like me
reflections to paint and Ben Schonzeit makes me love the abstraction of
still life on large scale”.

Net als ikzelf heeft Richard Estes een fascinatie voor Public Transport,
openbaar vervoer als metro, stadsbussen of de ferryboot tussen Manhattan
en Staten Island. Zelfs een lege bus of verlaten treincoupé heeft een
geheel eigen schoonheid van symmetrie, ritme en perspectief.

Richard Estes genoot zijn kunstopleiding in Chicago. Daar raakte hij in
de ban van een van de meesterwerken van de Amerikaanse schilder Edward
Hopper: “Nighthawks” in het Chicago Art Institute museum. Onderstaand
schilderij van een barscene met een eenzame bezoeker is van Estes zelf.
Misschien heeft Richard Estes een superieure schildertechniek vergeleken
met de op zichzelf middelmatige techniek van Hopper. Toch overtuigt Hop-
per vele malen meer in zijn lichtwerking, sfeer en briljante visie. Es-
tes blijft meer vastzitten aan zijn voorbeeldfoto’s, terwijl Hopper zijn
beelden construeert vanuit zijn eigen visuele verbeelding.
Net als Hopper laten de Amerikaanse fotorealisten zich inspireren door
de Europese realistische schilderkunst, maar laten ze zich in hun on-
derwerpkeuze leiden door hun eigentijdse Amerikaanse omgeving, zoals
New York. “Il faut être de son temps” als adagium voor de kunstenaar.
In mijn ogen is Hopper vanwege zijn superieure en consistente visie de
betere kunstenaar, ondanks zijn mindere techniek. Ook de heldere vlak-
verdeling en het licht zijn bij Hopper én Vermeer veel overtuigender.
Estes verliest zich soms te veel in een veelvoud van details en de
techniek zelf. De schilderijen van Vermeer en Hopper hebben meer focus
en concentratie, meer poëtische zeggenskracht. Het licht van Estes
blijft te veel het licht van de fotocamera; bij Vermeer en Hopper
vertelt het licht zelf, door de poëtische sfeer die het oproept, een
dieper, indringender verhaal. Estes is meer “beschrijvend”, meer wat
Gowing ooit aan Vermeer toedichtte: “a retina drilled like a machine”.
Een schilderende foto-scanner.

Op YouTube is deze video te zien met een selectie van Richard Estes
schilderijen in fotorealistische stijl, met Minimal Music-muziek van
Philip Glass:

Het Delft van Vermeer in Vogelvlucht – De Herrijzenis van een Stad

Aan de hand van de Kaart Figuratief van Delft van Willem Blaeu is in vo-
gelvlucht in één oogopslag de hele leefwereld van Vermeer te overzien; een
kleine vredige wereld, maar met een onderhuids licht-donker contrast. Met
een duistere kant van verwoesting, chaos en dood, die Vermeer angstvallig
probeerde te verbannen uit de helder verlichte, harmonieuze orde in zijn
schilderijen. Alsof Vermeer zijn stad wilde laten herrijzen na alle ramp-
spoed, die zij had moeten doorstaan na de Delftse Donderslag-ramp in 1654.

“From the dark end of the street
To the bright side of the road
We’ll be lovers once again
On the bright side of the road.”
Van Morrison

Het Gezicht op Delft oogt als gezien in vogelvlucht. De mensen zijn klein
en de stad glinstert als een juweel onder een imposante Hollandse wolken-
lucht. Toch hangt er deels een schaduw over de stad en trekt een donkere
regenwolk voorbij, boven in beeld. Het zou een hint kunnen zijn naar de
grote ramp, die Delft een paar jaar eerder in 1654 getroffen had. Dit
meesterwerk van Vermeer voelt als een ultieme liefdesverklaring aan zijn
eigen geboortestad.

Voor Vermeer was de noordzijde van Delft de “donkere zijde van de stad”,
omdat daar op 12 oktober 1654 het Delftse kruitmagazijn “Het Secreet van
Holland” ontplofte, met veel verwoesting en doden tot gevolg, waaronder
zijn kunstenaarsvriend en bewonderde voorbeeld de schilder Carel Fabri-
tius. Vermeer zou later in zijn beroemde Gezicht op Delft de “lichte zijde
van de stad” schilderen, de zuidzijde van Delft aan het spiegelende water
van de rivier de Schie. Er gaat een gloeiende intensiteit uit van het Ge-
zicht op Delft, als van een stad die zojuist herrezen is uit de dood.
Dezelfde ogen die het lichtende Gezicht op Delft zagen en schilderden,
zagen ooit de dood en verwoesting recht in de ogen, een heel ander en
duister ”Gezicht op Delft”, geschilderd door Egbert van der Poel.

Het hart van het Delft van Vermeer is de Grote Markt met de Nieuwe Kerk en
het Stadhuis. Vermeers gehele leven en werk speelde zich af in de onmid-
dellijke omgeving van de Nieuwe Kerk aan de Grote Markt. Zijn grootste
uitstapje als schilder was 700 meter verderop om vanaf de overkant van de
rivier de Schie zijn Gezicht op Delft te schilderen. Waarin de toren van
de Nieuwe Kerk oplicht als een lichtend baken. De behoefte om reizen te
ondernemen en andere werelden te leren kennen, was hem vreemd. Hij vond
zijn paradijs gereed op de plek waar zijn wieg stond. Vandaag de dag rei-
zen mensen de wereld over om schilderijen te zien van deze meester, Jo-
hannes Vermeer, die zijn hele leven op één plek bleef wonen en werken:
Delft.

Tien plekken in Delft, die een sleutelrol spelen in het leven en werk van
Vermeer:

1. Woonhuis Vermeer en tevens herberg “Mechelen”, op de hoek van de Oude
Manhuissteeg en de Grote Markt, nr 54.
2. Woonhuis aan de Oude Langendijk 27 van de schoonmoeder Maria Thins en
Vermeer , buurhuis naast de schuilkerk van de Jezuieten in de Papenhoek,
nu de Maria-kapel van de Maria van Jesse-kerk.
3. Sint Lucas Gildehuis Voldersgracht nr 21, een paar huizen verderop
stond het geboortehuis van Vermeer, herberg “De Vliegende Vos”, Volders-
gracht nr 25
4. Locatie van “Het Straatje” aan de Vlamingstraat, nr 40-42
5. Huis aan overzijde van De Kolk ( Schie), het uitzichtpunt van het
Gezicht op Delft.
6. Oude Kerk met het graf van Vermeer.
7. Oude Delft 161 met een Binnenplaats geschilderd door Pieter De Hooch,
wiens interieurstukken verwantschap vertonen met die van Vermeer.
8. Woonhuis Nieuwstraat 20-36 van de geleerde Antonie van Leeuwenhoek –
bouwer van de eerste microscoop/lenzen en mogelijk model voor Vermeers
Geograaf.
9. Atelier van de schilder Carel Fabritius aan de Doelenstraat, het
grote artistieke voorbeeld voor de jonge Vermeer.
10. Kruitopslagmagazijn “Het Secreet van Holland” van de Delftse Don-
derslag, de grote explosie-ramp in 1654.

Vermeers gehele levensloop speelde zich af rond de hoge kerktoren van de
Nieuwe Kerk in Delft en de Grote Markt: zijn reeds lang afgebroken geboor-
tehuis nr 25 (de herberg “De Vliegende Vos”) en het St Lucas gildehuis nr
21 aan de Voldersgracht, het huis “Mechelen” aan de Grote Markt nr 54 op
de hoek van de Oude Manhuissteeg en het woonhuis van zijn schoonmoeder
aan de Oude Langendijk nr 27, waar hij met zijn vrouw en kinderen het
grootste deel van zijn werkzame schildersleven doorbracht. Een kleine
overzichtelijke wereld, net als in zijn schilderijen. In een kleine,
maar prachtige en voorname stad met dat heldere licht, niet ver van de
zee.

Het hoekhuis “Mechelen” aan de Grote Markt en Oude Manhuissteeg was het
tweede woonhuis van Vermeer en eigendom van de vader van Vermeer. Het fei-
telijke geboortehuis van Vermeer bevond zich – in weerwil van de tekst op
de gevelsteen – iets verderop aan de Voldersgracht nr. 25. De Oude Man-
huissteeg loopt langs de lange zijde van het huis “Mechelen” en geeft in
bovenstaande tekening van Gerrit Lamberts uit 1820 een doorkijkje op het
St Lucas gildehuis. Voor Vermeer bevond zich tussen zijn woonhuis en het
schildersgilde letterlijk slechts een steenworp afstand. Op een gravure
van Abraham Rademaker (c.1700, detail) is het oorspronkelijke huis
“Mechelen” afgebeeld.

Het gebouw van het St Lucasgilde aan de Voldersgracht 21, waarvan Vermeer
een aantal malen hoofdman was. In Delft was Vermeer dus een spin in het
web binnen het gilde van de schilders. Op de lijst van het schildersgilde
prijken naast de naam van Vermeer de namen van Pieter de Hooch en Carel
Fabritius. Het huidige gebouw is een hedendaagse replica uit 2008, en
huisvest het Vermeer Centrum in Delft. Vanaf huis “Mechelen” kon Vermeer
zo het St Lucas gildehuis binnenlopen; alles lag voor hem binnen handbe-
reik. De gravure uit 1730 van het originele gebouw is van de hand van
Abraham Rademaker.
Hoewel Het St Lucas gildehuis en het hoekhuis aan de Grote markt er voor
toeristen aantrekkelijk uitzien, is dit niet dé plek waar Vermeer zijn
meesterwerken schilderde. Hét ultieme Vermeer-atelier met de drie ramen
bevond zich in een voormalig, niet meer bestaand woonhuis aan de Oude
Langendijk nr 27, aan de overzijde van de Grote Markt, op de hoek Molen-
poort/Jozefsteeg, waar nu de Maria-kapel van de Maria van Jessekerk
staat. Ook op korte loopafstand van het St Lucasgildehuis overigens.

De Maria van Jessekerk in Delft, van boven gezien vanaf de toren van de
Nieuwe kerk. Op de plek van de Maria-kapel aan de achterkant van de kerk
(zie detail-foto, midden) stond ooit het huis van Maria Thins, de schoon-
moeder van Vermeer, waar hij het overgrote deel van zijn leven gewoond en
gewerkt heeft met zijn vrouw Catharina Bolnes en elf kinderen.
In 2001 en 2003 hebben Zantkuijl en Kuiper een reconstructietekening van
het huis gemaakt. In het drie-ramen atelier in dit woonhuis moet Vermeer
onder andere de Music Lesson in de Royal Collection in Londen geschilderd
hebben. De reconstructie-tekening van het drie ramen atelier is van Philip
Steadman in zijn boek “Vermeer’s Camera” uit 2002.

Via deze link is meer informatie te vinden over de reconstructie van het
Vermeer-huis aan de Oude Langendijk in Delft door Zantkuil:

Reconstructie Vermeer-huis Oude Langendijk

De voorgevel van de Maria-kapel aan de achterzijde van de grote Maria van
Jesse kerk, waar zich in de 17e eeuw het Vermeer-huis bevond met het “ate-
lier met de drie ramen”. Niet in huis “Mechelen”, niet in het in het oog
springende St Lucas gilde gebouw aan de Voldersgracht, maar op deze plek,
waar nu de Maria-kapel van de Jesse-kerk staat, in het voormalige woonhuis
van Vermeer aan de Oude Langendijk nr 27, bevond zich de ware kraamkamer
en schatkamer van Vermeers licht-schilderkunst. Hier ontstonden de mees-
terwerken, een kunstschat, die zich pas veel later zou verspreiden over
de grote musea van de wereld in hoofdsteden als New York, Washington,
Parijs, Londen, Berlijn, Wenen, Dresden, Amsterdam, Den Haag.

Waar nu de Maria van Jesse-kerk uit 1730 staat aan de Oude Langendijk in
Delft, stond in de 17e eeuw op de hoek van de Molenpoort/Jozefsteeg het
woonhuis van Vermeers schoonmoeder Maria Thins, Oude Langendijk 27, waar
Vermeer na zijn huwelijk met zijn vrouw Catharina in 1653 introk en voor
de rest van zijn leven – zo’n 20 jaar – bleef wonen tot aan zijn dood in
1675. Deze gravure van de “Jesuite Kerk” van Abraham Rademaker dateert
uit rond 1700.
Dit is precies de plek waar hij al zijn meesterwerken schilderde, die hem
na twee eeuwen vergetelheid zijn huidige wereldroem zouden brengen, al is
het woonhuis zelf dus al vóór 1730 afgebroken voor de bouw van de huidige
Maria van Jesse kerk. Vita brevis, ars longa……
De schuilkerk van de Jezuieten in Delft: de achterzijde van de Maria-van-
Jessekerk staat op de plek waar pater Makeblijde sinds ca. 1620 over drie
naast elkaar gelegen panden beschikte. Het meest rechtse dubbele pand
diende als woonhuis, in het linkse richtte hij een schooltje plus inter-
naat voor katholieke meisjes in. In het tussenliggende pand woonde de
hoofdonderwijzeres van de school. Over de gezamenlijke zolders heen lag
de schuilkerk. In Amsterdam is zo’n schuilkerk bewaard gebleven: “Ons
Lieve Heer op Solder” (Oudezijds Voorburgwal 38).
Deze hoek in Delft stond bekend als de Papenhoek, omdat de huiseigenaren
bekende katholieken waren. Vanaf 1621 kreeg Makeblijde er een pater bij,
Roeland de Pottere. Hij zou er tot 1662 verblijven. In het buurhuis op de
hoek met de Molenpoort/Jozefstraatsteeg woonde en werkte vanaf 1653 tot
aan zijn dood in 1675 de schilder Johannes Vermeer. Zijn jongste zoon
noemde hij Ignatius, naar Ignatius van Loyola, de stichter van de Orde
van de Jezuieten.…

Het is niet ondenkbaar dat Vermeer zijn schilderij De Allegorie van het
Geloof schilderde voor deze schuilkerk van de Jezuieten. Dit schilderij
bevindt zich thans in het Metropolitan Museum of Art in New York.
Hoewel de meeste schilderijen van Vermeer wereldse interieurscènes uit-
beelden, ervaren veel Vermeer-liefhebbers in het heldere daglicht van
Vermeer een stille kracht, een mysterieuze, bijna religieuze aanwezig-
heid. Door een speling van het lot staat op de plek van zijn voormalige
atelier/woonhuis nu een Maria-kapel. En dit woonhuis was ooit eigendom
van een andere “Maria”, zijn schoonmoeder Maria Thins. Feit is dat de
huidige Maria van Jesse kerk een directe opvolger is van de voormalige
schuilkerk van de Jezuieten, destijds de directe buren van Vermeer. Op
deze plek komen religie en kunst samen. Al moet gezegd worden dat de
schoonheid van Vermeer niet in deze kerk of kapel te vinden is, maar
veeleer in de Oude Kerk en de Nieuwe Kerk in Delft, met het mooie spel
van daglicht op de witgepleisterde muren en pilaren, waar kerkinterieur-
schilders als De Witte, Houckgeest en Van Vliet zich op uitleefden. Daarom
zal de snelle eendagstoerist op zoek naar Vermeer deze plek in Delft niet
snel bezoeken. Op de gevel van de Maria-kapel is wel een informatie-bord
aangebracht met informatie over het voormalige Vermeer-huis.

De locatie waar Vermeer het beroemde Straatje in het Rijksmuseum schilder-
de is door naspeuringen van Frans Grijzenhout in een publicatie uit 2015
aangewezen in de Vlamingstraat, nr. 40-42.
In het rechterhuis woonde een halfzus van de vader van Vermeer, Ariaentgen
Claes van der Minne, met haar drie ongehuwde dochters tot aan haar dood in
1670. Vermeers tante onderhield zichzelf en haar kinderen met de verkoop
van pens. Het rechterpoortje op het schilderij is volgens Grijzenhout het
poortje dat tot in de negentiende eeuw bekend stond als de Penspoort. De
Vlamingstraat lag in het armere, minder bedeelde deel van Delft.
Later zijn toch weer twijfels gerezen of deze locatie van de Vlamingstraat
wel echt het Straatje van Vermeer zou zijn, en is het zelfs überhaupt de
vraag of Vermeer wel een exacte en complete weergave van één bestaande
locatie heeft weergegeven in Het Straatje.

Vermeer schilderde zijn Gezicht op Delft vanaf de eerste verdieping van
een huis op de Hooikade, aan de overzijde van de Kolk, van de rivier de
Schie, Op de kaart van Blaeu zijn hier inderdaad enige huizen te zien.
De Rotterdamse Poort rechts op het schilderij is rond 1835 afgebroken,
maar de enigszins verwante Oostpoort aan de oostzijde is in Delft nog wel
bewaard gebleven.
Het Gezicht op Delft is de stille, woordeloze en meeslepende liefdesver-
klaring van Vermeer aan zijn eigen geboortestad in stralend licht en
kleur. Een lyrisch geschilderde zeventiende eeuwse versie van Spring-
steen’s “My Home Town”. Liefde kent geen waarom en onttrekt zich aan elke
analyse of twijfel. Één blik zegt alles.

Vermeer werd na zijn vrij plotselinge dood in 1675 begraven in de Oude
Kerk aan de Oude Delft, tegenover het Prinsenhof, waar in 1584 Willem van
Oranje werd vermoord. De exacte locatie van het graf van Vermeer is onbe-
kend, maar er is een hedendaagse gedenksteen in de vloer van de kerk aan-
gebracht in 2007, ter vervanging van een eerdere, eenvoudigere steen. Ook
Antoni van Leeuwenhoek, de uitvinder van de microscoop en net als Vermeer
geboren in 1632, ligt in de Oude Kerk begraven. Sommigen zien in De Geo-
graaf van Vermeer een portret van de beroemde geleerde Van Leeuwenhoek.
Van Leeuwenhoek woonde op het adres Nieuwstraat 20-36, achter het stad-
huis, op loopafstand van Vermeers woonhuis aan de Oude Langendijk.

Aan de huidige Paardenmarkt lag het voormalige Kruithuis “Het Secreet
(geheim) van Holland”, dat in 1654 met een allesverwoestende en oorver-
dovende knal explodeerde, die zelfs tot in Texel te horen was. Onder
de doden bevond zich Rembrandts beste leerling, de schilder Carel Fabri-
tius. Recent is zijn bekendste schilderij Het Puttertje gerestaureerd,
waarbij men kleine deukjes constateerde in het werk. Heel waarschijn-
lijk stond Het Puttertje op de dag van de ontploffing in zijn atelier
en men vermoedt dat de deukjes afkomstig zijn van stukjes gruis of
kruit afkomstig van de ontploffing. Fabritius bevond zich in zijn ate-
lier aan de Doelenstraat in de vuurlinie van de explosie, werd zwaar-
gewond uit de puinhopen gehaald, maar overleefde de ramp niet. Vermeer
moet de verschrikkingen met eigen ogen hebben gezien, een schrikbeeld,
dat hem ertoe bracht zijn geliefde Delft juist in al haar lichtende
schoonheid af te beelden vanaf de andere kant van de stad, vanuit een
huis aan de Hooikade aan de rivier de Schie. Schoonheid als redding
van de wereld.

YouTube video met unieke beelden van Delft in kleur in de jaren 1920:

De gevoelsovergang van het sombere stadsgezicht van Van der Poel naar
het stralende Gezicht op Delft van Vermeer, laat zich goed vertolken
door de Ierse singer/songwriter Van Morrison in zijn song “Bright
Side of the Road” uit 1979, een poëtische ode aan de levenslust,
te beluisteren op YouTube:

“Son, take a good look around.
This is your hometown”

Op YouTube is deze videoversie te beluisteren van “My Hometown” van
Bruce Springsteen,