Vermeer en Torrentius – “Mysterious Masterpieces”

Film gezien op 11 juli 2017 in filmtheater Focus in Arnhem:
“A Mysterious Masterpiece” van Maarten de Kroon over
het schilderij “Stilleven met Breidel” van Johannes
Torrentius, 1641.

“I don’t believe in magic,
the young boy said.
The old man smiled.
You will, when you see her”
Atticus

Van de schilder Johannes Torrentius (1589-1644) is slechts één
schilderij bekend, “Stilleven met Breidel” in het Rijksmuseum
Amsterdam. Torrentius is een latinisering van zijn eigenlijke
naam: “Van der Beeck”.

Onder de roemer is een stukje bladmuziek afgebeeld met de tekst:

“ER Wat buiten maat bestaat,
int onmaats gaat verghaat”

Het schilderij oogt net als sommige schilderijen van Vermeer
“fotografisch”. Staande voor dit schilderij (en die van Vermeer)
dringt één dwingende vraag zich op: hoe is dit in hemelsnaam gemaakt?
De afbeelding lijkt bijna niet geschilderd, maar middels een geheim
procédé op het paneel aangebracht. Pigmentonderzoek heeft uitgewezen
dat zowel Torrentius als Vermeer in hun verf precies dezelfde
pigmenten verwerkten als in de 17e eeuwse schilderspraktijk
gebruikelijk waren.

Dus moet het “geheim” van Torrentius in het bindmiddel gezocht
worden. Arie Wallert, onderzoeker van het Rijksmuseum, heeft er
uitgebreid onderzoek naar gedaan. Wat meteen opvalt aan het
verfmonster van Torrentius (boven) is, dat het slechts uit één laag
bestaat. Een verfmonster van Vermeer (onder) bestaat uit meerdere
lagen van pigment en bindmiddel. In documenten uit die tijd wordt
gesproken van een “sissend of zoemend” geluid als Torrentius zijn
schilderij behandelde.

Een chemicus denkt dan al gauw aan een reactie na toevoeging van een
zuur of een proces van verhitting. De schilder als alchemist.
Hoe meer wetenschappelijk onderzoek er verricht wordt naar het
verfmonster van Torrentius hoe groter het raadsel wordt. Net als
bij Vermeer wordt ook bij Torrentius vermoed dat hij gebruikt maakte
van een Camera Obscura. Soms waag ik me wel eens aan de gedachte
dat Torrentius en Vermeer als eersten al werkten met lichtgevoelige
emulsies en dat zij dus misschien wel de eerste fotografen waren.
En dat de uitvinding van de fotografie twee eeuwen voor Niepcé,
Talbot en Daguerre al plaatsvond in het Holland van Torrentius en
Vermeer.

Bij Vermeer en Torrentius lijken dat de twee hoofdvragen te zijn:
Maakten ze als schilder gebruik van de Camera Obscura ?
Welk bindmiddel gebruikte Vermeer in zijn verf om die voor hem
kenmerkende “Schmelz” in zijn schilderijen te krijgen ?”

In de jaren ’80 heb ik zelf een tijd samengewerkt met de bekende
Rembrandt-kenner professor Ernst van de Wetering met als
werkhypothese welk bindmiddel Vermeer gebruikt zou kunnen
hebben om vervolgens pogingen te ondernemen tot een
reconstructie van Vermeer’s schildertechniek in de praktijk.
Mijn eigen conclusie daarbij was dezelfde als die van
Arie Wallert bij Torrentius: hoe meer wetenschappelijk onderzoek
je loslaat op Vermeer’s schildertechniek, hoe groter het mysterie
wordt. Bij Vermeer-verfonderzoek is lijnolie en papaverolie
gevonden als bindmiddel. Wie zich echter even verdiept
wat een 17e eeuwse schilder allemaal alleen al met lijnolie kon
doen: bleken, koken, laten indikken, toevoegen van siccatieven,
diverse oplosmiddelen, etc, om zijn verf totaal uiteenlopende
consistentie, viscositeit en droogtijd mee te geven, valt dat
nog aan verfmonsters van 350 jaar oud af te lezen ?

Een reconstructie-project kan twee oogmerken hebben.
Het eerste is op basis van 17e eeuwse bronnen en schilderijen-
onderzoek proberen het schilderproces van Vermeer in de
praktijk na te bootsen en te kijken in hoeverre dat een
overtuigend kunsthistorisch wetenschappelijk “bewijs” oplevert
voor het materiaalgebruik en de werkwijze van Vermeer ?
De benadering van de wetenschapper.
Het tweede is een reconstructie met een puur artistiek
oogmerk; experimenteren met diverse bindmiddelen en
schildertechnieken en het gebruik van een Camera Obscura,
lenzen en spiegels, teneinde een resultaat te verkrijgen dat
de Vermeeriaanse weergave van licht benadert. Hierbij worden
de eisen voor een gedegen wetenschappelijk-kunsthistorische
onderzoeksmethode wat meer losgelaten en ingeruild voor de
praktische, artistieke benadering van de kunstenaar.
Die artistieke benadering heeft mijn voorkeur.

Het onderwerp van Torrentius’ schilderij “Stilleven met
Breidel” lijkt ontleend te zijn uit het boekje “Sinnepoppen”
(1614) van Roemer-Visscher: “Elck wat wils”, een moreel
embleem dat oproept tot matigheid.

In het Haarlem van de 17e eeuw was Torrentius een berucht en omstreden
figuur, vanwege zijn voor die tijd pornografische en blasfemische
uitingen en “losbandige levensstijl”. Onderstaande prent blijkt
overigens niet van Torrentius zelf, maar van Pieter Quast (1605-1647)
naar een werk van Torrentius.

In een interessant PDF-artikel van het Max Planck Instituut “Inside a
Camera Obscura” is een reconstructie te zien van het
Torrentius-stilleven met een oude Camera Obscura.
Rond de Camera Obscura in de 17e eeuw zoemen de namen van Constantijn
Huygens, Drebbel, Torrentius en Johannes Vermeer. Van Huygens,
Torrentius en Drebbel weten we zeker dat ze elkaar kenden.

Link voor het hele artikel: Max Planck – Inside a Camera Obscura

Voor meer informatie over het leven van Torrentius verwijs ik naar
het interessante artikel van Maaike Dirkx: The Remarkable Case of
Johannes Torrentius:
Artikel “The Remarkable Case of Johannes Torrentius”

Op YouTube is deze trailer van de film “A Mysterious Masterpiece”
te zien: