YASUJIRO OZU EN JOHANNES VERMEER – JAPAN EN VERMEER, EEN ZIELSVERWANTSCHAP VAN STILLE EENVOUD EN OOSTERSE CONTEMPLATIE

Een vraag, gezien bij de televisie-quiz Twee voor Twaalf: “De Japanse film Tokyo Story uit 1953 wordt door veel kenners wereldwijd wel beschouwd als de beste film aller tijden. Wie is de regisseur van deze film ?“ Antwoord: “Yasujiro Ozu”. Getriggerd door dat predikaat “beste film aller tijden” ben ik mij eens gaan verdiepen in de films van deze Ozu, van wie ik eerlijk gezegd nog nooit had gehoord. Tot mijn verbazing stuitte ik op een glaszuivere zielsverwant van mijn geliefde held Johannes Vermeer ! Nu begrijp ik nog weer beter, wat ik al wel wist, waarom Japanners zo van Vermeer houden.

De films van de Japanse filmregisseur Yasujiro Ozu (1903  -1963) waren vóór de jaren 60 zelden in het westen te zien, omdat distributiemaatschappijen dachten dat westerse bioscoopbezoekers, die gewend waren aan snelle spectaculaire Hollywood-actiefilms, wel niets zouden begrijpen van Ozu’s trage, verstilde en ingetogen schoonheid. Zijn handelsmerk is een meer passief observerende dan actief dirigerende manier van filmen: alles is contemplatie, eenvoud en verstilling.

De thema’s van Ozu draaien om de onvermijdelijkheid dat alles verandert in het leven en de vergankelijkheid van het bestaan, wat zijn films een tijdloze, universele uitstraling geeft. Ook de spanning tussen het vasthouden aan de traditie van de familie en de vrijheid die het moderne leven biedt aan het individu, is een steeds terugkerend thema bij Ozu. Behoefte aan verbondenheid en verlangen naar vrijheid.

De Hollandse schilder Johannes Vermeer  en de Japanse filmregisseur Yasujiro Ozu zijn in mijn ogen zielsverwanten: beiden waren in hun eigen tijd redelijk succesvolle kunstenaars, gespecialiseerd in een klein en specifiek genre, waarin ze een mooie jonge vrouw laten zien (als hoofdpersoon en als onderwerp) , die verdiept is in haar dagelijkse bezigheden (bij Ozu: geld, huwelijk, overlijden; bij Vermeer: brieven, muziek, liefde). Beiden situeren hun werken op een vaste locatie (bij Ozu rond Tokyo en Kamakura, bij Vermeer in twee kamers in het huis van zijn schoonmoeder in Delft). Beiden maakten herhaaldelijk gebruik van dezelfde props ( bij Ozu zijn het kommen, theepotten, sake-flessen; bij Vermeer landkaarten, virginalen, parels, een witte wijnkan). Allebei laten ze hun taferelen zich afspelen  binnen een vaste, kleine ruimte, gebruik makend van een bijna obsessieve  aandacht voor details, om als in een spiegel een verrassend breed scala van menselijke ervaringen op te roepen, die de beschouwer aanzetten tot zelfreflectie en meditatie. Ozu en Vermeer zijn meesters van de ingetogen eenvoud, contemplatie en verstilling.

Johannes Vermeer: De Schilderkunst en Meisje met Parel

Johannes Vermeer schildert een kleine binnenwereld van verstild geluk in een Gouden Eeuw, vanuit een diep gevoeld verlangen dat dat geluk altijd precies zo zou moeten kunnen blijven, zoals het toen was, op het hoogtepunt van haar bloei en rijkdom. Eeuwigheid in plaats van vergankelijkheid. Vermeer is eerder een escapist, die aan de werkelijkheid van het dagelijks leven probeert te ontsnappen door diezefde werkelijkheid om te toveren in een ideale droomwereld. Vermeer was in staat om in een vergankelijke wereld een onveranderlijke, dieper liggende schoonheid te zien.

Ozu’s films werden vanaf de late jaren 1940s door filmcritici gunstig ontvangen, met name de drie films uit de zogenaamde “Noriko”-trilogie, met de mooie actrice Setsuko Hara in de hoofdrol.  Late Spring (1949), Early Summer (1951) en Tokyo Story (1953) worden gerekend tot zijn meest geliefde werken, waarbij Tokyo Story door kenners wel algemeen beschouwd wordt als zijn absolute meesterwerk.

Wat maakt Ozu zo goed ?

Ozu films zijn op een indringende wijze bitter-zoet en werken op een bepaalde manier helend voor de ziel. Zijn serene filmtaal is die van de contemplatie. Hij laat je verzinken in diepe gedachten en zelfreflectie. Het kijken naar een Ozu-film is als kijken in een spiegel en verzoent je bijna als vanzelf met je eigen familiegeschiedenis, onvermijdelijke existentiële onzekerheid, vergankelijkheid en eindigheid van het leven. Kortom: de menselijke conditie. C’est la vie.

Yasujiro Ozu had één favoriete actrice: Setsuko Hara, zij was zijn muze en het stralende middelpunt van zijn beroemde “Noriko”-trilogie. Na de dood van Ozu heeft ze geen enkele film meer gemaakt en leidde ze een teruggetrokken bestaan in Kamakura, de woonplaats van Ozu.

Voor Johannes Vermeer was zijn favoriete model zijn eigen vrouw Catharina Bolnes. In de inboedel inventaris-lijst na de dood van Vermeer wordt in de slaapkamer een geel manteltje afgezet met hermelijn bont vermeld, behorende aan “Vrouw Vermeer”. Zij was duidelijk de liefde van zijn leven.

Net als Vermeer bleef Ozu, toen hij eenmaal zijn eigen stijl gevonden had, deze zijn hele leven trouw. Hij week nooit af van zijn techniek en werkwijze. Dezelfde locaties, dezelfde acteurs en dezelfde thema’s keren steeds terug. “Pirouetter sur une idee”, zoals de Franse dichter Mallarmé het noemde.

Als kunstenaar hadden ze kennelijk een natuurlijke behoefte aan vaste patronen, aan vastigheid in hun manier van werken. Zo filmde Ozu altijd met een vaste 50 mm lens, die het meest overeenkomt met het normale zicht van het menselijk oog.

Hun figuren bewonen een kleine, tastbare, besloten wereld. Ozu en Vermeer leggen de nadruk op deze kleine ruimte, waardoor deze een indringende geladen sfeer krijgt. Stilstaande shots van een lege kamer, waar een figuur binnen komt lopen en weer uit beeld loopt. De gebeurtenis mag voorbij zijn, de ruimte blijft. Ze delen een voorkeur voor verstilde, meditatieve momenten in een binnenkamer. Soms met een vredige blik naar buiten door een raam.

Ondanks zijn gelijkmatige stijl, zit er steeds een bedoeling achter elk facet van Ozu’s films, net als in de schilderijen van  Vermeer. Elk onderdeel van film en schilderij zijn geladen met een voelbare, maar raadselachtige betekenis. “There’s something happening here. What it is, ain’t exactly clear”.

Ozu en Vermeer concentreren zich op momenten in het alledaagse leven van gewone mensen in hun eigen tijd. En op relaties tussen mensen, tussen geliefden of binnen een familie.  De techniek van Vermeer en Ozu mag eenvoudig zijn, het is de diepte van die eenvoud, die ons laat zien hoe mooi het leven ondanks alles kan zijn.

Verschil tussen Ozu en Vermeer:

Bij Ozu voert de melancholie de boventoon, bij Vermeer stil geluk en troostende schoonheid.

Ozu legt meer het accent op de vergankelijkheid en gebrokenheid van het leven, een “memento mori” bijna, maar met een zekere lichtheid en naturel. Net als de Hollandse genre stillevenschilders Heda en Claesz uit de 17e Eeuw. Ozu ziet eerder het onvermijdelijke verwelken van de kersenbloesem, dan het bloeien ervan. Zoals de Fransen een stilleven “Nature Morte” noemen. Ozu verbeeldt de melancholie, de vluchtigheid en eindigheid van het bestaan. Voor Ozu is het glas eerder half leeg: alles gaat voorbij. Bij Ozu is het besef van sterfelijkheid en vergankelijkheid steeds voelbaar aanwezig.

Vermeer schildert een mooie jonge vrouw in mooie kleurrijke kleding, als een roos die voor eeuwig jong en mooi blijft. Alles is gaaf en heel bij Vermeer. Het leven op zijn mooist en zoals het altijd zou moeten blijven. De licht-zijde van het menselijk bestaan. Het Hollandse “Stil Leven”. Vermeer verbeeldt de verstilde schoonheid en het licht, als bron van geluk. Een “satisfied mind”. Voor Vermeer is het glas eerder half vol: dat, wat ondanks alles blijft, is de liefde.  Op zijn eigen verstilde manier viert Vermeer het leven.

Vermeer – Het Glas Wijn (detail) uit Berlijn, 1660.

Ozu – Sake-scene uit de film “Late Spring”, 1949.

Een “drinking scene” in de versie van Vermeer en van Ozu.  Veel scenes uit Ozu films doen denken aan alledaagse taferelen in Hollandse genre schilderijen uit de 17e eeuw. Een man en een vrouw bij het drinken van een glas wijn/sake of het schillen van een appel. Scenes uit een “onthaast, langzaam leven”. Of Ozu daadwerkelijk vertrouwd was met de schilderijen van de grote Hollandse 17e eeuwse genreschilders als Vermeer, is, mij althans, niet bekend.

Vermeer en Ozu zijn beiden genre-kunstenaars. In ieder hun eigen genre tonen ze zich op hun eigen manier en in hun eigen specialiteit een ware grootmeester. Ze zijn het soort kunstenaar die “groot geworden is door klein te blijven”.

Vermeer specialiseerde zich als kunstschilder in het genre van Hollandse binnenhuis/interieur taferelen. Ozu legde zich toe op het filmgenre van Gandai-geki: taferelen van gewone mensen in het moderne leven in het naoorlogse Japan. Met name het circle of life-thema, de kloof tussen de jonge en oude generatie binnen een familie

Net als de graficus Escher zag Ozu zichzelf nooit als een kunstenaar, maar eerder als een goede vakman. Hij vergeleek zichzelf liever met een tofoe-maker. “Ik wilde alleen maar goede tofoe maken”.

Ozu’s films zijn contemplatief: Ozu houdt zijn kijkers een spiegel voor, waarin ze hun eigen levenservaringen in kunnen spiegelen.

De mysterieuze “Vaas-shot” in Ozu’s film “Late Spring” uit 1949. Een vaas in het schemerdonker in een kamer van een herberg in Kyoto, met in de achtergrond een met latjes ingekaderd raam en de vage schaduwen van kalm wuivend bamboe in de schemering als enige beweging in het beeld. In de kamer zijn een vader en dochter, genietend van hun laatste dagen samen, voordat de dochter, Noriko, zal gaan trouwen en definitief uit huis zal gaan. Noriko heeft niet zo veel zin om te trouwen, omdat ze haar vader als weduwnaar niet eenzaam achter wil laten. Maar hij staat er op, omdat hij weigert zijn dochter af te houden van het leven dat ze in zijn ogen verdient. Het is duidelijk dat noch de dochter, noch de vader deze verandering eigenlijk van harte wil, de twee zijn intens gelukkig samen en ze willen eigenlijk allebei dat alles precies zo blijft zoals het is, dat er niets verandert.  Maar hij voelt de druk, zowel maatschappelijk en persoonlijk, om nog een man voor haar te vinden voor het te laat is. Je kunt de scene lezen als een tragedie van conservatieve traditionele waarden (het gearrangeerde huwelijk), maar ook als een noodzakelijke maar droevig stemmende stap in de onvermijdelijke kringloop van het leven. De melancholie van een breuk tussen een jongere en een oudere generatie.

Over deze scene met de vaas uit “Late Spring” is op YouTube is deze mooie video te zien “Why Did Ozu Cut To A Vase ?” :

De vaas verschijnt in een sleutelscene, waarin Noriko tenslotte aanvaardt dat alles in haar leven  zal veranderen. Ze staat zichzelf toe de emoties te voelen van haar aanstaande verlies. Haar stralende lach verandert in een berustende, verdrietige peinzende blik.

Wat is de betekenis van deze “break-cut shot” met de vaas ?

De vaas zou kunnen staan voor een diepere Zen-achtige contemplatie, van het besef van de vergankelijkheid  als de ultieme waarheid in het leven. Ook zou de vaas de beschouwer even wat afstand kunnen geven, om niet te veel overspoeld te worden door de opgeroepen emoties. Of misschien is de vaas wel de tijdloosheid zelf. De vaas als symbool voor een diepere waarheid, die niet verandert. Dat wat blijft. Wat eeuwig is.

De beroemde “Vase Shot” in de Ozu film “Late Spring”. Die duikt ineens op tussen twee close up shots van Setsuko Hara. Ozu is een dichter, hij legt de betekenis van de vaas niet  uit. Je voelt de indringende sfeer, dat er iets belangrijks aan het gebeuren is, zonder te weten wat er precies in haar omgaat en waar de vaas precies voor staat.

Net als bij Vermeer vormen objecten bij Ozu bijna een personage op zichzelf, een bezielde voelbare aanwezigheid. Zoals de witte Delftse wijnkan in Vermeers “Glas Wijn’-schilderij in Braunschweig. De witte doek met die prachtige blauwe schaduwen geeft de witte wijnkan een monumentaliteit, die aan de appelstillevens van Cézanne doet denken, of zelfs aan diens favoriete onderwerp, de berg Mont Saint Victoire bij Aix-en-Provence.

Net als in de taferelen van Vermeer gebeurt er weinig in een Ozu-film. Als er sprake is van grote life events, dan blijven die altijd buiten beeld, ze worden alleen gesuggereerd of achteraf terloops medegedeeld in een dialoog. Het leven ontvouwt zich langzaam en traag in verstilde momenten. “Eeuwigh gaat voor oogenblick”.

“Mono No Aware” – letterlijk vertaald: “Het Lijden der Dingen”.

De schoonheid van de vergankelijkheid. Het Japanse Mono No Aware laat zich moeilijk in het nederlands vertalen, het is een diep, onbestemd gevoel van weemoed om wat verdwenen is. Het werk van Ozu straalt een subtiel melancholisch levensgevoel uit, dat alles in het leven voor even oogverblindend mooi kan zijn en tegelijk kwetsbaar en vergankelijk. Zoals de kersenbloesems in bloei in de vroege lente.

De schoonheid en weemoed over de vergankelijkheid van het leven. Al onze ervaringen, alles waar we van houden, is vluchtig, niets is blijvend. In de tijd gaat alles voorbij in de kringloop van het leven. Alles zal ooit sterven en ook weer opnieuw geboren worden.

“Wabi-Sabi”  – “De schoonheid van het onvolmaakte”.

Dit Japanse idee komt het mooist tot uitdrukking in de met goud opgevulde barsten in  een Kintsugi-aardewerk kom.  Dit gegeven doet me ook denken aan die zin van Leonard Cohen: “There’s a crack, a crack in everything. That’s where the light gets in”. Leonard Cohen verbleef lange tijd in een Zen klooster, Mount Baldy Zen Centre bij Los Angeles, bij de Japanse Zen meester Sasaki Roshi.

Het “Tatami-Shot”. Kenmerkend voor Ozu films is het vaste, lage camera standpunt op ooghoogte van een zittende figuur op een Japanse tatami-mat, ongeveer 70 cm boven vloernivo. Deze camera positie imiteert de ooghoogte van de beschouwer, alsof deze midden tussen de acteurs in de scene op een Japanse tatami-mat zit. Met deze cameravoering verhoogt Ozu het gevoel van intimiteit bij de beschouwer, die zo het gevoel krijgt deelgenoot te zijn van de scene, die zich afspeelt.

Soms liet Ozu er zelfs een verhoogde set voor bouwen of maakte hij gebruik van speciaal aangepaste lage statieven voor de filmcamera. Het lage standpunt verleent ook een zekere monumentaliteit aan zijn vrouwenfiguren. 

Ook bij Vermeer bevindt de beschouwer zich op ooghoogte van de zittende figuren in de scene, waardoor het schilderij een intieme uitstraling krijgt.

Vermeer heeft in de meeste van zijn schilderijen ook een vaste oogoogte (de vaste positie van de lens van zijn  camera obscura), in zijn geval de ooghoogte van een zittende figuur op een stoel, ongeveer 110 cm  boven vloer nivo. (In de 17e eeuw waren mensen kleiner en stoelzittingen lager dan nu). Daardoor kijk je vaak letterlijk een beetje van onderop omhoog naar een vrouwenfiguur op, als ze staand wordt afgebeeld, wat haar een krachtige uitstraling geeft.  Alsof ze op een voetstuk wordt gezet. Zoals het Melkmeisje. Een Japanse blogger omschreef Vermeers Melkmeisje treffend als “Zen and the Art of Pouring Milk”

Net als de vrouwen van Vermeer, zijn de vrouwen van Ozu vaak  ingekaderd in een geometrisch Mondrianesk traliewerk van rechte lijnen/orthogonalen en rechthoeken. Ook de figuren van Ozu lijken op beeldschone vlinders gevangen in een zorgvuldig gesponnen geometrisch web van rechte lijnen.

De beelden van Ozu zijn net als bij Vermeer uiterst zorgvuldig, planmatig en nauwgezet in elkaar gezet; van de plaatsing van elk afzonderlijk object in de beeldcompositie tot de precisie van het in elkaar schuiven van de zetstukken tot een geheel van volmaakte harmonie.

Ozu sluit evenals Vermeer zijn figuren op in een vast frame, als in een tableau vivant: alles staat stil binnen een vast kader, alleen de figuren bewegen, alsof ze in een stilstaande foto tot leven komen..

Hij begon als filmregisseur nog met films maken in de tijd van de Silent Movies, en maakte dus nog de overgang naar de geluidsfilm (Talkies) en kleurenfilm mee. Van sommige van zijn zwart-wit films maakte hij zelfs later nog een remake in kleur. Zijn statische filmstijl staat nog dicht bij het stilstaande beeld van de fotografie. Ozu heeft iets van een filmende fotograaf.

Geometrie in een zorgvuldig uitgekiende compositie. Ozu en Vermeer.

Voor Vermeer en Ozu  is het meer de esthetische vorm in hun films/schilderijen, die uitdrukt wat ze willen zeggen, dan het vertellen van een narratief of een anecdote. Montage, fotografie, compositie, licht en kleur bepalen de serene beeldtaal, waarin ze uitdrukken, wat ze te zeggen hebben. Vorm is inhoud.

Obsessieve nadruk op beeldorganisatie. Compositie is alles voor Ozu . Elk scene lijkt welhaast meer op een schilderij dan een filmshot. De precieze ordening en plaatsing van beeldelementen in zijn frames, maakt zijn scenes bijna “mondrianesk” geometrisch. Een kristallijne wereld. Rechte lijnen en rechthoekige vlakken doorsnijden het beeld en creëren ruimtelijke diepte en indeling. Ook menselijke figuren  worden geordend als beeldelementen om het beeld structuur te geven, ongeacht of de afgebeelde ruimte nu leeg of vol is.

Ozu werkt net als Vermeer met een vast, statisch, niet bewegend camerastandpunt vanaf statief. De camera zelf beweegt zelden of nooit bij Ozu. Omdat een bewegende camera in zijn ogen de harmonie in de compositie alleen maar zou verstoren en de structuur uit balans zou stoten.  “Stasis” is zijn credo. Een vaste ordening. Elk shot is een niet bewegend frame binnen een stilstaand kader. De figuren binnen het stilstaande kader zijn de enige elementen in de compositie die bewegen. Of een trein die door een statisch landschap-shot rijdt, een boot die wegvaart over een rivier in een stilstaand frame. Typisch Ozu.

Ozu bedient zich ook graag van “frames within frames” in zijn composities en beelden. Ook Vermeer maakt veelvuldig gebruik van een “schilderij binnen een schilderij” om een subtiele symboliek aan een interieurschilderij toe te voegen.

Net als Gerard Ter Borch, een tijdgenoot van Vermeer, weet Ozu een diepere intense lading mee te geven aan een eenvoudige handeling als het schillen van een appel. Dat is ook wat de Hollandse genreschilders hun tijdloze, universele aantrekkingskracht geeft. Ozu specialiseerde zich ook op een Japans film-genre, dat zich concentreert op het dagelijkse leven van gewone, moderne, naoorlogse Japanners: Gandai-geki, eigentijdse drama’s gesitueerd in de moderne wereld.  De tegenhanger ervan zijn Jidai-Geki films, historische kostuumdrama’s gesitueerd in de Edo-periode van Japan, zoals je die ziet in de klassieke beroemde Ukiyo-e prenten van Hiroshige, Hokusai en Utamaro.

Net zoals Engelsen dol zijn op historische kostuumdrama’s als Downton Abbey en rijk gekostumeerde verfilmingen van beroemde toneelstukken van Shakespeare.

Een Japanse Sake-kan en een Delftse witte wijnkan.

Er zit een beetje Japan en Zen in Vermeer. Delft had met zijn Delfts Blauw een sterke band met het Verre oosten. In wezen is Delfts Blauw ontstaan als een Hollandse imitatie van Chinees porselein. Voor Japanners hebben ook levenloze voorwerpen een ziel. Ook de voorwerpen in Vermeer’s schilderijen lijken bezield met een eigen, voelbaar, maar verborgen innerlijk leven. Een Japanse blogger omschreef Vermeer’s Melkmeisje treffend als: “Zen and the Art of Pouring Milk”. Er zit iets van die oosterse, ingetogen, contemplatieve levenshouding in Vermeer. De stille kracht.

Een echo van Vermeer’s Dentellière in deze filmstill van Ozu.

Net als bij Vermeer zijn de scenes bij Ozu eenvoudig en gebeurt er weinig tot niets. Beiden hebben oog voor de serene schoonheid en de bijzondere contemplatieve kwaliteit van gewone momenten in het alledaagse leven. Ozu weet evenals Vermeer momenten uit de alledaagse werkelijkheid om te toveren in dagdromen van zijn verbeelding.

Ook Ozu maakt gebruik van het traditionele “Doorkijkje”, zoals in deze filmstill uit Ozu’s meesterwerk “Tokyo Story” en Vermeer in zijn schilderij “De Liefdesbrief”. Figuren worden ingekaderd door meubels, voorwerpen of andere figuren, gezien vanuit een andere kamer.

Alles wat er gebeurt bij Ozu, gebeurt binnen het kader van het frame. Het karakter van de afgebeelde figuur wordt volledig en uitsluitend medegedeeld door wat we binnen het beeld zien. Elk relevant onderdeel moet voor Ozu in beeld zijn. Niets gebeurt “off-camera”. Het enige wat waar is en wat er toe doet, is dat wat in beeld  is.  Dat roept het gevoel van een hier en nu-ervaring op. Ozu creëert een gevoel van intimiteit, door alles binnen de grenzen van het beeld te laten gebeuren.

Rechts Setsuko Hara, de favoriete actrice van Yasujiro Ozu, met haar stralende lach, die daarmee in haar rol als Noriko deze scene een paradoxale, mysterieuze lading geeft: met een stralende lach tegenover haar zus bevestigen dat het leven een grote teleurstelling is. Dat familierelaties niet zo liefdevol en van blijvende aard blijken te zijn, als de traditie wel wil doen geloven.  Misschien wil Ozu ook hiermee iets uitdrukken als Amor Fati – Liefde voor het Lot: van het leven leren houden zoals het tot je komt. Niet jij kiest de weg, maar de weg kiest jou.

Of in de woorden van de schrijver Nescio: “Naar God’s bedoeling is het leven eenvoudig”.

Dialoog-shots bij Ozu en Vermeer. Ozu gebruikt bij dialogen vaak eenvoudige direct en-face shots van de acteurs en wisselde die gewoon steeds om en om af, door ze hard af te snijden. Zacht overvloeien, inzoomen en uitzoomen, panning – meetrekken van de camera met een bewegend onderwerp, flashbacks, speciale cameralenzen, aan al die “ingewikkelde technische flauwekul”, daar deed Ozu allemaal niet aan mee.

Zijn filmtechniek is heel verrassend basic en eenvoudig. Net zoals de “fotografische” techniek van Vermeer de eenvoud zelve is. Eenvoud is kenmerk van het ware. Een kunstenaar die echt iets te zeggen heeft, kan dat ook met eenvoudige middelen. “Unplugged”, zonder toeters en bellen.

De Finse film regisseur Aki Kaurismäki bij twee zwart wit foto’s van zijn door hem hogelijk bewonderde voorbeeld Yasujiro Ozu.

Het is een heel dunne lijn waarover Ozu en Vermeer lopen. Zo dun, dat je die in deze tijd niet precies zo kunt leren nalopen, laat staan die lijn als maker kunt navolgen. Hun kunst is onnavolgbaar en onherhaalbaar. Je kunt het alleen als kijker voelen, ervaren. Het is een heel precieze golflengte, een frequentie, waarop je ook als kijker heel nauwkeurig moet afstemmen, om die ene juiste, speciale golflengte te kunnen horen, zien, voelen en ervaren.

In mijn eigen leven lang bezig zijn met Vermeer herken ik mezelf in bovenstaande woorden van de Finse filmregisseur Aki Kaurismäki: “Velen worden geroepen, weinigen uitverkoren”. Ik zal nooit het nivo van Vermeer halen, wat ik ook doe, zelfs niet als ik dat talent had, alles ineens mee zou zitten en alles op z’n plek zou vallen. Maar dat geldt  in wezen ook voor alle “Vermeer-kenners”: ook zij zijn op hun best niet meer dan slippendragers. De echte ster, die volle zalen trekt, is Vermeer. Vermeer is onherhaalbaar. Je kunt als schilder natuurlijk ánders schilderen dan Vermeer, maar precies zó schilderen als Vermeer, met zo’n hoge kwaliteit zo’n rijk oeuvre schilderen en in zo weinig werken zo veel te zeggen hebben. Dat is vandaag de dag geen enkele schilder, hoe succesvol ook,  gegeven. Daarin is hij uniek. Er kan geen “Nieuwe Vermeer” bestaan. Omdat de bron, waaruit Vermeer voortkwam, er niet meer is. Het toeschrijven van succes in de kunst aan eigen kunnen en verdienste wordt tegenwoordig erg overschat. Evenals het artistieke voordeel van hoogontwikkelde technische hulpmiddelen bij het maken van kunst.

Ook met Ai en high tech scanners en al het geld, zelfpromotie en media-aandacht in de wereld, krijg je nog niet vanzelf een Vermeer. Het geheim van “Wat een Vermeer tot een Vermeer maakt” ligt verborgen in die ene rijke bron, die inmiddels niet meer bestaat. Een hedendaagse kunstenaar moet uit een nieuwe, hedendaagse bron tappen. Vermeer had het zeldzame geluk in een Gouden Eeuw te leven. Zonder die Gouden Eeuw was er geen Vermeer geweest. Ook een genie als Vermeer is en blijft ook gewoon een kind van zijn eigen tijd.

Een vaak terugkerend shot in diverse Ozu-films: wasgoed dat te drogen hangt in de wind.

Het meesterlijke Japanse gevoel voor compositie in de beroemde Ukiyo-e prenten van een meester als Utamaro komt hier naar boven bij Ozu. “Ukiyo-e” betekent “prenten uit een vlietende wereld”. In de tijd van de Franse Impressionisten heerste, ook onder de avant garde van toen, de rage van het Japonisme. Met name dat onovertroffen Japanse gevoel voor esthetiek en beeldcompositie blijft tot op de dag van vandaag wereldwijd kunstenaars aanspreken en inspireren. Zo hebben Japanse kunstenaars een zeldzaam feilloos gevoel voor “negative and positive shapes”. Leegte tegenover Vorm. Ook dat zie je terug bij Vermeer. Het visuele besef en inzicht dat het “Niets” een even sterke vorm en aanwezigheid heeft in een beeld als het “Iets”, het Zijn tegenover het Niet-Zijn.

Filmstill van het oudere echtpaar in Ozu’s Tokyo Story, zittend op een kademuur uitkijkend over de wijdse lege ruimte van de eindeloze zee: de nietige kleinheid van de mens tegenover de tijdloze oneindigheid van tijd en ruimte.

Omgeven door de stilte en de rust van de natuur, verankerd aan de voorgevel van het huis van haar oudste zoon, kijkt Tomi (Chieko Higashiyama) in alle rust naar haar kleinzoon spelend met het plukken van gras in de velden, die hen omringen. Dit eenzame, raadselachtige beeld is uit de film Tokyo Story van Yasujiro Ozu uit 1953, wereldwijd beschouwd als het magnum opus van deze filmregisseur. Het verhaal volgt een bejaard echtpaar, gespeeld door Ozu’s vaste acteurs Chishu Ryu en Chieko Higashiyama, die vanuit hun kleine provinciale stadje Onomichi een reis maken naar de bruisende metropool van het naoorlogse Tokyo om nog voor een laatste keer hun inmiddels volwassen kinderen en kleinkinderen te bezoeken. Het oudere echtpaar komt er al gauw achter dat hun kinderen volkomen in beslag genomen worden door hun veeleisende en drukke leven en eigenlijk geen tijd meer willen vrij maken voor hun eigen ouders. Alsof ze al dood zijn, er niet meer toe doen.

Tokyo Story is diep geworteld in Ozu’s  onderzoek naar het alledaagse leven in het naoorlogse Japan van de jaren 50 en tegelijk universeel in zijn zoektocht aangaande uit elkaar vallende familie-relaties, verlies van dierbaren en de teloorgang van de traditie.

Veel Ozu films draaien rond het thema “familie”, de generatiekloof tussen een oudere generatie die vast wil houden aan oude tradities en familiebanden tegenover een jongere generatie die liever de familie wil loslaten en  kiezen voor eigen individuele vrijheid en de geneugten van het moderne leven. Dit staat ook voor de kloof tussen het traditionele Japan en het moderne, westerse Japan. Grote levensvragen en innerlijke dillemma’s verdicht tot eenvoudige scenes met een transcendente lading.

Ozu was nooit getrouwd en had geen kinderen. Hij woonde bij zijn moeder en overleed twee jaar na zijn moeder. Vermeer woonde tot aan zijn dood met zijn vrouw en kinderen in het huis van zijn schoonmoeder in Delft.

Stabilitas Loci : beiden gaven er tijdens hun werkzame leven er de voorkeur aan om op één vaste plaats te verblijven, om daar hun inmiddels tijdloos geworden, wereldwijd geliefde meesterwerken te creëren.

Visueel aantrekkelijke film-affiches van Ozu films met mooie, jonge Japanse vrouwen in verstilde poses in kleur en zwart-wit.

In de YouTube video “Yasujiro Ozu – The Depth of Simplicity” is in bijna alles die artistieke zielsverwantschap te voelen en te ontdekken tussen de filmbeeldtaal van Ozu en de schilderijen van Johannes Vermeer:

Op Youtube is deze scene te zien uit een ander meesterwerk van Ozu – Late Spring, voor hem persoonlijk zijn favoriete film. “Happiness comes only through effort” – Late Spring (1949, Yasujiro Ozu) :

“Mono No Aware” – weemoed om wat verdwenen is –  is ook te vinden in Amerikaanse rock&roll-muziek. Buddy Holly – “Reminiscing” , met de meesterlijke saxofoon van King Curtis, die zich prachtig mengt met de zangstem van Buddy Holly.  Bedrogen en verlaten door zijn geliefde en toch zal hij altijd van haar blijven houden. De waarheid over liefdesverdriet in twee minuten en drie akkoorden. Een juweeltje.

Toen ik dit liedje lang geleden voor het eerst op de radio hoorde, dacht ik in eerste instantie te luisteren naar een mooi Buddy Holly-nummer, dat ik nog niet kende. De prachtige weemoedige melodie en sfeer spraken me meteen aan, alleen verstond ik werkelijk niet één woord van de tekst. Geen wonder, de tekst van het liedje  bleek van een Japanse zanger te zijn….

Kyu Sakamoto – Sukiyaki (ue o Muite Arukou):

DE OASE VAN VERMEER EN MATISSE –  PARADIJS VAN  LICHT EN KLEUR

Henri Matisse, The Red Studio, 1911, Museum of Modern Art, New York.

Johannes Vermeer, The Art of Painting, 1666-68, Kunsthistorisches Museum, Wien.

Henri Matisse, The Dessert, Harmony in Red ( The Red Room), 1908, Hermitage Museum, St. Petersburg.

Johannes Vermeer, Het Melkmeisje, 1658, Rijksmuseum, Amsterdam.

In het kader van zijn zoektochten naar beroemde kunstschilders als Van Gogh, Picasso, Chagall, Gauguin en Kahlo, was onlangs van kunstschilder/acteur Jeroen Krabbé een prachtige en inspirerende televisie-serie te zien “Op zoek naar Matisse”. Met aanstekelijk enthousiasme bewondert Krabbé  Matisse vooral om zijn kleuren. Matisse is duidelijk zijn favoriete schilder, en hij toont als kunstschilder zelf  in zijn eigen schilderijen ook een sterk ontwikkeld gevoel voor kleur. Een eye-opener voor mij was dat Matisse in zijn schilderijen op zoek was naar eenzelfde levensvreugde  als Vermeer:

Hoewel hun schilderijen op het eerste oog zeer verschillend in stijl en techniek zijn, blijken er toch veel overeenkomsten te vinden tussen Johannes Vermeer en Henri Matisse. De vader van Vermeer was “Caffa-wever” van mooie zijden stoffen in Delft. De vader van Matisse kwam uit een familie van wevers van kleurrijke stoffen met decoratieve prints in Bohain. Beiden hadden als “vrouwenschilder” een voorliefde in het schilderen van mooie, jonge vrouwen. Beiden tonen zich meesters van de kleur. Beiden zochten in hun werk de troost van de schoonheid: “Luxe, Calme et Volupté”, in de woorden van Matisse. Van beiden straalt het werk een serene rust uit: “het leven is licht, kleurrijk en doorzichtig”. Beiden hebben een neiging tot escapisme: kunst en schoonheid om te ontsnappen aan de schaduwkanten van het leven.

Ook zijn er stilistische overeenkomsten tussen Vermeer en Matisse, zoals focus op huiselijke Interieurs, meesterschap over het licht. gevoeligheid voor kleur, harmonieuze composities, aandacht voor alledaagse leven,, een voorliefde voor abstracte patronen en eenvoud (abstrahering van vormen).

Henri Matisse, “Luxe, Calme et Volupté”, 1904, Musée d’Orsay, Paris

Johannes Vermeer, Gezicht op Delft, 1660-61, Mauritshuis, Den Haag

De ideale wereld volgens Matisse: Luxe, Calme et Volupté en Vermeer: Gezicht op Delft

VERMEER, MATISSE EN ESCAPISME IN DE KUNST

Alle verwijzingen naar de duistere kant van het leven zoals armoede, ziekte, depressie en dood zijn bewust weggelaten en afwezig in de schilderijen van Vermeer en Matisse. De schilderkunst fungeerde voor hen als een vorm van escapisme, een manier om te ontsnappen aan de onvermijdelijke schaduw-zijden van het leven en diep pijnlijke ervaringen in het menselijk bestaan. Zoals schrijvers, juist in de moeilijkste omstandigheden en traumatische ervaringen in hun eigen leven, de neiging hebben om voor zichzelf een geïdealiseerde, fictieve wereld te scheppen. Kunstenaars als Vermeer en Matisse schilderden kleurrijke taferelen van serene rust en verstilde contemplatie, het soort taferelen, die – zoals blijkt uit de overgeleverde archieven en brieven – in hun eigen dagelijkse leven in werkelijkheid niet bestaan hebben. Kunst en schoonheid als een vast baken van hoop en troost, een bron van positieve energie en levensvreugde.

Henri Matisse, Chapelle du Rosaire, Vence, 1947-1951

Johannes Vermeer, Mistress and Maid (detail), 1666, Frick Collection, New York

Henri Matisse, Chapelle du Rosaire, Vence,(detail glas-in-lood raam), 1947-1951

“J’ai commencé par le profane, et voici qu’ au soir de ma vie, tout naturellement je termine par le divin” – Henri Matisse.

Na een zware, levensreddende operatie in 1941, werd Matisse in Vence verzorgd door soeur Jacques Marie. Tussen haar en Matisse ontwikkelde zich een sterke emotionele en respectvolle band, waarin zij, toen nog Monique Bourgeois, tussen 1942 en 1943 ook nog als model voor Matisse poseerde. Later zou zij als non intreden bij de Dominicanessen in Vence. Zij vroeg Matisse of hij mee wilde werken aan de ramen en vormgeving van de Chapelle du Rosaire in Vence, die pal tegenover het toenmalige huis van Matisse staat. In de kapel zie en voel je een serene schoonheid, die voortkomt uit zijn hechte band met zijn model Monique Bourgeois, die later dus kloosternon Jacques Marie zou worden.

Eveneens aan het eind van zijn leven, in 1672, schilderde Vermeer zijn Allegorie van het Katholieke Geloof, waarin hij net als Matisse, zijn focus verlegt van het profane naar het religieuze. Waarschijnlijk was dit schilderij ook een opdracht, dit keer van de Jezuieten, voor hun schuilkerk in de Papenhoek in Delft, pal naast het huis van schoonmoeder Maria Thins, waar Vermeer met zijn vrouw en kinderen bij inwoonde. In de Vermeer-expositie in 2023 werd dit schilderij opgevoerd als de apotheose, het “altaarstuk”, van de tentoonstelling. Bij het grote publiek blijft het desondanks een van de minst geliefde Vermeers. Vermeer is en blijft, net als Matisse, toch een schilder van profane onderwerpen, maar wel in een zuivere, serene stijl, die soms  haast religieus aanvoelt. Van nature was Matisse geen diep-gelovig man. Veelzeggend was het antwoord van Matisse op de vraag van een journalist: “Gelooft u in God ? “, waarop hij antwoordde: “Ja…… als ik schilder”. Vermeer geeft in zijn schilderijen in wezen hetzelfde antwoord: in zijn profane meesterwerk De Schilderkunst in Wenen is meer te voelen van een  goddelijke schoonheid en aanwezigheid  dan in de toch meer ongeïnspireerd en doods aanvoelende Allegorie van het Geloof in New York. Het feit dat Vermeer zijn meesterstuk De Schilderkunst als enige nooit heeft willen verkopen, zegt genoeg over het feit dat zijn liefde voor de schilderkunst groter was dan zijn liefde voor de kerk. Zijn schilderij De Schilderkunst is overweldigend, dat geloof je als beschouwer meteen; zijn Allegorie op het Geloof….. is en blijft het voor velen toch “niet echt”.

De levens-motto’s van Matisse en Vermeer:

Matisse: “Luxe, Calme et Volupté” en “Le Bonheur de Vivre”

Vermeer: “Musica Letitiae Comes, Medicina Dolorum”

Henri Matisse, “Luxe, Calme et Volupté”, 1904, Musée d’Orsay, Paris

Een man nodigt zijn geliefde uit voor een reis met hem naar het paradijs. Het schilderij deelt met ons de droom van de dichter: de vlucht naar een denkbeeldig toevluchtsoord van vrede, harmonie en schoonheid.

Henri Matisse, Le Bonheur de Vivre, 1906, Barnes Foundation, Philadelphia

De kring van dansers in het midden van het schilderij werkte Matisse later uit tot zijn monumentale doek Les Danseuses, voor de Russische kunstverzamelaar/mecenas Sergej Sjtsjoekin, dat nu in de Hermitage in Sint Petersburg hangt.

Johannes Vermeer, The Music Lesson, 1662-65, Royal Collection, Picture Gallery, Buckingham Palace, London

Vermeer : Op het lid van het klavecimbel staat een Latijns aforisme “Musica Letitiae Comes, Medicina Dolorum” – “Muziek is de metgezel van de vreugde en het medicijn voor het verdriet”. In wezen koesteren Matisse en Vermeer hetzelfde levensmotto: heel eenvoudig en simpel gezegd: het “Always look at the bright side of life” van Monty Python. Schoonheid als troost. Een ideale wereld, zoals Plato die voor ogen stond. Een positief optimisme en idealisme waaraan je je als mens op kunt trekken in een wereld, die steeds meer vervalt tot decadentie, chaos en geweld. Een licht dat schijnt in de duisternis.

Ook in hun onderwerpkeuze zijn er veel overeenkomsten tussen Vermeer en Matisse: mooie, jonge meisjes in het licht bij een raam, het open raam, “where the light gets in”, muziek, een slapend meisje, een muziekles, het schilder atelier, kleurrijke stoffen, interieurs met schilderijen, mooie jurken, etc. Matisse is wel sensueler en nog kleurrijker dan Vermeer, en Matisse schilderde in tegenstelling van Vermeer ook naakten; zijn beroemde oriëntaalse Odalisques.  Maar in beiden zit een sensuele onderstroom. Ook zijn ze allebei schoolvoorbeelden van escapisme: “always look at the bright side of life”. Vermeer’s  oeuvre kent naast het oeuvre van Matisse in verhouding meer meesterwerken.  Bij Matisse is het niet allemaal goud wat er blinkt.

Het Atelier van de kunstschilder

Henri Matisse, The Red Studio, 1911, Museum of Modern Art, New York

Johannes Vermeer, The Art of Painting, 1666-68, Kunsthistorisches Museum, Wien

Het atelier was voor Vermeer en Matisse meer dan zomaar een werkplaats, het was hun eigen universum, hun chamber of imagination, hun hortus conclusus, een besloten toevluchtsoord, een schelp met een parel. Een pronkkamer van de kunst, waar de ziel zich kan laven aan schoonheid.

Vrouw met Hoed

Henri Matisse, Woman With a Hat, 1905, San Francisco Museum of Modern Art

Johannes Vermeer, Girl with a Red Hat, 1669, National Gallery of Art, Washington D.C.

Amélie Matisse, de vrouw van Matisse, was hoedenmaakster. Matisse schilderde dit beroemde portret van haar in de felle kleuren van het Fauvisme in 1905. Vermeer’s kleine paneeltje Girl with a Red Hat is een publiekslieveling. Bijna on-Hollands in haar sensualiteit. Het originele schilderij sprankelt van leven. Een foto of reproductie doet er geen recht aan. Dat geldt ook voor de schilderijen van Matisse. Alleen al de kleuren van een schilderij  slaan dood in een vaak kleine reproductie of foto ervan.

Het Dienstmeisje

Henri Matisse, The Dessert, Harmony in Red ( The Red Room), 1908, Hermitage Museum, St. Petersburg

Johannes Vermeer, Het Melkmeisje, 1658, Rijksmuseum, Amsterdam.

Ik heb een zwak voor jonge, mooie serveersters in café’s en restaurants of student-kassières in de supermarkt. Er schuilt een onweerstaanbare aantrekkingskracht in de combinatie van schoonheid en dienstbaarheid.

In de Amerikaanse sitcom-serie The Big Bang Theory draait alles om een groepje jonge briljante en hoogintelligente, net afgestudeerde wetenschappers/nerds in een appartementen-flat en hun mooie, jonge, blonde overbuurvrouw Penny, serveerster in de Cheesecake Factory, vergeefs dromend van een carrière als actrice. De nerds wanen zichzelf geniaal, maar in werkelijkheid zijn het kneuzen, die keer op keer, zij het wel steeds met ontzettend geestige zelfspot, falen. In mijn ogen is Penny the real genius. Op het eerste gezicht is zij “maar” een serveerster uit Nebraska of all places, en een loser, want ze zal nooit doorbreken als beroemde actrice. Maar juist zij heeft die sprankelende schoonheid en spontaniteit, die de hele serie tot leven brengt. Met alleen het clubje zelfverklaard “geniale” nerds zou de hele serie te saai blijven. Zij is juist een ode aan de vrouwelijkheid. Dienstbaarheid is niet hetzelfde als door mannen opgelegde onderdanigheid, als ze van binnenuit komt is ze juist van grote schoonheid en kracht. Dat is precies wat Vermeer in Het Melkmeisje zag en laat zien. Zij is geen door mannen “onderdrukte vrouw”, she is the real genius. Alleen dit soort schoonheid kan de wereld redden, om met Dostojevski te spreken.

Het Katholieke Geloof

Henri Matisse, Chapelle du Rosaire, Vence, 1947-1951

Johannes Vermeer, Allegory of Faith, 1672, Metropolitan Museum of Art, New York

Zowel Matisse als Vermeer schilderden voornamelijk profane onderwerpen met mooie, jonge vrouwen in mooie kostuums en interieurs, beiden eindigen hun carrière met een religieus geïnspireerd onderwerp. Matisse in zijn glas-in-lood ramen in de Chapelle du Rosaire in Vence, Vermeer in zijn Allegorie van het Katholieke Geloof, nu in het Metropolitan Museum of Art in New York.

Ik moet hierbij een beetje denken aan het boek “Embarrassment of Riches” van de Britse historicus Simon Schama. Een knagend onbewust schuldgevoel en schaamte over de materiële rijkdom en de hedonistische levenswijze van de profane wereld. Een echo van “Wee gij rijken, want wat u vertroost, hebt ge reeds ontvangen”. Van Oscar Wilde is het bekende aforisme: “There are only two tragedies in life: one is nót getting what you want, the other is getting what you want”. De menselijke conditie in één zin.

De Gitaarspeelster

Henri Matisse, Femme en Jaune et Bleu à la Guitare, 1939, Art Institute of Chicago

Johannes Vermeer, The Guitar Player, 1672, Kenwood House, London

Matisse heeft meerdere schilderijen gemaakt van een jonge vrouw met een gitaar. Deze “Femme en Jaune et Bleu à la Guitare” uit 1939 komt wat mij betreft in sfeer en stemming het dichtst bij de Gitaarspeelster van Vermeer in Kenwood. Matisse kon als geen ander een gevoel, een  sfeer, een stemming heel precies oproepen en weergeven, en stelde dat boven techniek en naturalistische, realistische weergave.  Vermeer heeft het allebei, wat mij betreft.  Zo’n schilderij van Matisse kan overkomen als een kindertekening: “Dat kan mijn kind van acht ook !”. Toch betwijfel ik of kinderen van acht werkelijk in staat zijn een Matisse te schilderen. Als dat zo was, dan zou Matisse al lang vergeten zijn.

Slapend Meisje

Henri Matisse, Portrait of Marguerite Sleeping, 1920, Private Collection

Johannes Vermeer, Girl Asleep at a Table, 1657, Metropolitan Museum of Art, New York

Het  meisje in “Portrait of Marguerite Sleeping” van Matisse  is in één woord “adorable“.  Marguerite is de dochter van Matisse, en dat zie en voel je. Een eenvoudig schilderijtje, maar vol tederheid en liefde. Heel raak getroffen.

Vermeer’s Slapend Meisje”in New York heeft een meer sombere ondertoon, heeft een suspense waar Hitchcock zich niet voor zou schamen. Kwa sfeer eigenlijk atypisch voor Vermeer, maar haar gezicht heeft wel die kenmerkende serene, geïdealiseerde trekken. De Slaap voert je naar een andere wereld. Een gedroomde wereld.

De Muziekles

Henri Matisse, The Music Lesson, 1917,  Barnes Foundation, Philadelphia

Johannes Vermeer, The Music Lesson, 1662-65, Royal Collection, Picture Gallery, Buckingham Palace, London

Net als Vermeer heeft Matisse veel schilderijen met Muziek als onderwerp. En zocht hij naar een “muzikale” manier van schilderen. Kleuren als muzieknoten. Muziekinstrumenten als de piano, de vleugel, de gitaar, de fluit en de viool komen allemaal langs in de wereld van Matisse. Matisse was zelf een verdienstelijk vioolspeler. Vermeer gaf vooral een Klavecimbel en Viola da Gamba weer. Als verwijzing naar een samenspel/duet tussen man en vrouw. Als solo-instrumenten koos hij voor de luit en een enkele keer voor de gitaar.

Gezicht op een ideale wereld volgens Matisse en Vermeer: Luxe, Calme et Volupté en het Gezicht op Delft

Henri Matisse, “Luxe, Calme et Volupté”, 1904, Musée d’Orsay, Paris

Johannes Vermeer, Gezicht op Delft, 1660-61, Mauritshuis, Den Haag

Luxe, Calme et Volupté. La Joie de Vivre.

Het paradijs van Matisse is als een toevluchtsoord en schoonheidsideaal voor de gewone burger. Misschien verhoudt Matisse zich wel tot Vermeer als Pop muziek tot Klassieke muziek. (Hoewel Matisse zeker niet tot de Amerikaanse Pop Art-kunststroming  gerekend kan worden) Pop muziek heeft eenvoudige songs, die bij iedereen recht het hart in gaan en je blij en gelukkig kunnen maken. Heel toegankelijk. “Three chords and the truth”. Klassieke muziek zit veel sterker in elkaar in vorm en structuur, maar is vaak ook zwaar op de hand, ernstiger, ingewikkelder, ontoegankelijker, somberder vaak. Muziek waar  je als luisteraar meer moeite voor moet doen.

Op het eerste gezicht roepen de schilderijen van Matisse een reactie op van “dat kan mijn kind van acht ook !”. Maar die schijn bedriegt. Een kind van acht schildert niet zo maar een Matisse. Er zit meer techniek, kunde en inzicht in een Matisse, dan je op het eerste gezicht zou zeggen.

TERUGKERENDE BEELDELEMENTEN BIJ VERMEER EN MATISSE

Vermeer en Matisse schilderen in hun huiselijke interieur taferelen steeds terugkerende beeldelementen, waarvan hier onder een aantal voorbeelden:

DECORATIEVE STOFFEN MET BLOEMMOTIEVEN EN ARABESKEN

Johannes Vermeer, Girl Asleep at a Table, 1657, Metropolitan Museum of Art, New York

Johannes Vermeer, The Art of Painting, 1666-68, Kunsthistorisches Museum, Wien

Johannes Vermeer, The Procuress, 1656, Staatliche Gemäldegalerie, Dresden

Henri Matisse, The Dessert, Harmony in Red ( The Red Room), 1908, Hermitage Museum, St. Petersburg

Henri Matisse, Still Life with Blue Tablecloth, 1909, Hermitage Museum, St. Petersburg

Henri Matisse, Still Life with Aubergines, 1911, Musée de Grenoble

Henri Matisse, Odalisque à la Culotte Rouge, 1921, Centre Pompidou, Paris

Henri Matisse, Odalisque à la Culotte Grise, 1927, Musée de l’Orangerie, Paris

Voorliefde voor rijk geornamenteerde, kleurige stoffen bij Vermeer en Matisse

Misschien wel de meest in het oog springende overeenkomst tussen Vermeer en Matisse is hun voorliefde voor kleurige, rijk geornamenteerde, decoratieve stoffen. Hoewel Matisse een moeizame relatie met zijn vader had, kreeg hij de liefde voor mooie stoffen en schilderen van huis uit mee. Zijn vader, zelf landbouwzaden-handelaar, kwam uit een familie van stoffenwevers, zijn moeder uit een familie van stoffenververs en zelf was ze porseleinschilder. Het was zijn moeder, die hem een schilderdoos gaf op z’n 21ste, waarover hij later zou zeggen: “Vanaf het moment waarop ik de doos met verfkleuren in mijn handen had, wist ik dat dit mijn leven was. Een soort van paradijs”. Zijn vrouw Amélie hield ook erg van kleurrijke stoffen met oriëntaalse patronen, een gedeelde liefde dus. Met oriëntaalse kunst kwam Matisse in aanraking door een tentoonstelling over Islamitische kunst in München, zijn reis naar Marokko en het Moorse Alhambra in Granada.

De vader van Vermeer was herbergier, kunsthandelaar en “Caffa-wever” van kleurige zijden tapijten en stoffen. Allemaal elementen die in de schilderijen van Vermeer terugkomen: het glas wijn, de “konstkamer”met schilderijen en landkaarten aan de muur, de mooie kleurrijke kostuums, tafelkleden, gordijnen en gobelins. Oosterse tapijten uit Turkije zijn terug te vinden in De Koppelaarster in Dresden en het Slapend Meisje in New York. Ook de hoofddoek van het Meisje met de Parel is duidelijk oosters. De Fransen gaven het schilderij lange tijd de titel “Jeune Fille au Turban”.

DE JONGE VROUW – DE ODALISQUE

André Derain, Madame Matisse en Kimono, 1905,  Metropolitan Museum of Art, New York

In Collioure in Zuid-Frankrijk schilderde Matisse samen met zijn Fauvisten-schildervriend André Derain, die dit mooie portret schilderde van Madame Matisse in kimono, Amélie, de vrouw van Matisse. In de geest van het Japonisme, waardoor ook de Nederlandse schilder/fotograaf George Hendrik Breitner zich liet inspireren in zijn Meisjes in Kimono schilderijen met zijn model Geesje Kwak.

Henri Matisse, Odalisque à la Culotte Rouge, 1921, Centre Pompidou, Paris

Henri Matisse, Odalisque, 1920-21, Stedelijk Museum, Amsterdam

Henri Matisse, Odalisque à la Culotte Grise, 1927, Musée de l’Orangerie, Paris

Matisse Odalisques

Henri Matisse, Seated Odalisque, 1928, San Francisco Museum of Modern Art

Henri Matisse, Decorative Figure with Ornamental Background, 1926, Centre Pompidou, Paris

Matisse onderging de artistieke invloeden van het Japonisme en de erotische sensualiteit van de oriëntaalse wereld door zijn reis naar Marokko en Oriëntaalse filmsets in Nice.

Matisse is misschien wel het meest bekend om zijn kleurrijke, sensuele Odalisques. De modellen hiervoor vond hij niet tijdens zijn reis naar Marokko, daar was en is het poseren van vrouwen als model voor een kunstenaar “not done”. De modellen voor zijn Odalisques vond hij bij figuranten op een filmset in Nice. Juist in zijn Odalisque-schilderijen komt zijn voorliefde voor kleurrijke, decoratieve stoffen met rijke ornament patronen en arabesken, uitbundig naar voren. Zijn kunstenaars-ideaal van “Luxe, Calme et Volupté” zie je helemaal terug in zijn Odalisques.

Hij is zijn hele leven neergesabeld door critici, die zijn werk afdeden als kinderlijk, oppervlakkig escapisme, louter decoratief, onbeholpen, te eenzijdig vanuit een mannelijke blik. Toch behoort hij nu tot de meeste geliefde kunstenaars van de twintigste eeuw. Als je niet met je hart naar Matisse en Vermeer kijkt, zie je hun schoonheid niet. “C’est par l’amour que l’on répond à de telles oeuvres d’amour” (Marcel Brion). De kunst van Vermeer en Matisse gaat over de liefde. Zonder liefde spreken schilderijen niet, blijven ze stom.

HET OPEN RAAM

Johannes Vermeer, Officer and Laughing Girl, 1657, Frick Collection, New York

Henri Matisse, Open Window Collioure, 1905, National Gallery of Art, Washington D.C.

Het raam als bron van licht in hun interieursschilderijen, speelt zowel bij Vermeer als bij Matisse een grote rol. Het zijn de “ogen” van een interieur, “the crack in everything, that’s where the light gets in”, waar Leonard Cohen over zingt. Bij Vermeer is het raam soms half open, maar meestal gesloten. Bij Matisse staat het raam  juist altijd wijd open, om het kleurrijke, stralende zuidelijke licht van Zuid-Frankrijk binnen te laten komen, waar Van Gogh zo van hield.

HET INTERIEUR

Henri Matisse, Woman Reading ( La Liseuse), 1895, Musée Matisse, Le Cateau-Cambrésis

Vilhelm Hammershoi, Interieur, Strandgade 30, 1908, Aarhus Kunstmuseum

Henri Matisse, The Red Studio, 1911, Museum of Modern Art, New York

Henri Matisse, The Dessert, Harmony in Red ( The Red Room), 1908, Hermitage Museum, St. Petersburg

Johannes Vermeer, The Music Lesson, 1662-65, Royal Collection, Picture Gallery, Buckingham Palace, London

Johannes Vermeer, Lady Standing at a Virginal, 1670-72, National Gallery, London

Johannes Vermeer, The Art of Painting, 1666-68, Kunsthistorisches Museum, Wien

Het donkere, vroege interieur schilderij La Liseuse uit 1895 van Matisse met zijn lezende vrouw Amélie in zwarte jurk doet nog denken aan een schilderij van de Deense schilder Vilhelm Hammershoi, de “Deense Vermeer”. Na ruim tien jaar schildert Matisse The Red Room en The Red Studio in een fel, vibrerend rood. Dit doet denken aan de explosie van kleur in de schilderijen van Van Gogh in zijn Zuid Franse periode in Arles na zijn vroegere, donkere en monochrome Brabantse periode. De ontdekking van de kleur en het zuidelijke licht. De ruimte van het interieur is “platgedrukt” in het platte vlak. Niet het ruimtelijk perspectief, maar de autonome, abstracte kleur rood eist hier de hoofdrol op.

Kleur is relatief. In een museumzaal met 17e eeuwse Hollandse genreschilders, springen de opvallend heldere kleuren van Vermeer meteen in het oog. Zou je de Vermeer-schilderijen echter tussen de Red Room en de Red Studio van Matisse hangen, dan ogen de kleuren van Vermeer juist weer heel ingetogen.

Wat in deze interieurs van Vermeer wel meteen opvalt is de bijna abstracte, heldere geometrische ordening en overtuigende ruimtelijke perspectiefwerking. Met name ook in de mate van abstrahering was Vermeer zijn tijd ver vooruit. De interieurs van Vermeer staan ook in deze tijd nog steeds aan de top van de schilderkunst door hun abstracte schoonheid van licht en kleur, waar ook Matisse op zijn eigen manier naar zocht.

STILLEVEN VOORWERPEN

Johannes Vermeer, The Music Lesson (detail), 1662-65, Royal Collection, Picture Gallery, Buckingham Palace, London

Johannes Vermeer, The Girl with a Wine Glass (A Lady and Two Gentlemen) (detail), 1659-60, Herzog Anton Ullrich Museum, Braunschweig

Henri Matisse, The Goldfish, 1912, Pushkin Museum, Moscow

Henri Matisse, Woman before a Fish Bowl, 1922, Art Institute, Chicago

Vermeer’s witte wijnkan en de kom met goudvissen van Matisse. Vermeer en Matisse hadden allebei een obsessie voor één stilleven-voorwerp: bij Vermeer is het de witte Delftse wijnkan, bij Matisse de kom met goudvissen, die steeds weer in hun werk terugkeren. Je voelt de obsederende schoonheid die deze stillevenvoorwerpen voor hen hadden als kunstenaar, maar waar die obsessie bij hen nou precies vandaan kwam, daar krijg je niet echt een vinger achter. Dat is het geheim van de dichter in de kunstenaar. Een gedicht moet je niet dood willen analyseren, maar gewoon ervaren. De bron van alle schoonheid blijft een mysterie. Dat is de charme van poëtisch realisme.

Het jonge meisje in het licht bij het raam dat naar een kom met goudvissen kijkt, zou overigens een mooi “Vermeer-onderwerp” kunnen zijn.

KLEUR

Johannes Vermeer, Mistress and Maid (detail), 1666, Frick Collection, New York

Henri Matisse, Chapelle du Rosaire, Vence,(detail glas-in-lood raam), 1947-1951

Het blauw-geel kleurenakkoord speelt bij Vermeer en Matisse als meesters van de kleur een grote rol. Het kleuren-akkoord blauw-geel vind je bij Vermeer in de Frick “Mistress and Maid” en Het Melkmeisje, bij Matisse in de glas-in-lood ramen van de Chapelle du Rosaire in Vence. Vermeer maakte overvloedig gebruik van het kostbare blauwe pigment Lapis Lazuli, Matisse was met zijn meester-glazeniers naarstig op zoek naar de juiste kleur blauw voor de glas-in-loodramen van de kapel in Vence.

Henri Matisse, Tekening en schilderij Blue Eyes van zijn model Lydia Délectorskaya, 1936, Baltimore Museum of Art.

De Russische Lydia Délectorskaya was de assistente, verzorgster en model van Matisse. Van deze spontane en trefzekere tekening maakte Matisse dit prachtige, dromerige  schilderij van haar.

 DE OUDE KUNSTENAAR DIE HET KIND IN ZICHZELF TERUGVINDT: DE KNIPSELS

Foto’s van Henri Matisse met schaar en papier bezig met zijn beroemde knipsels. Verzwakt door ziekte aan het eind van zijn leven was de oude Matisse niet meer in staat om te schilderen in zijn atelier. Juist toen kwam de ware kunstenaar in hem naar boven en stortte hij zich vanuit zijn bed of rolstoel op zijn knipsels met slechts een schaar en papier om mee te werken. Als een kind dat opnieuw spelen leert.

Kunstenaars kennen geen pensioen. Het gegeven van “de kunstenaar als oude man” kent vele iconische voorbeelden: de schilderijen van de oude, late Rembrandt behoren tot zijn mooiste, de wereldwijd uitverkochte concerten van de oude dichter/zanger Leonard Cohen omringd met mooie, jonge vrouwen, de Haarlemse schilder Kees Verweij maakte zijn mooiste schilderijen – de Atelierstukken –  toen hij 85 was, en hier dus de oude Matisse in zijn rolstoel met zijn vrolijk stemmende knipsels. De “Homo Ludens” kent geen leeftijd. Is diep van binnen altijd kind gebleven.

Henri Matisse, Blue Nudes (Souvenir de Biskra), 1952, Musée National d’Art Moderne de Paris

Henri Matisse, Polynesia, The Sky, 1946, Musée d’Art Moderne, Troyes

Henri Matisse, The Parakeet and the Mermaid, 1952-53, Stedelijk Museum, Amsterdam

In de expositie The Oasis of Matisse in het  Stedelijk Museum Amsterdam in 2015 was zijn knipsel-meesterwerk The Parakeet and the Mermaid te zien. Aan niets is te zien, dat dit het werk is van een oude man……

Henri Cartier-Bresson, Matisse in Vence, 1944, Magnum Photo

In zijn atelier in Nice in Zuid-Frankrijk hield Matisse veel vogelkooien en liet hij zijn vogels vrij rondvliegen. Deze meesterlijke foto is van de beroemde Franse fotograaf Henri Cartier-Bresson. De wereld van Matisse in één beeld gevangen.

Op YouTube is deze mooie video te zien over een sleutelwerk van Matisse: “Matisse, The Red Studio” in het MOMA in New York:

Op YouTube is deze video te zien van Kate Bush, “The Man with the Child in his Eyes”:

VIDEOCLIP “A TRIBUTE TO VERMEER”  VAN FILMMAKER WYTSE KOETSE EN DE STORMACHTIGE OPKOMST VAN KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE

Gezien op 10 augustus 2024 op YouTube: de videoclip “A Tribute to Vermeer” van de Amsterdamse filmmaker Wytse Koetse. Bij het maken van deze video maakte de filmmaker gebruik van een Kunstmatige Intelligentie programma Runway Gen-3 om de schilderijen van Vermeer  “tot leven te wekken”. Verstilling komt ineens in beweging. Een fascinerende technologische ontwikkeling.

Artificial Intelligence of Kunstmatige Intelligentie is een digitale nabootsing van menselijke intelligentie door een machine/computer. De opslagcapaciteit, rekenkracht en snelheid van computers is zo groot geworden, dat ze inmiddels zonder tussenkomst van menselijke intelligentie op basis van algoritmes in korte tijd enorme hoeveelheden data kunnen verwerken en tot patroonherkenning en zelfstandig leren in staat zijn. Op basis van het invoeren van één regel tekst (prompt) kan een A.I. programma zelfstandig beelden met een fotografische nauwkeurigheid genereren, die soms nauwelijks van echt te onderscheiden zijn. Af en toe is het jawdropping wat je voorbij ziet komen. De razendsnelle ontwikkelingen van A.I. zijn echter naast fascinerend ook een beetje griezelig.

De Amsterdamse filmmaker Wytse Koetse (44) maakte gebruik van kunstmatige intelligentie (A.I.) om schilderijen van Vermeer tot leven te wekken in zijn recente film ‘A Tribute to Vermeer’. Het kostte hem naar eigen zeggen twee dagen om de videoclip van één minuut in elkaar te zetten met het A.I.-programma Runway Gen-3. Het resultaat toont aan wat er nu anno 2024 allemaal al mogelijk is met van tekst naar beeld genererende A.I.-programma’s. Het is fascinerend om te zien hoe de verstilde schilderijen van Vermeer ineens in beweging komen en door de snelle montage tot éénzelfde wereld lijken samen te smelten. Een lust voor het oog om naar te kijken als Vermeer-liefhebber.

“Wat als je A.I. over Vermeer’s Meisje met de Parel gooit? Dan lacht ze opeens haar tanden bloot en komt ze ineens tot leven als een “écht” meisje van vlees en bloed. We zien het melkmeisje dat ook écht melk giet, het Gezicht op Delft met bootjes die door het water glijden: nog nooit kwamen de schilderijen van Vermeer zo overtuigend tot leven”. De oplettende kijker zal genoeg beeldfouten opmerken, maar het is slechts een kwestie van er nog meer tijd in steken, dat die er ook uit gehaald kunnen worden.

Wat me aanspreekt in de video van Wytse Koetse is dat het klein en compact gehouden is, en best smaakvol en in de geest van Vermeer in elkaar gezet is. Hij combineert de power van A.I. met de beeldtaal van een reclamespot: in één minuut de boodschap van Vermeer neerzetten. Wat ik hem ook na moet geven: de clip is fris, levendig, sprankelend, smaakvol, eigentijds, niet stoffig, belegen, ouderwets.

“A Tribute to Vermeer” heeft de zeggenskracht van een reclame-spot, een movie-trailer. De kunst daarvan is dat je in één minuut het hele verhaal moet kunnen vertellen. Dat is ook wat Vermeer zelf zo goed doet in zijn schilderijen: in één beeld het hele verhaal vertellen. Amerikanen zijn er ook heel goed in met one-liners en puntige commercials. Sommige commercials zijn pareltjes op zichzelf. Speelfilms van minder dan één minuut.

De video “Trbute to Vermeer” is hier te zien op YouTube:

Natuurlijk zijn er ook kritische kanttekeningen te plaatsen:

– “A Tribute to Vermeer” is een juiste titel: de originele schilderijen van Vermeer zijn natuurlijk in artistiek opzicht nog steeds veel beter dan de videoclip. Als je alle originele beeldelementen van Vermeer uit de video zou strippen, wat zou je dan nog over houden ? Wat voegt de maker van de videoclip er zelf kwa eigen beeldtaal en artistieke verbeelding aan toe, als de beelden van Vermeer er al zijn en A.I. al het werk voor hem doet ? De clip staat of valt met Vermeer en A.I.

– Vermeer gaat juist over suspense, verborgen spanning en gevoelens, what’s going on? “Tot leven wekken” haalt die spanning weg: o, ze lacht, ze is blij, nou leuk, en weer dóóóór. Het geeft de clou al weg vóórdat je de grap wilt gaan vertellen. Dan werkt de grap niet meer. Het is juist omdat je niet weet wat ze nou echt voelt, dat je naar Vermeer’s Meisje met de Parel blijft kijken.

De spontaan doorbrekende lach in de A.I. -versie van het  Meisje met de Parel brengt haar misschien dichterbij en meer tot leven, maar de subtiele suspense en mysterie van het originele schilderij gaat ermee verloren. 

Bij Vermeer worden we in het ongewisse gelaten over wat het Meisje met de Parel nou echt voelt en wat er in haar omgaat, en is er alleen die blik in haar ogen. Liefde of geen liefde, dat is de kwestie. In de lachende versie wordt het antwoord al gegeven. Maar zijn raadsels en vragen in de kunst niet interessanter dan antwoorden ? Op het lachende meisje, hoe charmant ook, raak ik toch eerder op uitgekeken. Als vluchtig bewegend beeld in een video is het wel effectief, als stilstaand beeld of schilderij voor contemplatief kijken werkt het minder goed.

– Op Internet zijn al vele voorbeelden te zien van beroemde meesterwerken die digitaal weer “tot leven gewekt” worden. De kwaliteit van dit soort afbeeldingen en video’s zal met Kunstmatige Intelligentie alleen nog maar toenemen en de techniek om ze te maken zal ook voor iederéén beschikbaar komen. Tenslotte kan iederéén “op knopjes drukken”……

     – Ik voorzie in de nabije toekomst juist eerder een tegengestelde trend – zo deze er al niet is – dat veel mensen juist het maken van kunst met je eigen handen weer meer gaan waarderen: bv. het met eigen handen maken van een echt schilderij. Een goed en mooi schilderij maken kan niet iederéén, op knopjes drukken van een machine die al het werk al voor je doet, dat kan wel iedereen. Uiteindelijk geven de gemakkelijk verkregen resultaten van al die snelle tech-gadgets slechts een snelle, korte, oppervlakkige bevrediging, omdat je zelf ergens toch voelt dat de machine bijna al het werk voor je gedaan heeft, niet jij zelf.  Echte bevrediging haal je eerder uit de tijd, energie en het werken met je eigen handen, die je in het maken van een kunstwerk hebt gestopt. Het gevoel dat je zelf iets hebt gemaakt en gecreëerd. Veel mensen verlangen naar Go Slow, een langzamer en eenvoudiger leven, en naar een hobby, waarin ze zelf met hun eigen handen iets kunnen maken. Persoonlijk geeft het eigenhandig maken van een schilderij mij eerder het gevoel dat ik zelf iets gemaakt en gecreëerd heb.  Bij het maken van foto’s als fotograaf heb ik dat al minder, bij A.I. -plaatjes genereren met prompts nóg minder. De machine doet eigenlijk het meeste werk.

Interessant genoeg heeft deze kritiek parallellen met al langer bestaande kritiek op Vermeer’s gebruik van de camera obscura ( “Is het dan niet een soort van goedkoop een plaatje overtrekken, een beetje valsspelen ?” ) en op hedendaagse fotorealistische schilders (  “dat schilderij is niet meer dan een nageschilderde foto, dan had hij net zo goed een foto kunnen maken en een canvasprint kunnen laten uitprinten, ik wil geen nageschilderde foto, ik wil een echt schilderij zien”)

Goed getroffen deze parmantig, met veel bravoure en gevoel voor show, spelende A.I.-klavecimbelspeelster, verleidelijk met veel make up, rode lipstick en mascara en veel parels. Ze lijkt overigens eerder piano te spelen dan klavecimbel. Eerder een Nocturne van Chopin dan een cantate van Bach. Het oogt eerder als een verleidelijke pianiste in een nachtclub dan een schooljuffrouw achter het kerkorgel.

Vermeer laat zijn mooie, jonge vrouwen sprankelen met zijn licht-pointillé’s. Daarom houdt hij ook zo van parels en van kant, Die lenen zich daar bij uitstek heel goed voor.

Het doet me denken aan de “Very sparkly”-scene in de film Rain Man uit 1988, waarin de autist Raymond (Dustin Hofman) in een casino in Las Vegas een mooie vrouw Iris ontmoet en alleen oog heeft voor  haar glinsterende juwelen, waarbij haar minder nobele bedoelingen – hij heeft met zijn fenomenale geheugen zojuist heel veel geld gewonnen met kaartspelen –  hem volledig ontgaan. Zijn wereldwijze broer (Tom Cruise) vraagt hem aan het eind van de scene: “What do you think of Iris, Raymond ?” ”She’s sparkly, definitely very sparkly”. Zo lijkt Vermeer door zijn camera obscura ook naar een mooie jonge vrouw te kijken: als een autist, als een klein kind. Alleen de lichtvonken van het glinsteren van haar juwelen maken indruk op hem en merkt hij op, de rest ontgaat hem. Een louter visuele, maar sprankelende impressie. Een beperkte, maar zuivere, onschuldige blik.

Deze “Very sparkly”- scene uit de film Rain Man is – helaas in niet al te beste beeldkwaliteit – te zien op YouTube:

Van mensen met een autisme-stoornis is bekend dat ze soms in staat kunnen zijn tot een bijna bovenmenselijke concentratie en op één gespecialiseerd vakgebied exceptionele vaardigheden kunnen ontwikkelen.

De Brieflezende vrouw uit Dresden komt ook erg mooi tot leven in de A.I. -video versie. De brief is helaas veel te groot en trekt zo te veel aandacht weg van de mooie jonge vrouw. Zo lijkt ze meer op een secretaresse die op kantoor net uitgeprinte vergaderstukken op A4-formaat doorneemt. Dit is zo’n typische beeldfout in A.I.-gegenereerde beelden. Vergeet niet: de hele video is in slechts een paar dagen in elkaar gezet. Dit soort kinderziekten zullen snel verdwijnen.

Kunstmatige Intelligentie en Tech kun je misschien vergelijken met de nieuwe sound van de electrische gitaar en en nieuwe opnamestudio-technieken in de popmuziek van de jaren ’60.  Kunstmatige Intelligentie zou ook een geheel nieuwe look en beeldtaal kunnen genereren. Eric Clapton kan zowel fantastisch spelen op een klassieke akoestische gitaar als op een Fender Statocaster. Maar hij bespeelt beide wel met zijn eigen handen, virtuoos én met veel gevoel. De Britse kunstenaar David Hockney zweert ook bij “Oog-Hart-Hand”. Tegelijkertijd staat Hockney juist heel erg open voor digitale innovaties, maar ook zijn “I-PAD-schilderijen” maakt hij wel degelijk met de hand. Het eigen handschrift van de kunstenaar geeft de “human touch” aan een kunstwerk. Kunst raakt ons als er sprake is van mens tot mens contact. Technologie is slechts een instrument daarbij. De camera obscura van Vermeer, de Fender Stratocaster van Clapton of de tekentablet-I-PAD van Hockney. Op het moment dat A.I. die “human touch” verliest, wordt het in mijn ogen minder “kunst” en wordt het tijd dat we als mensen ons zorgen moeten gaan maken over de gevaren van A.I. Dat het de menselijke artistieke expressie in de kiem smoort en juist de doodsteek is voor de individuele artistieke vrijheid.

Hoe werkt het?

Wytse maakte gebruik van een programma genaamd Runway Gen-3 om de schilderijen tot leven te wekken. Dat soort programma’s vragen de gebruiker om bepaalde tekst-instructies (zogeheten ‘prompts’), zodat het weet wat het moet maken. Denk daarbij aan een omschrijving van de gewenste beelden, bewegingen en invulling van de achtergrond. Een hele klus volgens Wytse, die twee volledige dagen bezig is geweest om het gewenste eindresultaat te krijgen.

In sommige gevallen moesten de kunstwerken bijvoorbeeld breder zijn dan de daadwerkelijke schilderijen, vanwege de afmetingen van de video. ‘Dan vroeg ik aan A.I.  om de zijkanten in te vullen’, legt Wytse uit. En zo waren er nog veel meer variabelen om uit te werken. ‘Soms geef je geen prompts om te kijken wat dat doet. Daarna ga je met prompts proberen om de A.I.  in de juiste richting te sturen. Ik denk dat ik wel duizenden clips heb gemaakt.’

De Gitaarspeelster in de A.I. -versie heeft het kapsel van de –slecht bewaard gebleven en sleetse – kopie van de Gitaarspeelster in het Philadelphia Museum of Art, niet van het Vermeer origineel in Kenwood House in Londen. In bewegend beeld speelt ze een snelle “riff” op haar gitaar, alsof op een electrische gitaar ze in een rockband speelt, in plaats van op de akoestische barokgitaar van Vermeer.

Het fascinerende aan de bewegende beelden van de Vermeer-dame in het het gele jakje in de A.I. -versie is inderdaad het gevoel dat je naar een echte levende mooie jonge vrouw zit te kijken. In dit fragment blijft de suspense wel behouden, omdat de inhoud van de brief ongewis blijft.

Er woedt een fel debat tussen vóór- en tegenstanders in de beeldende kunstwereld over de spectaculaire ontwikkelingen van Kunstmatige Intelligentie, dat doet denken aan de ophef onder kunstschilders in de 19e eeuw tijdens de opkomst van de fotografie als een nieuwe technologische uitvinding om beelden vast te leggen. Het zou alle kunstschilders brodeloos maken……. Ook nu zijn er veel professionele kunstenaars die Kunstmatige Intelligentie zien als een monster, dat schaamteloos en ongevraagd hun beelden opslorpt om zijn eigen algoritme te voeden. Een gigantisch verdienmodel voor de grote Tech-bedrijven, dat deze bijna ongebreidelde macht geeft. Anderzijds biedt Kunstmatige Intelligentie ook spectaculaire nieuwe mogelijkheden voor nieuwe kunstvormen. Fascinerend en griezelig tegelijk dus.

Er zit nog wel  een heel opvallende fout in de video: in het begin van het A.I.-totaal shot met Het Melkmeisje giet ze de melk vol op de tafel in plaats van in de kom,. In deze close up is het verder wel correct. Door de snelle beeldmontage van de video vallen de meeste beeldfouten niet op en werken ze niet storend. In deze stills uit de video worden nog wel meer verbeterpunten zichtbaar.

De spiraalvorm van het straaltje melk en de stofuitdrukking van het stilleven met de broden eromheen in het originele schilderij van Vermeer is nog veruit superieur aan de A.I. -versie. A.I. maakt er eerder mayonaise, plastic of dikke verf van. Dit is beslist geen melk. Kunst moet niet tot de kitsch van snelle internetplaatjes gemaakt worden. The devil is in the details. In de details valt een beeld gemaakt met kunstmatige intelligentie nog steeds door de mand. Maar de ontwikkelingen gaan ook in dat opzicht bijna griezelig snel. Het is slechts een kwestie van tijd dat A.I. ook perfect tot in de details weet door te dringen.

Kritiek

Wytse Koetse: “Veel reacties van mensen die zeiden dat ik met het werk van Vermeer aan de haal ben gegaan. Maar ik zie het echt als een eerbetoon aan een kunstenaar uit de Gouden Eeuw met technologie uit 2024.’

De algemeen gehoorde kritiek op A.I., dat het werk van kunstenaars zou wegnemen, snapt Wytse tot op zekere hoogte wel. ‘Ik zat vroeger VHS naar VHS te monteren. Toen kon je dat opeens op een computer doen, en daarna kwamen de laptopjes. Toen hadden klanten zelf editing-software. Toen begonnen de editors ook te klagen dat zij werk kwijtraken. Ik zie het zo: het is een nieuw instrument en één waarvan ik denk dat het uiteindelijk heel veel mooie dingen gaat brengen. Toen de stoomtrein opkwam, gingen de koetsiers ook in protest.’

Fotograaf, model, kunstschilder, filmmaker, tekstschrijver, componist, acteur, musicus, theateregisseur, grafisch vormgever  lijken met de komst van A.I. uitstervende creatieve beroepen te worden, omdat ze overbodig worden. Of ze zijn niet meer nodig, of ze worden anoniem opgenomen in het algoritme van A.I.  A.I.  dreigt een vraatzuchtig monster te worden dat alle bestaande beelden en tekst opslokt. Met A.I. is straks iederéén  een “kunstenaar”. Je moet vooralsnog hooguit nog een beetje gevoel hebben voor regie en beeldmontage. Je tikt een tekstregel (prompt) in, die het beeld beschrijft dat je wil maken en A.I. maakt het voor je. Talent is niet meer nodig, kunde evenmin. The machine does the trick for you.

De technologie van Kunstmatige Intelligentie ontwikkelt zich zo razendsnel, dat binnen een paar jaar iederéén dit soort filmpjes kan maken. “Maak je eigen personalized custom-made selfie-video in de stijl van de meesterwerken van Vermeer”.

In de “kunst”-categorie hoort “A Tribute to Vermeer” wat mij betreft nog niet thuis. Daarom noemt de maker zijn videoclip  ook terecht “A Tribute to Vermeer”. Het is meer een promotiespotje voor de originele kunst van Vermeer, in een fris, hedendaags jasje. Als “afgeleide” kunst ook “kunst” wil zijn, dan moet het beter zijn dan het origineel. Dat is hier beslist niet het geval, maar er is verder ook niets mis met een oprechte ode aan Vermeer.

Liefhebbers die juist de verstilde contemplatie en vaste, tijdloze orde in de schilderijen van  Vermeer een verademing vinden in deze steeds sneller veranderende en op hol geslagen wereld, zullen er niet op zitten te wachten dat juist ook Vermeer in die snelle chaotische wereld van de rat race getrokken wordt. Alsof ook die ene oase van stilte en contemplatie van ze afgenomen wordt. Maar dat is puur een kwestie van persoonlijke smaak. En over smaak valt niet te twisten. Anderen zullen het juist lekker verfrissend, vlot, levensecht, sprankelend, eigentijds en vernieuwend vinden, en daar valt ook iets voor te zeggen.

In de A.I. versie van Vermeer´s Meisje met de Rode Hoed moest A.I. stroken aan de zijkanten toevoegen om het beeld in het breedbeeld- videoformaat te laten passen. Hier werd een zonlicht-effect beoogd, net als in het origineel. Het model is geportretteerd in een sensuele, bijna Franse, boudoir-stijl. Zittend voor een Japans-Chinees kamerscherm. Het Meisje met de Rode Hoed van Vermeer zou ook heel wel passen in een 19e eeuwse fotostudio in Parijs met zo’n grote platencamera, een tijd waarin het Japonisme erg in de mode was.

Voorstander

“Daarnaast is het volgens Wytse ook niet zo alsof je een knop indrukt en er een volledige video uit de computer rolt. Hij ziet zichzelf in dit project dan ook als regisseur. ‘Ik heb een bepaalde gedachte en vraag A.I. om dat uit te werken. Maar ik kies zelf de volgorde, de opbouw van de spanning die erin zit, de sound effects, de muziek en allerlei andere kleine aanpassingen.’ De filmmaker geeft aan groot voorstander te zijn van A.I. Hij wil dan ook in de toekomst zeker meer doen met de technologie. Of dat ook weer levende kunstwerken worden, weet hij nog niet. ‘Ik ben wel van plan om een reclame met A.I.  te maken en ga proberen om verhalen tot leven te brengen met A.I. in beeld en geluid.’

Ook ziet Wytse kansen voor instellingen om te doen wat hij doet. Bijvoorbeeld het Rijksmuseum. ‘Ik denk dat zij dit soort levende schilderijen goed kunnen gebruiken om jongere generaties aan te trekken om zich te verdiepen in Vermeer”.

Persoonlijk denk ik dat kunst, die ons raakt, altijd gemaakt is door een mens, niet louter door een machine.

De Ierse zangeres Sinnead O’Connor maakte van een onopvallende originele song van Prince – Nothing Compares 2 U – een indringende en beeldschone muziek videoclip, die haar in één klap wereldberoemd zou maken. ( bijna een half miljárd views alleen al op YouTube ! )

De Britse blueszanger Joe Cocker en regisseur Alfred Hitchcock behoren tot die zeldzame categorie kunstenaars die van een originele, relatief onbekende song of boek een absoluut en spannend meesterwerk kunnen maken. Joe Cocker zong met zijn rauwe doorleefde en expressieve stem bijna alleen maar covers van anderen, maar die zijn wel bijna altijd stukken beter dan het origineel. Iedereen kent zijn legendarisch geworden Woodstock-versie van het Beatles-nummer “With a Little Help From my Friends”.

Weinig mensen zullen ooit de novelle “The Birds” gelezen hebben van Daphne de Maurier uit 1952. Maar iedereen kent de hierop gebaseerde spannende filmthriller “The Birds” uit 1963 van filmregisseur Alfred Hitchcock, the Master of Suspense.

De transitie van traditionele kunstvormen naar Artificiële Intelligentie doet me ook denken aan Bob Dylan “going from acoustic folk to electric rock” op het Newport Folk Festival in 1964. Liefhebbers van folk muziek scholden hem uit voor “Judas” en verrader. Niet iedereen waardeert het als een geliefde kunstenaar de moed heeft een nieuwe weg in te slaan in zijn kunst met een nieuw instrument.

Wat de camera obscura betekende als hulpmiddel voor Vermeer, zou Kunstmatige Intelligentie kunnen gaan betekenen als een nieuwe technologie voor een nieuwe generatie van jonge hedendaagse kunstenaars. Kunstmatige Intelligentie zou zich kunnen ontwikkelen tot een veelbelovende en “tantalizing new tool” en een mooie uitdaging om echt vernieuwende kunstwerken mee te maken. Binnen een paar jaar zou een jonge gast zo maar even iets kunnen maken, wat menig oudere kunstenaar zijn hele leven lang niet gelukt is én dan ook nog veel beter, frisser, levendiger, aansprekender. That’s how it goes, that’s life. If it’s all right for Vermeer, it’s all right for me.

Vermeer-onderzoek en artificial Intelligence

Wat zou A.I.  kunnen betekenen in het Vermeer-onderzoek ? Zo maar een paar suggesties uit de losse pols:

– “educated guess” reconstructies maken van de zeven Verdwenen Vermeers, zoals de Seigneur die zijn handen wast. A.I. zou met een krachtig algoritme de “broncode” van Vermeer kunnen opsporen en van daaruit kunnen komen tot een beeld, zoals het originele verloren gegane meesterwerk er uit gezien zou kunnen hebben..

– “Nieuwe Vermeers”maken in de beeldtaal en geest van Vermeer

– Digitale restauratie van erg sleets geworden en beschadigde Vermeer-schilderijen en deze digitaal  terugbrengen tot hun originele staat. Zonder risicovolle fysieke ingrepen aan het originele schilderij te hoeven doen.

– de met hi-tech-scanners verkregen data gebruiken om met Kunstmatige Intelligentie laag voor laag alle fasen in het creatieve schilderproces van Vermeer zelf tijdens het maken van een van zijn meesterwerken aanschouwelijk  en inzichtelijk te maken. Digitaal over de schouder meekijken van Vermeer als “The Painter At Work”.

Museum-promotie

Misschien zijn dit soort videoclips de manier om de jongere generatie naar de pronkstukken in het Rijksmuseum, het Van Goghmuseum en Stedelijk Museum te krijgen ? Ook al zien veel millennials met hun smartphone Rembrandt en Vermeer nogal eens als louter decor voor hun eigen selfies.

Reclame

Ook Het Melkmeisje zou heel wel door Vermeer bedoeld kunnen zijn als een “reclame-poster avant la lettre” in een bakkerswinkel.  Bijvoorbeeld in de winkel van bakker Van Buyten, waarvan Vermeer zijn brood kocht en waarvan we weten dat hij schilderijen van Vermeer bezat. Overigens is “La Laitière” in Frankrijk een bekend zuivelproduct van Nestlé. In reclame-campagnes worden al veel op Het Melkmeisje van Vermeer geïnspireerde fotoshoots met hedendaagse modellen gebruikt.

De close up van de ogen van het A.I. -Meisje met de Parel in de videoclip is ook een mooie knipoog naar de fotografie. En een ode aan het kijken.

Het laat het scherpstellen van de lens van een fotocamera zien met een shallow depth of field en een mooi “bokeh”-lichtlovertje van het hooglicht in haar oog. Het scherpstellen van onscherp naar scherp. Met de autofocus-functie staat de hedendaagfse smartphone fotograaf daar overigens al lang niet meer bij stil. Elke smartphone foto is scherp. De out-of-focus effecten van een lens in een camera obscura fascineerden Vermeer in hoge mate en zijn op veel plekken in zijn schilderijen voor de oplettende kijker goed waar te nemen. Hij zag de delicate schoonheid van onscherpte, die juist ontstaat door een niet scherpgestelde lens.

Het diffuse zonlicht van Vermeer wordt in de A.I.-versie van Vermeer’s Glas Wijn in Berlijn van Wytse Koetse direct zonlicht, wat meer drama en expressie brengt in de gelaatsuitdrukking van de manfiguur. Het meer diffuus, zachte  Vermeer-daglicht versus het harde Clair-Obscur van Caravaggio. De manfiguur heeft wel een mooie, sprekende “kop”, zoals kunstschilders dat zouden zeggen.

Ik betwijfel overigens dat Wytse Koetse de hele clip in slechts twee dagen in elkaar heeft gezet. Er zal toch veel vóórwerk aan vooraf zijn gegaan. Hij zegt zelf dat ie “duizenden clips heeft gemaakt”, dat zal hij niet in twee dagen gered hebben.

Maar ook Vermeer zelf schilderde waarschijnlijk veel sneller en vlotter dan we geneigd zijn te denken. Persoonlijk denk ik dat hij schilderde in relatief korte schildersessies. Om vervolgens als een schaker steeds na zo’n korte schildersessie de tijd te nemen om te kijken en na te denken over zijn volgende “zet”. Ook bij Vermeer ging verreweg de meeste tijd zitten in het vóórwerk.

In dit Braunschweig “Glas Wijn”  Vermeer detail verdwijnt de subtiele suspense van Vermeer in de A.I. -versie. Natuurlijk is de mannelijke vrijer met het aanbieden van een glas wijn uit op de kus die in de A.I.-versie te zien is – en ook nog wel meer dan dat, denk ik zo. Vermeer laat dat allemaal aan de verbeelding van de beschouwer over. De kleuren zijn met A.I.  trouwens niet zo mooi getroffen en zou ik liever naar het origineel toe kleurgecorrigeerd zien worden met die prachtige blauwen in de witte linnen kraag en manchetten. Daarom blijft handwerk onontbeerlijk. Met mindfulness, aandacht en een goed oog. Een machine heeft geen smaakgevoel voor mooi of lelijk. Een mens wel.

Op een bepaalde manier gaan overigens alle schilderijen van Vermeer over de liefde, in al haar verschijningsvormen. Dat verklaart ook deels zijn universele aantrekkingskracht: (bijna) iedereen houdt van Vermeer.

De onderzoekende blik van Vermeer wordt ook in de houding van de A.I.-astronoom goed getroffen. Maar ik mis hier wel het koele daglicht van Vermeer met die mooie blauwtinten in de draperie. En de expressie van aandacht en concentratie van de astronoom is in het originele schilderij van Vermeer naar mijn smaak veel scherper en preciezer waargenomen en weergegeven.

De Geograaf wordt tegelijk verlicht door een zonnestraal en een briljante gedachte in zijn geest. Einstein’s “Happy Thought” at work. Het Eureka-moment van Archimedes. Het archetype van de onderzoeker, de wetenschapper.

Is Kunstmatige Intelligentie in staat om ooit de “broncode” van de schilderstijl van Vermeer te kraken ? Net zoals schaakcomputers tegenwoordig zo krachtig geworden zijn, dat zelfs de allerbeste grootmeesters van het mondiale schaken er met geen mogelijkheid meer van kunnen winnen ? Is het alleen nog maar wachten op die ene geniale kunstenaar die met behulp van Kunstmatige Intelligentie op een hedendaagse manier het artistieke niveau van Vermeer weet te evenaren ?

Vermeer zelf stond in zijn tijd nog aan het begin van zes baanbrekende revolutionaire technologische innovaties op het gebied van beeldvorming sinds de traditionele olieverf-schilderkunst: Optica/lenzen > Fotografie > Film > Digitale Fotografie > Photoshop > Artificial Intelligence.

Vermeer schilderde in de tijd van de Optische Revolutie van de Lens tijdens de 17e eeuw. Met een camera obscura met een lens, de nog primitieve voorloper van de fotocamera, zonder lichtgevoelige achterwandplaat om het beeld vast te leggen. Pas in de eerste helft van de 19e eeuw werden lichtgevoelige emulsies op basis van zilverzouten ontdekt en toegepast, waarmee het lichtbeeld in de camera langs chemische weg vastgelegd en bewaard kon worden – De Revolutie van de Fotografie. 

Eind 19e eeuw deed het Bewegende Beeld zijn intrede –  de Film-revolutie. Vanaf 1975 begint de Digitale Fotografie, waar de chemische lichtgevoelige emulsie wordt vervangen door een electronische sensor: de Digitale Revolutie. Rond 1990 komt Photoshop op de markt, het eerste volwassen digitale beeldbewerkingsprogramma, waarmee digitale foto´s op een pc nabewerkt kunnen worden tot een nieuwe compositie. De Photoshop Revolutie.  Sinds 2020 zijn de eerste algemeen toegankelijke Artificial Intelligence-tools voor het genereren van  beelden als DALL-E beschikbaar. De Artificial Intelligence-Revolutie. Zowel voor foto als video, stilstaand en bewegend beeld. Met behulp van een zelflerend algoritme kan de gebruiker via een beschrijvende tekst, een prompt, een gewenst beeld genereren. De kwaliteit van deze beelden verbetert zich in een mind-boggling snel tempo. De ontwikkelingen zijn zelfs voor professionals nauwelijks bij te houden. Die snelheid van Kunstmatige Intelligentie kan juist ook haar achilleshiel worden als het om Vermeer gaat. Vermeer is Slow Art, ontstaan vanuit een houding van verstilling en contemplatie. Maar ook Vermeer zelf leefde in een opwindende tijd van snelle groei en nieuwe uitvindingen en ontdekkingen. Even snel met op knopjes drukken kunst van Vermeer-kwaliteit maken, zie ik echter toch niet zo gauw gebeuren. Ook niet met A.I. Soms zit het hebben van te véél mogelijkheden de kunstenaar juist in de weg. Waar in de kunst alles kan, leidt het vaak tot niets of middelmatigheid.

De schilder in zijn atelier, aan het werk om licht te vertalen in verf.  Hier met zijn favoriete kleur blauw van het kostbare Lapis Lazuli. Het Atelier of De Schilderkunst was Vermeer’s favoriete schilderij, dat hij tijdens zijn leven nooit van de hand heeft willen doen. Hier komt de hele wereld van Vermeer en alles, wat hij in huis had, letterlijk en figuurlijk samen. Een eeuwige ode aan de schilderkunst.

Het genie van Vermeer was destijds misschien ook dat hij als een van de eersten de ware potentie zag van de camera obscura met een lens, als een instrument en hulpmiddel om lichtbeelden van de werkelijkheid met een ongekende precisie en natuurgetrouwheid vast te kunnen leggen. Als een door zijn tijdgenoten nauwelijks opgemerkte “profeet” van de fotografie, die zijn tijd bijna twee eeuwen vooruit zou blijken te zijn. Vermeer ontwikkelde een schilder-procédé, waarin hij het lichtbeeld in de camera obscura op een unieke manier wist te vertalen in verf. Van lichtgevoelige chemische emulsies die “zwarten” bij blootstelling aan licht, zoals zilverzouten, die de eerste 19e-eeuwse fotografen als Daguerre zouden ontdekken en toepassen,  had hij (hoogstwaarschijnlijk) nog geen weet.

De hedendaagse echte “nieuwe Vermeer” zou een kunstenaar kunnen zijn, die als een van de eersten de volle potentie en nieuwe mogelijkheden van Kunstmatige Intelligentie doorziet en vanuit een diepe broncode er een geheel nieuwe beeldtaal op weet te ontwikkelen. En daarmee verbazingwekkende nieuwe eigentijdse beelden weet te creëren, die in de buurt van het artistieke niveau van Vermeer zouden kunnen komen.

Er gaan echter ook stemmen op dat de vrije kunsten juist in de wurggreep raken van een door de grote Tech-bedrijven gecreëerd monster en dat Kunstmatige Intelligentie juist de doodsteek voor de kunst zal blijken te zijn en kunstenaars brodeloos zal maken. Maar ja, daar waren de kunstschilders ook bang voor, toen de fotografie als nieuwe technologie om beelden te vast te leggen in opkomst kwam. Angst lijkt me altijd een slechte raadgever.

Als ik een hedendaagse jonge kunstenaar zou zijn, zou ik Kunstmatige Intelligentie juist omarmen en er mijn voordeel mee proberen te doen. Zoals Vermeer de in zijn tijd innovatieve camera obscura en de lens omarmde, om er als kunstschilder de kwaliteit van zijn schilderijen te verbeteren.

In het Gezicht op Delft zien we met Kunstmatige Intelligentie ineens schepen over het in zonlicht glinsterende water glijden. Wat mij opvalt in AI-versies van Vermeer schilderijen  is dat het bewegende beeld “leven” in het schilderij brengt, maar dat het het Vermeerbeeld ook “verrommelt” en de volmaakte verstilde harmonie, orde en rust juist verstoort, die zo typerend zijn voor de originele schilderijen van Vermeer.

Zoals Salieri zei over de muziek van Mozart in de film “Amadeus”: “Displace one note, and there would be diminishment. Displace one phrase, and the structure would fall”. Salieri voegt er nog aan toe: “It was clear to me that sound I heard in the Archbishop’s palace had been no accident. Here again was the very Voice of God !”

Dat gevoel kreeg ik ook steeds weer bij het zien van een nieuwe Vermeer op mijn kunstreizen jaren geleden: dat het licht dat ik voor het eerst zag in het Gezicht op Delft of het Meisje met de Parel in het Mauritshuis geen toeval was geweest. Ook in Wenen, Braunschweig, Berlijn, Dresden, Dublin of New York “there was the very Light of God !”.

Op YouTube is hier nogmaals de videoclip “Tribute to Vermeer” van Wytse Koetse te zien. Daarin zien we ineens het meisje met de parel knipperen en in de lach schieten, de melk van het melkmeisje uitgeschonken worden en schuitjes voorbij trekken door het Gezicht op Delft. Johannes Vermeer lééft, althans: diens werk. Dankzij filmmaker Wytse Koetse en kunstmatige intelligentie. In een uitzending van Omroep West, inclusief een interview met de maker:

“Schilderen met een Lens” – Fotografe Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier en Schilderijen van Johannes Vermeer

Gezien op zaterdag 6 april 2024 in Museum Slager in ’s-Hertogenbosch: Fototentoonstelling “Fotografie met de Schildersziel” van fotografe Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier. Haar werk toont een duidelijke artistieke zielsverwantschap met de schilderijen van Johannes Vermeer, met eenzelfde voorliefde voor een meisje bij het raam in de schoonheid van natuurlijk daglicht, rust, harmonie, verstilling en ingetogen contemplatie. In de expositie is een keuze uit haar “At the Window”-serie te zien alsmede een aantal stillevens, aangevuld met interieurfoto’s van eeuwenoude huizen in zwart-wit.

Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier, “At the Window”, Huis Bartolotti in Amsterdam, 2022. Johannes Vermeer, “Brieflesendes Mädchen am Offenen Fenster”, Gemäldegalerie Dresden, 1658

“Schilderen met een lens”. Van Hövell fotografeert schilderachtige interieurs met haar Hasselblad-camera, Vermeer schilderde zijn interieurscènes met gebruik van een camera obscura.

Van Hövell probeert als fotografe met haar fotocamera de schilderachtige effecten van het licht te vangen op de lichtgevoelige plaat, Vermeer probeerde als kunstschilder de schilderachtige lichtbeelden in zijn camera obscura te vertalen in verf in een schilderij.

Fotografie of schilderkunst ?

Als Vermeer niet in de 17e eeuw, maar ná de uitvinding van de fotografie rond 1830, werkzaam was geweest, welk medium zou hij dan gekozen hebben: de fotografie of toch de schilderkunst ? Feit is dat Vermeer een unieke mixed media-techniek ontwikkelde, die zich laat typeren als “schilderen met een lens” of “schilderen met een camera”. Als een soort fotograaf avant la lettre, met zijn eigen oog en schilderdoek als “gevoelige plaat”. Zijn precieze werkwijze valt niet meer te achterhalen, maar dat hij bij het maken van zijn schilderijen gebruik maakte van optica, lenzen en spiegels, daarover zijn de meeste kenners het wel eens. De schilderkunst van Vermeer bevat het beste van twee werelden; de fotografie en de schilderkunst. De optische exactheid in  lichtweergave en detaillering van de fotografische camera en de krachtige beeldregie, compositie/perspectiefconstructie en eigen penseelstreek in verf van de kunstschilder. Lens en Oog. Camera en Kunstenaar.

Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier, “At the Window”, Teylers Museum, Haarlem, 2021. Johannes Vermeer, “La Dentellière”, 1669-70, Musée du Louvre, Parijs

Een andere overeenkomst tussen fotografe Van Hövell en de kunstschilder Vermeer is hun beider voorliefde voor de ingetogen, contemplatieve poses van hun modellen. Bij Vermeer is opvallend genoeg wel steeds sprake van een handeling, maar altijd in een sfeer van licht, concentratie en verstilling.

Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier: “At the Window”, Huis Barnaart Haarlem, 2022. “At the Window”, Huis Bartolotti in Amsterdam, 2022. “At the Window”, Huis van Brienen, Amsterdam, 2016

Het leadbeeld van de expositie is het fotowerk “At the Window”, Huis Bartolotti in Amsterdam, 2022. De eerste wand in de tentoonstelling toont deze drie van haar beste werken uit de serie “At the Window”, waarin de inspiratie van Vermeer duidelijk voelbaar is. Al is in bijna elke Vermeer de jonge vrouw het kloppende hart van de compositie, prominent in beeld en in het volle licht gezet.  Bij Van Hövell overheerst het interieur. En is de figuur klein in verhouding tot de monumentale, hoge ramen. Hoge ramen in stadspaleizen, landhuizen en buitenplaatsen geven een prachtige lichtinval waarbij het daglicht diep de kamer in kan stromen en de lichtbaan van hoog linksboven op de jonge vrouw valt. Hoge ramen geven een interieur de voorname, aristocratische allure van een stadspaleis, buitenplaats of landhuis. Hoge ramen laten het stralende natuurlijke daglicht van buiten een dialoog aangaan met de verstilde intimiteit van de binnenkamer en haar bewoners.

Een mooi voorbeeld van een Vermeer, waar de klasse en aristocratische allure doorheen straalt, is de “Lady Writing a Letter with her Maid” uit 1670 in de National Gallery in Dublin, mede door de hoge ramen in het interieur.

Fotografie en schilderkunst: “Jonge Vrouw bij het Raam” is het kerngegeven bij deze foto van Van Hövell en dit schilderij van Vermeer.  Beiden prachtige beelden. Bij nadere beschouwing valt het verschil tussen fotografie en schilderkunst op. Als kunstschilder kon Vermeer veel meer artistieke keuzes maken dan Van Hövell als fotograaf: keuze van formaat, vlakverdeling, vereenvoudiging van vormen, licht-donker contrast, compositie, verhouding groot-klein, kleuren-afstemming, abstrahering, weglaten van overbodige details, horizontale en verticale compositielijnen (bv. de “L”-vorm), beeld rijmen, etc. De fotograaf kan een mooie locatie kiezen, een mooi model met het juiste kostuum, wachten op het mooiste licht, een enscenering maken, maar daar houdt het voor de “zuivere” fotograaf, voor wie Photoshop “uit den boze” is, wel mee op.  Waar de fotografie ophoudt, gaat de schilder Vermeer verder. Als Vermeer in deze tijd zou leven en voor de fotografie gekozen zou hebben, zou hij in mijn ogen gekozen hebben voor een groot formaat-technische camera (10×12,5 cm formaat) en zeker gebruik hebben willen maken van de beeldbewerkingsmogelijkheden van Photoshop. Photoshop zou hem de mogelijkheid geven al die artistieke keuzes te maken, die hij ook als schilder kon maken. Fotografie of schilderkunst, uiteindelijk valt en staat alles met het licht en oog van de meester.

Dan blijft ook nog staan dat een canvas fotoprint als eindproduct, hoe goed ook, niet hetzelfde is als een olieverfschilderij. Licht doet heel andere dingen met olieverf dan met printerinkt. Olieverf heeft een rijkere materie en gelaagdheid, met een mooie variatie in meer transparante glacislagen en meer dekkende, licht reflecterende verflagen. Nog afgezien van de verfstreek, de factuur, het eigen handschrift van de kunstschilder. Er “gebeurt” veel meer in een goed olieverf-schilderij. Een andere uitstraling en energie. Een schilderij van Vermeer staat wel veel dichter bij de fotografie dan een schilderij van Van Gogh of Picasso.

Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier, “At the Window- Feeling Blue”, Tuinzaal Huis Bartolotti, Amsterdam, 2018

Een vrouw zit in gedachten verzonken met een boek op schoot voor het raam waarbij het binnenvallende licht haar gezicht streelt. Ze gaat een dialoog aan met de zonsinval en vormt zo een hulpmiddel om het natuurlijke licht in al zijn nuances en kleurschakeringen nóg beter tot zijn recht te laten komen. “Feeling Blue” is onderdeel van de fotoserie “At The Window”, een reeks die is ontstaan vanuit de fascinatie van fotografe Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier voor interieurs en lichtwerking, voor de verbinding tussen binnen en buiten en het vastleggen van pure zuiverheid van licht en vorm.

Dat deze door Van Hövell gefotografeerde scène meteen doet denken aan de brieflezende vrouwen van Johannes Vermeer ( 1632-1675) lijdt geen enkele twijfel. Ook van Hövell wacht tot de perfecte lichtinval zijn intrede doet in de ruimte. Het zachte pure licht, dat het satijnen krukje en de bijna porseleinen huid  van de vrouw doet oplichten, brengt spanning in de foto. Het wekt de indruk van een filmische scène waarvan we het begin en het einde niet kennen. Wie is zij en waarom dwalen haar gedachten af van haar boek dat ze subtiel met haar vinger openhoudt ?

Het verstilde, intieme tafereel maakt dat de kijker de vrouw als het ware betrapt. Dit effect wordt versterkt, doordat ze half op de rug is te zien. Ook de vrouwen die Vermeer schilderde en die mogelijk voor zijn camera obscura verschenen (nog niet bewezen, maar een aannemelijke, kunsthistorische theorie) verliezen zich in hun gedachten en dromen, waarbij ze even ontsnappen aan hun alledaagse handelingen.

(Tekst: Museum JAN, Amstelveen, 2023)

Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier, “At the Window”, Teylers Museum, Haarlem 2021

“Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier, At the Window”, Boerderij Hoogwoud, 2022

Het mooie aan een ingetogen, naar binnen gekeerde  pose als deze, is dat ze veel te raden over laat over wat er werkelijk aan gedachten en gevoelens in haar om gaat. Klassieke Italiaanse Madonna’s van Rafael of Leonardo hebben ook deze pose, als een vrouw, die alle geheimen van het mysterie in haar hart bewaart.

Naast haar interieurfoto’s maakt Van Hövell ook foto’s van zelf geënsceneerde stillevencomposities in haar fotoserie “Contemplation Still Life”. Als achtergrond verwijst een geschilderde wolkenlucht naar de schilderkunst. In haar stillevens laat van Hövell zich ook inspireren door de zeventiende eeuwse stillevenschilder Clara Peeters.

Clara Peeters, Stilleven met Kazen, Garnalen en Rivierkreeften, Privécollectie, Antwerpen, 1612-1621

Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier, “Contemplation, Still Life ”      2017

Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier, “Contemplation, Still Life ”, 2019

Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier, “Contemplation, Still Life #1 ” , 2017

Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier, “Contemplation, Still Life #4”,  2017

Teylers Museum, Haarlem, 2021. Teylers Museum in Haarlem is wat mij betreft een van de mooiste musea van Nederland. Wie van klassieke historische landhuizen houdt, is ook een liefhebber van Teylers Museum. Hier is de oorsprong van de verwondering en nieuwsgierigheid, die de aan de wieg staat van alle kunst en wetenschap, nog tastbaar en voelbaar.

Huis van Brienen, Amsterdam, 2012, zwart-wit serie

Tegenwoordig fotografeert Van Hövell met een een Hasselblad-camera met een digitale achterwand en in kleur. Haar vroegere werk was nog gemaakt met een analoge Hasselblad-camera met rolfilm en in zwart wit. Zoals deze foto’s  van een interieur in het Huis van Brienen in Amsterdam in 2012. Haar artistieke visie kenmerkt zich door fotografische verstilling en natuurlijk licht. Net als Vermeer zoekt zij in haar fotografie een pure zuiverheid van licht en vorm. Haar drijfveren zijn niet zozeer nostalgisch, als wel ingegeven door een diepdoorvoelde behoefte aan  stilte en rust.

Marie-Jeanne fotografeert met de analoge Hasselblad camera en werkt alleen met natuurlijk licht. Fotoshoppen of op een andere wijze van bewerken van de foto’s is voor haar uit den boze. De Hasselblad-6×6 middenformaat camera met Zeiss-lenzen is een begrip onder professionele analoge fotografen vanwege de superieure beeldkwaliteit. Dit was ook de camera die meeging op de maanreizen van de Apollo astronauten, waarmee iconische foto’s als “Earthrise” en “Man on the Moon” werden gemaakt. Wat haar onderwerp ook is, steeds is zij op zoek naar zuivere stilte en roept zij een sfeer op die de kijker historische sensaties bezorgt. Want schilderend met de lens creëert Van Hóvell fotografische beelden die het heden als vanzelfsprekend transformeren naar het verleden. De rode draad in de onderwerpen, waarop Van Hövell haar camera richt, is verstilling en ingetogenheid.

Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier, Zelfportret, 2022. Uiteraard met haar onafscheidelijke  Hasselblad-camera.

Marie-Jeanne zoekt zorgvuldig naar het juiste moment om haar onderwerp te vereeuwigen. Als een schilder niet tevreden is over een detail, kan hij dat met zijn penseel bijwerken of corrigeren. De lens is echter onverbiddelijk: die laat geen correcties toe, althans niet in het geval van  Van Hövell, voor wie fotoshoppen uit den boze is. Ze registreert een werkelijkheid die alleen zij kent en zichtbaar weet te maken. Ze fotografeerde aanvankelijk met de analoge Hasselblad camera en werkt alleen met natuurlijk licht. Haar foto’s van mensen, interieurs, landschappen en stadsgezichten zijn veelal in zwart-wit maar de laatste jaren ook in kleur. De interieurfoto’s met een menselijke figuur en haar stillevens doen denken aan bekende Nederlandse schilders als Johannes Vermeer.

Op YouTube is deze video te zien: een korte documentairefilm van Ferry Knijn – “The White Blouse: Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier” over haar fotoportretten-project, waarin ze meerdere modellen in een witte blouse fotografeert: