“Un beau matin
je sais que je m’éveillerai
différemment
de tous les autres jours”
Charles Aznavour
Alle berichten van Thijn
Johannes Vermeer en Emanuel De Witte – Meesters van het Licht
Gezien op woensdag 20 december 2017 in Stedelijk Museum, Alkmaar:
schilderijen-tentoonstelling “Emanuel De Witte – Meester van het
Licht”.
“In a town church
the right place for
the admission of light”
George Edmund Street
De tentoonstelling “Emanuel De Witte – Meester van het Licht”
in het Stedelijk Museum in Alkmaar omvat een ensemble van
25 schilderijen van de meester van het kerkinterieur,
samengebracht in één zaal. Het lichtplan en de vormgeving
zijn schitterend en smaakvol. In de lege zaal staan een aantal
kerkstoelen en met beamer-projecties wordt de illusie
gecreëerd van licht, dat door kerkramen naar binnen valt.
Initiatiefnemer van deze tentoonstelling is een oud-collega van mij,
Ruud Priem, destijds conservator Oude Kunst in Museum het
Valkhof in Nijmegen en tegenwoordig werkzaam als hoofd-
conservator Sint Jans Hospitaal, Musea Brugge in Brugge,
België. Door zijn welwillende bemiddeling heb ik in 2010
het project “Vermeer – Het betoverde Oog” kunnen doen in het
Museum Elisabeth Weeshuis in Culemborg, met een reconstructie
van de Muziekles van Vermeer.
De Witte’s schilderijen zijn geliefd, zijn roem betreft vooral zijn
levendige kerkinterieurs met magische lichtval, ze hangen over
de hele wereld.
Op ongeveer de helft van de tentoongestelde werken is een kerk
te zien, het werd De Wittes handelsmerk. Katholieke, protestantse,
en zelfs twee keer de Portugese synagoge in Amsterdam.
Emanuel De Witte (1616-1692) heeft tot 1651 in Delft gewoond, waar
hij kerkinterieurs schilderde van de Nieuwe en Oude Kerk. De jonge
Vermeer was 19 jaar oud, toen De Witte Delft verliet voor Amsterdam.
Ze zouden elkaar ontmoet/gekend kunnen hebben via het Delftse Sint
Lucas Gilde van de schilders. Er bestaat echter geen geschreven
document dat beide schilders aan elkaar linkt.
Eyecatchers zijn voor mij de “Vrouw aan het Virginaal”-pendanten uit
Montreal en Rotterdam en de drie grote Kerkinterieur-
schilderijen, die naast elkaar de werking hebben van een
imposant drieluik of altaarstuk.
De compositie van de “Vrouw aan het Virginaal” van De Witte is een
“Doorsiende Kamer” of Doorkijkje. In de catalogus legt
Gregor Weber een verband tussen De Witte’s compositie en de
compositie van de Liefdesbrief van Vermeer en Paar met Papegaai van
Pieter De Hooch.
Dit “doorkijkje” van De Witte is ook een mogelijke kandidaat-
inspiratiebron in de zoektocht naar een reconstructie van
de “Lost Vermeer”: “Daer een Seigneur zijn handen wast,
in een doorsiende kamer, met beelden”………
Dé “Meester van het Licht” is in mijn ogen natuurlijk Vermeer….
Wel is het zo, dat het licht in De Witte’s kerkinterieurs veel
overtuigender is weergegeven, dan bij Houckgeest of Saenredam
(zie hierboven), die het toch meer in de ruimtewerking van het
perspectief zoeken. Wat De Witte gemeen heeft met Vermeer is die
fascinatie voor het licht, dat over een witgepleisterde muur
strijkt…..
“Places of Worship” met hedendaagse foto’s van kerkinterieurs
door de Duitse fotograaf Thomas Struth is een kleine begeleidende
expositie naast de Emanuel De Witte-tentoonstelling. Deze is van
de kathedraal van Monreale bij Palermo, met de Pantokrator
Christus in de apsis.
Het genie van Vermeer is dat hij het licht zelf tot onderwerp
van zijn schilderijen maakt.
Net zoals Claude Monet dat ruim twee eeuwen later zou doen in zijn
schilderijen-serie van de facade van de kathedraal van Rouen.
Monet wilde alleen maar dat schilderen, dat zich tussen zijn oog
en zijn onderwerp bevond: het licht en niets anders dan het licht.
Het onderwerp blijft hetzelfde, het licht is steeds anders.
Vermeer’s stoutmoedigste licht-compositie is misschien wel Het
Parelsnoer in Berlijn, waar het overgrote deel van het schilderij
wordt ingenomen door het licht dat over een witgepleisterde muur
strijkt…….
Vermeer schilderde geen kerkinterieurs zoals Emanuel De Witte….
Toch ligt er ook in het licht van Vermeer zeker iets sacraals be-
sloten. Het uitgieten van de melk door Het Melkmeisje heeft de
indringende uitstraling van een sacrale handeling. De heiliging
van het alledaagse.
Emanuel De Witte en Johannes Vermeer.
In de tentoonstellingstitel wordt Emanuel De Witte geroemd als
“Meester van het Licht”. Toch als je de Clavecimbelstukken van
De Witte uit Montreal en Boijmans Rotterdam naast de Music Lesson
en de Lady Standing at the Virginals van Vermeer in Londen zet,
ziet men meteen dat Vermeer kwa visie, concept, beeldopvatting en
abstracte schoonheid van een geheel andere orde is. Vermeer is een
“Kubus van Licht” (Schama).
Vermeer is als de hobo in Mozart’s Serenade for Winds, K 361, 3th
movement en Vermeer’s tijdgenoten zijn als de blazers die de muziek
in alle eenvoud inzetten. Zoals Mozart’s rivaal Salieri deze
Serenade in de film “Amadeus” in het volgende YouTube filmpje zo
treffend en indringend becommentarieert; bezorgt mij elke keer weer
kippenvel:
“On the page it looked…. nothing ! The beginning is simple,
almost comic…. Just a pulse, bassoons, basset horns….like a rusty
squeezebox…. and then… suddenly…..high above it…. an oboe….
a single note – hanging there – unwavering…………until a clarinet
took over…… and sweetened it to a phrase of such delight ! ”
Die ene hoge zuivere noot, dat is voor mij Vermeer, temidden van
zijn tijdgenoten en in de hele Hollandse genreschilderkunst.
Een Amerikaan zou het platter zeggen: “Vermeer kills them all !”.
Hoe vaker ik een expositie van een tijdgenoot van Vermeer zie,
zoals nu Emanuel De Witte in het Stedelijk Museum in Alkmaar,
hoe meer mijn bewondering voor Vermeer alleen nog maar blijft
toenemen. Vermeer is van een totaal andere orde.
The Leap of Genius
Het kenmerk van een genie is dat hij een een spectaculaire sprong
voorwaarts maakt temidden van zijn tijdgenoten naar een nieuw,
hoger plan. Dat zijn hele vakgebied naar een totaal ander en hoger
nivo tilt. Einstein deed het met zijn Relativiteits-theorie, Cruijff
met zijn Totaal-voetbal en Vermeer deed het met zijn Licht-
schilderkunst. Zoals Simon Schama het verwoordt: “Vermeer ís Light”.
Dante en het mystieke Licht van Vermeer.
Een aantal “licht-strofen” van de grote Italiaanse dichter
Dante Alighieri in het laatste canto 33 van het Paradiso uit de
Divina Commedia:
(met dank aan mijn zus Teresa van de Ven, Dante-liefhebber, die ze
onder mijn aandacht bracht)
ché la mia vista, venendo sincera,
e più e più intrava per lo raggio
de l’alta luce che da sé è vera.
De contemplatie leek mijn zicht te klaren,
En immer dieper keek ik in de pracht
van ’t hoge Licht, de Bron van al het ware.
Così la mente mia, tutta sospesa,
mirava fissa, immobile e attenta,
e sempre di mirar faceasi accesa.
En evenzo verbijsterd keek ik naar
Het Licht, dat meer aanschouwing deed begeren-
Aandachtig, stil en onverzadigbaar.
A quella luce cotal si diventa,
che volgersi da lei per altro aspetto
è impossibil che mai si consenta.
De mens raakt door dat licht te contempleren
Zo in Zijn ban dat het ondenkbaar lijkt
Dat hij zijn blik er ooit van af zal keren.
(Nederlandse vertaling: Ike Cialona en
Peter Verstegen)
Charlotte Caspers en de Concentratie van Vermeer
Op 28 november 2017 gezien in schouwburg Nijmegen: Geheim van de
Meester College, met Jasper Krabbé, Charlotte Caspers, Michel van
de Laar, Joris Dik en Berd Visscher: reconstructies van meester-
werken uit de Nederlandse schilderkunst.
“Alles draait om concentratie
en analyse”
Charlotte Caspers
Vermeer wordt meestal – en terecht – de schilder van het licht
genoemd, maar ik zelf beschouw hem daarnaast ook als de meester
van de concentratie. Van de aandacht. Zoals in de Dentellière,
de Dublin-Briefschrijfster of Het Melkmeisje. Aandacht maakt
alles mooier. Concentratie is de bron van alle schoonheid.
In deze dolgedraaide wereld van snelle media en de flikkerende
beeldschermpjes van facebook en twitter op onze smartphones, waar-
in onze aandacht en concentratie volledig afgeleid, overprikkeld,
versplinterd en verstrooid raakt, is de verstilde, op één focus
gerichte en tot rust gebrachte aandacht van Vermeer een verademing.
Echte toegewijde, liefdevolle en geconcentreerde aandacht dreigt
een van de meest schaarse goederen te worden in de snelle jachtige
wereld waarin we nu leven. Mensen kijken steeds meer naar beeld-
schermen, en steeds minder in elkaars ogen……
Op 28 november was in de schouwburg in Nijmegen een theatervoorstel-
ling nav de TV-serie Het Geheim van de Meester, waarin reconstruc-
ties van beroemde Nederlandse schilderijen worden gemaakt door een
team van specialisten onder leiding van Jasper Krabbé.
Het meest onder de indruk ben ik van de natuurlijke en indringende
concentratie van de getalenteerde kunstschilder/restaurator
Charlotte Caspers, die voor het programma het schilderen van de
kopieën/reconstructies voor haar rekening neemt. In de natuurlijke zone van
concentratie, die om haar heen hangt, voel ik de indringende aanwe-
zigheid van een Vermeeriaanse schoonheid. Nog het meest op de momen-
ten, waarop er geen camera’s zijn, in off-guard momenten tijdens de
voorstelling. Helaas mochten tijdens de voorstelling geen foto-
opnamen gemaakt worden…….
De foto’s in dit blogstukje zijn van vóór en ná de voorstelling.
De boodschap van de hele voorstelling was voor mij persoonlijk het
statement van Charlotte Caspers: “Alles draait om concentratie”.
In woord en in haar manier van zijn. Zij kent dat geheim. Bij haar
is het een een natuurlijke gave.
Techniek en verbeelding
Zelf ben ik jaren geleden ook begonnen met het schilderen van
kopieën van Vermeer en andere meesters, als Hopper, De la Tour,
Bonnard, etc. Voor de techniek in de schilderkunst een geweldige
leerschool. Ook heb ik in de jaren ’80 veel inspirerende ontmoe-
tingen gehad met Ernst van de Wetering, Rembrandt-kenner bij
uitstek. Nadeel van deze technische benadering van schilderkunst
is dat je meer moeite krijgt met het vinden van je eigen stem in
je eigen werk. Zo is Edward Hopper technisch een tamelijk beperkte
schilder, maar door zijn verbeeldingskracht heeft hij een volstrekt
eigen en ijzersterke visie kunnen ontwikkelen. Grappig is dat
Ernst van de Wetering na zijn emeritaat als eminent Rembrandt-
onderzoeker weer is gaan doen, wat hij voor zijn carrière ook al
deed: zijn eigen schilderijen maken. Hetzelfde geldt voor de
wereldberoemde fotograaf Henri Cartier-Bresson. De verbeelding is
bron en doel van alle kunst; techniek blijft uiteindelijk toch
een middel in dienst van de verbeelding.
Charlotte Caspers is zowel restaurator als kunstschilder. Als
restaurator zit je dicht bij de Grote Meesters: Vermeer, Rembrandt,
Van Gogh, Mondriaan, Breitner, Hals, Mondriaan, waar je je aan kunt
laven. Ik ken dat heerlijke gevoel zelf ook, vooral bij Vermeer,
mijn grote liefde. Zoals een pianiste als Brigitte Engerer haar
hele leven haar artistieke dorst kon lessen aan alleen al de
nocturnes van Chopin.
Mijn favoriete aflevering van Het Geheim van de Meester is gek
genoeg niet de reconstructie van Vermeer’s Meisje met de Parel,
maar die van Breitner’s Meisje in Kimono. Er werd een real life
set met een jong model in kimono opgezet en deze scene werd gefoto-
grafeerd met de originele fotocamera van George Hendrik Breitner.
Zelfs in deze back shot van Charlotte is haar concentratie voelbaar.
Een buitencategorie van artiesten behoort tot de uitverkorenen die
van moeder natuur de gave van een volstrekt eigen stem hebben
meegekregen:
Het treffendste voorbeeld vind ik de zanger Joe Cocker, die nota
bene voornamelijk covers van ánderen heeft gezongen, die hij door
zijn unieke eigen stem vanaf de eerste noten volledig en onvervreemd-
baar tot een Joe Cocker-song maakte. Een beroemd voorbeeld is zijn
vertolking van de Beatles-song “With a Little Help From My Friends”
op het legendarische Woodstock-festival in 1969.
Je hoort zijn rauwe stem als hij inzet met “What would you do if I
sang out of tune….” en het kippenvelmoment is meteen daar, elke
keer weer. Cocker zingt recht je hart in. Zo’n eigen stem is slechts
weinigen gegeven. Ook in de schilderkunst.
Vincent van Gogh heeft ook een paar kopieën geschilderd van een
Japanse prent van Hokusai, een Pietà van Delacroix en een schilderij
van Millet. Kopieën, en toch zijn het onmiskenbaar Van Gogh-
schilderijen. Ook Van Gogh heeft zo’n zeldzaam unieke eigen stem
gevonden.
Ik zelf zou via kopieën een eigen stem willen ontwikkelen in
mijn eigen schilderijen, en daarbij speelt concentratie een
cruciale rol. Die eigenschap heeft Charlotte Caspers zeker.
Maar een écht volstrekt eigen stem, kun je niet aanleren door een
grondige studie van de grote meesters. “De eik en cypres groeien
niet in elkanders schaduw” – Kahlil Gibran. De stem van een grote
meester is zo sterk en overheersend dat ze het weifelende, onzekere
en kwetsbaar zoekende proces van een kunstenaar in het ontwikkelen
van een eigen stem gemakkelijk overstemt en verdringt. Vaak kansloos
maakt zelfs.
Hier spreekt een Vermeer-liefhebber uit eigen ervaring. De bewon-
dering voor Vermeer is vooralsnog sterker dan mijn eigen artis-
tieke scheppingsdrang. De jaloezie en frustratie van Salieri jegens
het genie van Mozart in de film “Amadeus” is mij echter volkomen
vreemd. (“Why implant in me this desire, like a lust in my body,
and then deny me the talent ?”).
Mezelf laven aan het licht en de concentratie van Vermeer is al
jarenlang een niet opdrogende bron van vreugde voor mij.
Het eigen werk van Charlotte Caspers is te zien op haar eigen
website:
www.CharlotteCaspers.com
Hieronder twee van haar eigen werken; “Duinrand” en “Jonge Beuken”.
“Oog of Chemie” – Hofstede de Groot.
Parallel aan de tegenstelling Techniek of Verbeelding in het werk
van een kunstenaar is er de discussie tussen “Oog of Chemie” in
het schilderijen-onderzoek. De kunsthistoricus Hofstede de Groot
(1863-1930) heeft een interessante beschouwing gepubliceerd “Oog
of Chemie” over het bepalen van de echtheid/onechtheid van een
schilderij, dat toegeschreven wordt aan een grote meester. Mede
door de Van Meegeren-vervalsingen van Vermeer heeft het geloof in
het Oog van gerenommeerde connaisseurs/kenners als Abraham Bredius
destijds een grote deuk opgelopen. In deze tijd is het zwaartepunt
daardoor op “Chemie” komen te liggen: het verzamelen van door natuur-
wetenschappelijk onderzoek verkregen harde gegevens:
röntgen, infra-rood reflectogram, autoradiography, spectraal-
analyse, etc.
Mijn stelling is echter dat die wetenschappelijke benadering iets
doet met ons oog, waarmee we naar een schilderij kijken. De schilder,
die het maakte keek met het oog van een kunstenaar, niet van een
wetenschapper. Als we naar schilderijen kijken door de ogen van de
“Chemie”, raken we gemakkelijk de gevoeligheid van ons Oog voor de
artistieke kwaliteiten van een schilderij kwijt.
Neem bv. de Saint Praxedis en Vrouw aan Clavecimbel, die door
sommigen via de “Chemie”-benadering aan Vermeer worden toegeschreven,
terwijl het in mijn ogen in artistiek opzicht vrij middelmatige
schilderijen zijn naast het overige oeuvre van Vermeer.
De steeds grotere financiële belangen van de kunstmarkt lijken de
bandbreedte in de toeschrijving van de twijfelgevallen in het
oeuvre van grote meesters als Vermeer soms op te rekken…..
Dat de Vrouw aan Clavecimbel geschilderd is op dezelfde rol linnen
als de Dentellière van Vermeer, maakt dit nog geen artistiek mees-
terwerkje zoals de Dentellière van Vermeer dat wel is. Als je deze
twee schilderijtjes naast elkaar ziet, hoef je in mijn ogen geen
Vermeer-kenner te zijn om genialiteit en middelmaat van elkaar te
kunnen onderscheiden…….
Op YouTube is deze video te zien met scenes uit de theatervoor-
stelling van het Geheim van de Meester:
Vermeer en Cappello – De Poëzie van een Rode Hoed
Fotosessie geïnspireerd op Vermeer’s Meisje met Rode Hoed met he-
dendaags model, Natascha Driessen, en hoeden van toonaangevende
ontwerpers, met dank aan hoedenspeciaalzaak Cappello in Nijmegen.
Locatie: Galerij Museum Het Valkhof Nijmegen en Schepenzaal Ge-
meentehuis Nijmegen.
“And all your fortune
lies beneath your hat”
John Oldham
Het kleine maar subliem geschilderde Meisje met Rode Hoed naast
het Meisje met Fluit in de National Gallery in Washington is
misschien wel Vermeer’s meest sensuele werk.
Zoals haar ogen fonkelen in de schaduw onder haar grote rode hoed
en het licht valt op haar vochtige rode lippen. Dit schilderijtje
laat een glimp zien van de warme, fysieke, sensuele man Vermeer,
die doorgaans schuil gaat onder het koele, serene licht van zijn
schilderijen. De minnaar Vermeer is opgelost in het licht zelf.
In de tedere strelingen van het licht dat Vermeer schildert,
voel je de liefde van Vermeer.
De hoedenspeciaalzaak Cappello in Nijmegen heeft een grootstede-
lijke allure en voert een collectie hoeden van nationale en inter-
nationale topontwerpers. In Museum Het Valkhof was in 2014 de
tentoonstelling “Hoed Couture” te zien, een hommage aan hoeden-
ontwerpster Marianne Jongkind.
Link naar website Cappello:
http://www.cappello.nl/
Onlangs heb ik Truus Stuiver van Cappello benaderd om samen een
fotoshoot te organiseren voor een hedendaagse versie van Vermeer’s
Meisje met Rode Hoed. De grote rode hoed is van ontwerper Eugene
van Oirschot, de kleine rode hoed is van Mirjam Nuver. Het model
is Natascha Driessen. Er is gefotografeerd op twee lokaties: de
prachtige lichte galerij in Museum Het Valkhof in Nijmegen en de
Schepenzaal met het 17e eeuwse wandtapijt in het Gemeentehuis
in Nijmegen.
Ik hou erg van de speelse magie tussen de ogen van een vrouw en de
rand van haar hoed. Een heerlijk subtiel spel tussen onthullen en
verhullen, waarin haar ogen beurtelings speels verstoppertje spelen
en weer tevoorschijn komen………
Op YouTube staat deze video van Joe Cocker’s “You Can Leave
Your Hat On” met een opwindende scene uit de film “Nine and 1 / 2
Weeks” met Mickey Rourke en Kim Basinger. Er is geen enkele hoed te
bekennen in de video zelf, behalve in de titel van de song, maar het
is een persoonlijk eerbetoon aan mijn nieuwe, nog prille, maar intense
liefde; voor jou, nu al mijn muze………
https://www.youtube.com/watch?v=UrRhkY9CIz8
“Het hart
kent geen leeftijd”
Brigitte Bardot
“In het Licht van Vermeer
kan er geen sprake zijn
van een Verloren Tijd”
Clarien van Harten
Vermeer’s levensloop – “A Simple Twist of Fate”
Persoonlijke overwegingen naar aanleiding van de lezing “Vermeer
en zijn Gezin” door Wim van Leeuwen, initiatiefnemer van het
Vermeer Centrum in Delft, op woensdag 8 november 2017.
“Kunstenaars van nu
verliezen de concentratie
om te luisteren naar één stem
of te kijken naar één beeld”
Masaaki Suzuki
Wim van Leeuwen en het Vermeer Centrum Delft.
Jarenlang zochten buitenlandse bezoekers in Delft vergeefs naar
een plek, die nog herinnert aan haar wereldberoemde schilder.
Ook al omdat er in Delft al lang geen enkel origineel Vermeer-
schilderij meer te zien is. In 2007 werd aan de Voldersgracht,
waar eens het Lucas-schildersgildehuis stond (waarvan Vermeer
ooit hoofdman was) het Vermeer Centrum geopend.
Zonder het jarenlange doorzettingsvermogen van initiatiefnemer
Wim van Leeuwen was het Vermeer Centrum er nooit gekomen. Na
afloop van de lezing kreeg Wim van Leeuwen uit handen van de
burgemeester van Delft Marja van Bijsterveldt een koninklijke
onderscheiding opgespeld.
Aan de hand van een paar thema’s volgen hier een paar persoon-
lijke overwegingen over de invloed en betekenis van de tot nu
toe bekende biografische gegevens over Vermeer op zijn schilder-
kunst. Natuurlijk is de studie “Vermeer and his Milieu” van John
Michael Montias hét standaardwerk over Vermeer’s leefomgeving en
netwerk in Delft.
Vermeer’s lage afkomst en zijn intrede in hogere kringen.
De grote contouren van de levensloop van Vermeer, die tijdens de
lezing zichtbaar worden, zijn dat Vermeer letterlijk even opgetild
is op de onvoorstelbaar hoge golf, die wij nu De Gouden Eeuw
noemen. Vermeer’s levensloop lijkt erop te wijzen dat hij zich
van betrekkelijk arme komaf hogerop heeft weten te werken, maar
dat zijn familie uiteindelijk toch weer aan lager wal is geraakt.
Twee figuren staan centraal in de levensloop van Vermeer:
Zijn schoonmoeder Maria Thins en zijn mecenas Pieter van Ruijven.
Vermeer trouwde met de dochter van een van de rijkste vrouwen van
Delft, Maria Thins, afkomstig uit een rijk burgemeestersgeslacht
Thins/Hensbeeck.
Hoewel zijn rijke schoonmoeder aanvankelijk tegen het huwelijk was,
trouwde Johannes Vermeer uiteindelijk toch, op voorspraak van de
schilder Leonart Bramer, met Catharina Bolnes in het stadhuis in
Delft en in de schuilkerk Op Hodenpijl in Schipluiden.
Ook had hij een schathemelrijke mecenas, Pieter van Ruijven, die
twee-derde en tevens het beste deel van zijn oeuvre aankocht voor
zijn privécollectie. Vermeer’s kunst is niet die van de selfmade
man, maar is in mijn ogen zuivere “mecenaat-kunst”, mogelijk gemaakt
door de financiële begunstiging van rijke private kunstverzamelaars
in Delft.
De schildersopleiding van de jonge Vermeer
Bij wie kreeg de jonge Vermeer zijn opleiding ? De zeer talentvolle
schilder Carel Fabritius, die omkwam bij de grote Delftse Kruithuis-
explosie in 1654, valt voor velen af als mogelijke leermeester van
Vermeer. Toch is het Fabritius die begon te schilderen met een
lichtere achtergrond en lichtere kleurtonen, zoals Vermeer dat ook
doet in bv. het Melkmeisje. Leonart Bramer behoorde misschien meer
in de sociale kringen waarin Vermeer verkeerde, maar diens schilder-
stijl lijkt werkelijk in geen enkel opzicht op die van Vermeer.
De dichter Arnold Bon dichtte bovendien over “Vermeer, die meester-
lijk betrad zijn pade” (van Fabritius), en legt daarmee een directe
link tussen Fabritius en Vermeer. Bovendien bezat Vermeer in zijn
erfenisboedel drie schilderijen van Fabritius. Wat mij betreft staat
Fabritius stilistisch veel dichter bij Vermeer, dan alle andere
mogelijke leermeesters.
Wim van Leeuwen ziet echter Vermeer’s opleiding als schilder als
volgt:
1647-1649: Schildersschool van Rietwijck, Voldersgracht 20, Delft.
Basisopleiding.
1649-1651: Twee jaar in Amsterdam, waar zijn Diana beïnvloed lijkt
te zijn door de Diana van de Amsterdamse schilder Jacob van Loo
en zijn Christus in het Huis van Martha en Maria door de versie
van Erasmus Quellinus uit Amsterdam.
1652-1653: Twee jaar Leonart Bramer, een Delftse schilder.
Vermeer was lid van het Schuttersgilde in Delft samen met de schil-
ders Cornelis de Man en Leonart Bramer, alsmede zijn mecenas Pieter
van Ruijven. Dat wijst op een hogere sociale status, wat nu een
Rotary of Lions-club zou heten. Mogelijk heeft Vermeer hier zijn
band opgebouwd met zijn mecenas Pieter van Ruijven. De vraag is
of Vermeer mee heeft gevochten met het Delftse schuttersgilde in
1672 in de oorlog tegen de Fransen bij Heusden en Schoonhoven.
Dat zou betekenen dat de schilder, wiens schilderijen zo geliefd
zijn vanwege hun vredige rust en verstilling, deelgenomen zou
kunnen hebben aan oorlogshandelingen. De enorme bloei van de
Gouden Eeuw is mede te danken aan de oorlogen die zeehelden als
Tromp, De Ruyter en De With op zee wisten te behalen, waardoor
De Republiek destijds een wereldmacht kon worden en de kunsten
tot grote bloei konden komen vanwege een explosieve en onvoorstel-
bare economische groei en rijkdom.
Het thema van de Verheffing van de Onaanzienlijken is een thema
dat sterk verbonden is met Vermeer’s eigen levensloop en zijn
latere herontdekking uit de vergetelheid door de Fransman Theophile
Thoré-Bürger in de 19e eeuw. De naam Vermeer was twee eeuwen lang
totaal vergeten, nu is hij een stralende internationale ster onder
de grote meesters. Net zoals Mendelsohn Johann Sebastian Bach heeft
“herontdekt”. Van vergetelheid naar wereldroem. Van een “nobody”
tot een halfgod.
De populairste Vermeers zijn niet de rijke dames in hun zijden
japonnen aan het clavecimbel, maar het Melkmeisje en het Meisje
met de Parel. Twee eenvoudige dienstmeiden, die in het licht van
Vermeer hoog boven zichzelf opgetild worden.
De hedendaagse fotograaf Tom Hunter doet hetzelfde met zijn foto’s
van zijn de door de brave burgerij verachte krakersvrienden. De
verheffing van het alledaagse tot Kunst met een grote K. In ieder
mens is een licht, dat zich opgetild voelt, wanneer het opgenomen
wordt in het licht zelf, zich gezien voelt. Daarin is Vermeer een
meester.
Groot geworden door klein te blijven.
Vermeer leefde in een klein wereldje. Voor Vermeer geen grote avon-
tuurlijke Italië-reis, zoals onder kunstenaars in die tijd gebrui-
kelijk was.
Als je op de Grote Markt van Delft staat, kun je bijna de gehele
leefomgeving van Vermeer zien: Links huis Mechelen (B) en daarachter
de Voldersgracht met zijn Geboortehuis (A) en het gebouw van het
Sint Lucas-schildersgilde (C) en rechts op de Oude Langendijk het
huis van zijn schoonmoeder Maria Thins (D), bij wie hij met zijn
hele gezin introk, en aan de Markt zelf de Nieuwe Kerk en het
stadhuis. Een straat verderop de Oude Kerk, waar hij begraven
ligt en een paar straten verder de plek waar hij het
Gezicht op Delft heeft geschilderd. Kortom: een echte huismus dus.
Aangrenzend aan het huis van Maria Thins, waar Vermeer bij inwoonde,
was de Schuilkerk van de Jezuieten. De Allegorie van het Geloof
was waarschijnlijk bedoeld voor deze schuilkerk en de Allegorie
van de Schilderkunst voor het toen nieuwe Lucas-schildersgilde-
gebouw.
Vermeer en fysieke erotiek: Vermeer is bij uitstek een vrouwen-
schilder. Hij kreeg met zijn vrouw Catharina maar liefst 15
kinderen, wat toch wijst op een sterk erotisch libido. Die erotiek
lijkt gesublimeerd te zijn in het licht van zijn schilderijen.
Het lijkt alsof de hand van Vermeer als een straal van licht is,
die alles met een zachte en intense tederheid bevoelt, streelt,
liefkoost bijna. Het is in zijn licht waarin Vermeer de liefde
bedrijft met zijn ogen. Hoe verfijnd delicaat en in zuiver licht
opgelost zijn schilderijen ook zijn, toch moet Vermeer ook een
heel fysieke man geweest zijn. Een wereldvreemde kamergeleerde
maakt geen 15 kinderen……
In Mozart’s opera Die Zauberflöte klinkt die speelse, kinderrijke
erotiek door in het duet tussen Papageno en Papagena, op YouTube:
In hoeverre vinden we het leven van Vermeer zelf terug in zijn
schilderijen, zoals bij Rembrandt zo duidelijk het geval is ? Ik
moet weer denken aan een scene in Milos Forman’s film Amadeus over
Mozart: na een knallende ruzie tussen zijn vader Leopold en
Wolgang’s vrouw Constanze, gaat hij naar zijn werkkamer, trekt de
deur achter zich dicht en is er ineens alleen nog maar stilte;
daarna begint er langzaam alleen nog maar muziek te klinken. Of
in een ontroerende scene met de puriteinse keizer Joseph, waarin
Mozart met passie zijn opera Die Entführung aus dem Serail ver-
dedigt, die zich in een Turks harem/bordeel afspeelt: “Forgive
me, majesty, I am but a vulgar man, but I assure you: my music
is not !” Dissociatie, alsof zijn muziek vanuit een andere
zone afkomstig is, een ander universum.
De Belgische surrealistische schilder Paul Delvaux schreef ooit:
“Ik zou een wonderbaarlijk schilderij willen maken,
waarin ik zou kunnen leven”.
De magie van Vermeer is dat zijn wereld lijkt op de onze, maar
tegelijk een totaal andere wereld is, waarin het leven stil,
licht, kleurrijk en doorzichtig is.
Het leven en werk van Vermeer werden dus sterk bepaald door de
spelingen van het lot, zoals bezongen door Bob Dylan in het
prachtige “Simple Twist of Fate” van het befaamde “Blood on the
Tracks”-album uit 1975, hier in een live-versie op YouTube:
https://www.youtube.com/watch?v=JJTXWBlc9A8























































































