Categorie archief: kunstboeken

James A. Welu – Vermeer en Cartografie

“Maps are a way
of organizing wonder”
Peter Steinhart

De Gouden Eeuw is niet alleen het hoogtepunt van de Hollandse
schilderkunst, maar ook van de cartografie in Holland. Schitterende
atlassen en wandkaarten van Blaeu werden voor dezelfde prijzen
verhandeld als schilderijen en werden beschouwd als kunstwerken.
Ze staan ook voor de wereldomvattende zeereizen van de Hollanders
in de Zeventiende Eeuw, zoals de ruimtereizen en maanreizen de
ontdekkingsreizen van deze tijd zijn.

James Welu (Boston University) heeft zich gespecialiseerd in de
de landkaarten en globes in de schilderijen van Johannes Vermeer.
In bijna een derde van Vermeer’s oeuvre komen wandkaarten en
globes voor, een hommage aan de Gouden Eeuw van de Hollandse
cartografie. “La manie des cartes geographiques” schreef Vermeer’s
ontdekker Thoré-Bürger anderhalve eeuw geleden al over de obsessie
voor landkaarten en globes van de Delftse Meester.

Welu heeft in de jaren ’70 alle landkaarten en globes in Vermeer’s
schilderijen kunnen opsporen als werkelijk bestaande en precies
te dateren exemplaren.
Vermeer’s weergave ervan blijkt bijna fotografisch precies te zijn.
Hij moet ze dus direct voor zijn ogen gezien hebben in zijn studio/
kunsthandel.

In de nalatenschap na zijn dood komt geen enkele landkaart of
globe voor, evenmin als de kostbare clavecimbels en viola
da gamba’s. Mijn eigen idee hierover is dat alle kostbare “props”
in zijn schilderijen mogelijk ter beschikking werden gesteld door zijn
vermogende mecenas Pieter van Ruijven, de vaste opdrachtgever
van Vermeer’s mooiste schilderijen. Vermeer schilderde niet voor
de “open market”, maar voor een private mecenas/opdrachtgever.
Dat gaf hem de tijd en rust om heel veel tijd en aandacht te besteden
aan één schilderij, hetgeen resulteerde in de uitzonderlijke kwaliteit van
zijn schilderijen. Zonder mecenaat, geen “Vermeer”.

Van de landkaarten en globes in Vermeer’s schilderijen zijn een
aantal originelen bewaard gebleven, zij het in kwetsbare en slechte staat.
Zo werd in de jaren ’70 een exemplaar van de wandkaart van de Zeventien
Provinciën van Claes Jansz. Visscher uit 1636, het pronkstuk in Vermeer’s
meesterwerk “De Schilderconst” uit Wenen, in slechte toestand ontdekt
in het Slot Skokloster in Zweden, als bodembedekking van een kist…….

En een versie van de wandkaart van Hollandiae Comitatus van Balthasar
Florisz. Van Berkerode, uitgegeven door Willem Jansz. Blaeu uit 1644,
bevindt zich – helaas ook in slechte staat – in de collectie van het
West Fries Museum in Hoorn.

In dit verband zou de “Geograaf” van Vermeer, een pendant van
de “Astronoom” uit het Louvre, ook een andere titel kunnen
hebben: “De Cartograaf”, met zijn passer in de hand,de land-
kaarten op de tafel, de globe op de kast en een ingelijste zee-
kaart aan de wand. Dit schilderij gaat heel expliciet over
cartografie.

In het Rijksmuseum is een aardige prent van prentmaker Van der
Vinne van een cartograaf met passer, met als spreuk: “Zo gaat men
veilig”. Deze prent doet aan de Geograaf van Vermeer denken.

De landkaart “Hollandiae Comitatus” in de versie van
Berkerode uit 1621 komt zelfs op drie Vermeer-schilderijen voor:
De Soldaat en het Lachende Meisje in de Frick Collection in New
York, de Briefschrijfster in Blauw en De Liefdesbrief in het
Amsterdamse Rijksmuseum.

In de Soldaat en het Lachende Meisje in de Frick Collection in
New York is de Hollandiae Comitatus-landkaart van Berkerode een cartografisch
juweel. De kaart zelf is opbouwd uit 22 koperplaten. Deze werden op vellen
papier met zwarte inkt afgedrukt en vervolgens op een stuk linnen gelijmd,
bevestigd aan twee rolstokken. Vervolgens werd de kaart met de hand
ingekleurd en tot slot met een laag vernis afgewerkt.

Opvallend is dat in de wandkaarten van Holland het Noorden rechts wordt
afgebeeld, terwijl “het Noorden boven” de gangbare praktijk was in de
cartografie. Zo ligt de Noordzee eigenlijk in het westen en de Zuiderzee
in het oosten. Misschien is de Noordzee boven afgebeeld, omdat het
de poort was, waarvanuit de Hollandse schepen naar alle windstreken in de
wereld uitvoeren.


Aardig is dat het deel van de kaart met Delft en Delfland precies iets rechts
boven het hoofd van de Briefleester in Blauw in het Rijksmuseum is
afgebeeld.

In twee gevallen heeft Vermeer een landkaart in een schilderij
verplaatst (Vrouw met Waterkan, New York) of zelfs geheel weg-
geschilderd ( Parelsnoer, Berlijn), zgn “pentimenti”. Het geeft een
inkijkje in de langzame, bedachtzame werkwijze van Vermeer.
De vroegere versies waren geheel tot in detail uitgewerkt en later
toch weer geheel overschilderd. In het geval van het Parelsnoer
in Berlijn heeft Vermeer een luit op de stoel en de landkaart met
stadsgezichten geheel overschilderd om het licht meer ruimte
te geven op de witgepleisterde muur. Zodat het licht zelf een
personage wordt in het schilderij.

De mooiste wandkaart, die Vermeer ooit schilderde, is die
van de Zeventien Provinciën van Claes Jansz. Visscher uit 1636
op De Schilderkunst uit Wenen, het schilderij dat Vermeer zelf
beschouwde als zijn ultieme meesterwerk en nooit heeft willen verkopen.


De wandkaart heeft een grote kenmerkende cartouche rechtsboven
met allegorische figuren en de tekst: “Germania Inferior, de novo
emendata per Nicolaum Ioannis Piscatorem”.
Aan weerszijden van de kaart bevinden zich twee stroken van tien
stadsgezichten. Het hier afgebeelde stadsgezicht is “t’Hof van Hollandt”.

De wandkaart van de Zeventien Provinciën van Visscher, die het
stralend middelpunt vormt van Vermeer’s Schilderkunst, komt
ook drie keer voor op schilderijen van Jacob Ochtervelt (1634-1682).
Een tijdgenoot van Vermeer dus, maar in stijl en kwaliteit een heel
ander verhaal……

De astronomische globe op Vermeer’s Astronoom in het Louvre
is een globe van Jodocus Hondius uit 1618 en is in het Scheepvaart-
museum van Amsterdam te bewonderen.

Zelfs het opengeslagen boek op de tafel is een sterk staaltje
van Vermeer’s precisie, ondanks zijn soms “impressionistisch” ogende
schilderstijl: Welu heeft kunnen achterhalen welke pagina uit het boek
het betreft en zelfs welke druk ! Het boek is de editie uit 1621
van “Institiones Astronomicae Geographicae” van Adriaan Metius.
De pagina gaat over de “Ondervindinge ofte Observatie der Sterren”


In de Luitspeelster uit New York laat Vermeer een wandkaart van
Europa zien van Willem Blaeu uit 1659.

In de Allegorie van het Geloof uit het Metropolitan Museum of Art
In New York zien we een aard-globe met kenmerkende cartouche
van Hendrick Hondius onder de voeten van de vrouw die Het Geloof
personifieert.

Van een aantal Vermeer-wandkaarten heb ik eigenhandige replica’s
gemaakt: de landkaart heb ik digitaal onderverdeeld in kleinere delen.
Deze zijn vervolgens uitgeprint en met spuitlijm op een linnen drager
geplakt. Vervolgens heb ik de voltooide landkaart gevernist met wat
bruine beits erdoorheen en boven en onder zwarte rolstokken met
klossen bevestigd.

In de grote entreehal van de Oude Stadhuis aan de Grote Markt in Delft
hangt een ingelijste wandkaart “ ’t Hooge Heemraedschap van Delflant”
boven een zwart-witte tegelvloer. Vermeer moet het stadhuis goed gekend
hebben. Hij woonde aan de overkant van de Grote Markt aan de Oude
Langendijk.

Hedendaagse fantasie-varianten van antieke landkaarten kunnen ook heel
vermakelijk zijn, zoals deze “Map of Literature”en “Map of Philosophy”:

Een lecture van James A. Welu over “Vermeer: Mania for Maps”
Is te zien op YouTube:

Vermeer en “Zen and the Art of Motorcycle Maintenance”

“Quality is a direct experience
independent of and prior to
intellectual abstractions”
Robert M. Pirsig

Begin jaren ’80, na het beëindigen van mijn universitaire studie,
heb ik veel liftend door Europa gezworven en maakte het boek “Zen
and the Art of Motorcycle Maintenance” een verpletterende indruk
op mij.

Het boek volgt twee verhaallijnen: de ene gaat over een vader en
zijn zoon die een motor-roadtrip dwars door Amerika ondernemen en
hoe hun onderlinge relatie groeit, door al hun goede en slechte
ervaringen heen; de tweede is een filosofisch essay, dat zich in
het hoofd van de schrijver ontrolt tijdens het rijden op zijn
motorbike, over de vraag “Wat is Kwaliteit ?” en hoe we naar deze
hoogste staat van het menselijk bestaan in ons alledaagse bestaan
kunnen streven.

Mijn avontuurlijke reizen voerden mij langs alle hoogtepunten van
de Klassieke Oudheid en de Schilderkunst, en monden uit in mijn
fascinatie voor de volstrekte tegenpool van het snelle, rondtrek-
kende backpackersbestaan: de verstilde interieurschilderijen van
Johannes Vermeer.

Na een roadtrip van München naar Wenen zag ik Pirsig’s vraag “Wat
is Kwaliteit ?” beantwoord, toen ik oog in oog stond met het
schilderij “De Schilderkunst” van Vermeer in het Kunsthistorisches
Museum in Wenen, Hier vond ik een kwaliteit die doorgaans in
wetenschap en universiteiten zo moeilijk te vinden is.
Die fascinatie voor die bijzondere kwaliteit die ik ervaar in de
schilderijen van Vermeer blijft me tot op de dag van vandaag bezig-
houden.

Een Vermeer is een ervaring, doorgegeven middels een schilderij,
die voor mij altijd fris en spankelend blijft. Het is een manier
van kijken, als een rechtstreekse ervaring, er is alleen nog het
kijken. Er is voor mij iets van Zen of de “Kwaliteit” van Robert
M. Pirsig in de schilderijen van Vermeer. Vermeer trekt de sluier
weg van het intellectuele abstracte denken en laat ons de wereld
zien in een directe, glasheldere blik. Jasper Krabbé zegt het goed:
“zo ongelooflijk liefdevol geschilderd”, dat het ook mij tot op de
dag van vandaag nog steeds kan ontroeren. Cézanne zei ooit over
Monet: “Monet, ce n’ est qu’ un oeil, mais quel oeil!” Zo is het
ook met Vermeer: Vermeer is slechts een oog, maar wat voor een
oog !

Een passage uit “Zen and the Art of Motorcycle Maintenance” van
Robert M. Pirsig:
“Quality….. you know what it is, yet you don’t know what it is.
But that’s self-contradictory. But some things are better than
others, that is, they have more quality. But when you try to say
what the quality is, apart from the things that have it, it all
goes poof !”

Het Melkmeisje van Vermeer vind ik heel erg Zen. Alles draait om
het gebaar waarmee ze melk uitgiet om broodpap te maken. Ze is
wat ze doet. Het is wat het is, iedereen kan het begrijpen, en
toch is onmiskenbaar die Kwaliteit in dit schilderij voelbaar,
waar Pirsig over spreekt:
“It occurred to me that there is no manual that deals with the
real business of motorcycle maintenance, the most important aspect
of all. Caring about what you are doing is considered either
unimportant or taken for granted”.

“An inquiry in values”

Vermeer gaat heel erg over wat tot de meest schaarse goederen
van deze tijd is gaan behoren: aandacht. Zonder aandacht geen
Kwaliteit. Waar kwantiteit boven kwaliteit gesteld wordt, gaat
de liefde, aandacht en toewijding, voor wat je aan het doen bent,
verloren. Deze tijd heeft Vermeer nodig. Om zichzelf opnieuw te
ijken op de waarden, zoals die in een schilderij als Het
Melkmeisje voor iedereen voelbaar zijn. De betekenis van zaken,
die niet in kwantiteit en geld meetbaar zijn, maar alleen met
kwaliteit en aandacht tot stand kunnen komen; zaken, waarvan de
bronnen aan gene zijde van alle begrip liggen. In zijn beste
momenten beschouw ik Vermeer als een verlichte dichter, een
mysticus. Onverklaarbaar, maar wel invoelbaar.

“The only Zen you can find
on the tops of mountains,
is the Zen you bring up there”
Robert M. Pirsig

Op YouTube is deze video te zien over Pirsig en Zen and the Art
of Motorcycle Mantenance:

Vermeer – “Schmelz” Contouren

“Vermeer … het lijkt uit stof
van gestampte parelen
samengesmolten”
Jan Veth

Vermeer besteedde veel aandacht aan zijn contouren, omdat hij
het belang van contouren voor de lichtwerking in een schilderij inzag.
Zachtere contouren laten het licht stromen als lichtdoorlatende
membranen en maken het licht “vloeibaar”. Doerner spreekt in zijn
handboek “Schilderkunst – Materiaal en Techniek” over de “Schmelz”
bij Vermeer. De verfmaterie van Vermeer heeft iets weg van gesmolten
en weer gestold email.


De dieptescherpte, die een Camera Obscura-lens laat zien, heeft een
rijk scala aan delicate contouren tussen scherpe en zachte
overgangen. Vermeer was een meester in het vertalen van deze
“optische contouren” in verf. De “out of focus”-delen, waar de lens een
onscherp beeld geeft, weet hij heel overtuigend weer te geven.
In reproducties gaat veel van de verfijning van zijn contouren verloren.
Om Vermeer’s contouren echt op waarde te schatten, moet men de
originele schilderijen gaan zien.


Een van mijn favoriete Vermeer-contouren is de ruglijn van het blauwe
jakje van de Briefleester in Blauw in het Rijksmuseum, bijna
fluorescerend oplichtend blauw. Het maakt de schaduwpartij van de
rugzijde van het jakje blauwer dan die in werkelijkheid is. Volgens mij
is het ook de weergave van een kleurschifting-effect in optisch onvolmaakte
lenzen, die chromatische aberratie wordt genoemd. Hierbij ontstaat bij
sterke licht-donker overgangen een blauwe of oranje contour.

In de primitieve lenzen-telescoop, waarmee Galileo Galilei voor het eerst
naar de maan keek, is zo’n blauwe contour ook duidelijk zichtbaar. Alweer
een aanwijzing dat Vermeer op de een of andere manier de wereld schilderde
als gezien door een lens. Het heeft iets van magie, toverkunst.

“De tonen in de werken van Vermeer
zijn vloeiend zacht,
echter toch met de grootste
beslistheid en scherpte”
Max Doerner



Het genie van Vermeer is wellicht dat hij als eerste schilder leerde
kijken met een nieuw “oog”: de lens. Met dat nieuwe oog wist hij met op
zichzelf weinig originele en van anderen overgenomen onderwerpen een
geheel eigen stijl en “signature look” te ontwikkelen. “Vermeer painted
with Optics”, dat staat voor mij vast.

Met name de schilderijen van Vermeer zijn ook voor specialisten als de
Amerikaanse kunstenaar Chuck Close of reconstructie-schilder Charlotte
Caspers erg moeilijk te “lezen”; het is zelfs voor een geoefend oog erg
lastig om er achter te komen hoe ze precies zijn opgebouwd en vooral
hoe hij die subtiele contouren verkreeg. Bevatte zijn verf misschien
een “geheim” bindmiddel of werkte Vermeer volgens een “geheim” procédé ?


In het verleden heb ik deze vraag al eens voorgelegd aan Rembrandt-
kenner prof. Ernst van de Wetering. Materiaaltechnisch-onderzoek wijst
er vooralsnog op, dat Vermeer gewoon lijnolie als bindmiddel voor zijn
pigmenten gebruikte. Maar met lijnolie kun je ontzettend veel doen.
17e eeuwse schilders wreven hun verf zelf en hadden daardoor maximale
controle over de verf-consistentie. Voor elke kleur bereidden ze op de
wrijftafel een eigen “verfpapje”, dat precies deed wat ze op dat moment
en op die plek in de opbouw van het schilderij nodig hadden. Dat email-
achtige van Vermeer’s verf-oppervlak doet erg denken aan het gebruik van
standolie: een sterk ingedikte en gekookte lijnolie, die erg vet is en
aan de laatste lagen olieverf in het schilderij een mooie glans en vloei
meegeeft. In het beroemde 17e eeuwse manuscript van De Mayerne zijn tal
van recepten voor het bewerken van lijnolie te vinden.


Heeft Ernst van de Wetering zich als kunsthistoricus met ervaring als
kunstschilder vooral verdiept in de schildertechniek van Rembrandt
in zijn boek “Rembrandt – The Painter At Work”, zo heeft de Amerikaanse
kunstschilder Jonathan Janson zich vooral geconcentreerd op de
schildertechnische aspecten van Johannes Vermeer in zijn E-Book
“Looking over Vermeer’s Shoulder”.


Vermeer – “Painting and Optics”

“Art and music shine a light
of meaning on ordinary life,
and through them we are able
to confront the things that
trouble us
and to find consolation and
peace in their presence”
Roger Scruton

In het boek “Vermeer’s Camera” van Philip Steadman (2002) en de film
“Tim’s Vermeer” van Tim Jenison (2013) is al uitvoerig geëxperimenteerd
of en zo ja met welke optische middelen Vermeer zijn schilderijen
zou kunnen hebben vervaardigd.


Op deze plek wil ik nader ingaan op twee hints naar Vermeer’s werkwijze
die de meester zélf in zijn schilderijen heeft laten zien:
in de spiegel boven het clavecimbel in de Muziekles en in de glazen bol
in de Allegorie op het Geloof.


In de glazen bol van de Allegorie van het Geloof in New York zijn
duidelijk de drie ramen van Vermeer’s atelier te zien en hoe hij de
lichtval op het tafereel voor hem regelde door de ramen deels te
verduisteren. Intrigerend is de zwarte rechthoek die voor de witte
achterwand van de kamer is te zien. Is dit een “tent-type” Camera
Obscura ?

Wat Vermeer hier duidelijk laat zien is dat hij zijn taferelen in zijn
atelier daadwerkelijk ensceneerde als een tableau vivant en de scene
ook uitlichtte als een theaterlichtman, maar dan met raamluiken en
gordijnen ipv hedendaagse lichtspots. De lichtval in het schilderij
komt overeen met de wijze waarop hij de drie ramen in zijn atelier deels
heeft verduisterd. Hij zag de scene dus in grote lijnen daadwerkelijk
voor zich.

In de spiegel boven het clavecimbel in de Muziekles in Londen is achter
de weerspiegeling van het meisje in de spiegel ook weer de achterwand
van de kamer te zien. We zien daar een schilderezel, de mouw van de
schilder en de witte achterwand. Tussen de ezel en de mouw is een laag,
houten kastje te zien met een grote ronde opening; er staat iets, maar
het is niet goed te zien wat. Is dit meer een “tafel-type” Camera
Obscura ?

Een ding is zeker: het lichtbeeld in een camera obscura is veel te
lichtzwak om direct bruikbaar te zijn voor een schilder, en al helemaal
voor halfverduisterde scenes als de Vrouw met Weegschaal in Washington
en de Allegorie op het Geloof in New York. Met lens-projecties krijg je
nooit een voldoende lichtsterk beeld. Met een spiegel wel. Maar in het
geval van een spiegel heb je dan wel een dubbele spiegel nodig, om de
spiegel-omkering weer op te heffen. Ik kan me de schemerige scene van de
Vrouw met Weegschaal heel goed voorstellen als gezien in een spiegel met
een zwarte ebbenhouten lijst.

Persoonlijk stel ik me Vermeer’s atelier voor als een mini-theater, een
schilder-atelier en een optisch laboratorium, waarin hij experimenteerde
met een heel arsenaal aan optische middelen als lenzen, holle spiegels,
meerdere vlakke spiegels en Camera Obscura-opstellingen. Ik geloof niet
dat hij één “trucje” had, maar proefondervindelijk zich een heel scala aan
handigheidjes eigen maakte, die hem hielpen bij het creëren van zijn
lichtbeelden. Overigens: met een “trukendoos” alleen krijg je nog lang
geen Vermeer; zo’n krachtige visie, dat feilloze gevoel voor compositie
en verfijnde smaak, daar moet je toch echt een groot kúnstenaar voor zijn.


Sinds 2 juli 2016 loopt er het project “Hound in the Hunt” van Tim Jenison
en Jonathan Janson in het MONA-museum in Hobart, Australië waarin deze
Vermeer-liefhebbers proberen daadwerkelijk te reconstrueren hoe Vermeer
zijn schilderijen met optische hulpmiddelen zou kunnen hebben vervaardigd.
Ik heb persoonlijk een zwak voor dit soort “out of the box Vermeer-
avonturiers”. Ik ben er namelijk zelf ook een.

De “comparator”-spiegel van Tim Jenison vind ik wel een interessante vondst.
In dit YouTube-filmpje is te zien hoe het werkt:

Vermeer en Amorum Emblemata – Zinnebeelden der Liefde

“’There are more things
in Heaven and Earth, Horatio,
than are dreamt of
in your philosophy.’
Shakespeare

In de genreschilderkunst van de 17e eeuw was het onder schilders
gebruikelijk om met “emblemata”-zinnebeelden een diepere symboliek
te verbeelden in ogenschijnlijk alledaagse taferelen.

Ook Vermeer’s Staande Clavecimbelspeelster uit Londen
is hiervan een voorbeeld. Vermeer gebruikt vaak een
“schilderij in het schilderij” om zijn interieur-scenes een
verborgen boodschap en symbolische betekenis mee te geven.

Het Cupido-schilderij achter de dame is te herleiden
naar een prent uit het boek “Amorum Emblemata”- van Otto
Vaenius (Otto van Veen): “Perfectus amor est nisi ad unum”,
“ Volmaakte liefde is er alleen voor één”. Overigens een citaat van
Aristoteles.



Dezelfde Cupido is overigens ook te herkennen in de wat donkere
achtergrond van Vermeer’s “Girl Interrupted at her Music” in de
Frick Collection in New York.

De stijl van het Cupido-schilderij doet denken aan die van de
schilder Caesar van Everdingen.
Een bewaard gebleven schilderij “Amor met glazen bol” van van
Everdingen toont een zekere gelijkenis met de Cupido in Vermeer’s
schilderijen.


Het meest met symboliek overladen schilderij van Vermeer
is de Allegorie op het Geloof in New York. De iconologie van dit
schilderij is rechtstreeks terug te voeren op het handboek voor zinne-
beelden voor kunstenaars: “Iconologia” van Cesare Ripa uit 1613.


Vermeer of zijn opdrachtgever moeten dit boek dus goed bestudeerd hebben.
Er is wel eens gesuggereerd dat de Jezuieten in Delft de opdrachtgevers
geweest zouden kunnen zijn voor dit schilderij van Vermeer. De glazen bol
noemt Ripa niet, maar is terug te vinden in een Emblemata-prent van J.C.
Jegher naar Erasmus Quellinus “Capit Quod Non Capit”: “Hij begrijpt wat
hij niet begrijpt”. De ogen van de vrouw zijn in vervoering gericht op de
glazen bol, wat mij betreft het hoogtepunt in dit schilderij en wellicht
ook zo door Vermeer bedoeld.


Misschien is die bol van glas wel Vermeer’s “Ode aan de Lens”,
de grootste uitvinding van de 17e eeuw: door de lens begrijpt
Vermeer, wat hij niet begrijpt. De lens als openbaring van een
geheime wereld, een glazen bol, die een voor het blote oog
onzichtbare wereld zichtbaar maakt.

In die zin zou dit bij velen weinig geliefde schilderij juist wel Vermeer’s
meest mystieke manifest kunnen zijn en vraagt het van de beschouwer
er anders naar te kijken dan naar de overige schilderijen van Vermeer.
En moet Vermeer’s Allegorie op het Geloof opgevat worden als een epifanie:
de onthulling van een mysterie. In de 17e eeuw werden geloof, kunst en
wetenschap nog veel meer als één in elkaar overlopend geheel ervaren.

Toegegeven: de Allegorie op het Geloof van Vermeer oogt onnatuurlijker en
gekunstelder dan zijn door het publiek meest geliefde werken. Toch: voor
wie de moeite neemt er langer naar te kijken , leent met name de glazen bol
in dit schilderij zich voor diepzinniger bespiegelingen over “the things in
heaven and earth”, dan de eerste, misschien wat teleurstellende, indruk doet
vermoeden.


George Deem heeft hedendaagse versies geschilderd van de
Staande Clavecimbelspeelster en de Allegorie op het Geloof van Vermeer in
zijn eigen kenmerkende stijl: hij heeft de figuren weggeschilderd. Zo maakt
hij voelbaar wat er niet is; of het de vrouw, de liefde of God zelf is,
laat hij aan de beschouwer over om in te vullen……..

Puur associatief moet ik denken aan het nummer “Only One Woman” van The
Marbles uit 1968, een jaren ’60- popversie van het embleem “Perfectus Amor
est Nisi ad Unum” in Vermeer’s Staande Clavecimbelspeelster, hier te vinden
op YouTube:

https://www.youtube.com/watch?v=7rtdQTHZBK8