De Hooch en Vermeer – Uit de Schaduw van de Grote Tovenaar

Gezien in Museum Het Prinsenhof in Delft op woensdag 23 oktober: tentoon-
stelling “Pieter de Hooch – Uit de Schaduw van Vermeer”, met 29 schilderijen
van Pieter de Hooch, waaronder zijn mooiste binnenhofjes en interieurs uit
zijn Delftse periode (1652-1660). Na Johannes Vermeer wordt Pieter de Hooch
internationaal beschouwd als de beroemdste Delftse meester van de Gouden
Eeuw. Als stads- en tijdgenoten hebben ze elkaar sterk beïnvloed en
geïnspireerd.

“If I have seen further
than others,
it is by standing
on the shoulders of giants”
Isaac Newton

Topstuk in deze expositie is het bekende Courtyard of a House in Delft (1658)
van Pieter De Hooch uit de National Gallery in Londen. Het is een helder,
lumineus doek in koel, zilverachtig licht, net als het Straatje van Johannes
Vermeer in het Rijksmuseum.

Beide schilderijen hebben een voor De Hooch typerend “Doorkijkje”. Het
verschil in schildertrant tussen Vermeer en De Hooch laat zich goed aflezen
aan de weergave van bakstenen muren. De Hooch schildert steen voor steen
keurig en precies na, waar Vermeer meer een losse impressie van een bakstenen
muur schildert. De Hooch oogt als een ingeschilderde lijntekening, Vermeer
schildert van begin af aan in vormen, kleur en licht, als een pure schilder.
Daarom overtuigt zijn licht meer; hij hoeft niet los te komen van de lijn.
Het licht denkt niet in lijnen, het vloeit, het stroomt over alles heen.
Alles is licht.

Bovenal overtreft Vermeer De Hooch in zijn onnavolgbare weergave van het
licht. “Vermeer is light”, schreef de historicus Simon Schama al.
Dat is mooi te zien in de twee duidelijk verwante Goudweegster-versies
van De Hooch en Vermeer. Vermeer zet de ruimte van de kamer in een schemer-
achtig licht, en laat de vrouw in een straal van licht naar voren komen.
Bij De Hooch zijn de kamer en de vrouw gelijkmatig verlicht, waardoor de
scene een heel andere sfeer en uitstraling krijgt dan bij Vermeer.

Vermeer geeft de scene ook een diepere, spirituele betekenis door het
toevoegen van het Laatste Oordeel-schilderij rechtsboven aan de muur en
het feit dat de weegschaal leeg is; het gaat om het wegen van de ziel.

Ook het kostuum van het Melkmeisje van Vermeer komt terug bij De Hooch:
witte hoofddoek en kraag, geel jakje, blauwe schort en rode rok. Dit
dienstmeid-kostuum is terug te vinden in de schilderij A Dutch Courtyard
uit Washington en Maid with Bucket and Broom in Courtyard uit Karlsruhe.

De vrouwen van De Hooch zijn wat houterig en stijf en ogen meer gespan-
nen in hun houdingen. Ook zijn vrouwengezichten zijn minder geslaagd.
De gezichten van Vermeer’s vrouwen zijn meer geïdealiseerd en hun hou-
dingen veel eleganter, naturel, losjes en ontspannen. Natuurlijke focus
en concentratie.

Een typerend element in de interieurs van De Hooch is het “Doorkijkje”,
bij Vermeer zien we dat terug in het Slapend Meisje in het Metropolitan
Museum in New York. Via een openstaande deur wordt de beschouwer een blik
gegund in een andere ruimte/kamer. Een perspectivisch effect dus. Een
soortgelijk Doorkijkje zien we in het schilderij Vrouw met Kind in een
Kelderkamer van Pieter De Hooch in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Met name in het construeren van het perspectief heeft Vermeer duidelijk
de kunst afgekeken van Pieter De Hooch, zoals in Vermeer’s Music Lesson
in de Royal Collection.
Ook in de schilderijen van De Hooch zijn spijkergaatjes gevonden, net
als bij Vermeer, waarvanuit hij met krijtdraden de perspectief-hulplijnen
trok in zijn compositie. De zwart-wit tegelvloeren en glas-in-lood strips
van de ramen lenen zich bij uitstek voor het construeren van perspectief-
hulplijnen en geven ruimtelijke dieptewerking aan het afgebeelde interieur.
De kunst van het perspectief is misschien wel de belangrijkste link
tussen Vermeer en De Hooch. Al legt Vermeer juist wel meer de nadruk op
de personen en De Hooch meer op de perspectivische ruimte.

Opvallend is dat De Hooch in zijn Courtyard of a House in Delft uit Londen
twee verschillende perspectief-verdwijnpunten heeft toegepast. Het
schilderij lijkt een samenvoeging van twee verschillende locaties.

Het tegelvloer-perspectief van de Vrouw met Kind in een Kelderkamer van
De Hooch in Amsterdam denken aan Het Glas Wijn van Vermeer in Berlijn.
En dat van De Hooch’s prachtige Card Players in a Sunlit Room aan
Vermeer’s Music Lesson, beiden in de Royal Collection in London.

Hierboven twee veronderstelde zelfportretten van Vermeer en De Hooch.
De Hooch werkte in Delft van 1652 tot 1660, tijdens de vroege periode
van Vermeer.
Daarna vertrok De Hooch naar Amsterdam. Er zijn geen bewijs-documenten
dat Vermeer en De Hooch elkaar kenden, maar via het Delftse St. Lucas-
gilde kan het bijna niet anders dat ze elkaar ontmoet hebben. De weder-
zijdse invloed is duidelijk aanwijsbaar. Beiden tonen een fascinatie
voor perspectief en lichtval, waarbij de nadruk bij de Hooch ligt op
perspectief en de ruimte en bij Vermeer op lichtval en de vrouw.

Vermeer had één mecenas als vaste opdrachtgever, Pieter van Ruyven,
een welgestelde burger in Delft. In zijn nalatenschap bevonden zich
maar liefst 21 Vermeer-schilderijen, waaronder bijna alle topstukken.
Ook Pieter de Hooch had een beschermheer in de persoon van Justus de
la Grange, maar dan tijdens zijn vroegere, kwalitatief mindere werk,
herbergscènes, ook wel “kortegaartjes” genoemd. Zijn beste werk, de
interieurs en binnenhofjes uit zijn Delftse periode, schilderde de Hooch
voor de open, vrije, meer competitieve markt. Vermeer als schilder
gedijde daarentegen juist beter in de intieme en afgeschermde omgeving
van het mecenaat van Van Ruijven.

Er is een tijd geweest waarin Vermeer zelf in de schaduw van De Hooch
verkeerde en Vermeer’s eigenhandige werken zelfs aan Pieter de Hooch werden
toegeschreven, waaronder zijn meesterwerk “De Schilderkunst” in Wenen.
Lange tijd prijkte op de stoelkruk van de kunstenaar de later toegevoegde
(valse) signatuur van De Hooch……

Voor kunsthistoricus Jan Nieuwenhuizen was Pieter de Hooch “De schilder
van het Klein Geluk”. Een rake typering. Als geen ander konden de Hollandse
Meesters de kleine dingen van het leven optillen naar de hoogte van eeuwige
schoonheid.

Op YouTube is deze video over de expositie van Pieter De Hooch in Het
Prinsenhof in Delft te zien: