Het Arnolfini Dubbelportret door Van Eyck – Een Prélude op de Daglicht-Interieurs van Vermeer

Een beschouwing over het Arnolfini Dubbelportret van Jan van Eyck uit 1434
in de National Gallery of Art in Londen als een vroege prélude van een
Brugs interieur op de latere Delftse interieur-schilderijen van Johannes
Vermeer in helder daglicht met een raam als lichtbron. Hoe de uitvinding
van olieverf de schilderkunst voorgoed veranderde door de overtuigende
weergave van licht in een schilderij.

“Painting is
the silence of thought,
and the music of sight”
Orhan Pamuk

Het beroemde schilderij “Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw”
heeft de Vlaamse schilder Jan van Eyck (1390-1441) in 1434 met olieverf
op eikenhouten paneel geschilderd. We zien hier een dubbelportret van een
man en een vrouw “ten voeten uit” Het geldt als de uitvinding van het
“Brugse Interieur”. Het schilderij bevindt zich in de National Gallery
in Londen.
Dit meesterwerk werd ruim twee eeuwen eerder geschilderd dan Vermeer’s
meesterwerk De Schilderkunst uit 1668 in Wenen.Het lijkt een prélude op
de daglichtinterieur-schilderijen van Vermeer; ook bij Vermeer valt het
licht van links via een raam de kamer binnen. Ook de optische weerspie-
geling in de convexe spiegel bij Van Eyck, loopt al vooruit op Vermeer’s
belangstelling voor spiegels en optische effecten. De Engelse schilder
David Hockney beweert dat Van Eyck ook al gebruik maakte van optische
hulpmiddelen als lenzen en spiegels. Kenners verschillen overigens van
mening of het hier wel daadwerkelijk een huwelijksportret betreft. Type-
rend voor Van Eyck zijn de diepe, stralende kleuren, die mogelijk werden
door dunne doorschijnende “glacis”-lagen in olieverf.

Ook bij Van Eyck trekt een grote sierkroonluchter de aandacht, net als
bij Vermeer in De Schilderkunst in Wenen. En de bolle spiegel wijst op een
gedeelde fascinatie voor spiegels en lenzen, ook kenmerkend voor de schil-
derkunst van Vermeer.

In schilderkunstig opzicht is het interessant om de sierkroonluchters van
Van Eyck en Vermeer met elkaar te vergelijken. De Kroonluchter van Van
Eyck is duidelijk opgebouwd vanuit een precieze lijntekening, vandaar de
messcherpe contouren. Van Eyck is een ingeschilderde ondertekening, van
precies en scherp getrokken lijnen en met veel aandacht voor details. De
stijl van Van Eyck doet denken aan een vorm van hyper-realisme.

Bij Vermeer is de kroonluchter opgebouwd uit een patroon van direct ge-
schilderde verftoetsen, die het licht direct vertalen in verf, zonder
voorstadium van een ondertekening. Vermeer is een pure schilder. Het is
geen toeval dat er geen schetsen van hem bewaard zijn gebleven, tekenen
was niet zijn ding. Hij was een Impressionist avant la lettre; hij schil-
dert eerder een licht-impressie van een kroonluchter, dan een gedetail-
leerde realistische weergave ervan, zoals Van Eyck dat twee eeuwen eerder
deed. Vermeer kenmerkt zich door zijn zachte vervagende contouren maar
bijna griezelig precieze toonwaarden, waardoor hij een volkomen overtui-
gende lichtwerking in zijn schilderijen weet te bewerkstelligen.

In deze detail-opnamen is het verschil in schilderstijl tussen Van Eyck
en Vermeer nog beter te zien: “Hyperrealisme” versus “Impressionisme”.

Op de achtergrond hangt, zeer in het oog springend, boven de zitbank een
ronde bolle spiegel met daarnaast een rozenkrans en daarboven, in Bourgon-
dische kanselarijletters, de tekst “Johannes de Eyck fuit hic 1434” (Jo-
hannes van Eyck was hier 1434). De lijst van deze spiegel bevat tien me-
daillons met afbeeldingen van het passieverhaal van Christus. Als we goed
kijken zien we in de bolle spiegel het echtpaar van achteren en in de
deuropening nog twee personen, waarbij we, gezien de tekst erboven, ver-
onderstellen dat één van hen (met de rode hoofddoek?) Van Eyck is. Wij
zelf kijken dus als het ware vanuit die deuropening de kamer in.

Vermeer schilderde in zijn Allegorie op het Geloof een kristallen glazen
bol, die fungeert als een convexe spiegel, waarin – net als in het Arnol-
fini-portret van Van Eyck – Vermeer’s atelier weerspiegeld wordt.

Digitale 3D-bewerking van de weerspiegeling in de convexe spiegel van Van
Eyck van de lege kamer zonder figuren. Duidelijk is de deur te zien, waar-
in de twee figuren in rood en blauw kostuum te zien zijn op het schilde-
rij. Een van hen moet de schilder Jan van Eyck zelf zijn.
(Bron: Research universiteit Twente)

Net als Van Eyck in de bolle spiegel in het Arnolfini Dubbelportret, is
in de Muziekles van Vermeer uit Londen de schilder zelf ook te zien in de
spiegel boven het clavecimbel, maar dan verscholen achter zijn schilder-
ezel.

Ook in het meesterwerk Las Meninas van de Spaanse hofschilder Velazquez
(1599-1660) in het Prado-museum in Madrid is een spiegel te zien in de
achtergrond, waarin koning Philips IV en de koningin van Spanje te zien
zijn. Salvador Dali beschouwde Vermeer en Velazquez als de twee grootste
schilders ooit. Vermeer en Velazquez zijn beiden tovenaars van het licht.
Vermeer is strakker in zijn composities, Velazquez heeft een lossere en
toch onwaarschijnlijk trefzekere toets. Ze worden vaak in één adem ge-
noemd, ook door Vincent van Gogh in een brief aan zijn broer Theo, waarin
hij van beide schilders het typerende eigen kleurenpalet beschrijft.

De Design en Computer-research-afdeling van de Universiteit Twente maakte
deze digitale 3D-bewerking van het lege interieur van het Arnolfini-por-
tret van Van Eyck. Met invallend daglicht vanuit een raam links, net als
bij Vermeer.
(Bron: research universiteit Twente)

De Colombiaanse schilder Fernando Botero (1932) schilderde deze heden-
daagse versie van het Arnolfini-dubbelportret in zijn typerende “Bote-
rismo”-stijl van grote, als ballonnen opgeblazen figuren en overdreven
volumes.

Van Eyck maakt deel uit van de “Vlaamse Primitieven”, een groep kunste-
naars uit de Nederlanden in de 15e en 16e eeuw, die als eersten het
gebruik van olieverf in de schilderkunst introduceerden. Hun kunst
vindt zijn oorsprong in de miniatuurschilderkunst van de Late Gotiek.
Onder hen bevonden zich naast Jan van Eyck beroemde meesters als Hans
Memling, Rogier van der Weyden, Robert Campin en Hugo van der Goes.
Van de schilder Petrus Christus, in de traditie van Van Eyck, is dit
kleine meesterwerk in de Gemäldegalerie in Berlijn, het prachtig gesti-
leerde Portret van een Jonge Vrouw. Ze heeft een uitstraling van ge-
ïdealiseerde zuiverheid, die aan Vermeer doet denken. De schrijver/
dichter Cees Nooteboom noemt haar in de eerste twee regels van een
gedicht:

“van alle geschilderde vrouwen
het geheimzinnigst”

Op YouTube is deze video van de Khan Academy te zien (Smart History)
over Het Arnolfini-Dubbelportret van Jan Van Eyck uit 1434:

Ter vergelijking deze video van dezelfde Khan Academy over Vermeer’s
meesterwerk De Schilderkunst in het Kunst Historisches Museum in
Wenen, met mooie close up shots: