Dagelijks archief: 11 februari 2021

Vermeer en Japan

In mijn ogen ligt er iets van Japanse esthetiek in de schilderijen van Ver-
meer: concentratie, verstilling, het meditatieve van ZEN, stilering, de-
sign, geometrie, streven naar perfectie, de ogenblikervaring van een haiku-
gedicht. Feit is dat Japanners zelf dol zijn op Vermeer, gezien de meerdere
Vermeer-tentoonstellingen in Japan. Ook een feit is dat juist in de tijd
van Vermeer er een directe, exclusieve handelsrelatie bestond tussen Neder-
land en Japan.

“The whole of Japan
is a pure invention.
There is no such country,
there are no such people.
Japanese people are
simply a mode of style
an exquisite fancy of art”
Oscar Wilde

De Hollanders van de Gouden Eeuw moeten door de VOC-handel veel oriëntaal-
se kunst hebben gezien in allerlei vormen. Het is dus denkbaar dat Hol-
landse schilders zich hebben laten inspireren door Oosterse kunst. (denk
aan de oosterse kostuums bij Rembrandt). Philip Hale oppert in zijn mono-
grafie “Jan Vermeer of Delft” de mogelijkheid dat dit ook zou kunnen gel-
den in het geval van Vermeer.

Japanse Thee- ceremonie en Het Melkmeisje van Vermeer.
De Japanse theeceremonie (sadō; “weg van de thee”), is een Japanse tradi-
tie waarin het drinken van thee is verheven tot een kunstvorm. Een thee-
ceremonie bestaat uit een serie vooraf bepaalde handelingen die na elkaar
worden verricht, om optimaal te kunnen genieten van de thee. De ceremonie
is zo geconcentreerd en serieus van aard, dat het een deel is geworden van
het belijden van het boeddhisme, met name de Zen-stroming binnen deze
godsdienst. Iets van die spiritueel geladen concentratie van de Japanse
thee-ceremonie is voelbaar in het uitschenken van melk in Vermeer’s Melk-
meisje. Een meditatieve handeling. Een oefening in aandacht.

Handelsrelatie Nederland-Japan.
In 1609 verleende de Japanse shogun Tokugawa Ieyasu de Nederlanders een
handelspas, waarmee Nederlandse schepen vrije toegang kregen tot Japanse
havens. Hiermee begon een periode van 250 jaar exclusief Nederlands han-
delsbetrekkingen met Japan. De Nederlanders stichtten een handelspost in
Hirado, op het meest zuidelijke eiland van Japan, Kyûshû. In 1624 kwam
daar nog een handels- en distributiecentrum op Formosa bij en vanaf 1641
behoorde het kunstmatige eilandje Deshima tot het terrein van de Neder-
landers. In de tijd van Vermeer was er dus een directe, exclusieve han-
delsrelatie tussen Nederland en Japan.

De interieurs in de beroemde Imperial Villa Katsura in Kyoto met hun stren-
ge geometrische indeling doen denken aan de geometrie in Vermeer-schilde-
rijen als De Muziekles en De Staande Klavecimbelspeelster in Londen. Bij
Vermeer zien we die geometrische orde in het dambordmotief van de tegel-
vloeren in zijn interieurs en de rechthoeken van klavecimbels, schilderij-
lijsten en glas-in-lood ramen.

De theeceremonie en de zuivere geometrie in de Katsura-villa in Kyoto vor-
men een gestileerde uitdrukking van de ziel van Japan.

Vermeer en Japan – de Gitaarspeelster van Vermeer en de Shamisen/Koto-
speelster in Japan.
De vrouwen van Vermeer en de Geisha’s van Japan vormen een ideaalbeeld van
de vrouw als symbool van schoonheid en verfijnde cultuur. Muziek is een
geliefd onderwerp in de schilderkunst van Vermeer én in de Japanse
prentkunst.

De Japanse prentkunst Ukiyo-e (“Prenten van de Vlietende Wereld”) is we-
reldberoemd met meesters als Hokusai, Hiroshige en Utamaro.
Met name Utamaro concentreert zich net als Vermeer op de geïdealiseerde
schoonheid van een jonge vrouw.

Japonisme:
Veel kunstenaars uit de tweede helft van de negentiende eeuw wilden de
kunsten hervormen en zetten zich af tegen de slechte smaak van de moderne
industriële productie. Zij gingen op zoek naar iets ‘anders’ en kwamen zo
uit bij het exotisme. Sommigen onder hen vonden in de Japanse prentkunst
Ukiyo-e een inspiratiebron voor een nieuw soort schoonheid. Ook Chinoise-
rie was erg populair in de Parijse kunstwereld.
Hoofdkenmerken van het japonisme zijn onderwerpen uit de natuur; nadruk op
het platte vlak, uitsneden en kleurcontrasten, veel versiering; eenvoudig
kleurpalet; asymmetrische composities en Japanse motieven zoals bloesems,
waaiers en waterlelies.

In de tijd van de Franse Impressionisten, eind 19e eeuw, was er de rage
van het Japonisme.
Bovenstaande Nocturne van James McNeil Whistler is duidelijk geïnspireerd
op een Japans voorbeeld, een houtsnedeprent van Utagawa Hiroshige –
Kyobashi Bridge.

Ook Claude Monet liet in zijn beroemde zelfontworpen tuinen in Giverny bij
Parijs een Japanse brug bouwen, Ook de vijver met waterlelies is een type-
rend element in Japanse tuinen. Waarvan hij dit iconische schilderij De
Japanse Brug maakte.

Ook Vincent van Gogh schilderde zijn eigen Japonaiseries als de bloeiende
amandelbloesemtakken. En maakte kopieën van een prent Oiran van Kesaï Ei-
sen en van de prent Bloeiende Pruimenboomgaard van Hiroshige. In 2018 was
een prachtige expositie “Van Gogh & Japan” te zien in het Van Gogh Museum
in Amsterdam.

Ook Nederlandse schilders lieten zich inspireren door Japan: zoals de Meis-
jes in Kimono van George Hendrik Breitner met zijn model Geesje Kwak. Hier
met een witte kimono met kersenbloesem-motief.

“Notan” is een bekend begrip in de Japanse kunst: het schilderen van don-
kere vlekken op een lichte achtergrond. Hetzelfde principe zie je bij Ver-
meer, waarbij de voorstelling in donkere vlakken gedefiniëerd wordt tegen
de lichte achtergrond van een witgepleisterde muur..

Japanse kamerschermen beschilderd door de Japanse meester Kōrin in de tijd
van Vermeer.
Duidelijk worden de vormen in deze schildering gedefinieerd door een pa-
troon van donkere vlakken op een lichte achtergrond. Ogata Kōrin (1658-
1716) was een belangrijk Japans kunstschilder tijdens de Edo-periode. Hij
is vooral bekend om zijn schilderijen op schermen, lakwerk en textielde-
signs. In verschillende stijlen schilderde hij op verschillende formaten
en maakte gebruik van thema’s afgeleid van klassieke Japanse literatuur
die hij omvormde in gedurfde abstracte patronen en briljante kleuren.
In het boek van Henry Pike Bowie – On the Laws of Japanese Painting wordt
nader ingegaan op “Notan” in de Japanse schilderkunst. Ook Arthur Wesley
Dow schrijft over “Notan” in zijn boek “Composition: understanding line,
notan and color”.

Vermeer’s tijdgenoot Metsu schildert lichte figuren tegen een donkere
achtergrond. Bij sommige Vermeers zie je juist een patroon van donkere
vlekken tegen een lichte achtergrond. Zoals in de Brieflezende Vrouw in
Blauw en de Kantkloster. Dat lijkt erg op wat een Japanse schilder in de
stijl van “Notan” zou doen. Vermeer’s grote voorbeeld Carel Fabritius was
de grote vernieuwer in dit genre, denk aan zijn beroemde Puttertje in het
Mauritshuis.
Hale vergelijkt Vermeer met Japanse kunst omdat beiden een indruk geven
van design of patroon. Dit patroon-design is een leitmotiv in het kunst-
werk en geen bijproduct bij het vertellen van een verhaal. Bij Metsu zie
je dat alles draait om het verhaal. Vermeer gaat een andere weg: hij gaat
voor patroon en design, de wereld van visueel spel om zichzelf. Een schil-
derij van Vermeer, dat is muziek. Een mooi schilderij hoort muzikaal te
zijn. Vermeer gaat over die muziek, terwijl Metsu meer over het onderwerp
gaat. In de stillevens van Kalf gaat het gewoon om een verzameling van
dure objecten om te laten zien hoe rijk die Hollanders wel niet waren.
Bij Vermeer is dat veel minder het geval; de Brieflezende Vrouw in Blauw
is een mooi lied, een muziekstuk.

Stillevens met Japanse invloed geschilderd door leerlingen van de Ameri-
kaanse schilder Paul Ingbretson: Jean Lightman, Lynne Mehlmann, John Pe-
terson, Margie Carrier. In de traditie van de sterk op de Europese kunst
gerichte Boston School. In deze bloemstillevens is ook de invloed van
het Japonisme aan te wijzen. Philip Leslie Hale – een exponent van de
Boston School – schreef een monografie over Vermeer, waarin hij een ver-
band legt tussen de Japanse kunst en Vermeer. De zachte floers in deze
schilderijen doet mij ook aan Vermeer, fotografie en de camera obscura
denken.

Kitagawa Utamaro (1753-1806) is een van de belangrijkste schilders en
ukiyo-e artiesten uit de Japanse kunstgeschiedenis uit de Edo-periode.
Veel van zijn werken hebben vrouwen als onderwerp, net als Vermeer.
Zijn bekendste werken zijn: – Tien vormen van het vrouwelijke gezicht
1802 – Uta Makura 1788 – Drie schoonheden uit deze tijd 1793 – Bloemen
uit Edo
Kitagawa Utamaro maakte veel schilderijen van vrouwen. Utamaro was een
groot meester in de gelaatkunde. Of anders gezegd, hij was er heel goed
in om de persoonlijkheden van de vrouwen die hij schilderde in hun ge-
zichten te verwerken. Vandaar werden zijn werken genaamd “de tien vormen
van het vrouwelijk gezicht” erg geapprecieerd omdat hij deze karakter-
trekken op een subtiele manier in de gezichten van de verschillende vrou-
wen had geschilderd.
Net zoals Vermeer ondersteund werd door zijn mecenas Pieter van Ruijven,
was Tsutaya Jūzaburō de man die Utamaro de kans gaf om open te bloeien en
bekend te worden als een van de grootste ukiyo-e artiesten uit de acht-
tiende eeuw. Ook weten we, evenals in het geval van Vermeer, weinig over
het persoonlijke leven van Utamaro.

Prenten van Utamaro en schilderijen van Vermeer.
Een andere overeenkomst tussen Vermeer en Japanse kunstenaars is het ge-
bruik van diagonalen in hun composities. Bv. de diagonalen in Het Melk-
meisje van Vermeer. Japanse prenten, zoals die van Utamaro, maken ook ge-
bruik van zulke krachtige diagonalen.

Zen: de Ryoan-ji Zen-tuin in Kyoto. De Weg van Thee. De theeceremonie als
een weg van Zen. De Ryoan-ji tempel in Kyoto is vooral beroemd vanwege zijn
Japanse rotstuin, een mooi voorbeeld van de Karesansu-stijl. De rotstuin is
toegevoegd om de monniken een plaats ter meditatie te bieden. De tuin is
10 x 30 meter groot en bevat vijftien stenen, die uit een zee van witte
kiezelstenen uitrijzen. De kiezels worden dagelijks aangeharkt.

De rituele, gestileerde handeling als vorm van meditatie in de Japanse
theeceremonie doet aan de concentratie in gestileerde vorm denken in Ver-
meer’s Melkmeisje en Kantkloster.
Zen of chán is een contemplatieve vorm van boeddhisme die sterk de nadruk
legt op dhyana oftewel concentratie-meditatie. Hiermee zou inzicht ver-
kregen worden in de eigen ware aard om zo de weg te openen naar een inner-
lijk schouwen en verlichte manier van leven.

De Geisha-traditie in Japan. Sterk gestileerde vrouwen. Het schoonheids-
ideaal van de “volmaakte kunstvrouw”.
Een geisha is traditioneel een Japanse muze voor artiesten. De term geisha
wordt over het algemeen gebruikt om een gezelschapsdame aan te duiden die
gekleed is in de typische, streng gestileerde kimono en die met klassieke
Japanse muziek, zang en dans de avond van een gezelschap aangenaam opluis-
tert. Letterlijk betekent geisha “kunstpersoon”.
In de 18e en 19e eeuw waren geisha’s heel gebruikelijke gezelschapsdames
bij gelegenheden. Kenmerkend voor de geisha zijn de kunstige pruik van
zwart haar, het witgemaakte gezicht met de rode lippen en een opvallend
versierde kimono of zijden kleed dat op een bepaalde manier om het lichaam
geknoopt is. Geisha’s werden beschouwd als toonbeelden van schoonheid en
verfijnde cultuur.
Uiteraard zijn de vrouwen van Vermeer minder gekunsteld als geisha’s. Met
name haar gezicht is naturel, zonder opmaak of blanketsel. Wel besteedt
Vermeer veel aandacht aan stilering van het haar, parel oorhangers en
halssierraden en mooie kleurrijke kostuums.

De Haiku is een Japanse dichtvorm. Vermeer’s schilderijen zijn in mijn
ogen ook beeldgedichten.
De grote Japanse haiku-dichter Basho (1644 –1694) was een tijdgenoot van
Vermeer.
De haiku is een vorm van Japanse dichtkunst, geschreven in drie regels
waarvan de eerste regel 5, de tweede regel 7 en de derde regel weer 5
lettergrepen telt. De haiku drukt, in de klassieke vorm, een ogenblik-
ervaring uit, soms gelinkt aan en geïnspireerd door zen.

Beroemd is de kikker-haiku van van de Japanse dichter Basho, een tijdge-
noot dus van Vermeer:

“Furu ike ya
Kawazu tobikomu
Mizu no oto”

“O, oude vijver
Een kikker springt van de kant
Geluid van water”

In de volkomen stilte in Vermeer’s
Melkmeisje klinkt alleen het zachte geluid
van een straaltje melk…..

Een haiku-achtige ogenblikervaring.
Een Vermeer-schilderij is een soort beeldgedicht, een visuele haiku:
Een onbeduidend, alledaags ogenblik wordt in de vorm van een gedicht
boven zichzelf uitgetild tot een tijdloos, bijna sacraal gebeuren.

Het is een ZEN-manier van kijken; van mindfulness-kijken. Door de concen-
tratie van aandacht wordt het kijken zelf tot een intense, meeslepende er-
varing. In zijn beste momenten doet de manier van kijken van Vermeer soms
denken aan de mystieke verlichtings-ervaring waarover de Zen-meesters
spreken…..

Ikigai.
Ikigai is een Japans begrip dat staat voor de reden van je bestaan, datge-
ne waarvoor je ’s morgens opstaat. Ik ken dat gevoel. Mijn Ikigai is Ver-
meer.
Ikigai is een Japans gedachtegoed waarbij het gaat om het hebben, of vin-
den van je eigen doel in het leven. Jouw ‘Ikigai’ is het kruispunt van
een aantal aspecten uit je leven die samenkomen, namelijk datgene waar
je van houdt, wat je goed kan en wat de wereld nodig heeft.

Film Tampopo uit 1985:
De jonge weduwe Tampopo runt een eetcafé dat een – op z’n best – zeer ma-
tige Ramen (Japanse noedelsoep) serveert. Een rondtrekkende vrachtwagen-
chauffeur en zijn hulpje trekken zich haar benarde situatie aan en beslui-
ten haar te helpen. Samen beginnen ze aan een epische zoektocht naar de
perfecte Ramen. Een Japanse, westers geïnspireerde roadmovie rond het
Japanse streven naar perfectie, verluchtigd met een snufje humor en ero-
tiek.

Het Delft van Vermeer is beroemd om zijn Delfts Blauw, een imitatie van
beschilderd porselein uit China. Die link met het oosten is overduidelijk
aanwezig. Wat mij persoonlijk intrigeert is die “Schmelz” in sommige
schilderingen in Delfts blauw met die tere zachte contouren. Heeft Vermeer
zich daardoor laten inspireren ? Ook in originele Vermeer-schilderijen
zie je die “Schmelz” met die zachte contouren. De Hollanders imiteerden
het kostbare Chinese porselein, maar met typisch Hollandse onderwerpen.

Vermeer’s Meisje met Fluit in de National Gallery in Washington lijkt een
Japanse of Chinese hoed te dragen, de meest in het oog springende verwij-
zing naar het exotische Verre Oosten in het oeuvre van Vermeer.
De toeschrijving aan Vermeer is niet unaniem, vanwege de mindere kwaliteit
van uitvoering, die niet overal het gebruikelijke hoge niveau van Vermeer
haalt, zoals haar rechterhand. Gezien de algehele uitstraling, het licht,
de assymmetrische compositie en afsnijding van deze “tronie” zie ik in het
Meisje met Fluit persoonlijk wel overtuigend een echte Vermeer. Het blauwe
jakje met wit bont komt ook voor in Het Concert en de Dame met Weegschaal
en wordt ook genoemd in Vermeer’s boedelinventaris.

Kunst is groter dan onszelf en ons eigen land. Kunst is één. Dus staat
het ook een hedendaagse kunstenaar volkomen vrij om te blijven kijken en
studeren op de schilderijen van Vermeer én de meesters van de Japanse
prentkunst. En daar zijn eigen voordeel mee te doen in zijn eigen werk.

“Vermeer and Japan”, Een video-presentatie van Paul Ingbretson op You-
Tube:

Het beroemde Japanse liedje Sukiyaki (Ue o Muite Arukou – Ik kijk omhoog
als ik loop) van de Japanse zanger Kyu Sakamoto is een mooi voorbeeld
waarin de sfeer van een goed liedje ook heel goed kan overkomen, ook zon-
der maar een woord van de Japanse tekst te kunnen verstaan. De taal van
de muziek en de melodie van de liefde is universeel: