Wetenschap in het Oeuvre van Vermeer – De Geograaf en de Astronoom

Waar Johannes Vermeer doorgaans vooral schilderijen maakte van vrouwen,
zijn De Geograaf in het Städel Museum in Frankfurt am Main en de Astro-
noom in het Louvre in Parijs de enige twee schilderijen van Vermeer met
een man alleen als centrale figuur. Het zijn geleerdenportretten, waar-
schijnlijk bedoeld als pendanten. Wetenschappers in hun studeerkamer uit
de Gouden Eeuw van grootheden als Antoni van Leeuwenhoek en Christiaan
Huygens.

“Astronomy compels the soul
to look upwards
and draws us from
this world to another”
Plato

In de zeventiende eeuw waren kunst en wetenschap sterker met elkaar ver-
bonden dan nu en voltrok zich een ware “optische revolutie”, die tot
baanbrekende nieuwe ontdekkingen zou leiden. Vermeer maakte als kunste-
naar deel uit van de optische revolutie door als schilder gebruik te
maken van een optisch hulpmiddel als de camera obscura, dat hem in staat
stelde tot een uiterst gevoelige weergave van het licht en wonderlijke
optische illusies, die ontstaan door beeldvorming via een lens. Zijn
geleerden-portretten van De Geograaf en De Astronoom zijn een ode aan
studie en wetenschap en illustere tijdgenoten als Huygens en Van
Leeuwenhoek. Wetenschap met de verbeelding aan de macht.

De Astronoom, Johannes Vermeer, 1668, olieverf op doek, 51×45 cm,
Musée du Louvre, Parijs

De Geograaf, Johannes Vermeer, 1668-69, olieverf op doek, 52×45 cm,
Städel Museum, Frankfurt am Main.

Dit zijn De Geograaf en Astronoom in hun huidige, totaal verschillende
lijsten, als gevolg van het feit dat ze in de loop der jaren van elkaar
gescheiden zijn geraakt en in andere verzamelingen terecht gekomen zijn
in Duitsland en Frankrijk.

Als pendanten komen De geograaf en De Astronoom eigenlijk meer tot hun
recht in strakke, eenvoudige en identieke ebbenhouten lijsten.

Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723) was een Delftse lakenhandelaar, die
vooral bekend is door zijn zelfgebouwde microscopen en zijn pionierswerk
voor de celbiologie en de microbiologie. Hij was van precies hetzelfde
geboortejaar 1632 als Vermeer, en fungeerde na het overlijden van Ver-
meer als executeur testamentair van diens nalatenschap. Ook was van
Leeuwenhoek bedreven in het zelf slijpen van zijn lenzen.
Sommigen zien in Vermeer’s Geograaf een portret van Antoni van Leeuwen-
hoek. Omdat van Leeuwenhoek en Vermeer beiden in dezelfde kleine stad
Delft woonden en exacte leeftijdgenoten waren, is het aannemelijk dat
beiden elkaar gekend hebben, temeer omdat beiden een passie voor optica
en lenzen deelden.

Christiaan Huygens (1629-1695) was als wiskundige, natuurkundige en
sterrenkundige een van de leidende figuren van de zeventiende eeuwse
wetenschap. Hij bouwde zelf zijn telescopen en ontdekte de ringen rond
Saturnus en diens maan Titan. Zijn vader Constantijn Huygens wordt veel
in verband gebracht met de Camera Obscura, waar Vermeer mee werkte. In
1690 schreef Christiaan Huygens zijn Traité de la Lumière, waarin hij
als eerste het licht verklaarde als een golfverschijnsel, wat in de
negentiende eeuw de algemeen aanvaarde optische theorie werd en nu deel
uitmaakt van het begrip van de dualiteit van golven en deeltjes. Ook
opperde hij al het idee van buitenaards leven op andere planeten bij
andere sterren. De Astronoom van Vermeer roept associaties op met de
sterrenkundige Christiaan Huygens. Huygens woonde in het landhuis
Hofwijck in Voorburg, dichtbij het Delft van Vermeer.

De zeventiende eeuw kenmerkt zich door de “optische revolutie” in kunst
en wetenschap, vergelijkbaar met de digitale revolutie in de twintigste
eeuw. De lens was in die opwindende bloeiperiode de grote innovatie. De
vaardigheid in het slijpen van kwalitatief hoogwaardige lenzen nam een
hoge vlucht en leidde tot het bouwen van microscopen en telescopen, die
verborgen werelden aan het licht brachten en tot spectaculaire nieuwe
ontdekkingen leidden. Voor Vermeer moet de camera obscura ook een
venster zijn geweest op een wereld van louter licht. Uit de Geograaf en
de Astronoom blijkt zijn belangstelling voor de baanbrekende ontwikke-
lingen in de wetenschap in zijn tijd. Bij Vermeer vloeien kunst en
wetenschap naadloos in elkaar over.

De Geograaf zou ook De Cartograaf kunnen heten. Vermeer had een
voorliefde voor de landkaarten van Visscher en Blaeu en de globes van
Hondius. Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam heeft een prachtige verza-
meling aarde– en hemelglobes uit de zeventiende eeuw. Net zoals de Geo-
graaf en de Astronoom pendanten zijn, vormen de aarde en hemelglobes
ook altijd een paar. Op de Astronoom van Vermeer uit 1668 is de prach-
tige hemelglobe van Jodocus Hondius te zien uit 1618.

Alle voorwerpen op de tafel van de Astronoom zijn heel precies te iden-
tificeren: een astrolabium, een instrument om de plaats en hoogte van de
sterren te bepalen, een koperen passer, zelfs het boek op tafel is geen
willekeurig boek, maar een exemplaar van het boek “Institutiones Astro-
nomicae Geographicae, Fondamentale ende grondelijcke Onderwysinghe van
de Sterrekonst ende beschryvinghe der Aerden door het ghebruyck van de
Hemelsche ende Aerdtsche Globen” van Adriaan Metius, en wel de tweede
editie, die in 1621 in Amsterdam was verschenen, de pagina’s 108 en 109
om precies te zijn.

Ook de koperen passer op De Geograaf is heel precies weergegeven met de
glimmende ronde knop, onmisbaar instrument voor cartografen voor het
vervaardigen van land- en zeekaarten.

In zijn Galerie des Peintres Flamands, Hollandais et Allemands uit
1792-96, maakt Jean-Baptiste-Pierre Le Brun melding van De Astronoom van
Vermeer, met een bijgevoegde reproductie-gravure in spiegelbeeld, gesig-
neerd en gedateerd “Garreau Scul. en 1784“, deel uitmakend van de col-
lectie van Jean Étienne Fisseau, in Holland. In de veilingcatalogus van
Hendrick Sorgh van 28 maart 1720 in Amsterdam worden De Astronoom en De
Geograaf nog als paar beschreven onder nummer 3 en 4, beiden overigens
als “Astrologist“.

Vermeer maakte als kunstenaar gebruik van alle grote technische innova-
ties van zijn tijd: de lens, de camera obscura en de constructie van
perspectieflijnen door middel van het driepuntsperspectief om de ruimte
en Vermeers kenmerkende zwart-tegelvloeren overtuigend weer te geven.
Het standaardwerk van het perspectief was van Hans Vredeman de Vries.
Van Spinoza, Leeuwenhoek en Huygens is bekend dat ze zelf hun eigen
lenzen slepen, en in publicaties van Zahn en anderen zijn afbeeldingen
te zien van draagbare en kamergrote camera obscura’s. In een kist met
oude brillenglazen op een antiekmarkt in Rome (!) trof een verzamelaar
een authentieke door Huygens zelf gesigneerde telescooplens aan……

In het boek Leerzame Zinnebeelden van Adriaan Spinniker laat het 29ste
zinnebeeld “Zo gaat men veilig” een geograaf in zijn studeervertrek
zien met in de tekst de beroemde licht-symboliek van de evangelist
Johannes: “Ik ben het licht der wereld; die mij volgt, zal in de duis-
ternis niet wandelen, maar het licht des levens hebben.” Als naamgenoot
Johannes en als schilder van licht kan Vermeer hier ook spirituele in-
spiratie uit geput hebben.
Het 13e zinnebeeld “Het schaadelijk uitzien” laat een astronoom zien,
die naar de sterren tuurt. “Een iegelyk beproeve zyn zelfs werk, en
dan zal hy aan zich zelven alleen roem hebben, en niet aan eenen
anderen”.

Andere geleerdenportretten zijn de prachtige Astronoom van Gerard Dou,
fijnschilder en leerling van Rembrandt, in een heel ander licht dan
Vermeer en de Geleerde in zijn Studeerkamer van Vermeers Delftse stad-
genoot Cornelis de Man.


Bij de Geograaf heeft Vermeer het moment van het nadenken willen vangen,
in de Astronoom meer de waarneming in het bestuderen van de hemelglobe.
Beiden zijn het geleerdenportretten in hun studeervertrek.
Wat mij zo aanspreekt in de Hollandse zeventiende eeuw is de menselijke
maat. In het hart van elke Vermeer staat de mens centraal; meestal een
vrouw alleen, soms een man alleen. Van Leeuwenhoek en Huygens bouwden
zelf hun eigen instrumenten, deden zelf hun waarnemingen en schreven
zelf hun wetenschappelijke publicaties. De sterrenkundige Huygens deed
alles in z’’n eentje met zijn zelfgebouwde telescoop.

Van de telescopen van Galileo en Huygens loopt een rechte lijn naar de
hedendaagse Extremely Large Telescope in de Atacama woestijn in Chili
die met een spiegelmiddellijn van maar liefst 38 meter een kind is van
de kleine telescoop van Huygens. Het optisch concept is hetzelfde,
het verschil zit alleen in de schaalvergroting. Het romantische beeld
van een astronoom die direct door een telescoop kijkt en nieuwe werel-
den ontdekt, zoals Huygens deed, bestaat al lang niet meer. Hedendaagse
astronomen zijn anonieme medewerkers in megaprojecten geworden. Het
zijn eerder theoretische fysici als Einstein en Stephen Hawking, die
de nieuwe sterren aan de wetenschapshemel zijn.

“Astronomy is much more fun when you’re not an astronomer”, aldus Brian
May, astrofysicus én leadgitarist van de wereldberoemde rockgroep
Queen. Dat is precies wat je bij Huygens, van Leeuwenhoek én Vermeer
voelt: de “real fun of discovery”, de bewondering en verwondering van
een kind dat voor het eerst in zijn leven iets leert of ziet. Voor mij-
zelf geldt dat ook: “Vermeer is much more fun, when you’re not a
professional art historian”. Ik ben een liefhebber, niet meer, maar
ook niet minder. In de zeventiende eeuw liepen de liefhebber en de
wetenschapper nog naadloos in elkaar over.

De Gouden eeuw was ook de tijd van de grote ontdekkingsreizen. Wat in
deze tijd de raketten zijn en de ruimtereizen, waren in de zeventiende
eeuw de zeeschepen van de Hollanders, waarmee ze over alle wereldzeeën
uitvoeren. Bij het Scheepvaartmuseum in Amsterdam ligt een indrukwek-
kende replica van een zeventiende eeuws vlaggeschip, hier te zien
naast de lancering van een Space Shuttle vanaf Cape Canaveral in
Florida, USA.

Mijn persoonlijke band met de Astronoom van Vermeer: als kind had ik
ook een telescoop en volgde ik de spectaculaire ontwikkelingen van de
ruimtevaart op de voet tot het moment dat Neil Armstrong als eerste
mens de eerste voetstap zette op de maan in juli 1969. En in 1983 was
ik met mijn toenmalige vriendin Ellie in het Louvre in Parijs om de
Dentellière van Vermeer te gaan zien, en kwam toen voor mij volkomen
onverwacht oog in oog te staan met De Astronoom van Vermeer, die toen
juist vrijgekomen was uit de Collectie Rothschild. Een overweldigend
emotionele ervaring. Dat is ook de paradox van Vermeer, zijn schilde-
rijen spelen helemaal niet in op het gevoel, er is alleen licht en
stilte, en toch kunnen ze je enorm naar de strot grijpen, als ze
echt bij je binnenkomen…….

Op YouTube is de Franstalige video te zien uit de Palettes-serie:
“Le Grain de la Lumière/L’astronome 1668”: