De Grote Vermeer Tentoonstelling in het Haagse Mauritshuis in 1996

Van 1 maart t/m 2 juni 1996 was in het Haagse Mauritshuis de grootste
Vermeer-tentoonstelling ooit te zien met maar liefst 23 van de 35 Ver-
meers samengebracht. Het zeventiende eeuwse stadspaleis Het Mauritshuis
was als een juwelendoos, waarin de edelstenen van Vermeer konden fon-
kelen in schoonheid. Vermeer en het Mauritshuis vormen samen een vol-
maakte zeventiende-eeuwse stijleenheid. Een unieke tentoonstelling,
waarvan hieronder een reconstructie.

“There’s a train
that’s heading straight
to heaven’s gate
to heaven’s gate”
Johnny Cash

In samenwerking met de National Gallery of Art in Washington was
in 1996 de grote Vermeer-tentoonstelling te zien in het Mauritshuis in
Den Haag. In geen enkel ander museum komen de schilderijen van Vermeer
zo goed tot hun recht als in het Haagse Mauritshuis aan de Hofvijver,
voornaam en aristocratisch en toch warm, intiem en naar de menselijke
maat. Vermeer schilderde zijn beste werken voor één welgestelde
mecenas: Pieter van Ruyven, als een besloten schilderijen-paradijs
in een rijk patriciërshuis in Delft. Ik ben erg gecharmeerd van in-
tieme kabinetten-musea als het Mauritshuis.

Zo zijn de Vermeer-schilderijen bedoeld: om te hangen in het daglicht
bij een raam in een salon in een statig woonhuis, waarbij het licht
van de zelfde richting komt als het licht in het schilderij zelf. In
het koele daglicht komen de blauwen van Vermeer’s Melkmeisje mooi tot
hun recht.

Ik hou van de klassieke eenvoud van de zaalbeelden in het Mauritshuis.
Vermeer heeft de toeters en bellen van snelle schreeuwerige vormgeving
en publiciteit niet nodig. De tijdloze schoonheid van Vermeer
“verkoopt” zichzelf.

Het TV-programma Kunstmest met presentatrice Mieke van der Weij had
destijds een aardig item, waarin zij samen met Vermeer-liefhebber Han
Carpay, in het dagelijkse leven gewoon werkzaam bij de bloemenveiling
in Aalsmeer, de grote Vermeer-tentoonstelling in het Mauritshuis be-
zoekt. Hier bij de Vrouw met Waterkan uit New York.

Frits Duparc, toenmalig directeur van het Mauritshuis, kijkt naar de
prachtige Lady Writing a Letter with her Maid uit Dublin, voor veel be-
zoekers een verrassend hoogtepunt in de tentoonstelling. Het straalt een
innerlijke adeldom en aristocratie uit. Samen met Arthur Wheelock,
curator van de National Gallery of Art in Washington, was Frits Duparc
de drijvende kracht achter de grote Vermeer-tentoonstelling in
Washington en Den Haag in 1995-1996.

Een reconstructie van de zaalindeling in vijf zalen in het Mauritshuis:
Zaal 1: Martha en Maria, Diana, Sint Praxedis
Zaal 2: Blauwe Brief, Braunschweig Wijnglas, Melkmeisje, Muziekles,
Straatje, Gezicht op Delft
Zaal 3: Waterkan, Weegschaal, Meisje met Rode Hoed, Meisje met Fluit,
Briefschrijfster in Geel, Meisje met Parel, Parelsnoer
Zaal 4: Dublin Vermeer, Liefdesbrief, Geograaf, Kantkloster
Zaal 5: Staande Clavecimbelspeelster, Zittende Clavecimbelspeelster,
Allegorie op het Geloof
NB: Sommige schilderijen wisselden gedurende de tentoonstellings-
periode van plek.

Schilderijlijsten.
Alle drie-en-twintig schilderijen zijn hieronder afgebeeld inclusief
hun originele lijst. Eenvoudige strakke ebbenhouten baklijsten doen het
vaak goed bij Vermeer; de aandacht gaat dan meer uit naar het schilde-
rij zelf dan bij vergulde barokke ornamentlijsten. De schilderijen in
de onderstaande afbeeldingen zijn niet op relatieve grootte/schaal
afgebeeld, omdat de Vermeer-formaten nogal uiteenlopen van heel klein
naar heel groot. Het Meisje met Fluit is een postzegel naast de
wandvullende Martha en Maria uit Edinburgh.

Zaal 1: Christus bij Martha en Maria, Diana en haar Gezellinnen, Sint
Praxedis.
Zaal 1 laat de Vroege Vermeer zien met het grote formaat van de Martha
en Maria uit Edinburgh als imposante entree. De Diana is vaste collectie
van het Mauritshuis in de Vermeer-zaal. De echtheid van de Sint Praxedis
wordt nog steeds door veel Vermeer-kenners in twijfel getrokken.

Zaal 2: Het Melkmeisje, Het Glas Wijn, Brieflezende Vrouw in Blauw,
De Muziekles, Het Straatje, Gezicht op Delft
Zaal 2 zou de Hollandse zaal kunnen heten. Het Melkmeisje, Het Straatje
en Het Gezicht op Delft zijn uitgegroeid tot oer-hollandse ikonen. Het
Braunschweig Glas Wijn en de Muziekles uit de Royal Collection in Lon-
den gaan heel erg over het perspectief en het construeren van een
overtuigende ruimtewerking door middel van perspectief. In de Muziek-
les is het perspectief overtuigender geslaagd dan in het Braunschweig
stuk. Met name toenmalig restaurator van het Mauritshuis Joergen Wadum
heeft Vermeers methode van “pin and strings” om zijn perspectief te
construeren overtuigend aangetoond. De franse schrijver Marcel Proust
beschouwde Vermeers Gezicht op Delft als het “mooiste schilderij ter
wereld”.

Zaal 3: Vrouw met Waterkan, Vrouw met Weegschaal, Meisje met Fluit,
Meisje met Rode Hoed, Het Parelsnoer, Meisje met de Parel, Briefschrijf-
ster in Geel
Zaal 3 is de “Zaal van de Meisjes”, het hart van de tentoonstelling.
Vermeer is de schilder van “een jonge vrouw, mooi in het licht gezet
bij het raam”.
De Vrouw met Waterkan uit New York en de Dame met Weegschaal uit
Washington zijn misschien wel de mooiste Vermeers in de Verenigde
Staten. Het Parelsnoer uit Berlijn en Briefschrijvende Dame in Geel
uit Washington tonen allebei het bekende satijnen gele jakje afgezet
met hermelijnbont.
De kleine paneeltjes Meisje met Rode Hoed en Meisje met Fluit uit
Washington ogen sterk als “Camera Obscura-schilderijen”, net als de
Kantkloster uit Parijs. Zaal 3 zou je ook de “camera obscura-zaal”
kunnen noemen. De kleine schilderijtjes hebben het formaat en uit-
straling van het lichtbeeld in het matglas van een primitieve camera
obscura, met die kenmerkende optische beeldeigenschappen, die sterk
aan de vroege fotografie met 19e eeuwse platen-camera’s doen denken.
Een soort geschilderde Daguerrotypieën.
Het Meisje met de Rode Hoed werd gekozen als leadbeeld voor het
tentoonstellingsaffiche. De authenticiteit van het Meisje met Rode
Hoed is ook niet onomstreden. Het Meisje met Fluit droeg het bij-
schrift “omgeving van Vermeer”. Persoonlijk beschouw ik de Rode
Hoed als een echte Vermeer, omdat het een topwerk is. Beide paneel-
tjes kwamen al in 1822 aan het licht, lang voor “herontdekking” van
Vermeer door Bürger-Thoré en de latere wereldroem van Vermeer; dus
voor vervalsers was de toen nog anonieme Vermeer voor 1822 niet
interessant om lucratief te zijn. Voor een navolger van Vermeer is
de trefzekere meesterhand in de Rode Hoed eenvoudigweg té goed;
in het Meisje met de Fluit zijn wel zwakkere passages (latere
overschilderingen?) aan te wijzen, al zit er wel de uitstraling
en het licht van Vermeer in.

Het wereldberoemde Meisje met de Parel was in deze tentoonstelling
afwijkend ingelijst in een zwarte ebbenhouten lijst in plaats van de
vergulde barokke ornamentlijst, waarin het schilderij doorgaans in de
vaste opstelling in de Vermeer-zaal in het Mauritshuis te zien is.

Zaal 4: Briefschrijvende Dame met Dienstbode, De Liefdesbrief, De
Geograaf, De Kantkloster
Zaal 4 is vol stille concentratie, een wezenskenmerk van Vermeer.
De Briefschrijvende Dame met Dienstbode uit Dublin behoort tot Vermeers
topwerken, van aristocratische allure, voor mij destijds een revelatie.
De Liefdesbrief uit het Rijks toont een voor Vermeer zeldzaam
“doorkijkje”. Vermeer was een vrouwenschilder bij uitstek. De
Geograaf uit Frankfurt is een uitzondering: het schilderij toont
een geleerde man, alleen in zijn studeerkamer. Het schilderij is een
pendant van de Astronoom uit Parijs (niet in deze tentoonstelling).
De kleine Kantkloster uit Parijs is een wonder van concentratie.
Renoir beschouwde de “Dentellière” uit het Louvre als het mooiste
schilderij ter wereld…..

Zaal 5: Staande Clavecimbelspeelster, Zittende Clavecimbelspeelster,
Allegorie op het Geloof
Zaal 5 toont De Late Vermeer. Van de twee clavecimbel-werken uit Londen
springt de heldere geometrische orde van de Staande Clavecimbel-
speelster in het oog, als een “17e eeuwse Mondriaan”. De Allegorie op
het Geloof uit New York werd door een criticus van de tentoonstelling
omschreven als “een draak van een schilderij”……
Vermeer lijkt zichzelf niet te zijn in dit schilderij, een wegens
geldgebrek aanvaarde opdracht van de Jezuïetenkerk misschien ? Deze
katholieke schuilkerk stond niet ver van het woonhuis van Vermeer aan
de Oude Langendijk in de “Papenhoek”van het overwegend protestantse
Delft. Het overdreven pathetische gebaar van de vrouw is “very unlike
Vermeer”. Toch komt het Jezuïetische motto “Contemplatie in Activiteit”
– meditatie in wat je doet – dicht bij het wezen van Vermeer.

De “grote afwezige” tijdens de 1996-Vermeer-tentoonstelling in het
Mauritshuis was De Schilderkunst uit Wenen, dat Vermeer zelf als zijn
meesterwerk beschouwde. Het schilderij was destijds te fragiel en
kwetsbaar om veilig te kunnen reizen. Na een restauratie kwam de
Weense Vermeer in 2005 alsnog als “solo-tentoonstelling” naar het
Mauritshuis in Den Haag.

De grote Vermeer-tentoonstelling in 1996 trok in drie maanden tijd
350.000 bezoekers. Nadeel van een blockbuster-tentoonstelling als deze,
met veel internationale media-aandacht, is de massale drukte op zaal.
Een paradoxaal gegeven is dat de Vermeer-schilderijen zijn bedoeld voor
een besloten privé-verzameling van een mecenas, en het best tot hun
recht komen als ze één-op-één in alle rust en tijd bekeken kunnen
worden, maar zich tegenwoordig in de overweldigende belangstelling en
ongekende populariteit van een wereldwijd publiek mogen verheugen.
Drie-en-twintig Vermeers in één tentoonstelling is echter wel een
once-in-a-lifetime- experience voor een Vermeer-liefhebber.
Ik heb de tentoonstelling vijf keer bezocht. Met name het half uur
voor sluitingstijd in de bijna lege zalen was een heel speciale
ervaring. Maar eerlijk gezegd zie ik in deze tijden van toenemend
ontsporend massa-toerisme liever één Vermeer tegelijk, zoals de
Gitaarspeelster van Vermeer in Kenwood House bij Londen op een
rustige dag, alleen of samen met een geliefde.
Een Vermeer moet je langzaam op je in kunnen laten inwerken.
Vermeer gaat over langdurig en aandachtig kijken in stille meditatie.
Buiten de wervelende maalstroom van het snelle en jachtige moderne
leven, waarin beelden even snel voorbijgaan als ze gekomen zijn.
Vermeer gaat over de dingen die niet voorbijgaan en die hebben tijd
en aandacht nodig om te rijpen en gekoesterd te worden.
Vermeer gaat uiteindelijk over “schoonheid en troost….”.

“Alleen schoonheid
kan de wereld redden”
Fjodor Dostojevski

De Duchess of Cambridge Kate Middleton op koninklijk bezoek in het
Mauritshuis voor Vermeers Meisje met de Parel.

Op YouTube zijn deze video’s te zien van de grote Vermeer tentoon-
stelling in Washington in de National Gallery of Art in december 1995.
Hier hangen de Vermeer-schilderijen naar mijn gevoel wat verweesd
op kale, lege museumwanden, aangelicht door kunstlicht…… Mijn voor-
keur gaat uit naar het sfeervolle Mauritshuis, waarin het levendige,
natuurlijke daglicht mee kan doen. Maar misschien ben ik hierin te
veel een “Vermeer-romanticus” en te weinig een museumprofessional,
waar het Vermeer betreft. “Het verhaal van Johannes Vermeer zal wel
voor altijd het mysterie van Delft blijven, maar godzijdank kunnen
we kijken…..”

Vermeerliefhebbers vind je in alle rangen en standen. Han Carpay,
destijds medewerker bij de bloemenveiling in Aalsmeer, mag samen
met de charmante presentatrice Mieke van der Weij van het TV-
programma Kunstmest rondlopen in de nog lege zalen van de grote
Vermeertentoonstelling in het Mauritshuis in 1996. De video geeft
een mooie indruk van de lege zalen, zonder mensenmassa’s.
Natuurlijk blijkt Han geen kenner, maar zijn liefde voor Vermeer
is authentiek: