De “Vermeers” van Dirk Hannema – tussen Kunst en Illusie

In Kasteel Nijenhuis in Heino – dependance van Museum De Fundatie in
Zwolle – bevindt zich een “Vermeer-zaal” met een aantal van de ooit
“nieuw ontdekte Vermeers” van kunstverzamelaar en voormalig museum-
directeur Dirk Hannema (1895-1984), welke foutieve toeschrijvingen of
vervalsingen bleken te zijn. Zijn reputatie kwam ten val door de
geruchtmakende Van Meegeren-affaire in 1947, na de WO II.

“And the princess and the prince discuss
what is real and what is not
it doesn’t matter
inside the Gates of Eden”
Bob Dylan

In de “Vermeer”-zaal in kasteel Nijenhuis in Heino springt voor een
Vermeerliefhebber vooral het Familieportret met Glazen Bol in het
oog, tegenwoordig onder voorbehoud toegeschreven aan de schilder
Jurgen Ovens en gedateerd rond 1656, dus wel zeventiende eeuws.

De glazen bol is de intrigerende blikvanger in dit schilderij met
daarin weerspiegeld een schilder achter zijn ezel bij het raamlicht
op een zwart-wit tegelvloer, zo kenmerkend voor Vermeers interieurs.
Hannema zag in deze schilder Vermeer in zijn atelier en zag in het
echtpaar zelf Vermeer en zijn vrouw Catharina Bolnes. De schildertrant
lijkt echter niet echt op Vermeer. Op zichzelf is het overigens een
fraai zeventiende eeuws schilderij, maar beslist geen Vermeer.

In het bijzonder doet de glazen bol aan Vermeers glazen bol denken in
diens Allegorie op het Geloof in het Metropolitan Museum in New York.
De glazen bol is door Vermeer echter met veel trefzekerder penseel-
toetsen geschilderd.

Hannema werd op 26-jarige leeftijd (!) museumdirecteur van Museum
Boijmans van Beuningen in Rotterdam en onder zijn leiding werd het
toen ongekend moderne nieuwe museum gebouwd, dat in 1935 opende met
een tentoonstelling van zijn favoriete schilder: Johannes Vermeer.

Vanwege de rol van Hannema tijdens WO II werd hij na de oorlog veroor-
deeld tot 8 maanden gevangenis wegens samenwerking en collaboratie met
de Duitse bezetter.

Vooral de affaire Van Meegeren met zijn Vermeer-vervalsingen betekende
het einde van Hannema’s reputatie als kunstkenner. Het was Hannema die
De Emmaüsgangers-vervalsing van Van Meegeren als “hét meesterwerk van
Vermeer” wist te verwerven voor het Museum Boijmans van Beuningen.

Ondanks alle harde bewijzen van wetenschappelijk onderzoek én de
bekentenis van Van Meegeren zelf tijdens het geruchtmakende proces in
1947 liet Hannema zich niet overtuigen en was hij er tot zijn dood
van overtuigd dat De Emmaüsgangers “een echte Vermeer” zou zijn. Hij
was als kunstexpert te veel in zichzelf gaan geloven. Hierdoor werd
Hannema als kunstontdekker niet langer serieus genomen. Zelfs nog in
de jaren 60 en 70 beweerde hij een aantal “nieuwe Vermeers” te hebben
ontdekt, nu te zien in de “Vermeer”-zaal in kasteel Nijenhuis in
Heino. Als kunstexpert was zijn rol echter uitgespeeld.

Met behulp van zijn familievermogen bleef Hannema wel zijn private
kunstverzameling uitbreiden en bracht deze onder in de Hannema-De
Stuers Fundatie in zijn privé-kasteel Nijenhuis in Heino, waar hij
een relatief teruggetrokken bestaan leidde en later ook overleed.

Het huidige Museum De Fundatie in Zwolle is in 1994 ontstaan met als
basis de collectie van de door Hannema zelf opgerichte Hannema-De
Stuers Fundatie. Mede door de eivormige koepel die in 2013 door
architect Hubert Jan Henket aan het oude neoclassicistische museum-
gebouw werd toegevoegd en de spraakmakende tentoonstellingsprogram-
mering van de huidige museumdirecteur Ralph Keuning is Museum De
Fundatie in Zwolle uitgegroeid tot een publiekslieveling in het
Nederlandse museumlandschap

In Kasteel Nijenhuis in Heino bevinden zich in een “Vermeer-zaal” nog
steeds een aantal van Hannema’s “nieuw ontdekte Vermeers”. Naast het
reeds besproken Familieportret met Glazen Bol, beschouwde Hannema de
door hemzelf verzamelde schilderijen Het Mystieke Huwelijk van de
Heilige Catharina, De Goede en de Slechte Moordenaar, Portret van een
Weduwe, en Belisarius als echte Vermeers. Geen van allen worden
echter door hedendaagse Vermeerkenners als echte Vermeers geaccep-
teerd.

Een voorbeeld van de manier van kijken van Hannema: in de pose van
Belisarius zag Hannema een gelijkenis met de figuur van Christus in
Vermeers Christus met Martha en Maria in de National Gallery of
Scotland in Edinburgh.

In het tekstbijschrift bij het schilderij Mystieke Huwelijk van de
Heilige Catharina staat nog altijd de toevoeging vermeld: “toeschrij-
ving/attribution Dirk Hannema: Johannes Vermeer (Delft 1632-1675)”
in de zaal van kasteel Nijenhuis……

Wat Van Meegeren betreft: niet al zijn Vermeer-vervalsingen waren zo
verkeerd. De Zittende Briefschrijvende Dame in Blauw is geen slecht
schilderij, al mist het de delicate verfijning van Vermeers Briefle-
zende Vrouw in Blauw in het Rijksmuseum.

Het zijn de “Nazi-Vermeers” met de religieuze onderwerpen, die met
hun zware koppen in weinig aan Vermeer doen denken. De “Emmaüsgan-
gers” is in deze stijl nog de beste. Wat van Meegeren wel goed ge-
troffen heeft is die zachte “floers”, die vloeiende “Schmelz”, de
concentratie in de handeling en de krachtige eenvoud van vlakverde-
ling, die Vermeer kenmerkt. “En hun ogen werden geopend en ze herken-
den Hem”, zegt het Bijbelwoord. Dat van Meegeren de ogen van de
grote kunstkenners van zijn tijd, die geobsedeerd waren door hun
zoektocht naar “de religieuze Vermeer”, juist met deze scene wist te
verblinden met een vervalsing, blijft een verbazingwekkend en intri-
gerend gegeven, dat ook nu nog tot de verbeelding blijft spreken.

Enkele citaten van kunstexperts van hoog aanzien over de “De Emmaüs-
gangers” van “Vermeer” vóór de vervalsings-affaire van Van Meegeren:

“Hét meesterwerk van Johannes Vermeer van Delft” – Dr. A. Bredius,
Mauritshuis Den Haag
“Een wonder der schilderkunst”- Dr. A.B. De Vries – Rijksmuseum
“Dit werk glijdt voor immer in uw ziel”- Lode Zielens
“Het voert bijna naar een andere wereld”- Metropole, Antwerpen
“Machtige eenvoud”- Cornelis Veth
“Het belangrijkste kunsthistorische evenement van de laatste jaren”-
F. van Thienen, Gemeentemuseum, Den Haag.

“Religion without science is blind”, schreef Einstein ooit. Dát heeft
de Van Meegeren-affaire inderdaad overtuigend aangetoond. Ook Hannema
viel eraan ten prooi. Maar Einstein schreef er nog een zin achteraan:
“Science without religion is lame”. Ook in deze tijd worden er nieuwe
Vermeers “ontdekt”, maar dan ondersteund door hi-tech wetenschappelijk
onderzoek. Arthur Wheelock, vooraanstaand Vermeer-kenner en curator
in de National Gallery of Art in Washington ziet in de Saint Praxedis,
een kopie naar een nog bestaand Italiaans origineel van Felice Ficche-
relli, bijna als enige een echte Vermeer, maar ook de kleine Clave-
cimbelspeelster, nu in de Leiden Collection in New York is wat mij
betreft op zijn zachtst gezegd geen onomstreden “echte Vermeer”, van-
wege zwakke passages als de gele omslagdoek. En het technisch weten-
schappelijk bewijs voor deze toeschrijvingen acht ik nog steeds on-
toereikend. In mijn ogen zijn het sowieso geen topwerken van Vermeer,
zelfs al zou ooit onomstotelijk vast komen staan dat ze eigenhandig
door Vermeer zijn geschilderd.

“Het Onfeilbare Oog”
Met vooraanstaande kunstkenners als Bredius, Vogelsang en Bremmer
hoorde Hannema bij de groep van wat Vogelsang noemt de “ontvanke-
lijken”, een bijzondere groep van kunstexperts die zich niet lieten
leiden door wetenschappelijke kennis, maar door het “intuïtieve zien”
met het “onfeilbare oog”. Bovenstaand portret van Bredius is van de
hand van Antoon van Welie.

“Oog of Chemie ?” schreef Friedländer al. Het Oog is natuurlijk nooit
onfeilbaar, maar de Chemie (wetenschappelijk onderzoek) geeft ook lang
niet altijd uitsluitsel over echt of onecht, en brengt ons niet als
vanzelf dichterbij het sublieme in de kunst. Het is een publiek geheim
dat ongeveer 30 procent van alle kunstwerken in de huidige kunsthandel
vervalsingen zijn, compleet met “echtheidscertificaten”. De door geld
verblinde hebzucht van de hedendaagse dolgedraaide kunsthandel, waarin
vele miljoenen omgaan, vraagt erom bedrogen te worden, en de “Van Mee-
gerens” van deze wereld voorzien nog altijd in die behoefte.

In Zwolle werd in 1994 museum De Fundatie ingericht rond de verzame-
ling van Dirk Hannema. Daar, alsook in het kasteel in Heino is de
volgens het algemene oordeel zeer bijzondere collectie van beelden
en schilderijen publiek toegankelijk. Als kunstverzamelaar was Hanne-
ma misschien wel verblind door zijn obsessie voor Vermeer, maar hij
had wel degelijk een scherp oog voor kwaliteit en een goede smaak en
verwierf topwerken als deze publiekslieveling van Isaac Israels
(Indische vrouw in profiel, voor de “Zonnebloemen” van Van Gogh), nu
in de Fundatie in Zwolle en Van Dongen (Le Doigt sur la Joue) in
Boijmans in Rotterdam.

Hedendaags schilderijen-onderzoek draait veel om hi-tech, wetenschap
én geld, wat in mijn ogen ook een eigen soort van “verblinding” met
zich meebrengt. Anders gezegd in de woorden van Friedländer: “Oog of
Chemie?” : waar is het Oog gebleven? Hedendaags technisch schilde-
rijenonderzoek is een reactie op het demasqué van het “onfeilbare
kennersoog” van een select groepje kunstexperts als De Vries, Van
Thienen, Bredius en ook Hannema door de Van Meegeren-affaire. Heden-
daagse kunsthistorici lijken soms meer op hi tech scanners te ver-
trouwen, dan op hun eigen ogen. Dat geeft toch een verschraling, want
uiteindelijk brengt alleen het hart en het oog ons dichter bij het
sublieme in de kunst, de ervaring en het leven zelf, waar het écht
om gaat. Het menselijke oog is een lévend oog en een Vermeer is ge-
schilderd met een lévend oog. Waar die twee elkaar ontmoeten, ont-
staat de “Vermeer-ervaring”. Hi tech scanners laten ons dingen zien,
die wij met het blote oog niet kunnen zien en die zeker razend inte-
ressante nieuwe dingen laten zien. Maar ik zie liever een Vermeer in
levend helder en koel daglicht met het blote oog, want dat is wat de
kunstenaar Vermeer ons wil laten zien.

Vermeer zelf is ook hierin een voorbeeld: zeker, Vermeer maakte ge-
bruik van een technisch instrument als de camera obscura, de lens
als een “objectief oog”, maar het is pas in het levende oog van de
schilder Vermeer zelf dat een Vermeer pas echt tot een Vermeer wordt.
Met een apparaat als de camera obscura alleen maak je nog lang geen
Vermeer! En ook niet met digitale hi-tech scanners en camera’s. Jung
en Einstein waarschuwden al voor het gevaar dat de technologie het
over gaat nemen van de menselijke ervaring, interactie en creativi-
teit. Voor de ontmenselijking van de kunst. Levende kunst, die er toe
doet, is juist wat de mens als mens uniek maakt, dat verlangen naar
troost in de schoonheid.

Op YouTube is deze video van Peter van der Heijden over leven en
werk van Dirk Hannema te zien: