Alle berichten van Thijn

“Grand Tour”- Rondreis langs alle Vermeer-musea

Een virtuele rondreis van alle musea in Europa en de Verenigde Staten,
die een of meerdere Vermeer-schilderijen in hun collectie hebben. In
z’n eentje heeft Vermeer een kunstschat bij elkaar geschilderd, die
deel uitmaakt van het culturele werelderfgoed. Een blijvende bron van
troost en schoonheid in deze onzekere tijden.

“There is an aristocracy of the sensitive.
They represent the true human tradition
of permanent victory over cruelty and chaos”
E.M. Forster

De Grand Tour was een rondreis langs de kunstschatten in Europa (met
name Italië) en was in de 18e tot in het begin van de 20e eeuw voor
mannelijke adolescenten uit de Europese upper class een bijna verplicht
onderdeel van hun vorming. Het leren kennen en waarderen van de (met
name klassieke) kunsten werd beschouwd als een onderdeel van de gegoe-
de opvoeding.

Mijn favoriete Vermeer-musea zijn de kleinere musea met topcollecties
in voormalige landhuizen of residenties als Het Mauritshuis in Den Haag
en Kenwood House in Londen. Vermeer-schilderijen zijn bedoeld voor pri-
vate woonhuizen van welgestelde burgers. In rijke, maar intieme inte-
rieurs, waar de menselijke maat prevaleert, komt hun uitstraling van
innerlijke aristocratie het best tot haar recht. In zalen met kale muren
in de grote musea ogen ze vaak wat verweesd, buiten hun natuurlijke
habitat.

In Europa bevinden zich 22 Vermeer-schilderijen in collecties van top-
musea in overwegend Noord-Europese steden. Grote schilderijenmusea in
Italië en Spanje hebben niet één Vermeer.

In het Haagse Mauritshuis bevinden zich twee wereldberoemde Vermeers:
Het Meisje met de Parel en Het Gezicht op Delft, twee ikonen van de wes-
terse schilderkunst. De blik in de ogen van het Meisje met de Parel is
voor menig Vermeer-liefhebber liefde op het eerste gezicht. Met het
Gezicht op Delft begon de herontdekking van Vermeer door de fransman
Théophile Thoré- Bürger. Het heeft de frisheid en levensechtheid, alsof
men door een raam naar buiten kijkt. De derde Vermeer in de collectie
is een vroeg mythologisch werk: Diana en haar Gezellinnen in een
Italiaanse stijl.

Vermeer is in het Rijksmuseum in Amsterdam vertegenwoordigd met vier
absolute meesterwerken: De Melkmeid, De Brieflezende Vrouw in Blauw,
Het Straatje, en De Liefdesbrief. Op de website van het Rijksmuseum
zijn de vier schilderijen van Vermeer in hoge resolutie te bewonderen.

In het Musée du Louvre in Parijs zijn Vermeer’s publiekslieveling De
Kantkloster en De Astronoom (uit de Collectie Rothschild) voorbeelden
van licht en concentratie.

The National Gallery in Londen herbergt de nationale collectie van West-
Europese schilderkunst, waaronder twee late Vermeers: De Staande Clave-
cimbelspeelster en De Zittende Clavecimbelspeelster. De twee schilde-
rijen lijken bedoeld als pendanten.

In de Royal Collection of the Queen in Buckingham Palace in Londen be-
vindt zich De Muziekles van Vermeer, een schilderij dat zich bij uitstek
leent voor een perspectief reconstructie van de studio, waarin Vermeer
zijn interieurschilderijen ensceneerde. Zoals die van Prof. Philip
Steadman in zijn publicatie “Vermeer’s Camera” en in de film “Tim’s
Vermeer” van Tim Jenison.

In Kenwood House, een prachtig neoklassiek landhuis in een groene
engelse landschapstuin ten noorden van Londen, is Vermeer’s late en
uitstekend bewaard gebleven Gitaarspeelster te zien; de enige Vermeer
die nog op zijn oorspronkelijke houten spanraam zit. In dit soort
omgeving komt de klasse van Vermeer het best tot zijn recht.

In de collectie van de National Gallery of Scotland, in het centrum van
Edinburgh, bevindt zich Vermeer’s Christus bij Martha en Maria, een
vroeg religieus werk.

In Dublin is in the National Gallery of Ireland de schitterende
Briefschrijvende Dame met haar Dienstbode te zien, een laat meesterwerk
van Vermeer. Afkomstig uit de Beit-collection in Russborough House in
Blessington, waar het tot twee keer toe gestolen werd door de IRA en
gelukkig beide keren weer in goede staat teruggevonden.

De Gemäldegalerie in de Staatliche Museen in Berlijn herbergt twee
schilderijen van Vermeer: Het Parelsnoer en Het Glas Wijn. Het Parel-
snoer van Vermeer bevond zich in 1866 in de privé-collectie van Théo-
phile Thoré-Bürger, de “herontdekker” van Vermeer.

In Dresden bevinden zich Vermeer’s Brieflezende Vrouw aan het Raam en
De Koppelaarster in de Gemäldegalerie der Alten Meister in de Staatliche
Kunstsammlungen in het prachtige oude Zwinger-paleis. De Briefleserin
is momenteel in een ingrijpende restauratie, waarbij een door Vermeer
bedoeld – en naar verluidt later door anderen overschilderd – Cupido-
schilderij blootgelegd wordt.

Het Herzog Anton Ulrich Museum in Braunschweig is een van de oudste
Europese musea en bewaart een minder bekend maar fraai topstuk van Ver-
meer: Meisje met Glas Wijn. De blauwe kleurschakeringen in de witte
partijen zijn voor de Vermeerliefhebber van een adembenemend delicate
schoonheid.

Het Städel Museum in Frankfurt-am-Main heeft één Vermeer in de collec-
tie: “De Geograaf”, waarschijnlijk een pendant van De Astronoom in het
Louvre in Parijs. In de blik van de geleerde lijkt een“eureka-moment”
op te lichten. Een moment van “verlichting”. Een nieuw inzicht. De
Geograaf van Vermeer doet mij denken aan een uitspraak van de Ameri-
kaanse lichtkunstenaar James Turrell: “Light is not so much something
that reveals, as it is itself the revelation”

Alleen al om het absolute meesterwerk van Vermeer – De Schilderkunst –
te zien in het Kunsthistorisches Museum, loont het zich de moeite om
naar Wenen af te reizen. Vermeer heeft het altijd in eigen bezit gehou-
den en beschouwde het zelf als zijn meesterwerk.
Het is afkomstig uit de collectie Czernin en hing tijdens WO II boven
het bureau van Adolf Hitler, een schilderij met een bewogen geschie-
denis dus. Nazaten van de familie Czernin zijn verwikkeld in een
teruggaveclaim-proces.

Aan de Oostkust van de Verenigde Staten liggen drie steden met Vermeer-
musea: Washington, New York en Boston, samen goed voor 12 Vermeers
+1 (gestolen).

Het Metropolitan Museum of Art in New York heeft het hoogste aantal
Vermeers in de wereld, namelijk vijf: De Luitspeelster, Studie van
een Jonge Vrouw, Vrouw met Waterkan, Slapende Meid aan een Tafel en
de Allegorie op het Geloof. Het museum speelt een hoofdrol in de
speelfilm All The Vermeers in New York van Jon Jost uit 1990. De
Vrouw met Waterkan is wel de mooiste Vermeer van The Met. Curator
Walter Liedtke, een vooraanstaand Vermeer-kenner met veel Vermeer-
publicaties op zijn naam, kwam in 2015 op tragische wijze om het
leven bij een treinongeluk. Het Metropolitan Museum vormt samen met het
aangrenzende Central Park een weldadig rustpunt in de bruisende City
That Never Sleeps. Vermeer in New York heeft iets van het Stille Oog
temidden van een razende orkaan.

Aan Fifth Avenue in New York ligt de voormalige residentie van de Ameri-
kaanse industrieel Henry Clay Frick, die een van de kleine top-musea in
de wereld huisvest, met een schilderijencollectie van uitzonderlijke
kwaliteit. De Frick Collection heeft drie Vermeers in haar bezit:
De Soldaat en het Lachende Meisje, Dame en Dienstbode en Onderbreking
van de Muziekles. Wie deze Vermeers wil zien, moet afreizen naar New
York, want Frick leent nooit schilderijen uit voor tijdelijke tentoon-
stellingen elders.

De National Gallery in Washington beheert de schilderijencollectie van
Andrew W. Mellon en bevat vier Vermeers: Dame met Weegschaal, Brief-
schrijvende Dame in Geel, Meisje met Rode Hoed, Meisje met Fluit.
Curator van West-europese schilderkunst is Arthur K Wheelock, drij-
vende kracht achter veel grote Vermeer-exposities. Het museum heeft
een mooie website met hoge resolutie opnamen van de Vermeers, met
aanvullende informatie over herkomstgeschiedenis, tentoonstellings-
geschiedenis, uitgebreide bibliografie en gegevens van materiaal-
technisch onderzoek.


In de Dutch Room in het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston
hangt op de plek, waar ooit Vermeer’s prachtige Concert te bewon-
deren was, slechts een lege schilderijlijst. Een stille getuige van
een brute kunstroof uit 1990. Ook na 30 jaar is er geen spoor van
het schilderij teruggevonden en moet gevreesd worden dat het schil-
derij als verloren moet worden beschouwd.
Het is de enige Vermeer, die ik nooit met eigen ogen heb kunnen
zien. Arthur Brand, een kunstdetective met een grote reputatie in
het boven water krijgen van gestolen kunst, heeft van deze zaak
zijn topprioriteit gemaakt. Vooralsnog helaas zonder resultaat.


Vermeer komt het best tot zijn recht in een omgeving van aristo-
cratische allure, zoals in het grachtenpand van vader en zoon
Jan Six aan de Amstel in Amsterdam, directe nazaten van voorvader
Jan Six, wiens door niemand minder dan Rembrandt zelf geschil-
derde portret in de salon hangt bij het raam, in daglicht.
De private collectie Six omvatte ooit ook Het Melkmeisje en
Het Straatje van Johannes Vermeer, die op deze plek veel mooier
tot hun recht zouden komen, dan op hun huidige plek in de grote
Eregalerij van het Rijksmuseum.

Van de film “Mijn Rembrandt” van Oeke Hoogendijk, waarin ook vader
en zoon Jan Six een rol spelen, is de trailer te zien op YouTube:

Hommages aan Vermeer – Geschilderde Meditaties van Israel Zohar

In 1996 was in Museum Mesdag in Den Haag in het kader van de grote
Vermeer-tentoonstelling een schilderijen-expositie “Reflections:
homages to Vermeer” te zien van de hedendaagse Engels-joodse schilder
Israel Zohar.

“Sadly, the concept of the ideal
has disappeared from modern life”
Israel Zohar

Israel Zohar maakte de schilderijenserie Reflections: Homages to Vermeer
in de periode 1994 en 1995 zonder vooraf weet te hebben van de grote
Vermeer-tentoonstelling in het Mauritshuis in 1996.
Het concept omschrijft hij zelf aldus: “Homage: Inspiration from the
great painters of the past, reflection on the world of the future”.
Deze serie schilderijen is het resultaat van twee jaar werken
door Israel Zohar. “Reflection” is een hoogtepunt in zijn levenslange
fascinatie voor Vermeer. Zohar’s schilderijen vormen een andere en on-
verwachte blik op de wereld van Vermeer, vanuit het perspectief van een
twintigste-eeuwse kunstenaar.

Zohar in zijn eigen woorden: “an idea came to me, almost in the shape of
a vision, I saw an image of a Vermeerian figure woven into the composi-
tion of a room. Forms that I had imagined would appear in three dimen-
sions and became images on a wall, while the walls themselves began to
crumble. Each painting now seemed to give birth to the next one in a
continuous organic flow”.

“In my interiors, there is no ceiling or sky. Instead there are black
patches. When I think of Vermeer, I think of intimacy, a sense of protec-
ted existence. His room represents the microcosmos, in which the human
being simulates a kind of divine harmony, like the artificial drapes of
a theatre. Sadly, the concept of the ideal has disappeared from modern
life”.

“Vermeer as an artist was obsessed with a single ideal: that of perfect
compositional harmony. The idea was to compose pictorial space by means
of light. I felt an urge to follow in Vermeer’s artistic footsteps.
For over ten years, I saw myself as an apprentice in Vermeer’s studio,
taking up the task of combining the past with the present”.

The Music Lesson I en II, Oil on Canvas, 91,5×81,5 cm
Deze twee hommages aan Vermeer zijn geïnspireerd op The Music Lesson van
Vermeer in the Royal Collection in London. De figuren zijn weggelaten en
er is een hedendaags repoussoir toegevoegd.

“Figurative painting deals with light. A visual illusion of three dimen-
sionality can only be achieved by imitating optical principles”.

 

Israel Zohar schildert hommages aan Johannes Vermeer in de vorm van een
soort van geschilderde collages waarin hedendaagse beeldelementen ver-
smelten met figuren uit de schilderijen van Vermeer.
Deze schilderijen hebben een wat surrealistische uitstraling en lijken
mede beïnvloed te zijn door de grote surrealist Salvador Dali, ook een
groot Vermeer-liefhebber.

Hier verschijnen De Kantkloster en Het Melkmeisje van Vermeer als pro-
jecties op een oude witgekalkte muur, achter een repoussoir met draperie
en stillevenvoorwerpen. Het raam is met oud verweerd afvalhout dicht-
getimmerd.

Soms zijn de Vermeer-figuren “anamorphisch vervormd” geprojecteerd op
witgepleisterde oude muren. Ook verschijnen ze op de voorgrond van
troosteloos verlaten oude fabrieks-terreinen van een Engelse industrie-
stad. Hij schildert zowel buiten- als binnenscenes, en voegt ze vaak
samen.

“I didn’t want my paintings to look like imitations of Vermeer, but
rather as symbolic references. I gathered material, including photo-
graphs that I had taken, sketches, and images from my childhood.
Sometimes I started with a Vermeerian element, and sometimes I was not
sure whether Vermeer would directly enter into the work at all”.

De oplettende en met de schilderijen van Vermeer vertrouwde beschouwer
zal de Vermeer-vrouwen uit deze hommage-schilderijen uit 1995 van
Israel Zohar meteen herkennen: De Vrouw met Waterkan uit New York en
De Brieflezende Vrouw uit Dresden; De Luitspeelster uit New York,
Het Lachende Meisje uit New York (Frick).

Girl in Blue en The Astronomer (zelfportret), 1994. Zelf noemt Zohar
deze schilderijen “dark and gloomy”, maar ze stralen wel een geheimzin-
nige spiritualiteit uit, die intrigeert. Misschien het een reflectie van
het sombere levensgevoel van het moderne leven tegenover de verstilde
maar lichte schilderijen van Vermeer.

 

Zohar schilderde ook een aantal “empty rooms” zonder figuren, waarin
alleen nog de landkaart en het invallend daglicht aan Vermeer doet
denken. “I feel that a work of art is a riddle with no ultimate answer.
It sheds light for a moment on a dark corner that, in rare moments of
grace, may continue to shine as a warm, glowing memory”.

Bron engelstalige teksten: uit begeleidende catalogus bij de tentoon-
stelling: “Zohar, “Reflections”, Homage to Vermeer”, Museum Panorama
Mesdag, The Hague, 1996.


Dit zijn interieur-schilderijen met hedendaagse vrouwen in een op Vermeer
geïnspireerde enscenering, mooi in het licht gezet bij het raam. Mooi,
maar het gemis van alleen al de kleurrijke kostuums van Vermeer doet
zich voelen. Vermeer idealiseert: alles is mooi bij Vermeer: het glas-
in-lood raam, de bolpoottafel, de kostuums, de attributen, de landkaar-
ten en schilderijen. Hij wist zich omringd door de rijkdom en schoonheid
van een Gouden Eeuw, en maakte daar dankbaar en optimaal gebruik van.
Zoals in de Mistress and Maid in de Frick Collection in New York.

Een hommage is een bescheiden stijlvorm voor een hedendaags kunstenaar
als Israel Zohar om op te zien naar de tijd van Vermeer, en een mooie
manier “to pay tribute to the true master” vanuit onze eigen moderne
tijd. Natuurlijk, geen van deze hommages overtreft de zeggenskracht en
tijdloze perfectie van de meesterwerken van Vermeer zelf, als onherhaal-
bare hoogtepunten uit een unieke Gouden Eeuw. Een van de redenen daar-
voor wordt treffend verwoord door Zohar zelf: “Sadly, the concept of the
ideal has disappeared from modern life”. Vermeer streefde naar ideali-
sering, naar zoiets als “Eeuwige Schoonheid”. Het schoonheidsideaal van
Plato. Naar de “Dingen die niet voorbijgaan”. Hedendaagse kunst is vaak
bewust bedóeld om tijdelijk te zijn. Vanuit de overtuiging, dat alles
voorbijgaat en niets blijft. Dat alles vervangbaar is en “wegwerp”-
baar. En dus eigenlijk vanuit een gevoel dat het leven zinloos zou
zijn.
Vermeer of Mozart stralen een lichtend ideaal uit, dat troost kan bieden
in donkere tijden. Of zoals Dostojevski het verwoordt: “alleen schoonheid
kan de wereld redden”. Schoonheid kan de zin van het leven laten oplich-
ten, voor wie zich ervoor open kan en wil stellen. Commentaren van heden-
daagse kunstenaars op Vermeer zijn zeker interessant, maar hebben het
niet in zich ons die troostende schoonheid te bieden als het Meisje met
de Parel van Johannes Vermeer of het Largo in het “Dubbelconcert voor
twee violen” van Johann Sebastian Bach. De ware meesters kunnen ons
soms voor even het gevoel geven dat Eeuwige Schoonheid wel degelijk
bestaat. Schoonheid die ruimte en tijd overstijgt.

Israel Zohar is een kunstenaar van Joodse komaf, wat tot uiting komt in
zijn vrije associatieve verbeelding en denkwijze. Ook doet zijn aanpak
me denken aan pagina’s uit de Talmoed-boeken: in het midden staat een
voor de Joden heilige tekst uit de Thora, daaromheen staan de commen-
taren van beroemde rabbijnen, die steeds een net iets ander licht werpen
op de brontekst uit de Thora. Voor Zohar geldt Vermeer als de Thora van
de schilderkunst. Zijn eigen schilderijen vormen een van de vele heden-
daagse commentaren op de schilderijen van Vermeer.
Vermeers meesterwerken vormen een hoogtepunt in die uitzonderlijke
bloeiperiode van de Gouden Eeuw. De Atheense staatsman Perikles hield
ooit voor de burgers van Athene een beroemde redevoering wijzend naar
de stralende Parthenon-tempel op de Akropolis: “Toekomstige tijden
zullen naar ons opzien, gelijk deze tijd dat nu doet”. Zo kijkt deze
tijd ook op naar Vermeer. In deze onzekere en dreigende tijden krijgt
Vermeer alleen maar meer glans.
Het Hebreeuwse woord “zohar” betekent overigens: “glans, schittering,
uitstraling”. De Zohar (Hebreeuws: זהר “schitterendheid, uitstraling”)
is een verzameling commentaren op de Thora (de vijf boeken van Mozes)
en wordt veelal beschouwd als het belangrijkste werk van de joodse
mystiek, de zogeheten kabbala. Het is een mystiek commentaar op de
Thora, geschreven in klassiek Aramees en klassiek Hebreeuws. Het bevat
een kabbalistische discussie over de natuur van God, de oorsprong en
de structuur van het universum, de natuur van de ziel, zonde, verge-
ving, goed en kwaad.

Israel Zohar (Kazakhstan, 1945) is a classically trained figurative
painter whose devotion to the Old Masters of the 17th Century is
reflected in his unique meditations upon contemporary human existence
and achievement in the 21st century. An alumnus of Bezalel Academy in
Jerusalem, Israel, Zohar works and resides in London, England,
where he has lived since 1987.

Website van de kunstenaar Israel Zohar:
http://www.izohar.co.uk/

Het Largo uit het Double Violin Concerto in D minor van Johann
Sebastian Bach behoort misschien wel tot meest troostrijke muziek
ooit gecomponeerd. Hier te beluisteren via YouTube:

Wetenschap in het Oeuvre van Vermeer – De Geograaf en de Astronoom

Waar Johannes Vermeer doorgaans vooral schilderijen maakte van vrouwen,
zijn De Geograaf in het Städel Museum in Frankfurt am Main en de Astro-
noom in het Louvre in Parijs de enige twee schilderijen van Vermeer met
een man alleen als centrale figuur. Het zijn geleerdenportretten, waar-
schijnlijk bedoeld als pendanten. Wetenschappers in hun studeerkamer uit
de Gouden Eeuw van grootheden als Antoni van Leeuwenhoek en Christiaan
Huygens.

“Astronomy compels the soul
to look upwards
and draws us from
this world to another”
Plato

In de zeventiende eeuw waren kunst en wetenschap sterker met elkaar ver-
bonden dan nu en voltrok zich een ware “optische revolutie”, die tot
baanbrekende nieuwe ontdekkingen zou leiden. Vermeer maakte als kunste-
naar deel uit van de optische revolutie door als schilder gebruik te
maken van een optisch hulpmiddel als de camera obscura, dat hem in staat
stelde tot een uiterst gevoelige weergave van het licht en wonderlijke
optische illusies, die ontstaan door beeldvorming via een lens. Zijn
geleerden-portretten van De Geograaf en De Astronoom zijn een ode aan
studie en wetenschap en illustere tijdgenoten als Huygens en Van
Leeuwenhoek. Wetenschap met de verbeelding aan de macht.

De Astronoom, Johannes Vermeer, 1668, olieverf op doek, 51×45 cm,
Musée du Louvre, Parijs

De Geograaf, Johannes Vermeer, 1668-69, olieverf op doek, 52×45 cm,
Städel Museum, Frankfurt am Main.

Dit zijn De Geograaf en Astronoom in hun huidige, totaal verschillende
lijsten, als gevolg van het feit dat ze in de loop der jaren van elkaar
gescheiden zijn geraakt en in andere verzamelingen terecht gekomen zijn
in Duitsland en Frankrijk.

Als pendanten komen De geograaf en De Astronoom eigenlijk meer tot hun
recht in strakke, eenvoudige en identieke ebbenhouten lijsten.

Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723) was een Delftse lakenhandelaar, die
vooral bekend is door zijn zelfgebouwde microscopen en zijn pionierswerk
voor de celbiologie en de microbiologie. Hij was van precies hetzelfde
geboortejaar 1632 als Vermeer, en fungeerde na het overlijden van Ver-
meer als executeur testamentair van diens nalatenschap. Ook was van
Leeuwenhoek bedreven in het zelf slijpen van zijn lenzen.
Sommigen zien in Vermeer’s Geograaf een portret van Antoni van Leeuwen-
hoek. Omdat van Leeuwenhoek en Vermeer beiden in dezelfde kleine stad
Delft woonden en exacte leeftijdgenoten waren, is het aannemelijk dat
beiden elkaar gekend hebben, temeer omdat beiden een passie voor optica
en lenzen deelden.

Christiaan Huygens (1629-1695) was als wiskundige, natuurkundige en
sterrenkundige een van de leidende figuren van de zeventiende eeuwse
wetenschap. Hij bouwde zelf zijn telescopen en ontdekte de ringen rond
Saturnus en diens maan Titan. Zijn vader Constantijn Huygens wordt veel
in verband gebracht met de Camera Obscura, waar Vermeer mee werkte. In
1690 schreef Christiaan Huygens zijn Traité de la Lumière, waarin hij
als eerste het licht verklaarde als een golfverschijnsel, wat in de
negentiende eeuw de algemeen aanvaarde optische theorie werd en nu deel
uitmaakt van het begrip van de dualiteit van golven en deeltjes. Ook
opperde hij al het idee van buitenaards leven op andere planeten bij
andere sterren. De Astronoom van Vermeer roept associaties op met de
sterrenkundige Christiaan Huygens. Huygens woonde in het landhuis
Hofwijck in Voorburg, dichtbij het Delft van Vermeer.

De zeventiende eeuw kenmerkt zich door de “optische revolutie” in kunst
en wetenschap, vergelijkbaar met de digitale revolutie in de twintigste
eeuw. De lens was in die opwindende bloeiperiode de grote innovatie. De
vaardigheid in het slijpen van kwalitatief hoogwaardige lenzen nam een
hoge vlucht en leidde tot het bouwen van microscopen en telescopen, die
verborgen werelden aan het licht brachten en tot spectaculaire nieuwe
ontdekkingen leidden. Voor Vermeer moet de camera obscura ook een
venster zijn geweest op een wereld van louter licht. Uit de Geograaf en
de Astronoom blijkt zijn belangstelling voor de baanbrekende ontwikke-
lingen in de wetenschap in zijn tijd. Bij Vermeer vloeien kunst en
wetenschap naadloos in elkaar over.

De Geograaf zou ook De Cartograaf kunnen heten. Vermeer had een
voorliefde voor de landkaarten van Visscher en Blaeu en de globes van
Hondius. Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam heeft een prachtige verza-
meling aarde– en hemelglobes uit de zeventiende eeuw. Net zoals de Geo-
graaf en de Astronoom pendanten zijn, vormen de aarde en hemelglobes
ook altijd een paar. Op de Astronoom van Vermeer uit 1668 is de prach-
tige hemelglobe van Jodocus Hondius te zien uit 1618.

Alle voorwerpen op de tafel van de Astronoom zijn heel precies te iden-
tificeren: een astrolabium, een instrument om de plaats en hoogte van de
sterren te bepalen, een koperen passer, zelfs het boek op tafel is geen
willekeurig boek, maar een exemplaar van het boek “Institutiones Astro-
nomicae Geographicae, Fondamentale ende grondelijcke Onderwysinghe van
de Sterrekonst ende beschryvinghe der Aerden door het ghebruyck van de
Hemelsche ende Aerdtsche Globen” van Adriaan Metius, en wel de tweede
editie, die in 1621 in Amsterdam was verschenen, de pagina’s 108 en 109
om precies te zijn.

Ook de koperen passer op De Geograaf is heel precies weergegeven met de
glimmende ronde knop, onmisbaar instrument voor cartografen voor het
vervaardigen van land- en zeekaarten.

In zijn Galerie des Peintres Flamands, Hollandais et Allemands uit
1792-96, maakt Jean-Baptiste-Pierre Le Brun melding van De Astronoom van
Vermeer, met een bijgevoegde reproductie-gravure in spiegelbeeld, gesig-
neerd en gedateerd “Garreau Scul. en 1784“, deel uitmakend van de col-
lectie van Jean Étienne Fisseau, in Holland. In de veilingcatalogus van
Hendrick Sorgh van 28 maart 1720 in Amsterdam worden De Astronoom en De
Geograaf nog als paar beschreven onder nummer 3 en 4, beiden overigens
als “Astrologist“.

Vermeer maakte als kunstenaar gebruik van alle grote technische innova-
ties van zijn tijd: de lens, de camera obscura en de constructie van
perspectieflijnen door middel van het driepuntsperspectief om de ruimte
en Vermeers kenmerkende zwart-tegelvloeren overtuigend weer te geven.
Het standaardwerk van het perspectief was van Hans Vredeman de Vries.
Van Spinoza, Leeuwenhoek en Huygens is bekend dat ze zelf hun eigen
lenzen slepen, en in publicaties van Zahn en anderen zijn afbeeldingen
te zien van draagbare en kamergrote camera obscura’s. In een kist met
oude brillenglazen op een antiekmarkt in Rome (!) trof een verzamelaar
een authentieke door Huygens zelf gesigneerde telescooplens aan……

In het boek Leerzame Zinnebeelden van Adriaan Spinniker laat het 29ste
zinnebeeld “Zo gaat men veilig” een geograaf in zijn studeervertrek
zien met in de tekst de beroemde licht-symboliek van de evangelist
Johannes: “Ik ben het licht der wereld; die mij volgt, zal in de duis-
ternis niet wandelen, maar het licht des levens hebben.” Als naamgenoot
Johannes en als schilder van licht kan Vermeer hier ook spirituele in-
spiratie uit geput hebben.
Het 13e zinnebeeld “Het schaadelijk uitzien” laat een astronoom zien,
die naar de sterren tuurt. “Een iegelyk beproeve zyn zelfs werk, en
dan zal hy aan zich zelven alleen roem hebben, en niet aan eenen
anderen”.

Andere geleerdenportretten zijn de prachtige Astronoom van Gerard Dou,
fijnschilder en leerling van Rembrandt, in een heel ander licht dan
Vermeer en de Geleerde in zijn Studeerkamer van Vermeers Delftse stad-
genoot Cornelis de Man.


Bij de Geograaf heeft Vermeer het moment van het nadenken willen vangen,
in de Astronoom meer de waarneming in het bestuderen van de hemelglobe.
Beiden zijn het geleerdenportretten in hun studeervertrek.
Wat mij zo aanspreekt in de Hollandse zeventiende eeuw is de menselijke
maat. In het hart van elke Vermeer staat de mens centraal; meestal een
vrouw alleen, soms een man alleen. Van Leeuwenhoek en Huygens bouwden
zelf hun eigen instrumenten, deden zelf hun waarnemingen en schreven
zelf hun wetenschappelijke publicaties. De sterrenkundige Huygens deed
alles in z’’n eentje met zijn zelfgebouwde telescoop.

Van de telescopen van Galileo en Huygens loopt een rechte lijn naar de
hedendaagse Extremely Large Telescope in de Atacama woestijn in Chili
die met een spiegelmiddellijn van maar liefst 38 meter een kind is van
de kleine telescoop van Huygens. Het optisch concept is hetzelfde,
het verschil zit alleen in de schaalvergroting. Het romantische beeld
van een astronoom die direct door een telescoop kijkt en nieuwe werel-
den ontdekt, zoals Huygens deed, bestaat al lang niet meer. Hedendaagse
astronomen zijn anonieme medewerkers in megaprojecten geworden. Het
zijn eerder theoretische fysici als Einstein en Stephen Hawking, die
de nieuwe sterren aan de wetenschapshemel zijn.

“Astronomy is much more fun when you’re not an astronomer”, aldus Brian
May, astrofysicus én leadgitarist van de wereldberoemde rockgroep
Queen. Dat is precies wat je bij Huygens, van Leeuwenhoek én Vermeer
voelt: de “real fun of discovery”, de bewondering en verwondering van
een kind dat voor het eerst in zijn leven iets leert of ziet. Voor mij-
zelf geldt dat ook: “Vermeer is much more fun, when you’re not a
professional art historian”. Ik ben een liefhebber, niet meer, maar
ook niet minder. In de zeventiende eeuw liepen de liefhebber en de
wetenschapper nog naadloos in elkaar over.

De Gouden eeuw was ook de tijd van de grote ontdekkingsreizen. Wat in
deze tijd de raketten zijn en de ruimtereizen, waren in de zeventiende
eeuw de zeeschepen van de Hollanders, waarmee ze over alle wereldzeeën
uitvoeren. Bij het Scheepvaartmuseum in Amsterdam ligt een indrukwek-
kende replica van een zeventiende eeuws vlaggeschip, hier te zien
naast de lancering van een Space Shuttle vanaf Cape Canaveral in
Florida, USA.

Mijn persoonlijke band met de Astronoom van Vermeer: als kind had ik
ook een telescoop en volgde ik de spectaculaire ontwikkelingen van de
ruimtevaart op de voet tot het moment dat Neil Armstrong als eerste
mens de eerste voetstap zette op de maan in juli 1969. En in 1983 was
ik met mijn toenmalige vriendin Ellie in het Louvre in Parijs om de
Dentellière van Vermeer te gaan zien, en kwam toen voor mij volkomen
onverwacht oog in oog te staan met De Astronoom van Vermeer, die toen
juist vrijgekomen was uit de Collectie Rothschild. Een overweldigend
emotionele ervaring. Dat is ook de paradox van Vermeer, zijn schilde-
rijen spelen helemaal niet in op het gevoel, er is alleen licht en
stilte, en toch kunnen ze je enorm naar de strot grijpen, als ze
echt bij je binnenkomen…….

Op YouTube is de Franstalige video te zien uit de Palettes-serie:
“Le Grain de la Lumière/L’astronome 1668”:

De Grote Vermeer Tentoonstelling in het Haagse Mauritshuis in 1996

Van 1 maart t/m 2 juni 1996 was in het Haagse Mauritshuis de grootste
Vermeer-tentoonstelling ooit te zien met maar liefst 23 van de 35 Ver-
meers samengebracht. Het zeventiende eeuwse stadspaleis Het Mauritshuis
was als een juwelendoos, waarin de edelstenen van Vermeer konden fon-
kelen in schoonheid. Vermeer en het Mauritshuis vormen samen een vol-
maakte zeventiende-eeuwse stijleenheid. Een unieke tentoonstelling,
waarvan hieronder een reconstructie.

“There’s a train
that’s heading straight
to heaven’s gate
to heaven’s gate”
Johnny Cash

In samenwerking met de National Gallery of Art in Washington was
in 1996 de grote Vermeer-tentoonstelling te zien in het Mauritshuis in
Den Haag. In geen enkel ander museum komen de schilderijen van Vermeer
zo goed tot hun recht als in het Haagse Mauritshuis aan de Hofvijver,
voornaam en aristocratisch en toch warm, intiem en naar de menselijke
maat. Vermeer schilderde zijn beste werken voor één welgestelde
mecenas: Pieter van Ruyven, als een besloten schilderijen-paradijs
in een rijk patriciërshuis in Delft. Ik ben erg gecharmeerd van in-
tieme kabinetten-musea als het Mauritshuis.

Zo zijn de Vermeer-schilderijen bedoeld: om te hangen in het daglicht
bij een raam in een salon in een statig woonhuis, waarbij het licht
van de zelfde richting komt als het licht in het schilderij zelf. In
het koele daglicht komen de blauwen van Vermeer’s Melkmeisje mooi tot
hun recht.

Ik hou van de klassieke eenvoud van de zaalbeelden in het Mauritshuis.
Vermeer heeft de toeters en bellen van snelle schreeuwerige vormgeving
en publiciteit niet nodig. De tijdloze schoonheid van Vermeer
“verkoopt” zichzelf.

Het TV-programma Kunstmest met presentatrice Mieke van der Weij had
destijds een aardig item, waarin zij samen met Vermeer-liefhebber Han
Carpay, in het dagelijkse leven gewoon werkzaam bij de bloemenveiling
in Aalsmeer, de grote Vermeer-tentoonstelling in het Mauritshuis be-
zoekt. Hier bij de Vrouw met Waterkan uit New York.

Frits Duparc, toenmalig directeur van het Mauritshuis, kijkt naar de
prachtige Lady Writing a Letter with her Maid uit Dublin, voor veel be-
zoekers een verrassend hoogtepunt in de tentoonstelling. Het straalt een
innerlijke adeldom en aristocratie uit. Samen met Arthur Wheelock,
curator van de National Gallery of Art in Washington, was Frits Duparc
de drijvende kracht achter de grote Vermeer-tentoonstelling in
Washington en Den Haag in 1995-1996.

Een reconstructie van de zaalindeling in vijf zalen in het Mauritshuis:
Zaal 1: Martha en Maria, Diana, Sint Praxedis
Zaal 2: Blauwe Brief, Braunschweig Wijnglas, Melkmeisje, Muziekles,
Straatje, Gezicht op Delft
Zaal 3: Waterkan, Weegschaal, Meisje met Rode Hoed, Meisje met Fluit,
Briefschrijfster in Geel, Meisje met Parel, Parelsnoer
Zaal 4: Dublin Vermeer, Liefdesbrief, Geograaf, Kantkloster
Zaal 5: Staande Clavecimbelspeelster, Zittende Clavecimbelspeelster,
Allegorie op het Geloof
NB: Sommige schilderijen wisselden gedurende de tentoonstellings-
periode van plek.

Schilderijlijsten.
Alle drie-en-twintig schilderijen zijn hieronder afgebeeld inclusief
hun originele lijst. Eenvoudige strakke ebbenhouten baklijsten doen het
vaak goed bij Vermeer; de aandacht gaat dan meer uit naar het schilde-
rij zelf dan bij vergulde barokke ornamentlijsten. De schilderijen in
de onderstaande afbeeldingen zijn niet op relatieve grootte/schaal
afgebeeld, omdat de Vermeer-formaten nogal uiteenlopen van heel klein
naar heel groot. Het Meisje met Fluit is een postzegel naast de
wandvullende Martha en Maria uit Edinburgh.

Zaal 1: Christus bij Martha en Maria, Diana en haar Gezellinnen, Sint
Praxedis.
Zaal 1 laat de Vroege Vermeer zien met het grote formaat van de Martha
en Maria uit Edinburgh als imposante entree. De Diana is vaste collectie
van het Mauritshuis in de Vermeer-zaal. De echtheid van de Sint Praxedis
wordt nog steeds door veel Vermeer-kenners in twijfel getrokken.

Zaal 2: Het Melkmeisje, Het Glas Wijn, Brieflezende Vrouw in Blauw,
De Muziekles, Het Straatje, Gezicht op Delft
Zaal 2 zou de Hollandse zaal kunnen heten. Het Melkmeisje, Het Straatje
en Het Gezicht op Delft zijn uitgegroeid tot oer-hollandse ikonen. Het
Braunschweig Glas Wijn en de Muziekles uit de Royal Collection in Lon-
den gaan heel erg over het perspectief en het construeren van een
overtuigende ruimtewerking door middel van perspectief. In de Muziek-
les is het perspectief overtuigender geslaagd dan in het Braunschweig
stuk. Met name toenmalig restaurator van het Mauritshuis Joergen Wadum
heeft Vermeers methode van “pin and strings” om zijn perspectief te
construeren overtuigend aangetoond. De franse schrijver Marcel Proust
beschouwde Vermeers Gezicht op Delft als het “mooiste schilderij ter
wereld”.

Zaal 3: Vrouw met Waterkan, Vrouw met Weegschaal, Meisje met Fluit,
Meisje met Rode Hoed, Het Parelsnoer, Meisje met de Parel, Briefschrijf-
ster in Geel
Zaal 3 is de “Zaal van de Meisjes”, het hart van de tentoonstelling.
Vermeer is de schilder van “een jonge vrouw, mooi in het licht gezet
bij het raam”.
De Vrouw met Waterkan uit New York en de Dame met Weegschaal uit
Washington zijn misschien wel de mooiste Vermeers in de Verenigde
Staten. Het Parelsnoer uit Berlijn en Briefschrijvende Dame in Geel
uit Washington tonen allebei het bekende satijnen gele jakje afgezet
met hermelijnbont.
De kleine paneeltjes Meisje met Rode Hoed en Meisje met Fluit uit
Washington ogen sterk als “Camera Obscura-schilderijen”, net als de
Kantkloster uit Parijs. Zaal 3 zou je ook de “camera obscura-zaal”
kunnen noemen. De kleine schilderijtjes hebben het formaat en uit-
straling van het lichtbeeld in het matglas van een primitieve camera
obscura, met die kenmerkende optische beeldeigenschappen, die sterk
aan de vroege fotografie met 19e eeuwse platen-camera’s doen denken.
Een soort geschilderde Daguerrotypieën.
Het Meisje met de Rode Hoed werd gekozen als leadbeeld voor het
tentoonstellingsaffiche. De authenticiteit van het Meisje met Rode
Hoed is ook niet onomstreden. Het Meisje met Fluit droeg het bij-
schrift “omgeving van Vermeer”. Persoonlijk beschouw ik de Rode
Hoed als een echte Vermeer, omdat het een topwerk is. Beide paneel-
tjes kwamen al in 1822 aan het licht, lang voor “herontdekking” van
Vermeer door Bürger-Thoré en de latere wereldroem van Vermeer; dus
voor vervalsers was de toen nog anonieme Vermeer voor 1822 niet
interessant om lucratief te zijn. Voor een navolger van Vermeer is
de trefzekere meesterhand in de Rode Hoed eenvoudigweg té goed;
in het Meisje met de Fluit zijn wel zwakkere passages (latere
overschilderingen?) aan te wijzen, al zit er wel de uitstraling
en het licht van Vermeer in.

Het wereldberoemde Meisje met de Parel was in deze tentoonstelling
afwijkend ingelijst in een zwarte ebbenhouten lijst in plaats van de
vergulde barokke ornamentlijst, waarin het schilderij doorgaans in de
vaste opstelling in de Vermeer-zaal in het Mauritshuis te zien is.

Zaal 4: Briefschrijvende Dame met Dienstbode, De Liefdesbrief, De
Geograaf, De Kantkloster
Zaal 4 is vol stille concentratie, een wezenskenmerk van Vermeer.
De Briefschrijvende Dame met Dienstbode uit Dublin behoort tot Vermeers
topwerken, van aristocratische allure, voor mij destijds een revelatie.
De Liefdesbrief uit het Rijks toont een voor Vermeer zeldzaam
“doorkijkje”. Vermeer was een vrouwenschilder bij uitstek. De
Geograaf uit Frankfurt is een uitzondering: het schilderij toont
een geleerde man, alleen in zijn studeerkamer. Het schilderij is een
pendant van de Astronoom uit Parijs (niet in deze tentoonstelling).
De kleine Kantkloster uit Parijs is een wonder van concentratie.
Renoir beschouwde de “Dentellière” uit het Louvre als het mooiste
schilderij ter wereld…..

Zaal 5: Staande Clavecimbelspeelster, Zittende Clavecimbelspeelster,
Allegorie op het Geloof
Zaal 5 toont De Late Vermeer. Van de twee clavecimbel-werken uit Londen
springt de heldere geometrische orde van de Staande Clavecimbel-
speelster in het oog, als een “17e eeuwse Mondriaan”. De Allegorie op
het Geloof uit New York werd door een criticus van de tentoonstelling
omschreven als “een draak van een schilderij”……
Vermeer lijkt zichzelf niet te zijn in dit schilderij, een wegens
geldgebrek aanvaarde opdracht van de Jezuïetenkerk misschien ? Deze
katholieke schuilkerk stond niet ver van het woonhuis van Vermeer aan
de Oude Langendijk in de “Papenhoek”van het overwegend protestantse
Delft. Het overdreven pathetische gebaar van de vrouw is “very unlike
Vermeer”. Toch komt het Jezuïetische motto “Contemplatie in Activiteit”
– meditatie in wat je doet – dicht bij het wezen van Vermeer.

De “grote afwezige” tijdens de 1996-Vermeer-tentoonstelling in het
Mauritshuis was De Schilderkunst uit Wenen, dat Vermeer zelf als zijn
meesterwerk beschouwde. Het schilderij was destijds te fragiel en
kwetsbaar om veilig te kunnen reizen. Na een restauratie kwam de
Weense Vermeer in 2005 alsnog als “solo-tentoonstelling” naar het
Mauritshuis in Den Haag.

De grote Vermeer-tentoonstelling in 1996 trok in drie maanden tijd
350.000 bezoekers. Nadeel van een blockbuster-tentoonstelling als deze,
met veel internationale media-aandacht, is de massale drukte op zaal.
Een paradoxaal gegeven is dat de Vermeer-schilderijen zijn bedoeld voor
een besloten privé-verzameling van een mecenas, en het best tot hun
recht komen als ze één-op-één in alle rust en tijd bekeken kunnen
worden, maar zich tegenwoordig in de overweldigende belangstelling en
ongekende populariteit van een wereldwijd publiek mogen verheugen.
Drie-en-twintig Vermeers in één tentoonstelling is echter wel een
once-in-a-lifetime- experience voor een Vermeer-liefhebber.
Ik heb de tentoonstelling vijf keer bezocht. Met name het half uur
voor sluitingstijd in de bijna lege zalen was een heel speciale
ervaring. Maar eerlijk gezegd zie ik in deze tijden van toenemend
ontsporend massa-toerisme liever één Vermeer tegelijk, zoals de
Gitaarspeelster van Vermeer in Kenwood House bij Londen op een
rustige dag, alleen of samen met een geliefde.
Een Vermeer moet je langzaam op je in kunnen laten inwerken.
Vermeer gaat over langdurig en aandachtig kijken in stille meditatie.
Buiten de wervelende maalstroom van het snelle en jachtige moderne
leven, waarin beelden even snel voorbijgaan als ze gekomen zijn.
Vermeer gaat over de dingen die niet voorbijgaan en die hebben tijd
en aandacht nodig om te rijpen en gekoesterd te worden.
Vermeer gaat uiteindelijk over “schoonheid en troost….”.

“Alleen schoonheid
kan de wereld redden”
Fjodor Dostojevski

De Duchess of Cambridge Kate Middleton op koninklijk bezoek in het
Mauritshuis voor Vermeers Meisje met de Parel.

Op YouTube zijn deze video’s te zien van de grote Vermeer tentoon-
stelling in Washington in de National Gallery of Art in december 1995.
Hier hangen de Vermeer-schilderijen naar mijn gevoel wat verweesd
op kale, lege museumwanden, aangelicht door kunstlicht…… Mijn voor-
keur gaat uit naar het sfeervolle Mauritshuis, waarin het levendige,
natuurlijke daglicht mee kan doen. Maar misschien ben ik hierin te
veel een “Vermeer-romanticus” en te weinig een museumprofessional,
waar het Vermeer betreft. “Het verhaal van Johannes Vermeer zal wel
voor altijd het mysterie van Delft blijven, maar godzijdank kunnen
we kijken…..”

Vermeerliefhebbers vind je in alle rangen en standen. Han Carpay,
destijds medewerker bij de bloemenveiling in Aalsmeer, mag samen
met de charmante presentatrice Mieke van der Weij van het TV-
programma Kunstmest rondlopen in de nog lege zalen van de grote
Vermeertentoonstelling in het Mauritshuis in 1996. De video geeft
een mooie indruk van de lege zalen, zonder mensenmassa’s.
Natuurlijk blijkt Han geen kenner, maar zijn liefde voor Vermeer
is authentiek:

De “Vermeers” van Dirk Hannema – tussen Kunst en Illusie

In Kasteel Nijenhuis in Heino – dependance van Museum De Fundatie in
Zwolle – bevindt zich een “Vermeer-zaal” met een aantal van de ooit
“nieuw ontdekte Vermeers” van kunstverzamelaar en voormalig museum-
directeur Dirk Hannema (1895-1984), welke foutieve toeschrijvingen of
vervalsingen bleken te zijn. Zijn reputatie kwam ten val door de
geruchtmakende Van Meegeren-affaire in 1947, na de WO II.

“And the princess and the prince discuss
what is real and what is not
it doesn’t matter
inside the Gates of Eden”
Bob Dylan

In de “Vermeer”-zaal in kasteel Nijenhuis in Heino springt voor een
Vermeerliefhebber vooral het Familieportret met Glazen Bol in het
oog, tegenwoordig onder voorbehoud toegeschreven aan de schilder
Jurgen Ovens en gedateerd rond 1656, dus wel zeventiende eeuws.

De glazen bol is de intrigerende blikvanger in dit schilderij met
daarin weerspiegeld een schilder achter zijn ezel bij het raamlicht
op een zwart-wit tegelvloer, zo kenmerkend voor Vermeers interieurs.
Hannema zag in deze schilder Vermeer in zijn atelier en zag in het
echtpaar zelf Vermeer en zijn vrouw Catharina Bolnes. De schildertrant
lijkt echter niet echt op Vermeer. Op zichzelf is het overigens een
fraai zeventiende eeuws schilderij, maar beslist geen Vermeer.

In het bijzonder doet de glazen bol aan Vermeers glazen bol denken in
diens Allegorie op het Geloof in het Metropolitan Museum in New York.
De glazen bol is door Vermeer echter met veel trefzekerder penseel-
toetsen geschilderd.

Hannema werd op 26-jarige leeftijd (!) museumdirecteur van Museum
Boijmans van Beuningen in Rotterdam en onder zijn leiding werd het
toen ongekend moderne nieuwe museum gebouwd, dat in 1935 opende met
een tentoonstelling van zijn favoriete schilder: Johannes Vermeer.

Vanwege de rol van Hannema tijdens WO II werd hij na de oorlog veroor-
deeld tot 8 maanden gevangenis wegens samenwerking en collaboratie met
de Duitse bezetter.

Vooral de affaire Van Meegeren met zijn Vermeer-vervalsingen betekende
het einde van Hannema’s reputatie als kunstkenner. Het was Hannema die
De Emmaüsgangers-vervalsing van Van Meegeren als “hét meesterwerk van
Vermeer” wist te verwerven voor het Museum Boijmans van Beuningen.

Ondanks alle harde bewijzen van wetenschappelijk onderzoek én de
bekentenis van Van Meegeren zelf tijdens het geruchtmakende proces in
1947 liet Hannema zich niet overtuigen en was hij er tot zijn dood
van overtuigd dat De Emmaüsgangers “een echte Vermeer” zou zijn. Hij
was als kunstexpert te veel in zichzelf gaan geloven. Hierdoor werd
Hannema als kunstontdekker niet langer serieus genomen. Zelfs nog in
de jaren 60 en 70 beweerde hij een aantal “nieuwe Vermeers” te hebben
ontdekt, nu te zien in de “Vermeer”-zaal in kasteel Nijenhuis in
Heino. Als kunstexpert was zijn rol echter uitgespeeld.

Met behulp van zijn familievermogen bleef Hannema wel zijn private
kunstverzameling uitbreiden en bracht deze onder in de Hannema-De
Stuers Fundatie in zijn privé-kasteel Nijenhuis in Heino, waar hij
een relatief teruggetrokken bestaan leidde en later ook overleed.

Het huidige Museum De Fundatie in Zwolle is in 1994 ontstaan met als
basis de collectie van de door Hannema zelf opgerichte Hannema-De
Stuers Fundatie. Mede door de eivormige koepel die in 2013 door
architect Hubert Jan Henket aan het oude neoclassicistische museum-
gebouw werd toegevoegd en de spraakmakende tentoonstellingsprogram-
mering van de huidige museumdirecteur Ralph Keuning is Museum De
Fundatie in Zwolle uitgegroeid tot een publiekslieveling in het
Nederlandse museumlandschap

In Kasteel Nijenhuis in Heino bevinden zich in een “Vermeer-zaal” nog
steeds een aantal van Hannema’s “nieuw ontdekte Vermeers”. Naast het
reeds besproken Familieportret met Glazen Bol, beschouwde Hannema de
door hemzelf verzamelde schilderijen Het Mystieke Huwelijk van de
Heilige Catharina, De Goede en de Slechte Moordenaar, Portret van een
Weduwe, en Belisarius als echte Vermeers. Geen van allen worden
echter door hedendaagse Vermeerkenners als echte Vermeers geaccep-
teerd.

Een voorbeeld van de manier van kijken van Hannema: in de pose van
Belisarius zag Hannema een gelijkenis met de figuur van Christus in
Vermeers Christus met Martha en Maria in de National Gallery of
Scotland in Edinburgh.

In het tekstbijschrift bij het schilderij Mystieke Huwelijk van de
Heilige Catharina staat nog altijd de toevoeging vermeld: “toeschrij-
ving/attribution Dirk Hannema: Johannes Vermeer (Delft 1632-1675)”
in de zaal van kasteel Nijenhuis……

Wat Van Meegeren betreft: niet al zijn Vermeer-vervalsingen waren zo
verkeerd. De Zittende Briefschrijvende Dame in Blauw is geen slecht
schilderij, al mist het de delicate verfijning van Vermeers Briefle-
zende Vrouw in Blauw in het Rijksmuseum.

Het zijn de “Nazi-Vermeers” met de religieuze onderwerpen, die met
hun zware koppen in weinig aan Vermeer doen denken. De “Emmaüsgan-
gers” is in deze stijl nog de beste. Wat van Meegeren wel goed ge-
troffen heeft is die zachte “floers”, die vloeiende “Schmelz”, de
concentratie in de handeling en de krachtige eenvoud van vlakverde-
ling, die Vermeer kenmerkt. “En hun ogen werden geopend en ze herken-
den Hem”, zegt het Bijbelwoord. Dat van Meegeren de ogen van de
grote kunstkenners van zijn tijd, die geobsedeerd waren door hun
zoektocht naar “de religieuze Vermeer”, juist met deze scene wist te
verblinden met een vervalsing, blijft een verbazingwekkend en intri-
gerend gegeven, dat ook nu nog tot de verbeelding blijft spreken.

Enkele citaten van kunstexperts van hoog aanzien over de “De Emmaüs-
gangers” van “Vermeer” vóór de vervalsings-affaire van Van Meegeren:

“Hét meesterwerk van Johannes Vermeer van Delft” – Dr. A. Bredius,
Mauritshuis Den Haag
“Een wonder der schilderkunst”- Dr. A.B. De Vries – Rijksmuseum
“Dit werk glijdt voor immer in uw ziel”- Lode Zielens
“Het voert bijna naar een andere wereld”- Metropole, Antwerpen
“Machtige eenvoud”- Cornelis Veth
“Het belangrijkste kunsthistorische evenement van de laatste jaren”-
F. van Thienen, Gemeentemuseum, Den Haag.

“Religion without science is blind”, schreef Einstein ooit. Dát heeft
de Van Meegeren-affaire inderdaad overtuigend aangetoond. Ook Hannema
viel eraan ten prooi. Maar Einstein schreef er nog een zin achteraan:
“Science without religion is lame”. Ook in deze tijd worden er nieuwe
Vermeers “ontdekt”, maar dan ondersteund door hi-tech wetenschappelijk
onderzoek. Arthur Wheelock, vooraanstaand Vermeer-kenner en curator
in de National Gallery of Art in Washington ziet in de Saint Praxedis,
een kopie naar een nog bestaand Italiaans origineel van Felice Ficche-
relli, bijna als enige een echte Vermeer, maar ook de kleine Clave-
cimbelspeelster, nu in de Leiden Collection in New York is wat mij
betreft op zijn zachtst gezegd geen onomstreden “echte Vermeer”, van-
wege zwakke passages als de gele omslagdoek. En het technisch weten-
schappelijk bewijs voor deze toeschrijvingen acht ik nog steeds on-
toereikend. In mijn ogen zijn het sowieso geen topwerken van Vermeer,
zelfs al zou ooit onomstotelijk vast komen staan dat ze eigenhandig
door Vermeer zijn geschilderd.

“Het Onfeilbare Oog”
Met vooraanstaande kunstkenners als Bredius, Vogelsang en Bremmer
hoorde Hannema bij de groep van wat Vogelsang noemt de “ontvanke-
lijken”, een bijzondere groep van kunstexperts die zich niet lieten
leiden door wetenschappelijke kennis, maar door het “intuïtieve zien”
met het “onfeilbare oog”. Bovenstaand portret van Bredius is van de
hand van Antoon van Welie.

“Oog of Chemie ?” schreef Friedländer al. Het Oog is natuurlijk nooit
onfeilbaar, maar de Chemie (wetenschappelijk onderzoek) geeft ook lang
niet altijd uitsluitsel over echt of onecht, en brengt ons niet als
vanzelf dichterbij het sublieme in de kunst. Het is een publiek geheim
dat ongeveer 30 procent van alle kunstwerken in de huidige kunsthandel
vervalsingen zijn, compleet met “echtheidscertificaten”. De door geld
verblinde hebzucht van de hedendaagse dolgedraaide kunsthandel, waarin
vele miljoenen omgaan, vraagt erom bedrogen te worden, en de “Van Mee-
gerens” van deze wereld voorzien nog altijd in die behoefte.

In Zwolle werd in 1994 museum De Fundatie ingericht rond de verzame-
ling van Dirk Hannema. Daar, alsook in het kasteel in Heino is de
volgens het algemene oordeel zeer bijzondere collectie van beelden
en schilderijen publiek toegankelijk. Als kunstverzamelaar was Hanne-
ma misschien wel verblind door zijn obsessie voor Vermeer, maar hij
had wel degelijk een scherp oog voor kwaliteit en een goede smaak en
verwierf topwerken als deze publiekslieveling van Isaac Israels
(Indische vrouw in profiel, voor de “Zonnebloemen” van Van Gogh), nu
in de Fundatie in Zwolle en Van Dongen (Le Doigt sur la Joue) in
Boijmans in Rotterdam.

Hedendaags schilderijen-onderzoek draait veel om hi-tech, wetenschap
én geld, wat in mijn ogen ook een eigen soort van “verblinding” met
zich meebrengt. Anders gezegd in de woorden van Friedländer: “Oog of
Chemie?” : waar is het Oog gebleven? Hedendaags technisch schilde-
rijenonderzoek is een reactie op het demasqué van het “onfeilbare
kennersoog” van een select groepje kunstexperts als De Vries, Van
Thienen, Bredius en ook Hannema door de Van Meegeren-affaire. Heden-
daagse kunsthistorici lijken soms meer op hi tech scanners te ver-
trouwen, dan op hun eigen ogen. Dat geeft toch een verschraling, want
uiteindelijk brengt alleen het hart en het oog ons dichter bij het
sublieme in de kunst, de ervaring en het leven zelf, waar het écht
om gaat. Het menselijke oog is een lévend oog en een Vermeer is ge-
schilderd met een lévend oog. Waar die twee elkaar ontmoeten, ont-
staat de “Vermeer-ervaring”. Hi tech scanners laten ons dingen zien,
die wij met het blote oog niet kunnen zien en die zeker razend inte-
ressante nieuwe dingen laten zien. Maar ik zie liever een Vermeer in
levend helder en koel daglicht met het blote oog, want dat is wat de
kunstenaar Vermeer ons wil laten zien.

Vermeer zelf is ook hierin een voorbeeld: zeker, Vermeer maakte ge-
bruik van een technisch instrument als de camera obscura, de lens
als een “objectief oog”, maar het is pas in het levende oog van de
schilder Vermeer zelf dat een Vermeer pas echt tot een Vermeer wordt.
Met een apparaat als de camera obscura alleen maak je nog lang geen
Vermeer! En ook niet met digitale hi-tech scanners en camera’s. Jung
en Einstein waarschuwden al voor het gevaar dat de technologie het
over gaat nemen van de menselijke ervaring, interactie en creativi-
teit. Voor de ontmenselijking van de kunst. Levende kunst, die er toe
doet, is juist wat de mens als mens uniek maakt, dat verlangen naar
troost in de schoonheid.

Op YouTube is deze video van Peter van der Heijden over leven en
werk van Dirk Hannema te zien: