Vermeer en de “Dramaturgie van de Blik”

Vermeer’s schilderijen ogen als verstilde scènes, waarin hij als een thea-
terregisseur veel aandacht besteedt aan de “dramaturgie van de blik”, van
zijn personages én aan de blik van de beschouwer (“de vierde wand”). Ver-
meer’s artistieke concept is een tijdloze meditatie op de blik en het
kijken.

“La plus belle phrase d’amour,
c’est le silence d’un regard”

“De Blik” zou ook een abstracte titel van zijn beroemdste schilderij Het
Meisje met de Parel kunnen zijn. Haar blik is niet een toevallige blik van
een geportretteerd jong meisje met mooie grote ogen. Haar blik is groter
dan zijzelf. Het is niet “een” blik, maar “de “ blik; de blik van de
liefde zelf. “The look of love”. Dat verklaart waarom dit schilderij
wereldwijd een publiekslieveling is. Liefde is een universele ervaring.
Jij kijkt als beschouwer niet naar haar of naar een portret van een meisje
uit zestien-zoveel. Jij kijkt niet naar haar, zij kijkt naar jou. Zij
ziet jou. “Het Gelaat, Jij die mij aanziet” (Levinas). Vermeer is een dra-
maturgisch genie, waar het de blik en het licht betreft.

Vermeer is meer als kennis en techniek, uiteindelijk draait het ook bij
Vermeer om gevoel. De blik van het hart.
In Le Petit Prince spreekt de vos met de kleine prins:
“Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig:
alleen met het hart kun je goed zien.
Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar”.
In haar ogen glanst de even onmiskenbare als ongrijpbare blik van de
liefde. Voor de beschouwer geldt: “On ne peut que répondre à l’amour
par l’amour”.

De blik van Vermeer gaat over kijken en zien. Het verschil tussen kijken
of bekeken worden.
Vermeer’s Portret van een Jonge Vrouw in New York kijkt frontaal naar de
beschouwer en zij poseert voor de schilder/beschouwer.
Wij kijken niet naar het Meisje met de Parel in Den Haag, zij kijkt naar
ons. Haar blik is overrompelend levensecht; zij ziet ons, voordat wij haar
zien. De blik van het Parelmeisje appelleert aan een universeel menselijk
verlangen om gezien te worden. Om zich gezien te voelen.

Maar liefst tien figuren in Vermeer’s schilderijen kijken de beschouwer
frontaal in de ogen met een open blik. Negen vrouwen en slechts éénmaal
een man, naar alle waarschijnlijkheid een vroeg zelfportret van Vermeer op
De Koppelaarster in Dresden. De Briefschrijfster in Geel uit Washington
oogt als een portret van Catharina, de vrouw van Vermeer. We weten immers
uit de nalatenschap van Vermeer, dat het gele met hermelijn afgezette jak-
je eigendom was van de vrouw van Vermeer. Het dubbelportret hieronder zou
heel wel van Vermeer en zijn vrouw kunnen zijn.

De blik van de verleiding. Het Meisje met de Rode Hoed laat zich zien om
gezien te worden, met haar opvallende en modieuze hoed. Haar rode hoed
vestigt de aandacht op haar vochtige sensuele rode lippen.
Het turquoise glimlicht in haar oog doet de mysterieuze blik van het Meis-
je met de Rode Hoed uit Washington oplichten vanuit haar grotendeels in
schaduw gehulde gezicht onder haar brede rode hoed.

Ook de twee clavecimbelspeelsters uit Londen, de dame van het Glas Wijn
uit Braunschweig en The Girl Interrupted uit de Frick in New York richten
hun blik direct naar de beschouwer, en maken hem daarmee deelgenoot van
de scene.

De blik van de aandacht. Van de ingetogen concentratie als “natuurlijke
vroomheid van de ziel”. De blik “in quiet light and concentration” is
misschien wel de voor Vermeer meest kenmerkende blik. Love, light and
silence. Het Melkmeisje in het Rijksmuseum en De Kantkloster uit het
Louvre zijn sprekende voorbeelden, net als de brieflezende vrouwen in
Dresden en Amsterdam. Hun blik is geconcentreerd op het voorwerp van hun
handeling: een melkkan, kantwerk, een weegschaal of een brief. Met de
blik van de vrouw stuurt Vermeer de blik van de beschouwer naar de kern
waar het schilderij om draait.

De gespiegelde, bespiegelende, spiegelende blik
De blik van Vermeer werkt als een spiegel. Het spiegelbeeld als een ge-
spiegelde blik. De gespiegelde blikken van Vermeer. De ander als spiegel-
beeld.
In het Parelsnoer in Berlijn bekijkt een jonge vrouw zichzelf in een
spiegel.
Het gezicht van de Briefleserin in Dresden wordt weerspiegeld in het
raam, alsof de brief in haar handen haar een spiegel voorhoudt:

“In these past few days
when I’ve seen myself
I feel like someone else”

Het spiegelbeeld van de clavecimbelspeelster in de spiegel boven het cla-
vecimbel in de Londense Muziekles onthult voor de beschouwer dat de vrouw,
die hij alleen maar van achter op de rug kan zien, heimelijk naar de toe-
horende man kijkt. Hier is het niet de vrouw, die in de spiegel kijkt,
maar de de beschouwer zelf die haar met de blik van een voyeur in de spie-
gel kan zien en haar “betrapt” op haar steelse blik.

De innerlijke blik van de droom, van de slaap, de roes van de dronken-
schap. De dromerig melancholische blik van Het Slapende Meisje uit New
York en de peinzende man in het Glas Wijn in Braunschweig.
Als een voyeur wordt ons een intieme blik gegund op een mooi jong, in
slaap gedommeld dronken dienstmeisje temidden van haar dromen. Haar wan-
gen gloeien nog rood van de wijn. Een man heeft zojuist de kamer verlaten.
Wat er precies gebeurd is, laat Vermeer in het ongewisse.

De contemplatieve blik. De “luisterende” blik. De Maria in het Edinburgh-
schilderij: “Christus in het Huis van Martha en Maria”. Vermeer is een
schilder van de contemplatie, van de bespiegeling, van de verstilling.
Een monument van “onthaasting”. Zoals het bijbelverhaal vertelt heeft Ma-
ria “het beste deel gekozen”. Contemplatie boven de haast en het harde
werken van haar zuster Martha. “Zijn” boven “Doen”. Het “Wu Wei”, het
niet-doen, uit de wijsheid van de Chinese Tao. Door zelf niet te handelen
kan zich de ware aard der dingen openbaren. Het “Wu Wei” van Vermeer is
de blik. Alleen maar kijken, niets doen.

De afgewende blik, het backshot, is misschien wel de meest suggestieve en
raadselachtige blik, van een gezicht dat wij nooit zullen zien of kennen.
De soldaat in de Frick in New York en de schilder in Wenen. En toch voelen
we hun blik en kijken we met hun mee naar het mooie meisje in haar
binnenwereld van licht.

De blik van de ontmoeting.
Een wederzijdse uitwisseling van blikken tussen personages; wat de blik-
ken precies uitdrukken blijft bij Vermeer een vaag en dubbelzinnig vraag-
teken in zijn verstilde scenes. De blikkenwisseling van De Soldaat en het
Lachende Meisje doet mij denken aan een regel uit een song van Bob Dylan:
“she looked at him and he felt a spark, tingle to his bones”. Hun blik-
lijnen kruisen elkaar in het midden van het schilderij. Bliklijnen vormen
een wezenlijk bestanddeel van de compositie bij Vermeer, net als de per-
spectieflijnen en de valrichting van het licht.

Vermeer gebruikt een scala van effecten om de blik van de beschouwer te
sturen. Door stylistische kunstgrepen weet Vermeer de blik van de beschou-
wer te vangen en te dirigeren. Als een dirigent, als een regisseur van
de blik

Het gebruik van het perspectief en zijn gebruik van de camera obscura
stelden Vermeer in staat om een dramaturgie van de blik en het licht te
creëren.

De Franse schrijver Daniel Arasse schreef een mooie passage over het ge-
heim en mysterie van de blik bij Vermeer:
“Comme la Dentellière, nous regardons le fil. (…) Mais comme notre re-
gard est plus bas que le sien, nous ne voyons pas ce qu’elle fait. Ça nous
échappe complètement. Ça, c’est exceptionnel. Quand on peint une dentel-
lière en Hollande au XVIIe siècle, c’est pour montrer la dentelle. Et
chez Vermeer, on ne la verra jamais. Nous sommes au plus près de son re-
gard, de son intimité, de ce qu’elle fait, mais elle nous échappe. Et
c’est là à mon avis que se trouve le ressort du mystère Vermeer. Le mys-
tère est d’abord construit comme un secret. C’est un secret, délibérément
construit par le peintre. Un secret dont nous sommes les destinataires
exclus et dont le dépositaire est le tableau.”

Vermeer nodigt de beschouwer uit en sluit hem ook weer buiten; creëert
tegelijk een gevoel van intieme nabijheid én koele afstandelijkheid. Aan-
trekken en op afstand houden.

De blik van het verlangen.
De “far away eyes”-blik, een zijwaarts op elders gerichte blik, op een
wolkenspiegeling in het raam, op een afwezige minnaar, op verre nog te
ontdekken landen overzee of de onpeilbare ruimte van de sterrenhemel. Het
grote onbekende.
Er lijkt ook een poëtische relatie te zijn tussen tussen ogen en raam-
vensters bij Vermeer. Gesloten, op een kier, halfopen of open, raamven-
sters als de “ogen” van een binnenkamer. De “blik” van het raamvenster
bepaalt de sfeer van het licht in het interieur.

De objectieve blik, de wetenschappelijk-empirische blik.
De kunstmatige blik van het glazen oog; de lens als verlengstuk van het
menselijke oog. Vermeer leefde tijdens de Revolutie van de Blik, door de
uitvinding van de lens. De microscoop van Leeuwenhoek, de telescoop van
Huygens, de wetten van het perspectief en de camera obscura brachten een
spectaculaire verruiming van de blik teweeg en maakten werelden zichtbaar
die voor het menselijk oog tot dan toe onzichtbaar bleven.

De mystieke blik van het geloof. De blik van de verstilde vervoering. De
ontroering van het licht. Eenmaal heeft Vermeer de blik van het geloof
proberen te vangen in die opwaarts gerichte blik.
Het oog van de vrouw, die het geloof personifieert is vochtig van opwel-
lende ontroering. Haar blik is gericht op het licht dat zich verzameld
heeft in de glazen bol. Vermeer geloofde in het licht en dit is zijn
geloofsbelijdenis. Zijn blik is in heel zijn oeuvre onophoudelijk ge-
richt op het licht. De Engelse titel van een boek van Daniel Arasse
over Vermeer vat het goed samen: “Faith in Painting”.

Vermeer’s oeuvre is in wezen een steeds van perspectief wisselende medi-
tatie op De Blik.
De glazen bol in de Allegorie op het Geloof zou een symbool kunnen zijn
voor de Blik van God, waarin al het licht van de wereld samenkomt.
“Het Alziende Oog”.

Vermeer stond in contact met de Jezuïeten in een schuilkerk in de Papen-
hoek in Delft en zou langs deze weg vertrouwd kunnen zijn geweest met li-
teratuur over dit onderwerp, bijvoorbeeld met het boek “De Blik van God”
(De Visione Dei) van de 15de eeuwse filosoof, theoloog, wiskundige, kar-
dinaal en politicus Nicolaas van Cusa (1401–1464), waarin de auteur met
onverwachte perspectiefwisselingen laat zien dat de wijze waarop wij naar
het goddelijke kijken, ook iets zegt over hoe God naar ons kijkt. Het
gaat om een perspectiefwisseling – of een wisseling van blikken – waar-
bij de lezer/beschouwer begint te begrijpen dat aan zijn zien nog iets
voorafging wat hij niet kan zien: de blik van God die alles ziet zoals
het gezien kan worden en die alle vormen van zien omvat, ook zijn eigen
zien.

In de schilderijen van Vermeer komt een rijk scala van blikken naar voren,
die alle vormen van kijken en zien omvat. Een meditatie en dramaturgie
van de blik en het licht. De troost van de contemplatie.

De blik van de schilder. In De schilderkunst heeft Vermeer de blik van de
schilder verbeeld. En impliciet de blik van de beschouwer. In dit schil-
derij nodigt hij de beschouwer uit om over de schouder van de schilder
mee te kijken en te zien wat hij ziet. De vrouw en het licht. De rijkdom
van het licht. Alles draait in dit meesterwerk om de blik en het licht.
Het schilderij is als een epifanie van licht.
Maar wat is die blik van Vermeer ?
Is de schilderkunst van Vermeer niet vooral een louter kijken, een
“schoongewassen blik” ?

“De roos kent geen waarom,
ze bloeit omdat ze bloeit”.

En is de diepzinnigheid van Vermeer, niet gewoon de diepzinnigheid van
het licht en de stilte in de natuur zelf ?
Vermeer’s schilderijen zijn als een spiegel, waarin de beschouwer zijn
eigen gedachten en verlangens projecteert. Alles wat een beschouwer er-
over zegt, zegt minstens zoveel over de beschouwer zelf.

De Schilderkunst en De Blik van het Meisje met de Parel: alleen al in de-
ze twee meesterwerken ligt alles besloten, wat hij als kunstenaar te zeg-
gen heeft. Vermeer schenkt ons als beschouwer zijn blik op de wereld,
leert ons zien met nieuwe ogen. Het leven is licht, kleurrijk en door-
zichtig. Als de blik van God zelf. Vermeer is een leerschool van het
zien. Net als de filosofie van Plato of de muziek van Mozart, verheft
zijn schilderkunst de ziel in zijn meditatie van de blik.

Er is nog een blik, die impliciet en onzichtbaar blijft in de schilde-
rijen van Vermeer, en toch speelt die een cruciale rol in elk schilderij:
de blik van de beschouwer. Vermeer manoeuvreert als dramaturg de be-
schouwer in een wisselend perspectief en blik: buitenstaander/voyeur,
geliefde, genodigde, ingewijde, meditatieve beschouwer, spiegel, etc.
Een subtiel psychologische regie van de blik door een meester-dramaturg.
Door stylistische kunstgrepen weet Vermeer als regisseur de blik van de
beschouwer geraffineerd te dirigeren. Door zorgvuldig zijn gezichtspunt
en verdwijnpunt in het centraalperspectief te kiezen, stuurt hij onze
blik in de richting die hij voor ogen heeft. Ook leidt hij onze blik
door middel van het licht van de diepste schaduw naar het hoogste licht
of door de blik van een vrouw. Zijn schilderijen zijn als kijkdozen,
waar onze blik ingezogen wordt naar één punt, waardoor een effect van
diepe verstilde concentratie ontstaat.

Op YouTube is deze impressionistische video te zien, van hoe de
uitvinding van optische hulpmiddelen met lenzen door de oude meesters
gebruikt zou kunnen zijn en hoe deze de blik en hun manier van
kijken ingrijpend beïnvloed heeft; waaronder Vermeer: