Spinoza en Vermeer

Gezien op 4 augustus 2013: het Spinoza-huis in Rijnsburg.

“Ach! Waren alle menschen wijs.
En wilden daarbij wel !
De Aard waar haar een Paradijs,
Nu isse meest een Hel”
Gevelsteen in Spinozahuis Rijnsburg

 

 

 

In het Spinozahuis in Rijnsburg woonde van 1661 tot 1663
de filosoof Baruch de Spinoza. Hij leefde er nadat hij uit zijn
geboorteplaats Amsterdam verjaagd was, als kostganger bij
een chirurgijn.
Hij schreef er, ontving geleerden en had er een slijpbank voor
lenzen om in zijn levensonderhoud te voorzien. In zijn studeerkamer
is de gereconstrueerde bibliotheek van Spinoza te vinden.
In de 19e eeuw werd het huis door Spinoza-liefhebbers gekocht.
Sindsdien is het een klein museum. Einstein kwam er nog kijken
in 1920; zijn handtekening is terug te vinden in het gastenboek.
Wat me op deze plek aanspreekt is de sfeer van een leven in eenvoud,
stilte, studie en ambacht.

Spinoza en Vermeer

Beiden zijn exacte tijdgenoten, geboren in 1632 en woonden niet
ver van elkaar: Spinoza in Voorburg en Vermeer in Delft. Beiden zijn
op hun eigen wijze kinderen van de Verlichting. Er is echter geen enkele
archiefsplinter die aantoont dat ze elkaar daadwerkelijk ontmoet en
gekend hebben. Wat ze gemeen hebben is dat hun beider werk meer
de nadruk legt op de rede en de waarneming van de natuur als funda-
ment van alle kennis en inzicht. Spinoza stelde dat God en natuur
hetzelfde zijn en dat inzicht in de natuur de kennis van het goddelijke
verhoogt. Hij geloofde niet in God zoals de andere Joden dat deden,
en is om die reden door de rabbijnen in Amsterdam ook in de ban gedaan
en verstoten uit de Joodse gemeenschap. Bij Vermeer is de kunst van de
waarneming en de lens het instrument om het licht in de natuur te door-
gronden. Misschien is dat wel het gevoel dat je krijgt bij het licht in de
schilderijen van Vermeer: hij schildert “gewoon” daglicht, maar zijn licht
heeft een verhevigde intensiteit alsof de natuur en God door hem als het-
zelfde ervaren worden. Voor Vermeer is God in het licht dat vanachter
een gordijn over een witgekalkte muur valt. Vermeer en Spinoza hebben
geen behoefte aan “wonderen” en bovennatuurlijke verschijnselen.
Voor hen is God in de realiteit van alles. In de dingen zoals ze zijn.
Zoals de franse kunstenaar Gilles Aillaud het ooit verwoordde:
“Vermeer zou de apathische, blonde broer van Spinoza kunnen zijn;
het is allemaal even mooi, en dat stoort niemand”
Op de meesterwerken van Vermeer is het woord van Spinoza van
toepassing: “Sub Specie Aeternitatis” – gezien vanuit het zicht van
de eeuwigheid.
Kijkend naar Vermeer, moet ik ook denken aan de woorden van
Dostojewski: “Alleen schoonheid kan deze wereld redden”.

Voor een uitgebreide blog over Spinoza en Vermeer, zie deze link:
spinoza en vermeer blog