Vermeer en Degas – De Kunstenaar en de Camera

Johannes Vermeer en Edgar Degas zijn twee schilders, die in hun
werk gebruik hebben gemaakt van een camera: Vermeer van de
kijkdoos-camera obscura, Degas van een vroege platen-camera
met gevoelige plaat. Een beschouwing over de relatie fotografie
en schilderkunst.

“Photography is prose,
Painting is poetry”

“Even working from nature
you have to compose”
Edgar Degas

De Franse impressionist Edgar Degas (1834-1917) leefde precies in het
tijdperk van de opkomst van de fotografie. De invloed van de foto-
grafie op de schilderkunst is bij Degas onmiskenbaar en daarom staat
hij van alle impressionisten in zijn visie het dichtst bij Vermeer.
Net als Vermeer is Degas een meester in licht, kleur en compositie,
zoals in deze beroemde pastel “Danseuses Bleues” uit 1898 in het
Poesjkin Museum in Moskou. Een mooi voorbeeld van de “cropping”-
techniek: een beeld-uitsnijding, die de beschouwer een gevoel van
nabijheid dicht op het onderwerp geeft en de illusie creëert van een
grotere scene, die net buiten beeld blijft.

Zijn zelfgemaakte foto’s van balletdanseressen zijn in technisch
opzicht ruw en grof, onscherp en bewogen, maar van artistiek hoge
schoonheid. Overbodige details verdwijnen om plaats te maken louter
licht, poëzie en elegantie.

Ik hou van “primitieve” camera’s. De platen-camera van Degas stond
nog dicht bij de primitieve kijkdoos-camera obscura, waar Vermeer
gebruik van maakte. Met al zijn technische beeldfouten, die in
moderne camera’s er uitgehaald zijn, maar die voor een kunstschilder
juist picturaal interessante effecten opleveren: overstraling van
licht, kleurzweem, chromatische kleur-aberratie van de lens,
zachte contouren, lichtlovertjes, overbelichting en onderbelichting,
beeldvertekening, overdreven groothoek-effect, onscherpte, onbedoelde
lichtvegen, mistige vaagheid, vervloeiend licht, stof en krassen,
bewegingsonscherpte.

Een vakfotograaf maakt het liefst foto’s zonder al deze beeldfouten:
spatscherp, kleurgecorrigeerd, juist belicht, etc. In artistiek
opzicht vind ik het werk van dit soort fotografen echter vaak minder
interessant. Technisch volmaakte foto’s laten een overvloed aan
overbodige details zien. Een goede kunstschilder verstaat de kunst
van het weglaten en beperkt zich tot de essentie van het beeld en het
licht. Of zoals Degas het zelf zei: “Art is not what you see, but
what you make others see”. Een foto néém je, een schilderij of een
gedicht máák je.

Degas hield juist van de schilderachtige effecten van de vroege
platen-camera als de licht-flakkeringen, de vloeiende tonen, de
mistige vaagheid, krassen, bewegingsonscherpte wegens lange sluiter-
tijden (shutter-drag). Degas is duidelijk een fotograferende schilder.
Hij fotografeert alleen wat hem als schilder interesseert. Zoals
daglicht, dat strijkt over de lelieblanke hals van een danseres.

The artist and the camera: de wereld gezien door de lens van een
camera. Bewuste beeldafsnijding en kadrering, gevoel voor licht,
voor lenseffecten en zachte contouren, de poëtische uitstraling van
“blur”, het oplossen van de werkelijkheid in een abstract patroon
van licht en donker-vlekken, en de blik van de kunstenaar als
“voyeur”. Degas dankt zijn roem vooral aan de pastels en schilde-
rijen van de balletdanseressen van de Opera van Parijs en zijn
badende vrouwen.

“No art is less spontaneous than mine.
What I do is the result of reflection
and the study of the great masters”
Edgar Degas

Het schilderij Après Le Bain ( Philadelphia Museum of Art) uit 1896
is gebaseerd op een “foto-schets“ van Degas zelf. Naast de beroemde
danseressen waren intieme baadscenes van vrouwen een geliefd thema
in zijn oeuvre.

“Het licht strijkt stadig over rechte grachtjes,
hij is hier niet, hier is alleen zijn licht.
Hij condenseert het tot een schuit, tot wallen,
waterrimpels. Hij gaat schuil in de wolken.
Zijn stad heeft hij voorgoed tot Delft verdicht”.
Geert van Istendael

In mei 1921 bezocht de schrijver Marcel Proust met de criticus Jean-
Louis Vaudoyer een tentoonstelling in het Jeu de Paume in Parijs van
werken van de Hollandse schilderkunst waaronder Vermeer’s “Gezicht
op Delft”. Het is ook geen toeval dat het een fransman was, die
Vermeer heeft “herontdekt”; Théophile Thoré- Bürger in een reeks
artikelen in de Gazette des Beaux-Arts in 1866. Ik hou van de vroege
franstalige teksten over Vermeer door Thoré-Bürger en Vaudoyer,
omdat ze een gevoeligheid hebben voor de lyriek, poëzie, mystiek en
de verstilde passie in de schilderkunst van Vermeer. Degas zou de
franse tweelingbroer van Vermeer kunnen zijn: licht, vrouwen,
fotografie en schilderkunst.

“A picture is
a poem without words”
Horatius

De impressionisten waren vertrouwd met Vermeers Dentellière in het
Musée du Louvre in Parijs. Renoir beschouwde het als het mooiste
schilderij ter wereld. De fotograaf Henri Cartier-Bresson was
verrukt van “le qualité de ce rouge”, dat ene rode accent van het
rode garen dat als een kleine trage waterval van rode verf uit haar
naaikussen lijkt “te stromen” en het schilderijtje tot leven brengt.
Cartier-Bresson was een schilder, die later als fotograaf wereldfaam
verwierf, maar hier duidelijk kijkt met het oog van een schilder.
Veel van de vroege fotografen, van Daguerre tot Cartier-Bresson,
begonnen hun carrière als kunstschilder…… De fotografie dwong de
schilderkunst zichzelf te herdefiniëren. Dat resulteerde onder meer
in de stroming van het fotorealisme van Gerhard Richter en Chuck
Close in de moderne kunst van de 20ste eeuw en natuurlijk het
impressionisme zelf.

“Photography is a bridge
between science and art”
Ernst Haas

Vermeer was een “schilder in een camera”, die gefascineerd was door
de schoonheid van de lichtbeelden, zoals die te zien waren in zijn
camera obscura. Zoals zijn tijdgenoot Constantijn Huygens al schreef
dat “alle schilderkunst dood lijkt, vergeleken met het beeld in de
camera obscura; dit is het leven zelf”. Vermeer had een obsessie
voor licht en lichteffecten, intense kleuren, vervagende contouren
door lens-scherptediepte, hooglichten die door een onscherpgestelde
lens tot lichtlovertjes worden, “zwemmend” in delicate, vloeiende
kleurovergangen en composities van een verstilde tijdloosheid. De
camera obscura was voor Vermeer slechts een middel om het licht zelf
te vertalen in verf. Zijn schilderkunst is pure poëzie; naast een
Vermeer blijft de meeste fotografie toch vooral beschrijvend proza.

Op latere leeftijd heeft Degas zich één jaar met groot enthousiasme
op de fotografie toegelegd., tussen 1895 en 1896. In totaal zijn er
zo’n 50 foto’s bewaard gebleven.
Zijn onderwerpen zijn danseressen, vrienden en zelfportretten. Het
zijn foto’s in zilvergelatinedruk, gemaakt met een groot formaat-
platencamera. Hij fotografeerde alleen elementen uit de werkelijkheid,
die hem als schilder interesseerden en pasten in zijn visie. Foto-
grafie was voor hem een middel, geen doel. Voor Degas stond de foto-
grafie als kunstvorm nog niet op gelijke hoogte met de schilderkunst.

De fotografie deed geen afbreuk aan de onweerstaanbare aantrekkings-
kracht van een mooi schilderij; ze verschafte kunstschilders juist
nieuwe manieren van kijken en prikkelden hen om fotografische tech-
nieken te vertalen in hun werk en zo het alledaagse leven met een
groter gevoel voor intimiteit en levensechtheid weer te geven. De
fotocamera maakte schilders gevoeliger voor het licht zelf. Omdat
de beschrijving van de werkelijkheid voortaan aan de fotografie kon
worden overgelaten, was de weg vrij voor de explosie van licht en
kleur en het pure schilderplezier van de impressionisten, die tot
op de dag van vandaag grote publiekslievelingen zijn.

Degas schilderde dit portret van de prinses Pauline von Metternich
in 1865 aan de hand van een “carte de visite”-foto van de beroemde
society-fotograaf André Disdéri van Pauline en haar man Richard von
Metternich. Degas brengt de zwart-wit foto tot leven door de heldere
kleur geel van het military-style jakje afgezet tegen de trefzekere
zwarte verftoetsen van de strik en knopen. Dit is geen nageschil-
derde foto, maar een schilderij dat zich loszingt van de foto;
Degas voegt kleur en compositie toe, laat overbodige details weg,
wijzigt de achtergrond, kiest voor een andere beelduitsnede en
vertaalt het lichtbeeld in losse schilderstreken. Kortom: de foto
wordt een schilderij.

In de voorstelling Swan Lake in het Hermitage Theatre in Sint
Petersburg, kun je niet anders dan aan Degas denken. Geen wonder
dat hij zijn modellen in de danseressen van de Parijse opera zocht,
met wie hij overigens een haat-liefde verhouding had.
Dat is de paradox van Edgar Degas; een verstokte vrijgezel/
misogynist die zijn hele hart en ziel heeft verpand aan het
schilderen van ……vrouwen.

Op YouTube is deze video te zien van het Swan Lake ballet uit
Sint Petersburg: