Het Delft van Vermeer in Vogelvlucht – De Herrijzenis van een Stad

Aan de hand van de Kaart Figuratief van Delft van Willem Blaeu is in vo-
gelvlucht in één oogopslag de hele leefwereld van Vermeer te overzien; een
kleine vredige wereld, maar met een onderhuids licht-donker contrast. Met
een duistere kant van verwoesting, chaos en dood, die Vermeer angstvallig
probeerde te verbannen uit de helder verlichte, harmonieuze orde in zijn
schilderijen. Alsof Vermeer zijn stad wilde laten herrijzen na alle ramp-
spoed, die zij had moeten doorstaan na de Delftse Donderslag-ramp in 1654.

“From the dark end of the street
To the bright side of the road
We’ll be lovers once again
On the bright side of the road.”
Van Morrison

Het Gezicht op Delft oogt als gezien in vogelvlucht. De mensen zijn klein
en de stad glinstert als een juweel onder een imposante Hollandse wolken-
lucht. Toch hangt er deels een schaduw over de stad en trekt een donkere
regenwolk voorbij, boven in beeld. Het zou een hint kunnen zijn naar de
grote ramp, die Delft een paar jaar eerder in 1654 getroffen had. Dit
meesterwerk van Vermeer voelt als een ultieme liefdesverklaring aan zijn
eigen geboortestad.

Voor Vermeer was de noordzijde van Delft de “donkere zijde van de stad”,
omdat daar op 12 oktober 1654 het Delftse kruitmagazijn “Het Secreet van
Holland” ontplofte, met veel verwoesting en doden tot gevolg, waaronder
zijn kunstenaarsvriend en bewonderde voorbeeld de schilder Carel Fabri-
tius. Vermeer zou later in zijn beroemde Gezicht op Delft de “lichte zijde
van de stad” schilderen, de zuidzijde van Delft aan het spiegelende water
van de rivier de Schie. Er gaat een gloeiende intensiteit uit van het Ge-
zicht op Delft, als van een stad die zojuist herrezen is uit de dood.
Dezelfde ogen die het lichtende Gezicht op Delft zagen en schilderden,
zagen ooit de dood en verwoesting recht in de ogen, een heel ander en
duister ”Gezicht op Delft”, geschilderd door Egbert van der Poel.

Het hart van het Delft van Vermeer is de Grote Markt met de Nieuwe Kerk en
het Stadhuis. Vermeers gehele leven en werk speelde zich af in de onmid-
dellijke omgeving van de Nieuwe Kerk aan de Grote Markt. Zijn grootste
uitstapje als schilder was 700 meter verderop om vanaf de overkant van de
rivier de Schie zijn Gezicht op Delft te schilderen. Waarin de toren van
de Nieuwe Kerk oplicht als een lichtend baken. De behoefte om reizen te
ondernemen en andere werelden te leren kennen, was hem vreemd. Hij vond
zijn paradijs gereed op de plek waar zijn wieg stond. Vandaag de dag rei-
zen mensen de wereld over om schilderijen te zien van deze meester, Jo-
hannes Vermeer, die zijn hele leven op één plek bleef wonen en werken:
Delft.

Tien plekken in Delft, die een sleutelrol spelen in het leven en werk van
Vermeer:

1. Woonhuis Vermeer en tevens herberg “Mechelen”, op de hoek van de Oude
Manhuissteeg en de Grote Markt, nr 54.
2. Woonhuis aan de Oude Langendijk 27 van de schoonmoeder Maria Thins en
Vermeer , buurhuis naast de schuilkerk van de Jezuieten in de Papenhoek,
nu de Maria-kapel van de Maria van Jesse-kerk.
3. Sint Lucas Gildehuis Voldersgracht nr 21, een paar huizen verderop
stond het geboortehuis van Vermeer, herberg “De Vliegende Vos”, Volders-
gracht nr 25
4. Locatie van “Het Straatje” aan de Vlamingstraat, nr 40-42
5. Huis aan overzijde van De Kolk ( Schie), het uitzichtpunt van het
Gezicht op Delft.
6. Oude Kerk met het graf van Vermeer.
7. Oude Delft 161 met een Binnenplaats geschilderd door Pieter De Hooch,
wiens interieurstukken verwantschap vertonen met die van Vermeer.
8. Woonhuis Nieuwstraat 20-36 van de geleerde Antonie van Leeuwenhoek –
bouwer van de eerste microscoop/lenzen en mogelijk model voor Vermeers
Geograaf.
9. Atelier van de schilder Carel Fabritius aan de Doelenstraat, het
grote artistieke voorbeeld voor de jonge Vermeer.
10. Kruitopslagmagazijn “Het Secreet van Holland” van de Delftse Don-
derslag, de grote explosie-ramp in 1654.

Vermeers gehele levensloop speelde zich af rond de hoge kerktoren van de
Nieuwe Kerk in Delft en de Grote Markt: zijn reeds lang afgebroken geboor-
tehuis nr 25 (de herberg “De Vliegende Vos”) en het St Lucas gildehuis nr
21 aan de Voldersgracht, het huis “Mechelen” aan de Grote Markt nr 54 op
de hoek van de Oude Manhuissteeg en het woonhuis van zijn schoonmoeder
aan de Oude Langendijk nr 27, waar hij met zijn vrouw en kinderen het
grootste deel van zijn werkzame schildersleven doorbracht. Een kleine
overzichtelijke wereld, net als in zijn schilderijen. In een kleine,
maar prachtige en voorname stad met dat heldere licht, niet ver van de
zee.

Het hoekhuis “Mechelen” aan de Grote Markt en Oude Manhuissteeg was het
tweede woonhuis van Vermeer en eigendom van de vader van Vermeer. Het fei-
telijke geboortehuis van Vermeer bevond zich – in weerwil van de tekst op
de gevelsteen – iets verderop aan de Voldersgracht nr. 25. De Oude Man-
huissteeg loopt langs de lange zijde van het huis “Mechelen” en geeft in
bovenstaande tekening van Gerrit Lamberts uit 1820 een doorkijkje op het
St Lucas gildehuis. Voor Vermeer bevond zich tussen zijn woonhuis en het
schildersgilde letterlijk slechts een steenworp afstand. Op een gravure
van Abraham Rademaker (c.1700, detail) is het oorspronkelijke huis
“Mechelen” afgebeeld.

Het gebouw van het St Lucasgilde aan de Voldersgracht 21, waarvan Vermeer
een aantal malen hoofdman was. In Delft was Vermeer dus een spin in het
web binnen het gilde van de schilders. Op de lijst van het schildersgilde
prijken naast de naam van Vermeer de namen van Pieter de Hooch en Carel
Fabritius. Het huidige gebouw is een hedendaagse replica uit 2008, en
huisvest het Vermeer Centrum in Delft. Vanaf huis “Mechelen” kon Vermeer
zo het St Lucas gildehuis binnenlopen; alles lag voor hem binnen handbe-
reik. De gravure uit 1730 van het originele gebouw is van de hand van
Abraham Rademaker.
Hoewel Het St Lucas gildehuis en het hoekhuis aan de Grote markt er voor
toeristen aantrekkelijk uitzien, is dit niet dé plek waar Vermeer zijn
meesterwerken schilderde. Hét ultieme Vermeer-atelier met de drie ramen
bevond zich in een voormalig, niet meer bestaand woonhuis aan de Oude
Langendijk nr 27, aan de overzijde van de Grote Markt, op de hoek Molen-
poort/Jozefsteeg, waar nu de Maria-kapel van de Maria van Jessekerk
staat. Ook op korte loopafstand van het St Lucasgildehuis overigens.

De Maria van Jessekerk in Delft, van boven gezien vanaf de toren van de
Nieuwe kerk. Op de plek van de Maria-kapel aan de achterkant van de kerk
(zie detail-foto, midden) stond ooit het huis van Maria Thins, de schoon-
moeder van Vermeer, waar hij het overgrote deel van zijn leven gewoond en
gewerkt heeft met zijn vrouw Catharina Bolnes en elf kinderen.
In 2001 en 2003 hebben Zantkuijl en Kuiper een reconstructietekening van
het huis gemaakt. In het drie-ramen atelier in dit woonhuis moet Vermeer
onder andere de Music Lesson in de Royal Collection in Londen geschilderd
hebben. De reconstructie-tekening van het drie ramen atelier is van Philip
Steadman in zijn boek “Vermeer’s Camera” uit 2002.

Via deze link is meer informatie te vinden over de reconstructie van het
Vermeer-huis aan de Oude Langendijk in Delft door Zantkuil:

Reconstructie Vermeer-huis Oude Langendijk

De voorgevel van de Maria-kapel aan de achterzijde van de grote Maria van
Jesse kerk, waar zich in de 17e eeuw het Vermeer-huis bevond met het “ate-
lier met de drie ramen”. Niet in huis “Mechelen”, niet in het in het oog
springende St Lucas gilde gebouw aan de Voldersgracht, maar op deze plek,
waar nu de Maria-kapel van de Jesse-kerk staat, in het voormalige woonhuis
van Vermeer aan de Oude Langendijk nr 27, bevond zich de ware kraamkamer
en schatkamer van Vermeers licht-schilderkunst. Hier ontstonden de mees-
terwerken, een kunstschat, die zich pas veel later zou verspreiden over
de grote musea van de wereld in hoofdsteden als New York, Washington,
Parijs, Londen, Berlijn, Wenen, Dresden, Amsterdam, Den Haag.

Waar nu de Maria van Jesse-kerk uit 1730 staat aan de Oude Langendijk in
Delft, stond in de 17e eeuw op de hoek van de Molenpoort/Jozefsteeg het
woonhuis van Vermeers schoonmoeder Maria Thins, Oude Langendijk 27, waar
Vermeer na zijn huwelijk met zijn vrouw Catharina in 1653 introk en voor
de rest van zijn leven – zo’n 20 jaar – bleef wonen tot aan zijn dood in
1675. Deze gravure van de “Jesuite Kerk” van Abraham Rademaker dateert
uit rond 1700.
Dit is precies de plek waar hij al zijn meesterwerken schilderde, die hem
na twee eeuwen vergetelheid zijn huidige wereldroem zouden brengen, al is
het woonhuis zelf dus al vóór 1730 afgebroken voor de bouw van de huidige
Maria van Jesse kerk. Vita brevis, ars longa……
De schuilkerk van de Jezuieten in Delft: de achterzijde van de Maria-van-
Jessekerk staat op de plek waar pater Makeblijde sinds ca. 1620 over drie
naast elkaar gelegen panden beschikte. Het meest rechtse dubbele pand
diende als woonhuis, in het linkse richtte hij een schooltje plus inter-
naat voor katholieke meisjes in. In het tussenliggende pand woonde de
hoofdonderwijzeres van de school. Over de gezamenlijke zolders heen lag
de schuilkerk. In Amsterdam is zo’n schuilkerk bewaard gebleven: “Ons
Lieve Heer op Solder” (Oudezijds Voorburgwal 38).
Deze hoek in Delft stond bekend als de Papenhoek, omdat de huiseigenaren
bekende katholieken waren. Vanaf 1621 kreeg Makeblijde er een pater bij,
Roeland de Pottere. Hij zou er tot 1662 verblijven. In het buurhuis op de
hoek met de Molenpoort/Jozefstraatsteeg woonde en werkte vanaf 1653 tot
aan zijn dood in 1675 de schilder Johannes Vermeer. Zijn jongste zoon
noemde hij Ignatius, naar Ignatius van Loyola, de stichter van de Orde
van de Jezuieten.…

Het is niet ondenkbaar dat Vermeer zijn schilderij De Allegorie van het
Geloof schilderde voor deze schuilkerk van de Jezuieten. Dit schilderij
bevindt zich thans in het Metropolitan Museum of Art in New York.
Hoewel de meeste schilderijen van Vermeer wereldse interieurscènes uit-
beelden, ervaren veel Vermeer-liefhebbers in het heldere daglicht van
Vermeer een stille kracht, een mysterieuze, bijna religieuze aanwezig-
heid. Door een speling van het lot staat op de plek van zijn voormalige
atelier/woonhuis nu een Maria-kapel. En dit woonhuis was ooit eigendom
van een andere “Maria”, zijn schoonmoeder Maria Thins. Feit is dat de
huidige Maria van Jesse kerk een directe opvolger is van de voormalige
schuilkerk van de Jezuieten, destijds de directe buren van Vermeer. Op
deze plek komen religie en kunst samen. Al moet gezegd worden dat de
schoonheid van Vermeer niet in deze kerk of kapel te vinden is, maar
veeleer in de Oude Kerk en de Nieuwe Kerk in Delft, met het mooie spel
van daglicht op de witgepleisterde muren en pilaren, waar kerkinterieur-
schilders als De Witte, Houckgeest en Van Vliet zich op uitleefden. Daarom
zal de snelle eendagstoerist op zoek naar Vermeer deze plek in Delft niet
snel bezoeken. Op de gevel van de Maria-kapel is wel een informatie-bord
aangebracht met informatie over het voormalige Vermeer-huis.

De locatie waar Vermeer het beroemde Straatje in het Rijksmuseum schilder-
de is door naspeuringen van Frans Grijzenhout in een publicatie uit 2015
aangewezen in de Vlamingstraat, nr. 40-42.
In het rechterhuis woonde een halfzus van de vader van Vermeer, Ariaentgen
Claes van der Minne, met haar drie ongehuwde dochters tot aan haar dood in
1670. Vermeers tante onderhield zichzelf en haar kinderen met de verkoop
van pens. Het rechterpoortje op het schilderij is volgens Grijzenhout het
poortje dat tot in de negentiende eeuw bekend stond als de Penspoort. De
Vlamingstraat lag in het armere, minder bedeelde deel van Delft.
Later zijn toch weer twijfels gerezen of deze locatie van de Vlamingstraat
wel echt het Straatje van Vermeer zou zijn, en is het zelfs überhaupt de
vraag of Vermeer wel een exacte en complete weergave van één bestaande
locatie heeft weergegeven in Het Straatje.

Vermeer schilderde zijn Gezicht op Delft vanaf de eerste verdieping van
een huis op de Hooikade, aan de overzijde van de Kolk, van de rivier de
Schie, Op de kaart van Blaeu zijn hier inderdaad enige huizen te zien.
De Rotterdamse Poort rechts op het schilderij is rond 1835 afgebroken,
maar de enigszins verwante Oostpoort aan de oostzijde is in Delft nog wel
bewaard gebleven.
Het Gezicht op Delft is de stille, woordeloze en meeslepende liefdesver-
klaring van Vermeer aan zijn eigen geboortestad in stralend licht en
kleur. Een lyrisch geschilderde zeventiende eeuwse versie van Spring-
steen’s “My Home Town”. Liefde kent geen waarom en onttrekt zich aan elke
analyse of twijfel. Één blik zegt alles.

Vermeer werd na zijn vrij plotselinge dood in 1675 begraven in de Oude
Kerk aan de Oude Delft, tegenover het Prinsenhof, waar in 1584 Willem van
Oranje werd vermoord. De exacte locatie van het graf van Vermeer is onbe-
kend, maar er is een hedendaagse gedenksteen in de vloer van de kerk aan-
gebracht in 2007, ter vervanging van een eerdere, eenvoudigere steen. Ook
Antoni van Leeuwenhoek, de uitvinder van de microscoop en net als Vermeer
geboren in 1632, ligt in de Oude Kerk begraven. Sommigen zien in De Geo-
graaf van Vermeer een portret van de beroemde geleerde Van Leeuwenhoek.
Van Leeuwenhoek woonde op het adres Nieuwstraat 20-36, achter het stad-
huis, op loopafstand van Vermeers woonhuis aan de Oude Langendijk.

Aan de huidige Paardenmarkt lag het voormalige Kruithuis “Het Secreet
(geheim) van Holland”, dat in 1654 met een allesverwoestende en oorver-
dovende knal explodeerde, die zelfs tot in Texel te horen was. Onder
de doden bevond zich Rembrandts beste leerling, de schilder Carel Fabri-
tius. Recent is zijn bekendste schilderij Het Puttertje gerestaureerd,
waarbij men kleine deukjes constateerde in het werk. Heel waarschijn-
lijk stond Het Puttertje op de dag van de ontploffing in zijn atelier
en men vermoedt dat de deukjes afkomstig zijn van stukjes gruis of
kruit afkomstig van de ontploffing. Fabritius bevond zich in zijn ate-
lier aan de Doelenstraat in de vuurlinie van de explosie, werd zwaar-
gewond uit de puinhopen gehaald, maar overleefde de ramp niet. Vermeer
moet de verschrikkingen met eigen ogen hebben gezien, een schrikbeeld,
dat hem ertoe bracht zijn geliefde Delft juist in al haar lichtende
schoonheid af te beelden vanaf de andere kant van de stad, vanuit een
huis aan de Hooikade aan de rivier de Schie. Schoonheid als redding
van de wereld.

YouTube video met unieke beelden van Delft in kleur in de jaren 1920:

De gevoelsovergang van het sombere stadsgezicht van Van der Poel naar
het stralende Gezicht op Delft van Vermeer, laat zich goed vertolken
door de Ierse singer/songwriter Van Morrison in zijn song “Bright
Side of the Road” uit 1979, een poëtische ode aan de levenslust,
te beluisteren op YouTube:

“Son, take a good look around.
This is your hometown”

Op YouTube is deze videoversie te beluisteren van “My Hometown” van
Bruce Springsteen,