Alle berichten van Thijn

Anne Zahalka en Vermeer-filmscene – “Cleaning Windows”

Vermeer-filmscene “Cleaning Windows” in de film “Girl With a
Pearl Earring” (2003) met Scarlett Johansson en geënsceneerde
fotografie “The Cleaner” van fotografe Anne Zahalka (1987).

“What’s my line ?
I’m happy cleaning windows
Take my time,
I’ll see you when my love grows”
Van Morrison

De Australische fotografe Anne Zahalka (1957) ensceneerde tij-
dens een artist in residency-verblijf in Berlijn in 1987 in
haar atelier een aantal taferelen als een hommage aan meesters
als Vermeer, van Eijck en Hopper. Door het herbewerken van be-
staande meesterwerken streeft ze ernaar een levende dialoog te
creéren tussen een meester en haar eigen werk; zelf noemt ze
het “restaging, reinventing and referencing”.

Het meest geslaagde werk in haar staged photography-serie
“Resemblances” uit 1987 is in mijn ogen “The Cleaner”, met de
performance-kunstenaar Marianne Redpath als model.
Met de karakteristieke dambord-tegelvloer en gordijnvoorhang
links. En het koele raam-daglicht, dat bij Zahalka van rechts
komt (bij Vermeer komt het bijna altijd van links). Om haar
hals hangt een moderne hoofdtelefoon, waarmee Zahalka ook het
heden in haar -aan oude meesters ontleende- beelden laat binnen-
sijpelen.

Zelf zegt ze dat ze als fotografe het meest leert van de ziens-
wijze van de grote meesters van de schilderkunst en de manier
waarop zij de ruimte in het beeld “organiseren”. Vermeer is
een meester in het creëren van diepte-illusie in een plat vlak
en “organizing space”, door de manier waarop hij de compositie
en het perspectief heel precies en weloverwogen in elkaar zet.
Overigens heb ik dat meer fotografen horen zeggen: ook Erwin
Olaf haalt zijn inspiratie eerder uit de schilderkunst, dan
uit het werk van andere fotografen. Juist van een schilder als
Vermeer kun je leren hoe je een krachtig beeld in elkaar kunt
zetten.

“It’s the painter’s
way of seeing and
organising pictorial space
to which I am most
indebted as a photographer”
Anne Zahalka

Vragen die ze zichzelf stelt zijn: “Is het mogelijk iets vol-
komen nieuws te maken ? Kan een postmodernistisch kunstenaar
echt spreken met zijn eigen stem door een meesterwerk uit het
verleden te citeren?”

Andere Vermeer-geinspireerde werken van Anne Zahalka zijn:
“The Dutch Painter” naar Vermeer’s “Schilderkunst” uit Wenen.

“The Musician” naar de Muziekles uit de Royal Collection
in Londen.

“The Cook” naar Vermeer’s Melkmeisje uit het Rijksmuseum
in Amsterdam.

“The Veterinary” naar De Astronoom uit het Musée du Louvre
in Parijs.

“Dora Reading” lijkt ontleend aan het bekende “Hotel Room”
(1931) van Edward Hopper. Merk op hoe het geblokte motief van
het dekbed waarop ze zit de illusie van diepte en perspectief
versterkt als een dambord-tegelvloer van Vermeer.

In haar werk “Marriage of Convenience” laat ze de man en vrouw
in dezelfde positie poseren als in het beroemde Arnolfini-
huwelijksportret van Jan van Eijck aan weerszijden van een
ronde spiegel, waarin ze haar eigen zelfportret laat weerspie-
gelen. Als hedendaags element heeft ze een radio/cassette-
speler toegevoegd. Ze probeert in haar geënsceneerde interieurs
de stijl, het onderwerp en de compositie van het originele
schilderij te benaderen.

Website: www.zahalkaworld.com
Link naar PDF over Anne Zahalka:
PDF Anne Zahalka

In de film “Girl With a pearl Earring’ van Peter Webber naar
de roman van Tracy Chevalier is er ook een scene, waarin het
dienstmeisje Griet bezig is met “Cleaning Windows” in het
atelier van haar meester Vermeer. Prachtige shots in Ver-
meeriaans daglicht door cinematographer Eduardo Serra van
Scarlett Johansson.

Hoewel ik het boek én de film zelf geen echt meesterwerk vind,
vind ik het camerawerk en licht van Serra heel erg mooi.
Maar de film zelf slaagt er niet in je echt het genie van
Vermeer als schilder te doen voelen; iets wat Milos Forman
in zijn briljante muziekfilm “Amadeus” uit 1984 wel lukte;
om het genie in de muziek van Mozart echt voelbaar te maken
door de ogen van zijn eeuwige rivaal Salieri. Sommige quotes
uit het geniale scenario van die film zijn van een hoog
literair én kippenvel-gehalte, en zijn niet van Mozart maar
van Salieri !

“Vermeer is alone in
putting the camera obscura
to the service of style
rather than the
accumulation of facts”
Lawrence Gowing

Filmstills kunnen een dankbaar onderwerp zijn voor schilder-
studies. Zoals deze schilder-schets naar een filmshot van Griet
(Scarlett Johansson), Vermeer’s dienstmeisje in Peter Webber’s
film “Girl With a Pearl Earring” uit 2003 op Pinterest.

Op YouTube is de filmscene “Cleaning Windows” uit Peter Webber’s
film “Girl With a Pearl Earring” te zien met Scarlett Johansson
(tussen 0:42 en 2:18):

Ook de Ierse singer/songwriter Van Morrison brengt een ode aan
“Cleaning Windows”:
“….. What’s my line ? I’m happy cleaning windows
Take my time, I’ll see you when my love grows
Baby, don’t let it slide, I’m a working man in my prime
Cleaning Windows……”.

Vermeer en de Perspectief-Kijkdoos

Gezien in de Stevenskerk in Nijmegen: Nijmegenprent 2017 –
Diorama Kooromgang St. Stevenskerk van Kees Moerbeek
en de Dame met Weegschaal “in een kasje” van Johannes
Vermeer, National Gallery, Washington

“Come, children, let us shut up
the box and the puppets,
for our play is played out”
William Shakespeare


Vermeer’s “Dame met Weegschaal” uit Washington wordt in de
beroemde Dissius veilingcatalogus uit 1696 omschreven
als “Een juffrouw die goud weegt, in een kasje “.
Het perspectief-verwijnpunt van de Dame met Weegschaal
is precies in het midden van het schilderij, tussen de
vingers waarmee zij de weegschaal vasthoudt. Het kijkgat
van de kijkdoos zit dan daar recht tegenover in het midden
op de positie van het oogpunt. Zo is de kijkdoos een hulpmid-
del om het schilderij precies vanuit het juiste gezichtspunt
te kunnen zien.

Hoe het “kasje” er precies uitzag, weten we niet, deze
fotomontages zijn niet meer dan een “educated guess”.


Schilderijen werden dus bij gelegenheid in een soort kijk-
dozen geplaatst om de indruk van drie-dimensionaliteit te
suggereren (‘trompe-l’oeils’).
In de 17e eeuw was het perspectiefkastje met zijn perspec-
tivische illusie erg gewild bij verzamelaars. Van Samuel
van Hoogstraaten bevindt zich een fraai exemplaar in de
National Gallery in Londen, waarin op elke zijde in de
kijkdoos een schilderij is bevestigd.

Ook van Pieter Janssens Elinga bevindt zich een perspectief-
kijkdoos in Museum Bredius in Den Haag.

Soms had een “kasje” een puur praktische funktie om het
schilderij te beschermen tegen beschadigingen.
In een werk van Metsu in Dublin is een “schilderij in het
schilderij” te zien met een gordijntje ervoor, waarmee men
kostbare schilderijen afdekte tegen stof en vuil.


De interieur-schilderijen van Johannes Vermeer zijn weergaven
van een soort theaterscene in een met licht gevulde perspec-
tief-kijkdoos, een kijkje in een “lightfilled cubicle”,
weergegeven in het platte vlak van een schilderij, maar met
de wonderlijke illusie van het perspectief. De ruimte. waarin
zich alles afspeelt bij Vermeer. heeft de vorm van een
kubusdoos, meestal in een uitsnede weergegeven. In
de Muziekles uit Londen is de “Vermeer-kijkdoos” het
meest in zijn geheel te zien, omdat het een groothoek
“wide shot” is. De dambord-tegelvloeren van Vermeer
zijn een effectieve visuele kunstgreep om de illusie van het
perspectief in het schilderij te versterken. De Vermeer-
kijkdoos is een soort minatuur-huiskamertheater.

Pieter Teding van Berckhout, een ooggetuige, die in
1669 Vermeer’s atelier in Delft bezocht, bewonderde
in Vermeer’s kunst bovenal “het meest buitengewone en
meest curieuze aspect van het perspectief”.

In wezen werkte Vermeer met twee kubus-“kijkdozen”:
De zwarte, verduisterde kijkdoos van de camera obscura en
de witte, met licht gevulde perspectief-kijkdoos-kamer.
Een kubusdoos in het licht en een kubusdoos in het donker.


In de Gouden Eeuw was het kerkinterieur een populair genre,
onder meer bij de Delftse kerkinterieurschilders en tijd-
genoten van Vermeer: Emanuel de Witte en Hendrick Cornelisz
van Vliet. Op hun schilderijen maken kinderen met krijt
tekeningen op de witte muren, plassen honden tegen de zuilen
en doet de grafdelver zijn werk. Voor de kunstenaars met een
voorliefde voor het perspectief vormden kerkinterieurs de
ultieme uitdaging. De onbetwiste grootmeester van het
perspectivische aanzicht van het kerkinterieur is
natuurlijk Pieter Saenredam.

Het 17e eeuwse pronk-poppenhuis van Petronella Dunois in het
Rijksmuseum.
In de 17e eeuw liet een kleine groep Nederlandse rijke
burgervrouwen in Amsterdam ieder voor zich een poppenhuis
bouwen in de vorm van een kunstkabinet.Zij richtten het in
met kostbare materialen en bijzondere miniaturen. De kwa-
liteit van het geheel was bijzonder hoog. Het kabinet-
poppenhuis verbeeldde de ideale huishouding in die tijd en
vormde een kostbaar pronkstuk. Het pronk-poppenhuis van
Petronella Dunois in het Rijksmuseum in Amsterdam is een
meesterwerk in zijn genre.

In de 18e eeuw waren de camera obscura en het papier theater
een soort speelgoed voor kinderen. Bovenstaand 18e eeuws
papiertheater bevindt zich in de Collectie van Museum Het
Valkhof in Nijmegen en beeldt een scene van de Italiaanse
Commedia dell’Arte uit.

De poëtische, surrealistische kijkdozen van de Amerikaanse
kunstenaar Joseph Cornell (1903-1972) zijn als een Theatre
of the Mind en samengesteld uit zijn eigen omvangrijke
verzameling van “objets trouvés”. Meestal hadden de kijk-
kastjes een thema, of werden aan iemand opgedragen.
Zo maakte hij een serie ‘Ballet Boxes’, een ‘Volière’ serie
met vogels, een ‘Hotel Serie’, de ‘Space Object’ en een
aantal ‘Medici Slot Machine’ dozen.
Zijn kijkdozen zijn als een gedicht in een klein theatertje.
Cornell woonde in de buurt van New York in een huis met zijn
moeder en zijn broer Robert, die aan een rolstoel was
gebonden. Maar daarnaast had hij contact met grote surrea-
listen als Salvador Dali. Interessant is dat zijn ouders
van Nederlandse komaf waren. Mischien dat daar zijn fasci-
natie voor kijkdozen vandaan kwam.

Kees Moerbeek diorama Kooromgang St. Stevenskerk Nijmegen.
De Nijmeegse kunstenaar Kees Moerbeek maakte als Nijmegen-
prent 2017 een diorama van de noordzijde van de kooromgang
in de Stevenskerk in Nijmegen. Hij maakte vele detailfoto’s
van deze plek en zette deze weer in elkaar in een perspecti-
vische reconstructie met meerdere perspectiefpunten, waardoor
je een soort kijkdoos met dieptewerking krijgt.


Ook de lichtwerking werd opnieuw vormgegeven. En hij voegde
surrealistische elementen toe als een hondje uit een schil-
derij van Rogier van der Weijden en een duif.
Voor meer info over het werk van Kees Moerbeek, zie deze
links:
http://keesmoerbeek.com/
http://www.intermedi-art.nl/

De traditie van de kijkdoos beweegt zich tussen kinderspeel-
goed en een kunstwerk.
Je zou zeggen: een serieuze kunstenaar hoort zich niet bezig
te houden met kinderspeelgoed. Dan moet ik denken aan die
beroemde uitspraak van Picasso: “ieder kind is een kunstenaar;
de kwestie is hoe hij een kunstenaar weet te blijven als hij
opgroeit en volwassen wordt”. Elk groot genie is ergens óók
kind gebleven. In de muziek van Mozart hoor je het plezier,
de spontaniteit, de sprankeling, de verwondering, de ongebro-
ken speelsheid van een kind. Of zoals Nietzsche het verwoordt:
“de rijpheid van de man is de ernst te hebben teruggevonden,
waarmee hij als kind speelde”. Als Vermeer met licht en verf
speelt, heeft hij de totale zelfvergeten verwondering, toewij-
ding, concentratie en overgave van een kind. Het genie zit in
het kind; de kunde, kennis en ervaring in de volwassene.

In Vermeer herken ik de verwondering voor het projecteren van
lichtbeelden, die ik als kind had: in het donker met een episcoop-
projector plaatjes van Asterix-strips naschilderen, bv. Zo zie ik
ook Vermeer zijn taferelen naschilderen in zijn camera obscura.
Lichtbeelden gezien vanuit het donker. Een bescheiden “Vermeer,
c’est moi”-ervaring.

Alicia7777777 laat op YouTube een aantal van haar 3D
“kijkdoos”-animatie-video’s zien, met een aantal Vermeer-
schilderijen:

Traces of Vermeer – “Een stil suizen”

Boek “Traces of Vermeer” van Jane Jelley, juli 2017 over haar
schilder-experimenten met tracing van lichtbeelden in een
camera obscura op geolied papier voor transfer op schildercanvas.

“Geen hamerslagen, maar
het dansen van het water
zingt de kiezelsteen
tot volmaaktheid”
Rabindranath Tagore

Ik heb een zwak voor “Vermeer-chasers”, die op zoek zijn naar
het “Geheim van Vermeer”, niet aflatend bezig zijn met de
vraag hoe Vermeer tot die verbijsterend volmaakte schilder-
kunst in zijn meesterwerken wist te komen. En geen genoegen
nemen met theoretische bespiegelingen van kunsthistorici, maar
in de praktijk een reconstructie-experiment opzetten om uit te
zoeken of en hoe het mogelijk is een schilderij te maken mbv
een camera obscura. Een van hen is de Britse Jane Jelley uit
Oxford.

Over haar schreef ik al eerder een blogstukje “Jane Jelley –
Schilderen met een Camera Obscura”, van 19 april 2016:
http://www.thijnvandeven.nl/?p=1787

Jane Jelley concentreert zich met name op de vraag hoe Vermeer
het lichtbeeld van de camera obscura kon overbrengen op een
schilderdoek. Haar methode is die van de “Transfer-print”:
uitproberen of het mogelijk is om een lichtbeeld-projectie in
spiegelbeeld met olieverf op geolied papier over te schilderen
(tracing) en vervolgens “af te drukken” (printing) op het
schilderdoek. Een indirecte transfer-methode dus.

De “printing light”- methode van Jane Jelley komt op mij als
een onnodige omslachtige tussenstap over. Eerst met olieverf
schilderen op een ingeolied stuk papier en de nog natte
schildering contact-afdrukken op het schilderdoek. Zoals haar
werkfoto’s laten zien, krijg je dan een vrij ruwe, weinig
precieze onderschildering. Natte verf gaat toch altijd een
beetje “uitsmeren”.

In een tent-camera obscura met spiegel en lens kun je echter
direct, rechtstreeks een lichtbeeld zonder omkeringen
inschilderen op een schilderdoek of paneel. In Vermeer’s tijd
waren er spiegels en lenzen, dus de optische basisonderdelen
van zo’n type camera obscura opstelling waren beschikbaar.
Juist Delft was een centrum van lenzenslijpers, denk aan
Vermeer’s leeftijdgenoot en stadsgenoot Anthonie van
Leeuwenhoeck en zijn microscoop.

De spiegel-lens projectie in een tent camera obscura geeft
een correct projectie-lichtbeeld zonder omkeringen: het
beeld staat rechtop en links-rechts correct. Het schilder-
paneel ligt plat horizontaal. De kunstenaar zit met zijn
rug naar zijn onderwerp, waarvan de afbeelding via de
spiegel en lens op een tafelblad met tekenpapier of
schilderdoek wordt geprojecteerd en zo door de kunstenaar
overgeschilderd (“image tracing”) kan worden.

 

Hier enkele foto’s van het projectie-lichtbeeld in mijn
eigen proefopstelling projectie-camera obscura-tent met
kleine “Morandi”-stillevens. Door het verlies aan scherpte
en details, komt alle nadruk te liggen op het licht zelf,
kleur en sfeer. Doordat het licht buiten steeds verandert
ontstaat er steeds een andere sfeer in hetzelfde stilleven.

Dit beeld heeft een magische floers, een dromerige sfeer.
De tonen en overgangen zijn onvoorstelbaar delicaat. Deze
opstelling leent zich ook bij uitstek om de zetstukken in
een stilleven heel precies te positioneren. Overigens
werkte Morandi voor zover ik weet niet met een camera
obscura, maar de eenvoud van zijn stillevens leent zich
prima voor dit experiment.

Een andere camera obscura-opstelling van mij kijkt uit op
een tuin met een oleander, waarin alles lijkt op te lossen
in lichtvlekken; de camera lijkt te schilderen met licht
en de werkelijkheid te abstraheren.

Jane Jelley concentreert zich dus op de vraag hoe Vermeer
het lichtbeeld van de Camera Obscura op schilderdoek kon
vastleggen in de eerste onderschildering. Infrarood-
reflectogram-opnamen laten namelijk zien, dat in Vermeer-
schilderijen geen sprake is van de gebruikelijke onder-
tekening in lijnen. Het is geen toeval dat er geen enkele
tekening van Vermeer bestaat. Vermeer begon meteen met
schilderen. Lineaire principes moeten bij de Delftse
meester wijken voor lichtwerking, kleur en sfeer.
De camera obscura was zijn “schetsboek”, waarin hij zijn
composities in elkaar zette. En een camera obscura
laat verder geen sporen na….. Vermeer doet mij vaak
denken aan die mooie Leonard Cohen-songtitel:
“True Love Leaves No Traces”.

Zelf ben ik vooral gebiologeerd door de “toplaag” van
Vermeer: die zachte floers of “schmelz”, de fotografische
look en precisie, de ongeëvenaarde weergave van licht, de
zachte contouren, etc.
Kortom: hoe heeft hij die toverachtige schoonheid van het
lichtbeeld in de camera obscura weten te vertalen in olieverf
op linnen?

Het verfoppervlak van Vermeer lijkt wel een email-achtige
glans en vloei te hebben. Sommige passages zijn duidelijk met
penseel geschilderd, maar op andere plekken lijkt het op een
mysterieuze afdruk van het licht zelf, die buiten een mensen-
hand om door een foto-chemisch procedé is ontstaan. Vandaar
ook de associatie met de mysterieuze schilder Torrentius,
die waarschijnlijk ook met een camera obscura heeft gewerkt.

Er zijn twee camera obscura-types die ik zelf gebouwd heb:
de “projectiescherm”-camera, het spiegel-lens-verduistertent
-type, waarin het lichtbeeld op een stuk papier of canvas
geprojecteerd wordt om het lichtbeeld in te kunnen schilderen.
Dit is een “werk-camera” om in te schilderen.

Over het schilderpaneel in deze schildercamera, kan ook een
draadraster worden gelegd om de orthogonalen in de compositie
te bepalen.

Het andere camera obscura-type is de ”matglas”- camera, met
een lens en matglas, ev. met een omkeerspiegel om het beeld
rechtop te zetten. Het matglasbeeld geeft een briljanter,
sprankelender, transparanter en helderder lichtbeeld met
sprekender kleuren.
Dit is meer een “kijkdoos-camera”, alleen om in te kijken,
wanneer de schilder bezig is in de toplaag. De magie van
Vermeer zit hem zijn vertaling in verf van de optische
eigenschappen van dit lichtbeeld in de toplaag van zijn
schilderij. In de toplaag wordt een Vermeer pas écht een
Vermeer.

Zoals de hooglichten als lichtvonken zwemmen in zacht vloeiende
bezonken kleurnuances: wie ooit in een camera obscura heeft
gekeken, ziet iets dat meteen aan Vermeer doet denken. Het licht
is van een onuitsprekelijke schoonheid, of zoals Constantijn
Huygens het treffend verwoordde: “Hierbij vergeleken is alle
schilderkunst morsdood”.

De Italiaanse schilder Canaletto werkte ook met een spiegel-
lens-verduistertent camera obscura om snelle schetsen te maken
als voorstudies voor zijn beroemde stadsvedute-schilderijen van
Venetië en Rome.

Vermeer’s Briefleester in Blauw in het Rijksmuseum doet heel
erg aan een “Camera Obscura-lichtbeeld” denken. Dankzij
conservator Pieter Roelofs en restaurator Yge Verslype was ik
in de gelegenheid om het schilderij na vernisafname te bekijken
in het restauratie-atelier. Wat meteen opviel was hoezeer het
tonengamma “in elkaar gedrukt” is in ongelooflijk subtiele
toonwaarden (nog meer als mét vernis, op zaal) en de fotogra-
fische “look” van het schilderij. Dat doet heel erg denken aan
wat je in een camera obscura ziet. Dat “sfumato”, het oplossen
van vormen in een soort mistige vaagheid, zachte contouren,
alsof alles alleen nog maar uit licht bestaat.
Vaag en toch heel precies. En ongelooflijk delicaat.

Deze detailopnamen (boven en onder) zijn van een replica van
de landkaart van de Briefleester in Blauw, gezien door mijn
camera obscura. Om de toonwaarden aan te passen aan het
originele detail van de Briefleester in Blauw (midden),
heb ik in de “Levels”-tool in Photoshop het histogram enorm
in elkaar moeten drukken.

In mijn ogen is Vermeer méér dan “printed light”. Een
Vermeer is een artistieke creatie van licht, waanzinnig
knap in elkaar gezet en gecomponeerd als een muziekstuk.
“It’s not just the camera, it’s who’s behind the camera”.
Een print in een camera obscura creëert geen Vermeer.
Dat doet de kúnstenaar Vermeer. De camera obscura was voor
Vermeer, wat de electrische gitaar is voor Eric Clapton.

Er is een groot verschil tussen een camera obscura en de
moderne fotocamera: een moderne fotocamera levert spatscherpe
foto’s, waar alle technische onvolkomenheden uit gehaald zijn.
Toch zal een kunstschilder de voorkeur geven aan het meer
schilderachtige beeld in de meest primitieve camera die er
bestaat: de camera obscura. In een grootbeeldcamera als
de camera obscura krijgt het licht alle ruimte; in een moderne
kleinbeeldcamera wordt het licht op postzegelformaat samen-
geperst tot een “plaatje”.
Het is juist het licht zelf dat in een camera obscura tot
leven lijkt te komen. Waar de vakfotograaf zich ergert aan
technische onvolkomenheden, begint het voor een kunstschilder
juist interessant te worden. Een echte schilder zal juist
van een camera obscura houden, en niet van de peperdure
technische camera van een vakfotograaf. Dat soort technische
perfectie is iets anders dan het artistieke ideaal, dat
een kunstschilder nastreeft.
Een échte kunstschílder stelt licht, kleur en sfeer boven
lijntekening en detailscherpte, net als de grote Venetiaanse
meesters als Titiaan en Giorgione of een impressionist als
Claude Monet.

Een stil suizen – Elia op de berg Horeb

“….. toen trok Jahweh voorbij. Voor Jahweh uit ging een
grote en zware storm, die bergen deed splijten en rotsen
verbrijzelde. Maar Jahweh was niet in de storm. Na de
storm volgde een aardbeving. Maar ook in de aardbeving
was Jahweh niet. Na de aardbeving volgde vuur. Maar ook
in het vuur was Jahweh niet. Op het vuur volgde het suizen
van een zachte stilte. Zodra Elia dit hoorde, bedekte hij
zijn gezicht met zijn mantel, ging naar buiten en bleef
staan aan de ingang van de grot…..”

Bij het “suizen van een zachte stilte” in het verhaal van
Elia, moet ik altijd aan Vermeer denken. Waar God voorbij
gaat, klinkt geen hevig stormgeraas, bulderende aardbe-
vingen of allesverterend vuur, maar slechts het “suizen
van een zachte stilte”….

Op YouTube is de song “Go Like Elijah” van Chi Coltrane te
horen; paradoxaal genoeg niet het “zachte ruisen van een
een stille bries”, maar full blown gospel-rock’n roll…!

https://www.youtube.com/watch?v=p97oVI2IA3k

Vermeer en Muziek – Een Jonge Vrouw aan een Virginaal

Zelfgebouwde replica (2003) van het virginaal uit de Muziekles (1663)
van Johannes Vermeer in de Royal Collection in Londen.

“A painter paints
pictures on canvas.
Musicians paint their
pictures on silence”
Leopold Stokowski

Op een aantal schilderijen van Vermeer met muziek-scenes staan ver-
schillende varianten van een oogstrelend en kostbaar muziekinstrument
afgebeeld: het virginaal, ook wel clavecimbel, spinet, of harpsichord
genoemd.

Op de Muziekles in Londen staat een virginaal afgebeeld met
op de dekplaat de latijnse spreuk: Musica Letitiae Comes Medicina
Dolorum – “Muziek is een Metgezel van de Vreugde en een Medicijn voor
de Smart”. Dit exemplaar wordt toegeschreven aan de beroemde Antwerpse
virginaalbouwer Andreas Ruckers (1579-1645).


Een ander model zien we in de Staande en Zittende Virginaalspeelster
in de National Gallery in Londen: de dekplaat is hier versierd met een
landschapschildering. De klankkast en het onderstel zijn gemarmerd.

In het Concert in Boston (helaas nog steeds gestolen) is een “Frans”
Virginaal afgebeeld, waarbij het klavier/toetsenbord aan de zijkant
geplaatst is en de dekplaat de vorm van een vleugel heeft,
beschilderd met een arcadisch landschap. Het jonge meisje aan het
virginaal is mijn persoonlijke favoriet onder de virginaalspeelsters
van Vermeer.

Bij de Haagse kunsthandel Hoogsteder & Hoogsteder is in 2000 een
schilderij ontdekt dat tweemaal voorkomt op één en hetzelfde doek van
Johannes Vermeer. Het gaat om het Berglandschap met reizigers (38 bij
68 cm) van de Delftse kunstenaar Pieter Anthonisz. van Groenewegen
(Delft ca. 1600-Den Haag 1658). Vermeer kopieerde het op de achterwand
van zijn schilderij Staande Virginaalspeelster en hij kopieerde het
nogmaals op het deksel van het virginaal dat een van zijn anonieme
modellen bespeelt.

Kunsthandel Hoogsteder, die het werk al geruime tijd in bezit heeft,
nam voor meer informatie over het landschap contact op met Gregor Weber,
de toenmalige conservator van de Gemälde-galerie Alte Meister in
Dresden. Weber, bezig met onderzoek naar de schilderijen `in’ de
schilderijen van Vermeer, herkende de Van Groenewegen. Om vast te
stellen of het inderdaad om datzelfde landschap ging, maakte hij
computersimulaties en -montages. En daaruit blijkt nu dat Vermeer
in beide gevallen het oorspronkelijke schilderij `aanpaste’. Aan de
wand van zijn Staande Virginaalspeelster maakte hij Van Groenewegens
landschap vierkanter, en benadrukte de rechterzijde van het doek.

Link website:
Hoogsteder – Vermeer

De virginalen die we zien in diverse schilderijen van Vermeer
kunnen waarschijnlijk worden toegeschreven aan de familie Ruckers:
waaronder de Muziekles, en andere taferelen van jonge vrouwen aan een
virginaal. Zo zien we op twee virginalen, die Andreas Ruckers gebouwd
heeft (resp. in 1624 and in 1640), het latijnse motto dat de muziek,
een kunstvorm die Vermeer na aan het hart lag, definieert als een
“metgezel van vreugde en een medicijn voor de smart”: Musica Laetitiae
Comes Medicina Dolorum.

In 2003 heb ik zelf een replica gebouwd van het Ruckers- virginaal in
de Muziekles van Vermeer, dwz. alleen de kast met alle versieringen,
zonder het binnenwerk met snaren, etc. Dus geen muziekinstrument, maar
een decorstuk/studio-prop voor fotoshoots en video’s.
Zelfs in blank hout vond ik het al mooi om te zien. Typisch voor de
Antwerpse virginaalbouwer Ruckers is het siermotief van de dubbele
dolfijntjes. Ook in Nederland zijn er heden ten dage zo’n tien échte
virginaalbouwers werkzaam waaronder Titus Crijnen, Onno Peper, Gerrit
Klop, etc. Historische muziekinstrumenten en –festivals staan in een
nog steeds toenemende belangstelling.

Van Vermeer’s tijdgenoot Gabriel Metsu bevindt zich een mooie Muziekles
(1658) met virginaal in de National Gallery, Londen. Ook Jan Steen,
Frans van Mieris, Gerrit Dou, Gerard Ter Borch, Emanuel De Witte, en
Jacob Ochtervelt schilderden werken met een jonge vrouw aan een
virginaal, dat een gewild pronkstuk was voor een rijk interieur.

Stichtende latijnse spreuken waren erg populair als motto op het
deksel van een virginaal, bijvoorbeeld:
Scientia Non Habet Inimicum Nisi Ignorantem
Wetenschap heeft geen Vijand Behalve de Onwetende
Musica Laborum Dulce Levamen
Muziek is een Zoete Verlichting van het Werk
Omnis Spiritus Laudet Dominum
Laat Alles wat Adem heeft de Heer Loven”
Aures Animi Fores
De Oren zijn de Poort naar de Ziel
Quis Ut Deus – Wie is als God ?
Soli Deo Gloria – Alleen aan God de Eer

Deze foto van de Japanse fotograaf Sugimoto is van de reconstructie
van de Muziekles van Vermeer in Mme Tussauds in Amsterdam in 1999.
Het virginaal is een replica van een origineel Ruckers-virginaal
in het Rijksmuseum Amsterdam, met het motto Musica Laborum Dulce
Levamen – Muziek is een Zoete Verlichting van het Werk.

Ik heb mijn eigen virginaal-replica gebruikt bij fotoshoots in mijn
eigen studio, in de Spinzaal van het Elisabeth Weeshuis in Culemborg,
in een theater-studio in Strijp-S in Eindhoven en in het landhuis
Oud Amelisweerd bij Utrecht. Kostuummodel is kunsthistorica Merel
van den Nieuwenhof.

In Museum Het Vleeshuis in Antwerpen zijn een aantal authentieke
virginalen van Andreas Ruckers te bewonderen, alsmede ook viola
da gamba’s en 17e eeuwse barokgitaren.

Er is nog een vijfde Vermeer met een virginaal, in de Leiden
Collection van Thomas and Daphne Kaplan in New York, de grootste
privécollectie van Hollandse Meesters ter wereld. Hoewel onderzoek
heeft uitgewezen dat het geschilderd is op dezelfde rol linnen
als de Dentellière uit het Louvre in Parijs, overtuigt het
schilderijtje me niet. De gele omslagdoek is erg onhandig geschilderd.
Vermeerkenner Walter Liedtke beschouwde het hooguit als een laat
werk van Vermeer van mindere kwaliteit.

Op YouTube staat dit filmpje, waarop te horen is hoe
het virginaal in de tijd van Vermeer geklonken moet
hebben – meer als een tokkelinstrument (Ernst Stolz):

Het Largo uit het Double Violin Concerto in D minor
van Bach is een subliem voorbeeld van de troostende werking
die van muziek van grote schoonheid uit kan gaan. De melodieën
van de twee violen zijn wondermooi in elkaar vervlochten.
Voor mij een van de meest troostrijke muziekstukken ooit geschreven:

“Music is the silence
between the notes”
Claude Debussy

Johann Sebastian Bach componeerde veel muziek voor het virginaal,
ook al horen we tegenwoordig zijn Goldberg Variaties liever op de piano
van Glenn Gould. De muziek van Bach is gegoten in een mathematische
orde en structuur die verwant is aan de geometrische en perspectivische
orde in de schilderijen van Vermeer. Hoewel Bach 50 jaar na Vermeer
zijn meesterwerken schiep, kun je zijn muziek heel goed plaatsen
in de Muziekles van Vermeer. Bv. The sonatas for viola da gamba
and harpsichord, BWV 1027–1029, in de uitvoering van Ton Koopman en
Jordi Savall:

Vermeer en Torrentius – “Mysterious Masterpieces”

Film gezien op 11 juli 2017 in filmtheater Focus in Arnhem:
“A Mysterious Masterpiece” van Maarten de Kroon over
het schilderij “Stilleven met Breidel” van Johannes
Torrentius, 1641.

“I don’t believe in magic,
the young boy said.
The old man smiled.
You will, when you see her”
Atticus

Van de schilder Johannes Torrentius (1589-1644) is slechts één
schilderij bekend, “Stilleven met Breidel” in het Rijksmuseum
Amsterdam. Torrentius is een latinisering van zijn eigenlijke
naam: “Van der Beeck”.

Onder de roemer is een stukje bladmuziek afgebeeld met de tekst:

“ER Wat buiten maat bestaat,
int onmaats gaat verghaat”

Het schilderij oogt net als sommige schilderijen van Vermeer
“fotografisch”. Staande voor dit schilderij (en die van Vermeer)
dringt één dwingende vraag zich op: hoe is dit in hemelsnaam gemaakt?
De afbeelding lijkt bijna niet geschilderd, maar middels een geheim
procédé op het paneel aangebracht. Pigmentonderzoek heeft uitgewezen
dat zowel Torrentius als Vermeer in hun verf precies dezelfde
pigmenten verwerkten als in de 17e eeuwse schilderspraktijk
gebruikelijk waren.

Dus moet het “geheim” van Torrentius in het bindmiddel gezocht
worden. Arie Wallert, onderzoeker van het Rijksmuseum, heeft er
uitgebreid onderzoek naar gedaan. Wat meteen opvalt aan het
verfmonster van Torrentius (boven) is, dat het slechts uit één laag
bestaat. Een verfmonster van Vermeer (onder) bestaat uit meerdere
lagen van pigment en bindmiddel. In documenten uit die tijd wordt
gesproken van een “sissend of zoemend” geluid als Torrentius zijn
schilderij behandelde.

Een chemicus denkt dan al gauw aan een reactie na toevoeging van een
zuur of een proces van verhitting. De schilder als alchemist.
Hoe meer wetenschappelijk onderzoek er verricht wordt naar het
verfmonster van Torrentius hoe groter het raadsel wordt. Net als
bij Vermeer wordt ook bij Torrentius vermoed dat hij gebruikt maakte
van een Camera Obscura. Soms waag ik me wel eens aan de gedachte
dat Torrentius en Vermeer als eersten al werkten met lichtgevoelige
emulsies en dat zij dus misschien wel de eerste fotografen waren.
En dat de uitvinding van de fotografie twee eeuwen voor Niepcé,
Talbot en Daguerre al plaatsvond in het Holland van Torrentius en
Vermeer.

Bij Vermeer en Torrentius lijken dat de twee hoofdvragen te zijn:
Maakten ze als schilder gebruik van de Camera Obscura ?
Welk bindmiddel gebruikte Vermeer in zijn verf om die voor hem
kenmerkende “Schmelz” in zijn schilderijen te krijgen ?”

In de jaren ’80 heb ik zelf een tijd samengewerkt met de bekende
Rembrandt-kenner professor Ernst van de Wetering met als
werkhypothese welk bindmiddel Vermeer gebruikt zou kunnen
hebben om vervolgens pogingen te ondernemen tot een
reconstructie van Vermeer’s schildertechniek in de praktijk.
Mijn eigen conclusie daarbij was dezelfde als die van
Arie Wallert bij Torrentius: hoe meer wetenschappelijk onderzoek
je loslaat op Vermeer’s schildertechniek, hoe groter het mysterie
wordt. Bij Vermeer-verfonderzoek is lijnolie en papaverolie
gevonden als bindmiddel. Wie zich echter even verdiept
wat een 17e eeuwse schilder allemaal alleen al met lijnolie kon
doen: bleken, koken, laten indikken, toevoegen van siccatieven,
diverse oplosmiddelen, etc, om zijn verf totaal uiteenlopende
consistentie, viscositeit en droogtijd mee te geven, valt dat
nog aan verfmonsters van 350 jaar oud af te lezen ?

Een reconstructie-project kan twee oogmerken hebben.
Het eerste is op basis van 17e eeuwse bronnen en schilderijen-
onderzoek proberen het schilderproces van Vermeer in de
praktijk na te bootsen en te kijken in hoeverre dat een
overtuigend kunsthistorisch wetenschappelijk “bewijs” oplevert
voor het materiaalgebruik en de werkwijze van Vermeer ?
De benadering van de wetenschapper.
Het tweede is een reconstructie met een puur artistiek
oogmerk; experimenteren met diverse bindmiddelen en
schildertechnieken en het gebruik van een Camera Obscura,
lenzen en spiegels, teneinde een resultaat te verkrijgen dat
de Vermeeriaanse weergave van licht benadert. Hierbij worden
de eisen voor een gedegen wetenschappelijk-kunsthistorische
onderzoeksmethode wat meer losgelaten en ingeruild voor de
praktische, artistieke benadering van de kunstenaar.
Die artistieke benadering heeft mijn voorkeur.

Het onderwerp van Torrentius’ schilderij “Stilleven met
Breidel” lijkt ontleend te zijn uit het boekje “Sinnepoppen”
(1614) van Roemer-Visscher: “Elck wat wils”, een moreel
embleem dat oproept tot matigheid.

In het Haarlem van de 17e eeuw was Torrentius een berucht en omstreden
figuur, vanwege zijn voor die tijd pornografische en blasfemische
uitingen en “losbandige levensstijl”. Onderstaande prent blijkt
overigens niet van Torrentius zelf, maar van Pieter Quast (1605-1647)
naar een werk van Torrentius.

In een interessant PDF-artikel van het Max Planck Instituut “Inside a
Camera Obscura” is een reconstructie te zien van het
Torrentius-stilleven met een oude Camera Obscura.
Rond de Camera Obscura in de 17e eeuw zoemen de namen van Constantijn
Huygens, Drebbel, Torrentius en Johannes Vermeer. Van Huygens,
Torrentius en Drebbel weten we zeker dat ze elkaar kenden.

Link voor het hele artikel: Max Planck – Inside a Camera Obscura

Voor meer informatie over het leven van Torrentius verwijs ik naar
het interessante artikel van Maaike Dirkx: The Remarkable Case of
Johannes Torrentius:
Artikel “The Remarkable Case of Johannes Torrentius”

Op YouTube is deze trailer van de film “A Mysterious Masterpiece”
te zien: