Dagelijks archief: 26 juni 2023

Jacobus Vrel, Voorloper en Wegbereider van Johannes Vermeer

Gezien op 27 april 2023 in het Mauritshuis in Den Haag, “Jacobus Vrel, Voorloper van Vermeer”, een mooie, kleine, intieme tentoonstelling van 13 schilderijen over de herontdekking van een raadselachtige kunstenaar, van wiens leven slechts zeer weinig bekend is en die als een vroege voorloper en wegbereider van Vermeer beschouwd kan worden. In het kielzog van de massale drukte van de grote Vermeer-blockbuster in het Rijksmuseum was deze kleine en rustige  tentoonstelling een verademing,  een oase van rust, contemplatie en stilte. Zoals ook het werk van Vermeer ooit bedoeld was……

Jacobus Vrel, Vrouw Leunend uit het Raam, Kunsthistorisches Museum, Wenen (1654)

Een in zwart geklede vrouw met een witte hoofddoek leunt uit het open raam van een tamelijk lege kamer. Waar ze naar kijkt blijft verborgen voor het oog van de beschouwer. Terwijl een kookpot boven het vuur in de haard hangt, is haar naaiwerk blijven liggen op de tafel voor het raam. Gezien de stylistische verwantschap met Vermeer en de Hooch, lijkt de vroege datering van dit werk uit Wenen (1654) te wijzen op een rol van Vrel als voorloper van Vermeer. Het is het enige gedateerde werk van Vrel.

Vrel vervaardigde voornamelijk genrestukken van verstilde huiselijke interieurscènes en  stadsgezichten/straatscènes. Zijn stijl is eenvoudig, met weinig opsmuk. De interieurs zijn enigszins melancholisch van sfeer, de kamers zijn vrij kaal en leeg, met een enkele in zwart-wit geklede vrouw, op de rug of en profile afgebeeld in een in zichzelf gekeerde pose. Typerend voor zijn stijl zijn de kale witte muren, de hoge ramen, de lege kamer, merkwaardig lage stoelen, het kleine strookje papier met zijn signatuur dat bijna achteloos op de kale tegelvloer ligt.

“Vrouw bij het Raam” zou uiteindelijk het Leitmotiv worden in het oeuvre van Vermeer. Zoals in diens beroemde “Brieflezend Meisje bij het Venster” uit 1658-59 in Dresden. Het is niet bekend of Vermeer het werk van Vrel gekend heeft. Hoe dan ook loopt er een directe lijn met het thema “Vrouw bij het Raam” van Jacobus Vrel naar Johannes Vermeer. Waar zijn voorlopers naar op zoek waren, dat vond uiteindelijk Vermeer en deze werkte het thema vervolgens uit tot een volmaakte, definitieve, klassieke kunstvorm. Vermeer zou het Picasso na kunnen zeggen: “Ik zoek niet, ik vind”. Maar natuurlijk stond Vermeer wel degelijk op de schouders van voorgangers als Jacobus Vrel.

Is bij Vrel de vrouw bij het raam een oudere vrouw, meer een moeder-figuur, bij Vermeer is ze eerder een meisje/jonge vrouw bij het raam. Bij Vrel overheerst een dromerige melancholie en soberheid, Vermeer is kleurrijker en straalt meer luxe, rijkdom en verstilde levensvreugde uit.

De signaturen van Vrel zijn zo gevarieerd, dat het bijna kunstwerkjes op zichzelf zijn. Ook Vermeer besteedde veel aandacht aan de vormgeving van zijn signaturen.

Het feit dat Thoré-Bürger onbewust uitgerekend een gravure van een (helaas verloren gegaan) werk van Vrel uit zijn eigen collectie koos als leadbeeld voor zijn beroemde artikel over Vermeer in de Gazette des Beaux Arts en dus een Vrel aanzag voor een Vermeer, zegt genoeg over de stylistische verwantschap tussen Vrel en Vermeer. Een vrouw die op de rug gezien door een deuropening of raam kijkt, is in al zijn eenvoud een uiterst suggestief en raadselachtig  gegeven. Waar kijkt ze naar ? En we kunnen haar gemoedstoestand ook niet peilen, want we kunnen haar gezicht niet zien. Een dergelijke raadselachtigheid, ambiguïteit en suspense zien we ook bij Vermeer.

“Vous êtes à la fois curieux du mystère et de la réalité” is een treffende typering van Thoré in zijn openingszin in zijn beroemde Vermeer-artikel. Vrel weet in zijn sobere interieurscènes met verrassend weinig beeldelementen en ondanks een vrij gebrekkige schildertechniek een intense, raadselachtige sfeer op te roepen en een subtiel psychologisch spel met het oog van de beschouwer te spelen.

Jacobus Vrel, Oude Lezende Vrouw met een Jongen achter het Raam, Collection Orsay

Jacobus Vrel, Interieur met een Vrouw die het Haar van een Meisje Kamt – Detroit Institute of Art

De schilderijen van Vrel hebben iets priegeligs en hij worstelt met perspectivische verhoudingen. Zijn figuren lijken een beetje te zweven. Zijn interieurs zijn te kaal, zijn vertrekken te hoog, Gek genoeg dragen die technische tekortkomingen eigenlijk alleen maar bij aan de aantrekkingskracht van de schilderijen. Ze hebben op een charmante manier iets vervreemdends. Juist zijn gebrekkige schilderstijl geeft zijn schilderijen een geheel eigen, originele en herkenbare stijl en sfeer.

Zijn schilderijen zien er raar en vervreemdend uit, zijn figuren zijn in zichzelf gekeerd. Jacobus Vrel lijkt ogenschijnlijk  het alledaagse leven in de Nederlandse Republiek gedurende de 17e eeuw vast te leggen, maar het is tegelijkertijd bijna een surrealistische wereld die hij creëert. Zijn lege witte muren lijken soms wel lege witte projectieschermen, waarop de beschouwer zijn eigen “film” kan projecteren.

De schilder zelf is als een geestverschijning. Ondanks jaren van onderzoek, blijft het mysterie omtrent zijn identiteit nog steeds onopgelost. Waar hij geboren werd en waar hij gewoond en gewerkt heeft, weten we niet. We kennen zijn naam slechts uit één enkele inventaris, die uit zijn tijd dateert en uit de signaturen op zo’n 50 bewaard gebleven werken, die zich nauwelijks laten vergelijken met die van zijn tijdgenoten. Vrel was een pionier op zijn eigen terrein.

Jacobus Vrel, “Vrouw op een stoel, kijkend naar een kind achter het raam”, Fondation Custodia, Parijs

Een schilderij als dit roept bij mij associaties op met popliedjes als: “What Goes On ?” van The Beatles, “”What’s Going On ?”- Marvin Gaye, of de beginregels van het liedje “For What It’s Worth” van Buffalo Springfield : “There’s something happening here, what it is, ain’t exactly clear”.  Of “Mother and Child Reunion” van Paul Simon.

Een in zwart geklede vrouw met witte hoofd-en schouderdoek zit wankel op een gekantelde stoel in een kale, lege en lichte kamer, legt haar hand op het raam en kijkt naar een klein kind in een donkere kamer achter het raam. In een glasruitje bij het kleine kind zit een barst. De scene doet bijna surrealistisch aan. Zou een scene uit een film van de Zweedse regisseur Ingmar Bergman kunnen zijn. Is het een moeder die haar kind probeert aan te raken, dat zich aan gene zijde in de duisternis bevindt ? Een verstild, maar wanhopig gebaar van een moeder, die rouwt om haar verloren kind ? Is het kind echt of is het een geestverschijning in haar droom ?

Het schilderij doet bijna modern aan, om met spaarzame middelen een bijna surreële droomwereld op te roepen. Het is een ontroerend beeld dat je raakt, zonder dat je precies kunt zeggen waarom. Net als een goed popliedje, waarvan je de tekst aanvankelijk nauwelijks kunt verstaan, maar de melodie meteen recht je hart in gaat.

Sfeerbeelden en zaaloverzichten van de kleine Vrel-tentoonstelling in het Mauritshuis. Mijn favoriet was het Vrel-schilderij uit de Fondation Custodia  in Parijs. De Nederlandse verzamelaar Friits Lugt had een voorliefde voor onbekende of in zijn ogen onterecht vergeten of miskende kunstenaars. Waaronder dus Jacobus Vrel. De vormgever van de tentoonstelling  heeft zich met de signaturen van Vrel  op speelse wijze grafisch uitgeleefd door ze als een soort lambrisering onder de schilderijen op de witte muren weer te geven.

Vrel beeldt zijn in zwart-wit geklede vrouwenfiguren vaak op de rug gezien af. Een pose die in de fotografie een “backshot” wordt genoemd. Het geeft een raadselachtige sfeer aan een scene, omdat de beschouwer niet kan zien waar ze naar kijkt en haar gezichtsuitdrukking niet kan zien. De beschouwer kan zelf invullen, waar ze naar kijkt en wat ze voelt, maar het blijft eeuwig gissen en raden. Iedere beschouwer kan er zijn eigen associaties bij invullen en gevoelens op projecteren.

Ook in Vermeer’s schilderijen zijn figuren soms op de rug gezien, zoals de soldaat in het fraaie Soldaat en Lachende Meisje in de Frick Collection, de schilder in zijn beroemde meesterwerk De Schilderkunst in Wenen, het meisje aan het virginaal in The Music Lesson in Londen en de luitspelende man in het – helaas nog steeds gestolen – Concert in Boston. Wat meteen opvalt in de schilderijen van Vermeer naast de monochrome werken van Jacobus Vrel is de kleurenrijkdom. Als zwart-wit fotografie naast kleurenfotografie. Ieder met zijn eigen schoonheid.

De Deense schilder Vilhelm Hammershoi (1864-1916) maakt ook vaak gebruik van “backshots”, vrouwenfiguren op de rug gezien. In hun strenge soberheid en soms benauwende stilte, zijn kale, lege binnenkamers en in zwart geklede vrouwen ogen de schilderijen van Jacobus Vrel verrassend modern. Het is om deze reden dat ze wel eens vergeleken worden met het werk van Hammershoi. Ze hebben iets van een Protestantse strengheid en soberheid, met een geheel eigen esthetiek.

Théophile Thoré (1807-1869)

Het werk van Vrel was lange tijd onbekend. Daar kwam verandering in toen zijn schilderijen in de 19e eeuw bij toeval werden herontdekt door de Franse kunstcriticus en journalist Théophile Thoré-Bürger. Vrel was de “bijvangst” van zijn belangrijke artikel uit 1866 over het werk van Johannes Vermeer in het toonaangevende Franse tijdschrift Gazette des Beaux Arts. In dit artikel bracht Thoré de schilderijen van Vermeer – en ook die van Vrel – onder de internationale aandacht. Abusievelijk schreef Thoré in het artikel schilderijen van Vrel toe aan Vermeer. De initialen “J.V.” van de beroemde Delftse schilder zijn identiek aan die van Jacobus Vrel. En omdat zij dezelfde onderwerpen afbeeldden , is de verwarring dus begrijpelijk.

Vrel’s raadselachtige werken zijn in het verleden wel eens vaker aangezien voor schilderijen van Vermeer. Op de titelpagina van het beroemde artikel over Vermeer’s herontdekking door Theophile Thoré-Bürger in de Gazette des Beaux Arts in 1866 staat merkwaardigerwijs een gravure van een (helaas verloren gegaan) werk van Jacobus Vrel uit de eigen collectie van Thoré. Dat meerdere werken van Vrel aanvankelijk nog aan Vermeer werden toegeschreven, zegt al genoeg over een zekere artistieke verwantschap tussen Vrel en Vermeer. Maar dendrochronologisch onderzoek naar de door Vrel gebruikte panelen heeft aangetoond dat hij al geruime tijd vóór Vermeer actief moet zijn geweest.

De kiem voor Thoré’s publicatie over Vermeer werd gelegd tijdens een bezoek aan het Mauritshuis in 1842, toen Vermeer’s Gezicht op Delft een onvergetelijke indruk maakte op de Fransman. De kunstcriticus had een kleine kunstverzameling in zijn Parijse appartement, waaronder ook schilderijen van Vermeer en Vrel. Een werk uit zijn verzameling was opgenomen in deze tentoonstelling. Ook was Thoré de trotse eigenaar van Het Puttertje van Carel Fabritius, sinds de aankoop in 1896 een van de publiekslievelingen in het Mauritshuis.

Jacobus Vrel, Interieur met een Vrouw die het Haar van een Meisje Kamt – Detroit Institute of Art

Johannes Vermeer, Vrouw met Parelsnoer, 1662-64 –  Staatliche Museen zu Berlin, Berlijn

De witte, kale muur speelt in beide schilderijen een opvallend grote rol. Bij Vermeer is het licht op de witte muur zo intens stralend aanwezig, dat het bijna de hoofdrol voor zich opeist in de afgebeelde scene.

Prominent in het werk van Vrel zijn de kale, lege witgepleisterde muren en het licht dat langs de ruwe witte kalk strijkt. Bij Vermeer zien we dat gegeven erg mooi terug in Het Parelsnoer in Berlijn. Opvallend is ook het verschil van weergave van de vrouw bij Vrel en bij Vermeer; bij Vrel is ze klein en nederig weergeven. Bij Vermeer is ze groot en iets van onderaf gezien, wat een verheffend effect heeft. Vermeer zet zijn vrouwen op subtiele wijze op een voetstuk. Zijn compositie geeft aan het beeld als geheel een voorname, monumentale werking.

Jacobus Vrel, Straatscene met Bakkerij bij de Stadsmuur, Hamburger Kunsthalle, Hamburg

Johannes Vermeer, Het Straatje, ca. 1658-59, Rijksmuseum Amsterdam

Jacobus Vrel, twee versies Straatscene met Bakkerij bij de Stadsmuur:  privécollectie, Jerusalem en Hamburger Kunsthalle, Hamburg

Vrel’s straattaferelen hebben de merkwaardige uitstraling van toneeldecors. Ze hebben iets weg van een hedendaagse filmset. Zijn smalle huizen zien eruit als decorstukken. Het beroemde Straatje van Vermeer heeft een natuurlijker lichtwerking en meer levensechte uitstraling. Het oeuvre van Vrel bestaat voor de ene helft uit interieurstukken en voor de andere helft uit straatscènes. Van Vermeer kennen we uit zijn vroege periode slechts een stadsgezicht en twee straatjes in Delft (een is verloren gegaan). In tegenstelling tot Vrel heeft Vermeer zich in zijn verdere carrière dus uitsluitend toegelegd op het schilderen van interieurscènes en zich nooit meer in de buitenwereld gewaagd aan straatscènes of stadsgezichten. Merkwaardig misschien, want zijn Gezicht op Delft is een absoluut meesterwerk.

Huis Bonck in Hoorn. In dit zestiende eeuwse huis is nog de sfeer te ervaren van de interieurschilderijen van Jacobus Vrel. De hoge ramen, de schouw, de witte muren, de dubbele deur, het kale, lege interieur.

Karakteristiek voor Vrel  is de manier waarop hij sommige werken signeerde, met zijn naam op een strookje papier dat hij schijnbaar achteloos op de vloer laat liggen.

Midden in hartje Parijs is in een statig pand de Fondation Custodia gehuisvest, met de Collectie Frits  Lugt, een oase van stilte en rust midden in een bruisende wereldstad en buiten de gangbare paden  van de grote musea en het massatoerisme. Hier bevindt zich het raadselachtige schilderij  “Vrouw met kind achter een raam” van Jacobus Vrel.  Op YouTube is deze video te zien:

Fondation Custodia | Project partner “Jacobus Vrel. A Search for Clues

Dit schilderij van Jacobus Vrel, “Vrouw op een stoel, kijkend naar een kind achter het raam”, in de Fondation Custodia, Parijs roept bij mij een poëtische associatie op met een song van Paul Simon: “Mother and Child Reunion” uit 1972: