“Size Matters” – Schilderij-formaten op Schaal in Vermeer’s Oeuvre.

Beschouwing over de door Vermeer gebruikte formaten op schaal gerangschikt
in zijn schilderijen-oeuvre. “Size matters” en ook weer niet. De kleine
Kantwerkster van Vermeer in Parijs doet in artistiek opzicht en in concen-
tratie zeker niet onder voor zijn grote meesterwerk De Schilderkunst in
Wenen. Het ultieme formaat is misschien wel het gedicht. Zoals het woorde-
loze beeldgedicht “La Dentellière” van Vermeer in Parijs.

“In der Beschränkung
zeigt sich erst
der Meister”
Johann Wolfgang von Goethe

Vermeer’s oeuvre beweegt zich kwa formaten tussen het kleine intieme for-
maat van de Kantwerkster uit het Louvre en het monumentale formaat van
zijn magnum opus De Schilderkunst in Wenen. Tussen een klein lief liedje
of sonate en een orkestrale symfonie, om in muziektermen te spreken. Zeer
uiteenlopende formaten, beiden absolute meesterwerken.

Vermeer koos welbewust een passend formaat voor zijn beoogde onderwerp,
zijn schilderijen zijn letterlijk op maat gemaakt. De Schilderkunst zou
op klein formaat te druk, rommelig en overvol worden. De Kantwerkster zou
op groot formaat haar bescheiden subtiliteit, intense concentratie en in-
timiteit verliezen. Het kan natuurlijk ook zijn dat Vermeer soms zijn for-
maten gewoon aanpaste aan de wensen van een opdrachtgever en de beoogde
plek in diens wooninterieur.
Binnen elke afzonderlijke periode in zijn oeuvre hebben Vermeerschilde-
rijen ongeveer dezelfde afmetingen. Dit kan geen toeval zijn. Het wijst
erop dat Vermeer gebruik maakte van standaardformaten, zoals je die nu
nog steeds in een winkel voor kunstenaarsmaterialen kunt kopen. En hij
werkte steeds in kleine series van werken in eenzelfde formaat. Zo schil-
dert hij ook opvallend vaak pendanten, “tweelingschilderijen” met eenzelf-
de onderwerp in een zelfde formaat. Zoals de Geograaf en de Astronoom,
De Muziekles en het Concert, de Zittende en Staande Virginaalspeelster.

Doorgaans koos hij voor een formaat met een breedte-hoogte verhouding van
1:1,14, een naar het vierkant neigend rechthoekig formaat. Het rechthoekig
vierkant is visueel de meest stevige, evenwichtige en rustgevende van alle
geometrische vormen. Het versterkt de klassieke monumentaliteit, evenwicht,
rust en stilte die Vermeer in zijn schilderijen beoogde. Doorgaans kiest
Vermeer voor een staand formaat en slechts in vier gevallen voor een lig-
gend formaat, zoals in zijn beroemde Gezicht op Delft.

De jonge Vermeer begint ambitieus met grote doeken, waarvan de Koppelaar-
ster in Dresden en de Christus met Martha en Maria uit Edinburgh meteen de
grootste formaten zijn in zijn hele oeuvre. Deze drie werken zijn in mijn
ogen nog atypische Vermeers, jeugdwerken, waarin hij nog niet echt zijn
eigen stijl en concept gevonden heeft. Daarom heb ik ze weggelaten in de
hieronder volgende lijst van formaten van de Vermeer schilderijen op
schaal gerangschikt van klein naar groot.
Na deze groot formaat-jeugdwerken doet Vermeer een stap terug naar kleine-
re formaten en dat zal een gouden greep blijken. In deze kleinere formaten
ontwikkelt hij zijn eigen unieke “format”, concept en stijl. Je zou kunnen
zeggen dat Vermeer groot geworden is door op kleinere formaten te gaan
werken.
Het meisje in Vermeer-kostuum is toegevoegd als referentie voor de rela-
tieve grootte van de schilderijen voor een museumbezoeker.

98,5 cm x 105 cm – Diana en haar Nimfen, Den Haag
143 cm x 130 m – De Koppelaarster, Dresden
160 cm x 142 cm – Christus in het Huis van Martha en Maria, Edinburgh

Hieronder volgt de lijst van formaten van de Vermeer schilderijen op
schaal gerangschikt van klein naar groot.
Alleen De Gitaarspeelster van Kenwood bevindt zich nog op het originele
spanraam van Vermeer zelf. Bij het overzetten van Vermeerdoeken op een
ander spanraam bij latere restauraties kan het formaat enigszins zijn
gaan afwijken van het oorspronkelijk door Vermeer gebruikte formaat.
De Saint Praxedis en de kleine Zittende Virginaalspeelster heb ik weg-
gelaten, omdat het niet unaniem aanvaarde Vermeers zijn, en ik ze zelf
in ieder geval niet als échte Vermeers beschouw.

KLEINE FORMATEN

Drie paneeltjes, Meisje met Fluit en Meisje met Rode Hoed in Washington en
De Kantwerkster in het Louvre in Parijs, zijn nog kleiner dan een A4-tje.
Maar vooral de concentratie van de Kantwerkster zuigt de beschouwer in een
geheel andere wereld. Ook binnen het relatief kleine formaat van de Dame
met Weegschaal in Washington weet Vermeer een subtiel, volmaakt en monu-
mentaal evenwicht te bereiken.

20 cm x 17,8 cm – Meisje met de Fluit, Washington
23,2 cm x 18,1 cm – Meisje met de Rode Hoed, Washington
24,5 cm x 21 cm – De Kantwerkster, Parijs
42,5 cm x 38 cm – Vrouw met Weegschaal, Washington
44 cm x 38, 5 cm – De Liefdesbrief, Amsterdam

MIDDENFORMATEN

39,4 cm x 44,5 cm – Onderbreking van de Muziek, New York
44,5 cm x 40 cm – Meisjeskopje, New York
45 cm x 40 cm – Schrijvende Vrouw in het Geel, Washington
45,5 cm x 40,6 cm – Het Melkmeisje, Amsterdam
45,7 cm x 40,6 cm – Vrouw met Waterkan, New York
46,5 cm x 38 cm – Brieflezende Vrouw in Blauw, Amsterdam
46,5 cm x 40 cm – Meisje met de Parel, Den Haag

50 cm x 45 cm – De Astronoom, Parijs
50,5 cm x 46 cm – De Soldaat en het Lachende Meisje, New York
51,4 cm x 45,7 cm – De Luitspeelster, New York
51,5 cm x 45,5 cm – Zittende Virginaalspeelster, Londen
52 cm x 45 cm – Staande Virginaalspeelster, Londen

Dit middenformaat tussen 45 cm en 55 cm lijkt een standaard formaat in
Vermeer’s oeuvre en komt in zo’n 15 werken terug. Standaardformaten zoals
je die vandaag de dag kunt kopen in een winkel voor kunstenaarsbenodigd-
heden. Vermeer gebruikte dit formaat voor portretten en halffiguur-
stukken, als het Meisje met de Parel en De Melkmeid.

53,5 cm x 43,5 cm – Het Straatje, Amsterdam
53 cm x 46,3 cm – De Gitaarspeelster, Kenwood-Londen
53 cm x 46,6 cm – De Geograaf, Frankfurt
55 cm x 45 cm – Vrouw met Parelsnoer, Berlijn
71,1 cm x 58,4 cm – Schrijvende Vrouw met Dienstbode, Dublin

GROTE FORMATEN

72,5 cm x 64,7 cm – Het Concert, Boston
73,3 cm x 64,5 cm – De Muziekles, Londen
65 cm x 77 cm – Het Glas Wijn, Berlijn
78 cm x 67 cm – Dame en Twee Heren, Braunschweig
83 cm x 64,5 cm – Brieflezend Meisje bij het Venster, Dresden

Dit groot formaat tussen 70 cm en 80 cm koos Vermeer vooral voor ruime
interieurstukken met meerdere figuren. Een enkele keer voor een meer in-
tieme scene als de Mistress and Maid in de Frick in New York.

87,6 cm x 76,5 cm – Slapend Meisje, New York
90 cm x 79 cm – Dame en Dienstbode, New York

MONUMENTALE FORMATEN

114,3 cm x 88,9 cm – Allegorie op het Geloof, New York
98,5 cm x 117,5 cm – Gezicht op Delft, Den Haag
120 cm x 100 cm – Allegorie op de Schilderkunst, Wenen

De grootste formaten in de klassieke Vermeer-stijl zijn voorbehouden aan
Vermeer’s twee absolute meesterwerken: Het Gezicht op Delft in Den Haag
en De Schilderkunst in Wenen.

De droom van elke kunstschilder is ooit dat ene meesterwerk te schilderen,
waarin alles ineens op zijn plek valt, zoals bij Vermeer. Of in de woorden
van Bob Dylan: “Some day everything’s gonna be different – when I paint
my masterpiece”. Of in dat gedicht van de beroemde Poolse dichteres Wis-
lawa Szymborska : “In mijn dromen schilder ik als Vermeer van Delft”.
“Tous les peintres ont rêvé d’être Vermeer”. Helaas zijn velen geroepen,
slechts weinigen uitverkoren. Maar zingt Bruce Springsteen het niet pre-
cies goed: “Is a dream a lie, if it don’t come true ?” Het is juist de
droom zelf, die gekoesterd moet worden. De droom blijft. Als je al succes,
roem, geld hebt, dat alles gaat ook weer snel voorbij. Vermeer schilderde
de werkelijkheid van alledag in die ongrijpbare magische sluier van een
eeuwig mystiek droombeeld. “Diesseitige Mystik. Alledaagsheid die over-
stegen wordt door de zuiverheid van zijn abstraherende manier van kij-
ken”, zoals een kunstenaarsvriend het onlangs treffend verwoordde…….

Op YouTube is deze video te zien van meesterpianist Vladimir Horowitz,
die “Traümerei” van Robert Schumann speelt. Dromerigheid vol intense
concentratie:

“In Gesprek met Vermeer” – Hedendaagse kunstenaars in dialoog met Vermeer

Ter gelegenheid van de grote Vermeer-tentoonstelling in 1996 in het Haagse
Mauritshuis was in Museum het Prinsenhof in Delft een simultaan tentoon-
stelling te zien, “In Gesprek met Vermeer”, met werken van hedendaagse
kunstenaars, die in dialoog gaan met de verstilde kunstwerken van Vermeer.
Een dialoog die kunstenaars en fotografen – en ook mijn eigen werk – tot
op de dag van vandaag blijft inspireren.

“Ik doe niet aan vooruitgang”
JCJ Vanderheyden

Het idee voor de simultaan expositie (met catalogus) “In Gesprek met Ver-
meer” in Museum het Prinsenhof Delft in 1996 was om werk van hedendaagse
Nederlandse kunstenaars te laten zien in dialoog met Vermeer. De toenma-
lige directeur/curator Daniëlle Lokin van Museum het Prinsenhof was de
drijvende kracht achter deze tentoonstelling.
In de tentoonstellingsopzet werden de werken ingedeeld in vier groepen:

1) Hedendaagse kunstenaars, wiens eigen autonome werk affiniteit toont
met Vermeer: op het gebied van licht, kleur, perspectief en gebruik van
optica. Bv. JCJ Vanderheyden en Jan Dibbets
2) Hedendaagse kunstenaars met letterlijke beeldcitaten van Vermeer in
hun eigen schilderijen: Bv. Mary A. Waters
3) Interdisciplinaire kruisbestuiving tussen kunstenaars vanuit afzonder-
lijke disciplines: Bv. “Verstilde zinnen”- Kunstenaars en dichters reage-
ren op de brieflezende vrouwen van Vermeer. Bv. W.H. Werther.
4) Opdrachten voor Delftse kunstenaars: werk maken als reactie op Ver-
meer’s Gezicht op Delft. Bv. Peter Peereboom.

In dit blogstukje wil ik de werken van een aantal aan deze tentoontelling
deelnemende hedendaagse kunstenaars er uit lichten, in het kader van het
gegeven “In Gesprek met Vermeer”.

1) Hedendaagse kunstenaars, wiens eigen autonome werk affiniteit toont
met Vermeer: op het gebied van licht, kleur, perspectief en gebruik van
optica. Voorbeelden van deze groep kunstenaars zijn JCJ Vanderheyden en
Jan Dibbets.

De kunstenaar in deze groep, die mij persoonlijk het meest aanspreekt, is
JCJ Vanderheyden (1928-2012). Zijn studio in de provinciestad Den Bosch
lijkt op een hedendaagse versie van het atelier van Vermeer met dat hel-
dere daglicht in een hoek bij het raam. Hij was een zelfverklaard lief-
hebber van Vermeer, en heeft naast zijn autonome werk ook “zijn eigen
Vermeers” gemaakt, eigen versies van de Melkmeid en het Gezicht op Delft
van Vermeer. Voor mij ademt ook zijn autonome werk de geest van Vermeer,
met name zoals zijn werken te zien zijn op foto’s van zijn atelier, han-
gend in dat mooie raamlicht aan de muur in zijn eigen studio. JCJ Vander-
heyden maakte een paar Ink-jet prints van uitsnedes van Vermeer-schilde-
rijen, waaronder het beroemde “gele muurvlakje van Proust” in het Ge-
zicht op Delft en de melkkan met het straaltje melk van De Melkmeid.

JCJ Vanderheyden, “Klein geel muurvlak”, Ink-jet op doek, 1994.
en JCJ Vanderheyden, “Ei en Melk”, Ink-jet op doek,1995.

In de monografie “JCJ Vanderheyden – Licht, Tijd en Ruimte” van Hans Lo-
cher zijn een paar mooie en prikkelende citaten van JCJ Vanderheyden te
vinden over Vermeer:
“Bij Johannes Vermeer lijkt het of de materie en het licht een eigen be-
wustzijn hebben gekregen, zich van zichzelf bewust zijn geworden. Elk
voorwerp wordt overgoten met gekleurd licht; er ontstaat een soort ge-
stolde spiritualiteit”
“Geboren met een oorspronkelijk visueel geheugen en een extra gen voor
licht, zag hij waardoor de dingen bestaan in de visuele wereld. Vanaf
ongeveer 1660, hij is dan 28 jaar, zien we in zijn werk vijftien jaar
geen ontwikkeling of vooruitgang meer. Steeds hetzelfde steeds ver-
schillend”.

Wat ik bewonder in de kunstenaar JCJ Vanderheyden is dat hij als kunste-
naar in de geest van Vermeer zijn eigen abstracte concept in hedendaagse
stijl heeft ontwikkeld. Zijn eigen stem heeft gevonden, waarin de echo
van Vermeer door blijft klinken. Zoals Vermeer hoort bij Delft, zo hoort
JCJ Vanderheyden bij Den Bosch – al voelde hij zich soms een profeet,
die niet echt werd geëerd in zijn eigen stad.

JCJ Vanderheyden, “Horizon in Blue Space”, Tempera op doek.
en JCJ Vanderheyden, “Blauw, geel, zeven maal negen”, tempera op doek.

“Het was voorjaar van 1963 toen ik voor het eerst in het atelier van JCJ
Vanderheyden in Den Bosch was. Ik was al eerder in een kunstenaarsatelier
geweest, bij kunstenaars die ik in Leiden kende, maar dat waren werk-
plaatsen. Het atelier van JCJ Vanderheyden was een constructie die de
constructie van zijn kunstwerken weerspiegelde: een kabinet van con-
structies.”
Rudi Fuchs over het atelier van JCJ Vanderheyden.

Wat mij in het atelier van JCJ Vanderheyden aanspreekt is de raamhoek van
een kamer, waar het licht mooi is en doet denken aan Vermeer, en als een
intiem schilderijen-kabinet fungeert met zijn eigen werk. De kunstenaar
als onderzoeker van licht, tijd en ruimte in zijn eigen “laboratorium”.
Een hedendaags “Vermeer-atelier”, zoals te zien is in onderstaande foto’s
van zijn atelier. Wat mij betreft kunstwerken op zichzelf.

Jan Dibbets, Guggenheim II , 1986-1987, Aquarel, foto’s op papier op doek
op paneel en Jan Dibbets, Bourges II, 1981, geplastificeerd spaanplaat,
beplakt met papier, kleurenfoto’s en potlood.
In de jaren tachtig maakte kunstenaar Jan Dibbets foto’s van ramen, ver-
grootte ze, knipte ze langs de randen uit en plakte ze op met waterverf
gewassen papier. De visuele gewaarwording is betoverend. De foto geeft de
indruk van een gekanteld raam en de gekleurde omgeving van de foto laat
zich visueel als stof meetrekken in de driedimensionale richting van het
raam. Daardoor wordt de illusie gewekt dat het krachtige raam de geschil-
derde omgeving vervormt.
Wereldwijd de bekendste raamschilder is Johannes Vermeer: op veel van
zijn werken is een raam te zien, opvallend vaak links. Ook bij Vermeer
speelt het raam een cruciale rol; als lichtbron en als beeldelement.

2) Hedendaagse kunstenaars met letterlijke beeldcitaten van Vermeer in hun
eigen schilderijen: Bv. Mary A. Waters.

De in Utrecht én Galway werkzame Ierse schilder Mary A. Waters schilderde
in 1996 deze drie “creative copies” naar schilderijen van Vermeer uit Ber-
lijn en New York. Hier betrekt ze nog delen van het interieur in haar
compositie, maar gaandeweg in haar oeuvre zal ze zich meer en meer gaan
concentreren op vrijstaand geschilderde figuren tegen een lege achtergrond.

Mary Waters, “Woman in a red dress drinking”, alkydverf op doek, 1996
Mary Waters, “Woman in yellow silk jacket”, 1996
Mary Waters, “Woman with White Headdress after Vermeer”, 1996

Mary A. Waters schilderde ook een monochrome serie van portretten, als
uitsnedes uit schilderijen van Vermeer en andere oude meesters uit de Gou-
den Eeuw, in zwart-wit, als een foto. Zoals het Lachende Meisje in Ver-
meer’s Soldier and Laughing Girl in de Frick Collection in New York.

Mary Waters, “Portrait no. 2”, 2006, olieverf op doek.
Portrettenserie van Mary A. Waters, olieverf op doek.

Mary Waters heeft later vooral naam gemaakt met haar “tweeling-schilde-
rijen”, waarbij een kopie van een figuur uit een schilderij van een Hol-
landse of Italiaanse Oude Meester tweemaal identiek naast elkaar wordt
geschilderd in één schilderij tegen een (bijna) lege achtergrond. In een
stijl die doet denken aan fotorealisme.

Deze werken in acryl en polyesterhars zijn van de kunstschilder Jeroen
Olthof: zijn schilderijen bestaan uit uitsnedes van details uit De Melk-
meid van Vermeer in een hedendaagse schildertechniek met acryl en polyes-
terhars:

Jeroen Olthof, “Le Monde est devenu Peinture II”, 1992, acryl en poly-
esterhars. Jeroen Olthof, “Le Monde est devenu Peinture III”, 1992, acryl
en polyesterhars.

Deze olieverfschilderijen in heldere kleuren en brede, ruwe verfstreken
zijn van de hand van kunstschilder Marie José Robben. Naar twee brief-
schilderijen van Vermeer uit de Frick-collectie in New York en de Natio-
nal Gallery in Dublin.

Marie José Robben, Zonder Titel, 1996, olieverf op linnen.
Marie José Robben, Zonder Titel, 1996, olieverf op linnen.

3) Interdisciplinaire kruisbestuiving tussen kunstenaars vanuit afzon-
derlijke disciplines. Een voorbeeld is het project “Verstilde zinnen”,
waarin beeldend kunstenaars en dichters reageren op de brieflezende
vrouwen van Vermeer.

In deze pendanten kiest H. W. Werther kiest bewust voor een beeld zonder
handeling, dat eindeloos kan duren. Geen stilgezet moment in de tijd tij-
dens een handeling, zoals bij Vermeer, maar een eindeloos durende tijd.
Een meisje dat niets doet, alleen maar wacht, in een eeuwig wachten.

H.W. Werther “Wait (Both relax)“, 1996, fotowerk met dichtregels.
H.W. Werther, “Wait (And what if)”, 1996, fotowerk met dichtregels.

4) Opdrachten voor Delftse kunstenaars: werk maken als reactie op Ver-
meer’s Gezicht op Delft.

Van deze werken sprak vooral dit werk van Peter Peereboom mij aan, hoewel
er geen glimp van Vermeer’s Gezicht op Delft in te bespeuren valt. Het is
een postzegelvel-achtige fotoserie van een vrouw op een met een wit laken
bedekt bed in Vermeerachtig raamlicht in monochroom blauw.

“Gezicht op Delft en een vrouw”, acryl, foto, karton op linnen, 1996,
Peter Peereboom:

Mijn persoonlijke voorkeur binnen de vier groepen “Kunstenaars in Gesprek
met Vermeer” gaat uit naar groep nummer 2): “Hedendaagse kunstenaars met
letterlijke beeldcitaten van Vermeer in hun eigen schilderijen/fotowerken”.
Sinds 1996 zijn er natuurlijk meer kunstenaars geweest, ook buiten Neder-
land, die schilderijen en fotowerken gemaakt hebben, die letterlijke
beeldcitaten van Vermeer bevatten.
Voorbeelden, die mij persoonlijk aanspreken zijn: George Deem, Mary Wa-
ters, Tom Hunter en Maisie Broadhead. Hieronder volgt een korte bespre-
king van hun werk:

Het concept van de Amerikaanse schilder George Deem ( New York) is: “Lege
Vermeers” of “Vermeer Stripped Bare” – schilderijen met nadruk op lege
Vermeer-interieurs met slechts een enkele stoel, clavecimbel of landkaart,
bijna altijd zónder figuren. Wat mij in deze schilderijen aanspreekt is
de klaarheid, de helderheid van deze schilderijen, mede door de fraaie
perspectiefwerking van de tegelvloer. Ook zonder figuren blijven leeg-
geschilderde Vermeers nog steeds mooie, serene beelden.

Het concept van de in Utrecht én Galway werkzame Ierse schilder Mary Wa-
ters is: schilderijen in fotorealistische stijl met letterlijke deel-
citaten van Vermeer, met juist de nadruk op de figuren. Aanvankelijk be-
trekt ze nog delen van het interieur in haar composities, maar gaandeweg
in haar oeuvre zal ze zich meer en meer gaan concentreren op vrijstaand
geschilderde figuren tegen een lege achtergrond.

Mary Waters, “Woman in a red dress drinking”, alkydverf op doek, 1996

Mary Waters, “Girl with Turban”, 1996
Mary Waters, “Girl with ribbons and pearls”, 1996

Het concept van de Londense fotograaf Tom Hunter is: “Vermeer in Hackney”,
fotowerken van zijn eigen krakersvrienden in de Londense wijk Hackney in
zijn fotoserie “Persons Unknown”. Hierin gebruikt hij de techniek van
geënsceneerde fotografie, waarin hij zijn beelden componeert naar compo-
sitieschema’s van Vermeer-schilderijen.
Zoals deze foto, geïnspireerd op de Briefleserin van Vermeer in Dresden.

Tom Hunter, “Woman reading Possession Order”, photoprint, 1998

Eveneens werkzaam in Londen is de fotografe Maisie Broadhead. Haar concept
houdt in: fotowerken in tableaux vivant-interieurs met hedendaags kostuum-
model, letterlijk geënsceneerd naar de Dame met Weegschaal in Washington
en de twee Vermeer-schilderijen in de National Gallery in Londen, “Lady
Standing at a Virginal” en “Lady Seated at a Virginal”.

In de rest van mijn werkzame leven is het ook mijn eigen ultieme droom en
beoogde concrete artistieke doel om als fotograaf/kunstenaar én Vermeer-
liefhebber “mijn eigen Vermeers te maken”, in de vorm van fotowerken en
schilderijen.

In mijn professionele loopbaan heb ik al veel ervaring opgedaan in de uit-
voerende, technische kant van fotografie, digitale beeldbewerking, maar
daarnaast ook in het in eigen beheer maken van schilderijen in klassieke
olieverftechniek door het als liefhebber kopiëren van schilderijen van
grote meesters als Vermeer, Hopper, Georges de la Tour, Bonnard, Titiaan,
Morandi, Degas, Chagall, Van Dongen, Picasso, etc.
In de huidige periode wil ik me al doende verder ontwikkelen in het beden-
ken en uitwerken van een meer eigen creatief concept, beeldidee en hand-
schrift in mijn eigen Gesprek met Vermeer. Mijn eigen “creative copies”,
geïnspireerd door mijn persoonlijke dialoog met Vermeer. Vreemd genoeg
zou deze vreemde Corona-tijd wel eens een omslagpunt en doorbraak in mijn
creatieve werk kunnen inluiden. Zoals Johan Cruyff placht te zeggen:
“Elk nadeel heb zijn voordeel”.

Hieronder een kleine selectie van het soort werk dat ik tot nu toe heb
gemaakt; deze fotowerken zijn van mijn hand en zijn nog vrij letterlijke,
pretentieloze beeldcitaten naar Vermeer, zonder een dieper onderliggend,
verder uitgewerkt en doorontwikkeld eigen concept. Een jonge vrouw, mooi
in het licht gezet en gefotografeerd bij het raam in door een kundige
costumière vervaardigde Vermeer-kostuums. De fotoshoots vonden plaats in
de door mijzelf opgebouwde Vermeer-hoek in mijn eigen atelier, of in een
mooie locatie als het achttiende eeuwse landhuis Oud Amelisweerd bij
Utrecht, met zijn prachtige licht in de hoge kamers met de hoge ramen.
Gewoon uit liefde voor Vermeer.

“Brieflezende vrouw aan het Venster naar Vermeer”, Thijn van de Ven, foto-
werk, 2012
Kostuummodel: Merel van den Nieuwenhof. Locatie: Landhuis Oud Amelisweerd
bij Utrecht. Geïnspireerd op de Briefleserin van Vermeer in Dresden.

“Staande Clavecimbelspeelster in Interieur naar Vermeer”, Thijn van de
Ven, fotowerk, 2012
Kostuummodel: Merel van den Nieuwenhof. Locatie: Landhuis Oud Amelisweerd
bij Utrecht. Geïnspireerd op de Music Lesson in de Royal Collection in
Londen.

“Staande Clavecimbelspeelster naar Vermeer”, Thijn van de Ven, fotowerk,
2020
Kostuummodel: Ceciel van Aalst. Locatie: Eigen “Vermeer-kabinet/atelier”
in Nijmegen. Geïnspireerd op de “Lady Standing at a Virginal” in de Na-
tional Gallery in Londen.

“Zittende Clavecimbelspeelster naar Vermeer”, Thijn van de Ven, fotowerk,
2020
Kostuummodel: Merel van den Nieuwenhof. Locatie: Eigen “Vermeer-kabinet/
atelier” in Nijmegen. Geïnspireerd op de “Lady Seated at a Virginal” in
de National Gallery in Londen.

Kleine expositie van “eigen Vermeers”-fotowerken, canvasprints op ver-
duisterstof-schermen in atelier van villa “Het Broekhuis” in Maashees
tijdens Open Monumentendag (Luchtwachttoren Maashees) 2018, met dank
aan museumconservator Maria van Dorst.

In deze digitale virtuele fotomontage-studie van mijn hand hangt het
werk “Horizon in Blue Space” van JCJ Vanderheyden in het interieur van
de Vermeer in de National Gallery in Dublin. Naar mijn smaak gaan de
werken, hoe verschillend ook, wel degelijk een soort van dialoog met
elkaar aan. Een hedendaagse dialoog met Vermeer. Beide kunstenaars
werkten in de luwte van een provinciestad als onderzoekers van licht,
ruimte en tijd, ieder op hun eigen wijze. Het is de abstracte zuiver-
heid, die ze met elkaar verbindt. Een speelse hommage aan Vermeer en
JCJ Vanderheyden.

Op YouTube is deze basics painting tutorial te zien van het Rijks-
museum: “How to Create a Vermeer Painting”, met basistips voor de
opzet van een schilderij naar de Briefleester in Blauw van Vermeer,
voor amateurschilders en beginners, door Lisa Wiersma:

De “Vermeer-zaal” in het Mauritshuis in Den Haag – Een Schatkamer

Als Vermeer-liefhebber is het Mauritshuis in Den Haag voor mij het mooiste
museum ter wereld; in het bijzonder de Vermeerzaal, waarin het Meisje met
de Parel en Het Gezicht op Delft te bewonderen zijn. Vermeer is de beste
ambassadeur in het buitenland, die Nederland zich wensen kan. De Hollandse
schilderkunst behoort met meesters als Vermeer, Rembrandt, Van Gogh en
Mondriaan tot de absolute wereldtop. Als er iets is, waarop wij Nederlan-
ders trots op kunnen zijn, zijn het onze schilders.

“Depuis que j’ai vu
au musée de La Haye
la Vue de Delft de Vermeer,
j’ai su que j’avais vu
le plus beau tableau du monde”
Marcel Proust

Het Haagse Mauritshuis ligt als een juwelendoos in de gouden gloed van de
avondzon aan het spiegelende water van de Hofvijver, met vlak daarnaast
het Torentje, met de werkkamer van de minister-president van Nederland.
Wat mij betreft is het Mauritshuis het ultieme Vermeermuseum. Nergens ko-
men de schilderijen van Vermeer mooier tot hun recht dan hier. Voor iede-
re Vermeerliefhebber is de grote Vermeertentoonstelling in 1996 in het
Mauritshuis met maar liefst 23 Vermeer-schilderijen, ruim tweederde van
zijn hele oeuvre, een absoluut hoogtepunt, een “once in a lifetime”-er-
varing.

De grote trekpleister in het Mauritshuis is natuurlijk Vermeer’s Meisje
met de Parel uit 1665. Ze is bijna het logo van het museum geworden, een
universeel icoon. De roman “Girl With a Pearl Earring” van de Brits/Ameri-
kaanse schrijfster Tracy Chevalier en de gelijknamige film uit 2003 met
Scarlett Johansson hebben de wereldwijde iconische status van dit schil-
derij alleen nog maar vergroot. Wat Leonardo’s Mona Lisa is voor het
Louvre in Parijs, is het Meisje met de Parel van Vermeer voor het Mau-
ritshuis in Den Haag.

Boven de deur, waardoor de bezoeker de Vermeerzaal betreedt, hangt het
schilderij Trompe l’oeil met Venusbuste uit 1665 van Caesar van Everdin-
gen. Vermeer had in zijn eigen kunstverzameling een (overigens niet be-
waard gebleven) Cupido-schilderij van Caesar van Everdingen, een liefdes-
god, die hij in enkele van zijn interieurschilderijen afgebeeld heeft.

Vermeer’s Meisje met de Parel wordt in de Vermeerzaal geflankeerd door
twee fraaie schilderijen van Gerard Ter Borch: Een moeder die het haar
van haar kind kamt, ook wel bekend als ‘De luizenjacht’, uit 1652–53 en
De Briefschrijfster uit 1655. Net als Vermeer weet Ter Borch in deze
schilderijen heel goed de verstilde concentratie en zelfvergeten toewij-
ding van deze vrouwen te vangen.

Als vage tijdelijke schimmen bewegen bezoekers zich in de bovenstaande
video-still in de Vermeerzaal temidden van de schoonheid van tijdloze
meesterwerken van de Hollandse schilderkunst, van meesters als Vermeer,
Ter Borch, Van Mieris, Metsu, Saenredam, De Witte en Van Everdingen.
Precies tegenover elkaar in de midden-zichtlijn van de zaal hangen Ver-
meer’s Meisje met de Parel en het Gezicht op Delft.

Aan de lange zijde van de Vermeer-zaal hangen vijf werken van Vermeer’s
tijdgenoten, waaronder drie schilderijen van de Leidse fijnschilder Frans
van Mieris: de Bordeelscene uit 1658-59, het Oestermaal uit 1661 en Hond-
jes Plagen uit 1660. De rode met wit bont afgezette jakjes zien we ook
terug in schilderijen van Vermeer, in het gele jakje met hermelijnbont,
zo typisch voor Vermeer.

Tussen de drie werken van Van Mieris hangen “De Onwelkome Boodschap” uit
1653 van Gerard Ter Borch en “Een Jonge Vrouw die Muziek schrijft” uit
1664 van Gabriel Metsu. Ter Borch is een fenomenaal figuur-schilder, maar
voor mij is het Metsu die in zijn beste werk het dichtst bij Vermeer komt.
Van Mieris is een echte fijnschilder, in de Leidse fijnschildertraditie
van Gerard Dou, waarbij de minitieuze weergave van elk detail voorop
staat. Vermeer heeft het vermogen om de dingen juist “groot te zien” en
streeft vooral een overtuigende impressionistische lichtweergave na. Zijn
lichtende, kleurrijke doeken overstralen de wat donkere schilderijen van
zijn tijdgenoten.

Boven de deur, waardoor de bezoeker de Vermeerzaal verlaat, hangt een
kerkinterieur-schilderij: Interieur van een Gefantaseerde Katholieke Kerk
uit 1668 van Emanuel de Witte, een Delftse stads- en tijdgenoot van
Vermeer.

Het licht in Vermeer’s Gezicht op Delft is zo overtuigend en levensecht,
dat het lijkt alsof je door een openstaand raam in de zaal naar buiten
kijkt. Het is als het leven zelf: licht, kleurrijk en doorzichtig.
Een meeslepend meesterwerk, alleen al vanwege die prachtige Hollandse
wolkenlucht.

Vermeer’s Gezicht op Delft uit 1660 wordt geflankeerd door twee schilde-
rijen van de Haarlemse “kerkenschilder” Pieter Jansz. Saenredam: De Maria-
plaats met de Mariakerk in Utrecht uit 1659 en Interieur van de Cunera-
kerk in Rhenen uit 1655. Saenredam’s kleurgebruik is ingetogen, maar
zijn werk is licht van toon, net als bij Vermeer. Die tere tonaliteit
laat zijn voorstellingen als het ware in de ruimte zweven, bijna onstof-
felijk, losgezongen van de wetten van de zwaartekracht.

Tussen de twee grote ramen van de Vermeer-zaal hangt de derde Vermeer:
“Diana en haar Gezellinnen”, ook wel Diana en haar Nimfen genoemd, een
“atypische” vroege Vermeer uit 1653-54.
Vermeer lijkt zich in dit schilderij vooral door Italiaans/Venetiaanse
voorbeelden te hebben laten inspireren. Vermeer onderscheidt zich van de
donkere en in gedempte kleuren geschilderde werken van zijn Hollandse
tijdgenoten door zijn heldere licht en sprekende kleuren. Vermeer bracht
Italiaans licht en kleur in de Hollandse schilderkunst. In de Vermeerzaal
is goed te zien hoe Vermeers doeken tussen zijn tijdgenoten meteen in
het oog springen, naar voren komen en er bovenuit stralen als kleurrijke
lichtbeelden. Als een soort “Italië in Holland”.

Catherine Middleton, de Duchess of Cambridge en echtgenote van prins Wil-
liam, de troonopvolger van het Engelse koningshuis, voor Vermeer’s Meisje
met de Parel in de Vermeerzaal van het Mauritshuis. Aristocratische al-
lure in een aristocratische omgeving. Vermeer’s werk straalt een unieke,
eigen, natuurlijke vorm van innerlijke aristocratie uit. Om de prachtige
woorden van Earl Charles Spencer te parafraseren in zijn beroemde toe-
spraak waarin hij zijn in 1997 op tragische wijze om het leven gekomen
zus Lady Diana herdacht: “Vermeer was someone with a natural nobility,
who was classless and proved that he needed no royal title to continue
to generate his particular brand of magic”.

Terwijl de Corona-pandemie de wereld teistert, zijn het onzekere en moei-
lijke tijden. Het Mauritshuis biedt nu de mogelijkheid om gedurende
tien minuten “Alleen met Vermeer” te zijn. Alsof je in je eentje in een
“Vermeer-bioscoop” zit. Licht, liefde en stilte in een tijd van toene-
mende dreiging, chaos en verwarring. In tijden van duisternis is er het
licht van Vermeer om hoop, troost en inspiratie uit te putten. Het ge-
voel mee te geven van “Alles komt goed”.

Op YouTube is deze video te zien: Vermeer – Gezicht op Delft – Een
introductie:

Op YouTube mag de Haagse zanger Harrie Jekkers in het Mauritshuis een
schilderij uitkiezen om er zelf een lied over te maken. “Godskolere,
wat is dat mooi !” in zijn kenmerkende Haagse tongval is zijn reactie
bij het zien van het Gezicht op Delft:

Ook op YouTube deze video met een andere benadering, die van Marcel
Proust, de beroemde Franse romanschrijver:

Het Perspectief bij Vermeer en Saenredam – Doorzicht en Inkijk in een Sacrale Ruimte

De Haarlemse schilder van kerkinterieurs Pieter Saenredam (1597-1665) had
een buitengewone belangstelling voor de weergave van het perspectief. Ook
bij Vermeer zien we het belang van het perspectief om de ruimte-illusie
van zijn interieurscènes overtuigend weer te geven, met name in zijn te-
gelvloeren en de loodstrips in zijn glas-in-lood ramen. Het perspectief
voert de beschouwer, door het schilderij heen, binnen in een andere,
sacrale ruimte.

“The distance of perspective
has the same effect
on the mind
as on the eye”
Samuel Johnson

In de kerkinterieurs van Pieter Jansz. Saenredam uit Haarlem (1597-1665)
speelt het perspectief een grote rol. Zoals in bovenstaand schilderij van
het kerkinterieur van de Sint Bavo in Haarlem in het Philadelphia Museum
of Art. Door de lage horizonlijn ontstaat hier een monumentale, opwaartse
ruimtewerking.
Pieter Saenredam werd geboren in Assendelft in 1597. Hij was de zoon van
Jan Saenredam, die als cartograaf en graveur de kost verdiende. In 1608,
op elfjarige leeftijd, net nadat zijn vader was gestorven, verhuisde hij
met zijn familie naar Haarlem, waar hij de rest van zijn leven bleef wo-
nen en werken. Saenredam specialiseerde zich daar in het schilderen en
tekenen van kerkinterieurs.

“De Muziekles” van Vermeer in de Royal Collection in Londen oogt als een
perspectief-kijkdoos met de orthogonalen/perspectieflijnen die samenkomen
in het centrale verdwijnpunt op de horizonlijn. Dit bevindt zich op de el-
leboog van de linkermouw van het jakje van de dame aan het klavecimbel.
Met name het lege linkerdeel van de tegelvloer zorgt voor een sterke diep-
tewerking en ruimte-illusie.

Een Haagse aristocraat Pieter Teding van Berkhout noemt in zijn verslag
over zijn bezoek aan het atelier van Vermeer op 21 juni 1669 met name Ver-
meer’s gebruik van het perspectief:
“Je fus voijr un celebre peijntre nommé Vermer qui me monstra quelques
échantillons de son art dont la partie la plus extraordinaijre et la plus
curieuse consiste dans la perspective”

Hoewel Vermeer nooit een kerkinterieur heeft geschilderd, ervaren veel
mensen in zijn verstilde interieurs het gevoel zich in een mysterieuze,
sacrale ruimte te bevinden. De illusie zich in een dimensie te wanen waar-
in de tijd tot stilstand gekomen is en alles alleen nog maar licht is.
Bij het creëren van die wonderlijke illusie, door een schilderij in een
andere ruimte getransporteerd te zijn, speelt het perspectief een cruci-
ale rol.

Filmstills van een digitale reconstructie/computersimulatie van De Muziek-
les van Vermeer in de documentaire Vermeer – The Master of Light uit 2001.

Binnen zijn oeuvre is De Muziekles van Johannes Vermeer in de Royal Col-
lection in Londen een werk, waarin het perspectief een overheersende rol
speelt. Dit schilderij staat om die reden ook in het middelpunt van veel
reconstructie-projecten over de werkwijze van Vermeer, zoals in het boek
“Vermeer’s Camera” van Philip Steadman en de film “Tim’s Vermeer” van
Tim Jenison.

Het perspectief in De Muziekles is geconstrueerd volgens het centraalper-
spectief met een centraal verdwijnpunt op de horizonlijn en twee zijwaart-
se verdwijnpunten op de horizonlijn om de tegelvloer te construeren.
In 1930 publiceerde de Utrechtse kunsthistoricus en tekenaar P.T.A. Swil-
lens “Een perspectivische studie over de schilderijen van Johannes Vermeer
van Delft” en tevens “Pieter Janszoon Saenredam. Schilder van Haarlem
1597-1665”, beiden als meesters van het perspectief. Swillens was de eer-
ste die een uitgebreide studie wijdde aan het perspectief in Vermeer’s
schilderijen. Later zou de Britse professor architectuur Philip Steadman
Vermeer’s gebruik van perspectief verbinden met diens gebruik van de ca-
mera obscura in zijn studie “Vermeer’s Camera – Uncovering the Truth be-
hind the Masterpieces” uit 2001.

In De Muziekles van Vermeer is een spijkergaatje te zien in de linkermouw
van het geel-zwarte jakje van de dame aan het klavecimbel, precies op de
plaats van het centrale verdwijnpunt op de horizonlijn. Door een dunne
krijt-draad aan dit spijkertje steeds strak te trekken kon Vermeer de
kaarsrechte lijnen van het perspectief vastleggen. Een techniek, die al
werd toegepast door de Oude Egyptenaren bij muurschilderingen in de tom-
bes van de farao’s, om rechte lijnen te verkrijgen.

Het Laboratorium van de Alchemist, Hans Vredeman de Vries , een gravure
uit 1595 (boven).
In 1604 en 1605 verschenen twee delen van het magnum opus “Perspective”
van Hans Vredeman de Vries (1527-1606), met vele voorbeelden van archi-
tectuur-tekeningen volgens de wetten van het perspectief.
Perspectief, schrijft Vredeman de Vries in de voorrede, is een
“inschynende oft deursiende ghesichte der oogen, op papier, doeck, pen-
neel, oft mueren, int schilderen met coleuren oft andersins bethoont”.
Het basisprincipe van perspectief is volgens hem het bestaan van verdwijn-
punten waar alle lijnen samenkomen. Deze verdwijnpunten liggen op de hori-
zon, de denkbeeldige lijn die je ziet als je recht vooruit kijkt. Het
voornaamste verdwijnpunt, het oogpunt, ligt niet noodzakelijk in het mid-
den, maar is afhankelijk van de positie van de kijker.

Interieur van het Koor van de St. Bavo in Haarlem, 1660, Pieter Saenredam,
Worcester Art Museum. Ook hier is weer sprake van een lage horizonlijn,
wat het perspectief in de voorstelling een opwaartse werking geeft.

Schip en Koor van de Catherijnekerk in Utrecht, 1655-60, Pieter Saenredam,
Upton House, Warwickshire, een fraai landhuis/museum in Engeland

Saenredam geldt als een van de eerste schilders, die zich toelegde op het
maken van nauwkeurige architectuur voorstudies, alvorens hij aan het ech-
te werk begon. Op basis van perspectiefschetsen, bouwtekeningen en nauw-
keurige metingen op locatie bij het maken van een plattegrond, kwamen de
composities voor zijn schilderijen tot stand. Dat deed hij niet op loca-
tie maar in zijn atelier. Handig gebruik makend van de regels van het
lineair perspectief wist hij de interieurs van kerkgebouwen en kathedra-
len overtuigend vast te leggen. Nauwkeurig volgde en construeerde hij de
lijnen van uiterst complexe booggewelven, en verkleinde hij op systema-
tische wijze de afstand tussen de opeenvolgende pilaren. Ook maakte hij
soms gebruik van de wetmatige perspectivische versmalling van de plavui-
zen en tegels op de kerkvloer. Saenredam koos er meestal voor om het ge-
bouw vast te leggen zonder mensen erin. Bij uitzondering plaatste hij er
slechts enkele kleine figuren in, waarschijnlijk bedoeld als tegenhanger
voor de overweldigende ruimte in een kerk. De kunstenaar wordt geroemd
om de serene sfeer en rust, die zijn kerkinterieurs uitstralen. Zijn faam
reikt wereldwijd. Samen met Rembrandt, Frans Hals en Vermeer behoort hij
tot de beroemdste Nederlandse kunstenaars uit de periode van de barok.

Pieter Jansz. Saenredam, Interieur van de Sint-Bavokerk in Haarlem, 1636,
olieverf op paneel, Philadelphia Museum of Art. De lage horizonlijn geeft
de beschouwer het gevoel van een overweldigende ruimte, die de bezoekers
tot dwergen maakt.
Saenredam schilderde van verschillende kerken meerdere versies. Het inte-
rieur van de grote middeleeuwse in gotische stijl gebouwde Sint-Bavokerk
in zijn eigen woonplaats Haarlem, gelegen aan de Grote Markt, was wel
het meest favoriet voor de kunstenaar. Hij heeft er een groot aantal
schilderijen en tekeningen op gebaseerd, die te vinden zijn in de groot-
ste musea ter wereld, zoals in het Louvre, het Rijksmuseum in Amsterdam
en het Philadelphia Museum of Art. Hierboven uit de collectie van het
laatste museum Interieur van de St Bavo in Haarlem uit 1631, waarop de
kunstenaar voor zijn doen veel mensfiguren heeft afgebeeld. Maar hij
heeft ook interieurs van vele andere kerken vastgelegd, zoals dat van
de Buurkerk in Utrecht en dat van de Sint-Janskathedraal te ‘s-Herto-
genbosch, dat te bewonderen is in de National Gallery of Art in Washing-
ton.

De Noordelijke Zijbeuk en de Koorkapel van de Sint Janskerk in Utrecht van
Pieter Saenredam.
Dit schilderij werd vrij recent herontdekt als een authentiek werk van
Saenredam uit 1655 door kunsthandelaar Jan Six op een veiling in Londen.
In 2011 was het te zien in het Centraal Museum in Utrecht.

Interieur van de Sint Odulphuskerk in Assendelft (1649), de geboorteplaats
van Saenredam. Dit schilderij is te zien in de Eregalerij van het Rijks-
museum in Amsterdam. Voor dit schilderij is ook een voorstudie/perspec-
tiefschets bewaard gebleven.

Tekening van De Domkerk te Utrecht: het schip en het koor uit het westen
(Interior of the St. Martin’s Dom (Cathedral) in Utrecht), van Pieter
Saenredam uit 1636. Saenredam maakte in 1636 tijdens een verblijf van
twintig weken in Utrecht vele tekeningen en schilderijen van kerken in
Utrecht.

Van Vermeer is geen enkele tekening, voorstudie of schets bewaard geble-
ven. Van Saenredam zijn vele meer of minder uitgewerkte tekeningen tot ons
gekomen, waaronder op zichzelf prachtige kunstwerken. De lijn en het per-
spectief is de basis van de schilderkunst van Saenredam. Saenredam zoekt
heel gericht de schoonheid van het perspectief an sich. Vermeer bouwt
zijn schilderijen eerder op uit vlakken, kleur en licht. Voor Vermeer is
het perspectief eerder een hulpmiddel om in een schilderij tot een over-
tuigende ruimte- en dieptewerking te komen. Tot de tekenkunst als zelf-
standige kunstvorm schijnt hij zich niet bijzonder aangetrokken te heb-
ben gevoeld. Van een verwante schilder als Ter Borch zijn wel vele te-
keningen bewaard gebleven, net als van Saenredam.

Het Gezicht op Delft (uitsnede) van Johannes Vermeer uit 1659 in het Mau-
ritshuis, Den Haag en Gezicht op de Mariaplaats en de Mariakerk te Utrecht
van Pieter Saenredam uit 1662 in het Museum Boijmans van Beuningen in Rot-
terdam.
Vermeer zocht het licht zelf. Saenredam vooral de zuiverheid van de lijn.
Wat ze gemeen hebben is de serene stilte en rust in hun schilderijen.

In deze twee olieverfschilderijen op paneel van Pieter Jansz Saenredam met
een Interieur van de Buurkerk te Utrecht uit 1644 en 1645 is te zien dat
Saenredam naast de illusie van het perspectief zoekt naar een overtuigen-
der weergave van het licht. Deze schilderijen zijn te zien in de National
Gallery in Londen en het Kimbell Art Museum, Fort Worth in Texas.

Naast zijn stillevens legt de bekende hedendaagse Groningse kunstschilder
Henk Helmantel zich ook toe op het schilderen van kerkinterieurs van
kleine dorpskerken, in de traditie van Saenredam.
Zoals in dit schilderij De Absis in de Romaanse kerk te Bozum uit 2003.

In 2017 was in het Stedelijk Museum in Alkmaar een mooie kleine tentoon-
stelling met kerkinterieurs van Vermeer’s stad- en tijdgenoot Emanuel
de Witte te zien. Delft kende meerdere schilders van kerkinterieurs:
Emanuel de Witte, Gerard Houckgeest en Hendrick van Vliet. Mogelijk
werd Vermeer door hen geïnspireerd door het spel van licht over de wit-
gekalkte muren van de Oude en Nieuwe Kerk in Delft in hun schilderijen,
waarvan de echo doorklinkt in de witte muren in Vermeer’s beroemde
interieurscènes.

Op YouTube is deze mooie video te zien Saenredam, Interior of Saint
Bavo, Haarlem:

Ook fraai is deze video van de schrijver Bernlef voor het schilderij
Gezicht op de Mariaplaats en de Mariakerk te Utrecht van Pieter Saen-
redam uit 1662 in het Museum Boijmans van Beuningen: