“VERMEER’S AFTERLIVES” – OVER DE ULTIEME SCHILDERS DROOM – “HOW TO PAINT MY OWN VERMEER”

Johannes Vermeer….. Persoonlijk ken ik geen andere schilder die zo tot de verbeelding spreekt van latere generaties kunstenaars, waarvan sommigen zelfs de ultieme droom koesteren om ooit hun “eigen Vermeer” te schilderen. “Tous les peintres ont rêvé  d’être Vermeer !” Van  kunstschilders, kopiisten én vervalsers, tot schrijvers, dichters, fotografen en filmmakers.

Alsof zijn schilderijen blijven oplichten in Spinoza’s Sub Specie Aeternitatis – in het licht van de eeuwigheid. Daarover gaat het in het onlangs verschenen rijk geïllustreerde boek met de mooie titel “Vermeer’s Afterlives” van Ruth Bernard Yeazell van Princeton University, die een subtiele religieuze ondertoon suggereert.

In dit blogstukje een klein boeket van mijn eigen favorieten onder door Vermeer geïnspireerde kunstenaars, die in haar boek ook aan bod komen en aan wie ook ik zelf in blogs op deze website al eerder aandacht heb besteed. Vermeer’s grote tijdgenoten als De Hooch, Ter Borch en Metsu en latere Vermeer-vervalsers laat ik hierbij in dit bestek even buiten beschouwing.

George Deem, Extended Vermeer, 2000, olieverfschilderij, privécollectie, Hartford.

Johannes Vermeer, Lady Writing a Letter with her Maid, 1670, National Gallery of Ireland, Dublin

Vermeer is een van de meest geliefde schilders in de kunstgeschiedenis. Hij is ook een van die schilders, die elke schilder diep in zijn hart zou willen zijn : “tous les peintres ont rêvé d’être Vermeer”.  “How to paint my own Vermeer” als de ultieme schildersdroom.

De vraag dringt zich op: waarom ? Waarom blijven de schilderijen van Vermeer nog steeds tot op de dag van vandaag  nieuwe kunstenaars prikkelen om met hun eigen werk op zijn werk te reageren, ook 350 jaar na zijn dood ?  

Gedurende twee eeuwen was Vermeer bijna geheel vergeten.. De kunstenaar zoals we hem vandaag de dag kennen – sereen, mysterieus en eindeloos meeslepend – is een beeld dat geleidelijk aan in de loop van de tijd boven is komen drijven na 150 jaar, waarin kunsthistorici, critici, dichters, schrijvers, en vervalsers ieder op hun eigen manier hun eigen betekenis en interpretaties probeerden te projecteren op een nu wereldberoemde kunstenaar, van wie we vrijwel niets met zekerheid weten. Een van de verklaringen voor “”Waarom juist Vermeer ?” kan dus zijn dat we feitelijk zo weinig zeker weten over Vermeer’s leven zelf en de tegelijk zeldzaam hoge kwaliteit van zijn schilderkunst. Dat dat gegeven anderen de uitdaging, vrijheid en kans geeft om er hun eigen interpretaties op te projecteren als op een leeg blanco projectiescherm.  Elke generatie ziet steeds weer iets anders en nieuws in Vermeer.

“Vermeer’s Afterlives” gaat minder over wat Vermeer zelf  met zijn schilderijen bedoelde te zeggen, en meer over hoe, door 350 jaar van ernaar kijken door andere kunstenaars en kunsthistorici, hun eigen interpretaties aan zijn schilderijen zijn gaan kleven. In haar boek laat Yeazell zien hoe de schilderijen van Vermeer voort blijven leven bij nieuwe generaties kunstenaars in schilderkunst, poëzie, literatuur, fotografie en film.  Het verhaal van Vermeer als de “wederopstanding” van een twee eeuwen lang “doodverklaarde” kunstenaar in het eeuwige Hiernamaals van de schilderkunst.

Film stills uit de slotscene van de film Witness uit 1985 van regisseur Peter Weir met actrice Kelly McGillis in de rol van de Amish vrouw Rachel.

Johannes Vermeer, Meisje met de Parel, 1665, Mauritshuis, Den haag

In de slotscene van het afscheid van wat een onmogelijke liefde blijkt te zijn tussen Amish vrouw Rachel Lapp en police officer/crime fighter John Book, doet de lange close up van haar gezicht met het witte hoofdkapje sterk denken aan  de pose en de blik van Vermeer’s Meisje met de Parel.

WAAROM JUIST VERMEER ?

VERMEER DE VERBORGEN MYSTICUS

In de titel “Vermeer’s Afterlives” ligt ook een spirituele connotatie besloten. De schilderkunst van Vermeer inspireert ook mystici, filosofen en religieus geïnspireerde denkers over de grote levensvragen. Wat is het in Vermeer dat mensen in zijn schilderijen een sacrale glimp ontwaren van het goddelijk mysterie ?  Het merendeel van de schilderijen van Vermeer tonen verstilde gewone, alledaagse taferelen, geen afbeeldingen van bijbelse taferelen en heiligen vol barokke dramatiek. Toch ervaren velen een sacrale en mysterieuze uitwerking in zijn schilderijen. Als ze iets van God menen te ervaren in de schilderijen van Vermeer, dan is het de God van Spinoza. Vermeer en Spinoza waren exacte tijdgenoten, beiden geboren in 1632. Vermeer zag ook in een witte wijnkan het licht van God, God is in alles, alles is God. Of zoals Spinoza het verwoordt: Deus Sive Natura – God en De Natuur zijn één en dezelfde entiteit. Alles en iedereen is een manifestatie van God. Vermeer geloofde net als Einstein in de God van Spinoza: “Ik geloof in de God van Spinoza, die zichzelf openbaart in de ordelijke harmonie van alles wat bestaat, niet in een persoonlijke God die zich bemoeit met het lot en handelen van mensen”. Vermeer schildert de transcendente schoonheid van het Hier en Nu.

Vermeer bracht mij al worstelend met de grote levensvragen bij de God van Spinoza. Zijn schilderijen hebben een uitstraling van Spinoza’s Sub Specie Aeternitatis.

WAT IS HET IN DE KUNSTENAAR VERMEER DAT ZO VEEL ANDERE KUNSTENAARS BLIJFT INSPIREREN ?

Johannes Vermeer’s schilderijen boeien kunstenaars omdat ze op onnavolgbare wijze het alledaagse verheffen tot pure magie. Zijn briljante weergave van natuurlijk daglicht, meesterschap over kleuren harmonie, en vermogen om intieme, verstilde momenten te bevriezen in de tijd raken bij velen een diep-emotionele snaar en creëren een optisch realisme, dat is blijven dienen als een ultieme standaard voor visuele enscenering in fotografie, schilderkunst en film.

Vermeer’s voortdurende invloed op kunstenaars door de eeuwen heen berust op verschillende pijlers van zijn zeldzame talent en vakmanschap.

Fotografisch realisme en gebruik van optica: Vermeer liep eeuwen vooruit op de fotocamera. Men neemt algemeen aan dat hij gebruik heeft gemaakt van een camera obscura, die hem in staat stelde de geleidelijke afname van natuurlijk daglicht in een binnenkamer waar te nemen en exact weer te geven. In plaats van messcherpe contouren of harde lijnen te schilderen, maakte hij gebruik van  “circles of diffusion” – wazige, doorschijnende lichtvlekken op glanzende oppervlakken – die zijn werk een zachte fotografische scherptediepte geven,  een werkwijze, die een revolutie teweegbracht in de schilderkunst.

Meesterschap over licht en kleur: In plaats van een vlakke, kunstmatige verlichting lijkt het licht van Vermeer te ademen als een levend spel van licht. Hij creëerde stralende lichtaccenten met behulp van kleine stipjes dikke verf (pointillés) en maakte veelvuldig gebruik van het uiterst kostbare, stralende blauwe pigment van natuurlijk ultramarijn voor de stoffen en schaduwen in zijn schilderijen.

De “Intimiteit van het Alledaagse”: Terwijl andere Barok kunstenaars zich richtten op grootse, dramatische en theatrale mythologische or historische scenes, richtte Vermeer zijn blik en lens volledig op gewone alledaagse mensen verdiept in verstilde, huiselijke bezigheden (het lezen van brieven, het uitschenken van melk, het spelen van muziek). Hij geeft de kijker het gevoel een discrete voyeur te zijn, die op gepaste afsiand een blik mag werpen in de private, intieme ruimte van een jonge vrouw in haar binnenkamer.

Psychologische resonantie: Recente neurologische studies tonen aan dat de compositie van Vermeer’s werken  (zoals het Meisje met de Parel) er voor zorgt dat de kijker in een gesloten circuit van aandacht terecht komt, dat de blik fixeert op haar ogen, haar lippen en de parel en de precuneus in de hersenen activeert—het gebied in de hersenen dat werkzaam is op het gebied van zelfreflectie en het verwerken en opslaan van diepgaande herinneringen in het diepe geheugen.

Harmonieuze compositie: Vermeer ging uiterst nauwgezet te werk bij het in elkaar zetten van zijn composities, als een componist van klassieke muziek.  Hij bleef voorwerpen eindeloos verschuiven en verplaatsen en paste schaduwen aan om uiteindelijk tot een volmaakt visueel evenwicht en rust in zijn compositie te komen.

Zijn technieken hebben diverse schilderstromingen beïnvloed, variërend van de Impressionisten  (die zich aangetrokken voelden tot zijn exacte weergave van natuurlijk daglicht) tot de Photorealisten en moderne cinematografen (die zijn kadrering en gebruik van “negative space” bewonderen).

Spinoza’s Sub Specie Aeternitatis en Vermeer’s Afterlives zijn voor mij onderling inwisselbare concepten. De beroemde filosoof en de beroemde schilder delen exact hetzelfde geboortejaar 1632 en zijn wat mij betreft zielsverwanten. Vermeer blijft in latere generaties voortleven omdat zijn schilderijen momenten verbeelden “sub specie aeternitatis”, of anders gezegd in het licht van de eeuwigheid. “Eeuwigh gaat voor een Oogenblick”, in de woorden van Vondel. In een schilderij als Vermeer’s Melkmeisje wordt de tijd opgeheven en duurt het uitschenken van de melk voor altijd voort in Spinoza’s licht van de eeuwigheid.

FILM

FILM “WITNESS”

Als het gaat over de invloed van de beeldtaal van Johannes Vermeer op de hedendaagse cinema, dan is de film “Witness” van regisseur Peter Weir uit 1985 mijn absolute favoriet. Met name vanwege de scenes, die zich afspelen in de nog steeds volgens hun oude religieuze tradities levende Amish gemeenschap in Pennsylvania. Die doen sterk denken aan het licht, de vrouwen met hun ingetogen uitstraling en de sfeer van tijdloosheid in de schilderijen van Vermeer. De serene, langzame en verstilde  beelden van het vredige traditionele landelijke Amish leven staan in schril contrast met de snelle, rauwe en aggressieve geweldscenes in deze hedendaagse Amerikaanse crime thriller. Een mooi voorbeeld dat in de kunst het licht niet zonder de duisternis kan, als een kunstenaar in zijn werk een interessante spanning op wil roepen.

Het licht-donker contrast wordt gebruikt als een stijlmiddel om de aandacht te sturen met behulp van een uitgekiende beeldregie. Het Clair-Obscur van Caravaggio en Rembrandt is hier een meesterlijk voorbeeld hiervan. Op filmacademies is het gebruik van licht door meesters als Rembrandt en Vermeer een voor de studenten verplichte lesstof.

Sequentie van film stills van de slotscene uit de film Witness uit 1985 van filmregisseur Peter Weir met actrice Kelly McGillis in haar rol van de Amish vrouw Rachel.

De magie van “the turning of the head”. Iedere portretfotograaf kent de magie van wat er gebeurt als een model met de rug naar hem toe zit, zich dan ineens omdraait en recht de camera in kijkt. Die blik is vaak verrassend levendig, sprankelend, indringend. Vermeer roept de suggestie van dat omdraaien meesterlijk op in één beeld in de pose van zijn beroemde schilderij Meisje met de Parel in het Mauritshuis in Den Haag.

De slotscene in de film Witness  is een long steady shot in close up van de jonge Amish vrouw Rachel, als de politieman John Book definitief afscheid neemt om terug te keren naar huis, naar de grote stad. Er schuilt een diepe schoonheid in hun onmogelijke, onbereikbare liefde, vanwege hun beider verschil in afkomst uit een totaal tegengestelde leefomgeving en leefstijl.

Er is een beroemde quote van Oscar Wilde:

“Getting what one wants” is geen vanzelfsprekende garantie voor het vinden van levensgeluk in de liefde. “Ïs a dream a lie, if it don’t come true ?” zingt Bruce Springsteen in The River. “There is no love, as true as the love, that dies untold”. (It Makes No Diffrence, The Band). “Though lovers die, love shall not. And death shall have no dominion”- Dylan Thomas.

Johannes Vermeer, Meisje met de Parel, 1665, Mauritshuis, Den haag

Ogen en blikken spelen een centrale rol in de beeldtaal van de film, net als bij Vermeer. Het thema van de blik ligt al in de titel van de film besloten: “Witness”. De Getuige. In de Witness-filmstill en Vermeer’s schilderij Girl with a Pearl Earring draait alles om de blik. Er is alleen dat kijken. Being witness. Getuige zijn. Zien zonder oordeel.

Johannes Vermeer, Officer and Laughing Girl, 1657, Frick Collection, New York

De positionering van de man (Harrison Ford) en de vrouw (Kelly McGillis) in deze Witness filmscene doet sterk denken aan die in Vermeer’s schilderij Officer and Laughing Girl in de Frick Collection in New York.

De grote figuur in donker silhouet van de man op de voorgrond fungeert als repoussoir tegenover het oplichtende meisje, waardoor er diepte en spanning in het scenebeeld ontstaat. Deze klassieke enscenering met twee protagonisten wordt in filmshots van dialoogscènes veelvuldig toegepast door filmregisseurs.

Johannes Vermeer, Het Melkmeisje, 1658, Rijksmuseum, Amsterdam

Er schuilt een bijzonder soort schoonheid in de zelfvergeten concentratie van eenvoudige dagelijkse handelingen. Rachel die als Amish vrouw bezig is met het inmaken van fruit in weckpotten. Vermeer’s Melkmeisje met het uitgieten van melk in een kom om broodpap te maken. Beide alledaagse scenes zijn aangelicht met helder daglicht dat van opzij vanuit het raam over de jonge vrouw en het stilleven op de tafel valt en zo een eenvoudig dagelijks tafereel een bijna sacrale, bovennatuurlijke intensiteit en uitstraling geeft. Eenvoud is kenmerk van het ware.

Johannes Vermeer, Brieflesendes Mädchen am Offenen Fenster (detail), 1657-59, Gemäldegalerie Alten Meister in Dresden

Hier gaat het om de weerspiegeling van een gezicht in een raam. Het helder verlichte gezicht met de open verwonderde ogen van het jongetje Samuel weerspiegelt in het glas van het raam in een treincoupé, waar hij zojuist een luchtballon voorbij zag komen zweven.

Evenzo wordt in Vermeer’s Brieflesendes Mädchen am Offenen Fenster het gezicht van de jonge brieflezende vrouw weerspiegeld in het open staande glas-in-lood raam. Een verdubbeling van de blik. Er ontstaat impliciet een driehoeksrelatie met de ogen van de kijker.

Over het thema kind gesproken, is het opvallend dat Vermeer maar liefst veertien kinderen had, maar dat in zijn schilderijen bijna geen kinderen voorkomen (zoals bijvoorbeeld bij zijn tijdgenoot Jan Steen wel het geval is). De spelende kinderen op de stoep in Vermeer’s Straatje in Delft, dat is het wel zo’n beetje. Je zou ook het schilderij met de kleine Cupido van Cesar van Everdingen, dat hij in enkele van zijn composities opgenomen heeft, als schilderij met een kind kunnen beschouwen, maar in dat geval betreft het geen levend kind dat als model poseerde. Een verklaring kan gewoon heel praktisch zijn, dat een beweeglijk en lastiger stil te laten poseren kind zich niet leende voor Vermeer’s tijdrovende, langzame en bedachtzame werkwijze.Op negentiende eeuwse famile foto’s met lange belichtingstijden geven kleine kinderen ook vaak bewegingsonscherpte.

Filmstill van een nachtscene in de film “Witness” uit 1985 met actrice Kelly McGillis in de rol van Amish-vrouw Rachel.

Georges de la Tour, La Madeleine à la Veilleuse, 1640, Musee du Louvre, Parijs

Een meester wiens beeldtaal ik herken in sommige nachtscenes van Witness is de Franse 17e eeuwse schilder Georges de la Tour, met zijn intieme en verstilde kaarslicht schilderijen. Georges de la Tour is een soort “verstilde Caravaggio”, zonder het drama van Rembrandt. Johannes Vermeer en Georges de la Tour zijn zielsverwanten;  Ze schilderen ieder in een ander licht – Vermeer schildert daglicht, de la Tour nachtelijk kaarslicht – maar ze delen dezelfde voorliefde voor contemplatie, eenvoud, verstilling, vredige rust, concentratie en aandacht.

Filmregisseur Peter Weir vestigde in zijn flim “Witness” (1985) de aandacht op de sfeervolle schilderijen van de 17e eeuwse Hollandse meester Johannes Vermeer, die voor hem een inspiratiebron vormde voor het gebruik en vormgeving van licht, beeldcompositie en kadrering in deze filmklassieker. Met name in de scenes met de  landelijke en traditioneel levende Amish bevolking op het platteland van Pennsylvania.

De invloed van Vermeer is duidelijk terug te zien in het gebruik van natuurlijk daglicht: de director of photography John Seale maakte vaak gebruik van diffuus gericht daglicht, in navolging van hoe Vermeer gebruik maakte van  zacht, natuurlijk daglicht dat door een raam naar binnen stroomt.

Ook de filmische compositie ademt Vermeer. Net als de rustige, in de tijd bevroren verstilling zoals die te vinden is Vermeer’s meesterwerken, fungeert de landelijke Amish leefwijze zonder electriciteit als een levend schildersdoek. Een tableau vivant.  De visuele kadrering legt de nadruk op intieme, met zorg en aandacht gekozen close ups van verstilde momenten.

Het combineren van een moderne Amerikaanse misdaad actiefilm  met het verstilde, landelijke traditionele leven van de Amish in Pennsylvania vormt een mooi, spannend contrast, waardoor de film geen moment verveelt en niet vervalt in een saaie “mooie plaatjes-film”.

Op YouTube staan ook losse fragmenten uit de film, waaronder de iconische scene “Building the Barn”, met die prachtige muziek van Maurice Jarre eronder. Als een jong Amish-stel gaat trouwen, komt de hele gemeenschap samen om voor hen – in één dag ! – een grote boerenschuur te bouwen, waarin zij op eigen kracht hun verdere toekomst mee op kunnen bouwen. Er zit iets van Vermeer in de Amish-vrouwen en iets van Bach in de muziek. Iets dat maakt, dat ook ik zelf al mijn hele leven lang uiteindelijk altijd weer terug blijf keren bij Vermeer.

Witness (1985), ‘Building the Barn’ scene:

SCHILDERKUNST

VILHELM HAMMERSHOI (1864–1916)

Geen enkele moderne meester is er ooit in geslaagd het artistieke niveau van Johannes Vermeer te benaderen of te evenaren, daar de sublieme verstilling en lichtwerking van originele Vermeerschilderijen onvoorstelbaar delicaat, volstrekt uniek en onherhaalbaar is. Onder hen komt de Deense schilder  Vilhelm Hammershøi (1864–1916) misschien nog het meest dicht in de buurt van Vermeer, door zijn meesterlijke weergave van licht, zijn strakke composities en diepe verstilling.

Als schilder wordt Vilhelm Hammershøi (1864–1916) vaak als de “Vermeer van het Noorden” beschouwd. Deze Deense schilder is Vermeer’s meest naaste evenknie in de kunstgeschiedenis vanwege zijn verstilde schilderijen van lege, met licht gevulde huiselijke interieurs met een jonge vrouw. Zijn werk geeft op meesterlijke wijze de poëtische verstilling weer in een alledaagse Deense binnenkamer in Kopenhagen, op een manier, die meteen aan Vermeer’s zeldzame gevoeligheid voor licht en sfeer doet denken.

Vilhelm Hammershoi, Interior with Ida in a White Chair, 1900, olieverfschilderij, Privé Collectie.

Ida, de vrouw van de Deense schilder Vilhelm Hammershoi, was zijn enige en favoriete model. Heel vaak wordt zij op de rug gezien afgebeeld in wat fotografen een “back shot” noemen. Hammershoi was geobsedeerd door hoe helder daglicht over de blanke huid van haar nek strijkt boven de boord van haar zwarte jurk. Dit zie je ook in schilderijen van Degas in de weergave van zijn petites danseuses. Back shots hebben iets raadselachtigs, omdat je als kijker nooit zult weten wat er precies in haar om gaat. The mystery of the unknown. En de kijker kan er diens eigen gevoelens op projecteren als op een leeg filmdoek.

Vilhelm Hammershoi, Interieur met Jonge Vrouw op de Rug Gezien, 1904, olieverfschilderij, Randers Kunstmuseum, Randers, Denemarken.

De Deense schilder Vilhelm Hammershoi behoort in het genre van de schilderkunst tot mijn favorieten.

Vilhelm Hammershøi wordt vaak de “Deense Vermeer” genoemd of de “Vermeer van het Noorden”, vanwege de stylistische invloed ontleend aan de 17e eeuwse Hollandse  meester Johannes Vermeer.  Beide kunstenaars specialiseerden zich in het genre van verstilde, sobere huiselijke interieurschilderijen met één persoon, in delicaat weergegeven natuurlijk daglicht, en een raadselachtig, melancholisch gevoel van stilte. Anders dan Vermeer beeldt Hammershoi de vrouw heel vaak op de rug gezien af, wat fotografen een “back shot” noemen.

Hammershoi meets Vermeer: overeenkomsten en verschillen.

Directe inspiratie door Kunstreizen: In 1887 ondernam Hammershøi een reis naar Nederland en zag daar de Vermeer’s schilderijen in het Rijksmuseum in Amsterdam met eigen ogen. Deze ervaring had een grote invloed op zijn eigen schilderkunst en vormde een directe inspiratie voor zijn eigen steeds terugkerende onderwerpkeuze van een vrouw alleen in een  zonverlicht huiselijk interieur. “Pirouetter sur une idee” (Mallarmé). Het ene beeldidee, waar zijn hele oeuvre om draait, net als bij Vermeer.

De Muze zonder Gezicht: Net zoals Vermeer de vrouwen in zijn huishouden in Delft onsterfelijk maakte, schilderde Hammershøi voornamelijk zijn vrouw en muze Ida. Hammershøi daarentegen week vaak af van Vermeer’s traditionele poses van diens jonge vrouw als model, door Ida vaak juist op de rug gezien af te beelden of haar gezicht te verhullen.

Kadrering en Ruimtelijke Compositie. Beide schilders maakten gebruik van soortgelijke compositieschema’s, door gebruik te maken van deuropeningen, ramen, spiegels, en een uitgekiende kadrering binnenin hun interieurs om een strak geometrisch-perspectivische ruimtewerking en voyeuristische, verstilde sfeer te creëren

Kleuren palet. Terwijl Vermeer juist gebruik maakt van krachtige, levendige kleuren (zoals zijn beroemde lapis lazuli blauwen), beperkte Hammershøi zijn kleuren-palet tot een beperkt gamma van monochrome, gedempte grijstinten.

Johannes Vermeer, Brieflezende Vrouw in Blauw, 1663-64, Rijksmuseum, Amsterdam

Als jonge kunstenaar maakte Hammershoi ook buitenlandse reizen, waarbij hij in het Rijksmuseum in Amsterdam met eigen ogen de schilderijen van Vermeer heeft bekeken en bestudeerd. Met name De Brieflezende Vrouw in Blauw van Vermeer heeft een blijvende indruk bij hem achtergelaten en diende als inspiratie voor enkele van zijn eigen schilderijen. Ook Vincent van Gogh was gegrepen door dit schilderij en schreef erover in zijn brieven aan zijn broer Theo. In tegenstelling tot Vermeer ademen de interieurscènes van Hammershoi een meer melancholische sfeer, Met weinig kleur, meer in zwart-wit en grijstinten geschilderd, wat overigens ook een geheel eigen schoonheid heeft en ook past bij die typische Scandinavische, sobere protestantse.cultuur en geloofsovertuiging. Deze zie je ook terug in de films van de Zweedse cineast Ingmar Bergman.

Bij een vrouw in een Vermeer schilderij, hoewel ze alleen is in haar binnenkamer, krijg je nooit het gevoel dat ze eenzaam is. Bij Vermeer krijg je eerder het gevoel van verstild levensgeluk: “het leven is licht, kleurrijk en doorzichtig”. Dat is anders bij Hammershoi. “There’s a kind of shadow hanging over her”. De vrouw in een schilderij van Hammershoi lijkt zich wel eerder eenzaam te voelen en troost te zoeken in haar pianomuziek.

Het verschil tussen alleen en eenzaam is het verschil tussen vol en leeg, tussen sterk en kwetsbaar, tussen vreugde en verdriet. De vrouw in haar zwarte jurk in een Hammershoi schilderij wordt niet toevallig wel eens de “Weduwe van Vermeer” genoemd. Vermeer en Hammershoi delen dezelfde voorliefde voor verstilling, orde, harmonie, intimiteit, en ingetogen concentratie, maar toch ieder met een ander levensgevoel. Het verschil tussen stil geluk en melancholie. Beiden kunnen wat mij betreft kunst van grote schoonheid opleveren.

Ik moet dan denken aan troostende melancholie in de Impromptu’s van Schubert, de Nocturnes van Chopin of mooie Franse chansons van Brel of Aznavour. De troost van de schoonheid.

Vilhelm Hammershoi, Interior with Woman at the Piano, Strandgade 30, 1901, Privé collectie.

Vilhelm Hammershoi, Interior with Piano and Woman in Black, Strandgade 30, 1901, Ordrupgaard Museum, Charlottenlund, Denemarken

Johannes Vermeer, The Music Lesson, 1662-65, Royal Collection, Picture Gallery, Buckingham Palace,  London

Ook Vermeer schilderde een back shot pose van een jonge vrouw op de rug gezien in de Music Lesson in Londen. Hammershoi schilderde eveneens zijn vrouw Ida in haar zwarte jurk in een staande pose op de rug gezien, naast de piano. Deze compositie lijkt losjes geïnspireerd te zijn op de Music Lesson van Vermeer.

Een pianostuk, dat mooi past bij de “piano/schilderijen” van Vilhelm Hammershoi is de verstilde, meditatieve Prélude 1 uit het Wohl Temperierte Klavier van Johann Sebastian Bach, hier te beluisteren op YouTube.

Tzvi Erez plays Bach: Prelude 1 in C Major BWV 846 from the Well-Tempered Clavier:

Vilhelm Hammershoi, Sunbeams or Sunlight. Dust Motes Dancing in the Sunbeams. Strandgade 30, 1900, Ordrupgaard Museum, Charlottenlund, Denemarken

Vilhelm Hammershøi (1864–1916), Interior from the Home of the Artist, Strandgade 30, (datering onbekend), olieverf op doek, Kansallisgalleria, Ateneum, Helsinki, Finland

In tegenstelling tot Vermeer, schilderde Hammershoi ook geheel lege interieurs zonder figuren, de binnenkamers in zijn eigen huis in Strandgade 30 in het Deense Kopenhagen. Met die kenmerkende negentiende eeuwse witte panelen deuren. Hij speelt met de illusie hoe de ruimte van een kamer heel anders wordt ervaren met een gesloten of openstaande deur en alle gradaties daar tussen in. Of een straal zonlicht dat door het raam naar binnen valt in een lege kamer en zwevende stofdeeltjes doet oplichten.

Johannes Vermeer, Lady Standing at the Virginals, 1670-72, National Gallery, London

Johannes Vermeer, The Music Lesson, 1662-65, Royal Collection, Picture Gallery, Buckingham Palace,  London

Net als Vermeer had Hammershoi in zijn lege interieurs met deuren en ramen een voorliefde voor de strakke geometrie van een Mondriaan-achtige compositie van rechte perspectieflijnen en rechthoeken. Bij Vermeer zie je die voorliefde voor perspectief en geometrie vooral terug in de Lady Standing at the Virginals en de Music Lesson in Londen.

Op YouTube is deze video te zien over de Hammershoi-tentoonstelling in het Musée Jacquemart-André in Parijs – “Hammershoi – Entre Vermeer et Hopper”:

Op deze YouTube video is de “herontdekking” van Vilhelm Hammershoi als  “The Danish Vermeer” te zien  – “BBC 4 – Michael Palin and the Mystery of Vilhelm Hammershoi”:

THE “BOSTON SCHOOL” OF PAINTING

De “Boston School” van schilderkunst (actief tussen 1900–1930) combineerde de  Franse Impressionistische schilderstijl met de verstilde, uiterst zorgvuldig weergegeven lichtweergave in de interieurschilderijen van de 17e eeuwse Hollandse meester Johannes Vermeer. Prominente kunstenaars als Edmund C. Tarbell en William McGregor Paxton schilderden vaak vrouwen in verfijnde modieuze kostuums in smaakvolle elegante burgerlijke interieurs om het delicate spel van licht weer te geven. 

Philip Leslie Hale (1865–1931) was een Amerikaanse Impressionistische schilder, docent, en kunstcriticus, die ook tot de Boston School behoorde, maar het best bekend is door zijn boek Jan Vermeer of Delft (1913). Dit boek was de eerste uitgebreide monografie over Johannes Vermeer in de Verenigde Staten en is nog steeds zeer de moeite waard om te lezen, omdat hij naar Vermeer kijkt met het oog van een schilder.

William McGregor Paxton, The Letter, 1908, olieverfschilderij, Privé Collectie

Edmund C. Tarbell, Preparing for the Matinee, 1907, olieverfschilderij, Indianapolis museum of Art, Indianapolis.

Johannes Vermeer, Girl with a Red Hat, 1669, National Gallery of Art, Washington

Gretchen Woodman Rogers, Woman in a Fur Hat, 1918, olieverfschilderij, Museum of Fine Arts, Boston.

Johannes Vermeer, Girl with a Red Hat, 1669, National Gallery of Art, Washington

Hoeden en mode. Net als in de 17e eeuw van Vermeer waren hoeden in het Boston na 1900 een geliefd accessoire in de damesmode in de betere kringen. De zwierige rode hoed van Vermeer’s Girl with a Red Hat in Washington vind je in een zwarte versie terug in het schilderij  Preparing for the Matinee van Edmund C. Tarbell.

Johannes Vermeer, A Lady Writing a Letter, 1665, national Gallery of Art, Washington

De schilders van de Boston School waren erg onder de indruk van de soft focus-schilderstijl in Vermeer’s Lady Writing a Letter met haar gele jakje. Met name William McGregor Paxton past deze stijl veelvuldig toe. Hieronder twee voorbeelden van zijn schilderijen met die zachte contour-overgangen, die ook kenmerkend zijn voor Vermeer.

William McGregor Paxton, The House Maid, 1910, olieverf op doek, National Gallery of Art, Washington

William McGregor Paxton, The Canary, 1913, olieverf op doek, Huntington Library and Art Museum, San Marino, California, USA.

De Vermeer Techniek:

Schilders als Paxton and Tarbell bewonderden Vermeer’s gebruik van “color notes” – de manier waarop kleurvlakken en tonen zacht in elkaar overvloeien bij het weergeven van een een muur of een gezicht,  zonder gebruik te maken van scherpe getekende lijnen. Als schilderdocent gaven ze opdrachten aan studenten om kopieën te schilderen naar Vermeer’s werken om zijn schildertechnieken te leren beheersen van visuele harmonie, strakke compositie, soft focus effecten en weergave van het licht.

GEORGE DEEM

George Deem, Extended Vermeer, 2000, olieverfschilderij, privécollectie, Hartford.

Johannes Vermeer, Lady Writing a Letter with her Maid, 1670, National Gallery of Ireland, Dublin

Een van mijn favoriete recente artistieke navolgers van Vermeer is de Amerikaanse schilder George Deem (1932-2008).

George Deem (1932–2008) was een Amerikaanse kunstenaar bekend om zijn “art about art” schilderijen, waarin hij  uitgebreid en veelvuldig de schilderijen van de Hollandse meester Johannes Vermeer opnieuw heeft verbeeld. Zijn levenslange fascinatie voor Vermeer begon toen hij enkele Vermeer-schilderijen zag in een Europees museum gedurende zijn diensttijd in het leger, George Deem schildert nieuwe reconstructies, eigen versies en hommages van Vermeer’s iconische interieurschilderijen, door op zijn geheel eigen wijze te spelen met licht, compositie en vorm.

Extended Vermeer (2000): Een schilderij dat Vermeer’s Lady Writing a Letter with Her Maid uit Dublin combineert met de plafond beeldelementen van The Music Lesson uit Londen. Wat opvalt in dit werk van George Deem is de schoonheid van een leeg Vermeer interieur. Dat iets van de schoonheid van een Vermeer nog steeds overeind blijft , zelfs als je de figuren, meubels, gordijnen, wegschildert en er een leeg gestript Vermeer interieur over blijft. Dat zegt iets over de structurele kracht van het onderliggende “Vermeer Design”.

George Deem, Extended Vermeer, No 2, Woman in Blue, 2002, olieverfschilderij, New Britain Museum of Art, New Britain.

Opvallende door Vermeer geïnspireerde schilderijen van George Deem:

A Stool, A Chair, and a Map (2003): Een olieverfschilderij van 137 x 106 cm, waarin hij alle menselijke figuren van Vermeer’s The Artist in His Studio verwijdert en weglaat om de focus geheel en al te leggen op de basisstructuur, ruimtewerking en perspectief van de kamer zelf. Een beroemd voorbeeld van George  Deem’s “deconstructie”-methode: het uit elkaar halen, veranderen en weer in elkaar zetten van diverse Vermeer interieurschilderijen en er “zijn eigen Vermeer” van maken..

How to Paint a Vermeer (1981): Een expliciete studie en analyserend schilderij dat de systematische lagenopbouw tijdens het schilderen van een schilderij  in afzonderlijke lagen. in de stijl van Vermeer demonstreert.. Naar het origineel van Vermeer’s Young Woman with a Water Pitcher in het Metropolitan Museum of Art in New York.

Extended Vermeer (2000): Een schilderij dat Vermeer’s Lady Writing a Letter with Her Maid uit Dublin combineert met de plafond beeldelementen van The Music Lesson uit Londen.

De monografie van George Deem draagt de titel “How to Paint a Vermeer” en vormt een compilatie van vele van zijn klassieke “art-about-art” schilderijen, waaronder zijn hommages aan Vermeer.

Het boek “Vermeer’s Afterlives” heeft overigens een grote overlap met de inhoud en topics van mijn eigen website “Vermeer Revisited”: de artistieke invloed van de schilderkunst van Johannes Vermeer op latere generaties kunstschilders, fotografen, filmmakers, dichters, schrijvers, filosofen, tot en met het minder fraaie gilde der kunstvervalsers, voor wie het meer om het geld dan om liefde voor de kunst te doen is. Het verhaal van het Afterlife van Johannes Vermeer is ronduit spectaculair: van een twee eeuwen lang totaal vergeten provinciale schilder met een opvallend klein oeuvre tot vandaag de dag een van de meest geliefde kunstschilders ter wereld, wiens schilderijen een vaste plek hebben ingenomen in het culturele werelderfgoed.

George Deem, A Stool, a Chair and a Map, 2003, olieverf op doek, The Boston Athenaeum, Boston, Massachusetts

George Deem, The Red Chair, 2002, olieverf op doek

A Stool, A Chair, and a Map (2003): Een olieverfschilderij van 137.2 x 106.7 cm dat alle menselijke figuren van Vermeer’s beroemde meesterwerk The Artist in His Studio verwijdert en weglaat om de focus geheel en al te verleggen op de basiselementen, ruimtewerking en perspectief van de kamer zelf. Een “leeggeschilderde” Vermeer.

George Deem, Extended vermeer, No. 2, Woman in Blue Study, 2001, potlood, kleurpotlood en inkt op papier, New Britain museum of American Art, New Britain

George Deem begon zijn “eigen Vermeer” schilderijen altijd met een nauwkeurige perspectieftekening met potlood en inkt met behulp van een rasterpatroon.

George, Deem, George washington Vermeer, 1974, olieverfschilderij, New Britain Museum of American Art, New Britain.

In deze zwart-wit versie van Vermeer’s Music Lesson zijn de figuren van de jonge vrouw en de man weggeschilderd/weggelaten en is de spiegel boven het klavecimbel vervangen door een portret van George Washington,, de eerste Amerikaanse president.

In deze kleurenversie naar Vermeer’s Music Lesson uit Londen zijn de figuren en de grote tafel met oosters tapijt weggelaten. Hierdoor komt de schoonheid en perspectivistisch ruimtelijke werking van de zwart-witte marmeren tegelvloer sterker naar voren. De geometrische structuur van de ruimte, het patroon van de rijen marmeren vloertegels, het ritme van de plafondbalken en glas in lood strips van de ramen creëren een overtuigende ruimtelijke dieptewerking en versterken het perspectief. De zwart-witte tegelvloer is een van de meest in het het oog springende kenmerken van een Vermeer-interieurschilderij.

Deze versie laat zien hoe zeer deze Vermeer bij uitstek een ijzersterke perspectivische constructie is. Naast zijn fotografisch/optische kwaliteiten, is Vermeer ook een meester van het perspectief. Daarin is hij zeker schatplichtig aan Pieter de Hooch.

Johannes Vermeer, Young Woman with a Water Pitcher, 1660-62, Metropolitan Museum of Art, New York

George Deem, How To Paint A Vermeer, 1981, olieverfschilderij, privécollectie.

Een stapsgewijze serie studies van George Deem naar Vermeer’s Young Woman with a Water Pitcher. De blauwe onderschildering in de lagenopbouw doet aan Cézanne denken, maar de feitelijke monochrome onderschildering van Vermeer is in het originele schilderij in warme aardekleuren van oker en omber. De ultramarijnblauwe schakeringen in het originele Vermeer-schilderij zijn van een adembenemend delicate en zuivere schoonheid en verlenen aan de jonge vrouw een serene, zuivere uitstraling.

How to Paint a Vermeer (1981) is een expliciete studie en schilderij dat de systematische lagenopbouw in het creëren van een schilderij in de stijl van Vermeer uiteenzet en analyseert in afzonderlijke lagen..

Op YouTube is deze video te zien over het schilderij “How To Paint a Vermeer” van George Deem uit 1981:

George Deem, Seven Vermeer Corners, 1999, olieverfschilderij, Collection Wellington Management Company, Boston.

“Vermeer stripped bare” zou dit beeldconcept van George Deem kunnen heten. Het basisidee is eenvoudig: “het leeg schilderen van een Vermeer schilderij”. Door de figuren, de tafel en stoelen en stillevenvoorwerpen weg te laten. Wat opvalt is dat zelfs dan de serene uitstraling en schoonheid van de interieurs van Vermeer volkomen overeind blijft. De schoonheid van het perspectief en strakke geometrie komt dan zelfs nog mooier tot uiting.

PHOTO PAINTINGS

GERHARD RICHTER 

“Lesende”-  Gerhard Richter, 1994, olieverf op doek, San Francisco Museum of Modern Art

Johannes Vermeer, Brieflesendes Mädchen am Offenen Fenster, 1657-59, Gemäldegalerie Alten Meister in Dresden

Dit olieverfschilderij van Gerhard Richter uit 1994 draagt de titel “Lesende”.

Het is een portret in een zacht licht van zijn vrouw, Sabine Moritz, en profil, terwijl zij diep verzonken in de bladzijden van een tijdschrift zit te lezen. Het linnen canvasdoek meet  72 cm bij 102 cm. Het is een van Richter’s beroemde “blur pjhoto-paintings”, geschilderd naar een zelfgemaakte foto. Het schilderij heeft een verbazingwekkend exacte gelijkenis met een echte foto.

Diepe, verstilde concentratie is een wezenskenmerk van elke vrouw die Vermeer schildert.

Gerhard Richter heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij de 17e eeuwse Hollandse meester Johannes Vermeer ronduit beschouwt als de “God van de Schilderkunst”. Richter’s iconische “blurred photo-paintings” en intieme portretten (zoals  Moritz in Museum  De Pont) omtlenen aan Vermeer het zachte heldere licht, de verstilde sfeer, en diepe concentratie, die Vermeer’s interieurschilderijen kenmerken.

De zielsverwantschap tussen deze twee kunstenaars overbrugt eeuwen, stijlen en schildertechnieken.. Om deze verwantschap tussen Richter en Vermeer te illustreren, springen de volgende overeenkomsten en bijzondere stijlkenmerken met name in het oog:

Sublieme lichtweergave: beide schilders maakten meesterlijk gebruik van licht en schaduw om intieme, mysterieuze figuurstukken te creëren. Vermeer maakte gebruik van de Camera Obscura om natuurlijk daglicht vast te leggen, terwijl Richter deze fotografische blik nabootst door zijn kenmerkende “blur” techniek toe te passen in geschilderde portretten en ruimtelijke interieurstukken aan de hand van zelfgemaakte foto’s.

De kracht van verstilling: Richter heeft herhaaldelijk gesproken over Vermeer’s Dentellière uit het Louvre in Parijs en A Maid Asleep in het Metropolitan Museum in New York als belangrijke inspiratiebronnen voor zijn eigen werk. Hij voelde zich aangetrokken tot de manier waarop Vermeer er in slaagt om ogenschijnlijk alledaagse momenten boven zichzelf uit te laten stijgen tot monumentale, tijdloze composities.

Dieptewerking en waarneming: In beroemde werken als zijn Abstraktes Bild (Abstract Paintings), vertaalt Richter de sfeer van het verfoppervlak van Vermeer’s achtergronden in  zijn eigen dichte, met een raamtrekker nagetrokken natte verflagen, om de kijker aan te zetten diens blik te “vertragen” en de tijd te nemen voor een diepgaande, langdurige beschouwing van zijn schilderijen.

FOTOGRAFIE

TOM HUNTER

Tom Hunter,  Woman Reading a Possession Order, (from series Persons Unknown), 1997, Collectie Tom Hunter

Johannes Vermeer, Brieflesendes Mädchen am Offenen Fenster, 1657-59, Gemäldegalerie Alten Meister in Dresden

In de hedendaagse fotografie vind ik deze foto van de Britse fotograaf Tom Hunter een van de meest geslaagde fotowerken met een overtuigende “Vermeer-look”, geïnspireerd door het schilderij Brieflesendes Mädchen am Offenen Fenster van Vermeer in Dresden.

De Britse fotograaf Tom Hunter fotografeert hier de mensen en plaatsen in de krakers-gemeenschap in zijn directe omgeving.  Woman Reading a Possession Order, maakt onderdeel uit van een fotoserie ”Persons Unknown” gemaakt met een groep krakers in de Londense wijk Hackney eind jaren ’90. In deze foto ontleent Hunter zijn compositie en kleuren aan Vermeer’s Girl Reading a Letter at an Open Window in Dresden. Net als Vermeer, maakt Hunter portretten van verstilde alledaagse taferelen, waarmee hij zijn maatschappelijk gemarginaliseerdede “outsider”-krakersvrienden met een verstilde pose een edele, menselijke waardigheid wil meegeven. Het compositieschema van elke geënsceneerde foto in deze serie ontleende hij steeds aan een schilderij van Vermeer.

De Woman Reading a Possession Order is Filipa, een vriendin en buurvrouw in zijn krakersgemeenschap in Hackney in Oost Londen, op het moment dat ze een brief leest met een dwangbevel dat ze op last van de huis eigenaar uit huis gezet gaat worden met haar kind. Onder het schijnbaar vredige tafereel gaat dus een harde realiteit schuil.

Ook Vermeer verheft juist mensen met een lagere sociaal-maatschappelijke status zoals een eenvoudige dienstmeid in Het Melkmeisje, en dat is precies wat Tom Hunter met zijn krakersvrienden wilde doen. Verheffing. Mensen in de verdrukking, die in de media weggezet en neergesabeld werden als “werkschuw tuig”, optillen naar een hoger plan van menselijke waardigheid. Alleen dit soort schoonheid kan de wereld redden.

Als we onszelf de vraag stellen welke kunstenaar het artistieke niveau van de schilderkunst van Vermeer volmaakt benadert, dan moet het eerlijke antwoord zijn: geen een.

Niemand kan een Vermeer schilderen als Vermeer zelf. Velen hebben het geprobeerd, niemand is het echt gelukt.

Geen enkele kunstenaar slaagt erin Vermeer’s sublieme lichtweergave, unieke optische realisme en serene emotionele diepgang werkelijk volmaakt te evenaren. Toch kunnen kunsthistorici en experts in het werk van een aantal schilders kwaliteiten herkennen, waarin ze Vermeer soms opmerkelijk dicht naderen in artistieke brille, technische precisie, thematische verwantschap of diepe concentratie. Dat is waar het boek “Vermeer’s Afterlives” over gaat.

Hoewel de geest van Vermeer zeker voortleeft in het werk van vele andere kunstenaars, zal er nooit een “Tweede Vermeer” zijn. Vermeer is onherhaalbaar. Nobody paints a Vermeer like Vermeer. Nobody sings Dylan like Dylan. Vermeer heeft een unieke “stem”, die je uit duizenden meteen herkent.

Ook vormde Vermeer in zijn tijd de top van een hoge kunst pyramide. Die enorme pyramide onder hem, die zijn kunst in de Gouden Eeuw tot op eenzame hoogte optilde, bestaat al lang niet meer. Vermeer stond op de schouders van reuzen: de grote schilders van de Gouden Eeuw in Holland – Pieter de Hooch, Gerard Ter Borch, Gabriel Metsu.

Dat een ander genie als Vermeer op de top van nieuwe hoge golf naar boven komt drijven, kan natuurlijk wel, al blijft ook in dat geval de opkomst van een “Gouden Eeuw” op zichzelf al een uiterst zeldzame gebeurtenis in de geschiedenis. Zo’n tijdperk waarin in relatief korte tijd alles samenkomt en tot grote hoogte kan opbloeien.

Zonder de Gouden Eeuw in het 17e eeuwse Holland had ook Vermeer zelf nooit de Vermeer  kunnen worden, die wij nu zo bewonderen. Des te meer, omdat Vermeer een contemplatieve schilder is. Een contemplatieve schilder heeft precies de juiste omgeving nodig om zich tot zo’n hoog niveau te kunnen ontwikkelen. Vermeer was de juiste man op de juiste plaats in de juiste tijd. Hij moest het hebben van een ideale “constellatie der sterren”. Vermeer was niet het soort proactieve, hoog productieve schilder als een Picasso, die altijd en overal kunst kon maken.

Bovendien was Vermeer meer een kijker, dan een maker. Dat verklaart zijn lage productie van weinig schilderijen, maar ook de hoge kwaliteit en diepe zeggingskracht van zijn schilderijen.

Hoe interessant de “Vermeer Afterlives” ook zijn, wat mij betreft blijft overeind staan dat “no one of them compares to Vermeer”. Het zijn de Vermeer-elementen in het werk van George Deem die zijn eigen werken aantrekkelijk maken. Trek je echter alle Vermeer-elementen van zijn eigen werk af, wat blijft er dan over ? Het is de echo van Vermeer, die zijn werk aantrekkelijk maakt en die gewoon sterker is dan zijn eigen stem. Zijn werken zijn echter wel degelijk een mooie,interessante, creatieve hommage aan Vermeer.

Een song die het verlangen van elke schilder om zijn eigen meesterwerk te schilderen (of een Vermeer) heel treffend vertolkt is Bob Dylan’s “When I Paint My Masterpiece”, hier te zte beluisteren op YouTube:

Bob Dylan – When I Paint My Masterpiece (Studio Outtake – 1971 – Official Audio) :

Een song die de droom van een kunstenaar om een kunstwerk in het licht van Vermeer te schilderen heel mooi uitdrukt, is “In Dreams” met aan het einde die loepzuivere hoge falsetto stem van Roy Orbison: “Only in Dreams, in Beautiful Dreams”. Hier te beluisteren op YouTube:

JOHANNES VERMEER EN KITAGAWA UTAMARO – EEN BESCHOUWING OVER VERMEER DOOR DE OGEN VAN JAPAN

Tijdens een fotoshoot geïnspireerd op Breitner’s “Meisje in Witte Kimono” met model Anouk Duits, met wie ik regelmatig samenwerk, en haar verhalen over haar reis naar Japan, werd ik mij nog meer bewust van de diepe artistieke zielsverwantschap tussen de schilderijen van Johannes Vermeer en het verfijnde esthetische gevoel in de Ukiyo-e prentkunst van Japan. Met name de Bijinga-prenten van de grote Ukiyo-e meester Kitagawa Utamaro spreken mij in het licht van Vermeer bijzonder aan. De verstilde wereld van contemplatie van Utamaro,  de Japanse Thee-ceremonie en de Geisha sluiten voor mij naadloos aan bij de verstilde intieme binnenwereld van de vrouwen van Vermeer.

Het is geen toeval dat Japanners ook zo van Vermeer houden en dat de Franse  Impressionisten allemaal tegelijkertijd net zozeer in de ban raakten van zowel Japan (Japonisme)  als van Vermeer. Zielsverwantschap kent geen geografische of tijdsgrenzen. Hoe meer je gaat begrijpen van Japan, hoe meer je nog meer gaat begrijpen, waar Vermeer in wezen over gaat. Japan als de poort naar Vermeer.

Kitagawa Utamaro, “Three Beauties of the Present Day”, 1793,  houtsnede prent

Johannes Vermeer, Meisje met de Parel, 1665, Mauritshuis, Den Haag.

VERMEER EN JAPAN

Japanners koesteren een diepe bewondering voor Vermeer. Liefkozend “Ferumeeru” (フェルメール)  genoemd, op z’n Japans.

De schilderijen van Vermeer vinden een zuivere weerklank in de Japanse waarden van ingetogen rust, concentratie, intimiteit, serene schoonheid en eenvoud. Ze stralen een gevoelige contemplatieve sfeer uit, die doet denken aan de Zen-levenshouding. Japanners herkennen zichzelf in Vermeer’s verstilling, rust en focus op alledaagse momenten (“Zen and the Art of Pouring Milk”).

Bovendien hebben Japanners vanuit de spirituele Shinto-traditie een bijzondere gevoeligheid ontwikkeld voor de “bezieling” van materiële dingen, de “kami”,die zijn weerklank heeft in Vermeer’s bezielde, gevoelige weergave van alledaagse voorwerpen in zijn intieme binnenhuis-taferelen. Het zeldzame Japanse vermogen om het mysterie te zien in gewone concrete alledaagse dingen en momenten, zie je ook terug in de schilderijen van Vermeer.

Kitagawa Utamaro, The Teahouse Waitress Takashima Ohisa, Beauty Holding a Fan, 1793, houtsnede prent

Verder had het Delft van Vermeer door de VOC een sterke historische band met Japan en China. Het beroemde Delfts Blauw is ontstaan als een Hollandse imitatie van Chinees en Japans porselein. Maria de Knuijt, de mecenas van Vermeer, was grootaandeelhoudster van de VOC. Vandaar dat er zo veel oosterse luxegoederen in Vermeer’s schilderijen te zien zijn.

Veel filosofische en esthetische kernbegrippen in de Japanse prentkunst van Ukiyo-e uit de Edo-periode, hebben een sterke verwantschap met de schilderijen van Vermeer, zoals Mono No Aware, Wabi-Sabi, Shibui, Yugen, Ma, Fukinsei, Komorebi en Seijaku. Verderop in deze blog wordt nader ingegaan op deze verwantschap aan de hand van specifieke Vermeerschilderijen als voorbeeld, voor elk van deze esthetische Japanse concepten apart. 

De bewondering van Japanners voor Vermeer is zo groot dat tentoonstellingen met Vermeer-schilderijen steevast lange rijen bezoekers trekken, zoals in 2018 in Osaka. In Japan bestaat zelfs het verschijnsel van de “Vermeer-Otaku” – een persoon met een diepe, aan obsessie grenzende, bewondering voor Vermeer. Zoals professor Shinichi Fukuoka, die het boek “Vermeer – Realm of Light” schreef over zijn pelgrimages naar Vermeer-musea over de hele wereld.

Kitagawa Utamaro, A Beauty Threading a Needle, 1793, houtsnede prent

Johannes Vermeer, La Dentellière, 1669-70, Louvre, Parijs

JOHANNES VERMEER AND KITAGAWA UTAMARO

Van alle grote Japanse meesters van de Ukiyo-e prentkunst staat in mijn ogen vooral Kitagawa Utamaro het dichtst bij Vermeer.

Johannes Vermeer (1632–1675) en Kitagawa Utamaro (c. 1753–1806) waren beiden grootmeesters in hun weergave van het intieme, alledaagse leven van vrouwen, hoewel ze beiden in een heel andere cultuur, tijdperk en medium werkzaam waren. Vermeer in de Hollandse Gouden 17e Eeuw en Utamaro in de Japanse Edo periode in de 18e eeuw. Beide kunstenaars worden bewonderd om hun focus op licht, verfijnde technische meesterschap en gevoelvolle weergave van vrouwen. 

Vermeer en Utamaro kenmerken zich door hun focus op mooie jonge vrouwen. Vermeer is beroemd van zijn schilderij Meisje met de Parel, en het schilderen van contemplatieve vrouwen, vaak alleen op zichzelf in hun binnenkamer. Evenzo was Utamaro een meester van bijinga (afbeeldingen van mooie vrouwen), met name om zijn “groot-hoofd beelden” (ōkubi-e) die de nadruk legden op expressie en emotie. Beide kunstenaars excelleerden ook in het weergeven van verstilde intieme momenten van een jonge vrouw in haar binnenkamer.

Het lezen van brieven is bij beide kunstenaars een favoriet onderwerp. Zowel Vermeer als Utamaro  maakten prachtige werken met vrouwen die brieven lezen, schrijven, ontvangen, altijd met verwijzingen naar de liefde, een geliefd thema in de Hollandse genre schilderkunst.

Ook worden beiden geprezen om hun technische vaardigheden en meesterschap. Vermeer wordt bewonderd als de “meester van het licht”, terwijl Utamaro bekend staat voor zijn technische beheersing van houtsnede prenten (ukiyo-e), gebruik makend van subtiele kleuren en verfijnde detailweergave. 

Kitagawa Utamaro, Mutamugawa Toui No Tamagawa (Reading Beauty), 1793 , houtsnede prent

Johannes Vermeer, Brieflezende Vrouw in Blauw, 1662-64, Rijksmuseum Amsterdam

De Japanse Ukiyo-e meester Kitagawa Utamaro is met name beroemd om zijn houtsnede prenten en schilderijen van vrouwen in de Yoshiwara-wijk in Edo met zijn chique bordelen voor rijke kooplieden, met de focus op hun elegantie, modieuze kleding en haardracht. Zijn werk had, samen met andere Ukiyo-e meesters, een grote invloed op de Impressionisten in de 19e eeuw. Bekende werken van Utamaro zijn “Three Beauties of the Present Day” and de “Ten Types in Female Physiognomy” series. 

Johannes Vermeer (Hollandse Barok) was vooral gespecialiseerd in huiselijke interieur schilderijen van de gegoede burgerij. Hij maakte gebruik van nat-in-nat schildertechnieken en glaceerlagen om zacht licht te creëren en een natuurgetrouwe stofuitdrukking te verkrijgen. Zijn beroemdste werken zijn het Meisje met de Parel, het Gezicht op Delft en De Schilderkunst.

Hoewel Vermeer en Utamaro elkaar nooit hebben ontmoet of direct beïnvloed kunnen hebben, doordat ze elk in een andere tijd werkzaam waren, worden ze vaak met elkaar vergeleken als meesters, die de “vrouwelijke blik” wisten te vangen en subtiele gevoelens wisten op te roepen, ieder in hun eigen vertrouwde omgeving. Ondanks hun verschil in tijd en medium, hebben beide kunstenaars fascinerende artistieke parallellen en culturele overeenkomsten met elkaar gemeen. Beiden roepen een fijnzinnige sfeer van contemplatie op.

Kitagawa Utamaro, Naniwaya Okita Observing her Reflection in a Mirror, houtsnede prent, 1793, Metropolitan Museum of Art, New York

Kitagawa Utamaro, Mayu Hiki, Painting the Eyebrows, 1795-96, houtsnede prent

Johannes Vermeer, Vrouw met Parelsnoer, 1664, Gemäldegalerie, Staatliche Museen, Berlijn

Het werk van Vermeer en Utamaro laat gedeelde artistieke thema’s zien. Beiden zijn meesters van intimiteit en het alledaagse leven. 

Vermeer en Utamaro zijn meesters in het verheffen van het alledaagse leven. Zowel Vermeer als Utamaro braken met de traditie door het gewone leven als onderwerp te verkiezen en boven zichzelf uit te tillen. Vermeer schilderde verstilde, introspectieve huiselijke momenten van Hollandse vrouwen uit de gegoede burgerij (tijdens het lezen van een brief of het uitschenken van melk). Utamaro richtte zich op het dagelijks leven van vrouwen in de Edo-periode in Japan, waaronder ook courtisanes en geishas, en gaf hen in zijn houtsnede prenten weer met een diep gevoel voor psychologisch realisme, in plaats van louter als geïdealiseerde objecten.

Ook worden Vermeer en Utamaro bewonderd om hun psychologische blik en inzicht. Beide kunstenaars hadden een uitzonderlijke gave om het “innerlijk leven” van hun vrouwen te vangen. Vermeer’s portretten, zoals het Meisje met de Parel, laten vaak jonge vrouwen zien die zich naar de beschouwer wenden met  een raadselachtige, intieme gelaatsuitdrukking en blik. Evenzo, zorgde Utamaro voor een revolutie in het Ukiyo-e genre met zijn ōkubi-e (“groot-hoofd” portretten), door achtergronden leeg te laten en zich geheel te concentreren op subtiele gelaatsuitdrukkingen en nuances van gevoel om een intense relatie met de beschouwer aan te gaan. 

Vermeer and Japan

“Japonisme en Invloed”. Vermeer’s nauwgezette composities, afgeplatte beeldvlakken, en gebruik van heldere, compacte kleurvlakken zijn stijlkenmerken die sterk doen denken aan de traditionele Japanse esthetiek. Toen Europese kunstenaars de Japanese Ukiyo-e prenten ontdekten aan het eind van de 19e eeuw, leidde dat tot een stroming die Japonisme wordt genoemd. Dit ontketende een grote revolutie in de westerse schilderkunst. Utamaro’s dynamische ruimtelijke composities vormden een grote inspiratiebron voor de Impressionisten and Post-Impressionisten, terwijl ook precies in dezelfde tijd de toen nog maar pas door Thoré-Bürger herontdekte Vermeer als lang vergeten genie razend populair werd. 

Kitagawa Utamaro, Maple Leaves Koyo and Shamisen, 1803, houtsnede prent

Johannes Vermeer, De Gitaarspeelster, 1672, Kenwood House, Londen

Vermeer en Utamaro hebben veel overeenkomsten in hun onderwerpkeuze: een mooie jonge vrouw in verstilde, intieme taferelen in haar eigen wereld.

Ze bespeelt een muziekinstrument, ze leest een brief of een boek, is verdiept in fijn kantwerk, of ze maakt zich op voor haar opmaakspiegel.

Kitagawa Utamaro, “Takashima Ohisa and the Meiwa beauty Kagiya Osen”, 1793,  houtsnede prent

Kitagawa Utamaro, A Beauty Threading a Needle, 1793, houtsnede prent

Kitagawa Utamaro, Mutamugawa Toui No Tamagawa (Reading Beauty), 1793 , houtsnede prent                                                                                                                                       

De beroemde Ukiyo-e prenten uit de Japanse Edo-periode van Geisha’s door meesters als Kitagawa Utamaro (1753 – 1806) zijn ruim een eeuw later dan de schilderijen van Johannes Vermeer (1632 – 1675). Van een directe wederzijdse invloed is dus geen sprake. Toch is een tijdloze zielsverwantschap voelbaar tussen de typisch Japanse verstilde concentratie in de Bijinga-portretten (“Beauties”) van Utamaro en die van de ingetogen schoonheid van jonge vrouwen in de licht-schilderijen van Vermeer.

Het Japanse woord Geisha laat zich vertalen als “kunst persoon”. Geisha’s zijn traditionele Japanse vrouwelijke gezelschapsdames, hoogopgeleid in dans, zang, and kalligrafie. Hun levensstijl wordt vaak gekenmerkt door gedisciplineerde schoonheid, het verborgen houden van hun gevoelens, en het beheersen van de kunst van het geven van een voorstelling.

In Kyoto worden de jonge meisjes als Geisha-leerling “Maiko” genoemd en de volleerde volwassen Geisha’s “Geiko”.

Hoewel Johannes Vermeer nooit in Japan is geweest en niet rechtstreeks beïnvloed kon zijn door Japanse kunst, op dezelfde manier als de 19e eeuwse Franse Inmpressionisten dat later wel zouden worden, komen in sommige van zijn schilderijen diverse voorwerpen en luxueuze goederen naar voren, die een duidelijk zichtbaar bewijs vormen voor de 17e eeuwse Hollandse hang naar exotische Japanse en Oosterse kunst. Deze kwamen door de handel met de schepen van de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) terecht in de rijke koopmanshuizen en bij de gegoede burgerij in de Hollandse steden.

De duidelijkste voorbeelden van Japanse invloed op Vermeer is af te lezen aan deze specifieke luxe objecten in zijn schilderijen.

Zo’n luxe artikel was de Japonsche Rok (Japanse kamerjas). De Japonsche rok (Japans gewaad/kimono) is de meest zichtbare Japanse invloed op de Hollandse genre schilderkunst. Ze wordt gedragen door de geleerde in De Geograaf  van Vermeer (c. 1668–1669). Deze gewaden werden geïmporteerd naar Holland en werden een statussymbool van rijkdom, kennis, en handelscontacten met de hele wereld, vaak gedragen  door intellectuelen en geleerden.

Johannes Vermeer, De Astronoom, 1668, Louvre, Parijs

De Astronoom (c. 1668). Evenals De Geograaf, laat dit werk een geleerde zien, die een Japonsche rok – een kamerjas van Japanse makelij – lijkt te dragen, omringd met exotische voorwerpen afkomstig uit buitenlandse handel.

Johannes Vermeer, Meisje met de Parel, 1665, Mauritshuis, Den Haag

Het Meisje met de Parel (c. 1665): Het schilderij wordt vaak een “tronie” genoemd (een fantasie portret) waarin het meisje een exotische hoofddoek (turban) draagt. De heersende mode voor “Oriëntaalse” of “Oosterse” kledij in de Hollandse Gouden Eeuw was sterk beïnvloed door luze goederen die uit landen in het Verre Oosten binnenkwamen, waaronder uit Japan.

Of Japanse kunst een rechtstreekse invloed had op de artistieke esthetiek van Vermeer, valt niet te bewijzen. Hoewel Vermeer niet direct een Japanse techniek overnam, merken sommige kunsthistorici op dat Vermeer’s focus op verstilde interieurs en zijn meesterlijk, vaak minimalistisch, gebruik van licht en ruimte een esthetische gevoeligheid laat zien  die soms vergeleken wordt met het Japanse gevoel voor ontwerp, compositie, vlakverdeling en vormgeving. Deze overeenkomst wordt echter veeleer als berustend op toeval beschouwd,  dan als een bewuste rechtstreekse stijl-imitatie door Vermeer naar een concreet Japans voorbeeld. 

De “Japanse invloed”, waarover gesproken wordt in verband met Vermeer verwijst doorgaans veeleer naar de aanwezigheid van Japanse luxe goederen (zoals de Japonsche rok) in zijn interieurschilderijen, dan dat er sprake zou zijn van een stylistische invloed van de Japanse Ukiyo-e houtsnede prenten, die dus van veel latere tijd zijn.

Johannes Vermeer, De Astronoom, 1668, Louvre, Parijs

Johannes Vermeer, De Geograaf, 1668=-69, Städelsches Kunstinstitut, Frankfurt

Een opmerkelijk Japans cultureel exportproduct was de zogenaamde ‘Japonse rok’ (een kamerjas), die gebaseerd was op de Japanse kimono. Deze werden populair onder de Nederlandse rijke burgerij en intellectuelen als een comfortabel, maar chic huisgewaad. 

Cornelis de Man, Interior with a Man in a Japanese Robe, 1668-75, privé collectie

Jan Verkolje, Portret van Antonie van Leeuwenhoek, 1680-86, Rijksmuseum Boerhaave, Leiden

Deze “Japonsche Rok” is in de 17e eeuw te zien op veel schilderijen van geleerden in hun studeervertrek. Bij Vermeer is de Japonsche rok te zien in De Astronoom in het Louvre in Parijs en in De Geograaf in Frankfurt. Ook vinden we deze Japanse kamerjas terug in het schilderij van Cornelis De Man en in het portret van Antonie van Leeuwenhoek door de schilder Jan Verkolje. De Japonsche Rok doet sterk denken aan een Japanse kimono.

George Hendrik Breitner, Meisje in Witte Kimono, 1895, Rijksmuseum Twenthe, Enschede.

Ook de Nederlandse schilder/fotograaf George Hendrik Breitner raakte onder de invloed van het Japonisme en fotografeerde zijn model Geesje Kwak in een Japanse Kimono en gebruikte deze als uitgangspunt voor zijn beroemde serie Meisjes in Kimono, geschilderd rond 1895. Het zijn nu publiekslievelingen. Hij maakte schilderijen van een jong meisje in een rode kimono en in een witte kimono, waarvan de witte kimono-meisjes in het Rijksmuseum Twenthe (zie boven) en in het Rijksmuseum in Amsterdam mijn persoonlijke favorieten zijn.

Thijn van de Ven, Meisje in Witte Kimono (naar Breitner) , 2026, eigen bezit

Eigen fotowerk in samenwerking met model Anouk Duits, geïnspireerd op Meisje in Witte Kimono van George Hendrik Breitner uit de collectie van het Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Mijn eigen bescheiden vorm van reenactment en geënsceneerde fotografie, geïnspireerd op de grote meesters.

Johannes Vermeer, Vrouw met Parelsnoer, 1664, Gemäldegalerie, Staaliche Museen, Berlijn

Dekselpot, porselein, Arita,Japan, ca 1670-1690, Groninger Museum, Groningen

Japanse dekselpot van Arita porselein, het “Delfts Blauw” van Japan. Hier door Vermeer bijna als silhouet afgebeeld in Het Parelsnoer in Berlijn. Via zijn mecenas Maria De Knuijt kwam Vermeer in aanraking met oosterse kunstvoorwerpen, door haar hoge positie in de VOC, met diens unieke handelscontacten, waaronder met Japan. De stad Arita is ook in het hedendaagse Japan nog steeds beroemd om haar hoogwaardige porselein.

De invloed van Japan op Nederland in de 17e eeuw was voornamelijk economisch en materieel van aard, maar had ook een grote impact op de kennis van de wereld en de artistieke smaak in de Republiek. Vanaf 1609 mocht de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) handeldrijven met Japan, en vanaf 1641 was Nederland zelfs de enige westerse natie die handel mocht drijven met Japan via de handelspost Deshima. 

Japan had een grote invloed op  de smaak en interieurs in Nederland in de 17e eeuw door de import van luxegoederen uit Japan. De VOC importeerde grote hoeveelheden Japanse goederen die in de Nederlandse Gouden Eeuw zeer populair werden in de hogere kringen.

Een van deze luxegoederen was Japans porselein. Hoewel porselein uit China kwam, werd Japans porselein (zoals Imari en Arita) zeer gewaardeerd. Toen de Chinese markt in de late 17e eeuw moeilijker werd, nam de import uit Japan toe. Japanse lakdozen, kasten en andere meubels werden verzameld en beïnvloedden ook de Nederlandse kunstnijverheid. Japans lakwerk is een van de edelste Japanse ambachten. Verder haalde de VOC in de vroege 17e eeuw ook veel Japanse zijde naar Holland, die via omwegen werd verhandeld. 

PAUL INGBRETSON OVER JAPAN EN VERMEER

Paul Ingbretson, Videostills uit YouTube-video “Vermeer and Japan”

Paul Ingbretson is een professionele kunstenaar en leraar in Boston, Amerika. Met name is hij een vooraanstaande hedendaagse vertegenwoordiger van wat bekend geworden is als de “Boston School of American art”.

De Boston School was opgericht door een groep kunstenaars in Boston in het begin van de 20ste eeuw, die sterk beïnvloed werd door de schilderkunst van Johannes Vermeer en het Japonisme van de Franse Impressionisten.

Philip L. Hale, lid van de Boston School, publiceerde in 1913 een lijvige monografie over Vermeer, vanuit het standpunt van een impressionistische kunstschilder, die nog altijd de moeite van het lezen waard is. Een tijd waarin sprake was van “Vermeer-mania” en “Japan-mania”, waarin ik mezelf overigens steeds meer in herken. Misschien ben ik een eeuw te laat geboren, maar wel in een land met dat prachtige Hollandse licht van Vermeer.

In een serie van YouTube-talks bespreekt hij in onderstaande video de artistieke verwantschap tussen Vermeer en Japan:

VROEGE  NEGENTIENDE-EEUWSE FOTOGRAFIE IN JAPAN

Johannes Vermeer, De Gitaarspeelster, 1670, Kenwood House, Londen

Anonieme fotograaf, Geisha Playing the Shamisen, 19e eeuwe fotografie, met de hand ingekleurd, datum en maker onbekend.

De Gitaarspeelster van Johannes Vermeer in Kenwood House bij Londen heeft veel weg van een vroege negentiende Daguerreotypie foto opname, gemaakt met een groot formaat camera, met die prachtige vloei van het licht.

Vermeer’s schilderijen doen sowieso sterk denken aan de vroege fotografie met groot formaat camera’s uit de 19e eeuw, die nog met de hand ingekleurd werden. De eerste fotografen waren vaak kunstschilders die beroepsmatig de overstap maakten van kunstschilder naar fotograaf. Zij stonden nog met één been in de traditie van de schilderkunst en met het andere been in het toen nog nieuwe medium van de fotografie. Typisch Japans in de foto van de Geisha met Shamisen is de lege achtergrond, het gevoel voor “negative spaces”, waardoor de figuur van geisha sterker naar voren komt en nadrukkelijker aanwezig is.

De vroege fotografie speelde een sleutelrol in het vastleggen van het  19e eeuwse Japan en de westerse beeldvorming van Japan, door het werk van pionierende fotografen die het snel veranderende Japan van toen op foto vastlegden.

CEZANNE EN HOKUSAI – EEN VOORBEELD VAN JAPONISME EN HET FRANSE IMPRESSIONISME

Paul Cezanne, Mont Sainte-Victoire seen from Bellevue, 1892-95, Barnes Foundation, Pennsylvania, USA.

Katsushika Hokusai, Tama River in Musashi Province (Bushū Tamagawa), from the series Thirty-six Views of Mount Fuji (Fugaku sanjūrokkei), 1830-32, houtsnede prent, Edo periode, Metropolitan Museum of Art, New York

De Franse Impressionist Paul Cezanne liet zich in zijn tientallen schilderijen van de Mont Sainte Victoire bij Aix-en-Provence, zijn geboortestad, inspireren door de Japanse prentkunstenaar Hokusai met  diens prenten-serie van 36 Views on Mount Fuji. Herhaling van steeds hetzelfde onderwerp is ook een typerend kenmerk in de Japanse kunst.

Dit principe van herhaling heet Kata (型): Dit betekent “vorm” of “model”. In traditionele kunsten (zoals no-theater, theeceremonie) wordt herhaling van basisbewegingen (kata) gebruikt om meesterschap te bereiken. In het traditionele Japan geldt de Mount Fuji vanuit de Shinto filosofie als de heilige berg.

Voor mij persoonlijk betekent Vermeer, wat Mount Fuji betekent voor Japan. Een vast baken van eeuwige, tijdloze schoonheid. In Vermeer herken ik iets van mijn eigen natuur en neiging naar contemplatie, maar met dien verstande dat Vermeer natuurlijk oneindig veel beter en mooier is dan mijn eigen bescheiden talent, voor zover aanwezig.

EEN VOORBEELD VAN JAPONISME: MARY CASSATT AND UTAMARO

Mary Cassatt, Woman Licking the Envelope of a Letter, 1890-91, Aquatint print, Metropolitan Museum of Art, New York

Kitagawa Utamaro, portrait of Hinazuru of the Kaisetsuro, 1795, houtsnede prent, Art Institute of Chicago, Chicago

Mary Cassatt’s kennismaking met het werk van Kitagawa Utamaro in 1890 was voor haar een kantelpunt in haar artistieke ontwikkeling. Het veranderde haar van een traditionele Impressionistische schilder in een van de meest vernieuwende prentkunstenaars van haar tijd. Nadat ze een grote tentoonstelling van meer dan 700 Japanse houtsnede afdrukken in Parijs had gezien, was Cassatt  daar zo enorm van onder de indruk,  dat ze verwoed Utamaro’s werk begon te verzamelen. Deze Japanse prenten hebben haar eigen serie van tien kleuren prenten uit 1891 diepgaand beïnvloed.

VERMEER EN UTAMARO – EROTISCHE JEUGDWERKEN

Johannes Vermeer, De Koppelaarster, 1656, Gemäldegalerie Alte Meister, Dresden                                    

Kitagawa Utamaro, Nikishi-e Shunga prent, 1802, houtsnede prent

Het is opvallend dat onder de jeugdwerken van zowel Vermeer als Utamaro ook erotisch getint werk te vinden is. Is de Koppelaarster van Vermeer nog een redelijk kuis en eenmalig werk als “Bordeeltje”, de vele erotische Shunga-prenten van Utamaro zijn dat bepaald niet. Toch geldt voor beiden dat hun latere en beste werk door kenners wordt beschouwd als de meest zuivere en serene vrouwenkunst uit de kunstgeschiedenis ooit. Het een kan niet zonder het ander. Zonder Eros geen sprankelende, levende kunst. Teken van de huidige preutse tijd is dat de erotische Shunga-prenten van Utamaro in recente monografieën over Utamaro zelfs niet eens meer opgenomen worden.……. Toch is het een feit dat de verfijnde Geisha-cultuur in Japan is ontstaan in de bordelen voor rijke kooplieden in Edo, maar zich van daaruit ontwikkeld heeft tot een hoogstaande cultuur van gezelschapsdames/courtisanes met een zeer verfijnd kunstenaarschap op het gebied van conversatie, dans, zang, gedichten, muziek. De grote Geisha’s waren kunstenaars. Geisha betekent ook letterlijk in het Japans:”kunst-persoon”. De paradox van de betaalde liefde als verfijnde, kunstzinnige, hoofse liefde.

ARTIFICIAL INTELLIGENCE (A.I.)  VERSIES VAN UTAMARO-PRENTEN

Kitagawa Utamaro, Naniwaya Okita offering a cup of tea, 1793, houtsnede prent                                                                          

Kitagawa Utamaro, The Teahouse Waitress Takashima Ohisa, 1793, houtsnede prent

Hashiguchi Goyo (1880-1921) | Woman Combing her Hair (Kami sukeru onna), 1920, Taisho period, houtsnede prent

Artificial Intelligence bewerkingen van Kitagawa Utamaro prenten

Met de spectaculaire opkomst van beeldgeneratoren met Artificial Intelligence is er een trend ontstaan om beroemde kunstwerken “tot leven te brengen” met fotorealistische beelden en video”s. Aanvankelijk stond ik erg sceptisch tegenover deze ontwikkeling, maar inmiddels behoort het wel degelijk tot mijn guilty pleasures. Als het mooi gedaan is, is het gewoon mooi. Punt uit.

Of het kunst is, zal de geschiedenis later wel over oordelen. Misschien kan Artificial Intelligence voor een talentvolle hedendaagse kunstenaar wel ooit worden, wat de Camera Obscura werd voor Vermeer. Wie zal het zeggen ? Don’t speak too soon, for the wheel’s still in spin. (Bob Dylan). Als het zulke prachtige beelden oplevert als de schilderijen van Vermeer, zullen toekomstige generaties nergens meer over zeuren. Uiteindelijk is het toch het eindresultaat, dat overeind blijft staan. In de woorden van Vincent van Gogh: “werk, dat het uithoudt in de tijd”.

Torii Kotondo (1900–1976), Morning Hair (Asanegami), 1931, houtsnede prent, Art Institute of Chicago

De genoemde A.I –versies van Utamaro prenten zijn hier te zien op YouTube:

OVEREENKOMST TUSSEN DE KLASSIEKE BALLET DANSERES EN DE JAPANSE GEISHA

Zwanenmeer Ballet, Hermitage Theater, Sint Petersburg

Maiko (Leerling-Geisha) in Gion-Geishawijk in Kyoto, Japan

Als jong meisje moeten de klassieke ballerina en de Maiko (leerling-geisha) zich al vroeg onderwerpen aan een jarenlange, zware, soms pijnlijke  training en opleiding met streng opgelegde regels en ijzeren discipline om een prima ballerina in Moskou of Sint Petersburg of geiko/geisha in Kyoto te kunnen worden, wat slechts voor zeer weinigen is weggelegd. Het resultaat is wel van een zeldzaam soort tijdloze universele schoonheid van een nivo, dat wat mij betreft voor de individuele vrije artistieke zelfexpressie van de hedendaagse kunstenaar doorgaans ver buiten bereik blijft.

GEISHA

“She paints her face to hide her face. Her eyes are deep water. It is not for Geisha to want. It is not for geisha to feel. Geisha is an artist of the floating world. She dances, she sings. She entertains you. The rest is shadows, the rest is secret” – Arthur Golden

VERMEER DOOR DE OGEN VAN JAPAN

Vermeer’s schilderijen beschouwd vanuit Japanse esthetische kernbegrippen.

Johannes Vermeer’s schilderijen vinden een sterke weerklank in Japanse esthetische kernbegrippen, met name diegene, die associaties oproepen met rust, ingetogenheid en de schoonheid van het alledaagse leven. Hoewel Vermeer geen directe kennis had over Japanse kunst, ligt zijn rijpe stijl opvallend sterk in lijn met Japanse concepten als Wabi-sabi (schoonheid van imperfectie en vergankelijkheid), Shibui (ingetogen, eenvoudige schoonheid), en Yūgen (subtiele elegantie en diep mysterie). 

Johannes Vermeer, Het Melkmeisje, 1658-59, Rijksmuseum, Amsterdam

Wabi-sabi is een eeuwenoude Japanse levensfilosofie en esthetiek die draait om het omarmen van imperfectie en vergankelijkheid. Het leert ons om schoonheid te vinden in de eenvoud van de natuur, in dingen die doorleefd zijn en in het onvolmaakte, als tegenhanger van het westerse streven naar perfectie. 

Het concept is opgebouwd uit twee pijlers die nauw met elkaar zijn verbonden: 

Wabi staat voor eenvoud, bescheidenheid en harmonie met de natuur. Het gaat om het loslaten van luxe en overdaad, en tevreden zijn met wat je hebt en bent.

Sabi verwijst naar de schoonheid van de tijd en de vergankelijkheid. Het is de glans, slijtage of het patina dat een object of persoon krijgt door intensief gebruik of het ouder worden. 

Wabi-sabi in de praktijk
Waar in de westerse wereld vaak wordt gestreefd naar onberispelijke, nieuwe en symmetrische objecten, viert wabi-sabi het authentieke en doorleefde. Een bekend voorbeeld is kintsugi: de Japanse kunstvorm waarbij gebroken keramiek wordt gelijmd met goud of zilver. De breuklijnen worden niet verborgen, maar juist geaccentueerd, waardoor het object een nieuw, uniek verhaal krijgt en in waarde stijgt

Wabi-Sabi details in Vermeer’s Melkmeisje: het kapotte en gebarsten ruitje en de spijkergaten in de witgepleisterde muur.

Hoewel Johannes Vermeer bekend staat om zijn extreme precisie, drukken verschillende van zijn werken juist de essentie van het Japanse concept wabi-sabi (schoonheid in imperfectie, vergankelijkheid en eenvoud) uit, vaak door de verstilde sfeer en het gebruik van natuurlijk licht.

Het schilderij dat dit concept waarschijnlijk het best belichaamt, is Het Melkmeisje (c. 1659). Dit werk uit het Rijksmuseum is de ultieme uitdrukking van wabi-sabi in Vermeers oeuvre.

Het meesterschap van Vermeer toont zich in zijn vermogen het alledaagse boven zichzelf uit te tillen en te verheffen tot iets hogers. Wabi-sabi waardeert eenvoud en bescheidenheid. Vermeer schildert een dienstmeid die eenvoudig werk doet (melk schenken), wat normaal gesproken niet als onderwerp voor ‘hoge kunst’ werd gezien. In veel details in het schilderij is imperfectie en slijtage te zien. De muur op de achtergrond is vochtig en verweerd; er zit een gat en een barst in de ruitjes van het raam, spijkergaten en verkleuringen in de witgepleisterde muur. Ook het brood is korrelig en in stukken gebroken geschilderd.

Johannes Vermeer, Het Straatje in Delft, 1658-59, Rijksmuseum, Amsterdam

Mono no aware (物の哀れ) betekent letterlijk ‘de droefheid der dingen’ of ‘de schoonheid van de vergankelijkheid’. Het is een Japans esthetisch en filosofisch concept dat staat voor een melancholisch, maar intens gevoel van waardering voor het leven, omdat je je bewust bent dat alles tijdelijk is. 

Het concept drukt een bitterzoet besef uit: Het is een zachtaardige vorm van verdriet om het feit dat mooie momenten, de seizoenen en het leven zelf voorbijgaan. Bij Vermeer leidt Mono No Aware tot een diepere, intensere waarneming: juist omdat iets tijdelijk is, zoals de bloei van de kersenbloesem in het voorjaar, wordt het kijken naar de schoonheid ervan in Japan als extra waardevol en intens ervaren. 

Het is dus een milde weemoed die je leert om volledig in het moment te leven en de vergankelijkheid te omarmen

Een Vermeer-schilderij dat het concept van Mono No Aware mooi laat zien is Het Straatje  (c. 1658), dat oude verweerde voorgevels van huizen laat zien met scheuren in de bakstenen muren.

Het Straatje heeft iets van een samenvatting van het leven zelf: de spelende kinderen op de stoep, een dienstmeid die de was doet, een moeder die verstelwerk doet met naald en draad, wolken drijven voorbij, water stroomt door de schrobgoot, warm zonlicht schijnt op de muren, alles is vredig, mooi en intens aanwezig en toch tegelijk een voorbijgaand, vergankelijk moment in de tijd. Niets blijft, alles gaat voorbij. Als een voorbeeld van Japanse Ukiyo-e, Prenten van de Vlietende Wereld.

Mono no aware is een Japans esthetisch en filosofisch concept dat zich laat vertalen als ‘het besef van de vergankelijkheid’ of ‘de schoonheid van het voorbijgaan’. Het beschrijft een bitterzoet gevoel van melancholie, waarbij je de schoonheid van een vluchtig moment intens bewondert, maar tegelijkertijd de subtiele droefheid voelt omdat je beseft dat het tijdelijk is. 

De letterlijke betekenis van het woord mono betekent ‘ding’ of ‘dingen’, en aware verwijst naar een diepe emotie, sympathie of ‘pathos’. Vrij vertaald staat het vaak voor het ‘mee-lijden met de dingen’ of het invoelen van de essentie van een object of situatie.

Mono No Aware gaat over de essentie van het leven. Het concept gaat over het aanvaarden dat niets in het leven voor altijd blijvend is. Omdat alles verandert – van seizoenen tot menselijke relaties – krijgt het leven juist extra waarde, glans en betekenis. Het is de kunst om stil te staan bij het vergankelijke karakter ervan zonder er wanhopig of gedeprimeerd door te raken.

De metafoor van de kersenbloesem is het symbool van Japan. Het ultieme voorbeeld van mono no aware is de sakura (kersenbloesem). De kersenbloesems zijn adembenemend mooi wanneer ze in volle bloei staan, maar ze vallen al snel en in grote getale weer van de bomen. Het besef van deze kortstondigheid maakt de ervaring van het kijken naar de bloesems (hanami in het Japans) des te emotioneler en specialer. 

Het is dus geen negatieve, deprimerende vorm van droefheid, maar juist een verfijnd en waarderend bewustzijn van het leven, waarin vreugde en weemoed samenkomen. Het helpt om intens te genieten van het ‘hier en nu’, omdat je weet dat het moment nooit meer op precies dezelfde manier terug zal keren

Johannes Vermeer, La Dentellière, 1669-70, Louvre, Parijs

Shibui(渋い) is een Japans woord voor een esthetiek van subtiele, ingetogen, bescheiden en verfijnde schoonheid. Het beschrijft iets dat eenvoudig en elegant is, zonder opzichtig of opdringerig te zijn. Ware schoonheid zit volgens dit concept in harmonie, natuurlijke eenvoud en kwaliteit die doorleefd is.

In het schilderij De Kantwerkster van Johannes Vermeer komt het Japanse concept shibui (of shibumi) het best tot uitdrukking door de ingetogen eenvoud en diepe concentratie. Shibui staat voor een subtiele, niet-opdringerige schoonheid die pas bij nadere beschouwing haar ware diepgang onthult. 

In Vermeers meesterwerk zie je dit concept terug in de volgende aspecten.

Het schilderij is een van Vermeers kleinste werken en vermijdt overbodige drukke decoratie. De focus ligt volledig op de essentie van het moment: een jonge vrouw die volkomen opgaat in haar dagelijkse, bijna meditatieve werk. Een kenmerk van verfijnde eenvoud.

De schoonheid van het werk dringt zich niet op en ademt een ingetogen sfeer.  De kleuren en compositie zijn evenwichtig en rustig, wat perfect aansluit bij het shibui-ideaal van terughoudendheid, bescheidenheid en natuurlijke harmonie.

Hoewel het onderwerp op het eerste gezicht alledaags lijkt, heeft het een verborgen diepgang en onthult het bij langer kijken een enorme technische complexiteit, zoals de subtiele lichtval en de bijna abstracte weergave van de rode en witte draden op de voorgrond.

De intense concentratie van de vrouw creëert een tijdloze sfeer die uitnodigt tot contemplatie, een kernwaarde van de Japanse esthetiek, waarbij alles draait om de focus op wat er hier en nu aanwezig is. De kunst van het zijn. Being There.

Johannes Vermeer, Meisje met de Parel, 1665, Mauritshuis, Den Haag

Het Japanse woord yūgen (幽玄) verwijst naar een diepe, mysterieuze vorm van schoonheid en bewustzijn die niet direct in woorden is uit te drukken. Het is het mystieke besef van de subtiele, verborgen diepgang van het universum en het gevoel van diepe verwondering en melancholie dat dit oproept.

In het Meisje met de parel van Johannes Vermeer komt dit het best tot uiting door de raadselachtige blik, het subtiele spel van licht en schaduw (chiaroscuro) en de mysterieuze, donkere achtergrond. 

Het Japanse concept van Yugen is terug te zien in haar mysterieuze blik. Haar geopende lippen en haar vragende, ietwat melancholische blik creëren een gevoel van mysterie. Het is onbekend wie ze is of waarnaar ze kijkt, wat de kijker aanzet tot reflectie en ruimte laat voor de eigen verbeelding.

Het licht van Vermeer wordt gekenmerkt door subtiel licht (clair-obscur): De belichting is zacht en diffuus. Het licht raakt haar gezicht, de parel en haar kraag, terwijl de rest van de compositie langzaam in de schaduw en de donkere achtergrond wegvalt. Dit roept de typische Japanse esthetiek van de schaduw en het onzichtbare op, wat de kern van yūgen raakt.

In plaats van een gedetailleerde kamer koos Vermeer voor een lege, donkere achtergrond. Hierdoor wordt alle focus gelegd op het meisje zelf, wat zorgt voor een mysterieuze, verstilde en bijna meditatieve sfeer.

Johannes Vermeer, Gezicht op Delft, 1660-61, Mauritshuis, Den Haag

Komorebi is een Japans woord dat het prachtige licht-donker spel aanduidt van zonlicht dat door de bladeren van bomen schijnt. Het verwijst specifiek naar het veranderende, dansende patroon van licht en schaduw dat hierdoor op de grond of op muren ontstaat.

Het Japanse concept komorebi (木漏れ日) – het schitterende samenspel van zonlicht dat door bladeren van bomen valt en dynamische patronen van licht en schaduw creëert – komt in Johannes Vermeers Gezicht op Delft (ca. 1660-1661) het best tot uitdrukking door de dynamische en contrastrijke belichting van de stad, met name de donkere strook van de gebouwen tegenover een lichte wolkenluchtpartij. 

Hoewel het geen directe weergave van bladerdek is, vertaalt Vermeer de essentie van komorebi (vluchtig, gevlekt licht) in dit meesterwerk door middel van de volgende technieken.

Het “Doorbrekende” Licht. Vermeer schildert een moment vlak na een regenbui, waarbij de zon door een opening in de zware wolken breekt. Dit zorgt voor een dramatisch “spotlight”-effect op de stad, waarbij specifieke delen van de gevels en de toren van de Nieuwe Kerk fel oplichten, vergelijkbaar met lichtvlekken op een bosgrond.

Op het water van de Kolk en de gevels gebruikt Vermeer dikke verfstipjes (impasto) en zandkorrels in zijn verf om het fonkelende effect van licht op water en stenen vast te leggen. Deze “lichtpuntjes” creëren de flikkerende, bewegende kwaliteit die essentieel is voor komorebi. Deze pointillistische lichtreflecties zouden Franse Impressionisten als Signac en Seurat later inspireren tot het ontwikkelen van hun eigen, aparte stijl van Pointillisme

Vermeer werkt met contrastwerking tussen licht en donker, tegenwoordig ook wel notan genoemd, een term die Japanners zelf overigens zelden gebruiken. De stad wordt niet egaal belicht. De donkere voorgrond en de dreigende wolkenlucht versterken de helderheid van het zonlicht dat de gebouwen raakt, waardoor het licht levendig en bijna tastbaar aanvoelt.

Vermeers gebruik van een camera obscura maakte zijn oog gevoeliger voor komorebi-lichteffecten en hielp hem bij het vangen van de diffuse, enigszins onscherpe “highlights” (lichtvlekken) op de gebouwen en het water. 

De sfeer in het schilderij is er een van stilte en sereniteit, waarbij het gevlekte licht het statische stadsbeeld een tijdelijk, sprankelend, maar vluchtig karakter geeft, net als het rustgevende gevoel van komorebi in de natuur

Johannes Vermeer, De Gitaarspeelster, 1672, Kenwood House, Londen

Fukinsei (不均整) is een fundamenteel Japans esthetisch principe dat vertaald kan worden als asymmetrie of onbalans. Het is een van de zeven kernprincipes van de Zen-filosofie en de Wabi-sabi esthetiek

In het schilderij De Gitaarspeelster (ca. 1672) van Johannes Vermeer komt het Japanse concept fukinsei (不均整) — het principe van asymmetrie en bewust gecreëerde onbalans — het best tot uitdrukking door de radicaal asymmetrische compositie. 

Vermeer breekt in dit late werk met de traditionele westerse zoektocht naar perfecte symmetrie en evenwicht op de volgende manieren.

In tegenstelling tot veel van zijn eerdere, meer centrale composities, plaatst Vermeer de gitaarspeelster extreem ver naar de linkerkant van het doek. Haar linkerelleboog wordt zelfs door de rand van het schilderij afgesneden. Een schoolvoorbeeld van een assymetrische compositie, waarbij het centrale onderwerp weg van het midden naar opzij wordt geschoven.

Door de figuur naar links te schuiven, ontstaat er aan de rechterkant een grote, relatief lege ruimte met slechts een tafel en wat boeken. Deze onbalans creëert een dynamische spanning die typerend is voor fukinsei. De leegte fungeert zo als negatieve ruimte.

De vrouw kijkt niet naar de toeschouwer of naar het centrum van het schilderij, maar naar rechts, buiten het kader. Een onverwachte blikrichting. Dit versterkt het gevoel dat het zwaartepunt van de actie zich niet in het midden bevindt, wat de compositie een ‘open’ en asymmetrisch karakter geeft.

Het concept fukinsei eert de schoonheid van het onvoltooide of onregelmatige. In dit werk suggereert Vermeer beweging door de trillende gitaarsnaren en de glimlach van de vrouw, wat de statische perfectie van zijn eerdere interieurs doorbreekt. Door de illusie van beweging ontstaat een imperfectie, die juist spannend is voor de beschouwer om naar te kijken.

Hoewel Vermeer waarschijnlijk niet direct bekend was met de term fukinsei, vertoont zijn compositietechniek in dit specifieke werk opvallende parallellen met dit Japanse esthetische concept, door de bewuste keuze voor een asymmetrische compositie. 

Johannes Vermeer, Vrouw met Parelsnoer, 1664, Gemäldegalerie, Staaliche Museen, Berlijn

Het Japanse woord Ma(間) betekent letterlijk ‘lege ruimte’, ‘pauze’ of ‘interval’. Het verwijst naar de bewust weergegeven leegte of stilte tussen twee dingen in. Het is geen lege afwezigheid, maar een actieve, betekenisvolle ruimte die alles eromheen vorm, betekenis en aanwezigheid geeft.

In Vrouw met Parelsnoer komt het Japanse concept Ma (間) – dat ‘betekenisvolle leegte’ of ‘pauze’ betekent – het best tot uitdrukking in de grote, lege witte muur. Deze ogenschijnlijk lege ruimte is niet zomaar een achtergrond, maar een actief onderdeel van de compositie dat rust, spanning en diepte creëert.

De heldere, wit-gele muur domineert de bovenste helft van het doek. Deze ‘leegte’ vormt een esthetisch contrast met de rijkdom van de vrouw en haar parelsnoer. Door deze ruimte wordt de kijker gedwongen om te vertragen en te reflecteren. Zo fungeert de lege, helder verlichte muur als rustpunt.

De vrouw is bewust opzij van het midden geplaatst. De lege ruimte in de bovenste helft brengt de drukkere, donkere onderste helft – met de tafel, de stoel en de spiegel – in een harmonieuze balans. Zo ontstaat er een evenwicht in de  assymetrie.

Door het weglaten van overbodige details op de muur ontstaat er een serene stilte, door te focussen op het wezenlijke. De leegte benadrukt de intimiteit van het moment; alle aandacht gaat uit naar de introspectieve blik van de vrouw en de reflectie van haar parels in de spiegel

Johannes Vermeer, Vrouw met Waterkan, 1664, Metropolitan Museum of Art, New York

Seijaku (静寂) is een Japans begrip dat vertaald kan worden als “rust”, “sereniteit”, “stilte” of “verstilling”. Het omschrijft een diepe staat van rust en kalmte, vaak omschreven als de stilte die overblijft wanneer alle onrust is verdwenen.

In het schilderij Vrouw met waterkan (ca. 1662) komt het Japanse concept seijaku (静寂) – dat staat voor “serene stilte” of “geactiveerde rust” – tot uiting door de manier waarop Vermeer een alledaags moment verheft tot een tijdloze staat van innerlijke kalmte. 

Hoewel Vermeer dit concept niet kende (het stamt uit de Japanse esthetiek), vertoont zijn werk sterke parallellen met deze filosofie.

De vrouw met Waterkan bevindt zich in een tussenmoment van een verstilde beweging; haar ene hand rust op het venster, de andere op de waterkan. Deze pauze in actie weerspiegelt de kern van seijaku: een diepe stilte die ontstaat te midden van beweging of dagelijkse bezigheden.

De vrouw met waterkan is in haar focus en aanwezigheid volledig geabsorbeerd in haar handeling, wat een sfeer van spirituele concentratie en zuiverheid oproept. Dit sluit aan bij de Japanse opvatting dat ware sereniteit te vinden is in de eenvoud van herhaalde rituelen.

Het schilderij roept de associatie op met licht en zuiverheid. Het zachte, binnenvallende licht benadrukt de zuiverheid en innerlijke rust van de scène. De waterkan zelf is hierbij een symbool voor reiniging, wat de associatie met een “gezuiverde”, stille ruimte versterkt.

Vermeer-composities fungeren vaak als een sacrale ruimte. Door de vrouw in een ordelijke, verstilde hoek van een kamer te plaatsen, creëert Vermeer een visueel innerlijk heiligdom dat niet verstoord wordt door het lawaai van de buitenwereld

Johannes Vermeer, La Dentellière, 1669-70, Louvre, Parijs

Ichigyō-zammai (一行三昧) is “concentratie op één punt”

Ichigyō-zammai (一行三昧): Dit betekent letterlijk “concentratie (zammai) in één handeling (ichigyō)” of “één-punt concentratie”. Het verwijst naar de toestand waarin je je volledig concentreert op de taak die je op dat moment uitvoert, waardoor geest en handeling één worden.

La Dentellière van Vermeer vat het concept van ichigoy-zammai volmaakt samen (de Zen Boeddhistische zijnstoestand van complete overgave en toewijding aan één taak, of ervaring van “flow”). Het volkomen, volledig egoloze opgaan van de jonge vrouw in haar handwerk weerspiegelt op treffende wijze de Japanse liefde voor mindfulness en toewijding aan alledaags verfijnd handwerk. 

Daarom komt juist dit schilderij als vanzelsprekend ook het Japanse concept ichigoy-zammai naar voren:

Vermeer laat op meesterlijke wijze aandachtvolle concentratie zien in hoe de jonge kantkloster zich volkomen zelfvergeten afsluit voor de rest van de wereld om zich te kunnen concentreren op de juiste spanning tussen haar draden en klossen.

Vermeer laat de schoonheid van het alledaagse zien. Zowel de Zen filosofie en het concept ichigoy-zammai leggen de nadruk op het vinden van een diepere betekenis en zingeving in  de voortdurende herhaling van eenvoudige alledaagse handelingen.

In Japan wordt het werk van een Shokunin (Ambachtsman) hogelijk gewaardeerd. De Dentellière van Vermeer vindt een sterke weerklank in de Japanse waardering voor de “flow state”, zoals die ervaren wordt in het werk van traditionele ambachtslieden en de eenvoud van kunstzinnige en verfijnde vormen van handwerk.

JAPONISME, VERMEER-MANIA EN FOTOGRAFIE IN DE 19e EEUW

Het onderlinge verband tussen  Japonisme, Vermeermania, en de Vroege Fotografie vertegenwoordigt een fascinerende kruisbestuiving van de 19e-eeuwse esthetische en culturele uitwisseling tussen Europa en Japan, de diepe bewondering voor de 17e eeuwse Hollandse schilderkunst (waaronder Vermeer), en de fotografie als een nieuw ontwikkeld medium om beelden vast te leggen.

Claude Monet, Japanse Brug over Vijver met Waterlelies (Giverny), 1899, Metropolitan Museum of Art, New York.

Vincent van Gogh, Amandelbloesem, 1890, Van Gogh Museum, Amsterdam

Japonisme

Het Japonisme verwijst naar de grote invloed van Japanse kunst en beeldtaal op de westerse  Europese kunst, met name in de late 19e eeuw. Door de ongebruikelijke Japanse esthetiek van close up afsnijdingen van het beeldvlak, felle kleuren, asymmetrische composities, en het gebruik van negatieve ruimte, bracht het Japonisme een fundamentele verandering in de Europese schilderkunst teweeg, met name bij de Franse Impressionisten.

Edgar Degas, Danseuses Bleues, 1897, Pushkin Museum, Moskou.

Impressionisten als Monet en Degas namen sommige Japanse beeldtaal principes over, door het traditionele perspectief los te laten, ongebruikelijke beeldafsnijdingen toe te passen en zich te wagen aan meer toevallige, spontane blikstandpunten, die ironisch genoeg het pad effenden voor de acceptatie van de fotografie als een volwaardige kunstvorm.

Japans tentoonstellingsaffiche met Vermeer’s gerestaureerde Briefleserin uit Dresden, die naast de Japanse musea in Sendai en Sapporo ook te zien was in Osaka, Museum of Fine Arts in 2022.

Lange rijen bezoekers voor het National Museum of Western Art in Tokyo’s Ueno district voor een Vermeer tentoonstelling in 2012

Vermeermania in Japan

De Japanse fascinatie voor Vermeer is groot. Vermeer is ongelooflijk populair in Japan, waar hij liefkozend bekend staat als “Ferumeeru” (フェルメール). Deze bewondering is zo intens,  dat er in Japan een Vermeer-otaku cultuur is ontstaan, die het fenomeen “Vermeer otaku” met zich meebrengt, waar liefhebbers blijk geven van een extreme liefde en passie voor Vermeer’s poëtische licht-schilderijen.

DE ROL VAN DE FOTOGRAFIE

George Hendrik Breitner, Meisje in Kimono, 1893 en 1895, met model Geesje Kwak, fotografie, zilvergelatinedruk.

Anonieme fotograaf, Japanse Geisha Playing the Shamisen, 19e eeuwe fotografie, met de hand ingekleurd, datum en maker onbekend.

De vroege fotografie speelde een sleutelrol in het vastleggen van het  19e eeuwse Japan en de westerse beeldvorming van Japan, met pionierende fotografen die het snel veranderende Japan van toen op foto vastlegden.

Ook de Nederlandse schilder/fotograaf George Hendrik Breitner raakte onder de invloed van het japonisme en fotografeerde zijn model Geesje Kwak in een Japanse Kimono en gebruikte deze als uitgangspunt voor zijn beroemde serie Meisjes in Kimono, geschilderd rond 1895. Het zijn nu publiekslievelingen.

Hedendaagse digitale fotografie- en film technieken worden gebruikt om Vermeer’s artistieke en technische meesterschap te bestuderen en analyseren, om te onderzoeken hoe zijn minutieuze, op het weergeven van het licht gerichte schildertechniek de waarneming van de werkelijkheid beïnvloedt. Waarbij zijn vermeende gebruik van de camera obscura ook een specifiek punt van aandacht is.

Ook kan het erfgoed van de 17e eeuwse genreschilderkunst vandaag de dag ook ervaren worden en opnieuw worden weergegeven in de vorm van hedendaagse geënsceneerde fotografie. 

Samen laten deze drie concepten zien hoe het Japonisme de manier van kijken in de westerse kunst heeft veranderd, terwijl Vermeer’s schilderijen als een blijvend hoogtepunt worden beschouwd, van een type schoonheid, dat gebaseerd is op zuivere waarneming en weergave van details, dat nog steeds overal ter wereld bewondering en weerklank vindt. De fotografie fungeert als een bruggehoofd, dat de historische, esthetische en culturele fascinatie voor het Japonisme en de Vermeer mania met elkaar verbindt.

JAPAN ALS POORT NAAR VERMEER

De Grote Torii Poort, Itsukushima-heiligdom, Miyajima eiland bij Hiroshima, Japan

De iconische ‘drijvende’ torii-poort van Miyajima hoort bij het Itsukushima-heiligdom en is een wereldberoemd symbool van Japan. De 16,8 meter hoge poort lijkt bij vloed boven het water te zweven, terwijl je er bij eb naar toe kunt lopen over de zeebodem.

Hoewel ik tot nu toe nog nooit in Japan ben geweest, zijn er vier plaatsen die mij erg aantrekken: de Mount Fuji, de Geisha-cultuur, en vooral de grote Torii-poort van Miyajima en scharlakenrode poortengalerij van het Fushimi Inari Shinto-heiligdom in Kyoto.

Het symbool van de “Heilige Poort” spreekt mij zeer aan.

Een Japanse torii is de traditionele poort die de ingang van een Shinto-heiligdom markeert. De poort symboliseert de overgang van de alledaagse, onzuivere wereld naar het heilige rijk van de kami (goden of geesten). Het passeren van de poort is een rituele handeling van respect en reiniging. 

De belangrijkste symbolische en culturele functie van de torii is de grens tussen twee werelden en het scheiden van het profane (de alledaagse, aardse wereld) en het sacrale (het goddelijke en spirituele rijk). Door onder de poort door te lopen, betreedt men heilige grond. 

Zuivering en respect

In het Shintoïsme is zuiverheid (fysiek en spiritueel) erg belangrijk. Het passeren van een torii wordt gezien als een vorm van rituele reiniging. Bezoekers tonen hun respect door voor het passeren of buigen van de poort even stil te staan en te buigen. 

De mythische oorsprong

De vorm van een torii bestaat doorgaans uit twee verticale palen met twee horizontale balken (de bovenste is vaak licht gebogen). Volgens de Japanse mythologie is de vorm afgeleid van de zitstok van een haan. De haan zou hebben gekraaid om de zonnegodin Amaterasu uit een grot te lokken, wat de zon en het licht terugbracht op aarde. De poort staat symbool voor de aankondiging van het licht en de zon.

Het kijken naar een Vermeer-schilderij voelt als het met je ogen passeren van een poort om in een gezuiverde ruimte binnen te komen.

Een Japanse Torii als symbolische poort naar Vermeer.  Hoe meer ik mij in de Japanse cultuur en spiritualiteit verdiep, hoe meer ik het gevoel heb dat Japan de poort is naar de ultieme Vermeer-ervaring. Die zuivere contemplatie, de mystieke  ervaring dat het mysterie in alledaagse dingen huist en gevoeld kan worden, als je door de ogen van Japan naar Vermeer kunt kijken.

De esthetiek van Japan vertoont veel overeenkomsten met de esthetiek van Vermeer.

Een prachtig beeld vind ik de poorten-tunnel van Fushimi Inari in Kyoto, waarin elke poort je weer een stapje dichter bij het heilgdom brengt. Dit doet me ook denken aan de tunnel-visie van de Japanse “Otaku”. De nuchtere buitenstaander ziet een louter monomane, ziekelijke  obsessie, de ingewijde ziet een niet aflatende, zuivere toewijding ten dienste van één heilig doel. Die onvoorwaardelijke toewijding zie en voel ik in de penseelstreken en schilderhouding van Vermeer. Japan is de poort naar Vermeer.

Torii Poortengalerij, Fushimi Inari heiligdom, Kyoto, Japan

Het Fushimi Inari heiligdom in Kyoto is vooral bekend vanwege haar galerijen, die worden overdekt door duizenden scharlakenrode toriii (poorten), die allen zijn gedoneerd door personen, families of bedrijven. Deze galerijen voeren naar boven over een heuvel, waar aan de top -zeer ongewoon voor een Shinto-heiligdom- het allerheiligste voorwerp (in dit geval een spiegel) voor iedereen zichtbaar is.

Deze prachtige poortengalerij zou ook symbool kunnen staan voor de Japanse Otaku-mindset, een obsessieve  tunnelvisie, maar gedreven door een oprechte en zuivere toewijding aan de schoonheid en het hogere.

VERMEER MANIA

Vermeer Mania staat voor de intense fascinatie voor Vermeer in Japan. Vermeer is ongelooflijk populair in Japan, waar hij liefkozend bekend staat als “Ferumeeru” (フェルメール).  Deze bewondering is zo intens, dat ze het fenomeen “Vermeer otaku” heeft doen ontstaan, waarbij liefhebbers blijk geven van een extreme passie voor Vermeer’s poëtische licht-schilderijen.

Zo ontstaat er een culturele uitwisseling tussen Vermeer en Japan. Deze Vermeer Mania schept een band waarin het Japanse publiek het alledaagse huiselijke leven in het Holland van de 17e eeuw door een hedendaagse Japanse lens gaat bekijken, wat dan weer  leidt tot hoge bezoekersaantallen tijdens Vermeer exposities in Japan. 

VERMEER OTAKU

Shinichi Fukuoka, publicatie: “Vermeer, Realm of Light”, uitgeverij Kirakusha, 2015

Shinichi Fukuoka met een reproductie van Johannes Vermeer, Meisje met de Parel  uit 1665                                                  

Professor Shinichi Fukuoka is een prominente Japanse wetenschapper en “Vermeer otaku” die een obsessieve wetenschappelijke benadering heeft ontwikkeld om de werken van Johannes Vermeer te analyseren en te decoderen. Door zijn extreme aandacht voor detail, heeft hij Vermeer’s schildertechniek gereconstrueerd en nieuwe aspecten van het werk van Vermeer ontdekt, waarbij hij soms tegen de heersende opvattingen van gevestigde kunsthistorici in durft te gaan. 

Als wetenschapper/bioloog, hanteert Shinichi Fukuoka een “otaku” mindset—a diepe, obsessieve toewijding—om Vermeer’s gebruik van licht te analyseren en diens pigmenten en camera obscura technieken te bestuderen. Ook heeft hij veel van Vermeer’s schilderijen gereconstrueerd, waaronder een volmaakte reproductie van het “Meisje met de Parel” die hij in zijn appartement in New York heeft hangen. In zijn eigen Vermeer-studie ontdekte Fukuoka nieuwe elementen in Vermeer’s schilderijen door de dagboeken van de beroemde 17e eeuwse tijd- en stadgenoot van Vermeer – Antonie van Leeuwenhoek te bestuderen, en deze in verband te brengen met Vermeer’s wetenschappelijke belangstelling voor licht en optica. Deze intense toewijding heeft hem in staat gesteld om nuances in Vermeer’s werk bloot te leggen, die gewone kunst experts eerder over het hoofd hadden gezien. 

Fukuoka wordt in Japan als de “grootste Vermeer otaku ter wereld” beschouwd, heeft meerdere boeken over Vermeer geschreven en wordt in Japan wel degelijk erkend als een toonaangevend Vermeer-expert.

Vermeer is ontzettend populair in Japan, waar tentoonstellingen vaak hoge bezoekersaantallen trekken, en Vermeer’s “Meisje met de Parel” in 2026 te zien zal zijn in Osaka.

Op YouTube is deze video te zien met Shinichi Fukuoka over Vermeer: “How a Japanese Otaku decoded Vermeer’s art masterpieces”

Persoonlijk koester ik een warme sympathie voor de “Vermeer-Otaku’s” van deze wereld als obsessieve outsiders, die net als ikzelf in hun eigen bubble helemaal in de ban zijn van Vermeer. Ze worden meestal door de gevestigde Vermeer-kenners en grote Vermeer-musea niet serieus genomen en vaak weggezet als “gekkies”. Dan mag ik deze experts er toch graag aan herinneren dat de meest interessante bijdragen en doorbraken in de studie en onderzoek naar het werk van Vermeer juist van dit soort outsiders komt. De herontdekker van Vermeer, Theophile Thoré-Bürger, was een schrijver, om zijn ideeën verbannen uit Parijs en Frankrijk. John Michael Montias heeft als pensionado en emeritus-professor economie met geheel zelfstandig archief-onderzoek op persoonlijke titel het hele milieu van Vermeer in kaart weten te brengen en de naam van het mecenas-echtpaar van Vermeer (Pieter van Ruijven en Maria de Knuijt) boven water gekregen. Philip Steadman bracht als professor architectuur Vermeer’s gebruik van de Camera Obscura definitief onder de aandacht. Tim Jennison schilderde eigenhandig als succesvol videosoftware-ontwikkelaar zijn eigen reconstructie van de Music Lesson van Vermeer met behulp van een zelfontwikkelde comparator mirror. Jonathan Janson bouwde als kunstschilder jarenlang aan zijn eigen website Essential Vermeer, die inmiddels ook door professionele kunsthistorici graag en veelvuldig geraadpleegd wordt. Verder is de grote waarschuwing van de Vermeer-vervalsingen van Han van Meegeren dat het destijs juist de gevestigde “experts” van de grote musea waren, die zijn vervalsingen tot eigenhandige authentieke Vermeers verklaarden. Dus enige bescheidenheid in die kringen lijkt ook nu nog steeds op zijn plaats…… Soms maken juist de ”Vermeer-Otaku’s” het echte verschil. Een blockbuster organiseren met Vermeer-schilderijen is vooral een kwestie van geld, marketing en een dure media-campagne, maar voegt inhoudelijk lang niet altijd zo heel veel toe.                                                              

De valkuil voor erkende Vermeer-experts is dat ze soms te veel met elkaar, met netwerken en hun eigen carrière bezig zijn. De kracht van de “Vermeer-otaku” is dat die louter met Vermeer zelf bezig is en kan zijn. De Otaku-valkuil is daarentegen dat hij gevangen kan raken in zijn eigen “echo-kamer”. – zelf denkt hij dat ie geniaal is, de rest van de wereld denkt daar heel anders over…..

Een interessante insteek van Fukuoka is zijn theorie dat Vermeer mogelijk de kunstenaar was die de beroemde microscoop-tekeningen maakte voor Antonie van Leeuwenhoek. Dat Vermeer als kunstenaar veel expertise en ervaring had in het maken van tekeningen/schilderijen met gebruik van optica en lenzen. Wetenschappelijk bewijs is hier niet voor, maar zelf valt me vaak op hoe trefzeker en “effortless” Vermeer zijn verfstreken en hooglichten in one go neerzet. En dat voor een schilder die slechts één, hooguit twee schilderijen per jaar maakt. Dat doet denken aan een boogschutter die geen jarenlange intensieve training en oefening nodig lijkt te hebben en toch zijn pijlen meteen losjes en ontspannen midden in de roos schiet, puur op talent. Hoe kan dat bij een schilder die zo weinig schildert ? Je bent geneigd te denken dat het, om zo goed te kunnen schilderen, heel veel herhaling en oefening vergt. Persoonlijk vind ik dit een interessante theorie, die “Vermeer-Otaku” Fukuoka hier opwerpt. Ook al is er geen enkel wetenschappelijk bewijs voor.

Otaku (おたく/オタク) is een Japanse term voor mensen met een intense, vaak obsessieve, interesse in specifieke onderwerpen, meestal in anime, manga, video games, en computer technologie. Van origine gold het als een scheldwoord—voor een sociaal onaangepaste, autistische of ongezond obsessieve eenling — maar tegenwoordig wordt het in bredere en meer positieve zin gebruikt om gepassioneerde en toegewijde fans overal ter wereld mee te omschrijven. Zo was voor een zanger als Jacques Brel ooit het woord “Bourgeois” of “Burger” een scheldwoord, terwijl de ontdekker van Vermeer, Théophile Thoré, juist “Bürger” aan zijn naam toevoegde als geuzennaam en zelfgekozen eretitel als teken van beschaving en maatschappelijke status.  Overal ter wereld kom je het verschijnsel Vermeer-mania en Japan-mania tegen, dat mensen helemaal idolaat zijn van Vermeer en Japan. Kennelijk hebben Vermeer en Japan een zuivere kern die veel mensen in deze jachtige moderne tijd heel diep en blijvend kan raken.

HEDENDAAGSE ARTISTIEKE INTERPRETATIES VAN UTAMARO EN VERMEER

Omdat beiden in hun werken een hoogtepunt vertegenwoordigen in het weergeven van gracieuze elegantie, het licht, en de menselijke conditie in hun portretten, gaan ook  hedendaagse kunstenaars in hun eigen werk soms een visuele dialoog aan met Utamaro en Vermeer.

Josef Levi, Still Life with Utamaro and Vermeer, 1987, kleurenlitho prent, National Gallery of Art, Washington

Een bekend voorbeeld is de serigraph print “Still Life with Utamaro and Vermeer” uit 1987 door de Amerikaanse kunstenaar Josef Levi. Dit werk verbindt Oosterse en Westerse kunstgeschiedenis met elkaar door reproducties van werken van beide kunstenaars naast elkaar te zetten in een en dezelfde compositie, om zo naar voren te laten komen hoe de ene beeldtaal de andere aan kan spreken..

Zelfgemaakte Kintsugi-kommen. De “gouden verbinding” tussen Vermeer en Japan.

Mooie Japanse Maiko/Geisha en Mono No Aware

Katsushika Hokusai, Under the Wave off Kanagawa ( Kanagawa oki nami ura) – The Great Wave, from the series Thirty-Six Views of Mount Fuji (Fugaku sanjurokkei), 1830-32, houtsnede prent, Metropolitan Museum of Art, New York.

Johannes Vermeer, Gezicht op Delft, 1660-61, olieverf op doek, Mauritshuis, Den Haag

Hoewel beide meesterwerken op het eerste gezicht een totaal tegengestelde kijkervaring oproepen, natuurgeweld tegenover serene rust en vrede, hebben ze bij nadere beschouwing  ergens toch een gemeenschappelijke spirituele betekenis en symboliek.

Wat de golf is bij Hokusai, is de dreigende donkere regenwolk die over drijft bij Vermeer. En wat de Mount Fuji in de achtergrond is bij Hokusai, is bij Vermeer de zonverlichte toren van de Nieuwe Kerk in de achtergrond.

Op de voorgrond de woeste golf en dreigende regenwolk, op de achtergrond het vaste, stille, eeuwige rustpunt en lichtbaken van de Mount Fuji en de Nieuwe Kerk.

Vermeer’s spiritualiteit richt zich op het vinden van innerlijke en goddelijke vrede in zichzelf en een hemels Jeruzalem op aarde,  terwijl de spiritualiteit van Hokusai die innerlijke vrede juist vindt in de erkenning en aanvaarding van de vergankelijkheid van het menselijke bestaan en overweldigende kracht van de natuur en grootsheid van het universum.

De diepere filosofische betekenis van het meesterwerk van Hokusai ligt in het concept van de Vliedende Wereld (Ukiyo-e), die de nadruk legt op de vergankelijkheid van het leven.

De overweldigende klauw-achtige golf van Hokusai staat voor de verwoestende, onvoorspelbare en oncontroleerbare natuurkrachten, die de beschouwer herinnert aan de tijdelijke en vergankelijke aard van het leven en het menselijk bestaan. Bij Hokusai is er het contrast tussen de allesverwoestende, overweldigende kracht van de golf en de eeuwige serene stilte en rust van Mount Fuji.

Het onderliggende Shinto geloof in de almacht van de natuur is zichtbaar in de oerkracht van de zee, terwijl de Mount Fuji in de achtergrond symbool staat voor de eeuwige, heilige ziel van Japan. Hokusai zag de Mount Fuji als een bron van onsterfelijkheid en spiritualiteit en had een levenslange fascinatie voor de heilige berg in Japan.

Wat mij persoonlijk altijd weer blijft fascineren bij de contemplatieve schilderijen van Vermeer is dat zijn stilte nooit deprimerend aanvoelt, geen somber memento mori zoals je die bij veel stillevenschilders ziet, maar eerdere een kleurrijke ode aan het leven zelf, dat het leven bij hem in alle verstilling “licht, kleurrijk en doorschijnend” is en blijft. Vermeer als een diep doorvoelde ervaring van stil geluk. Bij Vermeer moet ik denken aan de woorden van mijn moeder als zij de dichter Adema van Scheltema aanhaalde: “Min de stilte in uw wezen, zoek de stilte die bezielt”. Het zouden dichtregels van Vermeer kunnen zijn.

Vermeer laat de alledaagse wereld er uit zien als een wereld van liefde, licht, schoonheid en vrede en geeft de beschouwer het gevoel, de illusie bijna, dat die voor altijd en eeuwig zo blijven zal.

Op YouTube is deze mooie melancholische melodie te horen van dit prachtige Japanse liedje van Kyu Sakamoto, Ue o Muite Arukou (Sukiyaki) . Sad songs they say so much:

GESINA EN CATHARINA –  SCHILDERSMODEL EN MUZE IN WIT SATIJN VAN GERARD TER BORCH EN JOHANNES VERMEER

Gezien op donderdag 22 januari 2026 in Museum de Fundatie in Zwolle: de expositie Thuis bij Ter Borch met schilderijen en tekeningen van de talentvolle kunstenaarsfamilie Ter Borch, waarvan Gerard Ter Borch de beroemdste is. Uit een akte uit 1653, slechts een paar dagen na het huwelijk van Vermeer, weten we dat Vermeer en Ter Borch elkaar persoonlijk ontmoet hebben. Wie wil zien waar Vermeer al zijn ideeën en onderwerpen voor zijn eigen schilderijen vandaan haalde, moet goed kijken naar het werk van de 15 jaar oudere Gerard Ter Borch. Vermeer lijkt zelfs zijn schildersmodel en vrouw Catharina Bolnes naar het voorbeeld van het favoriete model van Gerard Ter Borch gemodelleerd te hebben: diens eveneens artistiek getalenteerde zus Gesina Ter Borch.

Gerard Ter Borch, De Briefschrijfster, 1655, Mauritshuis, Den Haag (detail)

Johannes Vermeer, Lady Writing in Yellow, 1665, National Gallery of Art, Washington (detail)

Hoewel het de interieurschilderijen van Johannes Vermeer zijn, die vandaag de dag wereldberoemd zijn, was het Gerard Ter Borch waar hij de meeste van zijn ideeën en onderwerpen voor zijn eigen schilderijen vandaan haalde. Vermeer was geen originele en inventieve vernieuwer, maar eerder een soort vervolmaker, die het genre van het intieme interieurschilderij, dat oudere tijdgenoten als Gerard Ter Borch en Pieter De Hooch als eersten uitgevonden en ontwikkeld hadden, in zijn eigen  verheven stijl uitwerkte en verfijnde tot een onnavolgbaar hoog nivo van artistieke perfectie. Vermeer was de top van de pyramide, die zijn voorgangers opgebouwd hadden. Vermeer oogste, wat Ter Borch en De Hooch gezaaid hadden. Vermeer stond op de schouders van reuzen. Zonder Ter Borch, geen Vermeer. Ter Borch was de man van de ideeën. Vermeer nam ze gewoon over, en maakte er nog iets veel beters en mooiers van. Vermeer modelleerde zijn schildersmodel en vrouw Catharina Bolnes naar het voorbeeld van het favoriete model van Gerard Ter Borch: zijn eveneens artistiek getalenteerde zus Gesina Ter Borch. Gerard Ter Borch kan Catharina Bolnes zelfs gezien hebben bij het huwelijk van Vermeer in 1653 en Vermeer kende Gesina zeker van de schilderijen van Gerard Ter Borch. Ten tijde van Vermeer’s huwelijk in 1653 woonde Gerard Ter Borch in Den Haag, niet ver van Delft.

Catharina en Gesina waren exacte leeftijdsgenoten: ze zijn beiden geboren in 1631. Hoewel het niet aannemelijk lijkt dat Vermeer daadwerkelijk een leerling was van Gerard Ter Borch, is er wel bewijs dat ze elkaar ontmoet hebben en bekenden van elkaar waren. Ze waren beiden aanwezig in het kantoor van een notaris in Delft in 1653. Ter Borch’s schilderijen waren zeker bekend voor Vermeer, gezien de sterke overeenkomsten in hun beider artistieke keuzes gedurende de jaren na 1655.

In wezen was Gerard Ter Borch de uitvinder van het genre van het Hollandse intieme interieurschilderij, waarop Vermeer vervolgens voortborduurde in zijn eigen onvolprezen licht-poëzie.

De Galante Conversatie van Gerard Ter Borch uit 1654 uit het Rijksmuseum Amsterdam.

Vanwege de fenomenale stofuitdrukking van zijde en satijn in de kostuums van voorname dames kregen deze schilderijen van Gerard Ter Borch de bijnaam “Satijntjes”. Model voor deze op de rug geziene elegante figuur stond zonder twijfel zijn half-zus Gesina.

Gerard ter Borch (1617 – 1681)  is een van de meest begaafde 17e eeuwse Hollandse interieur schilders. Hij is vooral beroemd vanwege zijn schilderijen van elegant en rijk geklede jonge vrouwen in sober gemeubileerde binnenkamers en zijn prachtige portretten. Bovenal wordt hij bewonderd voor zijn meesterlijke stofuitdrukking van glanzende stoffen als satijn en fluweel. Zijn werk sprak niet alleen eigentijdse rijke kunstverzamelaars aan, maar had ook een grote invloed op andere Hollandse meesters, waaronder Johannes Vermeer en Pieter de Hooch

Een ander kenmerk van Gerard Ter Borch is zijn diepe psychologische inzicht en gevoel voor intimiteit. De figuren die hij schildert zijn vaak weergegeven in diepe concentratie. Het valt op dat in zijn schilderijen vaak brieven worden ontvangen, gelezen, geschreven en verzegeld. Deze brieven zijn vaak toespelingen op ontluikende liefde en dromerige jonge vrouwen die brieven schrijven of ontvangen. Het Brief-thema zien we ook vaak terug in de schilderijen van Vermeer.

Gerard ter Borch groeide op in Zwolle waar hij, net als zijn broers, zussen en half-zussen, het schildersvak leerde van zijn vader, Gerard Ter Borch de Oude. Gerard Ter Borch de Jonge werd de meest beroemde telg van de kunstenaarsfamilie Ter Borch, waarvan de artistieke erfenis in de vorm van een aantal unieke albums met originele tekeningen zich bevindt in de collectie van het Prentenkabinet van het Rijksmuseum.

Gerard Ter Borch, Vrouw voor een Spiegel, 1652, Rijksmuseum Amsterdam

Dankzij het feit, dat Gesina regelmatig model zat voor haar broer Gerard, weten we goed hoe zij er uitzag.

Spiegelen
Een mooi familiekijkraadsel is Vrouw voor de spiegel uit ca. 1652 van Gerard ter Borch de Jonge. Gerard zette zijn zus vaak in als model in zijn genreschilderijen. Vaak zien we haar op de rug. Ook hier is ze ruggelings in beeld, maar via de spiegel, zonder twijfel opgehouden door broertje Moses, is haar gezicht te zien. Ze kijkt naar een jonge vrouw, enigszins haar evenbeeld. Is ze tweemaal gebruikt als model of zien we hier een ander familielid? Ook Vermeer maakte veel gebruik van blikken in zijn schilderijen en trekt als beeldregisseur vanuit hun ogen bliklijnen tussen de figuren in zijn composities.

Johannes Vermeer, Lady Writing in Yellow, 1665, National Gallery Washington

Aangezien in de inventarislijst na het overlijden van Vermeer een geel met hermelijn afgezet jakje wordt vermeld in de slaapkamer van zijn vrouw Catharina Bolnes, mag gevoeglijk worden verondersteld dat Catharina zelf poseerde voor deze Briefschrijvende Dame in Geel van Vermeer uit 1665.

Gerard Ter Borch, De Briefschrijfster,  1655, Mauritshuis, Den Haag

Voor deze fraaie Briefschrijfster van Gerard Ter Borch uit het Mauritshuis poseerde overduidelijk zijn zus Gesina als model.

Gerard Ter Borch, Dame die haar Handen Wast, 1655, Gemäldegalerie Alte Meister, Dresden

In de Dissius veilinglijst uit 1696 staat een nu verloren werk van Vermeer vermeld, “Daer een Seigneur sijn Handen Wascht”, dat gezien de hoge prijs een topwerk van Vermeer moet zijn geweest. Mogelijk was dit schilderij van Ter Borch de inspiratiebron voor Vermeer om dit thema over te nemen in een eigen werk. Ook Gabriel Metsu schilderde een Handen wassende Dame. Het oeuvre van Ter Borch was een schatkist vol ideeën voor andere interieur-genreschilders als Vermeer en Metsu om ideeën voor onderwerpen, thema’s en poses voor hun eigen werken op te doen.

Vermeer was geen vernieuwer, die het moest hebben van originele ideeën, maar vooral van de volmaakte kwaliteit van uitwerking en uitvoering in zijn composities. Het was Ter Borch die een inventieve vernieuwer was, de man van de nieuwe, originele ideeën. Vermeer tilde met zijn vlekkeloze techniek en stijl diens ideeën omhoog naar een onnavolgbaar nivo van tijdloze schoonheid en absolute perfectie.

De figuren en stofuitdrukking van kostuums van Ter Borch zijn van topkwaliteit, in de perspectivisch overtuigende weergave van de ruimte en het overtuigend samenvoegen van de figuur binnen de ruimte van het interieur was Vermeer duidelijk beter. Ter Borch was een eminente figuurschilder, Pieter De Hooch beheerste het ruimtelijk perspectief, en Vermeer was de volmaakte synthese van hun beider kunnen. Vermeer kon het allemaal. Vermeer hoefde niet alle ideeën zelf te bedenken, hij hield zich uitsluitend bezig met het in elkaar zetten van zo volmaakt mogelijke composities met reeds eerder door anderen bedachte beeldelementen.

Gerard Ter Borch, A Lady at her Toilette, 1660, Detroit Institute of Arts Museum

Johannes Vermeer, Lady Standing at a Virginal, 1670, National Gallery of Art, London

Zelfs in een van Vermeer’s latere werken als de Lady Standing at a Virginal uit 1670 blijft de invloed van Ter Borch op Vermeer merkbaar aanwezig in de witte satijnen jurk, die doet denken aan de beroemde “Satijntjes” van Ter Borch. Vermeer’s originaliteit zit hem vooral in de stilering en abstrahering in zijn composities.

Gerard Ter Borch, The Letter, 1660-65, Royal Collection, Londen

Het kostuum van de dame in het schilderij The Letter van Gerard ter Borch met het blauwe lijfje en witte satijnen jurk doet sterk denken aan dat van de Lady Standing at a Virginal uit 1670 van Johannes Vermeer in de National Gallery in Londen..

In zijn schilderijen toont Ter Borch een meer intieme, verstilde, zachtere kant in het tijdperk van de rusteloze en overdadige Barok, een kleine wereld van stilte en verstilling, veelbetekende blikken en glanzende stoffen, brieven die geschreven worden en brieven die gelezen worden, brieven vol geheimen; een wereld waarin we onszelf kunnen herkennen en die ons intrigeert. De genre-taferelen van Johannes Vermeer hebben een soortgelijke sfeer, en de nadruk ligt bij beide kunstenaars op intimiteit en verstild drama, dat zich achter gesloten deuren voltrekt.

De schilderijen van Ter Borch en Vermeer doen me ook een beetje denken aan fotografie uit de Victoriaanse tijd, waarop jonge vrouwen gekleed gaan in schitterende ruisende jurken van zijde en satijn en verblijven in fraaie binnenkamers met dure meubels en schilderijen, vol stilte en dromen. Een wereld van een etherische schoonheid. Van liefdesbrieven en glanzende satijnen avondjurken.

In Vermeer’s Briefleserin am Offenen Fenster uit 1658 in Dresden is de invloed van Gerard en Gesina Ter Borch als schilder en model nog duidelijk aanwijsbaar. Vermeer zou het zelfde motief een paar jaar later nog eens herhalen met dezelfde pose, in de Briefleester in Blauw in het Rijksmuseum uit 1664. Hier zien we overduidelijk Johannes Vermeer en zijn vrouw Catharina als schilder en model. In dit schilderij is Vermeer inmiddelas “his own man”, zelfbewust, in zijn eigen artistieke kracht. Een kunstenaar die zijn grote voorbeeld overtreft. Het verhalende proza van Ter Borch is bij Vermeer tot zuivere verstilde licht-poëzie geworden.

Van alle Vermeer-vrouwen herken ik in de Briefleserin in Dresden uit 1658 het meest de “Ter Borch”-vrouw. Zij zou op Gesina Ter Borch kunnen zijn geïnspireerd, al heeft Vermeer haar profiel dan wel naar zijn eigen ideaalbeeld vormgegeven.

Johannes Vermeer, Brieflesendes Mädchen am Offenen Fenster, 1658, Staatliche Gemäldegalerie, Dresden (detail)

Gerard Ter Borch, Le Concert: duo entre une chanteuse et une joueuse de luth théorbé, 1657, Musée du Louvre, Paris (detail)

Een treffend voorbeeld van hoe Vermeer een figuur van Ter Borch oppikt en vertaalt naar zijn eigen ideaalbeeld. Vermeer lijkt de pose van de zangeres met haar bladmuziek vertaald te hebben naar een brieflezend meisje bij het raam. Het geel-zwarte jakje, profiel en haardracht komen sterk overeen. Ter Borch was 15 jaar ouder dan Vermeer en toen al een gearriveerdd kunstenaar, terwijl Vermeer als kunstenaar nog maar een paar jaar ingeschreven stond als meesterschilder bij het Lucas-gilde in Delft en nog aan het begin stond van zijn artistieke loopbaan.

Gerard Ter Borch, Le Concert: duo entre une chanteuse et une joueuse de luth théorbé, 1657, Musée du Louvre, Paris

Johannes Vermeer, Het Concert, 1664,  Isabella Stewart Gardner Museum, Boston (gestolen)

Een weerklank van de zangeres in Het Concert van Ter Borch zie je bij Vermeer terug in zijn eigen versie van Het Concert in Boston in het beeldschone jonge meisje aan het klavecimbel. De maatvoerende hand en de hand die de bladmuziek vasthoudt is in het Concert van Vermeer verhuisd naar de staande vrouwenfiguur rechts. Het verschil tussen Ter Borch en Vermeer laat zich in één oogopslag  zien: Vermeer is van een andere orde, oneindig veel verfijnder, delicater, serener. De compositie is veel hechter in elkaar gezet. Van een absolute schoonheid en edele harmonie. Het Concert van Vermeer in Boston is de enige Vermeer, die ik nooit met eigen ogen heb kunnen zien. Het schilderij is sinds 1990 gestolen en er wordt inmiddels gevreesd dat het werk na zoveel jaar als voorgoed verloren moet worden beschouwd……… Tenzij een kunstdetective als Arthur Brand het misschien nog ooit boven water weet te krijgen.

De figuur van Vermeers Briefleserin am Offenen Fenster in Dresden uit 1658 lijkt nog sterk beïnvloed door Ter Borch. Zij heeft dezelfde haardracht als Gesina Ter Borch in deze tekening door haar broer Gerard.

Vermeer was geen portrettist in de zin van Ter Borch. Zijn gezichten zijn veeleer geïdealiseerd tot wat in de 17e eeuw “tronies” werden genoemd. Ter Borch zocht als portrettist vooral, naast een voornaam voorkomen, ook een treffende herkenbare gelijkenis. Als er een foto van Gesina had bestaan, zouden we haar direct herkennen. Wat Catharina en Gesina gemeen hebben is dat ze precies dezelfde modetrend volgden in 1657, hetzelfde geelzwarte jakje, dezelfde haardracht: het haar strak naar achter gekamd en opgestoken in een knotje met haarband en loshangende haarlokken langs de slapen. Dat alles geeft het effect van een “hoog” voorhoofd en een adelijke, voorname uitstraling.

Mogelijk liet Vermeer zich in zijn vrouwen-figuren op het gebied van kostuums en haardracht inspireren door Gesina Ter Borch als trendsetter.

Getekende portretten van Gesina Ter Borch door haar broers Ter Borch.

Links: Moses Ter borch. Rechts: Gerard Ter Borch.

In de tekening van Gerard komt ook zijn uitzonderlijke talent als portrettekenaar naar levend model tot uiting: trefzeker, levendig, met een paar lijnen herkenbaar en raak.

Zijn jongere broer Moses Ter Borch overleed al op jonge leeftijd als marinier aan zijn verwondingen tijdens een zeeslag onder bevel van Michiel de Ruyter in de Tweede Engels-Hollandse Oorlog bij Harwich.

Van Gerard Ter Borch, Gesina en Moses zijn vele tekeningen bewaard gebleven. Van Vermeer hebben we niet één schets of tekening. “Tekent veel!” was het advies van vader Ter Borch aan zijn kinderen. Dat advies zou bij Vermeer aan dovemansoren zijn gericht. De schildervisie van Vermeer was niet gebaseerd op de tekenkunst, zoals bij de Ter Borchs, maar op het optische lichtbeeld van de camera obscura, dat zich later zou doorontwikkelen tot de fotografie: het vastleggen van een optisch lichtbeeld. Van Ter Borch ontleende Vermeer vooral de keuze van diens thema’s, onderwerpen, kostuums, etc. De ideeën kwamen van Ter Borch, de sublieme en innovatieve vervolmaking van Vermeer.

In de traditie van de Florentijnse School draaide alles om Disegno, de Tekening. De kunstenaar begint ten allen tijde eerst met een lijntekening, en werkt die uit tot een schilderij. Een klassiek voorbeeld van de Florentijnse “Disegno”-school is het beroemde “De Geboorte van Venus” van Sandro Botticelli in het Uffizzi museum in Florence. De lijn overheerst en bepaalt het prachtige lijnenspel van de wapperende haren in de wind van de godin van de liefde.

De Venetiaanse  School daarentegen streefde naar Colore en  gaat uit van direct op het doek schilderen van kleuren en het vervagen van contouren. Meesters van de Venetiaanse school zijn Titiaan en Giorgione. Een mooi voorbeeld is het portret door Titiaan van de dichter Ludovico Ariosto in de National Gallery in Londen met zijn vervaagde contouren, subtiele glacislagen in het incarnaat en het accent op kleur-, licht-  en vlakwerking.

Ter Borch ging altijd uit van de tekening en was dus meer een aanhanger van de Florentijnse school. Vermeer schilderde direct op het doek, zonder voorschetsen, en streefde vooral naar kleur en licht, Meer in de traditie van de Venetiaanse school.

Er is niet één schets of tekening van Vermeer bekend, hij was een pure schilder, geen tekenaar. Wie ooit een blik geworpen heeft op het lichtbeeld in een camera obscura, ziet geen lijnen, maar een wonderschoon patroon van delicate licht- en kleurvlakken met zachte contouren. Vermeer zocht het meer in het onderzoeken van de mogelijkheden van het gebruik van spiegels en lenzen, om de schoonheid van kleur en licht te vangen. En hoe je als schilder een lichtbeeldprojectie kunt vertalen in verf. In dat opzicht zou Vermeer beschouwd kunnen worden als de “vader van de fotografie”. Pas in 1826, 150 jaar na de dood van Vermeer, zou de Fransman Joseph Nicéphore Niepcé de eerste fotografische afdruk ooit vastleggen middels het heliografie-procédé: “View from a Window at Le Gras”. Vermeer was zijn tijd ver vooruit.

De kunstenaarsfamilie Ter Borch.

Gerard Ter Borch leerde  net als zijn half-broers en half-zus het schildersvak van zijn vader Gerard Ter Borch Sr. Net zoals  Wolfgang Amadeus Mozart zijn vader Leopold als leermeester had, leerde Gerard Ter Borch het vak van zijn vader. Mozart en Ter Borch hadden beiden ook een talentvolle zus, die ook in de muziek en kunst actief was: Nannerl Mozart en Gesina Ter Borch.

De Ter Borchs keken veel naar elkaars werk en kopiëerden vrijelijk, maar tekenden ook huiselijkheden en het straatleven. In de tentoonstelling Thuis bij Ter Borch is mooi te zien hoe de vaak nog jonge familieleden schetsen, krabbelen, kopiëren, concurreren en experimenteren. Ze vormden samen een hechte kunstenaarsfamilie.

Vermeer daarentegen moest het niet echt van zijn eigen familie hebben en was van bescheiden komaf, al was zijn vader wel kunsthandelaar, net als Vermeer zelf. Vermeer is langs een andere weg groot geworden door de juiste vrouw Catharina Bolnes te trouwen met een welgestelde schoonmoeder Maria Thins en wist een rijke en genereuze (vrouwelijke!) mecenas te vinden in Maria De Knuijt.

Het favoriete model van Gerard Ter Borch was zijn half-zus Gesina. Het favoriete model van Johannes Vermeer was zijn vrouw Catharina.

Johannes Vermeer, Brieflesendes Mädchen am Offenen Fenster, 1658, Staatliche Gemäldegalerie, Dresden (detail)

Gerard Ter Borch, Le Concert: duo entre une chanteuse et une joueuse de luth théorbé, 1657, Musée du Louvre, Paris (detail)

Opvallend is dat Vermeer zijn Briefleserin slechts één jaar na Het Concert van Ter Borch schilderde. De gelijkenis van pose, kostuum en haardracht is zo treffend, dat hier wel sprake moet zijn van een directe invloed. Mogelijk liet Vermeer zich in zijn vrouwen-figuren op het gebied van kostuums en haardracht inspireren door Gesina Ter Borch als trendsetter.

Ter Borch was een fenomenale schilder van de figuur, Vermeer was beter in het overtuigend plaatsen van de figuur in de ruimte van het interieur met perspectivische diepte.

Hoe groot was de invloed van Gerard Ter Borch op Johannes Vermeer ?

Gerard Ter Borch had een diepe en bepalende invloed op Johannes Vermeer, met name in de ontwikkeling van Vermeer’s genre taferelen. Ter Borch (1617-1681) was de uitvinder van de stijl van verstilde, intieme en met subtiele psychologie geladen huiselijke interieurschilderijen, met elegant geklede hoofdfiguren, die Vermeer later overnam en tot volmaaktheid uitwerkte.

Hoewel Vermeer vandaag de dag een grotere roem geniet, was hij geen vernieuwer, maar verfijnde hij bestaande thema’s, eerder bedacht door oudere voorgangers als Ter Borch, tot een hoger nivo van artistieke perfectie.

Gerard Ter Borch, Het Concert, 1674, Gemäldegalerie Berlin

Johannes Vermeer, Het Concert, 1664,  Isabella Stewart Gardner Museum, Boston (gestolen)

De belangrijkste aspecten van de invloed van Ter Borch op Vermeer zijn:

– Het “Moment van Contemplatie en Concentratie”.  Ter Borch vestigde de trend van het schilderen van vrouwen in verstilde, aandachtvolle poses –  het lezen en schrijven van brieven, het spelen van muziek, of het deelnemen aan“Galante Conversaties”

– Onderwerpkeuze en compositie: Veel van Vermeer’s composities, zoals vrouwen met brieven of het bespelen van een muziekinstrument zijn rechtstreekse variaties op thema’s in eerdere werken van Ter Borch.

– Stofuitdrukking: Ter Borch was vermaard om zijn weergave van kostbare stoffen, in het bijzonder van wit satijn. Vermeer nam deze focus op materiële weergave over,  door zijn eigen meesterwerken van stofuitdrukking te creëren, zoals in het Parelsnoer in Berlijn.

– Psychologische diepgang: Ter Borch nam afstand van het openbare leven in de rauwe en gewelddadige herbergtaferelen, zo kenmerkend voor de vroege Hollandse schilderkunst, om zich meer te richten op intieme en verfijnde binnenkamertaferelen en het verborgen innerlijke gevoelsleven van zijn personages, een overgang die de pad zou gaan effenen voor Vermeer’s beste werken.  

Opvallendste verschillen tussen Ter Borch en Vermeer:

Hoewel de invloed van Ter Borch onmiskenbaar is, maakte Vermeer het verschil door het genre in een geheel eigen en onderscheidende stijl naar een hoger plan te tillen:

– Licht en Ruimte: Vermeer overtrof Ter Borch in de beheersing van helder natuurlijk daglicht en het creëren van een gevoel van een heldere, serene ruimtelijke illusie,  terwijl Ter Borch  vaker gebruik maakte van meer gedempt licht en donkerder achtergrond

– Sfeer werking: Vermeer’s scenes zijn vaak meer tijdloos en verstild, terwijl de scenes van Ter Borch’s vaker verwijzen naar een meer specifiek, wat meer dramatisch, maar dubbelkzinnig verhaal (over liefde en verleiding).

– Kleurenpalet: Ter Borch maakte vaker gebruik van meer gedempte aarde-kleuren, terwijl Vermeer een helderder, meer sprekend kleurenpalet bracht, met name door het gebruik van het beroemde kleurakkoord van citroengeel en ultramarijn blauw.

De belangrijkste invloeden van andere tijdgenoten op Vermeer zijn:

–  Carel Fabritius: Als Delftse meester had hij grote impact op Vermeer’s gebruik van perspectief, de precieze weergave van koel natuurlijk daglicht en de lichte achtergrond van een witte muur.

– Gerard ter Borch: Beïnvloedde Vermeer’s overstap naar het afbeelden van huiselijke intieme genrescènes uit het dagelijks leven, de weergave van de vrouwenfiguur en de concentratie op dagelijkse bezigheden en subtiele verborgen gevoelens.

–  Pieter de Hooch: Zijn invloed is zichtbaar in de serene, huiselijke taferelen met doorkijkjes, de ruimtelijke werking van zijn interieurs en het construeren van het perspectief van tegelvloeren.

Kortom: Vermeer leende de kostuumfiguren en interieurscène-onderwerpen van Ter Borch, het perspectief en doorkijkjes van De Hooch en ontwikkelde zelf zijn geheel eigen optische stijl en visie door te gaan werken met een “schilder-camera”.

Johannes Vermeer, Lady Writing in Yellow, 1665, National Gallery Washington

Gerard Ter Borch, De Briefschrijfster,  1655, Mauritshuis, Den Haag

Van Gerard Ter Borch  nam Vermeer vooral de ideale vrouwen-figuur over volgens de mode van zijn tijd. Gesina Ter Borch, de zus van Gerard Ter Borch zou ook model hebben kunnen staan in een schilderij van Vermeer. Het is niet ondenkbaar dat Vermeer zijn mooie vrouw Catharina als model modelleerde naar het voorbeeld van Gesina Ter Borch. Gesina Ter Borch was precies van dezelfde leeftijd als zijn vrouw Catharina, beiden zijn geboren in 1631. Gerard Ter Borch zelf was 15 jaar ouder dan Johannes Vermeer (resp. 1617 en 1632 geboortejaar).

Ook vind je bij Gerard Ter Borch de “concentratie-pose” terug, waar ook Vermeer een bijzondere voorliefde voor koesterde. Zoals in Ter Borchs “Moeder die Appels Schilt” uit 1660 in het Kunsthistorisches Museum in Wenen.

Gerard Ter Borch, Boy Ridding his Dog of Fleas, 1665, Alte Pinakothek, München

Hellenistisch, 3e-1e eeuw voor Chr. , Spinario – Doorntrekker, Musei Capitolini, Rome

Verstilde concentratie is een klassiek thema dat Vermeer ook overnam uit de schilderijen van Gerard Ter Borch, waarin het veelvuldig voorkomt. Zoals in het schilderij Jongen die zijn Hond Vlooit uit de Alte Pinakothek in München.

Een beroemd klassiek Grieks-Hellenistisch beeldhouwwerk is de Doorntrekker (Spinario), waarin een jongen een doorn uit zijn voet trekt. Momenten van verstilde concentratie uit het dagelijks leven verheffen tot tijdloze kunst is een kenmerk van de Hollandse Oude Meesters uit de 17e eeuw en vind je ook bij de meesters uit de klassieke oudheid. “Excellence is the art of transforming the ordinary in something extraordinary”. Van een doodgewoon gegeven iets buitengewoons kunnen maken. Verstilde concentratie heeft een tijdloze schoonheid en is van alle tijden.

Moses Ter Borch, Portrettekening van Gesina Ter Borch, 1660

Johannes Vermeer, Lady Writing in Yellow, (waarschijnlijk een portret van Catharina), 1665, National Gallery Washington (detail)

Gerard Ter Borch schilderde in 1668 in samenwerking met zijn half-zus Gesina dit emblematische memorie portret van hun jongste broer Moses, die in de strijd gesneuveld was bij de kust van Engeland gedurende de Tweede Engels-Hollandse Oorlog in 1667.

Zowel Gerard Ter Borch als Johannes Vermeer werden geconfronteerd met de dood door het overlijden van dierbaren: Voor Vermeer was dat zijn grote artistieke jeugdheld de schilder Carel Fabritius in 1654 bij de grote ramp van het exploderen van een kruitmagazijn in Delft. Voor Gerard Ter Borch het sneuvelen van zijn jongste half-broer Moses als marinier onder Michiel de Ruyter bij Harwich in 1667 in de oorlog met Engeland. Zowel Vermeer als Ter Borch geloofden in de Schilderkunst als triomf over de Dood.

Uit onderstaande tekening van Gesina Ter Borch blijkt dat zij daar al in 1660 bewust mee bezig was. Ook Vermeer’s meesterwerk in Wenen, De Schilderkunst, straalt de ambitie uit van het overwinnen van de Dood door de Schilderkunst. Ars Longa, Vita Brevis. De Kunst overleeft de kunstenaar en het leven  zelf.

Gesina ter Borch, Triomf van de Schilderkunst over de Dood (Zelfportret, ca. 1660), Rijksmuseum, Amsterdam

Beroemd en als allegorie uniek in Gesina’s werk is haar Triomf van de Schilderkunst over de Dood. Deze tekening zit vol symboliek, maar die heeft ze niet zelf bedacht. Schilders gebruikten op grote schaal boeken met zogenaamde emblemata, voorbeelden. Eén van de meest bekende daarvan was Cesare Ripa’s Iconologia (1593)dat in 1644 uit het Italiaans in het Nederlands vertaald werd. Hierin wordt precies uitgelegd, én afgebeeld, hoe een kunstenaar allerlei allegorieën en personificaties van min of meer abstracte begrippen dient weer te geven, zodat ze met hun juiste betekenis herkenbaar zijn. De personificatie van de Schilderkunst wordt door Ripa als volgt afgebeeld:

Cesare Ripa, Iconologia: Pittura (Schilderkunst)

Gesina beeldt hier zeer waarschijnlijk zichzelf af als de personificatie van de schilderkunst. Deze personificatie is altijd een mooie vrouw. De mond van de schilderes is gekneveld: de schilderkunst is een zwijgende kunstvorm (anders dan de muziek en dichtkunst), en dient ook in stilte beoefend te worden. Achter de Schilderkunst staat, in het blauw, de Muze van de Geschiedenis en de Dichtkunst (ook naar Cesare Ripa), die de schilder inspireert. Het masker dat de Schilderkunst om haar hals draagt, wijst erop dat een schilderij altijd een nabootsing, imitatio, is van iets anders uit de werkelijkheid. Boven op de schilderezel verrijst een feniks uit de as: de kunstenaar “verrijst uit de dood” door haar werk dat blijvend is, ook nadat zij gestorven is. Ars longa, vita brevis. Dezelfde betekenis hebben de Dood en de Tijd, die vertrapt onder haar voeten liggen; de zeis is gebroken en de zandloper is kapot. De vrouw achter de ezel schildert een Toren van Babel……. het ultieme symbool van het menselijk kunnen, maar met daarin besloten het gevaar van ijdelheid en hoogmoed.

Gesina ter Borch, De Overwinning van de Schilderkunst over de Dood, Zelfportret, ca.1660, Rijksmuseum, Amsterdam

Feministes met eenentwintigste-eeuwse ogen zien in dit beeld graag een verbeten schilderende ambitieuze vrouw die tegen haar wil de mond gesnoerd wordt, als bewijs van de eeuwenlange miskenning van de vrouwelijke kunstenaar in de kunstgeschiedenis. Dat is bijna zeker niet de boodschap van Gesina in deze tekening. De knevel staat voor het zelfgekozen zwijgen, de stilte, als de juiste levenshouding voor elke beoefenaar van de schilderkunst.

De schilderkunst wordt door Gesina gezien als de verhevenste van alle kunsten, omdat zij zwijgt en de stilte zelf laat spreken.

Dat is precies wat ik persoonlijk zo bewonder in de verstilde schilderijen van Vermeer.

Johannes Vermeer, De Schilderkunst, 1666, Kunsthistorisches Museum, Wien

Ook de symboliek in Vermeer’s meesterwerk De Schilderkunst in Wenen is ontleend uit het boek Iconologia van Cesare Ripa uit 1644.

Wat doet dat gipsen gezichtsmasker daar op de tafel; is het een symbool van de imitatio, de nabootsing, van de beeldhouwkunst of is het zelfs een dodenmasker ? Misschien van Carel Fabritius, een ode aan zijn artistieke jeugdidool, die tragisch om het leven kwam bij de Delftse Donderslag, de ontploffing van het kruitmagazijn in Delft in 1654 ?

Het masker dat de Schilderkunst om haar hals draagt in de tekening van Gesina Ter Borch symboliseert dat een schilderij een nabootsing is van iets anders uit de werkelijkheid.

Op YouTube is deze videoclip van deze grote hit uit 1968 te zien en horen van de Moody Blues – “Nights in White Satin”:


 

……….. en een mooi 2026 !

Eigen fotomontage met fotomodel Anouk in het  balletkostuum van een Degas ballerina, het Vermeer-raam in mijn eigen atelier en het interieur van de Spiegelkamer in de Oude kerk in Amsterdam met origineel 18e eeuws handgeschilderd behang.

De jonge vrouwen bij het raam van Johannes Vermeer, de danseressen van Edgar Degas en het ballet van het Zwanenmeer; voor mij gaat dat allemaal over het streven naar schoonheid.

De Soefische mysticus en dichter Rumi zegt het mooi: “Laat de schoonheid, van wat je liefhebt, zijn wat je doet”.

EEN INDO-PORTUGEES JUWELENKISTJE EN MARIA DE KNUIJT ALS DE VROUWELIJKE MECENAS VAN VERMEER

De recente publicatie “De Tastbare Wereld van Johannes Vermeer” van kunsthistorica Alexandra van Dongen richt de aandacht op specifieke tastbare dagelijkse gebruiksvoorwerpen in Vermeers schilderijen, en linkt ze aan daadwerkelijk bewaard gebleven 17e eeuwse huisraad in diverse museale collecties. Van een kostbaar Indo-Portugees juwelenkistje tot een eenvoudige aardewerken kookpot uit Oosterhout. Tastbare voorwerpen, die ons gevoelsmatig dichter bij Vermeer brengen en mogelijk een steunbewijs vormen dat de mecenas van Vermeer een welgestelde vrouw was: Maria de Knuijt (en niet haar man Pieter van Ruijven).

Als museum-fotograaf bij Museum het Valkhof in Nijmegen ervoer ik ook het tastbare contact met mooie originele collectie-topstukken als een van de leukste aspecten van mijn toenmalige werk. Van een Romeinse Gezichtshelm tot het Gezicht op Nijmegen van Jan van Goyen. The real thing.

Bij Vermeer wordt graag de mysterieuze poëzie en het religieuze idealisme in zijn schilderijen belicht en benadrukt, maar zijn werk toont ook een heel fysieke en materialistische voorliefde voor mooie, tastbare en kostbare kunstvoorwerpen. Naast kunstschilder was hij ook kunsthandelaar. In haar recente boek “De Tastbare Wereld van Johannes Vermeer – Huisraad als Schildersmodel” gaat de auteur Alexandra van Dongen nader in op de tastbare voorwerpen in de schilderijen van Vermeer, zoals een kostbaar en zeldzaam Indo-Portugees juwelenkistje en een alledaagse aardewerken Oosterhoutse kookpot, die in zijn schilderijen heel precies en natuurgetrouw weergegeven zijn.

Veel abstracte kunsthistorische beschouwingen over Vermeer leggen de nadruk op de spirituele transcendentie en religieuze aspecten van zijn schilderkunst. Ieder maakt zo “zijn eigen persoonlijke Vermeer”. Katholieken willen Vermeer graag linken aan de orde van de Jezuieten, Protestanten juist aan de beweging van de Remonstranten. Ze kijken soms niet meer naar wie Vermeer was, maar willen in Vermeer zien, wie ze zelf zijn. Van de schrijfster Anaís Nin is de puntige quote: “We don’t see the world as it is, but as we are”. Ergo: “We don’t look at Vermeer-paintings as they are, but as we are”. Toon mij hoe u naar Vermeer kijkt, en ik zal u zeggen wie u bent.

Toch is er ook veel voor te zeggen, dat het vooral de tastbare materiële kant en de bijzondere “camera obscura”- schildertechniek van Vermeer is, die het alom bewonderde unieke “esthetische effect” in zijn schilderijen bepalen. Materiële elementen en aspecten als beeldopbouw worden door kunsthistorici soms verwaarloosd ten gunste van een transcendente analyse en interpretatie. Van de Franse kunstenaar Jean Dubuffet is de uitspraak: “L’art doit naître du matériau et de l’outil”. Met een leuk idee en wollige “bla-bla-bla” alleen, zoals in hedendaagse conceptuele kunst maar al te vaak het geval is, maak je ook in mijn ogen nog geen échte kunst. De materie zelf herbergt ook zo haar eigen mysterie.

Alleen een zeer rijke, welgestelde dame kon zich in de 17e eeuw in Holland het kostbare Indo-Portugese juwelenkistje veroorloven, dat op twee schilderijen van Vermeer weergegeven is.  Deze dame zou heel wel Maria de Knuijt geweest kunnen zijn, die door Vermeer-experts meer en meer aangewezen wordt als de daadwerkelijke mecenas voor Vermeer. Zij kocht ruim 20 van zijn beste schilderijen aan, in een oeuvre van in totaal 35 werken. Maria de Knuijt was de vrouw van Pieter van Ruijven, die als eerste in het archieven-onderzoek door John Michael Montias boven water kwam als de zeer waarschijnlijke “main patron” van Johannes Vermeer.

Vermeer is een “feminiene” schilder, in de geschilderde wereld van Vermeer draait alles om de vrouw. Ook in zijn directe leefomgeving was Vermeer voornamelijk omringd door krachtige vrouwen: zijn mooie jonge vrouw Catharina Bolnes, zijn dominante, gescheiden schoonmoeder Maria Thins, bij wie hij met zijn vrouw en kinderen inwoonde, en zijn rijke, genereuze mecenas Maria de Knuijt, voor wie hij twee derde van zijn oeuvre schilderde. Maria de Knuijt was een rijke aandeelhoudster in de Oost Indische Compagnie, en zou dus heel goed via haar handelscontacten in de Oost het luxueuze en kostbare Indo-Portugese juwelenkistje in haar bezit gehad kunnen hebben.

Ladenkastje/Juwelenkistje, ca. 1580-1620, Cochin, India, teakhout en ebbenhout, vertind metaal, Museu das Convergênces, Távora Sequeira Pinto Collection, Porto, Portugal.

Er lijkt dus een link te zijn tussen dit Indo-Portugees juwelenkistje met Maria de Knuijt, de vrouw van Pieter van Ruijven. Zij wordt op basis van archiefdocumenten onderzoek door experts meer en meer beschouwd als de daadwerkelijke mecenas van Johannes Vermeer.

Maria de Knuijt was groot-aandeelhouder van de Oost-Indische Compagnie, wat een directe link lijkt te bevestigen met het Indo-Portugese juwelenkistje dat op twee schilderijen van Vermeer afgebeeld wordt. Ook past het juwelenkistje mooi in het beeldconcept van Vermeer – het schilderij opgevat als een juwelenkistje met zijn mooie jonge vrouw als het kostbare juweel in het middelpunt.

De rol van geld in het creatieve proces van Johannes Vermeer.

Vermeer’s naaste omgeving lijkt gedomineerd geweest te zijn door vrouwen: hij woonde met zijn jonge vrouw en kinderen in bij zijn welgestelde schoonmoeder Maria Thins. En het merendeel van zijn beste schilderijen schilderde hij voor één schatrijke vrouwelijke mecenas: Maria de Knuijt, die aandeelhouder was van de Oost-Indische Compagnie. Twee derde van zijn gehele output hing in één privéwoning aan de Oude Delft in Delft, waardoor het afgeschermd bleef van het publieke domein. Dit verklaart meteen waarom Vermeer na zijn dood snel in vergetelheid raakte. Het verklaart ook de gevoelige feminiene intimiteit die zijn schilderijen uitstralen en hem vandaag de dag wereldwijd zo geliefd maken.

Intieme schilderkunst als die van Vermeer kan alleen mogelijk gemaakt worden door privaat en “warm” geld: mecenaat. Een klein, intiem, maar hoogwaardig netwerk. Alleen een zeldzame kleinschalige constellatie van veel talent, liefde, warme vriendschap, aristocratische klasse, smaak en geld kan een Vermeer voortbrengen. Contemplatieve kunst behoeft een zekere mate van traagheid, veel tijd en vrijheid, om tot bloei te kunnen komen.

Gezien de razendsnelle technologische ontwikkelingen van deze tijd, zal Vermeer een onherhaalbaar hoogtepunt blijken te zijn. De verstilde wereld van Vermeer bestaat enkel nog in zijn schilderijen. Het is overigens zeer de vraag of de ontwikkeling van kunst van een zo hoog nivo als die van Vermeer in deze snelle tijd van sociale media, hyperconnectie en hyperinformatie zich nog buiten het zicht van de publiciteit zou kunnen ontwikkelen.  Er zal nooit een echte “Nieuwe Vermeer” opstaan in deze tijd, ook niet met A.I.  Alle pogingen om een Nieuwe Vermeer te schilderen, schieten in meer of mindere of zelfs belachelijke mate tekort. Het internet staat er vol mee.

De erudiete Brits-Joodse filosoof George Steiner verwoordde het treffend:

“But there is sadness as well, and an intimation of irreparable loss. What would Vermeer make of the brutal trash, of the self-advertising clichés which currently pass for art? …… Just what has made impossible for us the creation, the communication of the weight, of the radiance of things and of their human custodians so abundant in Vermeer? Whom are we fooling but ourselves?!”

“Johannes Vermeer, Het Melkmeisje”, 1658, Rijksmuseum Amsterdam

Kookpot, ca. 1650, loodglazuuraardewerk, Oosterhout, Coll. Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam

Een meer alledaags voorwerp, dat van Dongen bespreekt, is de aardewerken kookpot in Het Melkmeisje van Vermeer (1658-59, Rijksmuseum, Amsterdam). Zij identificeert de kom waarin zij de melk uitgiet, als een aardewerken kookpot, gemaakt in Oosterhout, 60 kilometer ten zuiden van Delft. Deze potten staan op drie pootjes, die in het beroemde schilderij van Vermeer echter schuilgaan achter de broden in het stilleven op de tafel.

Het materialisme van Vermeer en het transcendente in de kunst.

Vermeer’s interieurs weerspiegelen ook het tastbare materialisme en de onvoorstelbare rijkdom van de Gouden Eeuw in het Holland van de 17e eeuw, maar veel kunstliefhebbers ervaren de wereld van Vermeer tegelijk als een wereld van een hogere, transcendente orde, die het platte materialisme verre overstijgt. Kunst, die een  onzichtbare spirituele metafysische werkelijkheid zichtbaar maakt. Als een bron van positieve energie. Als een plek waar je voor altijd zou willen verblijven. Het woord van Voltaire doet mij aan Vermeer denken: “Le paradis terrestre est où je suis”. Waar die poëtische overgang van de tastbare wereld van Vermeer in het metafysische hem nu precies in zit, is echter moeilijk een vinger achter te krijgen. Het is een gevoel, dat zich moeilijk uit laat leggen, maar dat de meeste Vermeerliefhebbers gevoelsmatig direct zullen herkennen. In de wereld van Vermeer lijkt alles door een stille kracht opgetild te worden. In het licht van Vermeer lijkt alles mooier, zuiverder, intenser aanwezig. “Vermeer is the place to be, when you’re looking for immortality, Vermeer is paradise divine”. (Vrij naar “Key West”, Bob Dylan)

De poëzie van  het mysterie laat zich echter niet wetenschappelijk bewijzen. “Wovon man nicht sprechen kann, darüber soll man schweigen“, schreef de filosoof Ludwig Wittgenstein al. Dat het mysterie in Vermeer zich nooit helemaal laat verklaren, is juist en precies de reden dat de Vermeer-liefhebber steeds weer bij hem terug blijft komen. Als het vaste lichtbaken van een vuurtoren op een hoge klif. In de wereld van Vermeer komt de ziel tot rust. Thomas van Aquino schreef ooit: “Mijn hart is onrustig, tot het rust in U”…..

Japanners houden ook erg van Vermeer.  Voor de Japanners hebben alledaagse, levenloze voorwerpen en ook de natuur zelf een ziel (Shintoisme). Ze hebben een buitengewone gevoeligheid ontwikkeld voor bezieling in materiële dingen. Japanners kunnen als geen ander spiritualiteit ervaren in het materiële. Hun geloofsovertuiging naast het Zen-Boedhisme is het Shintoïsme, die de ziel vereert die leeft in de natuur, in bomen, bergen en rivieren.

“Wabi-Sabi”  – “De schoonheid van het onvolmaakte”.

Dit Japanse idee komt mooi tot uitdrukking in de met goud opgevulde barsten in  een Kintsugi-aardewerk kom.  Juist volmaakte schoonheid zien in het niet-perfecte. Een oplettende kijker ziet ook in het Melkmeisje van Vermeer de spijkergaten in de muur achter haar , een met vocht doorgeslagen muur onder het glas-in-lood raam links en afgebrokkelde stukjes kalk op de vloer onder  de muur rechts. Die imperfecties dragen bij aan de geloofwaardigheid en zeggenskracht van het Melkmeisje als schilderij.

Een Japanse Sake-kan en een Delftse witte wijnkan.

Er zit een beetje Japan en Zen in Vermeer. Delft had met zijn Delfts Blauw een sterke band met het Verre Oosten. In wezen is Delfts Blauw ontstaan als een Hollandse imitatie van Chinees en Japans porselein. Voor Japanners hebben ook levenloze voorwerpen een ziel. Ook de voorwerpen in Vermeers schilderijen lijken bezield met een eigen, voelbaar, maar verborgen innerlijk leven.

Transfiguratie als de overgang van het materiële in het spirituele.

In het katholieke geloof is er spirituele concept van transfiguratie en incarnatie. “Het woord is vlees geworden”. Spirituele ervaring, die opgeroepen kan worden door contemplatie van het materiële. Het materiële lichaam onthult de goddelijke natuur. Transfiguratie als een spirituele ervaring die een werkelijkheid openbaart die de materiële wereld overstijgt.

In die zin zou je de schilderkunst van Vermeer kunnen ervaren als een vorm van spiritueel bezield materialisme. “Spiritueel materialisme”. Transfiguratie van gewone alledaagse materie in een hogere werkelijkheid.

De eminente Joods-Britse historicus Simon Schama legt in zijn boek “Embarrassment of Riches” heel precies het innerlijke morele dillemma bloot van de schatrijke 17e eeuwse Hollandse kooplieden tussen hun Calvinistisch-protestantse geloof en hun eigen puissante rijkdom. Was het Protestantisme niet juist ontstaan uit een diepe afkeer van en protest tegen het enorme machtsmisbruik, uiterlijk vertoon, rijkdom en de pracht en praal van de Katholieke kerk ?

Een protestbeweging die tot uitbarsting kwam in de beruchte Beeldenstorm in 1566. Bij Protestantse kooplieden sluimerde een knagend innerlijk onbehagen en schuldgevoel. Mag al die rijkdom en luxe wel samengaan met de boodschap van het evangelie en de contemplatie van het mysterie ? Dit innerlijke morele conflict lijkt ook terug te vinden bij Maria de Knuijt, de vermoedelijke mecenas van Vermeer. Vermeer schilderde dit morele dillemma op geniale wijze in de “Woman Holding a Balance” in Washington: de weegschaal weegt de balans tussen de juwelendoos met goud en parels en Het Laatste Oordeel.

Enerzijds was Maria de Knuijt schatrijk als grootaandeelhouder van de Oost-Indische Compagnie en bezat ze een kostbare kunstverzameling met ruim twintig schilderijen van Johannes Vermeer. In haar bewaard gebleven testament in 1665 liet ze echter ook veel geld na aan  weeshuizen, oorlogsvluchtelingen en de Kamer van Caritate (liefdadigheid). Dat heeft de schijn tegen van het afkopen van een moreel schuldgevoel over de herkomst van haar vergaarde rijkdom. Het is geen geheim dat achter de schittering en rijkdom van de gouden eeuw, naast een creatieve handelsgeest en ondernemingszin, ook een duister verleden van oorlog, kolonialisme, onderdrukking en slavernij van andere volkeren schuil gaat. Het één kan blijkbaar niet zonder het ander. Het eten van de een is het resultaat van het opeten van de ander. “Eten of gegeten worden”. Het licht en het donker volgen elkaar op in een continue golfbeweging. Bijna alle grote culturele bloeiperioden in de geschiedenis volgen op perioden van oorlog, leed en ellende. De dialectiek tussen Oorlog en Vrede. Ook aan de tijd van Vermeer ging de Tachtigjarige Oorlog tegen de Katholieke Spaanse overheersing vooraf, die zou leiden naar de onafhankelijkheid van de Protestantse Republiek. De bron van de schilderkunst van Vermeer is een diep verlangen naar de troost van een tastbare en zichtbare hogere harmonie, schoonheid en vrede in tijden van oorlog.

Johannes Vermeer, Mistress and Maid, 1667, Frick Collection, New York.

Johannes Vermeer, A Lady Writing, 1665, National Gallery of Art, Washington

Dit zijn de twee Vermeer-schilderijen, waarop het Indo-Portugese juwelenkistje staat afgebeeld: “Mistress and Maid” uit de Frick Collection in New York en de “Lady Writing” uit de National Gallery in Washington. Het juwelenkistje in deze schilderijen was al eerder als Indo-Portugees geïdentificeerd, maar er blijkt nu dus nog een daadwerkelijk bestaand fysiek exemplaar ervan bewaard gebleven te zijn in een museum in Porto. Het kistje staat ook symbool voor de materiële rijkdom, die het herbergt. Het laat zien hoe zeer Aziatische luxegoederen uit het Verre Oosten waren doorgedrongen in het dagelijkse leven in woonhuizen in het 17e eeuwse Holland. Vermeer heeft het juwelen-kistje zo precies nageschilderd, dat hij daadwerkelijk een tastbaar exemplaar in zijn eigen atelier moet hebben gehad. Als kijker voel je de tastbare aanwezigheid van de dingen bij Vermeer, dat ze echt gezien zijn, precies zoals ze in het écht zijn. Niets is bedacht of slechts uit de herinnering geschilderd vanaf een schets, zoals bij velen van zijn tijdgenoten gebruikelijk was. Het is allemaal echt gezien. Bij Vermeer is niets onopgemerkt gebleven.

De twee Vermeer-schilderijen, waarop het Indo-Portugese juwelenkistje staat afgebeeld: “Mistress and Maid” uit de Frick Collection in New York en de “Lady Writing” uit de National Gallery in Washington.

Naast het Indo-Portugese juwelenkistje, staan ook op drie andere Vermeer-schilderijen nog andere juwelenkistjes afgebeeld. In de “Woman with a Water Pitcher” in het Metropolitan Museum in New York, “Brieflezende Vrouw in Blauw” in het Rijksmuseum in Amsterdam en de “Woman Holding a Balance” in Washington.

Op in totaal maar liefst vijf Vermeer-schilderijen is dus een juwelenkistje van een mooie jonge vrouw in het stilleven op de bolpoottafel afgebeeld. Het juwelenkistje staat symbool voor wereldse schoonheid en rijkdom en het intieme domein van de vrouw. Vier keer duikt een juwelenkistje op in de “Liefdesbrief”-schilderijen: “A Lady Writing” in Washington, “Brieflezende Vrouw in Blauw”in het Rijksmuseum in Amsterdam, “Woman Holding a Balance” in Washington en de “Mistress and Maid” in de Frick Collection in New York. Verder komt er ook nog een juwelenkistje voor in de “Woman with a Water Pitcher” in het Metropolitan Museum in New York.

Voor Vermeerliefhebbers is elke Vermeer een juwelenkistje op zichzelf, met een mooie jonge vrouw als het kostbare juweel. Vermeer idealiseert de alledaagse wereld van de vrouw en tilt haar op naar een hoger plan.

Vaak ligt er een parelsnoer bij het juwelenkistje.. De “Parel”-metafoor speelt een centrale rol in de beeldpoëzie van Vermeer. Het iconische Meisje met de Parel in het Mauritshuis in Den Haag wordt door velen gezien als het ultieme juweel: “zij is als een parel”.

In de “Woman Holding a Balance” staat het juwelenkistje met de parels in symbolische dialoog met het schilderij met Het Laatste Oordeel op de achtergrond. Het gaat hier om het vinden van de juiste balans tussen wereldse rijkdom en een godvruchtig leven.

Volgens de Britse kunsthistoricus Andrew Graham Dixon in zijn recente boek “Vermeer – A Life Lost and Found” is ook de exacte locatie van het voormalige woonhuis van Maria de Knuijt en haar man Pieter van Ruijven door archiefonderzoek boven water gekomen. In de bewaard gebleven eigendomsakte van het woonhuis Oude Delft 106 in Delft staat de naam van Pieter Claesz van Ruijven vermeld.

In dit woonhuis hingen dus ooit meer dan 20 schilderijen van Johannes Vermeer onder één dak. Dit woonhuis stond pal naast de Remonstrantse schuilkerk.

Het echtpaar Maria de Knuijt en Pieter van Ruijven, het vaste mecenas-echtpaar voor Vermeer, waren zelf Collegiant/Remonstrant en hun woonhuis, dat zich bevond op de Oude Delft 106, maakte ook daadwerkelijk deel uit van de schuilkerk van de Remonstranten/Collegianten, een geloofsgemeenschap, waarvan zij dus ook zelf lid waren. Hun hele kunstcollectie bevatte het merendeel van de schilderijen van Johannes Vermeer in één huis. Ook weten we dat Vermeer de Astronoom en de Geograaf schilderde in opdracht van Adriaan Paets, de belangrijkste leider van de Remonstranten/Collegianten in Rotterdam. What more evidence do you need ?

Dat Maria de Knuijt een bijzondere relatie had met Johannes Vermeer blijkt ook uit haar eigen persoonlijke testament dat zij in 1665 liet opmaken, waarin zij bij haar overlijden 500 gulden zou nalaten aan Johannes Vermeer. Met de nadrukkelijke bepaling, dat het niet toe zou mogen komen aan zijn vrouw en kinderen. Een dergelijke geldschenking van een vrouw op persoonlijke titel, als een persoonlijke mecenas voor een kunstenaar, was in die tijd hoogst ongebruikelijk.

       Het Indo-Portugese juwelenkistje, haar aandeelhouderschap van de Oost Indische Compagnie, de locatie van haar woonhuis op de Oude Delft 106, haar lidmaatschap van de  Remonstrantse schuilkerk, en haar eigen persoonlijke testamentaire legaat van 500 gulden aan Johannes Vermeer en de herkomstgeschiedenis van de beroemde Dissiuscollectie met 21 Vermeerschilderijen, die via haar dochter Magdalena van Ruijven terug te herleiden is naar haar als erflater, vormen sterk steunbewijs dat Maria de Knuijt de belangrijkste mecenas voor Vermeer was en niet haar man Pieter van Ruijven. Als hier sprake mocht zijn van subtiele feministische propaganda, die Vermeer voor haar eigen karretje wil spannen, zal verder toekomstig onderzoek dat vanzelf een keer uitwijzen. Wat mij betreft ligt vrouwelijk mecenaat wel heel goed in lijn met het feminiene karakter van de “vrouwenschilderijen” van Vermeer.

Verbinding. Kunst is verbinding. Religie is verbinding. Vermeer is verbinding. Het religieuze gevoel dat Vermeer schilderijen kunnen oproepen draait om verbinding. In de verstilde wereld van Vermeer lijkt al het alledaagse op een hoger plan met elkaar in verbinding te staan.

Vermeer moet ook zelf in verbinding gestaan hebben met heel bijzondere mensen, om die verbinding te kunnen realiseren tussen schilderkunst en religie. Tussen het gewone alledaagse en een hogere werkelijkheid. “Connaissance de l’infini par moyen du fini”, zoals Marcel Brion het mooi verwoordt in zijn monografie over Vermeer. Volgens Gregor Weber stond Vermeer in contact met de Jezuieten, zijn directe buren aan de Oude Langendijk in Delft. Zij zouden Vermeer kennis hebben laten maken met de Camera Obscura. Recent heeft de Engelse BBC-documentairemaker Andrew Graham Dixon aangetoond dat Vermeer via zijn patrones Maria de Knuijt ook direct in contact stond met de Remonstrantse kerk aan de Oude Delft in Delft.

Ook weten we dat de Remonstrantse leider Adriaan Paets in Rotterdam de rechtstreekse opdrachtgever was voor de Astronoom en de Geograaf van Vermeer. Blijkbaar kon Vermeer zich naar een hoger nivo optrekken door het omgaan met vrijdenkende, welgestelde mensen in een religieuze gemeenschap. De Remonstranten stonden een liberaal, vrijzinnig geloof voor en werden ook wel de “Rekkelijken” genoemd, tegenover de “Preciezen” die het dogmatische strenge geloof van de Protestanten van Calvijn bleven aanhangen.

Ook Vermeer zelf kon niet in zijn ééntje een “Vermeer” schilderen. Hij steekt zo hoog boven zijn tijdgenoten uit, dat hij in verbinding moet hebben gestaan met de juiste personen uit hoge kringen, waaraan hij zich op kon trekken en boven zichzelf uit kon groeien. Vermeer zelf was van eenvoudige komaf, op eigen kracht alleen had hij nooit die top kunnen halen. Archiefdocumenten wijzen erop, dat Vermeer in zijn intieme kring in verbinding stond met twee sterke en rijke vrouwen: zijn schoonmoeder Maria Thins en zijn persoonlijke mecenas Maria de Knuijt. Hun feminiene invloed  is ook te zien en te voelen in zijn schilderijen, waarvan het merendeel de intieme binnenwereld van een welgestelde vrouw tot onderwerp heeft.

Welke invloed had de rijke Maria de Knuijt op de schilderkunst van Vermeer? Die dure Rückers-klavecimbels en zo’n Indo-Portugees juwelenkistje kon Vermeer zichzelf financiëel beslist niet veroorloven met zijn vrouw en elf kinderen. Het lijkt er op dat Vermeer zich aan de aristocratische klasse, rijkdom en smaak van Maria op kon trekken en dat zij een grote rol speelde bij het bepalen van de onderwerpkeuze en inrichting van de door hem geschilderde interieur schilderijen. Wellicht had hij aan Maria ook een scherp oog, goede criticus en artistieke sparringpartner bij het vervolmaken van de composities in zijn schilderijen. Vermeer schilderde niet alleen bij voorkeur vrouwen, er zit ook een feminiene gevoeligheid en zachtheid in zijn schilderstijl, die hij wellicht dankzij Maria kon ontwikkelen.

Aan Maria als mecenas had hij een rijke, oudere vrouw met geld en goede smaak, waar hij zich ook in artistiek opzicht aan op kon trekken en aan zijn vrouw Catharina een mooie jonge vrouw als model om te schilderen. The best of both worlds. Vermeer was een man van bescheiden komaf. De aristocratische klasse en vrouwelijke gevoeligheid die sommige van zijn schilderijen uitstralen, kon hij niet zo maar uit zichzelf halen. Hij wist kennelijk de juiste vrouwen aan zich te binden, die die klasse en gevoeligheid wel in huis hadden.

Achter de voormalige gevel van dit huis, dat hier in de 17de eeuw stond op Oude Delft 106 in Delft, bevonden zich ruim twintig schilderijen van Vermeer. Hier bevond zich het woonhuis van het mecenas-echtpaar Maria de Knuijt en Pieter van Ruijven, dat Vermeer in staat stelde zijn nu wereldberoemde schilderijen-oeuvre bij elkaar te schilderen. Op dit adres bevindt zich nu een studentenhuis. Het is een bizarre gedachte dat in een hedendaagse studentenkamer 350 jaar geleden op precies dezelfde plek schilderijen hingen, die nu vele miljoenen waard zijn en over de hele wereld geliefd zijn.

De kunsthistoricus Gregor Weber probeert in zijn boek uit 2023 “Vermeer – Licht, Geloof en Reflectie” het religieuze aspect van Vermeer te herleiden naar het feit dat Vermeer de schuilkerk van de katholieke Jezuieten als naaste buren had aan de Oude Langendijk in Delft. Volgens Weber werd Vermeer door de wetenschappelijk georiënteerde Jezuieten op het spoor gezet van het gebruik van de Camera Obscura, als instrument voor de kunstschilder om het Goddelijke Licht in de wereld te vertalen in verf.

Ergens bekruipt je hierbij het gevoel van het geforceerd zich willen toeëigenen van Vermeer’s mysterie en schoonheid door de Katholieke kerk: “Vermeer was een katholiek, dus het Katholieke geloof is het ware geloof”. “With Vermeer and God on our side”. Het voor het eigen karretje spannen van grote kunst als preek voor eigen parochie.

De Engelse kunsthistoricus en BBC-kunstprogrammamaker Andrew Graham Dixon heeft in zijn recente boek “Vermeer – A Life Lost and Found” Vermeer juist gelinkt aan een verborgen, afgesplitste protestante geloofsgenootschap, de Remonstranten/Collegianten in Delft. De Remonstranten hielden hun bijeenkomsten in een schuilkerk aan de Oude Delft in Delft. Door het archiefspeurwerk van John Michael Montias voort te zetten, heeft hij een aantal belangwekkende persoonlijke relaties van Vermeer boven water weten te halen. Het echtpaar Maria de Knuijt en Pieter van Ruijven, de vaste mecenas voor Vermeer, waren zelf Collegiant/Remonstrant en hun woonhuis bleek zich te bevinden op de Oude Delft 106 en maakte deel uit van de schuilkerk van de Remonstranten/Collegianten, een geloofsgemeenschap waar zij ook zelf ook toe behoorden. Hun hele kunstcollectie bevatte het merendeel van de  schilderijen van Johannes Vermeer in één huis. Ook weten we dat Vermeer de Astronoom en de Geograaf schilderde in opdracht van Adriaan Paets, de belangrijkste leider van de Remonstranten/Collegianten in Rotterdam.  “Vermeer was een Remonstrant en dus is het Protestantisme het ware geloof”.

Ook dit heeft een beetje de schijn van overtoepen van de protestanten op de claim van de Jezuieten/katholieken, dat zij de religieuze gemeenschap waren, waardoor Johannes Vermeer geïnspireerd zou zijn tot zijn hoogstaande kunst. “Vermeer is van ons”.

Ladenkastje/Juwelenkistje, ca. 1580-1620, Cochin, India, teakhout en ebbehout, vertind metaal, Museu das Convergênces Távora Sequeira Pinto Collection, Porto, Portugal.

Het juwelenkistje is Indo-Portugees,, vervaardigd in de 17e eeuw in de havenstad Cochin (het hedendaagse Kochi, in het zuiden van India) door een lokale meester-ambachtsman voor een Europese koopman. Het is een mengeling van zowel Indiaas als Portugees design.

Dergelijke kistjes, vervaardigd van teak- en ebbehout, zijn nu uiterst zeldzaam en Van Dongen wist met de hulp van de Amsterdamse kunsthandelaar Dickie Zebregs het mogelijk enige bewaard gebleven exemplaar ervan te traceren. Het bevindt zich in de Távora Sequeira Pinto collectie in Porto (het zal in 2026 tentoongesteld worden in het Museu das Convergências).

Dit soort juwelenkistjes moeten in het 17e eeuwse Holland erg kostbaar geweest zijn en het is welhaast niet voor te stellen dat Vermeer zich een dergelijk bezit kon veroorloven. Toch heeft hij een dergelijk juwelenkistje heel precies nageschilderd in twee schilderijen, wat betekent dat hij hoogstwaarschijnlijk wel degelijk een exemplaar in zijn atelier moet hebben gehad.

Van Dongen suggereert in haar boek dat de meest waarschijnlijke eigenaar van het juwelenkistje Maria de Knuijt geweest moet zijn, Vermeer’s belangrijkste mecenas. Zij was waarschijnlijk degene, die tenminste 20 van Vermeer’s 35 schilderijen heeft aangekocht en samen met haar man Pieter van Ruijven Vermeer als kunstenaar bleef ondersteunen bij het ontwikkelen van zijn unieke stijl. De Knuijt was niet alleen rijk, maar ook een grootaandeelhouder in de Oost Indische Compagnie, die handelde tussen Nederland en India.

Het is dus heel goed voor te stellen dat zij Vermeer vroeg haar kostbare juwelendoos op te nemen in zijn schilderijen Mistress and Maid en A Lady Writing, waarvan men denkt dat ze  zich allebei in haar eigen collectie bevonden. Hoe dan ook, de duidelijke gelijkenis tussen de geschilderde en de echte juwelendoos laat zien dat Vermeer zulke kostbare mooie voorwerpen heel precies wenste weer te geven.

Overigens is het verband tussen de twee Vermeer-schilderijen en het Oporto juwelenkistje al eerder gelegd in een boek over Indo-Portugees meubulair van Pedro Dias uit 2013 en een catalogus van Hugo Miguel Crespo uit 2021. Hierbij werd echter nog niet de link aangetoond met Maria de Knuijt als vrouwelijke patrones van Vermeer.

Vermeer schildert zijn mooie jonge vrouw als een juweel. Hij is een “vrouwenschilder” die zijn vrouw als model graag op een voetstuk zet. Hij schildert haar hier staand en een beetje van onderaf gezien. Haar gestalte krijgt hierdoor een subtiele monumentale, verheven uitstraling, zoals in het hierboven afgebeelde Parelsnoer in Berlijn. In het klassieke ballet van het Zwanenmeer is de iconische “lift” ook een ode aan de schoonheid en gratie van de vrouw. Een mooie jonge danseres wordt door de man tussen het corps de ballet van andere ballerina’s hoog opgetild als een juweel, als een parel. Klassieke kunst streeft naar een Platonisch ideaalbeeld. De een ziet dat ideaalbeeld als onderdrukking van de vrouw, de ander juist als verheerlijking van de vrouw. Als Vermeerliefhebber behoor ik absoluut tot de laatste categorie……

Johannes Vermeer, Girl Interrupted at Her Music, 1658-59, Frick Collection, New York.

Wijnkan, Delft, Atelier Het Jonge Moriaanshooft, tinglazuuraardewerk, ca. 1675, Coll. Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam

In het stilleven in Frick’s Girl Interrupted at her Music in New York, flonkert een blauw-witte wijnkan met zilveren deksel als een juweel. Vermeer weet als geen ander alledaagse voorwerpen te laten stralen en als een volwaardig personage in de afgebeelde scene boven zichzelf uit te tillen.

In Vermeer’s “Girl Interrupted at her Music” staat een blauw-witte wijnkan, die is geïdentificeerd als een Chinees exemplaar van overgangsporselein, geproduceerd tussen de Ming en Qing-dynastieën, ca. 1620-1683. Door de populariteit van het Chinese porselein in Holland, is het in Delftse ateliers nagemaakt als tinglazuuraardewerk, zoals de hierboven afgebeelde Delftse wijnkan uit het Atelier Het Jonge Moriaanshooft uit 1675.

Johannes Vermeer, Briefleserin am Offenen Fenster, 1657-59, Gemäldegalerie Alten Meister, Dresden.

Schaal, hybride Kraak Overgangsporselein, China, 1630-45, Groninger Museum.

Origineel blauw wit Chinees porselein was een zeer kostbaar bezit in de 17e eeuw, die alleen de rijken zich konden veroorloven. Vermeer hield van het blauw in de blauw-witte porseleinen schaal, zoals in het stilleven van de schaal met appels en perzikken in de Briefleserin am Offenen Fenster in Dresden. Op het vroege “Girl Asleep”in New York is deze blauw-witte porseleinen schaal ook te zien in het stilleven op de tafel.

Johannes vermeer, Bei der Kupplerin, 1656, Gemäldegalerie Alten Meister, Dresden

Wijnkan, steengoed kobaltglazuur, zoutglazuur Raeren, 1625-50, Rijksmuseum Amsterdam.

In de Koppelaarster in Dresden is rechts naast de jonge courtisane in het gele jakje een blauw-grijze wijnkan met tinnen deksel te zien. Het is een vroeg 17e eeuws type steengoed wijnkan, vervaardigd in het Rijnlandse pottenbakkerscentrum Raeren. De hals van de kan is versierd met een leeuwenmasceron. Later werd de productie voortgezet in het Rijnlandse Westerwald. Delftse pottenbakkers gingen dit type wijnkan met tinnen deksel later produceren in een geheel witte variant, die in meerdere latere schilderijen van Vermeer steeds weer opduikt. Deze in Delft geproduceerde variant is geïnspireerd op het witte Bianchi di Faenza vaatwerk uit het Italiaanse Faenza.

Johannes Vermeer, Mistress and Maid, 1667, Frick Collection, New York.

Wessel Jansen, miniatuur inktstel, Amsterdam, 1642-96, zilver, Rijksmuseum Amsterdam.

Dit zilveren miniatuur inktstel is vervaardigd door zilversmid Wessel Jansen voor het poppenhuis van Petronella de la Court, nu in het Rijksmuseum in Amsterdam. Van dit type zilveren inktstel is geen origineel op ware grootte bewaard gebleven. Het zilveren inktstel bestaat uit een rechthoekig draagblad met opstaande rand op vier bolpootjes. Daarbovenop staan een zandstrooier, een inktpot en een ganzenveer-schrijfpenhouder.

Een dergelijk zilveren inktstel is in twee Vermeer-schilderijen afgebeeld. Het meest prominent in Vermeer’s “Mistress and Maid” in de Frick Collection in New York en rechts aan de rand op de “Lady Writing a Letter with her Maid” in de National Gallery in Dublin.

Johannes Vermeer, Young Woman with a Water Pitcher, 1662-65, Metropolitan Museum of Art, New York

Frans Jansz Maerschalck (zilversmid), lampetstel met stadswapen Leiden, 1641, zilver, Stedelijk Museum de Lakenhal, Leiden.

Op Vermeer’s “Young Woman with a Water Pitcher” uit 1662-64 is een (mogelijk vergulde) zilveren waterkan met wasbekken te zien, een lampetstel. Een vergelijkbaar exemplaar bevindt zich in de collectie van Museum De Lakenhal in Leiden.

Lampetkannen stonden niet alleen op de luxueuze toilettafels van welgestelde vrouwen, maar werden ook gebruikt voor het wassen van de handen tijdens een openbaar diner van de elite.  

Het is evident dat Vermeer zich graag omringde met mooie, tastbare dingen. Maar hoe mooi ook; op zichzelf maakt het naschilderen van mooie dingen een Vermeer nog geen Vermeer. Het is de manier waarop Vermeer ze zag en schilderde, die een Vermeer pas echt tot een Vermeer maakt. Niet alleen het “wat”, maar vooral ook het “hoe”. Gerard Ter Borch schilderde dezelfde mooie, tastbare voorwerpen. En toch haalt een Ter Borch-schilderij – hoe knap ook – het niet bij een echte  Vermeer…….. Hoe worden gewone, alledaagse voorwerpen tot wonderschone poëzie ? Dat is het ware geheim van Vermeer.

Johannes Vermeer, Das Mädchen mit den Weinglas, 1658-59, Herzog Anton Ulrich Museum, Braunschweig.

Zilveren Schaal met de Vijf Zintuigen, Philips Luyda, zilversmid, 1668, Delft, Museum Het Prinsenhof, Delft.

De zilveren schaal met de twee sinaasappels in het prachtige stilleven in het Vermeer-schilderij in Braunschweig is duidelijk gezien in een camera obscura. In het matglas-lichtbeeld van een camera obscura geeft juist glanzend metaal die mooie sprankelende hooglichten die versmolten lijken te drijven in een laag email van kleurvlekken.

Deze platte zilveren schaal is weergegeven als fruitschaal in het Vermeer-schilderij in Braunschweig en als presenteerschaal voor een witte wijnkan in “The Music Lesson” van Vermeer in de Royal Collection in Londen. Dergelijke kostbare zilveren pronkschalen met decoraties in relief (drijfwerk) fungeerden vooral als geschenken bij officiële gelegenheden en herdenkingen. Vermeer gebruikt deze zilveren pronkschaal om extra status en cachet toe te voegen aan het afgebeelde interieur. “Keeping up appearances” is Vermeer niet vreemd…..

Johannes Vermeer, Das Mädchen mit den Weinglas, 1658-59, Herzog Anton Ulrich Museum, Braunschweig.

Wijnkan, fayence (tinglazuuraardewerk) en zilver (deksel), 1650, Delft, Museum Rotterdam.

De witte wijnkan is misschien wel het Delftse “signature piece” van alle stillevenvoorwerpen in de schilderijen van Vermeer. De vermenging met het zuivere wit met het kostbare ultramarijnblauw is Vermeer’s in verf vertaalde ode aan het koele Hollandse daglicht.

Delftse pottenbakkers zijn dit type wijnkan met tinnen deksel gaan produceren in een geheel witte variant, die in meerdere latere schilderijen van Vermeer steeds weer opduikt. Deze in Delft geproduceerde variant is geïnspireerd op het witte Bianchi di Faenza vaatwerk uit het Italiaanse Faenza. De witte wijnkan neemt een prominente plek in maar liefst vier Vermeer-schilderijen: “Girl Asleep” in New York, “Das Mädchen mit den Weinglas” in Braunschweig, het “Glas Wein” in Berlijn en de “Music Lesson” in Londen.

De witte wijnkan is de koningin in de tastbare wereld van Johannes Vermeer. Als een symbool van zuiverheid, licht en schoonheid. In het stilleven in Braunschweig wordt de witte wijnkan bijna monumentaal als een kostbaar juweel opgetild bovenop de top van een krachtig geplooide witte doek, die wat doet denken aan de witte doeken in de stillevens van Paul Cézanne of als een schilderij van “zijn” geliefde berg, de Mont Ste Victoire bij Aix.

Johannes Vermeer, Junge Dame mit Perlenhalsband, 1664, Gemäldegalerie Berlin

Dekselpot, porselein, Arita, Japan, ca. 1670-90, Groninger Museum.

Op de houten bolpoottafel in Vermeers “Het Parelsnoer” in Berlijn is een grote porseleinen dekselpot te zien, bijna als een silhouet maar glanzend, naast een donkerblauw gedrapeerd tafelkleed. Waarschijnlijk gaat het hier om een Japanse porseleinen sierpot, die sterk doet denken aan een bewaard gebleven exemplaar in het Groninger Museum. Dit soort uit Azië geïmporteerde pronkstukken sierden de woonhuizen van de welgestelden in Holland, zoals Maria de Knuijt in Delft, de patrones van Vermeer. Met de maritieme koloniale handel van de VOC in Azië werden ongekende winsten gemaakt met handelsgoederen als specerijen, zijde en Chinees en Japans porselein.

Miniatuur kleerborstel, poppenhuisgoed Amsterdam, 1675-99, palissanderhout, varkenshaar, roze zijden band, Rijksmuseum Amsterdam.

Kleerborstels werden door welgestelde dames gebruikt om fijne kwetsbare, niet wasbare stoffen als fluweel en bont schoon te maken door ze te schuieren met zo’n kleerborsteltje. Dit exemplaar is een miniatuurborsteltje uit een 17e eeuws poppenhuis. Poppenhuizen zijn een rijke bron voor het onderzoek naar hoe dagelijkse voorwerpen in de 17e eeuw er in werkelijkheid uit zagen. Kosten nog moeite werden gespaard door rijke dames als Petronella de la Court in Amsterdam om hun rijke interieurs in miniatuurvorm zo natuurgetrouw mogelijk na te bootsen en hun poppenhuizen vertegenwoordigen ook nu nog in geld uitgedrukt een zeer hoge waarde.

Haarkam, buxushout, 1600-25, bodemvondst Delft, Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam.

Het voorwerp op de tafel van Het Parelsnoer in Berlijn heb ik zelf altijd aangezien voor een nog ongeopende, dichtgevouwen brief, maar blijkt een rechthoekig exemplaar van een haarkam te zijn, waarvan er nog 17e eeuwse exemplaren als bodemvondst bewaard zijn gebleven. Het past ook in de scene: de dame heeft haar gele jakje met de kleerborstel geschuierd, haar haar opgedaan met haar kam, heeft haar parel oorhangers ingedaan en staat nu op het punt om haar parel halssnoer om te doen, terwijl ze in de spiegel kijkt.

Vermeer besteedt altijd veel aandacht aan de keuze van de props en attributen op de tafel bij de mooie jonge vrouwen die hij schildert. Het zijn als het ware verlengstukken van haar eigen, intieme wereld. Een deel van haarzelf. Indirect vertellen ze een verhaal over haar intieme verborgen gevoelsleven, zonder het geheim ervan prijs te geven.

Cover van het boek “De tastbare wereld van Johannes Vermeer: Huisraad als schildersmodel” van Alexandra van Dongen.

Kunsthistoricus en conservator Alexandra van Dongen bij Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam heeft ontdekt dat het kostbare juwelenkistje, dat te zien is op Vermeer’s Mistress and Maid en A Lady Writing en Indo-Portugees kunstvoorwerp is, afkomstig van een atelier in het 17e eeuwse Cochin in India. Deze luxueuze kistjes waren vervaardigd van teak- en ebbehout in opdracht van Europeanen en zijn nu extreem zeldzaam. Van Dongen wist met de hulp van de Amsterdamse kunsthandelaar Dickie Zebregs het mogelijk enige bewaard gebleven exemplaar te traceren in de Távora Sequeira Pinto collectie in Porto. Aangezien Vermeer zelf zich zo’n kostbaar luxe-voorwerp waarschijnlijk niet kon veroorloven, wordt in het boek aannemelijk gemaakt dat het juwelenkistje waarschijnlijk aan hem uitgeleend werd door zijn mecenas Maria de Knuijt, een vermogende aandeelhoudster in de Nederlandse Oost Indische Compagnie, die beide Vermeer-schilderijen in haar bezit had.

Van Dongen’s onderzoek belicht Vermeer’s nauwgezette waarneming van werkelijk bestaande voorwerpen, van kostbare importstukken tot dagelijkse gebruiksvoorwerpen, zoals de Oosterhoutse aardewerken kookpot, een eenvoudige keukenkom, typerend voor Delftse huishoudens. Deze ontdekkingen benadrukken Vermeer’s fascinatie voor de tastbare, materiële wereld in zijn directe omgeving en zijn vermogen om zowel exotische als alledaagse voorwerpen met dezelfde precisie en eerbied weer te geven.

Giorgio Morandi, Natura Morta, 1936.

Een moderne meester met een aan Vermeer verwant metafysisch gevoel voor eenvoudige en tastbare, alledaagse voorwerpen is de Italiaanse schilder Giorgio Morandi (1890-1964). Ik ervaar in de eenvoudige stillevens van Morandi zijn zielsverwantschap met Vermeer door zijn vermogen om door geduldige en diepe contemplatie van steeds dezelfde gewone alledaagse voorwerpen de aanwezigheid van een buitengewone metafysische werkelijkheid tastbaar en voelbaar te maken. Zelf beschouwde Morandi zijn stillevens als een “Natura Morta Metafisica”.

Op YouTube is deze video over de stillevens van Morandi te zien, een moderne meester die met tastbare, eenvoudige, alledaagse  voorwerpen iets van een metafysische visie mee kon geven in zijn “natura morta metafisica”

Morandi: Master of Modern Still Life, The Philips Collection (February 21 – May 24, 2009)