Dagelijks archief: 23 april 2016

Vermeer en Huygens – “Traité de la Lumière”

“Het is mij niet mogelijk de schoonheid
van de camera obscura in woorden
uit te drukken.
Alle schilderkunst is hierbij vergeleken
morsdood, want hier is het leven zelf”
Constantijn Huygens



“Hofwijck” is een buitenplaats buiten Den Haag en de voormalige residentie van de welgestelde diplomaat/dichter/kunstkenner Constantijn Huygens en diens zoon Christiaan Huygens. De grootste ontdekking van de Gouden Eeuw is de lens, het “geslepen glas”, waarmee tot dan toe voor het blote oog verborgen werelden zichtbaar werden. De microscoop en telescoop deden hun intrede. Op dit landgoed ontdekte Christiaan Huygens de ringen van de planeet Saturnus. De lens is ook het belangrijkste onderdeel van de camera obscura, waarvan Constantijn Huygens op Hofwijck er een in huis had, niet ver van Delft, de woonplaats van de schilder Johannes Vermeer.


“Ik heb bij mij thuis dat andere instrument, dat zeker bewonderenswaardige effecten oplevert bij het schilderen van weerspiegelingen in een donkere kamer: het is mij niet mogelijk er u de schoonheid van te verklaren in woorden: alle schilderkunst is hierbij vergeleken morsdood, want hier is het leven zelf of iets meer verhevens, als het woord er niet aan ontbrak. Figuur, contour en beweging ontmoeten elkaar op een natuurlijke en uiterst plezierige wijze”. Deze woorden van Constantijn Huygens doen denken aan het kijken naar een schilderij van Vermeer. Misschien was het evenaren van de door Huygens beschreven schoonheid van de camera obscura wel precies de ultieme ambitie van Vermeer. Die uitdaging was wellicht het brandpunt van zijn kunstenaarschap.

Christiaan Huygens, de zoon van Constantijn, wijdde zijn gehele leven aan de studie van het licht in zijn beroemde boek “Traité de la Lumière”. Evenzo zou
het gehele oeuvre van Vermeer beschouwd kunnen worden als een “Traité de la Lumière”, waarin het licht het enige onderwerp is.

In het archief-onderzoek inzake Vermeer is het de heilige graal, als er ooit
een geschreven correspondentie boven water zou komen tussen Huygens en Vermeer. John Michael Montias heeft in zijn archiefonderzoek naar het milieu van Vermeer onder andere ontdekt dat Vermeer een mecenas had: Pieter van Ruyven, maar helaas geen document dat een directe persoonlijke correspondentie aantoont tussen Vermeer en Huygens. Wel hebben twee goede bekenden van Huygens een persoonlijk bezoek aan Vermeer’s atelier in Delft gebracht: Balthasar de Monconys en Pieter Teding van Berkhout. Gezien het feit dat Huygens een camera obscura in huis had en gefascineerd was door de beeldende aspecten ervan, zou het werk van Vermeer hem zeker geinteresseerd kunnen hebben. Vermeer had vanuit Delft gemakkelijk de nabijgelegen residentie Hofwijck van Huygens kunnen bezoeken of vice versa. Misschien had Vermeer daar wel zijn “eureka”-moment over de schilderkunstige mogelijkheden van de camera obscura.

Constantijn Huygens oordeelde overigens niet onverdeeld gunstig over de schilder Torrentius, waarvan vaststaat dat deze schilderde met een camera obscura: “de listige vent voornamelijk door van dat hulpmiddel gebruik te maken bij zijn schilderen dat had bereikt, wat het domme volk met zijn gewoon beperkt oordeel het liefst aan goddelijke bezieling had toegeschreven”. Zou Huygens ook zo over Vermeer gedacht hebben: dat zijn schilderijen niet meer dan het resultaat zijn van een listige truc – schilderen met een camera obscura – en niet van een goddelijke bezieling ?
We weten het dus niet…..


Moderne compacte fotocamera’s missen overigens de magie van het licht van de camera obscura, door het kleine formaat van de film of digitale sensor. Het dichtst in de buurt komen de groot-formaat camera’s met een beeldformaat van 4 x 5 inch, waarvan twee hedendaagse portretopnamen als voorbeeld. De 19e eeuwse Daguerreotypie komt nog het dichtst bij de magie van Vermeer.

Bekijk ook deze YouTube video over de buitenplaats Hofwijck met Constantijn en Christiaan Huygens op TV-West: